Tagarchief: milieu

Kabinet schaft energiebelasting op walstroom af

DEN HAAG Het Kabinet gaat volgend jaar de energiebelasting op walstroom afschaffen. Dat staat in de miljoenennota die op Prinsjesdag is gepresenteerd. Daarnaast wordt er gekeken of het mogelijk is om een sterk verlaagd tarief aan energiebelasting in te voeren.

Met de maatregelen wordt het volgens verladersorganisatie evofenedex voor handels- en productiebedrijven financieel aantrekkelijker om elektrische binnenvaartschepen in te zetten.

De maatregelen komen voort uit de Green Deal Maritiem die vorig jaar door de overheid en de binnenvaartsector is gesloten. evofenedex heeft als vertegenwoordiger van een groot deel van de klanten van de binnenvaart ook deze Green Deal ondertekend. ‘Met leden van evofenedex onderzoeken we mogelijkheden om schonere binnenvaart ook vanuit de markt te stimuleren.’

Voorsprong kwijt
Komend jaar wordt er ook een Europees vergroeningsfonds voor de binnenvaart opgezet. Dit komt bovenop de subsidie van 79 miljoen die het kabinet eerder dit jaar al in het vooruitzicht stelde om schepen te voorzien van schonere motoren. Dit zal ook bijdrage aan het versnellen van de vergroening van de binnenvaart. Van groot belang voor de aantrekkelijkheid van de sector, die volgens de verladers langzaam haar groene voorsprong dreigt kwijt te raken. (Foto North Sea Port)

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

€ 250.000 voor testen ontgassingsinstallaties

DEN HAAG Het ministerie van Infrastructuur en Milieu stelt € 250.000 ter beschikking om mobiele ontgassingsinstallaties te testen. Varend ontgassen door binnenvaarttankschepen wordt in heel Nederland verboden. Daarom is het belangrijk dat er voldoende veilige en milieuverantwoorde alternatieven zijn voor het ontgassen naar de buitenlucht.

Op dit moment kunnen schepen in Rotterdam en Moerdijk hun laadruimten ontdoen van dampen bij ontgassingsinstallaties. Deze twee locaties zijn echter niet voldoende als het verbod om dit varend te doen, in werking treedt. Er is dan ook behoefte aan mobiele ontgassingsinstallaties met name in de havengebieden waar veel overslag plaatsvindt. Wanneer deze proeven succesvol zijn doorlopen, is het aan de provincies om deze ontgassingsinstallaties te vergunnen.

Spoedige ratificatie
Minister Cora van Nieuwenhuizen heeft zich bij haar Europese collega’s hard maakt voor een spoedige ratificatie van de verdragswijziging. Want dat is nodig om het verbod in te laten gaan. De minister woonde een proef bij. ‘Ik vind het belangrijk dat er snel alternatieven zijn voor het varend ontgassen. Het is kwalijk voor de bemanning en omwonenden maar het is ook niet goed voor het milieu. We moeten snel meer weten wat de beste manier is om dit te doen en deze proeven helpen daarbij.’

Europees geld voor onderzoek varen op waterstof

BRUSSEL Het transport van goederen met binnenvaartschepen op waterstof tussen de havens van Rotterdam en Genua is een stap dichterbij gekomen. Het samenwerkingsverband RH2INE heeft van de Europese Commissie een half miljoen euro subsidie gekregen voor verder onderzoek naar een plan hiervoor.

In RH2INE (Rhine Hydrogen Integration Network of Excellence) werken zo’n 20 partijen samen, waaronder overheden en bedrijven die het gebruik van waterstof mogelijk maken. Zuid-Holland, de Duitse deelstaat Noordrijn-Westfalen, en de havens van Rotterdam, Duisburg en RheinCargo hadden een aanvraag gedaan. Zij dragen zelf ook een half miljoen euro bij aan het verdere onderzoek.
Het doel is om in 2024 minimaal tien schepen op waterstof te laten varen op de belangrijkste handelsroutes tussen de Rotterdamse haven en Keulen, de Rijn-Alpencorridor. Hiervoor moeten langs de route drie stations komen voor het bunkeren van waterstof. In 2050 moet dat aantal worden uitgebreid zodat het goederenvervoer tot aan Genua waterstof kan gebruiken.

Onderzoek
De Europese subsidie wordt gebruikt voor onderzoek naar hoe de waterstofvulstations het beste zijn te realiseren, de technische uitwerking, de benodigde wetgeving in de verschillende landen en de locaties om de schepen te voorzien van waterstof als brandstof. Via RH2INE willen de partijen ook van elkaar leren. Ze doen dat door kennis uit te wisselen voor het gebruik van waterstof voor de binnenvaart. Het gaat om partijen die allemaal een rol hebben voor waterstof; van productie, distributie en tot het gebruik ervan in schepen.

De Zuid-Hollandse gedeputeerde Floor Vermeulen van verkeer en vervoer is er van overtuigd dat waterstof voor de toekomst een oplossing is voor zwaar transport. ‘Om dit voor elkaar te krijgen heb je elkaar nodig en ik ben trots op de partijen die zich hebben aangesloten. Van productie, distributie tot afname. Deze subsidie zie ik als een stimulans waarmee Europa aangeeft dat we op de goede weg zijn. Het sluit ook aan bij de ambitie van Zuid-Holland voor een betere balans tussen mobiliteit en een prettige leefomgeving.’

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

Nijmegen gaat voor een emissievrije binnenvaart

NIJMEGEN De gemeente Nijmegen gaat voor een emissievrije binnenvaart en wil daarom de toegang tot haar havenbekkens gaan beperken voor de ‘vervuilende binnenvaart’. Nijmegen denkt hiervoor aan te sluiten bij Rotterdam. Daar wordt vanaf 2025 de toegang tot de havenbekkens beperkt tot schepen die minimaal aan de CCR 2-eisen voldoen. Momenteel loopt in Rotterdam een evaluatie hierover.

Volgens de gemeente Nijmegen blijkt uit onderzoeken van de afgelopen jaren dat de scheepvaart op de Waal verhoudingsgewijs een steeds grotere luchtvervuiler wordt in Nijmegen. Dat komt onder meer doordat auto’s qua uitstoot sneller schoner worden dan schepen. ‘Globaal genomen is de uitstoot van NOx en roet door de binnenvaart op de Waal binnen de gemeente Nijmegen even groot als van al het wegverkeer in de stad. Daar staat tegenover dat vervoer over water nog steeds per vrachtkilometer minder CO2 uitstoot dan vrachtvervoer over de weg.’

Daarom wil de stad hier snel extra aandacht voor. Om echt iets te kunnen doen is nationale en internationale samenwerking nodig. Daarom doet Nijmegen actief mee in samenwerkingsverbanden zoals het Europese project CLINSH de landelijke Green Deal Binnenvaart.

Emissievrije havens en kades
Recente ruimtelijke ontwikkelingen langs de Waal en ook de ontwikkelingsrichting in de ontwerp Omgevingsvisie van Nijmegen duiden op een nadrukkelijke concentratie van wonen, werken en recreëren langs de Waal en het Maas-Waalkanaal. De gemeente treft daarom maatregelen om tot verdere reductie te komen van de uitstoot door scheepvaart en daarmee een verminderde belasting op de leefomgeving langs Waal en Maas-Waalkanaal.

Een van de maatregelen is de aanleg van walstroom. Op vrijwel alle publieke kades is al walstroom aanwezig, maar er bestaat de wens voor uitbreiding van walstroom op de Waalkade vanwege grotere stroombehoefte per aansluitpunt en voor uitbreiding van het aantal aansluitpunten van 4 naar 5.

Korting
Schepen die in het bezit zijn van een zogenaamd Green Award Certificaat krijgen in Nijmegen nu al 15% korting op haven- en overslaggelden. De gemeente Nijmegen wil echter onderzoeken hoe op een effectievere wijze korting en andere financiële prikkels kunnen worden gegeven ter bevordering van inzet van schonere schepen. Daarbij kan mogelijk gebruik gemaakt worden van het landelijke labeling systeem voor schepen dat wordt ontwikkeld, waarbij naast uitstoot ook klimaatdoelstellingen een rol spelen.

Emissievrije binnenvaart
De gemeente Nijmegen gaat voor een emissievrije binnenvaart. Daarvoor is wel samenwerking met diverse partners in het stroomgebied van de Waal, Rijn en Maas nodig. De gemeente neemt hiervoor deel aan besprekingen over de opbouw van een landelijk of Europees fonds voor verduurzaming van de binnenvaart en staat open voor andere initiatieven. Samen met havengebonden bedrijven in de Kanaalhavens worden verdere maatregelen om duurzame binnenvaart te verkennen opgepakt, onder andere met BCTN en ENGIE.

Hiervoor willen ENGIE, BCTN, gemeente Nijmegen en andere partners een laadstation realiseren, waarmee batterijcontainers voor de binnenvaart geladen kunnen worden. Dit zijn zogenaamde Modulaire Ener-gie Containers (MEC’s). Dit project ‘Energie Transhipment Hub Nijmegen’ behelst het ontwikkelen en testen van een innovatieve en duurzame energie-infrastructuur op het terrein van de voormalige Gelderland centrale aan de Waal in Nijmegen. Op deze hub worden energiecontainers opgeladen die gebruikt worden op binnenvaartschepen, op festivals en op bouwterreinen. De containers zullen vooral worden opgeladen met de pieken in de elektriciteitsproductie ten gevolge van wind- en zonne-energie. Ook zullen laadpunten worden voorbereid voor zware voertuigen en wordt er voorgesorteerd op het produceren en tanken van waterstof voor schepen en voertuigen.

Waterstof
Samenwerking in de zopgenoemde Rijn-Alpine corridor is ook het doel van het initiatief RH2INE, dat zich richt op de inzet van water-stof als energiedrager voor binnenvaart over de Rijn. Provincie Zuid-Holland, Gelderland, het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en de Duitse deelstaat Noordrijn-Westfalen zijn hierbij betrokken evenals marktpartijen. Op 31 januari 2020 is een intentieverklaring ondertekend met als doel om in 2030 tien schepen die varen op waterstof in de vaart te brengen op de Rijn. De gemeente Nijmegen sluit zich hierbij aan en legt de verbinding met de Energy Transhipment Hub. Ook verkent de gemeente de interesse bij lokale schippers en verladers om op waterstof te varen en rijden.

Stimuleren
Het verkrijgen van kapitaal voor een grote investering in schonere motoren en/of nageschakelde technieken is een belemmering voor scheepeigenaren. Dat geldt ook voor de toepassing van alternatieve brandstoffen met een diesel-hybride aandrijving of de ombouw naar LNG, die het brandstofverbruik nog verder kunnen verminderen. Nijmegen heeft niet de mogelijkheden om hierin te faciliteren maar dringt er wel bij het Rijk en Europa op aan om stimuleringsregelingen en investeringsfondsen beschikbaar te stellen.

In samenwerking met Bureau Brussel voert Nijmegen lobby om bij de Europese instellingen in Brussel te pleiten voor strengere uitstooteisen voor de binnenvaart en stimulering van schonere brandstoffen en scheepvaarttechnieken. Bijvoorbeeld door ontheffing van energiebelasting op walstroom en laden van batterijcontainers en de invoering van heffingen op scheepvaartbrandstoffen, waarbij de opbrengst benut dient te worden voor duurzame investeringen in de sector.

Meetnet
De gemeente Nijmegen vindt het belangrijk dat er aandacht is voor de emissies van schepen. In dat verband streeft de gemeente ernaar dat er een meetpunt van het landelijk Meetnet Luchtverontreiniging langs de Waal in Nijmegen komt. Om structurele belasting van benzeen op inwoners te meten, heeft gemeente Nijmegen recent op een tiental locaties benzeenmetingen uitgevoerd aan beide zijden van de Waal. Deze metingen kunnen niet worden ingezet voor de handha-ving van een eventueel ontgassingverbod, maar geven wel een indruk van de gemiddelde concentratie aan benzeen waar de burger van Nijmegen aan blootgesteld wordt. Voor benzeen bestaat een wettelijke grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie. Daaraan wordt in ruime mate voldaan.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

Varen op waterstof kent nog vele uitdagingen

ROTTERDAM Hoewel de binnenvaart en de short sea de eerste voorzichtige stappen zetten naar een volledig emissievrije aandrijving via waterstof, kent het varen op waterstof nog grote uitdagingen die moeten worden geslecht voordat een brede toepassing in Nederland mogelijk is. Een en ander blijkt uit een inventariserend onderzoek, dat het Expertise en InnovatieCentrum Binnenvaart (EICB) in opdracht van de ministeries Economische Zaken en Klimaat en Infrastructuur en Waterstaat heeft uitgevoerd.

Er zijn in Nederland ongeveer 20 innovatieve projecten op het gebied van het varen op waterstof gaande. De eerste concrete demonstratieschepen met waterstofaandrijving komen naar verwachting in 2021 in de vaart. Maar een versnelde toename van het aantal schepen op waterstof kan alleen slagen als de economische, infrastructurele en technische vraagstukken worden opgelost. Zonder een aanzienlijke opschaling aan de aanbodkant, en daarmee: een forse kostenreductie voor waterstof, wordt de afname van waterstof niet snel aantrekkelijk. Daarnaast is het essentieel om een goed veiligheidskader te ontwikkelen.

Demonstratieprojecten
Essentieel voor de invoering van waterstof als brandstof voor de binnenvaart en short sea is volgens het EICB het ervaring opdoen via succesvolle demonstratieprojecten. Daardoor moet meer vertrouwen bij de ondernemers in de binnenvaart ontstaan om de switch naar de waterstofelektrische aandrijving te maken. Daarbij is het ook belangrijk dat er in de markt een ‘preferentie energiedrager’ ontstaat. Op dit moment is de variatie aan waterstofenergiedragers nog groot zoals gasvormig, vloeibaar, of gebonden in vloeibare of poedervormige dragers.

Kostbaar
Over het algemeen is de toepassing van waterstof volgens het EICB nog een kostbare aangelegenheid. Naarmate de techniek en de markt zich verder ontwikkelen, zal er richting 2030 mogelijk een gunstiger perspectief ontstaan op een kosteneffectieve toepassing. Uit het rapport blijkt dat individuele schippers niet alleen voor grote investeringsopgaven staan, maar ook nog onzekerheden kennen waar het gaat om bunkerinfrastructuur en internationale regelgeving. EICB breekt een lans voor een meer collectieve aanpak, bijvoorbeeld per corridor.

Medewerking gevraagd
Als inderdaad wordt gekozen om waterstoftoepassing in binnenvaart en short sea verder te stimuleren, kunnen volgens het EICB door middel van de ‘handelingsperspectieven’ stappen worden gezet naar een verdere uitrol van waterstof in de sector. ‘Belangrijk om te beseffen is dat de overheid in deze ontwikkelopgave voornamelijk een coördinerende en faciliterende rol heeft en niet succesvol kan zijn zonder medewerking van verladers, brandstofleveranciers en het bankwezen. Daarnaast spelen regionale overheden en havenbedrijven een vitale ondersteunende rol.’

Het EICB heeft de volgende handelingsperspectieven geïdentificeerd:

1. Faciliteren van basisinfrastructuur
Opbouw van een basale infrastructuur van bunkerlocaties waar schepen waterstof aan boord kunnen nemen. Belangrijkste partij hierin zijn de brandstofleveranciers, maar ook overheden, havenbedrijven en bankwezen spelen hierbij een duidelijke en significante rol.

2. Financieel stimuleren
Het bundelen van stimuleringskracht om scheepseigenaren te compenseren voor de hoge investeringskosten en de permanent hoge operationele kosten van waterstofaandrijving. Verladers hebben een grote rol bij het compenseren voor gestegen operationele kosten. Ondersteuning bij het dragen van investeringskosten ligt bij overheden (via innovatiebeleid), bankwezen en in mindere mate verladers.

3. Normeren
Het versnellen en toegankelijk maken van het juridische proces om toestemming te krijgen voor varen op waterstof. Waarschijnlijk is ook het aanpassen van regelgeving noodzakelijk, uiteraard onder de stringente voorwaarden die vanuit het veiligheidskader worden gesteld. Daarnaast kan standaardisering het makkelijker maken voor leveranciers van technische oplossingen voor waterstofaandrijving om schaalvergroting te bereiken. Hier ligt een rol voor overheden, klasse bureaus en havenbedrijven.

4. Gecoördineerde aanpak
Het combineren van bovenstaande acties onder één gecoördineerde aanpak, gericht op het met waterstof verduurzamen van een bepaalde corridor of regio. Dit resulteert in een proeftuin waar de belemmeringen bij externe pijlers van tevoren worden opgelost. Scheepseigenaren richten zich alleen nog op de directe toepassing van waterstof aan boord. Het inrichten van zo’n gecoördineerde aanpak kan onder impuls van de overheid, maar ook andere sterke partners (zoals: grote verladers of energieleveranciers) kunnen hierin het voortouw nemen.

5. Community building
Als ondersteuning bij bovenstaande punten is een overlegstructuur tussen de sector, verladers, het bankwezen, de waterstofindustrie, havenbedrijven en overheden een waardevolle fundering. Dit biedt partijen een gestructureerde omgeving om informatie uit te wisselen en te bouwen aan een gezamenlijke aanpak.

150 schepen in 2030
De ontwikkeling van waterstofelektrische aandrijving biedt naast het aanbieden van batterijelektrische energie voor de binnenvaart een tweede emissievrije oplossing. Het kabinet streeft in 2030 naar tenminste 150 volledig ‘zero emissie’ schepen in de vaart, op een totale vloot van circa 5.500 binnenvaartschepen.

Het kabinet zet ook stevig in op de ontwikkeling van waterstof als energiedrager. Eind maart publiceerde minister Wiebes de Kabinetsvisie Waterstof. Daarin wordt ook genoemd dat de toepassing van waterstof in de sector mobiliteit, en daarbinnen vooral het zwaardere vervoer, waaronder de binnenvaart, een belangrijke impuls kan geven aan het ontwikkelen van de markt voor waterstof als energiedrager.

Download het complete rapport

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

Verladers vinden dat binnenvaart te traag vergroent

DELFT Een reverse modal shift blijft serieus op de loer liggen als de binnenvaart geen verdere vergroeningstappen onderneemt. Verladers benadrukken de noodzaak een verduurzamingsinhaalslag in de binnenvaart te maken. Dit blijkt uit interviews met 25 Nederlandse binnenvaartverladers die zijn gehouden in april en mei 2020.

De binnenvaart moet volgens de verladers mee in het vergroenen, maar ‘reageert veel te traag’. Naar mening van de meeste verladers verliest de binnenvaart terrein en door de coronacrisis wellicht sneller dan verwacht. ‘Er is nog meer nationaal sturing en begeleiding nodig. Hier ligt een uitdaging die door provincies en gemeenten juist nu extra moeten worden opgepakt.’

Duurzamer product
De meeste verladers hebben overigens de investeringen in duurzame schone technieken zelf even stopgezet, maar zijn van plan deze later weer op te pakken. Dit terwijl sommige andere verladers aangeven juist nu een extra impuls aan schone technieken te geven om straks daarvan te profiteren. De nadruk ligt nu op overleven, maar wordt daarna alweer snel business as usual. Verduurzaming komt dan ook weer op de agenda, terwijl vrijwel iedereen doordrongen is van het feit dat de binnenvaart zich flink zal moeten inspannen om een duurzamer product te leveren. Dat is onder de huidige omstandigheden een te zware opgave voor deze bedrijfstak. Doorpakken is geboden.

Fossiel blijft
Op het gebied van de energietransitie geven verladers aan dat fossiele brandstoffen tot 2040 nog een serieuze energiedrager blijven. Maar in de tussentijd zullen elektrificatie en waterstof de rol van fossiel gaan overnemen. Ook voor die nieuwe energiedragers is opslag en transport nodig. Liquid Organic Hydrogen Carrier (LOHC) heeft volgens een betrokken partij de meeste kans als toekomstige verschijningsvorm van waterstof, omdat dit dan op dezelfde wijze als fossiele brandstoffen vervoerd en opgeslagen zou kunnen worden. LOHC bevindt zich nog in de experimentele fase.

Vervoer
Sommige bedrijven achten het zeer goed mogelijk dat ook waterstof in zee- en binnenschepen gaat worden vervoerd in de toekomst. Hetzelfde geldt voor het broeikasgas CO2 dat wordt afgevangen van industrieprocessen en naar Rotterdam moet worden vervoerd voor opslag in de Noordzeebodem. De CO2-heffing kan hier versnelling in brengen. Betrokken verladers gebruiken nu nog steeds grote hoeveelheden aardgas om het productieproces van energie te voorzien.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

‘Overheid moet goede voorbeeld geven bij vermindering stikstof’

DEN HAAG De Nederlandse overheid moet zelf het goede voorbeeld geven als het gaat om vermindering van de uitstoot van stikstof door de scheepvaart. ‘Schepen in bezit van, of varend onder verantwoordelijkheid van de Nederlandse overheid moeten versneld hun schadelijke emissies, waaronder NOx verminderen’, stelt Johan Remkes in het eindadvies van het Adviescollege Stikstofproblematiek.

De bijdrage van mobiliteit aan de NOx-emissie in Nederland bedraagt 233,3 kton per jaar. De zeevaart op het Nederlands Continentaal Plat levert met 81,6 kton de grootste bijdrage aan de NOx-emissie, het wegverkeer volgt met 74,4 kton per jaar en de binnenvaart met 26 kton per jaar. Het railvervoer levert met 1,7 kton per jaar de kleinste bijdrage.

Binnenvaart
De NOx-emissie van de binnenvaart vermindert tussen 2018 en 2030 met 12% per jaar. De strengere NOx-emissienormen (Stage V) voor nieuwe scheepsmotoren moeten hiervoor gaan zorgen. Remkes wil echter naar een vermindering van de NOx in 2030 van 50%. Omdat de binnenvaart daar volgens Remkes niet bij in de buurt komt, zijn aanvullende maatregelen nodig.
Inmiddels heeft Nederland hiervoor al verschillende maatregelen genomen. Zo is er de Green Deal Zeevaart, Binnenvaart en Havens. Ook trekt minister Carola Schouten van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit de komende tien jaar 79 miljoen euro om SCR-katalysatoren in de binnenvaart te subsidiëren. Dit bedrag komt bovenop de subsidie van 15 miljoen euro in de Green Deal.

Smart en samenwerken
Verder vindt het Adviescollege het wenselijk dat verladers en vervoerders beter samenwerken aan meer efficiency in de keten. Zo kan het aantal vervoersbewegingen worden teruggedrongen. ‘Daarnaast is te overwegen meer vervoer te laten plaatsvinden via het water in plaats van de weg, in lijn met de doelstelling van de Europese Green Deal.’

Voor het realiseren van een optimaal functionerende logistieke keten zijn ook ontwikkelingen op het gebied van digitalisering, Smart Shipping, een vlotte afhandeling in de havens, voldoende capaciteit en goede en slimme vaarweginfrastructuur en betrouwbare vaar- en wachttijden door goede afstemming van bedientijden van sluizen en bruggen, van belang. Lokale, provinciale en rijksoverheid moeten dit stimuleren.

Geen maatregelen nodig
Voor het wegvervoer en het spoor zijn geen aanvullende maatregelen nodig. Het wegvervoer haalt al 52% vermindering en het spoor heeft volgens het Adviescollege zo’n lage bijdrage aan de totale emissie dat maatregelen hoge kosten met zich meebrengt.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

ZES moet binnenvaart elektrisch laten varen

ROTTERDAM ING, Engie, Wärtsilä en Havenbedrijf Rotterdam hebben met steun van het Ministerie van IenW Zero Emission Services (ZES) opgericht. ZES introduceert een nieuw energiesysteem voor de verduurzaming van de binnenvaart. Dit gebeurt met een voor iedereen toegankelijke infrastructuur voor emissieloos varen. ZES biedt hiervoor een volledig producten- en dienstenpakket dat is gebaseerd op verwisselbare batterijcontainers (ZES-Packs) met groene stroom, laadstations, technische ondersteuning en een innovatief betaalconcept voor scheepseigenaren.

Nog dit jaar vaart het eerste schip (de Alphenaar) met bier van Heineken van Alphen aan de Rijn naar Moerdijk. De bierbrouwer verbindt zich voor tien jaar aan ZES om bier emissieloos te vervoeren van de brouwerij in Zoeterwoude naar Moerdijk. In 2021 moeten daar nog vijf schepen bij komen. Het eerste oplaadstation van ZES komt in Alphen aan de Rijn. Geleidelijk wordt ook het netwerk van oplaadstations uitgebreid. Met ongeveer 20 laadplekken is er een landelijke dekking. Met twee opgeladen ZES-Packs kan een binnenvaartschip 50 tot 100 kilometer varen, afhankelijk van o.a. de stroming en de grootte en diepgang van het schip. ZES richt zich in eerste instantie op de containerbinnenvaart. Verwachting is dat in 2030 zo’n 150 binnenvaartschepen met ZES-Packs varen. Per schip zorgt de overstap van diesel naar ZES-Pack ervoor dat er jaarlijks 1.000 ton CO2 minder in de lucht komt. Ook is er geen uitstoot van fijnstof en stikstof.

Hoe ZES werkt
CEO Willem Dedden van Zero Emission Services legt uit hoe het systeem werkt. ‘Met ZES introduceren we een systeemverandering in de binnenvaart, waardoor binnenvaartschepen emissieloos varen dankzij verwisselbare batterij-containers, ZESPacks, die worden geladen met duurzaam opgewekte stroom. Voor de verwisseling van de batterij-container wordt een netwerk van open access laadpunten ingericht. De ZESPacks worden daar omgewisseld voor volle, zodat de schepen snel door kunnen varen met minimale wachttijd.

‘De energiecontainers zijn ontworpen voor meerdere toepassingen, zo kunnen ze ook tijdelijk aan land worden ingezet voor het stabiliseren van het elektriciteitsnet of om te voorzien in een lokale tijdelijke vraag naar elektriciteit. Het systeem is toekomstbestendig, omdat het onafhankelijk is van de energiedrager. We starten met batterijen, maar als in de toekomst waterstof goedkoper wordt, dan kunnen de containers met waterstoftechnologie op dezelfde wijze elektriciteit leveren.’

Lage drempel
Om de overgang naar emissieloos varen voor de schipper eenvoudiger te maken, is een innovatieve financieringsvorm op basis van ‘pay per use’ ontwikkeld. Hierdoor brengt ZES alleen de kosten in rekening voor de verbruikte duurzame energie en huur van de batterijcontainer, zodat de bedrijfskosten van de schipper competitief blijven. Wel dient het schip voorzien te zijn van een elektrische voortstuwingslijn.

Met deze systeemverandering is voor de eerste fase een totaalbedrag gemoeid van € 20 miljoen. Dit wordt financieel gedragen door ING, ENGIE, Wärtsilä, Havenbedrijf Rotterdam en de Nederlandse overheid. De overheid levert een bijdrage via een subsidie van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en een subsidie van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland in het kader van de verduurzaming van het transport.

Additionele ondersteuning komt van Heineken, via een langjarige vervoersovereenkomst en een initiële bijdrage in de ontwikkelingskosten van het eerste schip van haar vervoerder CCT. CCT brengt voor het laden en lossen van het eerste schip geen handelingskosten in rekening.

Ambitie
ZES wil met dit concept de hele binnenvaart en short sea mobiliseren om emissieloos te gaan varen. Het eerste laadpunt komt op de corridor Zoeterwoude – Alpherium – Moerdijk. Daarna zal de focus liggen op het inrichten van het Amsterdam-Rotterdam-Antwerpen corridor en een verbinding te maken naar Nijmegen. De aandacht zal in de eerste fase gaan naar containerschepen voor de binnenvaart, zowel ombouw als nieuwbouw.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

Verbod varend ontgassen laat nog op zich wachten

DEN HAAG Het verbod op varend ontgassen gaat niet per 1 juli van dit jaar in. De Tweede Kamer vroeg minister Cora van Nieuwenhuizen dit vooruitlopend op de ratificatie van het internationale Scheepsafvalstoffenverdrag (CDNI) te regelen, maar het blijkt onmogelijk. Wel gaat de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) de komende tijd opnieuw toezichtacties houden, waaronder in Zeeland.

De minister meldt in een kamerbrief dat zij, net zoals de Tweede Kamer, het varend ontgassen in Nederland zo spoedig mogelijk wil verbieden. Daarom heeft Nederland de verdragswijziging al geratificeerd. Hiervoor werd op 17 maart de akte van aanvaarding digitaal gedeponeerd bij de secretaris-generaal van de Centrale Commissie voor de Rijnvaart (CCR). Vanwege de gevolgen van het coronavirus vindt de materiële neerlegging van de akte op een later moment plaats. Met de ratificatie door Nederland hoopt de minister ook de overige verdragsstaten aan te zetten tot spoedige ratificering. Zij gaat hiervoor haar buitenlandse collega’s een brief sturen.

Naast de ratificatie is het ook nodig het Scheepsafvalstoffenbesluit aan te passen. Deze aanpassing ligt nu voor advies bij de Raad van State. Na de ratificatie en de implementatie in nationale wetgeving kan het aangepaste CDNI zes maanden na ratificatie door de laatste verdragsstaat in werking treden. ‘Het is dan ook niet mogelijk om het verbod op varend ontgassen reeds per 1 juli 2020 in werking te laten treden’, concludeert Van Nieuwenhuizen dan ook.

Ontgassen in Natura 2000
De Tweede Kamer wilde van de minister nog wel enige duidelijkheid over het varend ontgassen. Zo waren er vragen over een uitspraak van de rechter dat de omgevingsdienst Midden-Holland (ODMH) het verzoek tot handhaving van het provinciale ontgassingsverbod niet naast zich neer mocht leggen. Maar de uitspraak heeft volgens de minister geen gevolgen voor toezicht en handhaving op de Rijkswateren omdat daar internationale regelgeving geldt op basis van het Scheepsafvalstoffenverdrag en het ADN. ‘Op die wateren kan alleen een ontgassingsverbod worden opgelegd dat in internationaal verband is overeengekomen, zoals het nu in het Scheepsafvalstoffenverdrag opgenomen ontgassingsverbod.’

De Kamer wilde nog wel weten waarom een Tsjechische schipper op de Waal een boete kreeg voor het varend ontgassen. Hij deed dit op een plek waar dit op grond van het ADN mag. De schipper kreeg de boete echter niet voor het ontgassen, maar omdat hij geen gebruik maakte van vlamkerende roosters.

Op vragen van de Tweede Kamer liet de minister ook nog uitzoeken of varend ontgassen is toegestaan in Natura 2000-gebieden. Uit het onderzoek blijkt varend ontgassen geen negatieve gevolgen te hebben voor deze gebieden. Van verstoring is slechts sprake in het geval van visuele verstoring, verstoring door geluid en mechanische verstoring. Ontgassen van binnenvaartschepen valt hier dus niet onder.

Proefontgassen
Om zo snel mogelijk een einde te maken aan het varend ontgassen, denkt ook dit jaar de Taskforce Varend Ontgassen met de minister mee. De taskforce richt zich onder andere op de vergunningverlening van en eisen aan ontgassingsinstallaties. Gedeputeerde Dick van der Velde (VVD) van de provincie Zeeland is de nieuwe voorzitter van de taskforce. Samen met de voorzitter heeft het ministerie de resterende vraagstukken in kaart gebracht waarop de taskforce zich de komende periode gaat richten. Zo gaan de deelnemers binnen de taskforce verder met het realiseren van de benodigde ontgassingsinfrastructuur. Hiervoor is het van belang dat er proefontgassingen plaatsvinden. Het ministerie zal financieel bijdragen aan het bekostigen van deze proeven.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

Tientallen miljoenen voor retrofit binnenvaart

DEN HAAG De overheid stelt tot en met 2029 voor de binnenvaart 79 miljoen euro beschikbaar voor een retrofit van schepen. Minister Carola Schouten van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit heeft dat bekendgemaakt in een Kamerbrief over de structurele aanpak stikstof waartoe het kabinet heeft besloten.

In de maatregel voor het retrofitten van de binnenvaart gaat de minister uit van het plaatsen van SCR-katalysatoren op bestaande motoren van binnenvaartschepen om de stikstofuitstoot van de motor terug te brengen. Per schip kan hiermee een stikstofreductie van ruim 80% worden bereikt. Hiertoe wordt de subsidieregeling die wordt opgesteld in het kader van de Green Deal Zeevaart Binnenvaart en Havens uitgebreid. De verwachte kosten voor het Rijk bedragen 79 miljoen euro.

Walstroom zeevaart
De maatregel om walstroom beschikbaar te stelllen voor de zeevaart is gericht op het realiseren van vijf walstroomvoorzieningen. Met subsidie kan de onrendabele top worden weggenomen. Hierbij wordt met name gedacht aan walstroomvoorzieningen in de Rotterdamse haven en in IJmuiden. De voorziene kosten voor het Rijk bedragen 12 miljoen euro.

Coronacrisis
Minister Schouten meldt zich in de Kamerbrief te realiseren dat velen momenteel met geheel andere vragen bezig zijn dan het stikstofdossier. ‘Als gevolg van de coronacrisis hebben mensen grote zorgen over hun eigen gezondheid en die van hun naasten, hun baan of het voortbestaan van hun bedrijf. Het kabinet is zich hier terdege van bewust en zet zich volledig in om de zorg voor patiënten te garanderen en economische en maatschappelijke steun te bieden waar het kan. De coronacrisis raakt veel sectoren, ook de sectoren die kampen met de stikstofproblematiek, zoals de bouw, industrie, transport en landbouw. Waar de focus nu ligt op vandaag en morgen, probeert het kabinet tegelijkertijd vooruit te kijken naar de periode na de coronacrisis. We staan voor de opgave om de economie en het maatschappelijke leven weer op gang te brengen ten behoeve van het herstel van de werkgelegenheid, duurzame economische groei en welvaart. Wat dan niet mag gebeuren, is dat het stikstofdossier onnodig belemmeringen met zich meebrengt en het economisch herstel in de weg zit. Juist daarom presenteert het kabinet nu de structurele aanpak van de stikstofproblematiek, met een omvangrijk pakket aan maatregelen voor herstel en versterking van de natuur, dat het fundament legt waarop economische en maatschappelijke activiteiten doorgang kunnen vinden.’

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.