Tagarchief: innovatie

CoVadem’s Smart Navigation binnenkort in Periskal en Tresco viewers

AMSTERDAM De Smart Navigation-module van CoVadem is binnenkort beschikbaar voor gebruikers van de Inland ECDIS-viewers van Periskal en Tresco Engineering. Inmiddels zijn de contracten hiervoor getekend. Daarmee komt real time-informatie over waterdiepte op de Waal en Rijn tussen Rotterdam en Bazel beschikbaar in de elektronische vaarkaart en heeft de schipper alles op één scherm. CoVadem breidt het vaargebied de komende jaren stapsgewijs uit.

CoVadem brengt die essentiële informatie in kaart door het ‘varend meetnet’ van meer dan 200 aangesloten schepen. En die informatie is actueel. Schippers ontvangen hiervoor dagelijks aan boord een update van de dieptedata, gebaseerd op de metingen van de schepen die voor hen uit varen. De verwerking in de Inland ECDIS-systemen gebeurt automatisch. In de toekomst komen meerdere updates per dag beschikbaar.

Uitvoerig getest
CoVadem, Periskal en Tresco hebben de afgelopen tijd de koppeling van Smart Navigation met de ECDIS-viewers op meerdere schepen in de praktijk getoetst. ‘Dit is aanvullende, essentiële informatie die eerst niet voorhanden was’, zegt Periskal-directeur Marc Persoons. ‘Diepte-informatie was in feite wel onderdeel van ECDIS, maar het was er nooit van gekomen dat de overheid actuele gegevens beschikbaar stelde. Dankzij de crowdsourcing door CoVadem is die actuele informatie er nu wel. Als schipper wil je tijdens het varen weten waar het echt diep en ondiep is. Niet alleen de theoretische vaargeul en hoe het zou moeten zijn.’

Directeur Jo Jacobs van Tresco spreekt van een innovatie. ‘Het is een verrijking van ons product, een belangrijke toevoeging en er is vraag naar. Dat horen we regelmatig van schippers. In één blik zie je tijdens het varen alle gewenste informatie.’

Smart Navigation is binnenkort voor alle scheepseigenaren beschikbaar als abonnement. Schepen die deelnemen aan de metende CoVadem-vloot krijgen korting. Kijk voor meer informatie en tarieven op www.covadem.com.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

Drone levert pakketje af op mcs Duancis

ROTTERDAM Het containerschip Duancis heeft dit weekeinde aan boord een pakje gekregen dat werd afgeleverd met een drone. De Duancis voer tijdens de aflevering met normale snelheid ter hoogte van het Eiland van Brienenoord.

Het is het tweede deel van een serie pilots van Dutch Drone Delta met delivery drones in de Rotterdamse haven. Eerder dit jaar werd het offshore schip Pioneering Spirit al door een drone beleverd. Het doel van de vluchten is om te kijken of en hoe dronedelivery een bijdrage kan leveren aan nog grotere efficiëntie en een gemakkelijke en klantvriendelijke doorvoer van schepen in de Rotterdamse haven.

Dronedelivery binnenvaart
Een binnenvaartschip is soms maar kort in de haven en heeft dan niet altijd de tijd om de auto van het schip af te zetten om spullen op te halen. Het online bestellen en laten leveren per drone van bijvoorbeeld reserveonderdelen kan dan veel tijd besparen.
Omdat drones niet volledig stil vliegen, onderzoekt de Dutch Drone Delta of het wenselijk is om bepaalde afstanden tot woningen te houden en hoe groot die afstand dan zou moeten zijn. De testen geven bovendien antwoorden op belangrijke vragen van aanbieders van drone-diensten zoals de routes die moeten worden ontwikkeld, hoeveel gewicht de drone moet kunnen vervoeren en hoe drone-vervoer past in de logistieke keten.

Drone-evolutie
Drones zijn sterk in ontwikkeling en kunnen een grote impact hebben op vervoer en transport. De nieuwe Europese regelgeving maakt de weg vrij voor nieuwe toepassingen, waaronder uiteindelijk zelfs autonoom onbemand vracht- en personenvervoer. Hiervoor zullen de komende jaren het luchtruim en de dronetechnologie in stappen gereed gemaakt worden.

De delivery vluchten zijn hierbij een belangrijke eerste stap; een echt pakket wordt afgeleverd en de drone legt hiervoor een grote afstand af. Nu nog met waarnemers, maar in de toekomst geheel buiten het zicht van de piloot. Om veilige en efficiënte dronevluchten buiten het zicht van de piloot te kunnen faciliteren, is een betrouwbaar mobiel netwerk op vlieghoogte nodig. KPN was bij deze vlucht betrokken en heeft de benodigde netwerkmetingen verricht.

CoVadem op STL in Kalkar

AMSTERDAM CoVadem is op 29 en 30 september aanwezig op de beurs Shipping Technics Logistics in Kalkar. Tijdens deze beurs toont CoVadem de module Smart Navigation. De afgelopen weken is deze module uitvoerig getest.

Met de CoVadem Smart Navigation bent u altijd op de hoogte van de juiste diepte rondom uw schip, op het traject Werkendam-Iffersheim. Actuele online gegevens van de metende schepen voor u bieden u het inzicht om uw snelheid en koers aan te passen voor het beste rendement. Bespaar brandstof en zie waar u veilig kunt varen, direct op uw Inland ECDIS viewer.

De Smart Navigation module is toepasbaar met gangbare navigatiesoftware voor de binnenvaart zoals Tresco, Persikal en Stentec en komt naar verwachting half oktober beschikbaar voor alle klanten van CoVadem.

Lezing
CoVadem maakt ook deel uit van de programmering rondom de beurs. Op dinsdag 29 september van 16.15 tot 16.45 uur en op woensdag 30 september 13.15-13.45 uur verzorgt Henk van Laar als mede-oprichter van CoVadem een lezing over de coöperatieve dieptemetingen en big-data technologieën.

U vindt CoVadem op STL Kalkar op de stand van Engel & Meier en Kadlec&Brödlin, standnummer 140.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

Meer samenwerking in slimmer varen

ROTTERDAM Minister Cora van Nieuwenhuizen van Infrastructuur en Waterstaat heeft maandag 21 september het startsein gegeven voor meer samenwerking op het gebied van smart shipping. In de Kooren Terminal in Rotterdam lanceerde zij het Nederlands Forum Smart Shipping. In dit forum gaan marktpartijen, kennisinstellingen en overheden op grote schaal samenwerken aan de implementatie van smart shipping.

De minister sprak van smart shipping als een ‘containerbegrip’. ‘Het gaat over een nieuwe generatie zee- en binnenvaartschepen die duurzamer zijn dan de huidige, over onbemande vaartuigen voor gevaarlijk werk in havens, over geautomatiseerde goederenoverslag. Het gaat over innovaties die de stap naar efficiënter en schoner transport over water nog aantrekkelijker maken. De wereldwijde maritieme koppositie van Nederland is niet vanzelfsprekend. Die zullen we samen moeten verdedigen.’

Slagkracht
De minister nam vanuit een autonoom varend schip het logo van het Nederlands Forum Smart Shipping (SMASH!) aan. Dat droeg ze over aan Rob Verkerk, voorzitter van Nederland Maritiem Land, de organisatie waar het forum straks is gehuisvest. Met de woorden ‘nu het initiatief SMASH!, en dus het forum, niet meer alleen van de overheid is maar van ons allen, is het een uitzonderlijke samenwerking in mijn ogen’ nam hij het logo in ontvangst. ‘We creëren hiermee slagkracht om innovaties op het gebied smart shipping in Nederland te versnellen en zo op dit gebied toonaangevend te worden en te blijven.’

Voorbeelden
Om duidelijk te maken hoe divers de toepassingen van smart shipping zijn waren er vijf verschillende voorbeelden van slimme schepen te zien; de RT Borkum, CityBarge, RPA-3, VO:X Metiri en het ms Auris. Voor de CityBarge, een autonoom vaartuig dat in een pilotproject goederentransport in de binnenstad van Leiden gaat verzorgen was het zelfs de publieke onthulling. De RT Borkum is een sleepschip dat op afstand bestuurd kan worden. Ook experimenteert het momenteel met autonome functies. De varende drone VO:X Metiri wordt onder andere ingezet om bodemmetingen te doen op plekken waar bemande voertuigen niet kunnen komen. De RPA 3 is een patrouillevaartuig van het Havenbedrijf Rotterdam dat ook zonder kapitein kan varen en die onder andere de waterdiepte in de haven in beeld kan brengen. Het ms Auris is een vaartuig van onderzoeksinstelling Marin waarop autonome technieken in praktijk getest worden.

Gezamenlijke ambitie
SMASH! is een initiatief van Nederland Maritiem Land, TKI Maritiem, TKI Dinalog, Ministerie van IenW, NMT, KVNR, EICB, gemeente Rotterdam, Havenbedrijf Rotterdam, Havenbedrijf Amsterdam, Groningen SeaPorts, Maritime Delta, Innovation Quarter, TU Delft en MARIN.

Activiteiten die het forum gaat uitvoeren omvatten onder andere het verenigen van de sector, dit uit zich in een gezamenlijke roadmap, overleg en het samen uitvoeren van projecten.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

Onderzoek naar nut en noodzaak smart shipping

ZOETERMEER Panteia en Ecorys zijn onlangs in een projectteam smart shipping van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat begonnen met onderzoek naar nut en noodzaak van Smart Shipping. De resultaten van het onderzoek worden voor het einde van het jaar verwacht.

Er wordt de laatste jaren veel gesproken over de effecten van smart shipping voor binnenvaart. De verwachte effecten lopen nogal uiteen en zijn divers. Het gaat van nieuwe markten voor scheepsbouwers tot nieuwe mogelijkheden voor transporteurs door veranderende vervoersconcepten. Maar ook de veiligheid op de vaarweg kan verder verbeterd worden en er valt duurzaamheidswinst te behalen. Overigens kan niet alleen het bedrijfsleven baat hebben bij smart shipping. Ook de overheid zal er bij uitvering van taken gebruik van kunnen maken.

Doel van het onderzoek is om antwoord te geven op de vraag welke baten smart shipping kan opleveren voor de ‘BV Nederland’ en welke investeringen daar mogelijk voor nodig zijn. Panteia en Ecorys bepalen de impact van smart shipping voor de scheepsbouwsector, transportsector en de overheid. Veel van de input voor de studie wordt opgehaald bij marktpartijen.

Afgeblazen
Inmiddels heeft de coronacrisis een behoorlijke stempel gedrukt op het doorontwikkelen van smart shipping. Bijeenkomsten over smart shipping zijn de laatste tijd vaak afgeblazen of uitgesteld, en soms raakt de crisis het ontwikkelingswerk dat binnen bedrijven en instellingen wordt verricht direct.

Zo besloot kunstmestproducent Yara als gevolg van Covid-19 pandemie om de verdere ontwikkeling van de Yara Birkeland te pauzeren. Dit schip zou in de nabije toekomst volledig elektrisch en autonoom containers verplaatsen tussen twee fjorden in Noorwegen. De romp van het schip werd in februari 2020 opgeleverd in Roemenië. Het was de bedoeling het schip later dit jaar bemand operationeel te laten varen. Vervolgens zou er stapsgewijs meer autonomie aan boord worden gebracht, waarmee het schip in 2022 volledig autonoom had moeten kunnen varen.

Autonome zeetocht
Gelukkig zijn ondanks de coronacrisis ook nog positieve ontwikkelingen te melden. In september van dit jaar zal één van ’s werelds eerste volledig autonome zeeschepen de Atlantische oceaan oversteken, geheel zonder bemanning. Onderzoeksinstelling Promare organiseert deze autonome reis met het onderzoeksschip MayFlower.

Het Mayflower Autonomous Ship zal gebruik maken van state-of-the-art navigatiesystemen en een nauwkeurig GNSS positioneringssysteem. Bovendien gebruik het schip oceanografische en meteorologische instrumenten, net als een satellietcommunicatiesysteem en LIDAR- en RARD-sensoren. IBM is als technologiepartner verantwoordelijk voor kunstmatige intelligentie die de navigatiekeuzes aan boord moet gaan maken. Zo moet haar technologie in staat zijn om andere schepen, rommel, walvissen en andere gevaren te herkennen met behulp van de camera’s en de andere sensoren.

De tocht staat overigens in het teken van de oversteek van de Mayflower, 400 jaar geleden. De oorspronkelijke Mayflower bracht in het jaar 1620 ruim 100 kolonisten vanuit Plymouth naar de Verenigde Staten. Een deel van de kolonisten die om religieuze redenen wilden emigreren had ook een aantal jaren in Leiden gewoond.

Tips welkom
Denk je waardevolle inzichten te hebben met betrekking tot de toekomst van smart shipping, neem dan contact op met Wouter van der Geest van Panteia, tel.: 079-322 23 76 of e-mail: w.van.der.geest@panteia.nl.

 

Autena past ContainerPlanner aan voor SWINg

NIJMEGEN Autena Marine gaat haar stuwprogramma ContainerPlanner aanpassen voor SWINg. ‘Zo wordt voor de gebruikers van ons stuwprogramma het werken in Vlaanderen eenvoudiger gemaakt’, stelt directeur Desiré Savelkoul van Autena..

SWINg (Single Window for Inland Navigation) wordt een platform waarop schippers en binnenvaartondernemers slechts éénmaal en digitaal de reis-, lading- en scheepsgegevens hoeven te melden binnen Vlaanderen en de Westerschelde. Het platform is een initiatief van North Sea Port, de Vlaamse Waterweg nv, Port of Antwerp, Haven Oostende, de Haven van Zeebrugge, het agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust en het Gemeenschappelijk Nautisch Beheer.

Minder administratie
Momenteel moeten schippers en binnenvaartondernemers bij iedere autoriteit die ze op hun vaarroute tegenkomen telkens (dezelfde) reis-, lading- en scheepsgegevens melden. Via software stuurt de schipper of binnenvaartondernemer vanaf 2021 de gegevens door naar het meldplatform, dat de gegevens automatisch doorstuurt naar de vaar- en havenautoriteiten op de vaarroute van het schip. Het meldplatform en de eigen digitale applicaties van de autoriteiten zijn daarvoor op elkaar afgestemd. De melder hoeft de gegevens dus nog maar eenmaal door te sturen, digitaal.

De uitwisseling van gegevens gebeurt conform de GDPR-wetgeving. Enkel de overheden die op jouw vaarroute liggen, krijgen toegang tot de gegevens die je meldt. Stel dat je bijvoorbeeld van Zeebrugge naar Antwerpen vaart, dan krijgen de haven van Zeebrugge, De Vlaamse Waterweg nv en de haven van Antwerpen de gegevens.

Geen nieuwe software nodig
Om met SWINg te kunnen werken hoef je geen nieuwe meldsoftware aan boord te halen. De bestaande softwarepakketten worden compatibel gemaakt aan SWINg. Dit betekent dat de meldsoftware die je gebruikt info kan ontvangen van en doorsturen naar SWINg.

Via het SWINg-label kan je herkennen of de meldsoftware compatibel is. Naast Autena met ContainerPlanner hebben ook Vemasys, Navigis, Periskal Inland ECDIS Viewer en UAB-Online aangegeven de software te willen aanpassen.

Vanaf 1 januari 2021 zal het voor schepen die gevaarlijke goederen en stoffen vervoeren verplicht zijn om gegevens digitaal te melden. Later wordt deze verplichting uitgebreid naar andere schepen. Als je nu nog niet digitaal meldt, wordt aangeraden om software aan boord te halen, zodat je kan overstappen naar digitale meldingen. Het maakt het meldproces een stuk eenvoudiger.

Voordelen
De initiatiefnemers van SWINg hebben een aantal voordelen van het meldsysteem op een rijtje gezet. ‘Dankzij SWINg zullen schippers en binnenvaartondernemers niet meer aan wal moeten gaan om reis- en ladinggegevens te melden. En omdat ze hun gegevens nog maar één keer moeten doorgeven zijn ze ook minder afgeleid, wat opnieuw de veiligheid op het water ten goede komt. Omdat we een beter verkeersbeeld hebben met SWINg, kunnen we ook de risico’s op voorhand beperken. Denk aan het vermijden van niet-compatibele goederen in een sluis of moeilijk passagegebied. Als er toch een ongeval gebeurt, kunnen we sneller en efficiënter ingrijpen, omdat we meer informatie hebben over het schip en de lading.’

SWINg zorgt er volgens de initiatiefnemers verder voor dat de kwaliteit van de melding stijgt. ‘Er is geen verlies van informatie, wat je wel kunt hebben bij mondelinge communicatie. Daardoor moeten er minder gegevens gecorrigeerd worden. Ook de facturatie zal daardoor juister verlopen. Ook dalen de wachttijden aan bruggen en sluizen. Met SWINg kan je bovendien jouw traject beter plannen. Hierdoor is er minder oponthoud aan kunstwerken, waardoor je zuiniger (dus goedkoper) en ecologischer (want minder uitstoot) kan varen.’

Varen op waterstof kent nog vele uitdagingen

ROTTERDAM Hoewel de binnenvaart en de short sea de eerste voorzichtige stappen zetten naar een volledig emissievrije aandrijving via waterstof, kent het varen op waterstof nog grote uitdagingen die moeten worden geslecht voordat een brede toepassing in Nederland mogelijk is. Een en ander blijkt uit een inventariserend onderzoek, dat het Expertise en InnovatieCentrum Binnenvaart (EICB) in opdracht van de ministeries Economische Zaken en Klimaat en Infrastructuur en Waterstaat heeft uitgevoerd.

Er zijn in Nederland ongeveer 20 innovatieve projecten op het gebied van het varen op waterstof gaande. De eerste concrete demonstratieschepen met waterstofaandrijving komen naar verwachting in 2021 in de vaart. Maar een versnelde toename van het aantal schepen op waterstof kan alleen slagen als de economische, infrastructurele en technische vraagstukken worden opgelost. Zonder een aanzienlijke opschaling aan de aanbodkant, en daarmee: een forse kostenreductie voor waterstof, wordt de afname van waterstof niet snel aantrekkelijk. Daarnaast is het essentieel om een goed veiligheidskader te ontwikkelen.

Demonstratieprojecten
Essentieel voor de invoering van waterstof als brandstof voor de binnenvaart en short sea is volgens het EICB het ervaring opdoen via succesvolle demonstratieprojecten. Daardoor moet meer vertrouwen bij de ondernemers in de binnenvaart ontstaan om de switch naar de waterstofelektrische aandrijving te maken. Daarbij is het ook belangrijk dat er in de markt een ‘preferentie energiedrager’ ontstaat. Op dit moment is de variatie aan waterstofenergiedragers nog groot zoals gasvormig, vloeibaar, of gebonden in vloeibare of poedervormige dragers.

Kostbaar
Over het algemeen is de toepassing van waterstof volgens het EICB nog een kostbare aangelegenheid. Naarmate de techniek en de markt zich verder ontwikkelen, zal er richting 2030 mogelijk een gunstiger perspectief ontstaan op een kosteneffectieve toepassing. Uit het rapport blijkt dat individuele schippers niet alleen voor grote investeringsopgaven staan, maar ook nog onzekerheden kennen waar het gaat om bunkerinfrastructuur en internationale regelgeving. EICB breekt een lans voor een meer collectieve aanpak, bijvoorbeeld per corridor.

Medewerking gevraagd
Als inderdaad wordt gekozen om waterstoftoepassing in binnenvaart en short sea verder te stimuleren, kunnen volgens het EICB door middel van de ‘handelingsperspectieven’ stappen worden gezet naar een verdere uitrol van waterstof in de sector. ‘Belangrijk om te beseffen is dat de overheid in deze ontwikkelopgave voornamelijk een coördinerende en faciliterende rol heeft en niet succesvol kan zijn zonder medewerking van verladers, brandstofleveranciers en het bankwezen. Daarnaast spelen regionale overheden en havenbedrijven een vitale ondersteunende rol.’

Het EICB heeft de volgende handelingsperspectieven geïdentificeerd:

1. Faciliteren van basisinfrastructuur
Opbouw van een basale infrastructuur van bunkerlocaties waar schepen waterstof aan boord kunnen nemen. Belangrijkste partij hierin zijn de brandstofleveranciers, maar ook overheden, havenbedrijven en bankwezen spelen hierbij een duidelijke en significante rol.

2. Financieel stimuleren
Het bundelen van stimuleringskracht om scheepseigenaren te compenseren voor de hoge investeringskosten en de permanent hoge operationele kosten van waterstofaandrijving. Verladers hebben een grote rol bij het compenseren voor gestegen operationele kosten. Ondersteuning bij het dragen van investeringskosten ligt bij overheden (via innovatiebeleid), bankwezen en in mindere mate verladers.

3. Normeren
Het versnellen en toegankelijk maken van het juridische proces om toestemming te krijgen voor varen op waterstof. Waarschijnlijk is ook het aanpassen van regelgeving noodzakelijk, uiteraard onder de stringente voorwaarden die vanuit het veiligheidskader worden gesteld. Daarnaast kan standaardisering het makkelijker maken voor leveranciers van technische oplossingen voor waterstofaandrijving om schaalvergroting te bereiken. Hier ligt een rol voor overheden, klasse bureaus en havenbedrijven.

4. Gecoördineerde aanpak
Het combineren van bovenstaande acties onder één gecoördineerde aanpak, gericht op het met waterstof verduurzamen van een bepaalde corridor of regio. Dit resulteert in een proeftuin waar de belemmeringen bij externe pijlers van tevoren worden opgelost. Scheepseigenaren richten zich alleen nog op de directe toepassing van waterstof aan boord. Het inrichten van zo’n gecoördineerde aanpak kan onder impuls van de overheid, maar ook andere sterke partners (zoals: grote verladers of energieleveranciers) kunnen hierin het voortouw nemen.

5. Community building
Als ondersteuning bij bovenstaande punten is een overlegstructuur tussen de sector, verladers, het bankwezen, de waterstofindustrie, havenbedrijven en overheden een waardevolle fundering. Dit biedt partijen een gestructureerde omgeving om informatie uit te wisselen en te bouwen aan een gezamenlijke aanpak.

150 schepen in 2030
De ontwikkeling van waterstofelektrische aandrijving biedt naast het aanbieden van batterijelektrische energie voor de binnenvaart een tweede emissievrije oplossing. Het kabinet streeft in 2030 naar tenminste 150 volledig ‘zero emissie’ schepen in de vaart, op een totale vloot van circa 5.500 binnenvaartschepen.

Het kabinet zet ook stevig in op de ontwikkeling van waterstof als energiedrager. Eind maart publiceerde minister Wiebes de Kabinetsvisie Waterstof. Daarin wordt ook genoemd dat de toepassing van waterstof in de sector mobiliteit, en daarbinnen vooral het zwaardere vervoer, waaronder de binnenvaart, een belangrijke impuls kan geven aan het ontwikkelen van de markt voor waterstof als energiedrager.

Download het complete rapport

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

CoVadem integreert actuele diepte in elektronische kaart

AMSTERDAM Binnenvaartondernemers kunnen binnen enkele weken voor net geen 100 euro per maand tijdens het varen de actuele dieptegegevens van de rivier op hun elektronische vaarkaart zien. Deze zogenoemde Smart Navigation van CoVadem is straks voor elke schipper verkrijgbaar. Lid zijn van het metende netwerk van CoVadem is geen vereiste om gebruik te kunnen maken van Smart Navigation.

CoVadem brengt actuele waterdiepten in kaart door een ‘varend meetnet’ van schepen te combineren met slimme big-datatechnieken. De CoVadem-box leest hiervoor de bestaande sensoren zoals het echolood, beladingsmeter, GPS en brandstofverbruikmeters aan boord uit. Uit de metingen wordt de gemeten kielspeling omgerekend naar een actuele waterdiepte. De informatie verzamelt CoVadem en wordt vervolgens centraal verwerkt, geanalyseerd en verrijkt. Dat gebeurt inmiddels al voor de route van Rotterdam naar Bazel. Volgens CoVadem kunnen schippers met de kennis van de waterdiepte varen, afladen en zo het brandstofverbruik naar beneden brengen. Inmiddels bestaat de CoVadem vloot uit 140 metende schepen.

Directeur Meeuwis van Wirdum van CoVadem zegt druk bezig te zijn met de laatste voorbereidingen zodat Smart Navigation eind juni beschikbaar is. (Foto CoVadem)

Eind juni
De noodzakelijke input voor Smart Navigation komt uit de verzameling gegevens van de metende schepen uit de CoVadem-vloot. De informatie in de elektronische kaart komt allereerst beschikbaar voor de Waal. ‘Na de zomer brengen we de hele Rijn in beeld met deze waterdieptekaart’, meldt directeur Meeuwis van Wirdum van CoVadem. ‘We zijn druk bezig met de laatste voorbereidingen. Ook overleggen we met de aanbieders van ECDIS Viewers over hoe we Smart Navigation het beste in hun systemen aan boord kunnen integreren. De bedoeling is dat deze functie voor de gebruikelijke ECDIS leveranciers voorhanden komt zoals Tresco, Periskal, Stentec en Innovative Navigation.’

CoVadem is al geruime tijd bezig om de dieptegegevens in de elektronische kaarten te implementeren. ‘Een jaar geleden gaven we de toekomstige gebruikers al een voorproefje van deze innovatie. Op Maritime Industry in Gorinchem konden schippers zien hoe de actuele waterdiepte van de rivier gepresenteerd wordt op de ECDIS-kaart. Naar verwachting kunnen we eind juni de eerste klanten voorzien van dit hulpmiddel bij de navigatie.’

Kosten
Smart Navigation is straks voor elke binnenvaartondernemer verkrijgbaar. Ze hoeven dus niet mee te doen aan het metende netwerk van schepen van CoVadem. Binnenvaartondernemers die deelnemen aan de metende CoVadem-vloot krijgen wel korting. Zij gaan 99 euro per maand betalen voor Smart Navigation. Niet metende schepen betalen 119 euro per maand. Voor betalingen per jaar geldt een korting van 7,5% op deze prijzen.

CoVadem gaat Smart Navigation gefaseerd uitrollen. ‘Met de eerste groep gebruikers willen we evalueren wat hun ervaringen zijn, hoe ze de informatie over waterdieptes tijdens de vaart gebruiken en of ze suggesties ter verbetering hebben. Die kennis, ervaringen en ideeën zullen we vervolgens verwerken waarna we de beschikbaarheid snel zullen uitbreiden naar meer gebruikers en meer vaarwegen.’

Corona protocol
De opschaling van het aantal metende schepen heeft als gevolg van de coronacrisis wel vertraging opgelopen. Het CoVadem team kan nu veel minder makkelijk bij binnenvaartondernemers aan boord komen. Daarom is sinds kort een coronaprotocol opgesteld zodat de installatie veilig en verantwoord kan worden uitgevoerd. ‘Onze medewerkers blijven thuis als ze (milde) verkoudheidsklachten hebben. Zo willen we waarborgen dat ze, als ze weer helemaal beter zijn, het coronavirus niet mee kunnen nemen aan boord. De engineer reist alleen en werkt aan boord volledig alleen. Hij betreedt uitsluitend de ruimtes die nodig zijn voor het uitvoeren van zijn werkzaamheden. Bij voorkeur zijn er geen bemanningsleden in de ruimte aanwezig. Hij is de enige die het gereedschap en alle apparatuur, zoals telefoon en notebook, gebruikt en aanraakt. Wij stellen de installatie uit als aan boord mogelijk personen zijn met gezondheidsklachten die op COVID-19 zouden kunnen duiden.’

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

Nijmegen krijgt Energie Transhipment Hub

NIJMEGEN Op het terrein van de voormalige Gelderland centrale aan de Waal in Nijmegen komt een duurzame (snel)laadmogelijkheid voor accucontainers voor binnenvaartschepen. Deze containers wordt geladen met zon- en windenergie. Vervolgens worden ze gebruikt om een elektrisch aangedreven binnenvaartschip van stroom te voorzien.

Het project E-T Hub ontwikkelt en test een kleine , duurzame en vernieuwende snellaadmanier voor binnenvaartschepen op het terrein van de voormalige Gelderland centrale aan de Waal in Nijmegen. Deze E-T Hub combineert het opladen van mobiele energiecontainers met het verminderen van piekbelasting op het elektriciteitsnet. Dat betekent dat zoveel mogelijk overschotten van zon- en windenergie, die niet op net elektriciteitsnetwerk terecht kunnen vanwege capaciteitsproblemen van dat netwerk, gebruikt worden voor het opladen van deze mobiele batterijcontainers. Deze batterijen kunnen worden gebruikt in de transportsector en bij festivals en bouwprojecten.

Consortium
Het consortium dat samenwerkt in E-T Hub bestaat uit: ENGIE (Nijmegen), BCTN (Nijmegen), eL-Tec (Hattem), Tharsis (Delfzijl) en de gemeente Nijmegen. Met een eigen bijdrage van deze partners wordt ruim 4,1 miljoen in het project geïnvesteerd.
Het project ‘Energie Transhipment Hub Nijmegen (E-T Hub)’ ontvangt hiervoor een bijdrage van 1,6 miljoen uit het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO). Dat wil zeggen 1,2 miljoen uit Europa aangevuld met cofinanciering van 4 ton uit Gelderland.

Stikstofmaatregelen
Met de opgedane kennis en ervaring wordt een model ontwikkeld voor opschaling van de Energie-Transhipment Hub. Ook worden concepten uitgewerkt om de laadinfrastructuur aan andere toepassingen en transportsegmenten te koppelen, zoals vrachtwagens, heftrucks en mogelijk OV-bussen. Daarnaast wordt voorgesorteerd op het opwekken en tanken van waterstof voor schepen en voertuigen.

Met al deze ontwikkelingen, wordt een bijdrage geleverd aan het terugdringen van de CO2- en Stikstof uitstoot. Het levert dan ook een bijdrage aan de Gelderse stikstofaanpak. De schepen op de Waal stoten meer stikstof uit dan een gemiddelde provinciale weg. Daarom dringt Provincie Gelderland aan op verduurzaming van de binnenvaart en heeft de provincie het Rijk gevraagd hierin te investeren.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

RWS vaartuigen meten vaardieptes voor CoVadem

AMSTERDAM Rijkswaterstaat gaat met ruim 20 patrouillevaartuigen vaardieptes meten voor CoVadem. Daarvoor ondertekenden Nancy Scheijven, directeur Scheepvaartverkeer- en Watermanagement bij Rijkswaterstaat, en CoVadem directeur Meeuwis van Wirdum onlangs de overeenkomst.

CoVadem maakt ‘varen met voorkennis’ mogelijk. De naam is afkomstig van ‘coöperatieve vaardieptemetingen’ en brengt actuele waterdiepten in kaart door een ‘varend meetnet’ van schepen te combineren met slimme big data-technieken. Daarmee weet een abonnee exact wat de waterdiepte is over zijn gehele vaarroute. Op basis van die informatie kan hij beslissen wat de optimale hoeveelheid lading is die hij deze reis kan vervoeren. Daarnaast vergroot het de veiligheid, kan er zuiniger gevaren worden en gaat het rendement omhoog.

Data teruggeven
De eerste RWS schepen zijn inmiddels al uitgerust met een CoVadem-Box die de gegevens van de dieptemeter aan boord doorstuurt naar het platform. Zo dragen ze bij aan het verzamelen van actuele en betrouwbare informatie over de diepte van vaarwegen, waarmee aangesloten scheepseigenaren hun voordeel kunnen doen.
CoVadem en RWS gaan samen kijken hoe de data slim kan worden teruggegeven aan Rijkswaterstaat. Scheijven juicht de vernieuwing en doorontwikkeling toe. ‘Varen gebeurt grotendeels op ervaring. Maar de techniek gaat verder en die kun je op meerdere manieren benutten. Door de dieptedata te verzamelen en die te verrijken komt meer informatie beschikbaar.’

Doelmatiger inzetten
Ook voor Rijkswaterstaat zelf kan die informatie nuttig zijn. ‘Een van de taken van onze vaartuigen is dieptepeiling en het aan de scheepvaart bekendmaken van de Minst Gepeilde Diepten’, vervolgt Scheijven. ‘Maar bij calamiteiten of drukte door bijvoorbeeld laagwater, is dat een taak die er weleens bij in dreigt te schieten. Door de CoVadem-informatie kunnen we schepen en mensen hopelijk beter en doelmatiger inzetten.’
Ook kan met de voortdurende metingen het CoVadem-netwerk het mogelijk maken om vroegtijdig ondieptes te signaleren. ‘Dan kunnen onze vaartuigen daarop inspelen met hun dieptemetingen: bijvoorbeeld door vaker op die locaties te meten. Dan kunnen ze doelmatiger werken.’

250 schepen nodig
CoVadem is een initiatief van Autena Marine, MARIN, Deltares en Bureau Telematica Binnenvaart. Het is ontstaan uit een onderzoeksproject met als doel de binnenvaart beter te maken. Als bedrijf is dat nog steeds de belangrijkste drijfveer. Gebruikmakend van innovatieve technologieën en door het delen van gegevens helpt CoVadem de binnenvaart transformeren naar een meer winstgevende, schonere en efficiëntere vervoersmodaliteit.

Met de ruim 20 vaartuigen van Rijkswaterstaat erbij komt CoVadem inmiddels boven de 130 deelnemende schepen uit. Om voldoende data te verzamelen zijn 250 schepen nodig. ‘De doelstelling is altijd geweest dat we eind dit jaar op dat aantal zitten’, vertelt Van Wirdum. ‘Dat gaan we halen. We zijn op dit moment in gesprek over circa 100 schepen, waarvan er naar schatting zeker 90 mee gaan doen. We zijn dus hard op weg.’

Kosteloos aansluiten
CoVadem wil de vloot van metende schepen graag verder uitbreiden. ‘Daarom hebben we op dit moment een aanbieding: schepen kunnen kosteloos aansluiten op ons netwerk, met allerlei voordelen’, meldt Van Wirdum. ‘In ruil vragen we dat het schip tenminste drie jaar zijn metingen met ons deelt.’

Scheepseigenaren die interesse hebben, kunnen voor meer informatie contact opnemen met CoVadem: Bel (088) 268 23 00 of vul uw gegevens in op www.covadem.com.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.