Tagarchief: milieu

Varen op waterstof kent nog vele uitdagingen

ROTTERDAM Hoewel de binnenvaart en de short sea de eerste voorzichtige stappen zetten naar een volledig emissievrije aandrijving via waterstof, kent het varen op waterstof nog grote uitdagingen die moeten worden geslecht voordat een brede toepassing in Nederland mogelijk is. Een en ander blijkt uit een inventariserend onderzoek, dat het Expertise en InnovatieCentrum Binnenvaart (EICB) in opdracht van de ministeries Economische Zaken en Klimaat en Infrastructuur en Waterstaat heeft uitgevoerd.

Er zijn in Nederland ongeveer 20 innovatieve projecten op het gebied van het varen op waterstof gaande. De eerste concrete demonstratieschepen met waterstofaandrijving komen naar verwachting in 2021 in de vaart. Maar een versnelde toename van het aantal schepen op waterstof kan alleen slagen als de economische, infrastructurele en technische vraagstukken worden opgelost. Zonder een aanzienlijke opschaling aan de aanbodkant, en daarmee: een forse kostenreductie voor waterstof, wordt de afname van waterstof niet snel aantrekkelijk. Daarnaast is het essentieel om een goed veiligheidskader te ontwikkelen.

Demonstratieprojecten
Essentieel voor de invoering van waterstof als brandstof voor de binnenvaart en short sea is volgens het EICB het ervaring opdoen via succesvolle demonstratieprojecten. Daardoor moet meer vertrouwen bij de ondernemers in de binnenvaart ontstaan om de switch naar de waterstofelektrische aandrijving te maken. Daarbij is het ook belangrijk dat er in de markt een ‘preferentie energiedrager’ ontstaat. Op dit moment is de variatie aan waterstofenergiedragers nog groot zoals gasvormig, vloeibaar, of gebonden in vloeibare of poedervormige dragers.

Kostbaar
Over het algemeen is de toepassing van waterstof volgens het EICB nog een kostbare aangelegenheid. Naarmate de techniek en de markt zich verder ontwikkelen, zal er richting 2030 mogelijk een gunstiger perspectief ontstaan op een kosteneffectieve toepassing. Uit het rapport blijkt dat individuele schippers niet alleen voor grote investeringsopgaven staan, maar ook nog onzekerheden kennen waar het gaat om bunkerinfrastructuur en internationale regelgeving. EICB breekt een lans voor een meer collectieve aanpak, bijvoorbeeld per corridor.

Medewerking gevraagd
Als inderdaad wordt gekozen om waterstoftoepassing in binnenvaart en short sea verder te stimuleren, kunnen volgens het EICB door middel van de ‘handelingsperspectieven’ stappen worden gezet naar een verdere uitrol van waterstof in de sector. ‘Belangrijk om te beseffen is dat de overheid in deze ontwikkelopgave voornamelijk een coördinerende en faciliterende rol heeft en niet succesvol kan zijn zonder medewerking van verladers, brandstofleveranciers en het bankwezen. Daarnaast spelen regionale overheden en havenbedrijven een vitale ondersteunende rol.’

Het EICB heeft de volgende handelingsperspectieven geïdentificeerd:

1. Faciliteren van basisinfrastructuur
Opbouw van een basale infrastructuur van bunkerlocaties waar schepen waterstof aan boord kunnen nemen. Belangrijkste partij hierin zijn de brandstofleveranciers, maar ook overheden, havenbedrijven en bankwezen spelen hierbij een duidelijke en significante rol.

2. Financieel stimuleren
Het bundelen van stimuleringskracht om scheepseigenaren te compenseren voor de hoge investeringskosten en de permanent hoge operationele kosten van waterstofaandrijving. Verladers hebben een grote rol bij het compenseren voor gestegen operationele kosten. Ondersteuning bij het dragen van investeringskosten ligt bij overheden (via innovatiebeleid), bankwezen en in mindere mate verladers.

3. Normeren
Het versnellen en toegankelijk maken van het juridische proces om toestemming te krijgen voor varen op waterstof. Waarschijnlijk is ook het aanpassen van regelgeving noodzakelijk, uiteraard onder de stringente voorwaarden die vanuit het veiligheidskader worden gesteld. Daarnaast kan standaardisering het makkelijker maken voor leveranciers van technische oplossingen voor waterstofaandrijving om schaalvergroting te bereiken. Hier ligt een rol voor overheden, klasse bureaus en havenbedrijven.

4. Gecoördineerde aanpak
Het combineren van bovenstaande acties onder één gecoördineerde aanpak, gericht op het met waterstof verduurzamen van een bepaalde corridor of regio. Dit resulteert in een proeftuin waar de belemmeringen bij externe pijlers van tevoren worden opgelost. Scheepseigenaren richten zich alleen nog op de directe toepassing van waterstof aan boord. Het inrichten van zo’n gecoördineerde aanpak kan onder impuls van de overheid, maar ook andere sterke partners (zoals: grote verladers of energieleveranciers) kunnen hierin het voortouw nemen.

5. Community building
Als ondersteuning bij bovenstaande punten is een overlegstructuur tussen de sector, verladers, het bankwezen, de waterstofindustrie, havenbedrijven en overheden een waardevolle fundering. Dit biedt partijen een gestructureerde omgeving om informatie uit te wisselen en te bouwen aan een gezamenlijke aanpak.

150 schepen in 2030
De ontwikkeling van waterstofelektrische aandrijving biedt naast het aanbieden van batterijelektrische energie voor de binnenvaart een tweede emissievrije oplossing. Het kabinet streeft in 2030 naar tenminste 150 volledig ‘zero emissie’ schepen in de vaart, op een totale vloot van circa 5.500 binnenvaartschepen.

Het kabinet zet ook stevig in op de ontwikkeling van waterstof als energiedrager. Eind maart publiceerde minister Wiebes de Kabinetsvisie Waterstof. Daarin wordt ook genoemd dat de toepassing van waterstof in de sector mobiliteit, en daarbinnen vooral het zwaardere vervoer, waaronder de binnenvaart, een belangrijke impuls kan geven aan het ontwikkelen van de markt voor waterstof als energiedrager.

Download het complete rapport

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

Verladers vinden dat binnenvaart te traag vergroent

DELFT Een reverse modal shift blijft serieus op de loer liggen als de binnenvaart geen verdere vergroeningstappen onderneemt. Verladers benadrukken de noodzaak een verduurzamingsinhaalslag in de binnenvaart te maken. Dit blijkt uit interviews met 25 Nederlandse binnenvaartverladers die zijn gehouden in april en mei 2020.

De binnenvaart moet volgens de verladers mee in het vergroenen, maar ‘reageert veel te traag’. Naar mening van de meeste verladers verliest de binnenvaart terrein en door de coronacrisis wellicht sneller dan verwacht. ‘Er is nog meer nationaal sturing en begeleiding nodig. Hier ligt een uitdaging die door provincies en gemeenten juist nu extra moeten worden opgepakt.’

Duurzamer product
De meeste verladers hebben overigens de investeringen in duurzame schone technieken zelf even stopgezet, maar zijn van plan deze later weer op te pakken. Dit terwijl sommige andere verladers aangeven juist nu een extra impuls aan schone technieken te geven om straks daarvan te profiteren. De nadruk ligt nu op overleven, maar wordt daarna alweer snel business as usual. Verduurzaming komt dan ook weer op de agenda, terwijl vrijwel iedereen doordrongen is van het feit dat de binnenvaart zich flink zal moeten inspannen om een duurzamer product te leveren. Dat is onder de huidige omstandigheden een te zware opgave voor deze bedrijfstak. Doorpakken is geboden.

Fossiel blijft
Op het gebied van de energietransitie geven verladers aan dat fossiele brandstoffen tot 2040 nog een serieuze energiedrager blijven. Maar in de tussentijd zullen elektrificatie en waterstof de rol van fossiel gaan overnemen. Ook voor die nieuwe energiedragers is opslag en transport nodig. Liquid Organic Hydrogen Carrier (LOHC) heeft volgens een betrokken partij de meeste kans als toekomstige verschijningsvorm van waterstof, omdat dit dan op dezelfde wijze als fossiele brandstoffen vervoerd en opgeslagen zou kunnen worden. LOHC bevindt zich nog in de experimentele fase.

Vervoer
Sommige bedrijven achten het zeer goed mogelijk dat ook waterstof in zee- en binnenschepen gaat worden vervoerd in de toekomst. Hetzelfde geldt voor het broeikasgas CO2 dat wordt afgevangen van industrieprocessen en naar Rotterdam moet worden vervoerd voor opslag in de Noordzeebodem. De CO2-heffing kan hier versnelling in brengen. Betrokken verladers gebruiken nu nog steeds grote hoeveelheden aardgas om het productieproces van energie te voorzien.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

‘Overheid moet goede voorbeeld geven bij vermindering stikstof’

DEN HAAG De Nederlandse overheid moet zelf het goede voorbeeld geven als het gaat om vermindering van de uitstoot van stikstof door de scheepvaart. ‘Schepen in bezit van, of varend onder verantwoordelijkheid van de Nederlandse overheid moeten versneld hun schadelijke emissies, waaronder NOx verminderen’, stelt Johan Remkes in het eindadvies van het Adviescollege Stikstofproblematiek.

De bijdrage van mobiliteit aan de NOx-emissie in Nederland bedraagt 233,3 kton per jaar. De zeevaart op het Nederlands Continentaal Plat levert met 81,6 kton de grootste bijdrage aan de NOx-emissie, het wegverkeer volgt met 74,4 kton per jaar en de binnenvaart met 26 kton per jaar. Het railvervoer levert met 1,7 kton per jaar de kleinste bijdrage.

Binnenvaart
De NOx-emissie van de binnenvaart vermindert tussen 2018 en 2030 met 12% per jaar. De strengere NOx-emissienormen (Stage V) voor nieuwe scheepsmotoren moeten hiervoor gaan zorgen. Remkes wil echter naar een vermindering van de NOx in 2030 van 50%. Omdat de binnenvaart daar volgens Remkes niet bij in de buurt komt, zijn aanvullende maatregelen nodig.
Inmiddels heeft Nederland hiervoor al verschillende maatregelen genomen. Zo is er de Green Deal Zeevaart, Binnenvaart en Havens. Ook trekt minister Carola Schouten van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit de komende tien jaar 79 miljoen euro om SCR-katalysatoren in de binnenvaart te subsidiëren. Dit bedrag komt bovenop de subsidie van 15 miljoen euro in de Green Deal.

Smart en samenwerken
Verder vindt het Adviescollege het wenselijk dat verladers en vervoerders beter samenwerken aan meer efficiency in de keten. Zo kan het aantal vervoersbewegingen worden teruggedrongen. ‘Daarnaast is te overwegen meer vervoer te laten plaatsvinden via het water in plaats van de weg, in lijn met de doelstelling van de Europese Green Deal.’

Voor het realiseren van een optimaal functionerende logistieke keten zijn ook ontwikkelingen op het gebied van digitalisering, Smart Shipping, een vlotte afhandeling in de havens, voldoende capaciteit en goede en slimme vaarweginfrastructuur en betrouwbare vaar- en wachttijden door goede afstemming van bedientijden van sluizen en bruggen, van belang. Lokale, provinciale en rijksoverheid moeten dit stimuleren.

Geen maatregelen nodig
Voor het wegvervoer en het spoor zijn geen aanvullende maatregelen nodig. Het wegvervoer haalt al 52% vermindering en het spoor heeft volgens het Adviescollege zo’n lage bijdrage aan de totale emissie dat maatregelen hoge kosten met zich meebrengt.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

ZES moet binnenvaart elektrisch laten varen

ROTTERDAM ING, Engie, Wärtsilä en Havenbedrijf Rotterdam hebben met steun van het Ministerie van IenW Zero Emission Services (ZES) opgericht. ZES introduceert een nieuw energiesysteem voor de verduurzaming van de binnenvaart. Dit gebeurt met een voor iedereen toegankelijke infrastructuur voor emissieloos varen. ZES biedt hiervoor een volledig producten- en dienstenpakket dat is gebaseerd op verwisselbare batterijcontainers (ZES-Packs) met groene stroom, laadstations, technische ondersteuning en een innovatief betaalconcept voor scheepseigenaren.

Nog dit jaar vaart het eerste schip (de Alphenaar) met bier van Heineken van Alphen aan de Rijn naar Moerdijk. De bierbrouwer verbindt zich voor tien jaar aan ZES om bier emissieloos te vervoeren van de brouwerij in Zoeterwoude naar Moerdijk. In 2021 moeten daar nog vijf schepen bij komen. Het eerste oplaadstation van ZES komt in Alphen aan de Rijn. Geleidelijk wordt ook het netwerk van oplaadstations uitgebreid. Met ongeveer 20 laadplekken is er een landelijke dekking. Met twee opgeladen ZES-Packs kan een binnenvaartschip 50 tot 100 kilometer varen, afhankelijk van o.a. de stroming en de grootte en diepgang van het schip. ZES richt zich in eerste instantie op de containerbinnenvaart. Verwachting is dat in 2030 zo’n 150 binnenvaartschepen met ZES-Packs varen. Per schip zorgt de overstap van diesel naar ZES-Pack ervoor dat er jaarlijks 1.000 ton CO2 minder in de lucht komt. Ook is er geen uitstoot van fijnstof en stikstof.

Hoe ZES werkt
CEO Willem Dedden van Zero Emission Services legt uit hoe het systeem werkt. ‘Met ZES introduceren we een systeemverandering in de binnenvaart, waardoor binnenvaartschepen emissieloos varen dankzij verwisselbare batterij-containers, ZESPacks, die worden geladen met duurzaam opgewekte stroom. Voor de verwisseling van de batterij-container wordt een netwerk van open access laadpunten ingericht. De ZESPacks worden daar omgewisseld voor volle, zodat de schepen snel door kunnen varen met minimale wachttijd.

‘De energiecontainers zijn ontworpen voor meerdere toepassingen, zo kunnen ze ook tijdelijk aan land worden ingezet voor het stabiliseren van het elektriciteitsnet of om te voorzien in een lokale tijdelijke vraag naar elektriciteit. Het systeem is toekomstbestendig, omdat het onafhankelijk is van de energiedrager. We starten met batterijen, maar als in de toekomst waterstof goedkoper wordt, dan kunnen de containers met waterstoftechnologie op dezelfde wijze elektriciteit leveren.’

Lage drempel
Om de overgang naar emissieloos varen voor de schipper eenvoudiger te maken, is een innovatieve financieringsvorm op basis van ‘pay per use’ ontwikkeld. Hierdoor brengt ZES alleen de kosten in rekening voor de verbruikte duurzame energie en huur van de batterijcontainer, zodat de bedrijfskosten van de schipper competitief blijven. Wel dient het schip voorzien te zijn van een elektrische voortstuwingslijn.

Met deze systeemverandering is voor de eerste fase een totaalbedrag gemoeid van € 20 miljoen. Dit wordt financieel gedragen door ING, ENGIE, Wärtsilä, Havenbedrijf Rotterdam en de Nederlandse overheid. De overheid levert een bijdrage via een subsidie van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en een subsidie van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland in het kader van de verduurzaming van het transport.

Additionele ondersteuning komt van Heineken, via een langjarige vervoersovereenkomst en een initiële bijdrage in de ontwikkelingskosten van het eerste schip van haar vervoerder CCT. CCT brengt voor het laden en lossen van het eerste schip geen handelingskosten in rekening.

Ambitie
ZES wil met dit concept de hele binnenvaart en short sea mobiliseren om emissieloos te gaan varen. Het eerste laadpunt komt op de corridor Zoeterwoude – Alpherium – Moerdijk. Daarna zal de focus liggen op het inrichten van het Amsterdam-Rotterdam-Antwerpen corridor en een verbinding te maken naar Nijmegen. De aandacht zal in de eerste fase gaan naar containerschepen voor de binnenvaart, zowel ombouw als nieuwbouw.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

Verbod varend ontgassen laat nog op zich wachten

DEN HAAG Het verbod op varend ontgassen gaat niet per 1 juli van dit jaar in. De Tweede Kamer vroeg minister Cora van Nieuwenhuizen dit vooruitlopend op de ratificatie van het internationale Scheepsafvalstoffenverdrag (CDNI) te regelen, maar het blijkt onmogelijk. Wel gaat de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) de komende tijd opnieuw toezichtacties houden, waaronder in Zeeland.

De minister meldt in een kamerbrief dat zij, net zoals de Tweede Kamer, het varend ontgassen in Nederland zo spoedig mogelijk wil verbieden. Daarom heeft Nederland de verdragswijziging al geratificeerd. Hiervoor werd op 17 maart de akte van aanvaarding digitaal gedeponeerd bij de secretaris-generaal van de Centrale Commissie voor de Rijnvaart (CCR). Vanwege de gevolgen van het coronavirus vindt de materiële neerlegging van de akte op een later moment plaats. Met de ratificatie door Nederland hoopt de minister ook de overige verdragsstaten aan te zetten tot spoedige ratificering. Zij gaat hiervoor haar buitenlandse collega’s een brief sturen.

Naast de ratificatie is het ook nodig het Scheepsafvalstoffenbesluit aan te passen. Deze aanpassing ligt nu voor advies bij de Raad van State. Na de ratificatie en de implementatie in nationale wetgeving kan het aangepaste CDNI zes maanden na ratificatie door de laatste verdragsstaat in werking treden. ‘Het is dan ook niet mogelijk om het verbod op varend ontgassen reeds per 1 juli 2020 in werking te laten treden’, concludeert Van Nieuwenhuizen dan ook.

Ontgassen in Natura 2000
De Tweede Kamer wilde van de minister nog wel enige duidelijkheid over het varend ontgassen. Zo waren er vragen over een uitspraak van de rechter dat de omgevingsdienst Midden-Holland (ODMH) het verzoek tot handhaving van het provinciale ontgassingsverbod niet naast zich neer mocht leggen. Maar de uitspraak heeft volgens de minister geen gevolgen voor toezicht en handhaving op de Rijkswateren omdat daar internationale regelgeving geldt op basis van het Scheepsafvalstoffenverdrag en het ADN. ‘Op die wateren kan alleen een ontgassingsverbod worden opgelegd dat in internationaal verband is overeengekomen, zoals het nu in het Scheepsafvalstoffenverdrag opgenomen ontgassingsverbod.’

De Kamer wilde nog wel weten waarom een Tsjechische schipper op de Waal een boete kreeg voor het varend ontgassen. Hij deed dit op een plek waar dit op grond van het ADN mag. De schipper kreeg de boete echter niet voor het ontgassen, maar omdat hij geen gebruik maakte van vlamkerende roosters.

Op vragen van de Tweede Kamer liet de minister ook nog uitzoeken of varend ontgassen is toegestaan in Natura 2000-gebieden. Uit het onderzoek blijkt varend ontgassen geen negatieve gevolgen te hebben voor deze gebieden. Van verstoring is slechts sprake in het geval van visuele verstoring, verstoring door geluid en mechanische verstoring. Ontgassen van binnenvaartschepen valt hier dus niet onder.

Proefontgassen
Om zo snel mogelijk een einde te maken aan het varend ontgassen, denkt ook dit jaar de Taskforce Varend Ontgassen met de minister mee. De taskforce richt zich onder andere op de vergunningverlening van en eisen aan ontgassingsinstallaties. Gedeputeerde Dick van der Velde (VVD) van de provincie Zeeland is de nieuwe voorzitter van de taskforce. Samen met de voorzitter heeft het ministerie de resterende vraagstukken in kaart gebracht waarop de taskforce zich de komende periode gaat richten. Zo gaan de deelnemers binnen de taskforce verder met het realiseren van de benodigde ontgassingsinfrastructuur. Hiervoor is het van belang dat er proefontgassingen plaatsvinden. Het ministerie zal financieel bijdragen aan het bekostigen van deze proeven.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

Tientallen miljoenen voor retrofit binnenvaart

DEN HAAG De overheid stelt tot en met 2029 voor de binnenvaart 79 miljoen euro beschikbaar voor een retrofit van schepen. Minister Carola Schouten van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit heeft dat bekendgemaakt in een Kamerbrief over de structurele aanpak stikstof waartoe het kabinet heeft besloten.

In de maatregel voor het retrofitten van de binnenvaart gaat de minister uit van het plaatsen van SCR-katalysatoren op bestaande motoren van binnenvaartschepen om de stikstofuitstoot van de motor terug te brengen. Per schip kan hiermee een stikstofreductie van ruim 80% worden bereikt. Hiertoe wordt de subsidieregeling die wordt opgesteld in het kader van de Green Deal Zeevaart Binnenvaart en Havens uitgebreid. De verwachte kosten voor het Rijk bedragen 79 miljoen euro.

Walstroom zeevaart
De maatregel om walstroom beschikbaar te stelllen voor de zeevaart is gericht op het realiseren van vijf walstroomvoorzieningen. Met subsidie kan de onrendabele top worden weggenomen. Hierbij wordt met name gedacht aan walstroomvoorzieningen in de Rotterdamse haven en in IJmuiden. De voorziene kosten voor het Rijk bedragen 12 miljoen euro.

Coronacrisis
Minister Schouten meldt zich in de Kamerbrief te realiseren dat velen momenteel met geheel andere vragen bezig zijn dan het stikstofdossier. ‘Als gevolg van de coronacrisis hebben mensen grote zorgen over hun eigen gezondheid en die van hun naasten, hun baan of het voortbestaan van hun bedrijf. Het kabinet is zich hier terdege van bewust en zet zich volledig in om de zorg voor patiënten te garanderen en economische en maatschappelijke steun te bieden waar het kan. De coronacrisis raakt veel sectoren, ook de sectoren die kampen met de stikstofproblematiek, zoals de bouw, industrie, transport en landbouw. Waar de focus nu ligt op vandaag en morgen, probeert het kabinet tegelijkertijd vooruit te kijken naar de periode na de coronacrisis. We staan voor de opgave om de economie en het maatschappelijke leven weer op gang te brengen ten behoeve van het herstel van de werkgelegenheid, duurzame economische groei en welvaart. Wat dan niet mag gebeuren, is dat het stikstofdossier onnodig belemmeringen met zich meebrengt en het economisch herstel in de weg zit. Juist daarom presenteert het kabinet nu de structurele aanpak van de stikstofproblematiek, met een omvangrijk pakket aan maatregelen voor herstel en versterking van de natuur, dat het fundament legt waarop economische en maatschappelijke activiteiten doorgang kunnen vinden.’

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

DAF van NPS en Vink Diesel voldoet aan Stage V eisen

RAVENSTEIN NPS Diesel en Vink Diesel hebben Euro VI DAF/PACCAR MX-11 en -13 motoren zodanig gemariniseerd dat ze voldoen aan de nieuwe Stage V emissie wetgeving voor de binnenvaart. Deze diesels stoot tot 98% minder stikstofoxiden uit, 99% minder roet en hebben een minimaal 16% lager brandstofgebruik en daarmee CO2 uitstoot dan dat van de voorgaande generatie CCR2 scheepsdiesels.

NPS Diesel en Vink Diesel zijn trots op het behalen van dit resultaat voor de DAF/PACCAR Euro VI motorentoepassing voor de binnenvaart, beschikbaar in vermogens van 220 tot 390 kW. ‘De moderne MX marine krachtbronnen hebben de betrouwbaarheid die we van DAF gewend zijn en brengen trillingen en geluidsniveau aan boord tot een absoluut minimum terug. Dieselmotor en uitlaatgas- nabehandeling zijn zo compact dat zelfs het hermotoriseren in bestaande, veelal kleine, machinekamers geen enkel probleem is. Het extreem lage brandstofverbruik en de lange onderhouds-intervallen resulteren in een zeer korte terugverdientijd. Per draaiuur kost de Euro VI motor daardoor dus minder als een vergelijkbare CCR2 motor.’

Vraag en aanbod
‘De vraag naar schone en duurzame motoren voor de binnenvaart is niet nieuw’, vertelt sales engineer Stenn Hertgers van NPS Diesel. ‘Waar de emissielat voor de automotive branche al jaren op het hoogste niveau ligt, bleven de technologische ontwikkelingen in de scheepvaart achter. In 2015 besloten NPS en Vink dat daar verandering in moest komen. Pas in 2016, tijdens de Maritime Industry beurs in Gorinchem, werd besloten samen te werken om de Euro VI technologie toegankelijk te maken voor de binnenvaart. Dit vanuit onze passie voor de techniek, de – toen nog – toekomstige Stage V-emissiewetgeving en de bewustwording dat ook de binnenvaart oplossingsgericht zou moeten bijdragen in de klimaatproblematiek.’

Jumpstart
De ambitieuze emissiestap – CCR2 naar Stage V – voor de binnenvaart zou wel eens kunnen resulteren in een tekort aan beschikbare motoren voor de branche. Lange tijd bleven de ontwikkelingen bij de motorfabrikanten uit. Geen enkele leverancier bleek in staat een scheepsmotor te leveren die aan de nieuwe eis voldeed. ‘Het in 2016 door de Europese Commissie toelaten van hoogwaardige dieselmotoren uit andere takken van sport was ons groene licht’, vervolgt Hertgers.

‘De Euro VI motor werd bij Vink gemariniseerd en er werden twee units ingebouwd op Ms Noord van de Klerk Werkendam’, vult managing director Sander Langenberg van Vink Diesel aan. Dit pilot project is vervolgens gebruikt om met de betrokken nationale instanties in gesprek te komen over hun rol in het certificeringsproces. Sinds 2017 hebben we, met ontheffing op het certificaat van onderzoek, al ruim 20 Euro VI installaties in de vaart gebracht.’

Aan tafel
Als erkende technische dienst van de RDW heeft TNO de DAF/PACCAR Euro VI motoren onderzocht en erkend als Stage V toepassing voor zowel hoofdaandrijving en als hulpaggregaat in de binnenvaart. Dit mede dankzij een samenwerking van diverse marktpartijen en overheden. ‘Een mooi compliment was de titel Innovation Pusher, gekregen van Philipp Troppmann, namens de Europese Commissie’, vertelt Langenberg trots.”

Visitekaartje
Het Canal du Nord schip La Coruna werd in 2019 voorzien van een nieuwe DAF/PACCAR MX13 390 kW. ‘De keuze voor Euro VI maakte het voor ons technisch haalbaar en betaalbaar om verder te kunnen met ons schip. Ons brandstofverbruik is met ruim 16% gedaald, de complete installatie neemt aanzienlijk minder ruimte in beslag en is vele malen stiller dan de oude’, aldus schipper eigenaar Thierry Vleminckx. ‘Gezien de actuele ontwikkelingen en stikstofproblematiek is dit het juiste moment om te vergroenen. Met Euro VI voortstuwing aan boord levert de modaliteit binnenvaart per tonkilometer veruit de beste emissieprestatie en dat brengt ons veel opdrachten. La Coruna is klaar voor de toekomst.’

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

Miljoenen voor groene projecten

DEN HAAG Power on demand, pay per use, zonnepanelen op de luiken, een universele container met batterijen om elektrisch te kunnen varen en het gebruik van waterstof als brandstof. Daar gaan de miljoenen uit de subsidiepot ‘Demonstratie Klimaattechnologieën en -innovaties in transport’ (DKTI-transport) heen om de binnenvaart verder te kunnen verduurzamen. In totaal trekt het kabinet € 34,5 miljoen subsidie uit voor projecten in het transport ‘die goed zijn voor het klimaat’.

De binnenvaartsector is op zoek naar mogelijkheden om emissies te verminderen, maar binnenvaartondernemers hikken aan tegen de hoge investeringen die daarmee gepaard gaan. Mobiele Stroom wil daarom energie producerende units op de mark brengen die de binnenvaartondernemer kan huren of leasen. Het bedrijf introduceert hiermee ‘power on demand’ in de binnenvaart.

De units van Mobiele Stroom worden voor de binnenvaart onder meer al ingezet op plekken waar geen vaste walstroomaansluiting voorhanden is. De units zijn geschikt voor het leveren van energie met LNG, CNG, waterstof of methanol als brandstof. Hiermee kunnen units tot 1 MW worden gebouwd. De gebruikte turbine heeft al een Marine Approval, maar het leidingwerk, de brandstofopslag, schakelkast en gebruikte materialen nog niet zodat de units niet op een binnenvaartschip geplaatst mogen worden. Met het geld van de overheid wil Mobiele Stroom de units zodanig ombouwen dat ze voldoen aan de regels voor een Marine Approval. Om het rendement en het comfort van de unit aan boord te optimaliseren, is eveneens technisch onderzoek nodig.

Voor gebruik in de binnenvaart moet alles in een 20 voets container komen. Naast het ombouwen van de units wordt ook onderzocht welk type schip het meest profijt kan hebben van één of meerdere units. Verder wordt met Conoship gewerkt aan een nieuw containerschip voor het transport van containers tussen Delfzijl en Rotterdam. Omdat de energievoorziening met Mobiele Stroom unit(s) losgekoppeld is van het schip, ontstaan meer mogelijkheden in het ontwerp. Het maximaal benutten van afmetingen staat hierbij centraal.
Het project moet bijgedragen aan het verminderen van de uitstoot van CO2, fijnstof en NOx emissies door de binnenvaart.

Solar-luiksysteem
Wattlab, ontstaan uit het Nuon Solar Team met de snelste auto op zonne-energie, wil samen met onder meer Damen Shipyards en de Vlaamse luikenfabrikant Blommaert een lichtgewicht geïntegreerd zonnepaneelsysteem ontwikkelen voor luiken van bulkschepen met een (diesel-)elektrische of hybride aandrijving. Één zogenoemd solar-luiksysteem van 850 vierkante meter moet per jaar 168.300 kWh aan stroom kunnen opwekken. Een schip kan zo jaarlijks ruim 100.000 kilo aan CO2 uitstoot besparen, gelijk aan de uitstoot van 700 vluchten van Amsterdam naar Parijs. Met een jaarlijkse besparing van bijna € 25.000 aan brandstofkosten, moet de schipper de investering binnen vijf jaar terug kunnen verdienen.
Met het geld van de overheid moet een prototype van het solar-luiksysteem worden geïnstalleerd op een binnenvaartschip en in de praktijk worden getest. Dit prototype bestaat uit twee aluminium luik-panelen met geïntegreerde lichtgewicht zonnecelmodules, inclusief energieoverbrenging en PV-energy-management systeem. Na een praktijkdemonstratie en het vaststellen van de eisen voor doorontwikkeling en opschaling, moeten op termijn 20 schepen per jaar worden voorzien van het solar-luiksysteem. Tussen 2022 en 2026 moet dit zorgen voor 16 kiloton minder uitstoot van CO2.

Pay per use
Om binnenvaartschepen elektrisch te kunnen laten varen gaat Wärtsilä Netherlands samen met het Havenbedrijf Rotterdam, ENGIE, Combined Cargo Terminals, BCTN en Heineken mobiele batterijcontainers ontwikkelen. Deze mobiele energiecontainers bestaan reeds, bijvoorbeeld Skoon levert deze al een flinke tijd, maar de innovatie en meerwaarde van dit nieuwe Modular Energy Concept (MEC) schuilt in de uitruilbaarheid, modulariteit, flexibiliteit en schaalbaarheid van de batterijcontainers. Doordat de batterijcontainers eigendom zijn van een derde partij, wordt de schipper niet geconfronteerd met hoge investeringen. De schipper betaalt per verbruikte kWh, ‘pay per use’. De gestandaardiseerde output moet de batterijcontainers techniek-neutraal maken zodat ze modulair in elk elektrisch varend schip kunnen worden toegepast. Hierdoor moet het MEC op den duur geschikt zijn voor opschaling naar de hele binnenvaart.
Op wisselstations langs de vaarweg moeten lege batterijcontainers worden ingeruild voor containers met volledig opgeladen batterijen. Op de routes van Alphen aan den Rijn naar Rotterdam en Antwerpen en van ’s-Hertogenbosch naar Rotterdam willen de partijen zo ‘groene transportcorridors’ maken.

Het is de bedoeling dat voor de praktijkdemonstratie van MEC vier marine-proof, gestandaardiseerde batterijcontainers worden aangeschaft die met drie schepen van CEMT-klasse IV en V op de binnenvaartroutes worden getest voor launching customer Heineken. Ook wordt één docking station gerealiseerd.
De projectpartners zetten na afloop van het DKTI-project in op opschaling, zodat ‘de transitie naar een zero-emissie binnenvaart in een stroomversnelling komt’.

Waterstof
Havenbedrijf Port of Den Helder heeft samen met Damen Shipyards, PitPoint en ENGIE het initiatief genomen voor de ontwikkeling van een groen waterstof project in de haven van Den Helder. Hiervoor wordt een proeftuin voor waterstof rondom de haven van Den Helder opgezet. Deze bestaat uit de realisatie van een 1MW elektrolyser voor de productie van groene waterstof, een openbare voorziening waar waterstof getankt kan worden en de ontwikkeling van een elektrisch-waterstof aangedreven vaartuig.
Praktijkonderzoek moet de technische, economische en operationele aspecten van het gebruik van waterstof in maritieme sector duidelijk maken, evenals het ontwikkelen van regelgeving en certificeringseisen.

Zoev City is de penvoerder en investeerder in het ontwikkelen van een waterstof-elektrisch aangedreven duwboot. Dat doet het bedrijf samen met Mokum Mariteam. Beide zijn actief in het transporteren van bouwmaterialen en bouwafval over water. Ze hebben als doel gesteld om samen twee hybride (elektrisch-waterstof range extender) aangedreven duwboten te ontwikkelen die zo efficiënt mogelijk worden ingezet in de bestaande logistieke planning tussen steden aan het Noordzeekanaal, Het IJ en het Amsterdam-Rijnkanaal. Hiervoor moet technologie worden ontwikkeld, moet de logistieke planningssoftware worden aangepast om de boten optimaal in te kunnen zetten in de operatie.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

Strengere milieuregels bieden ook kansen

AMSTERDAM De strengere milieuregels rond stikstof en PFAS kan voor de duurzame binnenvaartondernemer ook voordeel opleveren. De economen van ABN AMRO verwachten dat vanwege de strengere regels meer vraag komt naar duurzaam transport. De binnenvaart heeft dit jaar echter vooral last van de strengere regels, de bank verwacht een krimp van 1% in de hoeveelheid vervoerde lading.

Volgens de ABN AMRO economen kunnen binnenvaartondernemers die vooruitlopen op het gebied van verduurzaming, de komende jaren profiteren van de aantrekkende vraag naar duurzaam transport. ‘Het aanbieden van duurzame logistieke diensten is een manier om onderscheidend te zijn in een markt waarin vaak hevig op prijs geconcurreerd wordt.’
Om de stikstofuitstoot te beperken moet de binnenvaart snel verduurzamen. Geen sinecure volgens de bankeconomen. ‘In tegenstelling tot bijvoorbeeld vrachtwagens, die na ongeveer zeven jaar toe zijn aan vervanging, gaan binnenvaartschepen vaak tientallen jaren mee. De komende jaren zal de inzet van volledig elektrische schepen en schepen die worden aangedreven door waterstof weliswaar geleidelijk toenemen, maar het blijft de vraag hoe de binnenvaart op korte termijn verduurzaamd kan worden. Op kortere termijn is het gebruik van hybride, diesel-elektrische schepen een optie.’

Kosten uitdaging
De uitstoot kan verder worden beperkt door gebruik te maken van nabehandelingssystemen, die zorgen voor minder uitstoot van stikstofoxiden en fijnstof. ‘De uitlaatgassen worden door filterblokken geleid, die fijnstof eruit filteren. De uitstoot van stikstofoxiden kan worden tegengegaan door toepassing van ureum, een stof die ervoor zorgt dat de stikstofoxiden oplossen in het onschadelijke stikstof en waterdamp. Op zeer korte termijn kan de CO2-uitstoot worden teruggedrongen door biodiesel te tanken. Waarschijnlijk komt subsidie beschikbaar voor het verduurzamen van schepen. De in juni 2019 ondertekende ‘Green Deal’ voorziet in een fonds dat mogelijk in 2021 subsidies kan verstrekken.’

Bij de inzet van duurzame transportmiddelen zijn de kosten nog een uitdaging. Vaak zijn deze transportmiddelen fors duurder in aanschaf. ‘De inzet van dit soort transportmiddelen kan dus alleen winstgevend zijn dankzij subsidies of wanneer opdrachtgevers bereid zijn meer te betalen. Deze transportmiddelen worden naar verwachting wel vanzelf geleidelijk goedkoper dankzij technologische innovatie en opschaling van de productie.’

Marges onder druk
De economen van ABN AMRO concluderen net als onderzoeksbureau Panteia, dat de binnenvaart voor dit jaar met een krimp van de hoeveelheid vervoerde lading rekening moet houden. Milieuregels rond stikstof en PFAS zorgen er namelijk voor dat de bouwsector niet groeit met 2,5 procent, zoals eerder werd aangenomen, maar met 2 procent krimpt. De transportsector beweegt zich normaliter vroeg cylisch, waardoor het transport vrijwel direct de gevolgen hiervan voelt. Daardoor gaat de binnenvaart dit jaar naar verwachting één procent minder lading vervoeren. De andere modaliteiten laten geen daling zien. ‘Met name drogelading- schepen in de binnenvaart vervoeren veel vracht voor de bouw. Grondstoffen en bouwmaterialen zijn goed voor zo’n 40 procent van het vrachtvolume in de binnenvaart.
De afnemende vraag naar transport kan volgens de economen van de bank ‘tarieven en marges onder druk zetten’.

Minder goed jaar
Overigens zijn de milieuregels niet de enige oorzaken. De Nederlandse economie liet in 2019 een aardige groei zien, maar 2020 wordt een minder goed jaar. ABN AMRO verwacht dat de groei afvlakt van 1,7 procent in 2019 naar 0,9 procent in 2020. Ook de groei van de uitvoer en invoer valt terug, net als de groei van een aantal sectoren die voor de transportsector belangrijk zijn, zoals de bouw, de landbouw en de industrie. De transportsector krijgt dus ook last van de afvlakkende groei van de Nederlandse economie en import en export, waardoor de groei vertraagt van 1,5 procent in 2019 naar 0,5 procent in 2020. In de loop van 2020 kunnen de wereldhandel, de invoer en de uitvoer aantrekken. Vooral in 2021 profiteert de transportsector daarvan.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

Gelderland vraagt Rijk hulp bij verminderen uitstoot stikstof

ARNHEM De provincie Gelderland vraagt het Rijk hulp bij het verminderen van de uitstoot van stikstof door de binnenvaart op de Gelderse vaarwegen. Om de binnenvaart landelijk te kunnen verduurzamen, en de zo de uitstoot te verminderen, is volgens Gedeputeerde Staten (GS) van Gelderland tussen de 700 en 900 miljoen euro nodig.

GS geeft in een Statenbrief de contouren weer van de Gelderse Maatregelen Stikstof voor de periode van 2019 tot en met 2023. Want dat er wat gedaan moet worden, is volgens de provincie na het rapport ‘Niet alles kan’ van de Commissie Remkes wel duidelijk. ‘De schade aan de natuur door te veel neerslag van stikstof is de afgelopen jaren meer en meer duidelijk geworden. Ook in de Gelderse natuurgebieden, die van grote maatschappelijke en economische betekenis zijn voor onze provincie. En uniek zijn voor Nederland en Europa. Hierbij hoort een hernieuwde balans tussen welvaart en draagkracht van de natuur.’

Het behoud van deze natuur is volgens GS in het licht van de stikstofproblematiek, niet alleen een opgave voor Gelderland, maar voor het hele land. Landelijke bron- en natuurherstelmaatregelen zijn hiervoor nodig. En daarbij moet worden gekeken naar alle sectoren die bijdragen aan de stikstofdepositie op de Gelderse natuur. Dit is niet alleen de landbouw en veehouderij, waar het nu veel over gaat, maar ook over de industrie, bouw en mobiliteit, waaronder de beperking van de maximum snelheid. De Commissie Remkes richt zich tijdens de tweede fase op mogelijke emissiebeperkende maatregelen voor andere vormen van mobiliteit. Dan gaat het onder meer om de binnenvaart en de kustvaart.

‘Groot effect’
Voor de Gelderse Maatregelen Stikstof heeft de provincie een aantal gebieden aangewezen, de Veluwe, Rijntakken en de Achterhoek. De provincie schat dat voor de te nemen maatregelen twee miljard euro nodig is. Voor de binnenvaart draait het om zo’n 800 miljoen euro, die vooral de uitstoot van stikstof in de Rijntakken terug moet brengen. Dit geld is overigens bedoeld voor een landelijke verduurzaming van de binnenvaart. Daarom vraagt de Provincie Gelderland hulp van het Rijk, onder meer voor het doen van onderzoek naar maatregelen die kunnen helpen om de uitstoot van stikstof door de binnenvaart te verminderen. De provincie verwacht dat het verduurzamen van de binnenvaart naar verwachting een groot effect heeft op de uitstoot van stikstof op de Gelderse waterwegen. ‘De ruim 8.000 binnenvaartschepen die Nederland kent, leggen circa een derde van de afgelegde kilometers over de Gelderse rivieren af. We vragen daarom inzet van het Rijk om de uitstoot van stikstof door de binnenvaart over onze Gelderse vaarwegen te verminderen.’

Om een oplossing te vinden voor het stikstofprobleem vraagt GS van Gelderland vertegenwoordigers van de verschillende branches om samen de Gelderse Maatregelen Stikstof uit te werken.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.