Tagarchief: milieu

Tata Steel ontwikkelt coaster op waterstof met Van Dam Shipping

IJMUIDEN Tata Steel heeft de samenwerking opgezocht met scheepvaartbedrijf Van Dam Shipping uit het Groningse Spijk om een waterstof aangedreven schip te ontwikkelen. Hiermee wil het staalbedrijf de CO2-uitstoot van het zeetransport van rollen staal terug dringen.

Het te ontwikkelen schip is een zogenoemde Short-Sea Vessel met een laadvermogen van ongeveer 5.000 ton en zal het eerste schip van dit type zijn. De waterstof aangedreven scheepvaart bestaat op dit moment voornamelijk nog uit binnenvaartschepen en kleine veerboten; zowel hybride, deels op waterstof, als volledig varend op waterstof.

Duurzaam bedrijf
Volgens Cem Ugur, hoofd chartering en operatie bij Tata Steel wil het bedrijf op alle fronten een duurzaam bedrijf zijn. ‘Dat betekent niet alleen dat we in de toekomst groen staal gaan maken met behulp van waterstof, tegelijkertijd kijken we ook hoe we waterstof nog meer kunnen inzetten. Bijvoorbeeld om onze logistiek te verduurzamen. We zetten daarom ook in op groene schepen voor het vervoeren van onze rollen staal.’

Jan van Dam meldt als directeur van Van Dam Shipping ‘verheugd te zijn om samen met Tata Steel te werken aan de oplevering van een emissievrij schip’. ‘Onze relatie met Tata Steel gaat al vele jaren terug en wekelijks laadt een van onze schepen staal in IJmuiden. Deze samenwerking zal onze relatie intensiveren en bijdragen aan onze energie transitiedoelen als bedrijf en de scheepvaartsector.’

Twee miljoen ton
Elk jaar verscheept Tata Steel twee miljoen ton aan rollen staal naar verschillende landen binnen Europa. Van Dam is een gevestigde naam in de Nederlandse rederijwereld en door de samenwerking krijgt Tata Steel de mogelijkheid om naar verwachting vanaf 2024 de rollen staal op een duurzamere manier te vervoeren. Het doel is dat het waterstof aangedreven schip 100% CO2 emissievrij kan varen en daarmee zo’n 3.000 ton CO2 per jaar bespaart ten opzichte van een schip dat vaart op gasolie en stookolie.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

Vijftig miljoen voor ZES

ROTTERDAM Zero Emission Services (ZES) heeft van het Nationaal Groeifonds een investering van 50 miljoen euro ontvangen voor de versnelde invoer van elektrisch varen in de binnenvaart. ZES gaat het geld gebruiken voor de ontwikkeling van 75 batterijcontainers (ZESpacks), 14 docking stations waar de ZESpacks worden geladen en 45 geëlektrificeerde binnenvaartschepen.

Volgens ZES laat de doorbraak in zero-emissie varen op zich wachten als niet gelijktijdig in elektrisch aangedreven schepen, batterijcontainers en laadinfrastructuur wordt geïnvesteerd. ‘ZESpacks kunnen niet gebruikt worden zonder schepen met een elektrische aandrijflijn en zonder laadinfrastructuur kunnen ze niet worden opgeladen. Samenwerking en afstemming tussen betrokken partijen is cruciaal.’

Kip-ei verhaal
CEO Bart Hoevenaars van ZES noemt de 50 miljoen euro niet alleen goed nieuws voor de binnenvaartsector en voor ZES. ‘Het leidt bovenal tot een betere leefomgeving. Nu wordt echt schoon varen mogelijk, dus zonder uitstoot van CO2, stikstof en fijnstof. Daarnaast is het ook nog geluidloos. Het Nationaal Groeifonds steunt schippers bij de investering in een elektrische aandrijflijn. Zero Emission Services kan nu investeren in het kostbaarste deel, de batterijcontainers, zodat deze schippers alleen betalen voor gebruik. Ook kunnen er met de steun publiek toegankelijke laadstations gerealiseerd worden aan enkele cruciale vaarroutes voor de binnenvaart in Nederland. Door het mogelijk te maken om tegelijkertijd te investeren in deze drie zaken, wordt het bekende kip-ei probleem voor groen transport doorbroken.’

Bewezen
De investering van het Nationaal Groeifonds is volgens ZES een investering in een bewezen systeem. ‘Het eerste schip, de Alphenaar van CCT, vaart sinds september 2021 op basis van verwisselbare energiecontainers. Het schip vaart tussen Alphen aan den Rijn en Moerdijk voor Heineken. Heineken en haar vervoerder CCT leverden beiden een aanzienlijke inspanning om het eerste zero-emissie binnenvaartschip met het ZES systeem te kunnen laten varen.’

Nationaal Groeifonds
Het Nationaal Groeifonds is een initiatief van de ministeries van Economische Zaken & Klimaat en Financiën. Met het Nationaal Groeifonds trekt het kabinet tussen 2021 en 2025 € 20 miljard uit voor projecten. Het gaat om gerichte investeringen voor structurele en duurzame economische groei.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

Startsein nieuwbouw binnenvaartschip op groene waterstof

ROTTERDAM Minister Mark Harbers van Infrastructuur en Waterstaat heeft onlangs officieel het startschot gegeven voor de bouw van het eerste binnenvaartschip in Nederland dat volledig op groene waterstof vaart. Het ms Antonie komt naar verwachting medio 2023 in de vaart.

‘Het stemt mij trots dat hier het eerste binnenvaartschip in Nederland wordt gebouwd dat op waterstof vaart’, zei Harbers. ‘Daarmee zet de maritieme sector een belangrijke stap op weg naar een binnenvaart zonder CO2-uitstoot. Dat is goed voor het klimaat, goed voor de toekomst van de binnenvaart en goed voor de Nederlandse economie.’

Demoproject
De aandrijving van een elektrisch binnenvaartschip op waterstof is volledig nieuw en een demoproject voor de Nederlandse binnenvaart. De bouw van de Antonie draagt dan ook bij aan de verdere ontwikkeling van de techniek aan boord van schepen. Dit geldt onder andere voor de gebruikte brandstofcellen, waarmee de waterstof kan worden omgezet in elektriciteit. Het project is een samenwerking van Nedstack, Nobian, Lenten Scheepvaart, Concordia Damen, Energy TransStore en binnenvaartcoöperatie NPRC. De betrokken partijen willen met het project een versnelling aanbrengen in regelgeving om het gebruik van waterstof in de binnenvaart te stimuleren.

Ervaring opdoen
De ervaringen die worden opgedaan tijdens de ontwikkelingsfase, de bouw en in de vaart brengen van het ms Antonie zullen bijdragen aan het bepalen van de haalbaarheid en de kosten van vergelijkbare projecten in de toekomst. Met het project kan in kaart worden gebracht wat er nodig is aan regelgeving en faciliteiten om waterstof op grotere schaal veilig te kunnen gebruiken in de binnenvaart.

Dubbel zo duur
De kosten voor de bouw en ontwikkeling van het eerste 135 meter lange waterstof-elektrische binnenvaartschip zijn ongeveer twee keer zo hoog als dat van een conventioneel schip. Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat doet daarom een forse bijdrage om de extra kosten te dragen. Nobian, NPRC en Lenten scheepvaart hebben daarbij lange termijn afspraken gemaakt voor de inzet van het schip. Het ministerie ziet het project als een belangrijk onderdeel in het realiseren van het Europese doel dat de gehele binnenvaart in 2050 emissievrij moet zijn.

Zout vervoeren
Als de Antonie klaar is, gaat het schip zout vervoeren voor Nobian, de vorig jaar verzelfstandigde industriële chemietak van AkzoNobel. Het schip zal per afvaart circa 3700 ton zout, een equivalent van 120 vrachtwagens, geheel emissievrij vanuit Delfzijl naar de fabriek in de Botlek in Rotterdam vervoeren. Nobian is tevens de producent van de groene waterstof.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

CCR komt met routekaart terugdringen emissies

STRAATSBURG De Centrale Commissie voor de Rijnvaart (CCR) heeft een routekaart opgesteld die tot doel heeft de uitstoot van broeikasgassen en luchtverontreinigende stoffen door de binnenvaart tegen 2050 zo veel mogelijk terug te dringen. De energietransitie moet volgens de CCR worden gezien als een cruciale uitdaging voor de Rijnvaart en Europese binnenvaart.

Er is volgens de CCR de afgelopen jaren weliswaar meer innovatie die erop gericht is de emissies van bestaande en nieuwe schepen terug te dringen, maar dit beperkt zich vooralsnog tot proefprojecten. ‘Ondanks de huidige onzekerheden, die met name betrekking hebben op de ontwikkeling, de kosten en de beschikbaarheid van technologieën moet nu een begin worden gemaakt met het uitstippelen van een weg om dit ambitieuze doel op middellange en lange termijn te kunnen bereiken. Tegen deze achtergrond moeten de maatregelen vastgesteld en nader onder de loep genomen worden die het mogelijk maken de transitie naar een nul-uitstoot sneller te bereiken.’

Tank-to-wake
De CCR ziet haar eigen routekaart als het voornaamste instrument om bij te dragen aan de klimaatverandering door de energietransitie in de binnenvaart te bevorderen en daardoor het Europese binnenvaartbeleid te ondersteunen. ‘Om ervoor te zorgen dat alle partijen die betrokken zijn bij de energietransitie in de binnenvaart uitgaan van een gemeenschappelijke informatiestand, was het belangrijk om het eens te worden over de scope van deze routekaart.’
In dit kader werd met name besloten om:
– de binnenvaart centraal te stellen en te definiëren als het vervoer van goederen en passagiers door binnenvaartschepen. Pleziervaartuigen, dienstvaartuigen en drijvende werktuigen zijn om te beginnen buiten beschouwing gelaten;
– de emissies te definiëren als luchtverontreinigende stoffen en broeikasgassen die vrijkomen als gevolg van het gebruik van de voortstuwing en hulpsystemen aan boord van binnenvaartschepen;
– bij wijze van tussenoplossing een ‘tank-to-wake’-benadering (van brandstoftank tot brandstofverbruik) te volgen, totdat er een ‘well-to- wake’-benadering (van bron tot verbruik) beschikbaar is voor de desbetreffende energiedragers.

Transitietrajecten
In de routekaart schetst de CCR twee transitietrajecten. Een meer conservatief traject, dat gebaseerd is op al uitgerijpte technologieën die op korte termijn kostenefficiënt zijn, maar die onzekerheden inhouden met betrekking tot de beschikbaarheid van bepaalde brandstoffen, en een meer innovatief traject, dat gebaseerd is op technologieën die nog in de kinderschoenen staan, maar op langere termijn veelbelovend zijn als het gaat om het terugdringen van de emissies. De transitietrajecten beschrijven ook de rol die de verschillende technologische oplossingen zullen spelen in de context van de uitdaging van de energietransitie, omdat geëvalueerd wordt in hoeverre zij geschikt zijn voor de verschillende scheepstypen in Europa en het vaarprofiel van de schepen.

‘Financiële kloof’
De twee transitietrajecten zijn beide ambitieus genoeg om de doelstellingen van de Verklaring van Mannheim te bereiken. Een belangrijke conclusie is dat er geen technologische oplossing is die als ‘one size fits all’, dus als algemene oplossing geschikt zou zijn voor alle typen schepen en vaarprofielen. Om de energietransitie te bewerkstellingen zou daarom gezocht moeten worden naar een technologieneutrale benadering. Verder wordt er ook ingegaan op de financiële uitdaging en de mogelijke vorm van ‘no-regret-investeringen’. De financiële kloof die overbrugd zal moeten worden om de doelstellingen van de Verklaring van Mannheim voor het terugdringen van de emissies te bereiken zijn voor het ene en andere transitietraject zeer uiteenlopend, maar zullen voor beide naar verwachting in de miljarden lopen.

Rode draad
Er moet ook rekening gehouden worden met de economische, technische, sociale en reglementaire aspecten om de uitdaging van de energietransitie naar nul-emissies aan te kunnen gaan. Welke concrete beleidsmaatregelen hieraan bij kunnen dragen, was de vraag die de rode draad vormde bij het uitwerken van het tenuitvoerleggingsplan dat in de routekaart wordt voorgesteld. ‘Dit tenuitvoerleggingsplan heeft tot doel maatregelen voor te stellen, met inbegrip van de planning en implementatie, los van het feit of zij al dan niet rechtstreeks door de CCR kunnen worden getroffen, waarbij tevens een monitoring voorzien is van de tussentijdse en einddoelstellingen die in de Verklaring van Mannheim zijn vastgelegd.
De CCR brengt tegen 2025 verslag uit over de geboekte vooruitgang bij de tenuitvoerlegging en over de noodzaak om de routekaart te actualiseren, en zal tegen 2030, indien nodig, de routekaart en het desbetreffende actieplan herzien.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

1.000e certificaat Green Award Binnenvaart

SLIEDRECHT Minister Mark Harbers van Infrastructuur en Waterstaat heeft onlangs het 1.000e Green Award certificaat voor de binnenvaart uitgereikt. Jan Huijbers, general manager van waterbouwer Van den Herik Sliedrecht, nam het certificaat voor zijn ms. Prins 1 vol trots in ontvangst.

Minister Harbers zei onder de indruk te zijn van wat Green Award heeft bereikt met het stimuleren en het belonen van vergroening in de scheepvaart. ‘De binnenvaart is een relatieve schone manier van vervoer, maar moet stappen zetten om de klimaatdoelen te halen. Investeren in vergroening is niet alleen noodzakelijk maar ook goed voor de concurrentiekracht van de scheepvaart. Het 1.000e certificaat laat zien dat de sector hier werk van maakt.’

Noodzakelijk
Huijbers is blij met de erkenning. ‘Ook in de waterbouw zien we dat vergroening noodzakelijk is en een concurrentievoordeel kan opleveren. Daarom hebben wij besloten te investeren in de verduurzaming van ons multifunctionele baggerschip Prins 1. Het schip is weliswaar uit 1969, maar door slimme toepassingen presteert het als een nieuwbouwschip. Zo hebben wij Stage V motoren geïnstalleerd met roetfilter en katalysator, zodat de schadelijke emissies minimaal zijn.’

Jan Fransen, executive director van Green Award is trots op de mijlpaal én het schip. ‘De Prins 1 bewijst dat ook oudere schepen een verduurzamingsslag kunnen maken. Ik vind dat mooi, want zo wordt optimaal gebruik gemaakt van de lange levensduur van een schip, wat ook duurzaam is.’

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

KOTUG elektrisch met cacaobonen van Amsterdam naar Zaandam

AMSTERDAM KOTUG gaat haar E-Pusher type M inzetten voor emissievrije binnenvaart van cacaobonen van Cargill tussen de Amsterdamse haven en de cacaofaciliteiten in Zaandam. Het schip is uitgerust met verwisselbare batterijcontainers van Shift Clean Energy (Shift). De containers kunnen worden gewisseld bij de batterijwissel- en laadstations van Shift.

De modulaire en schaalbare elektrische duwboot wordt aangedreven door verwisselbare energiecontainers. Shift biedt verwisselbare energiecontainers aan die variëren van 70 kWh tot 6 MWh. Deze ESS-batterijsystemen worden opgeladen door middel van schone stroomopwekking uit (bio)gas, waterstof en andere hernieuwbare energiebronnen. Dat kan aan boord van de schepen, maar ook in de speciale PwrSwäp-energiestations van Shift. Door deze ESS-batterijsystemen te verwisselen, wordt de uptime voor de scheepseigenaren gemaximaliseerd. Bij de battery hubs kunnen de containers onderweg in een paar minuten worden gewisseld. Bovendien kunnen lege batterijen ’s nachts worden opgeladen, waarbij wordt geprofiteerd van eventuele energieoverschotten in het net.

‘Mooi begin’
Paul Hughes, president en medeoprichter van Shift Clean Energy, meldt verheugd te zijn over de samenwerking met KOTUG. ‘Met onze PwrSwäp-laadstations langs de route, als onderdeel van de bredere route Amsterdam-Rotterdam-Antwerpen, kunnen we eventuele zorgen over bereikangst wegnemen. Naar onze mening zal het overwinnen van deze belangrijke hindernis de deur openen naar grootschalige elektrificatie van schepen, en dus naar emissievrij vervoer over water. Onze PwrSwäp-laadstations zullen multi-fuel en open toegang hebben en zullen een belangrijke verbetering van de infrastructuur voor havens en steden opleveren naarmate ze hun emissiereductieprogramma’s voortzetten. Dit is een mooi begin.’

Drie types
De E-Pusher Serie bestaat uit de drie types Small, Medium en Large. Deze zijn geschikt voor vervoer in binnensteden, over korte afstanden en de grotere binnenwateren. De E-Pusher type M kan duwbakken tot 4.000 ton vracht duwen. Kotug kwam vorig jaar met het E-Pusher concept in 2021. Het kleinere type, de E-Pusher S (de ‘CityBarge One’), wordt al met ingezet op verschillende binnenwateren en in steden.

CEO Ard-Jan Kooren van KOTUG is ‘erg trots dat een internationaal bedrijf als Cargill onze eerste klant is voor de E-Pusher type M’. ‘Het schip is ontworpen voor dit soort transporten en garandeert een emissievrije logistiek. Hiermee kunnen we een breed scala aan industrieën ondersteunen om een deel van hun supply chain emissievrij te maken zonder extra kosten. De toepassingen van de E-Pusher zijn eindeloos en variëren van het transporteren van afval tot bouwmaterialen.’

‘Hoe minder, hoe beter’
Alma Prins, hoofd cargo en offshore bij Havenbedrijf Amsterdam juicht het initiatief toe. ‘Als grootste cacao-importhaven ter wereld komen veel cacaobonen hier in Amsterdam aan. Mooi dat deze emissievrij vervoerd kunnen worden tussen de magazijnen in onze haven en de Cargill fabrieken in Zaandam. We willen toe naar een klimaatneutrale haven, dus hoe minder uitstoot, hoe beter.’

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

Emissies binnenvaart worden komend jaar aan boord gemeten

ROTTERDAM Ongeveer 20 scheepseigenaren gaan de emissies van hun schepen minimaal één jaar lang 24/7 meten. Met de gegevens wordt het mogelijk inzicht te krijgen in seizoenseffecten van waterafvoer en gerelateerde waterstanden op energieverbruik en emissies.

‘Meten op Schepen’ is een initiatief van de Topsector Logistiek. Ook CoVadem werkt aan het programma mee. De eerste resultaten zijn naar verwachting eind 2022 beschikbaar.

Nauwkeuriger
De uitstoot van emissies wordt doorgaans uitgedrukt in relatie tot de geleverde vervoersprestatie. De vervoersprestatie kan worden gemeten door de hoeveelheid vracht te registreren, die wordt vervoerd tussen herkomst en bestemming. Hoe beter de verhouding is tussen (nuttige) verplaatsing van goederen enerzijds en de emissies anderzijds, des te beter is de emissieprestatie.
De analyse van de gegevens leidt naar verwachting tot nauwkeurigere en beter gevalideerde modellen van de emissieprestatie van de binnenvaart en een uitgebreidere dataset om beleidsbeslissingen op te baseren.

‘Moderne motor kan tegenvallen’
Voor vrachtwagens en bestelwagens is het relatief eenvoudig om de werkelijke operationele prestaties, condities, energieverbruik en emissies te monitoren. Voor binnenvaartschepen is dit volgens de Topsector Logistiek veel uitdagender. Er bestaat immers een grote verscheidenheid in scheepstypen, afmetingen, gebruikte (hulp)motoren, verschillende rompontwerpen en voortstuwingssystemen, externe omstandigheden, belastingen en snelheden. ‘Moderne motoren voldoen aan strenge emissie- eisen, maar in de praktijk kan het in sommige gevallen tegenvallen. Daarom wordt er in dit project in de praktijk gemeten, en emissies bij verschillende omstandigheden geanalyseerd.’

Parameters
In het eerste halfjaar van 2022 worden de meetschepen voorzien van de nodige instrumenten. Bij de selectie van de schepen is aandacht besteed aan de operationele karakteristieken die van toepassing zijn op de binnenvaartsector. ‘Zo hebben we gekeken naar meerdere binnenvaartcorridors en verschillende soorten lading en motoren. Deze parameters worden gecombineerd met data uit andere gegevensbronnen zoals weer, ECDIS-informatie en de stroomsnelheid.’

In het monitoringsprogramma worden de volgende parameters gemeten:

• positie op de vaarweg en snelheid
• diepgang
• kielspeling
• toerental van de motor(en)
• door de motor(en) opgewekte vermogen
• gevalideerd brandstofverbruik
(in kilogrammen of normaalvolume)
• NOx-emissies (met en zonder nabehandelingssysteem)
• lading (ton, type zoals vloeistof, bulk, containers, herkomst en bestemming)

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

Subsidie voor aanschaf van Stage V motor is al weer op

DEN HAAG Het voor 2022 beschikbare budget van de subsidie voor het vervangen van motoren voor Stage V motoren of het plaatsen van een elektrische aandrijflijn is na ruim twee weken al weer helemaal op. Voor het plaatsen van een katalysator is voor dit jaar nog wel budget beschikbaar, ongeveer de helft.

Binnenvaartondernemers konden vanaf 1 januari van dit jaar weer een aanvraag indienen voor subsidie voor het plaatsen van een Stage V motor of het plaatsen van een elektrische aandrijflijn. Via de Tijdelijke Subsidieregeling Verduurzaming Binnenvaartschepen was vanaf 2021 in totaal 13,7 miljoen euro beschikbaar, waarvan 6,9 miljoen vorig jaar. Die miljoenen waren toen ook al weer snel weg. Dit jaar kon de binnenvaart 5,9 miljoen euro subsidie verdelen. Maar ook deze miljoenen zijn nu dus al weer op. ‘Het heeft op dit moment geen zin om voor dit onderdeel nog aanvragen in te dienen’, vertelt woordvoerder Marcus Polman van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO).

Vooral kleine bedrijven
Of er nog een vervolg komt van de subsidieregeling durft Polman niet te zeggen. ‘De Tijdelijke Subsidieregeling Verduurzaming Binnenvaartschepen levert een nuttige bijdrage aan de verduurzaming van de binnenvaartvloot in Nederland, maar de huidige regeling is niet in staat om de gehele vloot te verduurzamen. Het er al dan niet komen van een vervolg is een keuze die ligt bij het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.’
Volgens Polman wordt het grootste deel van de aanvragen voornamelijk ingediend door (zeer) kleine bedrijven. ‘Een grove schatting laat zien dat ongeveer 80% van de in 2022 ingediende aanvragen tot deze categorie (VOF of klein mkb) behoort.’
Volgend jaar wordt het voor de binnenvaartondernemer die niet achter het net wil vissen, zaak nog eerder een aanvraag in te dienen. In 2023 is nog slechts het allerlaatste restje van 900.000 euro uit de subsidieregeling te verdelen.

SCR katalysator
De subsidieverstrekking voor de aanschaf van SCR katalysatoren is een heel ander verhaal. Van 2021 tot en met 2025 is in totaal 63 miljoen beschikbaar. In 2021 ging het geld zelfs niet helemaal op. En voor 2022 komt voor de aanschaf een katalysator 13,6 miljoen euro beschikbaar, voor de jaren 2023 en 2024 15,6 miljoen euro en voor 2025 4,6 miljoen euro.

Om voor subsidie voor een SCR katalysator in aanmerking te komen, moet de katalysator worden ingebouwd in een reeds ingebouwde motor. De katalysator moet minimaal 60% stikstofreductie opleveren ten opzichte van de CCR2 norm voor een soortgelijke motor. De reductie moet worden aangetoond met een meetrapport van een erkend of gecertificeerd meetbedrijf. De binnenvaartondernemer kan de kosten voor dit rapport meenemen in de subsidieaanvraag. Overigens vallen alleen de aanschaf en installatie van de SCR katalysator onder de subsidieregeling. Kiest de binnenvaartondernemer voor een compleet nabehandelingspakket met een SCR katalysator en een roetfilter, dan moeten de kosten bij de aanvraag duidelijk worden uitgesplitst.

Vrijwillige aanschaf
De subsidie voor zowel een Stage V motor als een SCR katalysator bedraagt 40% van de investeringskosten en bedraagt nooit meer dan 200.000 euro. Het subsidiepercentage kan worden opgehoogd voor het MKB. Dit betekent dat middelgrote bedrijven 50% en kleine bedrijven 60% subsidie krijgen. Ook dan geldt het maximum van 200.000 euro per vaartuig.

Om voor subsidie in aanmerking te komen, hoeft het overigens niet te gaan om motoren die speciaal voor de scheepvaart zijn gebouwd. Het kan dus ook gaan om gemariniseerde motoren zoals Euro 6 vrachtwagenmotoren of NRE Stage V industriemotoren. De aanschaf moet wel vrijwillig zijn, en op geen enkele wijze wettelijk zijn verplicht. Het gaat dus om vervanging van een nog werkende motor.
Alleen de aanschaf en installatie van de Stage V motor worden gesubsidieerd. Kosten als onderhoud, reparaties zijn voor eigen rekening van de binnenvaartondernemer.

Subsidie aanvragen
Het aanvragen van subsidie voor het plaatsen van een katalysator kan dus nog altijd via de website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. Voor verdere informatie over de subsidieregeling kunnen binnenvaartondernemers contact opnemen met het Expertise- en InnovatieCentrum Binnenvaart.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

 

Opnieuw miljoenen euro’s subsidie voor aanschaf Stage V motor

DEN HAAG Het jaar 2022 wordt het laatste jaar dat de binnenvaart gebruik kan maken van miljoenen euro’s subsidie voor de aanschaf van een Stage V- of elektromotor. Volgend jaar is nog 5,9 miljoen euro beschikbaar, in 2023 is dat nog ‘slechts’ 900.000 euro. Voor de aanschaf van een SCR katalysator blijft de komende jaren wel voldoende subsidie beschikbaar.

Via de Tijdelijke Subsidieregeling Verduurzaming Binnenvaartschepen kunnen binnenvaartondernemers subsidie krijgen om hun schip te verduurzamen. Einddoel is een nagenoeg emissieloze sector in 2050. Een belangrijk meetmoment is 2035, wanneer de uitstoot van milieuverontreinigende stoffen zoals fijnstof en stikstof met 25% tot 50% moet zijn afgenomen. Hiernaast is er de structurele aanpak stikstofproblematiek, waarin het Rijk de nationale stikstofuitstoot wil terugdringen.

Voor de aanschaf van een Stage V motor of elektromotor is van 2021 tot en met 2023 in totaal 13,7 miljoen euro beschikbaar, voor de aanschaf van SCR katalysatoren is van 2021 tot en met 2025 in totaal 63 miljoen beschikbaar. Dit jaar was het subsidiebedrag van 6,9 miljoen euro voor de Stage V motoren al snel helemaal uitgeput, aanvragen kan pas weer op 1 januari 2022. Voor SCR katalysatoren is nog geld uit 2021 over, men kan hiervoor dus zowel voor als na de jaarwisseling een aanvraag doen. Voor 2022 komt voor de aanschaf een katalysator 13,6 miljoen euro beschikbaar, voor de jaren 2023 en 2024 15,6 miljoen euro en voor 2025 4,6 miljoen euro.

Stage V motor
De subsidie voor zowel een Stage V motor als een SCR katalysator bedraagt 40% van de investeringskosten en is per vaartuig nooit meer dan 200.000 euro. Het subsidiepercentage kan worden opgehoogd voor het MKB. Dit betekent dat middelgrote bedrijven 50% en kleine bedrijven 60% subsidie krijgen. Ook dan geldt het maximum van 200.000 euro per vaartuig.

Bij de subsidie van een Stage V motor gaat het om motoren die op het moment van de aanvraag een Stage V typegoedkeuring hebben. Dit moet blijken uit de offerte. Als de motor niet op de CESNI lijst staat van goedgekeurde motoren, is een apart bewijs van certificering, en zo nodig marinisatie, nodig.

Om voor subsidie in aanmerking te komen, hoeft het overigens niet te gaan om motoren die speciaal voor de scheepvaart zijn gebouwd. Het kan dus ook gaan om gemariniseerde motoren zoals Euro 6 vrachtwagenmotoren of NRE Stage V industriemotoren. De aanschaf moet wel vrijwillig zijn, en op geen enkele wijze wettelijk zijn verplicht. Het gaat dus om vervanging van een nog werkende motor.

Alleen de aanschaf en installatie van de Stage V motor worden gesubsidieerd. Kosten als onderhoud, reparaties zijn voor eigen rekening van de binnenvaartondernemer.

SCR katalysator
Om voor subsidie voor een SCR katalysator in aanmerking te komen, moet de katalysator worden ingebouwd in een reeds ingebouwde motor. De katalysator moet minimaal 60% stikstofreductie opleveren ten opzichte van de CCR2 norm voor een soortgelijke motor. De reductie moet worden aangetoond met een meetrapport van een erkend of gecertificeerd meetbedrijf. De binnenvaartondernemer kan de kosten voor dit rapport meenemen in de subsidieaanvraag.

Net als bij de Stage V motor, vallen alleen de aanschaf en installatie van de SCR katalysator onder de subsidieregeling. Kiest de binnenvaartondernemer voor een compleet nabehandelingspakket met een SCR katalysator en een roetfilter, dan moeten de kosten bij de aanvraag duidelijk worden uitgesplitst. Roetfilters vallen namelijk niet onder de subsidieregeling. Ook voor het reviseren van een bestaande SCR katalysator krijgt de binnenvaartondernemer geen subsidie.

Subsidie aanvragen
Aanvragen van subsidie kan via de website van de RVO. Het aanvragen van subsidie voor een SCR katalysator kan nog steeds, voor een Stage V motor komt per 1 januari 2022 weer geld beschikbaar.
Voor meer informatie kunnen binnenvaartondernemers contact opnemen met het Expertise- en InnovatieCentrum Binnenvaart.

Modal shift leidt niet tot substantiële verhoging stikstof-depositie

DEN HAAG Een forse modal shift van weg naar binnenvaart heeft slechts een klein effect op de stikstofdepositie in natuurgebieden langs de route van Rotterdam naar het noorden van Nederland. Uit onderzoek van TNO blijkt wel dat de NOx-uitstoot van de binnenvaart per TEU-kilometer hoger is dan het wegtransport en dat dit ook geldt bij binnenvaartschepen met een CCR2 motor met nabehandeling.

De Topsector Logistiek vroeg TNO een vergelijking te maken van de stikstof-uitstoot en -depositie voor containertransport via wegvervoer en binnenvaart. Het doel is om inzicht te krijgen in de impact op stikstof-depositie van modal shift van weg naar de binnenvaart. De analyse is uitgevoerd voor verschillende soorten vaartuigen en verschillende routes. De impact van modal shift op de NOx (stikstof)-uitstoot was tot nu niet duidelijk. De vergelijking tussen wegvervoer en binnenvaart is immers van veel factoren afhankelijk zoals de emissieklasse van de binnenvaartschipmotoren en de logistieke kenmerken van de routes. Daarnaast is het van belang of een binnenvaartschip door of langs een Natura2000-gebied vaart, waardoor modal shift een direct effect kan hebben op het neerslaan van stikstof in de omliggende natuurgebieden.

Het onderzoek
De studie maakt naast kengetallen gebruik van de technische en operationele kenmerken van de routes en actieve schepen op deze routes om de NOx-uitstoot te berekenen. Hiertoe zijn interviews uitgevoerd met vijf containervervoerders. Voor de berekening van de NOx-uitstoot van het wegvervoer is gebruik gemaakt van de TNO Heavy Duty emissiedatabase. Om de uitkomsten tussen de verschillende routes van binnenvaart en wegvervoer goed te kunnen vergelijken zijn deze omgezet naar TEU/kilometer.

Conclusies
Naast de conclusies dat de NOx-uitstoot van de binnenvaart per TEU-kilometer hoger is dan het wegtransport en dat dit ook geldt bij binnenvaartschepen met een CCR2 motor met nabehandeling, concludeert TNO verder dat de aanwezigheid van stroming in vaarroutes de NOx-uitstoot beïnvloedt en dat er wel effecten zijn te zien van modal shift op de stikstofdepositie op natuurgebieden langs de vaarroute laten wel een groei zien, maar dat geen grenswaarden worden overschreden.

Advies
TNO adviseert voor het verminderen van de Nox het gebruik van een stage V NRE motor. ‘Dit kan de NOx-uitstoot per container verder reduceren tot een niveau dat vergelijkbaar is met vervoer via de weg.’ Ook kan volgens TNO het vermogen van de vaak over bemeten motoren worden aangepast en kan de stikstof-depositie worden verminderd door het toepassen van dieselelektrische aandrijving.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.