Tagarchief: milieu

‘Stuur voor duurzame binnenvaart niet op certificaten’

DEN HAAG Een duurzame binnenvaart ligt binnen handbereik, maar dit vraagt wel een andere benadering door havens, vervoerders en verladers. In plaats van te sturen op certificaten voor bepaalde motoren en milieusystemen, zouden zij moeten kijken naar de werkelijk geboekte milieuwinst door een schipper. Dat stellen de partners van het Europese LIFE-project CLINSH (CLean INland SHipping).

‘De binnenvaart is van zichzelf al een duurzame vorm van transport’, stelt gedeputeerde Rik Janssen, voorzitter van het CLINSH-consortium. ‘Maar het kan nog duurzamer. Tot nog toe sturen klanten en ook havenbedrijven op bepaalde motortypen en milieusystemen. Terwijl uit onze praktijkmetingen naar voren komt dan andere schepen minstens zo schoon kunnen zijn als gecertificeerde schepen. Verduurzaming van de binnenvaart kan dus goedkoper, sneller en efficiënter.’

Nieuwe deelnemers
CLINSH is een demonstratieproject dat de effectiviteit en kosten van emissiereducerende technieken en alternatieve brandstoffen vanuit de praktijk in kaart brengt. CLINSH wordt ondersteund door het Europese LIFE fonds. De totale projectkosten zijn ruim 8,5 miljoen euro, waarmee 16 partners uit Nederland, België, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk samen met het Europese LIFE-fonds investeren in diverse projecten die bijdragen aan een duurzame binnenvaart.

Om naar meer gegevens te vergaren is CLINSH op zoek naar nieuwe binnenvaartschippers of reders die willen investeren in de verduurzaming van hun schip of vloot. Op alle schepen die deelnemen aan de praktijkproef wordt meetapparatuur geplaatst, waarna continu de uitstoot aan boord wordt gemeten. Dit moet informatie opleveren over de milieuprestaties en de operationele kosten bij verschillende technieken.

Aan de derde ronde van CLINSH kunnen maximaal 20 schepen deelnemen. De scheepseigenaren moeten bereid zijn te investeren in een SCR in combinatie met DPF, FWE of FWE+ in combinatie met (tijdelijk) GTL, Euro VI/NRE, 100% elektrisch, hybride of diesel-elektrisch of de installatie van elektronische common rail techniek. Ook is er ruimte voor schepen om in te zetten als controlegroep met: LNG, CNG, Euro VI motor, CCR1 of CCR2 motor of hybride techniek.

Tegemoetkoming
Vanuit het project CLINSH ontvangen geselecteerde schippers na de aanbesteding een financiële compensatie voor deelname aan het project. Voor het aanschaffen en laten installeren van de technologie kunnen de schippers tot 50% van de gemaakte kosten ontvangen. De schippers die al met een emissiereducerende technologie of alternatieve brandstof varen kunnen per schip maximaal 10.000 euro onkostenvergoeding krijgen. Wie deelneemt aan CLINSH kan dus een financiële compensatie krijgen voor het leveren van informatie die de verduurzaming van de binnenvaart versnelt. ‘Daarnaast levert deelname aan het project kennis op over de verschillende technieken en bereikte milieuvoordelen, en een koplopersrol binnen de sector. Goede milieuprestaties kunnen in het voordeel van de schipper werken bij het verkrijgen van lading of toegang tot een haven. Schippers kunnen nu een vergoeding krijgen voor aanpassingen die in de toekomst mogelijk verplicht worden.’

De aanbesteding
De derde Europese aanbesteding voor de praktijkproef van dit project, gericht op duurzaam vervoer over water, loopt van 13 maart tot en met 22 april 2019, 14.00 uur.

Alle benodigde informatie voor deze aanbesteding is te vinden via www.clinsh.eu. De aanbestedingsdocumenten kunnen worden opgevraagd door een e-mail te sturen naar tenderclinsh@pzh.nl, met als onderwerp ‘Notify Tender CLINSH’.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

Binnenvaart heeft 25 miljoen extra nodig voor CO2-reductie

ZOETERMEER De binnenvaart heeft 25 miljoen euro aan extra fiscale stimulering nodig om in 2030 de uitstoot van CO2 met 20% verminderd te hebben en in 2050 klimaatneutraal te kunnen varen. Dat concludeert onderzoeksbureau Panteia in haar rapport ‘Op weg naar een klimaatneutrale binnenvaart per 2050’.

De 25 miljoen euro extra heeft betrekking op de periode 2018-2050. De stimulering die Panteia voorstelt betreft overigens geen subsidie, maar mogelijkheden om de belastbare winst van binnenvaartondernemers te drukken. De bestaande regelingen EIA, MIA en VAMIL voldoen daarvoor, maar vereisen volgens Panteia wel ‘een smallere scope’. ‘Het wijzigen van deze regelingen kan leiden tot 16 Mton CO2-reductie in de periode 2018-2050, waarmee de CO2-emissie van de binnenvaart in 2050 nog maar 2,5% van de uitstoot bedraagt in het jaar 2016.

Belangrijk is volgens Panteia wel dat het verdienvermogen van de binnenvaartsector binnen deze periode op een gelijkwaardig niveau van het huidige niveau blijft. ‘Doordat veel van de vergroeningsprikkels via belastingaftrek lopen, is het belangrijk om binnenvaartondernemingen winst te laten maken.’ Ook moeten investeringen in conventionele verbrandingsmotoren, of deze nou gevoed worden door diesel of LNG, niet meer woerden gestimuleerd. ‘De huidige EIA voorziet wel in het stimuleren van zogenaamde energiezuinige verbrandingsmotoren, maar daarbij wordt enkele gekeken naar het specifieke brandstofverbruik en niet naar de grootte van de motor (kW) in relatie tot het inzetpatroon van het schip.’

Onzeker
Op de korte termijn is het volgens de onderzoekers van Panteia nog onzeker of er CO2-reductie gaat plaatsvinden. ‘De meest kansrijke methode hiervoor is het bijmengen van biobrandstof aan de diesel voor de binnenvaart. Momenteel gebeurt dit echter nog niet. Verder kan voor specifieke supplychains ingezet worden op batterij-elektrische schepen. Voorwaarden hierbij zijn korte en voorspelbare vaarafstanden. De zand- en grindsector alsmede de containervaart lenen zich hier goed voor.’

Op de lange termijn gaat de binnenvaart grote stappen zetten om de CO2-footprint terug te dringen. Dat gebeurt zowel met en zonder aanvullend beleid. In het laatste geval kan de CO2 emissie met 87% worden teruggedrongen. ‘Wordt er aanvullend beleid gevoerd, dan kan de uitstoot dalen tot slechts 2,5% van de uitstoot in het jaar 2016.’

Van 10 naar 2,50 euro
Het pad naar klimaatneutrale binnenvaart loopt volgens Panteia, grofweg geschetst, van dieseldirecte verbrandingsmotoren via dieselelektrische aandrijflijnen of batterij-elektrische aandrijflijnen naar waterstof. ‘Zonder aanpassingen in de fiscale regelingen rondom de binnenvaart (EIA, MIA, VAMIL) wordt waterstof pas interessant voor de binnenvaart vanaf het jaar 2035. Met stimuleringsmaatregelen, kan waterstof al interessant worden vanaf het jaar 2025. In 2030 varen er dan al bijna 400 schepen op waterstof rond. Belangrijk voor het succes van waterstof en het moment waarop waterstof zijn intrede gaat doen in de binnenvaartsector is de prijsontwikkeling. De huidige prijs van 10 euro per kg waterstof maakt waterstof niet interessant, maar zodra deze prijs rond de 2,50 euro per kg wordt, kan de binnenvaart grootschalig omschakelen.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

‘Meten aan de pijp geen alternatief voor proefstandmeting’

DEN HAAG Het zogenoemde meten aan de pijp op binnenvaartschepen is geen alternatief voor de proefstandmeting. Hoewel systemen voor Continueous On Board Monitoring (COBM) als monitorings- en signaleringsinstrument een goed inzicht kunnen
geven in de daadwerkelijke emissies van NOx, is het niet mogelijk om een goede roetmeting (PM) te realiseren.

Een en ander blijkt uit het onlangs gepubliceerde eindrapport in het kader van ‘Green Deal COBALD’ (Continue Aan-Boord AnaLyse en Diagnose). Minister Cora van Nieuwenhuizen van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat stuurde het rapport onlangs aan de Tweede Kamer.

In het kader van de Green Deal is uitgebreid onderzoek gedaan naar de mogelijkheden van COBM van scheepsemissies en de mogelijkheden om hiermee een gelijkwaardig alternatief te bieden aan typegoedkeuring van motoren. Nu het onderzoek is afgerond bleek niet alleen de roetmeting een probleem, ook blijkt de bereidheid om data te delen klein en het deelnamepercentage te gering. Hierdoor kan niet met een gedragen voorstel worden gekomen op basis waarvan kan worden omschreven onder welke voorwaarden een mogelijk gelijkwaardigheidsprincipe kan worden ingevoerd. Ook is het vooralsnog niet mogelijk om deze meetmethode in de Europese wetgeving vastgelegd te krijgen. Volgens Koninklijke BLN-Schuttevaer was ‘van meet af aan was bekend dat het meten van roet (PM) niet mogelijk was op basis van een continue meting’.

Geen oplossing
Volgens de onderzoekers hebben de resultaten van het onderzoek de verwachtingen bij aanvang van deze Green Deal niet waargemaakt. Daardoor zijn voor de toegang tot het havengebied van Rotterdam na 2025 met niet type goedgekeurde CCRII-motoren nog geen oplossingen. Desondanks hebben de bevindingen aangetoond dat COBMsystemen als monitorings- en signaleringsinstrument een goed inzicht kunnen geven in de daadwerkelijke emissies van NOx. Maar volgens de onderzoekers zijn er veel verschillende externe factoren (vaarprofiel, vaargedrag, sluizen, drukte op vaarwegen, brandstofsamenstelling, buitenluchttemperatuur, luchtvochtigheid en dergelijke), waardoor de NOx sterk kan variëren. ‘Het formuleren van een harde grenswaarde voor emissies is daarmee arbitrair.’

En ook monitoring volgens de E3-cyclus, kan een flinke afwijking kan laten zien met de daadwerkelijke gemiddelde praktijkemissies. Deze methode wordt daarom als minder nuttig gezien, vooral voor de toekomstige Stage V motoren. ‘Met de verkregen inzichten is duidelijk geworden dat milieuprestaties middels een E3-cyclusmeting zichtbaar maken, geen goede methode is voor uitsluiting en toelating. Er wordt onvoldoende rekening gehouden met de werkelijke omstandigheden en er wordt geen rekening gehouden met het vaarprofiel en -gedrag. Deze meetmethode geeft daardoor geen goed beeld van de werkelijke emissies. Op dit moment is er echter geen beter alternatief.

Discontinue meten
BLN-Schuttevaer maakt zich hard om linksom of rechtsom de toegang tot de haven van Rotterdam toch te realiseren met bestaande (aangepaste) motoren. Daarom heeft Koninklijke BLN-Schuttevaer in de nu te onderhandelen Green Deal Binnenvaart het continue ‘meten aan de pijp’ laten aanpassen in ‘metingen aan de pijp’. Dit houdt in dat meten op basis van vast te stellen normen en meetmethodieken ook periodiek uitgevoerd kunnen worden. ‘Een APK op de emissie zogezegd. Het COBALD-traject heeft technisch aangetoond dat er zeker kansen zijn om het meten van emissies in de praktijk te gebruiken voor monitoring en signalering we willen ook dat in de toekomst verder uitwerken.’

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

Vervoer over korte afstanden moet in 2040 emissieloos

ROTTERDAM De logistieke sector wil dat tegen 2040 het vervoer over korte afstanden op weg en binnenwateren emissievrij is. Deze en andere voornemens staan in de ‘Visie handel en logistiek 2040’, een gezamenlijke langetermijnvisie van 19 organisaties uit de logistieke sector om het logistieke systeem in Nederland klaar te stomen voor de toekomst.

De ‘Visie Handel en logistiek 2040’ dient voor het bedrijfsleven als uitgangspunt voor gesprekken met het kabinet over de goederenvervoeragenda, arbeidsmarktbeleid en het topsectorenbeleid. Zo streven de ondernemers er bijvoorbeeld samen naar dat in 2040 al het vervoer over korte afstanden via de weg en het binnenwater emissievrij en dus duurzaam is. Ook willen de bedrijven samen werken aan een werkbare maar sterke veiligheidscultuur in de keten en hebben zij afgesproken dat duurzame inzetbaarheid van personeel in logistiek de norm wordt.

Omarmd
De visie wordt door vertegenwoordigers van het bedrijfsleven dan ook van harte omarmd. ‘Ons logistieke systeem is feitelijke de bloedsomloop van de economie en van veel kleine en grote bedrijven’, aldus VNO-NCW voorzitter Hans de Boer. We moeten daarbij blijven bouwen aan een sterk competitief maar veel ook duurzamer en innovatiever logistiek systeem en aan maatschappelijk draagvlak. Dat is belangrijk voor de welvaart en vooral ook voor ons welzijn. Daar willen we met deze visie een bijdrage aan leveren.’

‘De bij ons aangesloten handels- en productiebedrijven zijn afhankelijk van tijdige en betaalbare levering van hun goederen bij andere bedrijven en consumenten’, meldt algemeen directeur evofenedex Machiel van der Kuijl. ‘Om internationaal te overleven en Nederland met draagvlak welvarend te houden, moeten we de handen met de logistieke sector ineenslaan en het systeem toekomst-klaar maken.’

‘Fantastisch werk’
TLN-directeur Jan Boeve vindt het ‘fantastisch dat we als logistieke sector elkaar met deze toekomstvisie gevonden hebben’. ‘Wij als wegvervoerders, samen met zeevaart, binnenvaart, expediteurs, cargadoors, stuwadoors, spooroperators en de luchtvrachtsector. Samen zorgen we ervoor dat het logistieke systeem de economie in ons land ook in 2040 nog steeds volop draaiende houdt. Met wereldklasse mainports, een ijzersterke infrastructuur en schone en veilige voertuigen.’

Naast VNO-NCW, Evofenedex, MKB-Nederland, TLN is Havenbedrijf Rotterdam één van de ondertekenaars. ‘Alleen door fantastisch werk van logistiek dienstverleners in het achterland en vanaf de zeezijde, gecombineerd met een kwalitatief hoogwaardige spoor-, water en weginfrastructuur kan de Rotterdamse haven floreren’, aldus de COO van het havenbedrijf Ronald Paul. ‘En dat moeten we zo houd.’

De 19 partijen die ondertekenden zijn: evofenedex, VNO-NCW, TLN, havenbedrijf Rotterdam, havenbedrijf Amsterdam, Schiphol, ProRail, ACN, MKB Nederland, KNV, KVNR, CBRB, BLN-Schuttevaer, NVB, Vereniging van Waterbouwers, ORAM, Deltalinqs, KLM Cargo, VRC.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

Noodkreet emissie-eisen binnenvaartmotoren

DUISBURG De momenteel op de markt beschikbare en gecertificeerde motoren voor de binnenvaart mogen vanaf eind volgend jaar niet meer worden geïnstalleerd. Zelfs met extra geïnstalleerde filters en katalysatoren kunnen ze namelijk nog steeds niet voldoen aan de nieuwe Europese emissie-eisen. Maar een alternatief is er nog niet. De oplossing om dan maar truckmotoren te mariniseren, neemt het Bundesverband der Deutschen Binnenschifffahrt (BDB) niet serieus.

De nieuwe emissie-eisen van de zogenaamde NRMM-verordening worden aan het einde van dit jaar van kracht voor motoren met een vermogen van maximaal 300 kW. Voor de motoren vanaf een vermogen van 300 KW geldt dit een jaar later. Hoewel voor de eisen weliswaar werd aangesloten bij de Amerikaanse Tier 4-emissiestandaard, stelde de EU wel extra eisen aan de uitstoot van fijnstof. Eisen waaraan volgens het BDB de motorenfabrikanten nog steeds niet kunnen voldoen. ‘In tegenstelling tot de verwachtingen van de bureaucraten in Brussel, hebben de motorfabrikanten die actief zijn op deze gespecialiseerde markt tot dusverre geen passend alternatief kunnen bieden dat schippers zouden kunnen gebruiken om hun vloot te moderniseren.’ Volgens het BDB heeft het Duitse ministerie van transport dit inmiddels bevestigd. Ook zouden de bekende fabrikanten van binnenvaartmotoren op de grootste binnenvaartbeurs van Duitsland in Kalkar niets hebben kunnen vertellen over de beschikbaarheid van deze motoren. Toch blijven volgens het BDB ‘hooggeplaatste ambtenaren in Brussel het vertrouwen houden dat deze motoren op tijd ergens vandaan gaan komen’.

Euro VI
Om toch motoren te kunnen leveren die aan de Europese eisen voldoen, wordt nu gekeken naar het mariniseren van vrachtwagenmotoren (Euro VI) en andere ‘niet voor de weg bestemde’ motoren die zijn ontworpen voor het gebruik off-road. Deze motoren mogen echter volgens de regels van diezelfde EU maar een maximaal vermogen hebben van 560 kW.
BDB-voorzitter Martin Staats kwalificeert het gebruik van vrachtwagenmotoren als een dure oplossing waarvan de operationele betrouwbaarheid in de praktijk nog moet worden bewezen. ‘Vooral de Euro VI-motoren zijn uitgerust met allerlei technische finesses die niet zijn ontworpen voor het gebruik op schepen. Het gaat dan om de prestaties, de maximaal aantal bedrijfsuren en de permanente belasting. Binnenschepen hebben langere reistijden en zijn zelfs 24-uur in bedrijf. En dat vereist een motorvermogen van 1.500 kW, of soms zelfs meer. Koppelverbanden en duwstellen met zes duwbakken hebben bijvoorbeeld veel vermogen nodig. Binnenvaartschepen moeten kunnen vertrouwen op robuuste en in de praktijk beproefde motoren die zijn ontworpen voor gebruik aan boord. En hoeveel van deze Euro-VI motoren moet de binnenschipper in zijn machinekamer plaatsen om het vereiste motorvermogen te krijgen? In de meeste machinekamers is daar ook geen ruimte voor. Voor een aanzienlijk aantal binnenvaartschepen in Europa is het gebruik van deze motoren daarom geen alternatief. De wetgevende macht in Brussel moet daarom wakker worden en de regels veranderen. Men kan niet de vernieuwing van de vloot prediken en dit doel onmiddellijk om zeep helpen met onzinnige regels.’

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid.

Volg ons op Twitter en Facebook

Kamervragen over ‘kankerverwekkend ontgassen’ op de Waal

DEN HAAG De Partij voor de Dieren (PvdD) heeft Kamervragen gesteld over het bericht in de Gelderlander dat binnenvaarttankers op de Waal nog steeds elke dag ‘het zeer giftige benzeen de lucht inblazen’. Overigens kunnen de opgevoerde deskundigen in de krant, die spreekt van ‘ontgastoerisme’, deze bewering niet met harde cijfers onderbouwen.

De Kamerleden Frank Wassenberg en Christine Teunissen (beiden PvdD) willen van minister Cora van Nieuwenhuizen van Infrastructuur en Waterstaat en minister Kajsa Ollongren van Binnenlandse Zaken weten of het klopt dat binnenvaarttankers ieder jaar honderden keren het extreem giftige en kankerverwekkende benzeen in de provincie Gelderland lozen, ook langs bewoonde gebieden en dat de toegestane maximumnorm met een factor 200.000 wordt overschreden. Het kankerverwekkende benzeen zou kunnen leiden tot chromosomale afwijkingen. Een hoogleraar van de Rotterdamse Erasmus Universiteit kwalificeert in de Gelderlander het varend ontgassen mede daarom als ‘één van de grootste milieuproblemen van ons land’.

‘Rondje van Duitsland’
De binnenvaarttankers zouden in Gelderland ontgassen omdat dit in Duitsland verboden is en daar streng zou worden gehandhaafd Overigens verbood de provincie Gelderland ruim een jaar geleden ook al het varend ontgassen, maar in Gelderland zou hierop slecht worden gehandhaafd. De Kamerleden spreken zelfs van een nieuwe gedoogsituatie voor milieucriminaliteit, waardoor Gelderland bekend staat als ‘het Rondje van Duitsland waar je je luiken open kunt zetten’.  Ze willen dan ook van de ministers weten waarom de provincie wel regels instelt, maar dat er vervolgens onduidelijkheid is over wie er dient te handhaven. De Gelderse omgevingsdiensten zouden namelijk niet over de manschappen, de kennis of het materieel beschikken om de schepen te controleren. Ze vragen de ministers de provincie Gelderland hierop aan te spreken en vragen om maatregelen.
Volgens de Kamerleden toont de situatie op de Waal aan dat milieucriminaliteit een te groot probleem is voor lokale overheden. Ze vinden dan ook dat de regie voor het bestrijden van milieucriminaliteit bij het Rijk moet komen te liggen.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid.

Volg ons op Twitter en Facebook

 

Nijmegen wil walstroom op kades industriehaven

NIJMEGEN De gemeente Nijmegen wil walstroom gaan realiseren op de kades in de industriehaven. Hiermee wil de gemeente de emissies van scheepsgeneratoren verder verminderen.

De gemeente Nijmegen heeft de laatste jaren al geïnvesteerd in de realisatie van walstroom aan de Waalkade en in de Waalhaven en de Lindeberghaven. Dit zijn de openbare kades en dat is maar een deel van de totale Nijmeegse haven. Om de ontwikkeling te versnellen wil de gemeente Nijmegen in het kader van het Europese programma Clean Inland Shipping (CLINSH) ook walstroom realiseren op kades in de industriehaven, dit zijn overwegend private kades. De gemeente wil het mogelijk maken dat bedrijven aan het water deze faciliteit kunnen aanbieden en is daarvoor bereid een aanbesteding uit te schrijven.

Bijeenkomst
De gemeente Nijmegen houdt samen met Bedrijvenvereniging TPN-WEST op dinsdag 25 september van 15 tot 17 uur op het KSCC-centrum in de Nijmeegse Waalhaven een bijeenkomst voor de watergebonden bedrijf op het industrieterrein. Tijdens de bijeenkomst wordt de ambitie van de gemeente toegelicht evenals de best practices en (technische) mogelijkheden voor walstroom en de aanbesteding die de gemeente uit gaat zetten.

Het concept programma is als volgt:
15:00 – 15:10 Welkom en introductie
15:10 – 15:20 Ambitie TPN-West
15:20 – 15:35 Ervaringen walstroom door BCTN
15:35 – 15:50 Mogelijkheden walstroom door Ecotap
15:50 – 16:05 Mogelijkheden walstroom door Walvoorziening NLD
16:05 – 16:25 Toelichting aanbesteding Gemeente Nijmegen
16:25 – 16:45 Feedback en discussie
16:45 – 17:00 Afsluiting, planning en vervolgafspraken

Aanmelden
Geïnteresseerden kunnen zich aanmelden via het secretariaat van TPN-WEST via bedrijvenvereniging@tpnwest.nl. Heeft u inhoudelijke vragen over het programma, mail dan met Erik Lubberding (erik.lubberding@bciglobal.com) of Remco Hoogma (Hoogma@xs4all.nl). Zij zijn door de gemeente ingehuurd en begeleiden de aanbesteding.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid.

Volg ons op Twitter en Facebook

De binnenvaart in het Klimaatakkoord

DEN HAAG Voor de vergroening van de binnenvaart is het nodig dat de sector op termijn overgaat naar (diesel)elektrische voorstuwing. In de overgangsfase zet de Mobiliteitstafel van het Klimaatakkoord echter in op het bijmengen van duurzame geavanceerde biobrandstoffen.

Ook de binnenvaart ontkomt in het onlangs gepresenteerde Klimaatakkoord niet aan het verder vergroenen van de vloot. Want volgens de Mobiliteitstafel, de club van experts die in het Klimaatakkoord het hoofdstuk mobiliteit voor hun rekening nam, is ‘alles en iedereen nodig’. ‘Iedereen moet in beweging komen.’
Centraal in de vergroening van de mobiliteitssector staat de overgang van het gebruik van fossiele brandstoffen naar elektrisch aangedreven voer- en vaartuigen. Voor zwaar vrachtvervoer, zoals de binnenvaart, zijn echter nog innovaties nodig om te kunnen elektrificeren via batterij of brandstofcel. Daarom wordt tot 2030 vooral ingezet op het verhogen van het gebruik van duurzame biobrandstoffen in de binnenvaart, en daarmee het aandeel van hernieuwbare energie. In 2030 moet het gebruik van biobrandstoffen in het totale goederenvervoer 33 procent bedragen. Daarvoor moet het gebruik van biobrandstoffen worden gestimuleerd door het heffen van belasting op de uitstoot van CO2, moet het gebruik van biobrandstoffen worden gesubsidieerd zodat de nu nog hoge prijs kan worden verlaagd en aantrekkelijker wordt, en moeten de investeringen van private partijen worden gestimuleerd.

Om de binnenvaart te vergroenen wordt ook gedacht aan het gebruik van bio-LNG. Voor het stimuleren hiervan moet de productie van bio-LNG worden opgeschaald en worden doorontwikkeld voor het gebruik in de binnenvaart.

Waterstof
De Mobiliteitstafel ziet voor de transitie naar een klimaatneutrale samenleving ook een belangrijke rol weggelegd in het gebruik van waterstof. Waterstof wordt wereldwijd al lange tijd grootschalig geproduceerd voor tal van industriële toepassingen, met name voor de productie van ammoniak en het raffineren van olie. Bovendien wordt waterstof gebruikt voor de productie van hoge temperatuur proceswarmte in ketels en fornuizen in de industrie. Nog maar kort wordt gewerkt aan de toepassing van waterstof als brandstof voor de transportsector. ‘Waarschijnlijk kunnen ook vaartuigen met waterstof in combinatie met brandstofcellen volledig elektrisch worden.

Wel is het belangrijk onderscheid te maken tussen groene, blauwe en grijze waterstof. Grijze waterstof wordt namelijk geproduceerd met aardgas en daarbij komt nog steeds CO2 vrij. Wanneer deze CO2 wordt afgevangen en opgeslagen heet het ineens blauwe waterstof. Groene waterstof wordt geproduceerd met elektriciteit die is opgewekt uit duurzame bronnen zoals zon en wind. Tot dusver wordt echter voornamelijk grijze waterstof geproduceerd. De mobiliteitstafel ziet een groene waterstofeconomie als ‘het gewenste toekomstbeeld’.

Vervuiler betaalt
Het zijn overigens niet alleen maatregelen op het gebied van brandstof en voorstuwing waar de Mobiliteitstafel mee komt. Zo moeten de vervoersstromen worden geoptimaliseerd en de vervoerscapaciteit over de vaarwegen beter worden benut.
En in de visie van de mobiliteitstafel past een systeem waarin de gebruikers ‘van het mobiliteitssysteem betalen voor het gebruik en de mate waarin ze vervuilen’. ‘Hiermee kan het mobiliteitssysteem optimaal benut worden en zorgen we voor prikkels die vraag- en aanbod beter afstemmen en die de vervuiler stimuleert om te verschonen. Pilots om ervaringen op te doen met alternatieve vormen van vervoer en betaling, conform het regeerakkoord, helpen meer kennis hierover te vergaren.’
Omdat de omschakeling van het bestaande naar het nieuwe mobiliteitssysteem veel investeringen vergt, moeten stimulering via de belastingen of subsidies de aanvankelijke onrendabele top of het ‘ongemak’ van het nieuwe overbruggen. ‘Deze stimulering kan geleidelijk weer worden afgebouwd als door marktvolume de kosten zijn gedaald en het service- en kwaliteitsniveau is verhoogd.’

Weg en trein
Naast de binnenvaart, moeten ook spoor en weg verder vergroenen. Zo moeten 150 diesellocomotieven van goederentreinen worden vervangen door elektrische locs. In het wegvervoer wordt net als in de binnenvaart ingezet op het gebruik van duurzame geavanceerde biobrandstoffen. Het streven is om vrachtwagens te laten rijden op de hoogst mogelijke blend. Om het prijsverschil met de fossiele diesel te overbruggen kan worden ingezet op een hogere verplichting in het bijmengen of differentiatie van de accijns op transportbrandstoffen. Ook zou het inzetten van een kilometerheffing kunnen zorgen voor een terugdringing van de meerkosten.
Voor de dertig grootste steden in Nederland zouden in 2025 zero emissie zones moeten komen voor bestel- en vrachtwagens.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid.

Volg ons op Twitter en Facebook

NPRC in zee met SWT voor duurzamere binnenvaart

ROTTERDAM De Stichting Water Transport (SWT) en de NPRC hebben dinsdag 4 juni een samenwerkingsconvenant ondertekend om een impuls te geven aan de verduurzaming van de binnenvaart. Met deze samenwerking krijgen leden van de NPRC de mogelijkheid een kredietfaciliteit aan te gaan voor nieuwe investeringen. Dit moet een bijdrage leveren aan de verdere ontwikkeling van duurzame supply chains over de Europese binnenwateren.

De SWT is een maatschappelijk investeerder die is voortgekomen uit de particuliere binnenvaart. SWT beheert een beleggingsportefeuille, waarbij opbrengsten uit beleggingen worden ingezet ter versterking van de particuliere binnenvaart.
Leden van de NPRC krijgen rentekorting voor groene ontwikkelingen en investeringen in schepen kleiner dan 86 meter. Naast duurzaamheid is het ‘kleine schip’ volgens directeur Stefan Meeusen een belangrijk speerpunt in de strategie van de NPRC. ‘Veel verladers hebben groot belang bij het voortbestaan van een betrouwbare en veelzijdige vloot van kleinere schepen. Middels de samenwerking met SWT kunnen we nu concrete ondersteuning bieden en struikelblokken rondom de financiering wegnemen.’

Stuurgroep
Het convenant biedt ook de mogelijkheid om binnen de coöperatie op grotere schaal concrete stappen te zetten in de vermindering van uitstoot van de binnenvaart. Daarvoor in binnen de NPRC een stuurgroep samengesteld onder leiding van Frank Ex voor verdere vergroening van de binnenvaart. Frank Ex is econoom en oud-adviseur van de Rabobank. Hij is betrokken bij initiatieven rond de introductie van waterstof bij de aandrijving van transportmiddelen. De stuurgroep wordt bijgestaan door Kees de Vries als adviseur vergroening binnenvaart.

Impasse doorbreken
Speerpunt is verladers en leden bij te staan in financiering en keuzen voor vergroeningsopties. Op korte termijn werkt de stuurgroep in overleg met verladers en overheden aan concrete vergroeningsinitiatieven met schepen. Het convenant moet de impasse doorbreken waarbij vraag en aanbod naar vergroening tussen individuele binnenvaartondernemer en verlader elkaar niet vinden. Ook dient het een versnelling teweeg te brengen in een tijd dat financiële instellingen terughoudend zijn in hun kredietverstrekking.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid.

Volg ons op Twitter en Facebook

Minister verbiedt varend ontgassen landelijk

DEN HAAG Er komt een landelijk ontgassingsverbod voor binnenvaarttankers. Minister Cora van Nieuwenhuizen van Infrastructuur en Waterstaat wil dat de internationale afspraken hiervoor halverwege 2020 in Nederland zijn ingevoerd. Het verbod op varend ontgassen moet in 2023 zorgen voor ongeveer 95 procent minder uitstoot van schadelijke vluchtige stoffen. Dit heeft de minister afgesproken met provincies en vertegenwoordigers van verladers, industrie, opslagbedrijven en binnenvaartschippers.

De invoering begint met een verbod op het ontgassen van motorbrandstoffen en benzeen in 2020, gevolgd door meer dan tien procent benzeenhoudende vloeistoffen in 2022 en ten slotte in 2023 een verbod op de 25 meest vervoerde gevaarlijke stoffen. Het is de bedoeling dat de dampen van de vloeibare ladingen ter hergebruik worden afgegeven bij een ontvangstinstallatie. Teruggewonnen stoffen kunnen dan gebruikt worden als grondstof, zodat een milieuvriendelijke kringloop ontstaat. Als dat niet mogelijk is, kunnen schepen terecht bij een verwerkingsinstallatie die de dampen onschadelijk maakt.

Taskforce
Om het nationale ontgassingverbod soepel te laten verlopen, wordt een taskforce opgericht. In de taskforce werken verladers, industriepartijen, opslagbedrijven en vervoerders mee aan een efficiënte invoering van het ontgassingsverbod voor binnenvaarttankschepen.

Partijen die betrokken zijn bij de taskforce zijn de Rijksoverheid, havenbedrijven, de provincies Noord-Holland, Noord-Brabant, Zuid-Holland, Utrecht, Overijssel, Gelderland, Flevoland en Zeeland, en Shell Nederland. In deze provincies geldt al een provinciaal verbod op het varend ontgassen van benzeen en meer dan tien procent benzeenhoudende mengsels. (Foto Ministerie Infrastructuur en Waterstaat)

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid.

Volg ons op Twitter en Facebook