Tagarchief: milieu

DAF van NPS en Vink Diesel voldoet aan Stage V eisen

RAVENSTEIN NPS Diesel en Vink Diesel hebben Euro VI DAF/PACCAR MX-11 en -13 motoren zodanig gemariniseerd dat ze voldoen aan de nieuwe Stage V emissie wetgeving voor de binnenvaart. Deze diesels stoot tot 98% minder stikstofoxiden uit, 99% minder roet en hebben een minimaal 16% lager brandstofgebruik en daarmee CO2 uitstoot dan dat van de voorgaande generatie CCR2 scheepsdiesels.

NPS Diesel en Vink Diesel zijn trots op het behalen van dit resultaat voor de DAF/PACCAR Euro VI motorentoepassing voor de binnenvaart, beschikbaar in vermogens van 220 tot 390 kW. ‘De moderne MX marine krachtbronnen hebben de betrouwbaarheid die we van DAF gewend zijn en brengen trillingen en geluidsniveau aan boord tot een absoluut minimum terug. Dieselmotor en uitlaatgas- nabehandeling zijn zo compact dat zelfs het hermotoriseren in bestaande, veelal kleine, machinekamers geen enkel probleem is. Het extreem lage brandstofverbruik en de lange onderhouds-intervallen resulteren in een zeer korte terugverdientijd. Per draaiuur kost de Euro VI motor daardoor dus minder als een vergelijkbare CCR2 motor.’

Vraag en aanbod
‘De vraag naar schone en duurzame motoren voor de binnenvaart is niet nieuw’, vertelt sales engineer Stenn Hertgers van NPS Diesel. ‘Waar de emissielat voor de automotive branche al jaren op het hoogste niveau ligt, bleven de technologische ontwikkelingen in de scheepvaart achter. In 2015 besloten NPS en Vink dat daar verandering in moest komen. Pas in 2016, tijdens de Maritime Industry beurs in Gorinchem, werd besloten samen te werken om de Euro VI technologie toegankelijk te maken voor de binnenvaart. Dit vanuit onze passie voor de techniek, de – toen nog – toekomstige Stage V-emissiewetgeving en de bewustwording dat ook de binnenvaart oplossingsgericht zou moeten bijdragen in de klimaatproblematiek.’

Jumpstart
De ambitieuze emissiestap – CCR2 naar Stage V – voor de binnenvaart zou wel eens kunnen resulteren in een tekort aan beschikbare motoren voor de branche. Lange tijd bleven de ontwikkelingen bij de motorfabrikanten uit. Geen enkele leverancier bleek in staat een scheepsmotor te leveren die aan de nieuwe eis voldeed. ‘Het in 2016 door de Europese Commissie toelaten van hoogwaardige dieselmotoren uit andere takken van sport was ons groene licht’, vervolgt Hertgers.

‘De Euro VI motor werd bij Vink gemariniseerd en er werden twee units ingebouwd op Ms Noord van de Klerk Werkendam’, vult managing director Sander Langenberg van Vink Diesel aan. Dit pilot project is vervolgens gebruikt om met de betrokken nationale instanties in gesprek te komen over hun rol in het certificeringsproces. Sinds 2017 hebben we, met ontheffing op het certificaat van onderzoek, al ruim 20 Euro VI installaties in de vaart gebracht.’

Aan tafel
Als erkende technische dienst van de RDW heeft TNO de DAF/PACCAR Euro VI motoren onderzocht en erkend als Stage V toepassing voor zowel hoofdaandrijving en als hulpaggregaat in de binnenvaart. Dit mede dankzij een samenwerking van diverse marktpartijen en overheden. ‘Een mooi compliment was de titel Innovation Pusher, gekregen van Philipp Troppmann, namens de Europese Commissie’, vertelt Langenberg trots.”

Visitekaartje
Het Canal du Nord schip La Coruna werd in 2019 voorzien van een nieuwe DAF/PACCAR MX13 390 kW. ‘De keuze voor Euro VI maakte het voor ons technisch haalbaar en betaalbaar om verder te kunnen met ons schip. Ons brandstofverbruik is met ruim 16% gedaald, de complete installatie neemt aanzienlijk minder ruimte in beslag en is vele malen stiller dan de oude’, aldus schipper eigenaar Thierry Vleminckx. ‘Gezien de actuele ontwikkelingen en stikstofproblematiek is dit het juiste moment om te vergroenen. Met Euro VI voortstuwing aan boord levert de modaliteit binnenvaart per tonkilometer veruit de beste emissieprestatie en dat brengt ons veel opdrachten. La Coruna is klaar voor de toekomst.’

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

Miljoenen voor groene projecten

DEN HAAG Power on demand, pay per use, zonnepanelen op de luiken, een universele container met batterijen om elektrisch te kunnen varen en het gebruik van waterstof als brandstof. Daar gaan de miljoenen uit de subsidiepot ‘Demonstratie Klimaattechnologieën en -innovaties in transport’ (DKTI-transport) heen om de binnenvaart verder te kunnen verduurzamen. In totaal trekt het kabinet € 34,5 miljoen subsidie uit voor projecten in het transport ‘die goed zijn voor het klimaat’.

De binnenvaartsector is op zoek naar mogelijkheden om emissies te verminderen, maar binnenvaartondernemers hikken aan tegen de hoge investeringen die daarmee gepaard gaan. Mobiele Stroom wil daarom energie producerende units op de mark brengen die de binnenvaartondernemer kan huren of leasen. Het bedrijf introduceert hiermee ‘power on demand’ in de binnenvaart.

De units van Mobiele Stroom worden voor de binnenvaart onder meer al ingezet op plekken waar geen vaste walstroomaansluiting voorhanden is. De units zijn geschikt voor het leveren van energie met LNG, CNG, waterstof of methanol als brandstof. Hiermee kunnen units tot 1 MW worden gebouwd. De gebruikte turbine heeft al een Marine Approval, maar het leidingwerk, de brandstofopslag, schakelkast en gebruikte materialen nog niet zodat de units niet op een binnenvaartschip geplaatst mogen worden. Met het geld van de overheid wil Mobiele Stroom de units zodanig ombouwen dat ze voldoen aan de regels voor een Marine Approval. Om het rendement en het comfort van de unit aan boord te optimaliseren, is eveneens technisch onderzoek nodig.

Voor gebruik in de binnenvaart moet alles in een 20 voets container komen. Naast het ombouwen van de units wordt ook onderzocht welk type schip het meest profijt kan hebben van één of meerdere units. Verder wordt met Conoship gewerkt aan een nieuw containerschip voor het transport van containers tussen Delfzijl en Rotterdam. Omdat de energievoorziening met Mobiele Stroom unit(s) losgekoppeld is van het schip, ontstaan meer mogelijkheden in het ontwerp. Het maximaal benutten van afmetingen staat hierbij centraal.
Het project moet bijgedragen aan het verminderen van de uitstoot van CO2, fijnstof en NOx emissies door de binnenvaart.

Solar-luiksysteem
Wattlab, ontstaan uit het Nuon Solar Team met de snelste auto op zonne-energie, wil samen met onder meer Damen Shipyards en de Vlaamse luikenfabrikant Blommaert een lichtgewicht geïntegreerd zonnepaneelsysteem ontwikkelen voor luiken van bulkschepen met een (diesel-)elektrische of hybride aandrijving. Één zogenoemd solar-luiksysteem van 850 vierkante meter moet per jaar 168.300 kWh aan stroom kunnen opwekken. Een schip kan zo jaarlijks ruim 100.000 kilo aan CO2 uitstoot besparen, gelijk aan de uitstoot van 700 vluchten van Amsterdam naar Parijs. Met een jaarlijkse besparing van bijna € 25.000 aan brandstofkosten, moet de schipper de investering binnen vijf jaar terug kunnen verdienen.
Met het geld van de overheid moet een prototype van het solar-luiksysteem worden geïnstalleerd op een binnenvaartschip en in de praktijk worden getest. Dit prototype bestaat uit twee aluminium luik-panelen met geïntegreerde lichtgewicht zonnecelmodules, inclusief energieoverbrenging en PV-energy-management systeem. Na een praktijkdemonstratie en het vaststellen van de eisen voor doorontwikkeling en opschaling, moeten op termijn 20 schepen per jaar worden voorzien van het solar-luiksysteem. Tussen 2022 en 2026 moet dit zorgen voor 16 kiloton minder uitstoot van CO2.

Pay per use
Om binnenvaartschepen elektrisch te kunnen laten varen gaat Wärtsilä Netherlands samen met het Havenbedrijf Rotterdam, ENGIE, Combined Cargo Terminals, BCTN en Heineken mobiele batterijcontainers ontwikkelen. Deze mobiele energiecontainers bestaan reeds, bijvoorbeeld Skoon levert deze al een flinke tijd, maar de innovatie en meerwaarde van dit nieuwe Modular Energy Concept (MEC) schuilt in de uitruilbaarheid, modulariteit, flexibiliteit en schaalbaarheid van de batterijcontainers. Doordat de batterijcontainers eigendom zijn van een derde partij, wordt de schipper niet geconfronteerd met hoge investeringen. De schipper betaalt per verbruikte kWh, ‘pay per use’. De gestandaardiseerde output moet de batterijcontainers techniek-neutraal maken zodat ze modulair in elk elektrisch varend schip kunnen worden toegepast. Hierdoor moet het MEC op den duur geschikt zijn voor opschaling naar de hele binnenvaart.
Op wisselstations langs de vaarweg moeten lege batterijcontainers worden ingeruild voor containers met volledig opgeladen batterijen. Op de routes van Alphen aan den Rijn naar Rotterdam en Antwerpen en van ’s-Hertogenbosch naar Rotterdam willen de partijen zo ‘groene transportcorridors’ maken.

Het is de bedoeling dat voor de praktijkdemonstratie van MEC vier marine-proof, gestandaardiseerde batterijcontainers worden aangeschaft die met drie schepen van CEMT-klasse IV en V op de binnenvaartroutes worden getest voor launching customer Heineken. Ook wordt één docking station gerealiseerd.
De projectpartners zetten na afloop van het DKTI-project in op opschaling, zodat ‘de transitie naar een zero-emissie binnenvaart in een stroomversnelling komt’.

Waterstof
Havenbedrijf Port of Den Helder heeft samen met Damen Shipyards, PitPoint en ENGIE het initiatief genomen voor de ontwikkeling van een groen waterstof project in de haven van Den Helder. Hiervoor wordt een proeftuin voor waterstof rondom de haven van Den Helder opgezet. Deze bestaat uit de realisatie van een 1MW elektrolyser voor de productie van groene waterstof, een openbare voorziening waar waterstof getankt kan worden en de ontwikkeling van een elektrisch-waterstof aangedreven vaartuig.
Praktijkonderzoek moet de technische, economische en operationele aspecten van het gebruik van waterstof in maritieme sector duidelijk maken, evenals het ontwikkelen van regelgeving en certificeringseisen.

Zoev City is de penvoerder en investeerder in het ontwikkelen van een waterstof-elektrisch aangedreven duwboot. Dat doet het bedrijf samen met Mokum Mariteam. Beide zijn actief in het transporteren van bouwmaterialen en bouwafval over water. Ze hebben als doel gesteld om samen twee hybride (elektrisch-waterstof range extender) aangedreven duwboten te ontwikkelen die zo efficiënt mogelijk worden ingezet in de bestaande logistieke planning tussen steden aan het Noordzeekanaal, Het IJ en het Amsterdam-Rijnkanaal. Hiervoor moet technologie worden ontwikkeld, moet de logistieke planningssoftware worden aangepast om de boten optimaal in te kunnen zetten in de operatie.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

Strengere milieuregels bieden ook kansen

AMSTERDAM De strengere milieuregels rond stikstof en PFAS kan voor de duurzame binnenvaartondernemer ook voordeel opleveren. De economen van ABN AMRO verwachten dat vanwege de strengere regels meer vraag komt naar duurzaam transport. De binnenvaart heeft dit jaar echter vooral last van de strengere regels, de bank verwacht een krimp van 1% in de hoeveelheid vervoerde lading.

Volgens de ABN AMRO economen kunnen binnenvaartondernemers die vooruitlopen op het gebied van verduurzaming, de komende jaren profiteren van de aantrekkende vraag naar duurzaam transport. ‘Het aanbieden van duurzame logistieke diensten is een manier om onderscheidend te zijn in een markt waarin vaak hevig op prijs geconcurreerd wordt.’
Om de stikstofuitstoot te beperken moet de binnenvaart snel verduurzamen. Geen sinecure volgens de bankeconomen. ‘In tegenstelling tot bijvoorbeeld vrachtwagens, die na ongeveer zeven jaar toe zijn aan vervanging, gaan binnenvaartschepen vaak tientallen jaren mee. De komende jaren zal de inzet van volledig elektrische schepen en schepen die worden aangedreven door waterstof weliswaar geleidelijk toenemen, maar het blijft de vraag hoe de binnenvaart op korte termijn verduurzaamd kan worden. Op kortere termijn is het gebruik van hybride, diesel-elektrische schepen een optie.’

Kosten uitdaging
De uitstoot kan verder worden beperkt door gebruik te maken van nabehandelingssystemen, die zorgen voor minder uitstoot van stikstofoxiden en fijnstof. ‘De uitlaatgassen worden door filterblokken geleid, die fijnstof eruit filteren. De uitstoot van stikstofoxiden kan worden tegengegaan door toepassing van ureum, een stof die ervoor zorgt dat de stikstofoxiden oplossen in het onschadelijke stikstof en waterdamp. Op zeer korte termijn kan de CO2-uitstoot worden teruggedrongen door biodiesel te tanken. Waarschijnlijk komt subsidie beschikbaar voor het verduurzamen van schepen. De in juni 2019 ondertekende ‘Green Deal’ voorziet in een fonds dat mogelijk in 2021 subsidies kan verstrekken.’

Bij de inzet van duurzame transportmiddelen zijn de kosten nog een uitdaging. Vaak zijn deze transportmiddelen fors duurder in aanschaf. ‘De inzet van dit soort transportmiddelen kan dus alleen winstgevend zijn dankzij subsidies of wanneer opdrachtgevers bereid zijn meer te betalen. Deze transportmiddelen worden naar verwachting wel vanzelf geleidelijk goedkoper dankzij technologische innovatie en opschaling van de productie.’

Marges onder druk
De economen van ABN AMRO concluderen net als onderzoeksbureau Panteia, dat de binnenvaart voor dit jaar met een krimp van de hoeveelheid vervoerde lading rekening moet houden. Milieuregels rond stikstof en PFAS zorgen er namelijk voor dat de bouwsector niet groeit met 2,5 procent, zoals eerder werd aangenomen, maar met 2 procent krimpt. De transportsector beweegt zich normaliter vroeg cylisch, waardoor het transport vrijwel direct de gevolgen hiervan voelt. Daardoor gaat de binnenvaart dit jaar naar verwachting één procent minder lading vervoeren. De andere modaliteiten laten geen daling zien. ‘Met name drogelading- schepen in de binnenvaart vervoeren veel vracht voor de bouw. Grondstoffen en bouwmaterialen zijn goed voor zo’n 40 procent van het vrachtvolume in de binnenvaart.
De afnemende vraag naar transport kan volgens de economen van de bank ‘tarieven en marges onder druk zetten’.

Minder goed jaar
Overigens zijn de milieuregels niet de enige oorzaken. De Nederlandse economie liet in 2019 een aardige groei zien, maar 2020 wordt een minder goed jaar. ABN AMRO verwacht dat de groei afvlakt van 1,7 procent in 2019 naar 0,9 procent in 2020. Ook de groei van de uitvoer en invoer valt terug, net als de groei van een aantal sectoren die voor de transportsector belangrijk zijn, zoals de bouw, de landbouw en de industrie. De transportsector krijgt dus ook last van de afvlakkende groei van de Nederlandse economie en import en export, waardoor de groei vertraagt van 1,5 procent in 2019 naar 0,5 procent in 2020. In de loop van 2020 kunnen de wereldhandel, de invoer en de uitvoer aantrekken. Vooral in 2021 profiteert de transportsector daarvan.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

Gelderland vraagt Rijk hulp bij verminderen uitstoot stikstof

ARNHEM De provincie Gelderland vraagt het Rijk hulp bij het verminderen van de uitstoot van stikstof door de binnenvaart op de Gelderse vaarwegen. Om de binnenvaart landelijk te kunnen verduurzamen, en de zo de uitstoot te verminderen, is volgens Gedeputeerde Staten (GS) van Gelderland tussen de 700 en 900 miljoen euro nodig.

GS geeft in een Statenbrief de contouren weer van de Gelderse Maatregelen Stikstof voor de periode van 2019 tot en met 2023. Want dat er wat gedaan moet worden, is volgens de provincie na het rapport ‘Niet alles kan’ van de Commissie Remkes wel duidelijk. ‘De schade aan de natuur door te veel neerslag van stikstof is de afgelopen jaren meer en meer duidelijk geworden. Ook in de Gelderse natuurgebieden, die van grote maatschappelijke en economische betekenis zijn voor onze provincie. En uniek zijn voor Nederland en Europa. Hierbij hoort een hernieuwde balans tussen welvaart en draagkracht van de natuur.’

Het behoud van deze natuur is volgens GS in het licht van de stikstofproblematiek, niet alleen een opgave voor Gelderland, maar voor het hele land. Landelijke bron- en natuurherstelmaatregelen zijn hiervoor nodig. En daarbij moet worden gekeken naar alle sectoren die bijdragen aan de stikstofdepositie op de Gelderse natuur. Dit is niet alleen de landbouw en veehouderij, waar het nu veel over gaat, maar ook over de industrie, bouw en mobiliteit, waaronder de beperking van de maximum snelheid. De Commissie Remkes richt zich tijdens de tweede fase op mogelijke emissiebeperkende maatregelen voor andere vormen van mobiliteit. Dan gaat het onder meer om de binnenvaart en de kustvaart.

‘Groot effect’
Voor de Gelderse Maatregelen Stikstof heeft de provincie een aantal gebieden aangewezen, de Veluwe, Rijntakken en de Achterhoek. De provincie schat dat voor de te nemen maatregelen twee miljard euro nodig is. Voor de binnenvaart draait het om zo’n 800 miljoen euro, die vooral de uitstoot van stikstof in de Rijntakken terug moet brengen. Dit geld is overigens bedoeld voor een landelijke verduurzaming van de binnenvaart. Daarom vraagt de Provincie Gelderland hulp van het Rijk, onder meer voor het doen van onderzoek naar maatregelen die kunnen helpen om de uitstoot van stikstof door de binnenvaart te verminderen. De provincie verwacht dat het verduurzamen van de binnenvaart naar verwachting een groot effect heeft op de uitstoot van stikstof op de Gelderse waterwegen. ‘De ruim 8.000 binnenvaartschepen die Nederland kent, leggen circa een derde van de afgelegde kilometers over de Gelderse rivieren af. We vragen daarom inzet van het Rijk om de uitstoot van stikstof door de binnenvaart over onze Gelderse vaarwegen te verminderen.’

Om een oplossing te vinden voor het stikstofprobleem vraagt GS van Gelderland vertegenwoordigers van de verschillende branches om samen de Gelderse Maatregelen Stikstof uit te werken.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

Minister over de binnenvaart: ‘Op dezelfde voet doorgaan is a losing game’

ROTTERDAM De binnenvaart moet gezamenlijk in beweging komen, anders gaat de sector een onzekere toekomst tegemoet. Het was de boodschap die minister Van Nieuwenhuizen van Infrastructuur en Waterstaat de deelnemers aan het eerste Nationaal Binnenvaart Congres in Blijdorp meegaf.

Op het congres stond de toekomst van de binnenvaart centraal. En een gezonde toekomst binnenvaart is volgens de minister een binnenvaart die duurzame ism innovatief, gericht op samenwerking, betrouwbaar en veilig en concurrerend. ‘Ons uitgangspunt is goed. De grootste en modernste vloot van Europa. Meer dan 40% van alle goederen gaat over water en bijna 90% van de bulk. We zijn met meer dan 5000 kilometer aan vaarwegen direct verbonden met het Europese achterland waarvan een groot deel nog niet wordt benut.’

Losing game
Maar de binnenvaart moet wat betreft de minister wel veranderen. ‘Op dezelfde voet doorgaan is a losing game. Een les die we ons vandaag ter harte moeten nemen. Want ik zie dat de binnenvaart de concurrentieslag gaat verliezen als iedereen op dezelfde voet doorgaat. Verladers zijn geneigd om vooral weer voor de weg te kiezen in plaats van het water. Op het gebied van verduurzaming en digitalisering dreigt de binnenvaart achter te blijven. Begrijpelijk want als je als schipper maar één keer in de 30, 40 jaar kunt innoveren, krijg je het moeilijk. Een vrachtwagen vernieuwt eens in de pakweg 7 jaar. Natuurlijk kun je als schipper alléén die investeringen niet opbrengen. Dat gaat een stuk makkelijker als je dit gezamenlijk oppakt, bijvoorbeeld in de vorm van coöperaties. Eigendom van een schip is ook niet per se noodzakelijk. Leasen is ook een mogelijkheid.’

Nieuwe vormen
Er zijn volgens Van Nieuwenhuizen nieuwe vormen van ondernemen nodig. ‘De binnenvaart zal de slag van schip naar keten moeten maken. Meer samenwerking is de sleutel voor een krachtige toekomst. Natuurlijk roept dat ook vragen op: hoe dan? Wat zijn de beste condities? Waar mogelijk helpen we met nieuwe kennis. We zijn met de Centrale Commissie voor de Rijnvaart bezig met een onderzoek naar nieuwe vormen van ondernemerschap. Volgend voorjaar verwachten we daar meer over te kunnen vertellen.’

Innovaties
Desondanks is de minister blij met de voorzichtige stappen in de goede richting die nu worden gezet. ‘Ik denk aan de Green Deal die we hebben afgesloten. Daar is lang aan gewerkt. En dat ging niet zonder slag of stoot. Maar de Deal is er en we gaan de ambities realiseren. Ik zie ook voorbeelden van interessante innovaties. Zoals Shipping Technology die deze zomer met een testversie van een automatische stuurpiloot kwam, volledig op basis van kunstmatige intelligentie – indrukwekkend en veelbelovend. Of de eerste initiatieven met elektrisch varen, met behulp van windenergie die in batterijen is opgeslagen. Een hele nieuwe manier van wind in de zeilen.’

Extra geld
De minister gaf toe de binnenvaart echt nodig te hebben. ‘We hebben de binnenvaart nodig, om op een duurzame en efficiënte manier onze goederen te vervoeren, om het dichtslibben van de wegen te voorkomen en onze internationale concurrentiepositie te versterken. Natuurlijk moet de basis daarvoor op orde zijn. Ik heb het over onze infrastructuur. Ik ken de zorgen. Daar gaan we iets aan doen. Op korte termijn zullen we voor 100 miljoen aan extra onderhoudsmaatregelen nemen. Bovenop de 600 miljoen die we jaarlijks investeren in beheer en onderhoud van vaarwegen. We geven daarbij voorrang aan de locaties waar zich de meeste storingen voordoen, zoals de Brabantse Kanalen en de Maas. We nemen maatregelen tegen de storingen bij sluis Weurt. We werken hard aan de verbetering van het schutproces bij de sluizen Born, Lith en Belfeld. Het zijn maar een paar voorbeelden.

Droogte
Ook droogte staat wat betrreft de minister een snelle doorstroming in de weg. ‘De kans op droge zomers is groter geworden – dus absoluut iets om rekening mee te blijven houden. Vorig jaar zijn we met onze neus op de feiten gedrukt. Op veel plekken konden schepen met minder dan de helft van hun laadcapaciteit varen. Bijna alles wat kón varen, was onderweg. We nemen allerlei maatregelen, zoals het steeds tijdig doorgeven van actuele waterstanden, een pilot om de harde laag bij Nijmegen aan te pakken en internationaal overleg met de landen bovenstrooms.’

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

Nedcargo bestelt twee elektrische containerschepen

WERKENDAM Logistiek dienstverlener Nedcargo gaat twee elektrische containerschepen laten bouwen. Directeur Diederik Jan Antvelink tekende hiervoor onlangs het contract met Concordia Damen in Werkendam.

De twee elektrische schepen van het van 2 DBMax gaan varen tussen BCTN Den Bosch en de havens van Rotterdam en Antwerpen. De schepen zijn 90 meter lang, 11,45 meter breed en hebben een laadcapaciteit van 184 TEU. Na ingebruikname zal het schip op basis van twee 400kW elektrische motoren gaan varen, maar de schepen zijn voorbereid om volledig elektrisch te kunnen varen.

‘De twee schepen zijn besteld’, meldt Antvelink op Facebook. ‘Nu snel financiering afronden. En we gaan een speciale crowdfundingplatform actie opzetten. Die stellen we open voor iedereen werkzaam in en om de binnenvaart. Sluiswachters, terminal medewerkers, planners en natuurlijk ook verladers. Binnenkort meer! (Foto Nedcargo)

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

‘Binnenvaart moet nadenken over huidige logistieke concepten’

STRAATBURG De binnenvaart moet goed gaan nadenken over de huidige logistieke concepten. Steeds grotere schepen en lage waterstanden, maken de binnenvaart volgens de Centrale Commissie voor de Rijnvaart (CCR) zeer kwetsbaar voor de klimaatverandering.

De CCR meldt in haar Jaarverslag van de marktobservatie van de binnenvaart in Europa dat de gemiddelde laadcapaciteit van de vrachtschepen in de Rijnoeverstaten toeneemt en het aantal kleine schepen afneemt. Deze ontwikkeling heeft zich ook 2018 voortgezet, met name voor de Franse vloot. De nieuwbouwcijfers lagen in 2018 relatief laag maar er werden schepen uit alle grootteklassen op de markt gebracht, ook een paar kleinere schepen met een tonnage van minder dan 1000 ton.

Laagwater
Het jaar 2018 stond voor de Europese binnenvaart in het teken van de aanhoudende lage waterstanden in de tweede helft van het jaar die van invloed waren op verschillende economische parameters. Regionaal gezien waren de gevolgen van de extreme droogte voor de vervoersactiviteiten met name waarneembaar op de Rijn en zijn zijrivieren, op de Boven- en Midden- Donau evenals op de Boven- en   Midden-Elbe. De vervoersactiviteiten over de vele kanalen in Nederland, België, Frankrijk en Noord-Duitsland ondervonden duidelijk minder hinder van de lage waterstanden. Ook de scheepvaart over de Beneden- Donau in Roemenië en Bulgarije had weinig last van de droogte omdat het scheepsvervoer in het mondingsgebied van de Donau zeeriviervaart betreft.

Containers
Het containervervoer, dat nog steeds bijna uitsluitend geconcentreerd is in de Rijnoeverstaten, slaagde er volgens de CCR in 2018 in de vervoersvolumes te handhaven en zelfs te vergroten, aangezien dit type vervoer vooral plaatsvindt over kanalen of waterwegen die minder te lijden hebben onder lage waterstanden. In Frankrijk is het containervervoer toegenomen in het stroomgebied Nord-Pas-de-Calais, terwijl het in het Seinebekken en in het stroomgebied Rhône-Saône constant is gebleven.
De Rijn daarentegen liet na een periode van groei in de vijf voorafgaande jaren in 2018 een afname van het containervervoer zien van 10% (in TEU). De scheepvaart op de Midden- en Bovenrijn, deze twee riviergedeelten zijn samen verantwoordelijk voor 49% van het containervervoer over de Rijn, had in het late najaar van 2018 ernstig te kampen met de droogte. In oktober en november konden containerschepen niet langer stroomopwaarts naar Straatsburg of Bazel varen en lag het containervervoer wekenlang zelfs helemaal stil.

Deze kink in de logistieke keten gold niet alleen voor het containervervoer maar ook voor het vervoer van chemicaliën, aardolieproducten, ijzerertsen en andere grondstoffen voor de industrie en leidde tot grote economische verliezen. Volgens statistische berekeningen heeft de Duitse industriële productie bijna vijf miljard euro schade geleden als gevolg van de afname van het Rijnvervoer in de tweede helft van 2018.

Vrachtprijzen
De lage waterstanden dreven de vrachtprijzen sterk op, met name in de Rijnvaart. De vrachtprijzen voor vloeibare goederen lagen in oktober en november vier keer zo hoog als normaal (voor de ARA-Rijnhandel).
Als men de statistieken van de vrachtprijzen voor vloeibare producten analyseert, kan worden vastgesteld dat de prijzen in de tweede helft van het jaar ook in het FARAG-gebied (Vlissingen, Antwerpen, Rotterdam, Amsterdam, Gent) gestegen zijn. De waterstanden in dit deel van West-Europa hadden weliswaar minder last van de droogte maar de prijsstijging werd veroorzaakt door de reactie van de markt: Belgische en Nederlandse exploitanten, met name marktdeelnemers met kleine schepen, verplaatsten hun werkgebied in het najaar van 2018 naar de Rijn om te kunnen profiteren van de hoge vrachtprijzen. De afname van de capaciteit leidde zo ook in het FARAG-gebied tot een stijging van de vrachtprijzen.

58% Nederlands
Wanneer we kijken naar de spreiding van de binnenvaartondernemingen in West-Europa dat constateert de CCR een versnipperd beeld. Ruim 87% van alle binnenvaartondernemingen in Europa is gevestigd in de Rijnoeverstaten. Alleen Nederland al is goed voor 58% van alle binnenvaartondernemingen. ‘Het is echter wel zo dat 41% van alle Nederlandse ondernemingen voor droge lading en 51% van alle tankvaartondernemingen eenmansbedrijven zijn. De structuur van de Franse ondernemingen in het vrachtvervoer lijkt sterk op die in Nederland.’

Werkgelegenheid
Bekijkt men de gegevens voor de periode van 2012 tot 2016 dan toont de werkgelegenheid in het vrachtvervoer de afgelopen jaren in de meeste Europese landen een dalende lijn. Duitsland, Zwitserland, Polen, Italië en Letland waren de uitzonderingen op de regel. In deze landen was het aantal werknemers in 2016 groter dan in 2012. De grootste daling in absolute cijfers deed zich voor in Nederland, waar het aantal werknemers in 2016 522 lager lag dan in 2012 (in Frankrijk: -279, in Duitsland: +281).
In het passagiersvervoer daarentegen stegen tussen 2012 en 2016 zowel het aantal ondernemingen als het aantal werknemers. De sterkste stijgingen in het aantal werknemers deden zich voor in Duitsland (+1745), Frankrijk (+551), Italië (+470) en Nederland (+306).

Winstgevendheid
Uit gegevens van Eurostat met betrekking tot de winstgevendheid van binnenvaartondernemingen blijkt dat goederenvervoersondernemingen in België en Nederland beduidend winstgevender zijn dan ondernemingen in Frankrijk, Duitsland, Slowakije en Hongarije. De winstgevendheid wordt daarbij gemeten als de verhouding tussen het brutobedrijfsresultaat en de omzet. Afgaande op de gegevens van Eurostat kan worden geconcludeerd dat dit gebrek aan winstgevendheid samenhangt met de zeer hoge personeelskosten in de Franse binnenvaart.

Passagiersvaart
In het passagiersvervoer is de winstgevendheidsindicator in Duitsland in de afgelopen jaren gestegen. Dat strookt met de positieve ontwikkeling van de werkgelegenheid in deze branche in Duitsland. In Frankrijk daarentegen is deze branche relatief weinig winstgevend.
In tegenstelling tot de problemen waarmee het goederenvervoer te kampen had in 2018, stegen de passagiersaantallen bij de riviercruises tot nieuwe recordhoogtes. In Europa maakten in totaal 1,64 miljoen toeristen een riviercruise, een toename van 14,6% ten opzichte van 2017. Bijna 38% van deze toeristen komt uit de Verenigde Staten en Canada. Het aantal toeristen uit Azië, Rusland en Scandinavië nam toe met 41%. Ook het aantal Britse en Ierse passagiers steeg met 31% uitermate sterk.

Aangezien riviercruises in heel Europa plaatsvinden, ondervond de sector weinig hinder van de lage waterstanden. Voor de Rijn werd weliswaar een lichte daling van het vervoer door riviercruiseschepen van 7% geregistreerd, maar op de Donau (+6%) en op de Moezel (+12%) waren juist meer cruiseschepen onderweg. In 2018 kwamen er iets minder nieuwe cruiseschepen in de vaart, maar de orderboeken wijzen erop dat het aantal nieuwbouwschepen in 2019 weer zal toenemen.

‘Aan de weg timmeren’
Het goederensegment zand, stenen, grind en bouwmaterialen is verantwoordelijk voor 37% van het vrachtvervoer in de binnenvaart in Frankrijk, 25% in België, 20% in Nederland, 14% in Duitsland en 21% in Roemenië. De bouwactiviteiten in Europa vertonen sinds 2014 een stijgende lijn die te danken is aan positieve demografische ontwikkelingen, toenemende investeringen in openbare infrastructuur en het economisch herstel na de vastgoedcrisis van 2009. Het vervoer van de goederen die daarvoor nodig zijn (met name grind, zand en bouwmaterialen) vertoont tot op zekere hoogte dezelfde stijgende tendens. Dat wordt zichtbaar wanneer de bouwactiviteiten per maand en per kwartaal enerzijds en het vervoer over de binnenwateren van bovengenoemde materialen anderzijds naast elkaar worden gelegd. Naar verwachting zal de groei in de bouwsector in de komende drie jaar afvlakken. Het is mogelijk dat de vervoersvraag dit afkoelingsproces volgt, maar desalniettemin valt te verwachten dat de vraag in de toekomst zal blijven groeien. De bouwsector is namelijk een belangrijke sector met positieve vooruitzichten zoals ook blijkt uit langetermijnprognoses. ‘De binnenvaart zou dus aan de weg moeten timmeren om meer van deze groei te kunnen profiteren’, concludeert de CCR.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

‘Schip van de toekomst’ op de Wereldhavendagen

ROTTERDAM Tijdens de Wereldhavendagen in Rotterdam wordt het containerbinnenvaartschip Sendo Liner opengesteld voor publiek. De Sendo Liner is het eerste binnenvaartschip dat emissieloos op batterijen kan varen.

De Sendo Liner is een dubbelschroefs containerschip met een geheel nieuw ontwikkeld onderwaterschip. Het schip is volledig geëlektrificeerd en wordt door één van de twee Volvo Penta generatoren (435 kWe elk) en/of het lithium-ion accupakket (560 kWh) van stroom voorzien.

Daarnaast heeft de Sendo Liner 32% minder vermogen nodig, stoot het 40% minder CO2 per vervoerde container uit ten opzichte van een conventioneel schip en is er 8% meer ruimte voor lading. Vanwege de modulaire opbouw zijn aanpassingen eenvoudig te realiseren. Dit zorgt tevens voor een sterke reductie van de onderhoudskosten.

De Sendo Liner maakt onderdeel uit van de binnenvaartpresentatie aan de Westerkade, van het Expertise- en InnovatieCentrum Binnenvaart en het Bureau Voorlichting Binnenvaart en kan op zaterdag 7 en zondag 8 september worden bezocht tussen 10.00 – 18.00 uur.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

Ms Antonie moet binnen enkele jaren op waterstof varen

ROTTERDAM Het ms Antonie van binnenvaartondernemer Harm Lenten moet binnen enkele jaren op groene waterstof gaan varen. Dat is althans de intentie van Lenten, de NPRC en zoutfabriek van Nouryon. De Antonie moet hiermee het eerste binnenvaartschip worden dat geen schadelijke emissies uitstoot.

De bedoeling is dat de Antonie straks zout gaat vervoeren van Nouryon’s zoutfabriek in Delfzijl naar de Botlek in Rotterdam. De groene waterstof wordt lokaal geproduceerd door Nouryon met duurzame elektriciteit. ‘Waterstof als brandstof is nu nog wel duurder dan andere brandstoffen’, vertelt Lenten. ‘Maar naarmate de technologie zich verder ontwikkeld zal dit steeds aantrekkelijker worden en dat maakt deze eerste stap ook zo belangrijk.’

Win-win
De stap is onderdeel van een bredere zogeheten Waterstofcoalitie Binnenvaart waarbij verladers en binnenvaartcoöperaties PTC en NPRC zich inzetten voor het verduurzamen van de vervoersketen. Waterstof is veiliger dan LNG en heeft als emissie geen CO2, maar louter water. Het initiatief maakt onderdeel uit van de ‘Green Deal’ van Minister van Nieuwenhuizen van Infrastructuur en Waterstaat dat vol staat met initiatieven om het transport over water zoveel mogelijk emissievrij te maken. De minister stelt € 15 miljoen beschikbaar voor de binnenvaartsector om innovaties te stimuleren. ‘Zo creëren we de schone brandstof voor vervoer van een deel van onze eigen producten. Een duurzame win-win’, aldus directievoorzitter Knut Schwalenberg van Nouryon Nederland.

Nog duurzamer
De NPRC onderzoekt, in samenwerking met verladers, ook andere alternatieven dan waterstof om binnenschepen te vergroenen, zoals biobrandstoffen, schone verbrandingsmotoren en elektrificatie van schepen. Met een waterstofschip is voor de maritieme wereld een enorme doorbraak in de energietransitie te realiseren. Als de aanstaande proef succesvol is zullen er naar alle waarschijnlijkheid meer schepen op waterstof gaan varen. ‘Dit is de eerste stap naar zero-emissie’, stelt NPRC-directeur Stefan Meeusen. ‘De technologie is er en met zijn drieën hebben we de slagkracht om te laten zien dat het kan; nog duurzamer vervoer over water.’ (Foto NPRC)

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

Onderzoek op negen schepen voor gebruik methanol als brandstof

ROTTERDAM Het projectconsortium Green Maritime Methanol heeft negen schepen geselecteerd voor onderzoek naar de toepassing van hernieuwbare methanol als brandstof. Het zijn zowel nieuwe ontwerpen en nieuwbouwschepen als bestaande schepen van Boskalis, Van Oord, Koninklijke Marine en Wagenborg.

Voor deze schepen wordt onderzocht wat de kosten zijn voor de aanschaf en het gebruik van methanol installaties in vergelijking met het gebruik van laagzwavelige marine diesel.
De schepen variëren in lengte van 40 tot 160 meter, in tonnage van 300 tot 23.000 dwt en in geïnstalleerd vermogen van 1 tot 12 MW. Elk van deze schepen heeft daarbij zijn eigen specifieke vaarprofiel, waardoor inzicht verkregen wordt over de haalbaarheid van methanol voor een bepaald scheepstype met een bijbehorende vaarroute en vaarsnelheden. Naast vrachtschepen wordt er ook gekeken naar ferries, baggervaartuigen en ondersteuningsvaartuigen die vooral in de kustwateren opereren. Voor elk scenario wordt onderzocht welke opties technisch, operationeel en economisch het meest aantrekkelijk zijn.
De partijen verwachten veel van de uitwisseling van de beschikbare kennis binnen het consortium en zien veel mogelijkheden om methanol als duurzame alternatieve brandstof in de maritieme sector in te gaan te zetten.

Partners
Green Maritime Methanol kent inmiddels de volgende partners: BioMCN, Boskalis, Bureau Veritas, C-Job Naval Architects, Damen Shipyards, Defensie Materieel Organisatie, Feadship, Helm Proman, Royal IHC, Koninklijk Instituut voor de Marine (KIM/FMW), Koninklijke Vereniging van Nederlandse Reders (KVNR), Lloyds Register, MARIN, Maritiem Kennis Centrum (MKC), Marine Service Noord (MSN), Methanol Institute, Port of Amsterdam, Port of Rotterdam, Pon Power, TNO, TU Delft, Van Oord, VIV, Wagenborg en Wärtsilä. Het project wordt ondersteund door TKI Maritiem en het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat en duurt tot december 2020.

Meer informatie is beschikbaar op www.greenmaritimemethanol.nl.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.