Tagarchief: economie

Binnenvaart vervoerde in 2019 minder droge bulk

DEN HAAG De binnenvaart vervoerde vorig jaar 6,1% minder droge bulk. Het vervoer van natte bulkgoederen, zoals chemische en aardolieproducten, nam met 10,8% toe. Dat meldt het CBS op basis van nieuwe cijfers over de binnenvaart.

In 2019 daalde het binnenlands vervoer door binnenvaartschepen in vergelijking met een jaar eerder met 1,6%, naar 120 miljoen ton. Het internationaal vervoer steeg met 1,4% tot 241 miljoen ton. Er werden vooral meer goederen vanuit het buitenland naar Nederland vervoerd (+5%). De afvoer vanuit Nederland daalde met 0,2%.

Minder naar Duitsland
De daling in het internationale vervoer door de binnenvaart vanuit Nederland kwam vooral doordat er minder goederen naar Duitsland werden vervoerd. In 2019 daalde dit met 4,9%, naar 71 miljoen ton. Er gingen vooral minder kolen (9,5%) en metaalertsen (9,7%), per binnenvaartschip naar Duitsland. De hoeveelheid kolen die per binnenvaartschip naar Duitsland wordt vervoerd neemt al jaren af. De afgelopen jaren heeft Duitsland meerdere kolencentrales gesloten, waardoor de vraag naar kolen afnam. Werd in 2013 nog ruim 28 miljoen ton aan kolen naar Duitsland verscheept, in 2019 is dit gedaald naar iets meer dan 19 miljoen ton. Ondanks deze daling vormt het vervoer van kolen en metaalertsen met 60% van alle goederen nog steeds de hoofdmoot van de binnenvaart naar Duitsland.

Containers en natte bulk
Het vervoerd gewicht van goederen in containers steeg in 2019 ten opzichte van een jaar eerder met 3,2%. De grootste groei in de binnenvaart werd gerealiseerd in het vervoer van natte bulk, dit steeg vorig jaar met 10,8% naar bijna 123 miljoen ton.

In 2019 vervoerden binnenvaartschepen 99,5 miljoen ton gevaarlijke stoffen, bijna 28% van alle goederen die door de binnenvaart werden vervoerd. Van alle gevaarlijke stoffen die via binnenvaart, weg of spoor worden vervoerd, gaat meer dan 85% per binnenvaartschip. Brandbare vloeistoffen, zoals benzine en diesel, zijn met een aandeel van 73% de meest vervoerde gevaarlijke stoffen in de binnenvaart.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

Tegemoetkoming loonkosten bij omzetdaling

DEN HAAG Bedrijven die vanwege de coronacrisis verwachten dat de omzet met minimaal 20% gaat dalen, kunnen een tegemoetkoming in de loonkosten aanvragen. Afhankelijk van het omzetverlies, is de tegemoetkoming maximaal 90% van de loonsom. De Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkbehoud (NOW) geldt in eerste instantie voor drie maanden.

Via de NOW kunnen ondernemers een substantiële tegemoetkoming krijgen in de loonkosten. Hiermee kunt u werknemers met een vast en met een flexibel contract doorbetalen. U krijgt van UWV een voorschot. Omzetverlies vanaf 1 maart 2020 komt in aanmerking voor tegemoetkoming. De tegemoetkoming kan in ieder geval voor drie maanden aangevraagd worden, met de mogelijkheid tot verlenging met drie maanden. Voor deze verlenging kunnen extra voorwaarden gelden.

Als u NOW aanvraagt bent u verplicht géén ontslag op grond van bedrijfseconomische redenen aan te vragen voor uw werknemers in de periode waarvoor u tegemoetkoming krijgt. Voor aanvragen boven een nader te bepalen omvang van de tegemoetkoming is een accountantsverklaring verplicht.
Ook bij omzetverlies door andere oorzaken dan de uitbraak van het coronavirus kunt u gebruik maken van de NOW-regeling.

Hoogte tegemoetkoming
De hoogte van de tegemoetkoming in de loonkosten is afhankelijk van de omzetdaling.

Voorbeelden:

  • als 100% van de omzet wegvalt, is de tegemoetkoming 90% van de loonsom van een werkgever.
  • als 50% van de omzet wegvalt, is de tegemoetkoming 45% van de loonsom van een werkgever.
  • als 25% van de omzet wegvalt, is de tegemoetkoming 22,5% van de loonsom van de werkgever.

Op basis van uw aanvraag krijgt u van UWV een voorschot van 80% van de verwachte tegemoetkoming. Achteraf wordt vastgesteld wat de werkelijke daling in de omzet was. Bij de definitieve vaststelling van de tegemoetkoming vindt nog een correctie plaats als er sprake is geweest van een daling van de loonsom.
De NOW wordt zo spoedig mogelijk opengesteld en is de vervanger van de huidige regeling werktijdverkorting. Hiervoor kunnen bij het ministerie van SZW per direct geen nieuwe aanvragen meer voor worden ingediend. Aanvragen die al zijn gedaan, maar nog niet afgehandeld, zullen worden afgehandeld in de nieuwe regeling.

KVK Adviesteam
Loopt uw bedrijf risico als gevolg van het coronavirus? Neem dan contact op met de Kamer van Koophandel voor advies over wat u kunt regelen. Het KVK Adviesteam is bereikbaar via 0800-2117 en geopend op werkdagen van 8:30 tot 17:00 uur.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

Omzet binnenvaart daalt

DEN HAAG De binnenvaart heeft in het vierde kwartaal van 2019 de omzet met 19% zien dalen ten opzichte van een jaar eerder. De omzet van de gehele Nederlandse transportsector daalde in het vierde kwartaal met 0,4%. Dat was voor het eerst in drie jaar tijd. Dit meldt het CBS op basis van recente kwartaalcijfers.

De daling van de omzet is vooral te verklaren doordat in het laatste kwartaal van 2019 de waterstanden op de rivieren op een normaal niveau lagen. Een jaar eerder waren deze nog extreem laag. Dat gaf toen veel extra omzet door hogere tarieven in combinatie met een laagwatertoeslag. In vergelijking met het vierde kwartaal van 2017 steeg de omzet in de binnenvaart dan ook met bijna 7%.

Wegvervoer
In het vervoer over land steeg de omzet met bijna 3 procent ten opzichte van een jaar geleden. De omzet in het goederenwegvervoer, de grootste branche in de transportsector, nam met 1,5 procent toe. Dit is de kleinste omzetstijging in de afgelopen 7 jaar. In het goederenwegvervoer zijn ruim 11 duizend bedrijven actief, waarvan circa 86 procent met 10 of minder werkzame personen. Dat segment behaalt ongeveer 16 procent van de omzet binnen de gehele branche.

Dienstverleners
Bij de dienstverleners voor het vervoer daalde de omzet met 1,3 procent ten opzichte van een jaar eerder. De expediteurs, de op een grootste branche in de transportsector, hebben voor het tweede kwartaal op rij de omzet zien dalen. Ook bij de opslag, de laad-, los- en overslagbedrijven en de dienstverleners voor het vervoer over water – waartoe de havenbedrijven behoren – nam de omzet af.

Daarentegen deden de dienstverleners voor het vervoer over land (toedeling, veiligheid en faciliteren van onderhoud op en rond het spoor, parkeer- en stallingsbedrijven, begeleiders speciaal vervoer, verkeersregelaars) het beter dan een jaar geleden. Zij zagen hun omzet met 5,4% toenemen.

Omzetgroei
Voor het eerste kwartaal 2020 verwacht ruim 33 procent van de transportbedrijven een hogere omzet. Slechts 1% van de bedrijven verwacht een omzetdaling. In het goederenwegvervoer, waar de omzet in het vierde kwartaal van 2019 afvlakte, denkt 15 procent van de bedrijven meer omzet te gaan halen, bijna de helft verwacht dat de tarieven zullen stijgen. In de totale transportsector denkt bijna twee derde van de bedrijven dat de tarieven gelijk blijven.
Het aantal openstaande vacatures is ten opzichte van vorig kwartaal nauwelijks veranderd. In vergelijking met een jaar eerder jaar is het aantal vacatures gedaald.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

Sterkste daling overslag containers sinds 2008

ESSEN De containeroverslagindex van het Duitse RWI – Leibniz-Institut für Wirtschaftsforschung en het Instituts für Seeverkehrswirtschaft und Logistik (ISL) is in december met 1,9 punten gedaald naar 134,1. Het is de sterkste daling van de index sinds het begin van de economische crisis in de herfst van 2008. De index geeft volgens de Duitse instituten een goed beeld van hoe de wereldhandel ervoor staat.

Door de daling in december staat de index nu ruim drie procent lager dan het record in september vorig jaar. Want niet alleen december was een slechte maand, ook de cijfers over november werden met 1,7 punten naar beneden gesteld. De reden daarvoor waren de slechte cijfers van een aantal Chinese havens. Deze waren nog niet meegenomen in de eerdere schatting.
Dat nu ook de overslag van containers in de Chinese havens daalt is nieuw. Eerder daalde vanwege de handelsoorlog tussen de Verenigde Staten en China al wel de containeroverslag aan de westkust van de VS. Volgens CEO Roland Döhrn van RWI laten de nieuwste cijfers zien dat de negatieve effecten van de handelsconflicten op de wereldhandel steeds duidelijker worden. ‘De containeroverslag vertoont momenteel de sterkste daling sinds het najaar van 2008, dat wil zeggen sinds de grote recessie. Het handelsconflict tussen China en de VS wordt hiermee steeds meer weerspiegeld in de uitwisseling van goederen tussen deze twee landen.’

De index
Voor de index verwerken de Duitsers de overslagcijfers van containers in 83 internationale havens. Deze havens vertegenwoordigen ongeveer 60% van de wereldwijde containeroverslag. De zogenoemde snelle schatting voor december is gebaseerd op de cijfers van 45 havens, die ongeveer 70 procent van de overslag van de index vertegenwoordigen.
Omdat veel havens al twee weken na het einde van een maand verslag uitbrengen over hun activiteiten, is de Duitse index volgens RWI/ISL een betrouwbare indicator van de ontwikkeling van de internationale handel en daarmee van de wereldwijde economische activiteit.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

 

Stabiele kosten voor binnenvaart in 2020

ZOETERMEER De kosten voor het vervoer per binnenvaartschip zullen dit jaar min of meer stabiliseren. Wel zijn er verschillen te zien tussen de scheepstypen, -grootteklassen en inzetpatronen. Dit en meer blijkt uit de kostenrapportages voor de binnenvaart die recent zijn geactualiseerd door Panteia in opdracht van het Centraal Bureau voor de Rijn- en Binnenvaart.

Schepen die veel vaaruren maken, zullen als gevolg van de lagere verwachte brandstofprijzen een beperkte kostendaling kennen. Daar staat tegenover dat de schepen met weinig vaaruren, die vooral worden ingezet op de binnenlandse en Noord-Zuid markten, hogere kosten zullen kennen. Dit komt voort uit een stijging van de verzekeringskosten, arbeidskosten en kosten voor reparatie en onderhoud.

Stabiel kostenniveau
Voor dit jaar wordt een stabiel kostenniveau verwacht voor de binnenvaart. De kostenontwikkeling varieert van -2,9% tot +1,4%. Bij het zand- en grindvervoer bedraagt de kostenontwikkeling -0,8% tot +0,7%. Kapitaalintensieve schepen met veel vaaruren tonen een negatieve kostenontwikkeling, kleinere schepen actief op de binnenlandse markt laten juist een kostenstijging zien.

De kostenontwikkeling wordt vooral beïnvloed door dalende brandstofprijzen (-7,1%) en rentekosten enerzijds, en anderzijds sterk stijgende kosten voor arbeid, verzekering en onderhoud. Bij vervoer over korte afstanden zijn de arbeidskosten veelal bepalend voor de uiteindelijke prijs van het vervoer, terwijl bij langere afstanden het aandeel van de brandstofkosten in de totale kosten juist toeneemt. De arbeidskosten stijgen al jaren in de binnenvaart door het toenemende personeelstekort.

Diverse contractvormen
Binnenvaartondernemers die hun schip hebben verhuurd, kennen langdurige vervoerscontracten en krijgen opslag op de afgesproken prijs afhankelijk van de hoogte van de brandstofprijzen. Voor hen is de kostenontwikkeling exclusief brandstof van belang. Daar zien we voor het komende jaar een duidelijke stijging: van minimaal 2,4% tot maximaal 3,3%.

Zure appel
Specifiek voor dit jaar heeft Panteia ook een inschatting gemaakt van de effecten van de stikstof- en PFAS-crisis. Hierdoor namen de bouwvolumes in het vierde kwartaal van 2019 sterk af, met wel 18%. Hierdoor hebben schepen in de zand- en grindvaart 2,8 miljoen ton minder lading vervoerd. Dit gaat gepaard met een omzetderving van € 12.000 per schip; op sectorniveau € 2,8 miljoen. Voor het komende jaar verwachten wij andermaal een daling van het bouwstoffenvolume (-3 miljoen ton) en een omzetverlies van € 18.000 per schip. Op sectorniveau betekent dat een inkomstenderving van € 9 miljoen euro. Ook 2021 wordt een slecht jaar in het bouwstoffenvervoer; voor 2022 en 2023 worden echter bovengemiddeld goede jaren verwacht.

Vorig jaar
In het afgelopen jaar stegen de kosten voor de binnenvaart. Deze kostenstijging kon over de gehele linie worden waargenomen. Op de rentelasten na, noteerden alle kostencomponenten een stijging. Daarvan was de stijging van de verzekeringskosten het grootst te noemen, maar ook de bijdrage van de arbeidskosten en kosten voor reparatie en onderhoud was niet bepaald gering. De brandstofkosten namen met 2,0% toe en drukten daarmee de totale kostenstijging. De totale kostenstijging in het jaar 2019 bedroeg 1,9% tot 2,7%. In het bouwstoffenvervoer namen de kosten met 2,4% tot 2,6% toe.
Kapitaalintensieve schepen die veel vaaruren maken, lieten de geringste kostenstijgingen zien. Dat is enerzijds te relateren aan lagere rentekosten; anderzijds aan het hoge aandeel van brandstofkosten in de totale exploitatie. Als de brandstofkosten buiten beschouwing worden gelaten, bedroeg de kostenstijging 1,8% tot 3,1%.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

‘Milieuregels spaak in het wiel transportsector’

AMSTERDAM De binnenvaart moet voor dit jaar met een krimp van de hoeveelheid lading rekening houden. Milieuregels rond stikstof en PFAS zorgen er namelijk voor dat de bouwsector niet groeit met 2,5 procent, zoals eerder werd aangenomen, maar met 2 procent krimpt. En daardoor krimpt de hoeveelheid vervoerde lading voor de binnenvaart met 1 procent. De andere modaliteiten laten geen daling zien.

Uit onderzoek van ABN AMRO blijkt dat vooral de binnenvaart wordt geraakt. ‘Met name drogelading- schepen in de binnenvaart vervoeren veel vracht voor de bouw. Grondstoffen en bouwmaterialen zijn goed voor zo’n 40 procent van het vrachtvolume in de binnenvaart. De afnemende vraag naar transport kan volgens de economen van de bank ‘tarieven en marges onder druk zetten’.

Minder goed jaar
Overigens zijn de milieuregels niet de enige oorzaken. De Nederlandse economie liet in 2019 een aardige groei zien, maar 2020 wordt een minder goed jaar. ABN AMRO verwacht dat de groei afvlakt van 1,7 procent in 2019 naar 0,9 procent in 2020. Ook de groei van de uitvoer en invoer valt terug, net als de groei van een aantal sectoren die voor de transportsector belangrijk zijn, zoals de bouw, de landbouw en de industrie. De transportsector krijgt dus ook last van de afvlakkende groei van de Nederlandse economie en import en export, waardoor de groei vertraagt van 1,5 procent in 2019 naar 0,5 procent in 2020. In de loop van 2020 kunnen de wereldhandel, de invoer en de uitvoer aantrekken. Vooral in 2021 zal de transportsector daarvan profiteren.

Stikstof en PFAS
De bouw hield in 2019 met een groei van 4 procent de groei van de transportsector nog aardig op de been. Voor 2020 zijn de verwachtingen echter aanzienlijk minder goed. Terwijl ABN AMRO eerder nog rekende op een groei van de bouwsector van 2,5 procent, verwachten de bank nu een krimp van 2 procent. Dat is het gevolg van het beleid rond stikstof en PFAS.
De bouw beweegt zich over het algemeen laatcylisch doordat bouwprojecten een lange doorlooptijd hebben. De transportsector beweegt zich normaliter vroegcylisch. Dat wil zeggen dat de transportsector vrijwel direct de gevolgen voelt van een afvlakkende economische groei.

Sowieso verduurzamen
De economen van ABN AMRO verwachten dat op den duur meer vraag naar duurzaam uitgevoerd transport ontstaat. ‘Bedrijven die op dit gebied vooroplopen, kunnen daarvan de komende jaren profiteren. Het aanbieden van duurzame logistieke diensten is een manier om onderscheidend te zijn in een markt waarin vaak hevig op prijs geconcurreerd wordt. Om de stikstofuitstoot te beperken moet de binnenvaart sowieso sneller verduurzamen. Dat is geen sinecure, want in tegenstelling tot bijvoorbeeld vrachtwagens, die na ongeveer zeven jaar toe zijn aan vervanging, gaan binnenvaartschepen vaak tientallen jaren mee. De komende jaren zal de inzet van volledig elektrische schepen en schepen die worden aangedreven door waterstof weliswaar geleidelijk toenemen, maar het blijft de vraag hoe de binnenvaart op korte termijn verduurzaamd kan worden.’

Op kortere termijn is volgens ABN AMRO het gebruik van hybride, diesel-elektrische schepen een optie. De uitstoot kan verder worden beperkt door gebruik te maken van nabehandelingssystemen, die zorgen voor minder uitstoot van stikstofoxiden en fijnstof.’ De uitlaatgassen worden door filterblokken geleid, die fijnstof eruit filteren. De uitstoot van stikstofoxiden kan worden tegengegaan door toepassing van ureum, een stof die ervoor zorgt dat de stikstofoxiden oplossen in het onschadelijke stikstof en waterdamp. Op zeer korte termijn kan de CO2-uitstoot worden teruggedrongen door biodiesel te tanken. Waarschijnlijk komt subsidie beschikbaar voor het verduurzamen van schepen. De in juni 2019 ondertekende ‘Green Deal’ voorziet in een fonds dat mogelijk in 2021 subsidies kan verstrekken.

Fors duurder
Bij de inzet van duurzame transportmiddelen zijn de kosten nog een uitdaging. Vaak zijn deze transportmiddelen fors duurder in aanschaf. ‘De inzet van dit soort transportmiddelen kan dus alleen winstgevend zijn dankzij subsidies of wanneer opdrachtgevers bereid zijn meer te betalen. Deze transportmiddelen worden naar verwachting wel vanzelf geleidelijk goedkoper dankzij technologische innovatie en opschaling van de productie.’

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

Containeroverslag stijgt, wereldhandel groeit

ESSEN De containeroverslagindex van het Duitse RWI – Leibniz-Institut für Wirtschaftsforschung en het Instituts für Seeverkehrswirtschaft und Logistik (ISL) is in oktober licht gestegen naar 139,9. De index geeft volgens de Duitse instituten een goed beeld hoe de wereldhandel ervoor staat.

De stijging met 0,6 punten in oktober en de licht stijgende trend van de afgelopen maanden toont volgens CEO Roland Döhrn van RWI aan dat de wereldhandel nu weer matig groeit. ‘De index neemt slechts licht toe, maar neemt nu voortdurend toe. De wereldhandel lijkt weer aan kracht te winnen.’

De index
Voor de index verwerken de Duitsers de overslagcijfers van containers in 83 internationale havens. Deze havens vertegenwoordigen ongeveer 60% van de wereldwijde containeroverslag. De zogenoemde snelle schatting voor mei is gebaseerd op de cijfers van 38 havens, die ongeveer 43 procent van de overslag van de index vertegenwoordigt.
Omdat veel havens al twee weken na het einde van een maand verslag uitbrengen over hun activiteiten, is de Duitse index volgens RWI/ISL een betrouwbare indicator van de ontwikkeling van de internationale handel en daarmee van de wereldwijde economische activiteit.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

Maritiem toeleverancier ziet omzet licht stijgen

ROTTERDAM Het gaat redelijk goed met de maritieme toeleveranciers in Nederland. De omzet steeg vorig jaar van 6,1 tot 6,4 miljard euro (+5%). Uit de Maritieme Monitor van Nederland Maritiem Land blijkt verder dat de export met ongeveer 50 miljoen euro steeg naar 2,2 miljard euro, een groei van om en nabij de 2%.

In de Maritieme Monitor omvat de sector maritieme toeleveranciers 730 bedrijven. Ongeveer 40 procent van deze bedrijven is lid van de brancheorganisatie Netherlands Maritieme Technology (NMT). Gemeten in maritieme werkgelegenheid en omzet vertegenwoordigen deze bedrijven het overgrote deel van de sector.
Maritieme toeleveranciers zijn bedrijven die producten of (technische) diensten toeleveren aan de maritieme sector in den brede. Afnemers zijn bijvoorbeeld werven, rederijen en maritiem dienstverleners. De producten die geleverd worden variëren van elektrotechnische en werktuigkundige installaties tot coatings en interieurbouw. De diensten variëren van ingenieursdiensten en onderhoudsdiensten tot projectmanagement of veiligheidsanalyses.

Verduurzaming
De sector is sterk afhankelijk van de prestaties van de sectoren waaraan geleverd wordt, vaak zijn dit andere sectoren in de maritieme cluster. Het jaar 2018 wordt door de sector gezien als een jaar waar de trend van verduurzaming en digitalisering doorzette. Deze laatste ontwikkeling, digitalisering, betreft het koppelen van slimme systemen aan boord. Dit levert extra functionaliteiten op zoals de mogelijkheid om equipment digitaal te monitoren. Een derde trend is het uitbreiden van de e-commerce platforms, met als doel het inkoopproces efficiënter vorm te geven.
Ook 3D printen is een technologie die steeds vaker wordt toegepast. Zo test de Koninklijke Marine hoe 3D printen de beschikbaarheid van systemen aan boord kan verhogen en wordt er gekeken naar de mogelijkheden om metalen objecten met een 3D printer te produceren.

Meer inleenkrachten
Bij de maritieme toeleveranciers werkten in 2018 volgens opgave van het CBS 17.665 mensen. Daarnaast waren er, op basis van gegevens van branchevereniging NMT, in 2018 ongeveer 1.676 fte werkzaam als tijdelijke (inleen)krachten bij de maritieme toeleveranciers. Het aantal ingehuurde krachten nam sterk toe ten opzichte van het voorgaande jaar (+15%).

De arbeidsmarkt in de sector maritieme toeleveranciers kenmerkt zich door een grote en diverse groep werknemers. Het type banen varieert van elektrotechnische en werktuigkundige beroepen tot installatiemonteurs, onderhoudsmonteurs, interieurbouwers, en projectmanagers. Gelet op de trend naar diversificatie in markten en diensten, wordt een brede inzetbaarheid van personeel en een Leven Lang Ontwikkelen nog belangrijker. NMT besteed ook aandacht aan deze uitdagingen. Er zijn vaste beleidslijnen uitgezet, waarop de sector gezamenlijk werkt. Jaarlijks worden hierbinnen de specifieke speerpunten en daaruit voortvloeiende projecten vastgesteld.

Personeelsgebrek
Vergelijkbaar met andere maritieme sectoren is er een gebrek aan technisch personeel. Door het aantrekken van de algehele economie wordt de markt voor technisch geschoold personeel krapper. Tegelijkertijd leidt deze krapte op de arbeidsmarkt ook tot nieuwe manieren om uitstroom te voorkomen, goede doorstroming van het onderwijs en een betere inzet van de huidige werknemers. Door de toenemende digitalisering (en automatisering) van de maritieme sector wordt de vraag naar personeel met toegepaste kennis van dergelijke innovaties groter. Een voorbeeld hiervan is het project Toegepaste Innovaties voor Maritieme Automatisering (TIMA). Onderwijs en het bedrijfsleven werken daarbij samen aan het toepassen van innovaties. Ook verwachten bedrijven dat door digitalisering meer ict-skills nodig zijn bij het personeel. In de loop van de tijd kan dit een verandering in functies en vaardigheden met zich meebrengen.

Binnenvaart
De binnenvaart vervoerde in 2018 naar schatting ruim 359 miljoen ton goederen over de Nederlandse binnenwateren. Dit is een afname van 1,7% ten opzichte van het jaar daarvoor. Ruim een derde (122 miljoen ton) van de vervoerde lading betreft binnenlands vervoer en heeft een Nederlandse begin- en eindbestemming. Het overige deel, twee derde van lading (238 miljoen ton), werd aan-, af- of doorgevoerd naar andere landen.
Eén van de verklaringen voor de afname in tonnage en tonkilometers is de lage waterstand. Mede door klimaatverandering wordt op bijvoorbeeld de Rijn de waterstand minder voorspelbaar. Hoog- en laag water zijn van invloed op de capaciteit van zowel het schip (diepgang) als de capaciteit van de waterwegen (passage bruggen, rivier door droogte minder breed). Hierdoor kunnen knelpunten in de supply chain van bijvoorbeeld energiecentrales en de chemische industrie ontstaan. Dit zorgt voor hogere kosten en maakt de binnenvaart een potentieel minder aantrekkelijke modaliteit. Ook slaan de baten (hogere tarieven) van de lage waterstand onevenredig neer in de sector. Scheepseigenaren hebben financieel geprofiteerd van hogere marktprijzen. Echter, logistiek dienstverleners en verladers zijn de dupe van onbetrouwbaarheid en hogere prijzen. In het algemeen is een lage waterstand, zeker op de langere termijn, slecht voor de sector.

Meer omzet
Vanwege de lage waterstand steeg de omzet van de binnenvaartondernemers. Het aantal werknemers in de sector is licht gestegen en bedraagt nu 8.225 personen. Dit cijfer ligt lager dan in vorige monitors omdat kapitein-eigenaren (met hun partner) vaak geen loon ontvangen, zij zijn immers ondernemer, en worden door het CBS niet als een werknemer op de loonlijst waargenomen. De toegevoegde waarde van de sector is door de fors hogere tarieven als gevolg van de lage waterstanden met meer dan 300 miljoen euro gestegen. Dat is bijna 30% hoger ten opzichte van een jaar eerder).

Minder diepgang
Mede door de lage waterstand stijgt de interesse voor schepen met minder diepgang. Daarmee kentert mogelijkerwijs de trend van alsmaar groter wordende binnenvaartschepen. Concrete duurzaamheidsinitatieven zijn onder meer de duurzamere schepen die ingezet worden van en naar het Containertransferium Alphen a/d Rijn en de elektrische Port-Liner.
De discussie over toekomstige voortstuwing in de binnenvaart lijkt nog niet beslecht te zijn. Er wordt gekeken naar zowel hybride(-elektrisch), waterstof als LNG. Waterstof blijkt in de binnenvaart de alternatieve brandstof met de meeste potentie. LNG heeft immers minder emissies, maar wel een relatief hoge CO2 uitstoot. De ontwikkelingen rondom waterstof als alternatieve brandstof zijn echter nog beperkt. Groene waterstof heeft vanuit duurzaamheidsoogpunt een grote potentie. Met de Green Deal Binnenvaart & Binnenhavens zijn de handen ineengeslagen om verdere verduurzaming van de sector te bewerkstelligen.

Personeel
Uit gesprekken met sectorexperts komt naar voren dat er voldoende bekwaam personeel op de arbeidsmarkt in de sector is. Op langere termijn vormt de vergrijzing in de sector wel een probleem. Er is een opvolgingsprobleem aangezien kinderen minder geneigd zijn ook te gaan varen. Hierdoor worden vaker (kleinere) binnenvaartschepen uit de vaart gehaald. De laatste jaren zijn er steeds meer Oost-Europeanen werkzaam op Nederlandse binnenvaartschepen. Ook zijn er Filipijnse matrozen in de Nederlandse binnenvaart werkzaam.

Tien bedrijven meer
Kenmerkend voor de binnenvaart is het aantal kleine (familie) bedrijven. In 2018 waren er volgens het CBS 4.010 bedrijven. Dit betekent een toename van een tiental bedrijven ten opzichte van 2017. In 2018 voeren er 4.989 binnenvaartschepen onder de Nederlandse vlag op de Nederlandse binnenwateren. Dit aantal binnenvaartschepen volgt al jaren een dalende trend (zichtbaar vanaf 2011). Waar in 2011 de vloot nog bestond uit ruim 5.500 schepen, telt deze inmiddels nog een kleine 5.000 schepen. Deze jaarlijkse daling valt deels te verklaren door de schaalvergroting in de binnenvaart. Vanaf 2008 zijn 630 kleinere schepen (met een laadvermogen tot 2.000 ton) uit de vaart genomen. Tegelijkertijd is het aantal grotere binnenvaartschepen (met een laadvermogen groter dan 2.000 ton) met circa 330 toegenomen. Deze trend treedt ook op in andere Europese binnenvaartlanden.

Minder overcapaciteit
De binnenvaartvloot bestaat voor 48 procent uit motorvrachtschepen. Die worden onder meer gebruikt om droge bulkgoederen, zoals kolen en zand, en containers te vervoeren. Droge (bulk)goederen en containers kunnen ook in duwbakken (in de vorm van koppelverbanden) worden vervoerd. Deze bakken hebben geen voortstuwingsmotor en moeten door een duw- of sleepboot of een motorvrachtschip worden voortbewogen. Bijna 22 procent van de Nederlandse binnenvaartschepen valt in de categorie duwbakken. Naast deze schepen zijn er nog 794 tankschepen (16 procent) en 710 overige binnenschepen (14%) die tot de Nederlandse vloot behoren42. Ook heeft de sector, naast schaalvergroting, te maken met een opvolgingsprobleem rondom familiebedrijven. Anno 2019 is het minder vanzelfsprekend dat kinderen van binnenvaartschippers ook gaan varen. In sommige gevallen kan dit het uit de vaart halen van (veelal kleine) schepen als gevolg hebben. Overcapaciteit in de sector is een afnemend probleem maar nog niet geheel opgelost.

Scheepsbouw
De scheepsbouw- en reparatiesector inclusief de superjachtbouw en de bouw van (overige) recreatieschepen omvat in 2018 naar opgave van het CBS ruim 2.350 bedrijven. 760 bedrijven hiervan vallen in de categorie “Bouw van sport- en recreatievaartuigen”. Er zijn twintig superjachtbouwers. Daarmee komt het aantal relevante bedrijven voor de sector scheepsbouw in deze monitor op 1610. De laatste jaren is het aantal bedrijven in de sector fors gegroeid, waaronder ook het aantal ondernemingen met één werknemer. Scheepswerven met slechts één werkzaam persoon betreffen vaak oud-medewerkers van bestaande werven die zich als zzp’er in de scheepsbouw of -reparatie registeren en zich vervolgens laten inhuren door ‘echte’ werven. Vooral in de scheepsreparatie is dit een veel voorkomend fenomeen. Ook de bouw van kleine recreatieschepen wordt vaak gedaan door kleine werven met een beperkt aantal personeelsleden.

De nieuwbouw van schepen op Nederlandse werven richt zich met name op de nichemarkten: complexe schepen met een hoge toegevoegde waarde. Dit betreft onder andere de bouw van schepen voor de offshore, specialistische vaartuigen (zoals complexe baggerschepen en multipurpose dry cargo schepen) en superjachten. Nederlandse bouwers horen tot de wereldtop op het gebied van de bouw van superjachten.

Meer omzet
De totale omzet van de sector (scheepsbouw en scheepsreparatie plus de superjachtbouw) bedroeg in 2018 bijna € 4,4 miljard. Dit bijna € 300 miljoen meer dan in 2017. Ook de toegevoegde waarde liet een stijging zien. Bedroeg deze in 2017 nog € 815 miljoen, in 2018 was dit opgelopen tot € 918 miljoen. Het gaat dan om een stijging van ruim 10% ten opzichte van 2017.

‘Lastig jaar’
In 2018 ontvingen de Nederlandse werven bouwopdrachten voor 39 zeegaande schepen groter dan 100 GT (excl. vissersschepen en superjachten). De totale waarde van de orderintake van zeegaande schepen is met € 643 miljoen vergelijkbaar met de jaren 2015 en 2016, maar flink lager dan 2017 (€ 1.138 miljoen). Het grote verschil tussen 2017 en 2018 is naar opgave van branchevereniging NMT te wijten aan enkele grote complexe orders die geplaatst zijn in 2017. In 2018 bedroeg de waarde van het orderboek van de Nederlandse werven voor zeegaande schepen 1,8 miljard euro. De Hoop Lobith heeft een tweede order voor een expeditie cruiseschip geboekt en Damen Shipyards en Thecla Bodewes Shipyards hebben elk een order voor de bouw van een ferry gekregen. Het verwachte herstel van de shortsea schepen lijkt wel door te zetten, het aantal nieuwe opdrachten voor droge lading en tankers groeit langzaam. Werven die zich o.a. richten op de productie van vrachtschepen voor de binnenvaart, riviercruiseschepen en klein baggermaterieel deden wel goede zaken in 2018. Als gevolg van financiële problemen ging in 2018 na 165 jaar de Groningse werf Barkmeijer failliet. Begin 2019 werd bekend dat de werf onder de Thecla Bodewes Shipyards groep een doorstart maakt. Brancheorganisatie NMT spreekt van wederom een lastig jaar maar wel met tekenen van groei.

Zwavel en scrubbers
Het jaar 2018 was het eerste waarin het IMO ballastwaterverdrag voor een deel in werking was. Om besmetting van zeewater met exvasieve soorten in het ballastwater uit de ballasttanks van een schip te voorkomen heeft de International Maritime Organization (IMO) regels opgesteld die gefaseerd tot 2024 voor de gehele sector in werking treden .
De in 2020 ingaande regels voor uitstoot van zwavel door de zeescheepvaart (IMO Global Sulphur Cap 2020) zorgen voor een marktvraag naar technologie om te voldoen aan deze regelgeving. De installatie van scrubbers is de enige oplossing om schepen die door blijven varen op zware stookolie te laten voldoen aan de IMO regels. Ook Nederlandse werven installeren deze technische oplossing op zeeschepen.

Aandrijving
Op langere termijn zal er sprake zijn van nieuwe typen aandrijving die gebruik maken van alternatieve brandstoffen. Op dit moment worden er al schepen gebouwd met verschillende aandrijftechnieken. Zo bouwde de werf Niestern Sander voor de Provincie Groningen een elektrisch aangedreven inspectieschip en kreeg Damen een order voor vijf elektrische veerboten voor Kopenhagen. Onderzoeksinstituut MARIN is in 2018 gestart met een tweetal onderzoekstrajecten naar hybride schepen met windvoortstuwing.
Met de Subsidieregeling Duurzame Scheepsbouw (SDS) stimuleert de overheid de inzet van duurzame technologieën bij scheepsnieuwbouw en refit. In 2018 zijn er 11 aanvragen voor SDS ingediend, waarvan er 9 een subsidie hebben ontvangen om de marktintroductie van duurzaamheid bevorderende innovaties te versnellen.

Superjachtbouw
2018 was wederom een goed jaar voor de superjachtbouw. Vrijwel alle Nederlandse superjachtbouwers deden goede zaken. Alleen Moonen Yachts uit Den Bosch kende een zeer moeilijke periode.
Marktvolger Super Yacht Times becijferde dat er in Nederland in 2018 60 nieuwe superjachten in aanbouw waren waarvan 13 langer dan 80 meter. Tegelijkertijd bevond ook de gemiddelde prijs per gebouwd jacht zich op recordhoogte.
De trend van het bouwen van steeds grotere jachten zet ook bij de Nederlandse werven door. In 2018 werd de Anna, een superjacht van 110 meter lengte en daarmee het op één na grootste jacht dat in Nederland is gebouwd, opgeleverd. De bouwers van superjachten breiden hun werven dan ook uit. Zo heeft Royal van Lent een extra locatie in Amsterdam geopend en investeerden Koninklijke de Vries, Icon Yachts en Oceanco in uitbreiding van huidige locaties. Royal Huisman nam de oude locatie van Holland Shipyard in gebruik voor het uitvoeren van refits aan superjachten.

Op basis van de CBS cijfers telt de sector scheepsbouw 13.794 werknemers in 2018 (2017: 13.775 werknemers). Dit betreft het aantal vaste werknemers bij bedrijven die zich registeren onder de SBI codes gerelateerd aan scheepsbouw, grote jachtbouw en scheepsreparatie.
Volgens het jaarverslag van Netherlands Maritime Technology waren er 11.754 personen werkzaam bij Nederlandse scheepswerven in 2018. Er zijn verschillen tussen de methodiek in beide rapoorten waardoor verschillen kunnen ontstaan.

Waterbouw
In de waterbouwsector zijn, naar opgave van het CBS, 165 bedrijven actief. Bijna 100 bedrijven in de sector zijn lid van de Vereniging van Waterbouwers. De leden van de vereniging nemen ongeveer 80% van het waterbouwvolume voor hun rekening. Het gaat hier om bedrijven in het baggerwerk, kust- en oeverwerk, landwinning, bodemsanering en gebiedsinrichting. Werken aan dijken en oevers zijn de belangrijkste typen werk in de waterbouw. Belangrijkste klanten zijn in Nederland publieke opdrachtgevers als Rijkwaterstaat en de waterschappen. Daarnaast behoren havenbeheerders in binnen- en buitenland tot het klantenbestand.

Groot en klein
In 2018 bedroeg de omzet van de waterbouwsector 2,573 miljard euro. Dit is een forse stijging ten opzichte van 2017. In 2017 bedroeg de omzet nog 2,274 miljard euro. De bekendste Nederlandse bedrijven in de sector zijn Boskalis en Van Oord, samen met de Belgische partijen DEME en Jan de Nul spelen deze partijen in Europa een leidende rol. Daarnaast is een tiental grote waterbouwbedrijven actief op de Europese en Nederlandse markt en een groot aantal kleinere bedrijven voor regionaal bagger- en grondwerk. Het merendeel van de bedrijven in de waterbouwsector, circa 75%, wordt gevormd door kleine bedrijven met maximaal 10 werknemers die vooral op de regionale markt actief zijn.

Van de twee grote internationale spelers, Boskalis en Van Oord, die mondiaal opereren en gebruik maken van lokaal ingehuurd personeel, worden in deze monitor alleen díe effecten meegenomen die in de Nederlandse economie neerslaan. De totale economische impact van beide bedrijven wereldwijd is echter aanzienlijk groter, wat ook uit de jaarverslagen van deze bedrijven kan worden afgeleid.

Goed jaar
Branchevereniging Vereniging van Waterbouwers benadrukt ook dat 2018 een goed jaar is geweest voor de sector. Vanuit het Deltaprogramma staan er voor de komende jaren veel uitgaven in dijkversterking op de planning. De toegevoegde waarde van de waterbouw is in 2018 ook toegenomen tot 996 miljoen euro (2017: 892 miljoen euro). Midden 2019 is er aan deze positieve ontwikkeling wel een eind gekomen door de stikstofproblematiek (PAS) en door strengere aanpak van de chemische stof PFAS in het oppervlaktewater. Projecten liggen noodgedwongen stil waardoor de sector een grote schadepost verwacht. Voor de grote ondernemingen in de sector die ook in het buitenland actief zijn is het gebrek aan grote tenders (opspuiten kunstmatige eilanden e.d.) een punt van aandacht. Dit geldt ook voor geopolitieke ontwikkelingen, denk Brexit en handelsoorlogen die van invloed zijn op toekomstige opdrachten.

In 2018 waren er in de sector 7.380 werknemers. In 2017 waren dit er nog 7.105. Het goede jaar 2018 heeft zich dus ook vertaald in een toegenomen werkgelegenheid.
Het EIB heeft in 2018 een uitgebreide sectorstudie verricht voor de Nederlandse Vereniging van Waterbouwers. Door een andere methodiek (met werkgelegenheid gemeten in manjaren) en een uitgebreidere sectorale afbakening komt deze studie tot een hoger aantal werknemers en een hogere omzet.

LNG
Met de oplevering van het baggerschip Ecodelta is er voor het eerst een volledig op LNG varend baggerschip in Nederland actief. Publieke opdrachtgevers hechten steeds meer waarde aan het duurzamer maken van de operatie. Een andere belangrijke ontwikkeling is om in samenspraak te komen tot een betere verdeling van risico’s tussen opdrachtnemer en opdrachtgever met bijbehorende contractvormen.

Arbeidsmarkt
De sector heeft te maken met knelpunten op de arbeidsmarkt. Hier speelt een tweetal belangrijke ontwikkelingen. Enerzijds is er een tekort aan technisch geschoold personeel in Nederland. Anderzijds is het voor de sector lastig om zich aan te passen aan veranderende behoeften van werknemers. Het kijken buiten de eigen sector bij de werving van nieuw personeel kan hierbij een oplossing zijn. Ook kan dit een stimulans zijn om nieuwe werkvormen in de sector te introduceren. Denk hierbij aan de manier waarop gewerkt wordt (meer in teams, meer zelf opleiden).

De komende jaren zal door vergrijzing in de sector de noodzaak voor het bieden van aantrekkelijke banen nog verder toenemen. In totaal verwacht de sector dat er in totaal over de periode 2018-2023 ongeveer 4.500 nieuwe mensen nodig zijn. Het aandeel jongeren (onder 25 jaar) in de waterbouw is kleiner is dan in de totale bouw. Ook vergeleken met andere sectoren in het maritiem cluster (bijvoorbeeld binnenvaart en offshore) is het jongerenaandeel laag. Dat de waterbouw ook veel werk doet in de duurzame energiesector is hierbij volgens de branchevereniging vanuit arbeidsmarktperspectief interessant.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

Binnenvaart vervoert minder over de grens

DEN HAAG De binnenvaart heeft vorig jaar in tonnen 4,6% minder over de grens vervoerd. Volgens het Centraal voor de Statistiek (CBS) komt dat vanwege de lage waterstanden in de tweede helft van het jaar waardoor schepen vanuit en naar Duitsland minder zwaar beladen konden varen.

Het totale grensoverschrijdende goederenvervoer daalde in 2018 licht, naar bijna 1,04 miljard ton. Alleen overzee (+1,5%) werd er meer vanuit en naar ons land vervoerd. Het grootste deel van deze goederen met een buitenlandse herkomst of bestemming werd vervoerd door zeeschepen (58%). Per spoor werd 2% minder vervoerd vanuit en naar ons land, over de weg was dit 1,1%. Ook door de lucht nam het vervoer af, met 0,3%. De bijdrage van de luchtvaart in het totale grensoverschrijdende vervoer is met 0,2% gering.

Binnenlands
De binnenvaart vervoerde binnenlands 7,3% meer. Dit betrof vooral metaalertsen en containergoederen. Het binnenlands spoorvervoer groeide met 16,9%, maar levert met 0,5% slechts een beperkte bijdrage aan het totale binnenlandse goederentransport. Het vrachtverkeer over de weg vervoerde binnenlands het meeste. In 2018 vervoerden deze vrachtauto’s 2,6% meer dan het jaar daarvoor, met name meer bouw- en handelsgoederen.
Het totale binnenlands goederenvervoer nam in 2018 toe tot 681 miljoen ton, een groei van 3,5%.

Totaal
Vorig jaar werd in totaal 1,71 miljard ton goederen vervoerd vanuit, naar en binnen Nederland. Dit is een stijging van 1,2 procent in vergelijking met een jaar eerder. Deze toename was geheel het gevolg van meer goederenvervoer over de weg (1,6%) en over zee (1,5%). Van alle in 2018 getransporteerde goederen werd ruim 44 procent van het gewicht door vrachtauto’s vervoerd. Zeeschepen vervoerden ruim 35 procent van alle goederen, de binnenvaart ruim 18 procent. Het spoorvervoer en de luchtvaart dragen slechts zeer beperkt bij aan het totale goederenvervoer.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

Overslag zeehavens in 2018 naar recordniveau

DEN HAAG De aan- en afvoer van goederen in en uit de Nederlandse zeehavens bereikte in 2018 een recordniveau van bijna 605 miljoen ton, een stijging van ruim 1,5 procent vergeleken met 2017. De overslag van containers steeg met 4,5 procent het sterkst. Dit meldt het CBS op basis van nieuwe cijfers.

Twee derde van de goederenoverslag in de Nederlandse zeehavens bestond in 2018 uit geloste goederen. Daarvan bestond drie kwart uit droge bulkgoederen (ertsen, kolen en landbouwproducten) of natte bulkgoederen (ruwe aardolie en aardolieproducten). De containeraanvoer groeide met 6 procent. Het gewicht van alle geladen goederen is toegenomen met 1,3 procent.

Containervervoer
Het aandeel containers in de totale goederenoverslag groeit gestaag, van 14 procent in 1998 tot 21 procent twintig jaar later. Hierbij gaan de inkomende en uitgaande stroom in omvang en ontwikkeling min of meer gelijk op. De containeroverslag steeg in 2018 met 4,5 procent. De aanvoer van containers groeide met 6 procent en de afvoer met bijna 3 procent.
Van alle ingevoerde goederen in containers in 2018 kwam bijna 20 procent uit China. Rusland en het Verenigd Koninkrijk volgen met respectievelijk 7,4 procent en 5,7 procent. Vergeleken met 2017 nam de import uit China met 12 procent af. Deze daling betrof voor een belangrijk deel textiel en lederwaren. De import in containers uit Rusland (met name hout en papier) en het Verenigd Koninkrijk steeg met 32 procent en 43 procent. Dit laatste hangt mogelijk samen met de voorraden die bedrijven uit het Verenigd Koninkrijk in ons land aanleggen in de aanloop naar een Brexit.

Stabiel bulkvervoer
Het overgeslagen gewicht van bulkgoederen is in 2018 niet toegenomen. Het tonnage van geloste droge en van natte bulkgoederen is toegenomen, de afvoer van natte bulk steeg in 2018 met ruim 2 procent. De uitgaande stroom droge bulk daalde met bijna 12 procent.
De dominantie van bulk in de zeehavens neemt af. In 1998 was drie kwart van de afgehandelde goederen bulk. In 2018 was dat aandeel 68 procent. De stroom droge bulkgoederen is in deze periode min of meer stabiel en ligt rond de 140 miljoen ton. Jaarlijkse schommelingen worden veroorzaakt door wisselende vraag naar kolen en ijzererts, die sterk samenhangt met de economische ontwikkelingen. De hoeveelheid geladen natte bulk verviervoudigde in de laatste twintig jaar. Dit zijn vooral geraffineerde olieproducten.

Export belangrijker
In de afgelopen twintig jaar is de afvoer van goederen uit de Nederlandse zeehavens meer dan verdubbeld. De invoer is in die periode met ruim een kwart gestegen. De overslag van goederen vanuit Nederland naar het buitenland vormt nu een derde deel van alle overgeslagen goederen in de Nederlandse zeehavens. Twintig jaar geleden bedroeg het aandeel van de export 21 procent. In twintig jaar is de uitvoer met ruim 100 miljoen ton toegenomen. Het overslagvolume passeerde in 2018 voor het eerst de grens van 600 miljoen ton. In 2007 werd voor het eerst de grens van 500 miljoen ton gepasseerd.

Havens
In de havens van Rotterdam, waartoe ook de havens van Moerdijk, Dordrecht en Vlaardingen behoren, wordt drie kwart van de goederen geladen en gelost. Vorig jaar namen beide stromen met ongeveer 1 procent toe. Ruim 16 procent van de goederen gaat via het havengebied van Amsterdam (Amsterdam, Velsen/IJmuiden, Beverwijk en Zaanstad). De overslag nam er met 1 procent toe. De hoeveelheid geloste goederen in de zeehavens van Zeeland Seaports (Vlissingen en Terneuzen) en Groningen Seaports (Delfzijl en Eemshaven) is in 2018 met meer dan 10 procent gestegen.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.