Tagarchief: innovatie

Varen op waterstof kent nog vele uitdagingen

ROTTERDAM Hoewel de binnenvaart en de short sea de eerste voorzichtige stappen zetten naar een volledig emissievrije aandrijving via waterstof, kent het varen op waterstof nog grote uitdagingen die moeten worden geslecht voordat een brede toepassing in Nederland mogelijk is. Een en ander blijkt uit een inventariserend onderzoek, dat het Expertise en InnovatieCentrum Binnenvaart (EICB) in opdracht van de ministeries Economische Zaken en Klimaat en Infrastructuur en Waterstaat heeft uitgevoerd.

Er zijn in Nederland ongeveer 20 innovatieve projecten op het gebied van het varen op waterstof gaande. De eerste concrete demonstratieschepen met waterstofaandrijving komen naar verwachting in 2021 in de vaart. Maar een versnelde toename van het aantal schepen op waterstof kan alleen slagen als de economische, infrastructurele en technische vraagstukken worden opgelost. Zonder een aanzienlijke opschaling aan de aanbodkant, en daarmee: een forse kostenreductie voor waterstof, wordt de afname van waterstof niet snel aantrekkelijk. Daarnaast is het essentieel om een goed veiligheidskader te ontwikkelen.

Demonstratieprojecten
Essentieel voor de invoering van waterstof als brandstof voor de binnenvaart en short sea is volgens het EICB het ervaring opdoen via succesvolle demonstratieprojecten. Daardoor moet meer vertrouwen bij de ondernemers in de binnenvaart ontstaan om de switch naar de waterstofelektrische aandrijving te maken. Daarbij is het ook belangrijk dat er in de markt een ‘preferentie energiedrager’ ontstaat. Op dit moment is de variatie aan waterstofenergiedragers nog groot zoals gasvormig, vloeibaar, of gebonden in vloeibare of poedervormige dragers.

Kostbaar
Over het algemeen is de toepassing van waterstof volgens het EICB nog een kostbare aangelegenheid. Naarmate de techniek en de markt zich verder ontwikkelen, zal er richting 2030 mogelijk een gunstiger perspectief ontstaan op een kosteneffectieve toepassing. Uit het rapport blijkt dat individuele schippers niet alleen voor grote investeringsopgaven staan, maar ook nog onzekerheden kennen waar het gaat om bunkerinfrastructuur en internationale regelgeving. EICB breekt een lans voor een meer collectieve aanpak, bijvoorbeeld per corridor.

Medewerking gevraagd
Als inderdaad wordt gekozen om waterstoftoepassing in binnenvaart en short sea verder te stimuleren, kunnen volgens het EICB door middel van de ‘handelingsperspectieven’ stappen worden gezet naar een verdere uitrol van waterstof in de sector. ‘Belangrijk om te beseffen is dat de overheid in deze ontwikkelopgave voornamelijk een coördinerende en faciliterende rol heeft en niet succesvol kan zijn zonder medewerking van verladers, brandstofleveranciers en het bankwezen. Daarnaast spelen regionale overheden en havenbedrijven een vitale ondersteunende rol.’

Het EICB heeft de volgende handelingsperspectieven geïdentificeerd:

1. Faciliteren van basisinfrastructuur
Opbouw van een basale infrastructuur van bunkerlocaties waar schepen waterstof aan boord kunnen nemen. Belangrijkste partij hierin zijn de brandstofleveranciers, maar ook overheden, havenbedrijven en bankwezen spelen hierbij een duidelijke en significante rol.

2. Financieel stimuleren
Het bundelen van stimuleringskracht om scheepseigenaren te compenseren voor de hoge investeringskosten en de permanent hoge operationele kosten van waterstofaandrijving. Verladers hebben een grote rol bij het compenseren voor gestegen operationele kosten. Ondersteuning bij het dragen van investeringskosten ligt bij overheden (via innovatiebeleid), bankwezen en in mindere mate verladers.

3. Normeren
Het versnellen en toegankelijk maken van het juridische proces om toestemming te krijgen voor varen op waterstof. Waarschijnlijk is ook het aanpassen van regelgeving noodzakelijk, uiteraard onder de stringente voorwaarden die vanuit het veiligheidskader worden gesteld. Daarnaast kan standaardisering het makkelijker maken voor leveranciers van technische oplossingen voor waterstofaandrijving om schaalvergroting te bereiken. Hier ligt een rol voor overheden, klasse bureaus en havenbedrijven.

4. Gecoördineerde aanpak
Het combineren van bovenstaande acties onder één gecoördineerde aanpak, gericht op het met waterstof verduurzamen van een bepaalde corridor of regio. Dit resulteert in een proeftuin waar de belemmeringen bij externe pijlers van tevoren worden opgelost. Scheepseigenaren richten zich alleen nog op de directe toepassing van waterstof aan boord. Het inrichten van zo’n gecoördineerde aanpak kan onder impuls van de overheid, maar ook andere sterke partners (zoals: grote verladers of energieleveranciers) kunnen hierin het voortouw nemen.

5. Community building
Als ondersteuning bij bovenstaande punten is een overlegstructuur tussen de sector, verladers, het bankwezen, de waterstofindustrie, havenbedrijven en overheden een waardevolle fundering. Dit biedt partijen een gestructureerde omgeving om informatie uit te wisselen en te bouwen aan een gezamenlijke aanpak.

150 schepen in 2030
De ontwikkeling van waterstofelektrische aandrijving biedt naast het aanbieden van batterijelektrische energie voor de binnenvaart een tweede emissievrije oplossing. Het kabinet streeft in 2030 naar tenminste 150 volledig ‘zero emissie’ schepen in de vaart, op een totale vloot van circa 5.500 binnenvaartschepen.

Het kabinet zet ook stevig in op de ontwikkeling van waterstof als energiedrager. Eind maart publiceerde minister Wiebes de Kabinetsvisie Waterstof. Daarin wordt ook genoemd dat de toepassing van waterstof in de sector mobiliteit, en daarbinnen vooral het zwaardere vervoer, waaronder de binnenvaart, een belangrijke impuls kan geven aan het ontwikkelen van de markt voor waterstof als energiedrager.

Download het complete rapport

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

CoVadem integreert actuele diepte in elektronische kaart

AMSTERDAM Binnenvaartondernemers kunnen binnen enkele weken voor net geen 100 euro per maand tijdens het varen de actuele dieptegegevens van de rivier op hun elektronische vaarkaart zien. Deze zogenoemde Smart Navigation van CoVadem is straks voor elke schipper verkrijgbaar. Lid zijn van het metende netwerk van CoVadem is geen vereiste om gebruik te kunnen maken van Smart Navigation.

CoVadem brengt actuele waterdiepten in kaart door een ‘varend meetnet’ van schepen te combineren met slimme big-datatechnieken. De CoVadem-box leest hiervoor de bestaande sensoren zoals het echolood, beladingsmeter, GPS en brandstofverbruikmeters aan boord uit. Uit de metingen wordt de gemeten kielspeling omgerekend naar een actuele waterdiepte. De informatie verzamelt CoVadem en wordt vervolgens centraal verwerkt, geanalyseerd en verrijkt. Dat gebeurt inmiddels al voor de route van Rotterdam naar Bazel. Volgens CoVadem kunnen schippers met de kennis van de waterdiepte varen, afladen en zo het brandstofverbruik naar beneden brengen. Inmiddels bestaat de CoVadem vloot uit 140 metende schepen.

Directeur Meeuwis van Wirdum van CoVadem zegt druk bezig te zijn met de laatste voorbereidingen zodat Smart Navigation eind juni beschikbaar is. (Foto CoVadem)

Eind juni
De noodzakelijke input voor Smart Navigation komt uit de verzameling gegevens van de metende schepen uit de CoVadem-vloot. De informatie in de elektronische kaart komt allereerst beschikbaar voor de Waal. ‘Na de zomer brengen we de hele Rijn in beeld met deze waterdieptekaart’, meldt directeur Meeuwis van Wirdum van CoVadem. ‘We zijn druk bezig met de laatste voorbereidingen. Ook overleggen we met de aanbieders van ECDIS Viewers over hoe we Smart Navigation het beste in hun systemen aan boord kunnen integreren. De bedoeling is dat deze functie voor de gebruikelijke ECDIS leveranciers voorhanden komt zoals Tresco, Periskal, Stentec en Innovative Navigation.’

CoVadem is al geruime tijd bezig om de dieptegegevens in de elektronische kaarten te implementeren. ‘Een jaar geleden gaven we de toekomstige gebruikers al een voorproefje van deze innovatie. Op Maritime Industry in Gorinchem konden schippers zien hoe de actuele waterdiepte van de rivier gepresenteerd wordt op de ECDIS-kaart. Naar verwachting kunnen we eind juni de eerste klanten voorzien van dit hulpmiddel bij de navigatie.’

Kosten
Smart Navigation is straks voor elke binnenvaartondernemer verkrijgbaar. Ze hoeven dus niet mee te doen aan het metende netwerk van schepen van CoVadem. Binnenvaartondernemers die deelnemen aan de metende CoVadem-vloot krijgen wel korting. Zij gaan 99 euro per maand betalen voor Smart Navigation. Niet metende schepen betalen 119 euro per maand. Voor betalingen per jaar geldt een korting van 7,5% op deze prijzen.

CoVadem gaat Smart Navigation gefaseerd uitrollen. ‘Met de eerste groep gebruikers willen we evalueren wat hun ervaringen zijn, hoe ze de informatie over waterdieptes tijdens de vaart gebruiken en of ze suggesties ter verbetering hebben. Die kennis, ervaringen en ideeën zullen we vervolgens verwerken waarna we de beschikbaarheid snel zullen uitbreiden naar meer gebruikers en meer vaarwegen.’

Corona protocol
De opschaling van het aantal metende schepen heeft als gevolg van de coronacrisis wel vertraging opgelopen. Het CoVadem team kan nu veel minder makkelijk bij binnenvaartondernemers aan boord komen. Daarom is sinds kort een coronaprotocol opgesteld zodat de installatie veilig en verantwoord kan worden uitgevoerd. ‘Onze medewerkers blijven thuis als ze (milde) verkoudheidsklachten hebben. Zo willen we waarborgen dat ze, als ze weer helemaal beter zijn, het coronavirus niet mee kunnen nemen aan boord. De engineer reist alleen en werkt aan boord volledig alleen. Hij betreedt uitsluitend de ruimtes die nodig zijn voor het uitvoeren van zijn werkzaamheden. Bij voorkeur zijn er geen bemanningsleden in de ruimte aanwezig. Hij is de enige die het gereedschap en alle apparatuur, zoals telefoon en notebook, gebruikt en aanraakt. Wij stellen de installatie uit als aan boord mogelijk personen zijn met gezondheidsklachten die op COVID-19 zouden kunnen duiden.’

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

Nijmegen krijgt Energie Transhipment Hub

NIJMEGEN Op het terrein van de voormalige Gelderland centrale aan de Waal in Nijmegen komt een duurzame (snel)laadmogelijkheid voor accucontainers voor binnenvaartschepen. Deze containers wordt geladen met zon- en windenergie. Vervolgens worden ze gebruikt om een elektrisch aangedreven binnenvaartschip van stroom te voorzien.

Het project E-T Hub ontwikkelt en test een kleine , duurzame en vernieuwende snellaadmanier voor binnenvaartschepen op het terrein van de voormalige Gelderland centrale aan de Waal in Nijmegen. Deze E-T Hub combineert het opladen van mobiele energiecontainers met het verminderen van piekbelasting op het elektriciteitsnet. Dat betekent dat zoveel mogelijk overschotten van zon- en windenergie, die niet op net elektriciteitsnetwerk terecht kunnen vanwege capaciteitsproblemen van dat netwerk, gebruikt worden voor het opladen van deze mobiele batterijcontainers. Deze batterijen kunnen worden gebruikt in de transportsector en bij festivals en bouwprojecten.

Consortium
Het consortium dat samenwerkt in E-T Hub bestaat uit: ENGIE (Nijmegen), BCTN (Nijmegen), eL-Tec (Hattem), Tharsis (Delfzijl) en de gemeente Nijmegen. Met een eigen bijdrage van deze partners wordt ruim 4,1 miljoen in het project geïnvesteerd.
Het project ‘Energie Transhipment Hub Nijmegen (E-T Hub)’ ontvangt hiervoor een bijdrage van 1,6 miljoen uit het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO). Dat wil zeggen 1,2 miljoen uit Europa aangevuld met cofinanciering van 4 ton uit Gelderland.

Stikstofmaatregelen
Met de opgedane kennis en ervaring wordt een model ontwikkeld voor opschaling van de Energie-Transhipment Hub. Ook worden concepten uitgewerkt om de laadinfrastructuur aan andere toepassingen en transportsegmenten te koppelen, zoals vrachtwagens, heftrucks en mogelijk OV-bussen. Daarnaast wordt voorgesorteerd op het opwekken en tanken van waterstof voor schepen en voertuigen.

Met al deze ontwikkelingen, wordt een bijdrage geleverd aan het terugdringen van de CO2- en Stikstof uitstoot. Het levert dan ook een bijdrage aan de Gelderse stikstofaanpak. De schepen op de Waal stoten meer stikstof uit dan een gemiddelde provinciale weg. Daarom dringt Provincie Gelderland aan op verduurzaming van de binnenvaart en heeft de provincie het Rijk gevraagd hierin te investeren.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

RWS vaartuigen meten vaardieptes voor CoVadem

AMSTERDAM Rijkswaterstaat gaat met ruim 20 patrouillevaartuigen vaardieptes meten voor CoVadem. Daarvoor ondertekenden Nancy Scheijven, directeur Scheepvaartverkeer- en Watermanagement bij Rijkswaterstaat, en CoVadem directeur Meeuwis van Wirdum onlangs de overeenkomst.

CoVadem maakt ‘varen met voorkennis’ mogelijk. De naam is afkomstig van ‘coöperatieve vaardieptemetingen’ en brengt actuele waterdiepten in kaart door een ‘varend meetnet’ van schepen te combineren met slimme big data-technieken. Daarmee weet een abonnee exact wat de waterdiepte is over zijn gehele vaarroute. Op basis van die informatie kan hij beslissen wat de optimale hoeveelheid lading is die hij deze reis kan vervoeren. Daarnaast vergroot het de veiligheid, kan er zuiniger gevaren worden en gaat het rendement omhoog.

Data teruggeven
De eerste RWS schepen zijn inmiddels al uitgerust met een CoVadem-Box die de gegevens van de dieptemeter aan boord doorstuurt naar het platform. Zo dragen ze bij aan het verzamelen van actuele en betrouwbare informatie over de diepte van vaarwegen, waarmee aangesloten scheepseigenaren hun voordeel kunnen doen.
CoVadem en RWS gaan samen kijken hoe de data slim kan worden teruggegeven aan Rijkswaterstaat. Scheijven juicht de vernieuwing en doorontwikkeling toe. ‘Varen gebeurt grotendeels op ervaring. Maar de techniek gaat verder en die kun je op meerdere manieren benutten. Door de dieptedata te verzamelen en die te verrijken komt meer informatie beschikbaar.’

Doelmatiger inzetten
Ook voor Rijkswaterstaat zelf kan die informatie nuttig zijn. ‘Een van de taken van onze vaartuigen is dieptepeiling en het aan de scheepvaart bekendmaken van de Minst Gepeilde Diepten’, vervolgt Scheijven. ‘Maar bij calamiteiten of drukte door bijvoorbeeld laagwater, is dat een taak die er weleens bij in dreigt te schieten. Door de CoVadem-informatie kunnen we schepen en mensen hopelijk beter en doelmatiger inzetten.’
Ook kan met de voortdurende metingen het CoVadem-netwerk het mogelijk maken om vroegtijdig ondieptes te signaleren. ‘Dan kunnen onze vaartuigen daarop inspelen met hun dieptemetingen: bijvoorbeeld door vaker op die locaties te meten. Dan kunnen ze doelmatiger werken.’

250 schepen nodig
CoVadem is een initiatief van Autena Marine, MARIN, Deltares en Bureau Telematica Binnenvaart. Het is ontstaan uit een onderzoeksproject met als doel de binnenvaart beter te maken. Als bedrijf is dat nog steeds de belangrijkste drijfveer. Gebruikmakend van innovatieve technologieën en door het delen van gegevens helpt CoVadem de binnenvaart transformeren naar een meer winstgevende, schonere en efficiëntere vervoersmodaliteit.

Met de ruim 20 vaartuigen van Rijkswaterstaat erbij komt CoVadem inmiddels boven de 130 deelnemende schepen uit. Om voldoende data te verzamelen zijn 250 schepen nodig. ‘De doelstelling is altijd geweest dat we eind dit jaar op dat aantal zitten’, vertelt Van Wirdum. ‘Dat gaan we halen. We zijn op dit moment in gesprek over circa 100 schepen, waarvan er naar schatting zeker 90 mee gaan doen. We zijn dus hard op weg.’

Kosteloos aansluiten
CoVadem wil de vloot van metende schepen graag verder uitbreiden. ‘Daarom hebben we op dit moment een aanbieding: schepen kunnen kosteloos aansluiten op ons netwerk, met allerlei voordelen’, meldt Van Wirdum. ‘In ruil vragen we dat het schip tenminste drie jaar zijn metingen met ons deelt.’

Scheepseigenaren die interesse hebben, kunnen voor meer informatie contact opnemen met CoVadem: Bel (088) 268 23 00 of vul uw gegevens in op www.covadem.com.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

 

EU miljoenen voor 3D-metaalprinten

ROTTERDAM Fieldlab RAMLAB heeft van Europa tien miljoen euro gekregen voor de doorontwikkeling van de zogenoemde WAAM-technologie. Deze technologie gebruikt lastechniek om 3D metaal te kunnen printen. Met de miljoenen wil het RAMLAB samen met 20 Europese partners de toepassing van de techniek stimuleren.

Fieldlab RAMLAB krijgt de miljoenen voor hun Grade2XL-project. In dit project wordt Wire Arc Additive Manufacturing (WAAM) doorontwikkeld. Volgens Fieldlab RAMLAB is WAAM een ‘snelle en hoogwaardige methode voor 3D-metaalprinten doorontwikkeld’. ‘Met Grade2XL krijgen we de kans om WAAM nog sneller op de markt te brengen en ook toepasbaar te maken voor het MKB’, vertelt managing director Vincent Wegener van RAMLAB. ‘Het project maakt het mogelijk om op industriële schaal metalen producten te printen waarvan de samenstelling en materiaaleigenschappen op iedere plek geoptimaliseerd zijn voor de toepassing. De excellente beheersing van de procescondities maakt het ook mogelijk de producten te certificeren zonder verdere testen. Deze ontwikkelingen zijn revolutionair in de metaalverwerkende industrie.’

Grootschalige impact
In Grade2XL werken 21 partners uit verschillende Europese landen samen. Uit Nederland participeren naast RAMLAB de Zuid-Hollandse organisaties M2i (Stichting Materials Innovation Institute), TU Delft en Valk Welding. M2i is de initiator en coördinator van het project. Zij vertalen inzichten uit het materiaalonderzoek naar kansen voor nieuwe WAAM producten. Voor Valk Welding levert het project een nieuwe potentiële afzetmarkt op voor WAAM systemen en cursussen. De TU Delft levert naar verwachting een tiental publicaties op over deze nieuwe technologie en de toepassing ervan.

Van de miljoenen die Fieldlab RAMLAB krijgt, komt 80% uit het Horizon 2020 programma. Horizon 2020 is het grootste programma voor onderzoek en innovatie ooit van de EU. Het is bedoeld om doorbraken, ontdekkingen en wereldpremières uit de laboratoriumomgeving te halen en op de markt te brengen. Het project moet voor de Europese deelnemers een aanzienlijke kostenreductie opleveren, de CO2 uitstoot verminderen en 300 banen opleveren.

Schroef
Ongeveer twee jaar geleden presenteerde Damen Shipyards in Gorinchem de eerste gecertificeerde 3D geprinte scheepsschroef ter wereld. Deze zogenoemde WAAMpeller heeft een diameter van 1,35 meter en een gewicht van 200 kilo. De schroef werd met behulp van de WAAM-technologie ‘geprint’ en is ontwikkeld door een consortium van Damen Shipyards, RAMLAB, Promarin, Autodesk en Bureau Veritas.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

 

Boxinsider laat zien waar container is

ROTTERDAM Het Havenbedrijf Rotterdam heeft de applicatie ‘Boxinsider’ gelanceerd zodat verladers en expediteurs elk moment zien waar hun containers zich bevinden. Dit is niet alleen veel betrouwbaarder dan de tot nu toe toegepaste werkwijze, maar ook nog eens veel gebruiksvriendelijker en efficiënter dan het zelf achterhalen van informatie via allerlei bronnen.

‘Als ik online een boek bestel kan ik vrijwel ‘live’ volgen waar het pakketje zich bevindt’, licht president-directeur Allard Castelein toe. ‘Met Boxinsider presenteren we nu ook voor containers zo’n oplossing. Door de ontwikkeling van digitale toepassingen maken we onze haven nog efficiënter, veiliger en betrouwbaarder. Oplossingen als Boxinsider zijn daar mooie voorbeelden van en sluiten daarmee naadloos aan op onze ambitie om ’s werelds Smartest Port te zijn.’

Tijdrovend en foutgevoelig
Verladers, expediteurs en andere gebruikers verzamelen nu doorgaans nog handmatig informatie op diverse websites over waar hun containers zich bevinden. Dit is tijdrovend en foutgevoelig en kan tot planningsfouten leiden, met potentieel kostbare consequenties. Met Boxinsider komt aan die praktijk een einde. Op basis van statusinformatie van containerschepen en inland- en deepsea-terminals kunnen containers gevolgd worden voor wat betreft verwachte en werkelijke aankomst- en vertrektijden van schepen en het lossen en het vertrek van de container bij containerterminals. Gebruikers worden gewaarschuwd bij vertragingen en verstoringen.

Overzichtelijk beeld
ABC Logistics uit Poeldijk behoort tot de ‘launching customers’ en ondervindt nu reeds de voordelen van het systeem. ‘Met Boxinsider kunnen we snel en met minimale inspanning een overzichtelijk beeld vormen van de containers die wij bij de verschillende Rotterdamse terminals verwachten’, aldus account manager Remco Verwaal. ‘Het is echt een heel gebruiksvriendelijke applicatie.’
Boxinsider werkt als een stand-alone applicatie, maar kan ook via een koppeling geïntegreerd worden met bestaande systemen.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

‘Containers mogelijk weer van water naar weg’

AMSTERDAM Als de containerbinnenvaart wacht met investeren in duurzame aandrijvingen, dan kan de vrachtwagen een flink deel van de markt overnemen. Dit blijkt uit onderzoek naar de gevolgen van ‘reverse modal shift’ dat de Topsector Logistiek heeft laten doen.

De binnenvaart transporteert nu nog ongeveer een derde van alle containers van en naar de haven van Rotterdam. Naar verwachting blijft de containeroverslag in de Rotterdamse haven de komende decennia groeien. Voor het vervoer van nog veel meer containers bieden de Nederlandse waterwegen ruim voldoende mogelijkheden voor het vervoer van nog veel meer containers. Maar wil de binnenvaart die containers ook daadwerkelijk gaan vervoeren, dan moet er volgens de Topsector Logistiek wel iets veranderen.

In de nacht over de weg
Tijdens en na het jaarcongres van de Topsector Logistiek van 2018 bleek al dat sommige achterlandterminals serieus rekening houden met het scenario dat wegvervoer zo aantrekkelijk wordt dat containervervoer terug naar de weg gaat. Een zogenaamde ‘reverse modal shift’. De redenatie hierbij is dat de innovaties in het wegvervoer wereldwijd worden aangejaagd. Dat leidt volgens de Topsector Logistiek onder meer tot een ‘uitstoot tot vrijwel nul, reductie van personeelskosten door semi-automatisch rijden, platooning en extra lange vrachtwagens met meer capaciteit’. ‘Als wegvervoer veel sneller groener wordt dan de binnenvaart en het prijsverschil afneemt, dan laten bedrijven naar verwachting containers ’s nachts over de weg vervoeren.’

Amper meer congestie
Om de containerbinnenvaart op de langere termijn concurrerend te houden, moet de binnenvaartondernemer daarom investeren in duurzame oplossingen. Want uit het onderzoek van Panteia, TNO en Traimco blijken de nadelen van het vervoer over de weg, kleiner te zijn dan word aangenomen. Zo neemt de congestie op de weg slechts op een paar plekken toe als 70% van de huidige containerstromen van de binnenvaart terug naar de weg zouden gaan. ‘Voor het wegennet als geheel zorgt het nauwelijks voor extra problemen, omdat na het eerste deel van de A15 de verkeersstromen snel splitsen. Lokaal ontstaat wel meer (kans op) filevorming tijdens de spits. Dit is vooral het geval tussen de Maasvlakte en de Ring Rotterdam.
De toename van het vrachtverkeer zorgt volgens het onderzoek voor een relatief beperkte toename van het wegonderhoud. Ook het effect op de verkeersveiligheid is beperkt. ‘Het onderzoek benadrukt daarmee de noodzaak om de concurrentiepositie van de binnenvaart te versterken. Naast uitstootreductie is een naadloze afhandeling van belang.’

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

‘Schip van de toekomst’ op de Wereldhavendagen

ROTTERDAM Tijdens de Wereldhavendagen in Rotterdam wordt het containerbinnenvaartschip Sendo Liner opengesteld voor publiek. De Sendo Liner is het eerste binnenvaartschip dat emissieloos op batterijen kan varen.

De Sendo Liner is een dubbelschroefs containerschip met een geheel nieuw ontwikkeld onderwaterschip. Het schip is volledig geëlektrificeerd en wordt door één van de twee Volvo Penta generatoren (435 kWe elk) en/of het lithium-ion accupakket (560 kWh) van stroom voorzien.

Daarnaast heeft de Sendo Liner 32% minder vermogen nodig, stoot het 40% minder CO2 per vervoerde container uit ten opzichte van een conventioneel schip en is er 8% meer ruimte voor lading. Vanwege de modulaire opbouw zijn aanpassingen eenvoudig te realiseren. Dit zorgt tevens voor een sterke reductie van de onderhoudskosten.

De Sendo Liner maakt onderdeel uit van de binnenvaartpresentatie aan de Westerkade, van het Expertise- en InnovatieCentrum Binnenvaart en het Bureau Voorlichting Binnenvaart en kan op zaterdag 7 en zondag 8 september worden bezocht tussen 10.00 – 18.00 uur.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

Ms Antonie moet binnen enkele jaren op waterstof varen

ROTTERDAM Het ms Antonie van binnenvaartondernemer Harm Lenten moet binnen enkele jaren op groene waterstof gaan varen. Dat is althans de intentie van Lenten, de NPRC en zoutfabriek van Nouryon. De Antonie moet hiermee het eerste binnenvaartschip worden dat geen schadelijke emissies uitstoot.

De bedoeling is dat de Antonie straks zout gaat vervoeren van Nouryon’s zoutfabriek in Delfzijl naar de Botlek in Rotterdam. De groene waterstof wordt lokaal geproduceerd door Nouryon met duurzame elektriciteit. ‘Waterstof als brandstof is nu nog wel duurder dan andere brandstoffen’, vertelt Lenten. ‘Maar naarmate de technologie zich verder ontwikkeld zal dit steeds aantrekkelijker worden en dat maakt deze eerste stap ook zo belangrijk.’

Win-win
De stap is onderdeel van een bredere zogeheten Waterstofcoalitie Binnenvaart waarbij verladers en binnenvaartcoöperaties PTC en NPRC zich inzetten voor het verduurzamen van de vervoersketen. Waterstof is veiliger dan LNG en heeft als emissie geen CO2, maar louter water. Het initiatief maakt onderdeel uit van de ‘Green Deal’ van Minister van Nieuwenhuizen van Infrastructuur en Waterstaat dat vol staat met initiatieven om het transport over water zoveel mogelijk emissievrij te maken. De minister stelt € 15 miljoen beschikbaar voor de binnenvaartsector om innovaties te stimuleren. ‘Zo creëren we de schone brandstof voor vervoer van een deel van onze eigen producten. Een duurzame win-win’, aldus directievoorzitter Knut Schwalenberg van Nouryon Nederland.

Nog duurzamer
De NPRC onderzoekt, in samenwerking met verladers, ook andere alternatieven dan waterstof om binnenschepen te vergroenen, zoals biobrandstoffen, schone verbrandingsmotoren en elektrificatie van schepen. Met een waterstofschip is voor de maritieme wereld een enorme doorbraak in de energietransitie te realiseren. Als de aanstaande proef succesvol is zullen er naar alle waarschijnlijkheid meer schepen op waterstof gaan varen. ‘Dit is de eerste stap naar zero-emissie’, stelt NPRC-directeur Stefan Meeusen. ‘De technologie is er en met zijn drieën hebben we de slagkracht om te laten zien dat het kan; nog duurzamer vervoer over water.’ (Foto NPRC)

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

Onderzoek op negen schepen voor gebruik methanol als brandstof

ROTTERDAM Het projectconsortium Green Maritime Methanol heeft negen schepen geselecteerd voor onderzoek naar de toepassing van hernieuwbare methanol als brandstof. Het zijn zowel nieuwe ontwerpen en nieuwbouwschepen als bestaande schepen van Boskalis, Van Oord, Koninklijke Marine en Wagenborg.

Voor deze schepen wordt onderzocht wat de kosten zijn voor de aanschaf en het gebruik van methanol installaties in vergelijking met het gebruik van laagzwavelige marine diesel.
De schepen variëren in lengte van 40 tot 160 meter, in tonnage van 300 tot 23.000 dwt en in geïnstalleerd vermogen van 1 tot 12 MW. Elk van deze schepen heeft daarbij zijn eigen specifieke vaarprofiel, waardoor inzicht verkregen wordt over de haalbaarheid van methanol voor een bepaald scheepstype met een bijbehorende vaarroute en vaarsnelheden. Naast vrachtschepen wordt er ook gekeken naar ferries, baggervaartuigen en ondersteuningsvaartuigen die vooral in de kustwateren opereren. Voor elk scenario wordt onderzocht welke opties technisch, operationeel en economisch het meest aantrekkelijk zijn.
De partijen verwachten veel van de uitwisseling van de beschikbare kennis binnen het consortium en zien veel mogelijkheden om methanol als duurzame alternatieve brandstof in de maritieme sector in te gaan te zetten.

Partners
Green Maritime Methanol kent inmiddels de volgende partners: BioMCN, Boskalis, Bureau Veritas, C-Job Naval Architects, Damen Shipyards, Defensie Materieel Organisatie, Feadship, Helm Proman, Royal IHC, Koninklijk Instituut voor de Marine (KIM/FMW), Koninklijke Vereniging van Nederlandse Reders (KVNR), Lloyds Register, MARIN, Maritiem Kennis Centrum (MKC), Marine Service Noord (MSN), Methanol Institute, Port of Amsterdam, Port of Rotterdam, Pon Power, TNO, TU Delft, Van Oord, VIV, Wagenborg en Wärtsilä. Het project wordt ondersteund door TKI Maritiem en het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat en duurt tot december 2020.

Meer informatie is beschikbaar op www.greenmaritimemethanol.nl.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.