Tagarchief: geldzaken

Terminals krijgen miljoenen voor verbeteren overslag

BRUSSEL De terminal van Rotterdam World Gateway, het Rail Service Center aan de Eemhaven en Havenbedrijf Moerdijk krijgen samen zo’n 10 miljoen om de overslag van goederen naar binnenvaart en spoor te verbeteren. Met het geld worden onder meer twee containerkranen gebouwd. Minister Cora van Nieuwenhuizen van Infrastructuur en Waterstaat maakte vorig jaar al bekend dat zij zich in zou zetten om de spoorgoederensector verder te versterken, onder meer door het werven van Europese subsidies.

Het geld voor de terminals komt uit het Europese programma voor het Trans-Europese Vervoersnetwerk (TEN-T). Dit programma heeft als doel om binnen de Europese Unie tot één grensoverschrijdend hoofdnetwerk voor het vervoer over land, water en door de lucht te komen. Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat droeg de projecten voor. Zo gaat er naast de 10 miljoen euro voor de terminals, 3 miljoen euro naar 75.000 fietsparkeerplekken in Amsterdam, Rotterdam en Utrecht en 4 miljoen euro naar truckparkeerplaatsen in Zuid-Holland, Brabant en Limburg. De beveiligde private truckparkings komen in de omgeving van de belangrijke snelwegen voor transport van en naar de haven van Rotterdam. In totaal komen er 800 parkeerplekken voor langparkeren bij op al bestaande truckparkeerplaatsen in Rotterdam, Asten en Venlo en op de nieuwe truckparking de Kilt bij Dordrecht. Onderdeel van het project is dat de parkeerplaatsen worden aangesloten op een systeem dat digitaal real-time inzicht geeft in beschikbare plekken op de private truckparkings. Daarnaast krijgt Havenbedrijf North Sea Ports 800.000 euro voor een beveiligde truckparking voor 250 trucks bij Borsele.

Blij
Minister van Nieuwenhuizen is blij met de bijdrage van de Europese Commissie. ‘We hebben in de buurt van onze grote transportcorridors van en naar de Rotterdamse haven veel behoefte aan extra plaatsen op beveiligde truckparkings met voorzieningen. We ontlasten daarmee de overvolle verzorgingsplaatsen direct aan de snelwegen die alleen bedoeld zijn om kort te parkeren. Het helpt ook om de problemen aan te pakken met vrachtwagens die nu op de vluchtstrook langs de snelweg worden geparkeerd.’

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

Omzet binnenvaart steeg vorig jaar bijna 13%

DEN HAAG De omzet in de binnenvaart is vorig jaar met 12,7% gestegen. In het vierde kwartaal steeg de omzet volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) zelfs met 30%. Het was volgens het CBS ‘de sterkste omzetstijging voor de binnenvaart in deze eeuw’.

De binnenvaart zag de omzet in het laatste kwartaal van 2018 zo sterk stijgen vanwege de extreem lage waterstanden in oktober en november. ‘De binnenvaartschippers profiteerden hiervan omdat er hogere vrachttarieven bedongen konden worden. Zij ontvingen daarnaast een laagwatertoeslag. Pas vanaf december normaliseerden de waterstanden.’
Schippers konden in de periode van laagwater wel minder lading vervoeren. In oktober en november werd ruim 11% minder vracht vervoerd, terwijl dit in december nagenoeg evenveel was als vorig jaar. Door de sterke omzetstijging in het vierde kwartaal kwam de omzet over heel 2018 een kleine 13% hoger uit dan in 2017.

Koploper
Met de omzetstijging van 30% was de binnenvaart koploper in de transportsector. Gemiddeld steeg de omzet in het transport in het vierde kwartaal met 5,9% ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar. De omzet nam toe in alle branches.
Over het gehele jaar 2018 groeide de omzet in alle bedrijfstakken, op de zeevaart na. In het wegvervoer steeg de omzet bijna 6% en in de luchtvaart met 5%.

Personeel
De transportsector heeft moeite om aan personeel te komen. Zo waren er in het vierde kwartaal meer dan 13.000 openstaande vacatures, ruim 4.500 meer dan een jaar geleden. Voor het komende kwartaal ziet een derde van de bedrijven problemen met de personeelssterkte als grootste belemmering. Desondanks denkt een kleine 15% van de bedrijven dat de omzet zal toenemen. Iets meer dan de helft van de bedrijven verwacht dat de omzet gelijk blijft en ruim een derde van de bedrijven voorziet dat de prijzen voor de aangeboden diensten stijgen.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

Personeelstekort en werfkosten maken binnenvaart duurder

ROTTERDAM Het tekort aan arbeidskrachten en de bijbehorende hoge vergoedingen aan personeel, alsmede hoge kosten voor reparatie en onderhoud door drukte bij de werven zorgen dit jaar voor hogere kosten in het vervoer over water over korte afstanden. Transport over de lange afstanden wordt vanwege lagere brandstofprijzen goedkoper.

Uit de kostenrapportages voor de binnenvaart die recent zijn geactualiseerd door Panteia in opdracht van het Centraal Bureau voor de Rijn- en Binnenvaart (CBRB) blijkt dat
de kostenontwikkeling in de binnenvaart vooral wordt beïnvloed door dalende brandstofprijzen (-9,2%) en sterk stijgende kosten voor arbeid, verzekering en onderhoud.
Bij vervoer over korte afstanden zijn de arbeidskosten veelal bepalend voor de uiteindelijke prijs van het vervoer, terwijl bij langere afstanden het aandeel van de brandstofkosten in de totale kosten juist toeneemt. De arbeidskosten stijgen al jaren in de binnenvaart door het toenemende personeelstekort. Dit geldt eveneens voor reparatiekosten: de ordeportefeuille bij werven is goed gevuld en schepen die willen repareren, worden daar geconfronteerd met een kostenverhoging. Tot slot nemen ook de verzekeringskosten toe, doordat het afgelopen jaar veel schepen averij hebben opgelopen door de langdurige lage waterstanden.

Vorig jaar
In het afgelopen jaar werd binnenvaartvervoer duurder. Dat was niet alleen het gevolg van langdurige lage waterstanden, waardoor schepen soms maar een kwart van hun laadvermogen konden benutten, maar ook door een structurele kostenverhoging. Uitgaande van belading onder normale waterstanden, lag de kostenstijging in 2018 voor de binnenvaart tussen de 2,6% en 5,6% ten opzichte van 2017. Bij het vervoer van bouwstoffen bedroeg de kostenstijging tussen de 2,8% tot 4,3%.

De kostenstijging is vooral het gevolg van toenemende brandstofprijzen, die in 2017 stegen met 10,3%. De grootste stijging in kosten is dan ook te zien bij schepen die relatief veel vaaruren maken (continue vaart). Bij deze schepen is het aandeel van brandstofkosten in de totale exploitatiekosten groot. We spreken dan vooral over de tankvaart en duwvaart. Als de brandstofkosten buiten beschouwing worden gelaten varieerde de kostenstijging tussen de 1,0 en 2,8%, als gevolg van hogere reparatie- en onderhoudskosten en duurdere arbeid.

Duidelijke stijging
In de binnenvaart wordt gebruik gemaakt van diverse contractvormen. Binnenvaartondernemers die hun schip verhuurd hebben of langdurige vervoerscontracten kennen, krijgen opslag op de afgesproken prijs afhankelijk van de hoogte van de brandstofprijzen. Voor hen is de kostenontwikkeling exclusief brandstof van belang. Daar ziet Panteia voor het komende jaar een duidelijke stijging: van minimaal 2,4% tot maximaal 3,3%.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

1,25 miljoen voor innovaties duurzame binnenvaart

ROTTERDAM Het ministerie van Infrastructuur en Milieu stelt opnieuw geld ter beschikking voor innovatieve en duurzame projecten in de binnenvaart. De bedoeling is dat het geld bijdraagt aan de verduurzaming van de binnenvaart.

Binnen de subsidieregeling Innovaties Duurzame Binnenvaart stelt het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat in totaal € 1.250.000 beschikbaar, waarvan maximaal € 250.000 per projectaanvraag. Hierbij gaat het om maximaal 50% van de subsidiabele kosten.

De subsidie kan specifiek worden aangevraagd voor projecten gericht op de reductie van CO2-, NOx- en PM-emissies en/of methaanslip bij de voortstuwing van binnenvaartschepen. Hierbij kan gedacht worden aan het gebruik van alternatieve brandstoffen, voor- of nabehandelingstechnieken, aanpassing van motormanagement en motorgebruik en de inrichting en gebruik van het schip.
De projecten kunnen demonstraties en ontwikkeling van nieuwe concepten zijn of verdere optimalisaties of nieuwe combinaties van bestaande concepten.

1 november
De uiterste inleverdatum voor aanvragen is 1 november 2018. Beoordeling van de ingediende projecten vindt nadien plaats door een onafhankelijke Innovatieraad.

Het aanvraagformulier kunt u downloaden. Voor vragen of meer informatie over deze regeling kunt u contact opnemen met het EICB, via 010-798 98 30 of per e-mail: info@eicb.nl.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid.

Volg ons op Twitter en Facebook

Container- en cruisevaart blijven ‘booming business’

STRAATSBURG De containervaart en de riviercruisevaart blijven booming business. Vorig jaar groeide het vervoer van containers over de Europese wateren in totaal met 6%. In de riviercruisevaart stegen de omzetten fors. Dit alles blijkt uit het jaarverslag van de marktobservatie van de binnenvaart in Europa van de Centrale Commissie voor de Rijnvaart.

De containermarkt speelt zich nog steeds grotendeels in West-Europa af. In 2017 vond meer dan 99% van het totale containervervoer plaats in vier Europese landen, te weten Nederland (45%), Duitsland (40%), België (10%) en Frankrijk (4,5%). Alle andere EU-landen liggen bij elkaar genomen op slechts 0,2%.

Groot potentieel
Net als in heel Europa, groeide het containervervoer over de Rijn in 2017 eveneens met 6%. Dit betekent dat sinds het jaar 2000 het containervervoer over de traditionele Rijn met 84% is toegenomen. Op de andere Europese rivieren vallen de absolute waarden voor het containervervoer weliswaar nog steeds bescheiden uit, maar dat neemt niet weg dat hier toch een groot potentieel voor de toekomst is weggelegd. Een voorbeeld hiervoor is het vervoer vanuit de zeehaven van Hamburg naar het achterland. Het transport van containers over het Mittellandkanaal en over de Elbe zou in de toekomst een steeds grotere rol kunnen gaan spelen. In 2017 is het aantal TEU dat over deze binnenvaartwateren vervoerd werd met respectievelijk 3 en 8% gestegen.
Deze stijgende tendens valt ook waar te nemen voor het netwerk van kanalen in West-Duitsland. Deze kanalen vormen een belangrijke verbindingsschakel tussen Noord-Duitsland (Elbe, Mittelland-kanaal) en het Rijnstroomgebied. In Frankrijk blijft het containervervoer over de Seine en het kanalennet in het Noorden van Frankrijk de opwaartse trend voortzetten.

Riviercruisevaart
De booming business in de riviercruisevaart heeft voor dit segment voor duidelijk hogere omzetcijfers gezorgd. Deze opwaartse trend is goed zichtbaar wanneer men kijkt naar de omzetcijfers van de passagiersvaartondernemingen in Zwitserland, het land waar bijna de helft van alle actieve riviercruiseschepen in Europa zijn geregistreerd.
Tussen 2002 en 2017 is de cruisevaart op de Donau met 89% gestegen. Voor de Rijn lag dit cijfer op 128% en op het Main-Donau-kanaal was dit zelfs 295%. Wel is het aantal schepen dat in de afgelopen jaren in de cruisevaart nieuw werd gebouwd gedaald. Dat gebeurde ook vorig jaar. Deze daling is volgens de CCR ook het gevolg van het feit dat er in het recente verleden zeer veel schepen gebouwd werden. ‘Dit kan dus beschouwd worden als een zekere normalisatie.’

Gunstiger klimaat
In het vrachtvervoer over het water werden vorig jaar wel meer nieuwe schepen gebouwd, zowel in de drogelading- als de tankvaart. Vorig jaar werden in Nederland ook meer ondernemingen opgericht dan de jaren ervoor en gingen minder bedrijven failliet. Dit alles wijst volgens de CCR op een gunstiger economisch klimaat in 2017 dan een aantal jaren geleden.
Maar het gaat niet in alle segmenten goed. Het vervoer van kolen loopt bijvoorbeeld in heel Europa terug, terwijl het vervoer van containers en chemicaliën toeneemt. De huidige evolutie en vooruitzichten voor ijzerertsen en metalen zien er een stuk rooskleuriger uit dan voor kolen, hoewel de groeicijfers achterblijven bij die voor containers en chemicaliën.

Donau
De binnenvaart op de Donau is nog steeds in sterke mate gericht op het drogeladingsegment, waarbij graan en ijzererts iets meer dan de helft van het totale vervoer over de Donau uitmaken. Het vervoer van containers over de Donau staat nog in de kinderschoenen, maar toonde wel al in 2017 een lichte stijging. Het totale vervoer over de Boven- en Midden-Donau toonde in 2017 een toename in vergelijking met 2016 en dit ondanks de zeer slechte weersomstandigheden aan het begin van 2017. In de winter speelden ijs en laagwater de scheepvaart over de Donau parten, maar daarna was er sprake van een krachtig herstel.

Marktkansen
Het jaarverslag 2018 bevat tevens een onderzoek naar nieuwe marktkansen voor de binnenvaart, zoals stedelijke logistieke ketens en het vervoer van biomassa. In grote Europese agglomeraties, die te kampen hebben met luchtverontreiniging en verstopte wegen, is binnenvaartvervoer in de belangstelling komen te staan van de stedelijke logistiek. Het voorbeeld van Parijs laat zien dat de binnenvaart in staat is veel vracht te absorberen in vervoerssegmenten met een groot groeipotentieel zoals bouwmaterialen, de toevoer naar winkels en e-commerce.
Een andere nieuwe markt voor de binnenvaart is het vervoer van biomassa. Nu biomassa een steeds grotere rol gaat spelen in de energiesector (zowel voor het produceren van elektriciteit als voor het opwekken van warmte), openen er zich ook nieuwe mogelijkheden voor de binnenvaart. Aangezien biomassa in feite dezelfde kenmerken heeft als bulkgoederen (hout, houtpellets, koolzaad en andere materialen die tegen lage kosten in grote hoeveelheden vervoerd kunnen worden), is de binnenvaart bij uitstek geschikt om de belangrijkste vervoersmodus te worden voor deze belangrijke energiebron van de 21ste eeuw.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid.

Volg ons op Twitter en Facebook

Kabinet wil opnieuw geld uittrekken voor innovaties binnenvaart

DEN HAAG Ook dit jaar kan de binnenvaartsector waarschijnlijk nog subsidie krijgen voor projecten die bijdragen aan de duurzaamheid van de binnenvaart door de uitstoot van CO2-, NOX-, PM- emissies of methaanslip te verminderen. Dit jaar wil minister Cora van Nieuwenhuizen van Infrastructuur en Waterstaat nog een miljoen euro beschikbaar stellen, voor volgend jaar wil ze maximaal 200.000 euro uittrekken.

Deze subsidieregeling is de opvolger van de Subsidieregeling innovaties duurzame binnenvaart, die op 1 januari 2018 is vervallen. De evaluatie van dit subsidieprogramma was volgens de minister positief. Er was voldoende belangstelling en de subsidieregeling had een stimulerend effect op met name relatief kleinschalige projecten over alternatieve oplossingen. Van Nieuwenhuizen schrijft dit in een brief aan de Tweede Kamer. De Kamer moet het voorstel voor deze ‘Tijdelijke subsidieregeling innovaties duurzame binnenvaart 2018-2019’ nog wel goedkeuren. Mocht dat gebeuren dan kan per project maximaal 125.000 euro worden verstrekt.

‘Veel milieuwinst’
Hoewel het kabinet vindt dat het tot stand brengen van innovaties vooral de verantwoordelijkheid van het bedrijfsleven zelf is, wil het een goed innovatieklimaat scheppen voor de binnenvaart, waarin kennisontwikkeling en onderwijs belangrijke pijlers zijn. Want de binnenvaart kan volgens de minister een belangrijke bijdrage leveren aan het beperken van het toenemende goederenvervoer over de weg en het verminderen van de uitstoot van schadelijke stoffen. ‘Er is in de binnenvaart nog veel milieuwinst te behalen. En de binnenvaart moet schoner gaan opereren om ook in de toekomst een duurzaam antwoord te kunnen geven op de logistieke behoeften op mondiale, Europese en nationale schaal. Het antwoord hierop kan worden gevonden in innovaties. Bedrijven en kennisinstellingen moeten investeren in onderzoek en ontwikkelingsactiviteiten om hun concurrentiepositie te behouden en te versterken. Daarnaast zijn innovaties noodzakelijk om tegemoet te kunnen komen aan de strengere regelgeving die op internationaal niveau voor duurzaamheid wordt afgesproken.’

Generiek toepasbaar
Voorbeelden van projecten die subsidie kunnen ontvangen, zijn onder meer het gebruik van alternatieve brandstoffen, alternatief motorgebruik, voor- of nabehandelingstechnieken of motormanagement. Het gaan om experimentele projecten waarbij het niet gaat om het wijzigen van bestaande producten, procedés of diensten, zelfs als die wijzigingen verbeteringen kunnen inhouden. Ook een haalbaarheidsproject waarin de technische mogelijkheden worden onderzocht komt voor subsidie in aanmerking, evenals een industrieel onderzoeksproject waarin nieuwe kennis en vaardigheden worden opgedaan voor het ontwikkelen van nieuwe producten, procedés of diensten of om bestaande aanmerkelijk te verbeteren.

Bij het toekennen van de subsidie kijkt de Innovatieraad Binnenvaart, een college van deskundigen uit de binnenvaartsector, naar een aantal criteria. Zo wordt niet alleen gekeken in hoeverre de innovatie de uitstoot van CO2, NOX, PM of methaanslip vermindert, maar speelt ook mee of de innovatie generiek toepasbaar is voor binnenvaartschepen van een vergelijkbaar scheepstype of vaarprofiel. Ook is het belangrijk in hoeveel tijd de investering in de innovatie kan worden terugverdiend.

Aanvragen
De subsidieregeling wordt uitgevoerd door het Expertise- en Innovatie Centrum Binnenvaart (EICB). Rekening houdend met het reces, streeft de minister ernaar de nieuwe subsidieregeling medio september vast te stellen. Een aanvraag voor subsidie voor 2018 kan dan uiterlijk 15 oktober 2018 worden ingediend bij het EICB. De aanvraag voor 2019 moet uiterlijk 1 maart 2019 binnen zijn bij het EICB.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid.

Volg ons op Twitter en Facebook

 

Subsidie voor slimme en duurzame ideeën

ARNHEM OP Oost stelt dit jaar 28,5 miljoen euro beschikbaar voor innovatieve en samenwerkende ondernemers in Overijssel en Gelderland. Het beschikbare budget wordt verdeeld over drie subsidieregelingen die mkb-bedrijven stimuleren om meer omzet te halen uit nieuwe en duurzame producten.

Het Operationeel Programma van het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling in Oost-Nederland (OP Oost) is een gezamenlijk subsidieprogramma van de provincies Overijssel en Gelderland.

Projecten
Voor grote R&D-samenwerkingsprojecten is 20 miljoen euro beschikbaar. In aanmerking komen projecten waarbij twee of meer onafhankelijke organisaties samenwerken. Hierbij is minimaal één mkb-onderneming betrokken. Per aanvraag geldt een minimumsubsidie van € 350.000 en een maximum van € 2.000.000.

Voor het stimuleren van proeftuinen waarbij producten, procedés, of diensten worden getest in een realistische omgeving is 4,6 miljoen euro beschikbaar. Aan de proeftuin doen minimaal twee zelfstandige mkb-ers mee en er worden minimaal twee experimenten verricht, waarbij eindgebruikers worden betrokken. De subsidiemogelijkheden liggen tussen € 200.000 en € 600.000.

Voor het stimuleren van cluster- en netwerkactiviteiten is 3,6 miljoen euro beschikbaar. Hierbij kunnen twee of meer samenwerkende instanties subsidie aanvragen voor het tot stand brengen of uitbreiden van samenwerking gericht op mkb-ondernemingen en het stimuleren van mkb-ondernemingen tot valorisatie. De subsidiemogelijkheden liggen tussen € 200.000 en € 500.000.

Procedure
Voor de regelingen die nu zijn opengesteld, kunnen het hele jaar aanvragen ingediend worden. Een regeling sluit echter op het moment dat het beschikbare budget op is. De subsidieaanvragen worden op volgorde van binnenkomst beoordeeld. Een projectvoorstel moet wel een minimaal aantal punten van de deskundigencommissie krijgen om voor subsidie in aanmerking te komen.

Wie geïnteresseerd is kan een projectvoorstel indienen. De adviseurs van Oost NL helpen om het idee uit te werken tot een passend projectplan.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid.

Volg ons op Twitter en Facebook

 

Panteia verwacht stijgende kosten voor binnenvaart

ROTTERDAM De kosten voor de binnenvaart stijgen ook dit jaar weer. De belangrijkste oorzaak is de hogere brandstofprijs. Deze stijging is een voortzetting van de verhoging van de gasolieprijs die in 2016 begon. Dit blijkt uit de kostenrapportages voor de binnenvaart van Panteia in opdracht van het Centraal Bureau voor de Rijn- en Binnenvaart.

De verwachte kostenstijgingen variëren dit jaar tussen de 3,4% en 5,9%, afhankelijk van het type reis en schip. In de zand- en grindvaart verwacht Panteia een kostenstijging tussen de 3,4% en 4,8%. De brandstofkosten stijgen dit jaar naar verwachting met een kleine 11%. Schepen met veel vaaruren krijgen dus met de grootste kostenstijging te maken.

Nu al hoger
Omdat de huidige brandstofprijzen nu al hoger liggen dan het gemiddelde dat voor dit jaar wordt voorzien, moet de werkelijke ontwikkeling van de gasolieprijs volgens Panteia wel scherp gevolgd worden.

Indien de brandstofkosten buiten beschouwing worden gelaten, dan wordt een kostenontwikkeling verwacht tussen de 1,9% en 2,8%. Verder stijgen ook de arbeidskosten en onderhoudskosten flink. Dit komt door krapte op de arbeidsmarkt en een grotere activiteit op de scheepswerven. Alleen de kapitaalkosten dalen, als gevolg van lagere rentes die opnieuw worden verwacht.

Veel vaaruren
Vorig jaar kreeg de binnenvaart bij een gelijkblijvende inzetbaarheid van de schepen al te maken met kostenstijgingen tussen de 2,7% en 7,1%. In de zand- en grindvaart stegen de kosten tussen de 3% en 5%. De kostenstijging was ook toen vooral het gevolg van toenemende brandstofprijzen, die met 14,8% stegen. De grootste stijging in kosten was dan ook te zien bij schepen die relatief veel vaaruren maakten. Panteia heeft het dan vooral over de tankvaart en duwvaart. Verder namen ook de reparatie- en onderhoudskosten, arbeidskosten en verzekeringskosten toe. De gemiddelde rentelasten daalden daarentegen in 2017.
Indien de brandstofkosten buiten beschouwing worden gelaten, bedroeg de kostenstijging tussen de 1% en +2,8%.

300 miljoen krediet voor groene scheepvaart

BRUSSEL ING en de Europese Investeringsbank (EIB) hebben een overeenkomst ondertekend om investeringen in groene Europese scheepvaart te ondersteunen. Het gaat om een bedrag van 300 miljoen euro, waarbij ING en EIB elk de helft bijdragen aan de kredietfaciliteit. Deze overeenkomst moet ervoor gaan zorgen dat ‘sponsors van groene en duurzame projecten in de maritieme transportsector kunnen profiteren van gunstige financiële voorwaarden’.

De kredietfaciliteit is beschikbaar voor klanten die grote interesse hebben in Europese projecten met een groen innovatie-aspect, zoals de bouw van nieuwe schepen of modernisering (retrofitting) van bestaande schepen, en geldt voor zowel de binnenvaart als de zeevaart.

Stimulans
Om een gediversifieerde portefeuille te creëren, investeert ING de 300 miljoen euro de komende drie jaar geleidelijk samen met de EIB. Het scheepvaartteam van ING gaat de financieringsverbintenis leiden en beheren. De lening wordt gegarandeerd onder het Europees Fonds voor Strategische Investeringen (EFSI), hart van het Juncker Plan.

‘Het zal geen geheim zijn dat de scheepvaartsector een belangrijke bijdrage levert aan de CO2-uitstoot’, vertelt EIB-President Werner Hoyer. ‘Klimaatactie is een van de topprioriteiten van de EIB en dit soort financiering moet worden gezien als een stimulans voor reders om te overwegen zaken anders aan te pakken. De kredietfaciliteit is opgezet na vele gesprekken met Nederlandse partners uit de publieke en private sector en heeft tot doel de scheepvaartsector te helpen overschakelen naar een groenere toekomst.’

Prioriteit
Deze risicodragende kredietfaciliteit voor de scheepvaartsector is bedoeld voor projecten die de milieuprestaties van transportschepen verbeteren, gemeten naar vermindering van de uitstoot van verontreinigende stoffen en verhoging van de brandstofefficiëntie. Projectvoorstellen moeten worden ingediend bij ING en zijn onderworpen aan diens criteria voor risicoacceptatie.

Isabel Fernandez, hoofd Wholesale Banking bij ING, meldt dat duurzaamheid een belangrijke strategische prioriteit is voor ING. ‘We zijn erg trots dat we met de EIB kunnen samenwerken om onze scheepvaartklanten aan te moedigen na te denken over groenere en duurzamere financieringsmogelijkheden. Met deze overeenkomst ondersteunen wij onze scheepvaartklanten bij het veranderen van hun bedrijfsmodellen, zodat zij op een steeds duurzamere manier de toekomst tegemoet treden. De ondersteuning blijft van kracht gedurende het hele vergroeningsproces.’

Stimuleringsregeling schone binnenvaart in Rotterdam

ROTTERDAM Innovatieve binnenvaartpartijen kunnen een financieel steunverzoek indienen bij de stimuleringsregeling ‘Schone binnenvaart en duurzame logistiek in Rotterdam’ van het Havenbedrijf Rotterdam.

Deze regeling verstrekt bijdragen aan nieuwe projecten die leiden tot reductie van brandstofverbruik, broeikasgassen (CO2, CH4) en luchtemissies (NOx, PM) door de binnenvaart. Aanvragen kunnen tot en met 28 februari 2018 worden ingediend bij het Expertise- en InnovatieCentrum Binnenvaart (EICB).

De Stimuleringsregeling staat open voor aanvragen door ondernemingen, publieksrechtelijke organisaties of combinaties daarvan. De maximale bijdragen zijn 25% voor in aanmerking komende onderzoeksprojecten en 75% voor projecten die zijn gericht op concrete uitvoering van tastbare demonstraties. Initiatiefnemers hebben tot en met 28 februari 2018 de tijd om een voorstel in te dienen.

Vervolgens zal een onafhankelijke Innovatieraad de ingediende voorstellen beoordelen. Rangschikking vindt plaats op basis van het verwachte milieurendement (vermindering brandstofverbruik, broeikasgasemissies en emissies naar de lucht) per in het initiatief geïnvesteerde euro in de regio Rotterdam tot 2025.

Meer informatie over dit project en de aanvraagdocumenten zijn te raadplegen op www.eicb.nl.