Minister over de binnenvaart: ‘Op dezelfde voet doorgaan is a losing game’

ROTTERDAM De binnenvaart moet gezamenlijk in beweging komen, anders gaat de sector een onzekere toekomst tegemoet. Het was de boodschap die minister Van Nieuwenhuizen van Infrastructuur en Waterstaat de deelnemers aan het eerste Nationaal Binnenvaart Congres in Blijdorp meegaf.

Op het congres stond de toekomst van de binnenvaart centraal. En een gezonde toekomst binnenvaart is volgens de minister een binnenvaart die duurzame ism innovatief, gericht op samenwerking, betrouwbaar en veilig en concurrerend. ‘Ons uitgangspunt is goed. De grootste en modernste vloot van Europa. Meer dan 40% van alle goederen gaat over water en bijna 90% van de bulk. We zijn met meer dan 5000 kilometer aan vaarwegen direct verbonden met het Europese achterland waarvan een groot deel nog niet wordt benut.’

Losing game
Maar de binnenvaart moet wat betreft de minister wel veranderen. ‘Op dezelfde voet doorgaan is a losing game. Een les die we ons vandaag ter harte moeten nemen. Want ik zie dat de binnenvaart de concurrentieslag gaat verliezen als iedereen op dezelfde voet doorgaat. Verladers zijn geneigd om vooral weer voor de weg te kiezen in plaats van het water. Op het gebied van verduurzaming en digitalisering dreigt de binnenvaart achter te blijven. Begrijpelijk want als je als schipper maar één keer in de 30, 40 jaar kunt innoveren, krijg je het moeilijk. Een vrachtwagen vernieuwt eens in de pakweg 7 jaar. Natuurlijk kun je als schipper alléén die investeringen niet opbrengen. Dat gaat een stuk makkelijker als je dit gezamenlijk oppakt, bijvoorbeeld in de vorm van coöperaties. Eigendom van een schip is ook niet per se noodzakelijk. Leasen is ook een mogelijkheid.’

Nieuwe vormen
Er zijn volgens Van Nieuwenhuizen nieuwe vormen van ondernemen nodig. ‘De binnenvaart zal de slag van schip naar keten moeten maken. Meer samenwerking is de sleutel voor een krachtige toekomst. Natuurlijk roept dat ook vragen op: hoe dan? Wat zijn de beste condities? Waar mogelijk helpen we met nieuwe kennis. We zijn met de Centrale Commissie voor de Rijnvaart bezig met een onderzoek naar nieuwe vormen van ondernemerschap. Volgend voorjaar verwachten we daar meer over te kunnen vertellen.’

Innovaties
Desondanks is de minister blij met de voorzichtige stappen in de goede richting die nu worden gezet. ‘Ik denk aan de Green Deal die we hebben afgesloten. Daar is lang aan gewerkt. En dat ging niet zonder slag of stoot. Maar de Deal is er en we gaan de ambities realiseren. Ik zie ook voorbeelden van interessante innovaties. Zoals Shipping Technology die deze zomer met een testversie van een automatische stuurpiloot kwam, volledig op basis van kunstmatige intelligentie – indrukwekkend en veelbelovend. Of de eerste initiatieven met elektrisch varen, met behulp van windenergie die in batterijen is opgeslagen. Een hele nieuwe manier van wind in de zeilen.’

Extra geld
De minister gaf toe de binnenvaart echt nodig te hebben. ‘We hebben de binnenvaart nodig, om op een duurzame en efficiënte manier onze goederen te vervoeren, om het dichtslibben van de wegen te voorkomen en onze internationale concurrentiepositie te versterken. Natuurlijk moet de basis daarvoor op orde zijn. Ik heb het over onze infrastructuur. Ik ken de zorgen. Daar gaan we iets aan doen. Op korte termijn zullen we voor 100 miljoen aan extra onderhoudsmaatregelen nemen. Bovenop de 600 miljoen die we jaarlijks investeren in beheer en onderhoud van vaarwegen. We geven daarbij voorrang aan de locaties waar zich de meeste storingen voordoen, zoals de Brabantse Kanalen en de Maas. We nemen maatregelen tegen de storingen bij sluis Weurt. We werken hard aan de verbetering van het schutproces bij de sluizen Born, Lith en Belfeld. Het zijn maar een paar voorbeelden.

Droogte
Ook droogte staat wat betrreft de minister een snelle doorstroming in de weg. ‘De kans op droge zomers is groter geworden – dus absoluut iets om rekening mee te blijven houden. Vorig jaar zijn we met onze neus op de feiten gedrukt. Op veel plekken konden schepen met minder dan de helft van hun laadcapaciteit varen. Bijna alles wat kón varen, was onderweg. We nemen allerlei maatregelen, zoals het steeds tijdig doorgeven van actuele waterstanden, een pilot om de harde laag bij Nijmegen aan te pakken en internationaal overleg met de landen bovenstrooms.’

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

Nedcargo bestelt twee elektrische containerschepen

WERKENDAM Logistiek dienstverlener Nedcargo gaat twee elektrische containerschepen laten bouwen. Directeur Diederik Jan Antvelink tekende hiervoor onlangs het contract met Concordia Damen in Werkendam.

De twee elektrische schepen van het van 2 DBMax gaan varen tussen BCTN Den Bosch en de havens van Rotterdam en Antwerpen. De schepen zijn 90 meter lang, 11,45 meter breed en hebben een laadcapaciteit van 184 TEU. Na ingebruikname zal het schip op basis van twee 400kW elektrische motoren gaan varen, maar de schepen zijn voorbereid om volledig elektrisch te kunnen varen.

‘De twee schepen zijn besteld’, meldt Antvelink op Facebook. ‘Nu snel financiering afronden. En we gaan een speciale crowdfundingplatform actie opzetten. Die stellen we open voor iedereen werkzaam in en om de binnenvaart. Sluiswachters, terminal medewerkers, planners en natuurlijk ook verladers. Binnenkort meer! (Foto Nedcargo)

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

Boxinsider laat zien waar container is

ROTTERDAM Het Havenbedrijf Rotterdam heeft de applicatie ‘Boxinsider’ gelanceerd zodat verladers en expediteurs elk moment zien waar hun containers zich bevinden. Dit is niet alleen veel betrouwbaarder dan de tot nu toe toegepaste werkwijze, maar ook nog eens veel gebruiksvriendelijker en efficiënter dan het zelf achterhalen van informatie via allerlei bronnen.

‘Als ik online een boek bestel kan ik vrijwel ‘live’ volgen waar het pakketje zich bevindt’, licht president-directeur Allard Castelein toe. ‘Met Boxinsider presenteren we nu ook voor containers zo’n oplossing. Door de ontwikkeling van digitale toepassingen maken we onze haven nog efficiënter, veiliger en betrouwbaarder. Oplossingen als Boxinsider zijn daar mooie voorbeelden van en sluiten daarmee naadloos aan op onze ambitie om ’s werelds Smartest Port te zijn.’

Tijdrovend en foutgevoelig
Verladers, expediteurs en andere gebruikers verzamelen nu doorgaans nog handmatig informatie op diverse websites over waar hun containers zich bevinden. Dit is tijdrovend en foutgevoelig en kan tot planningsfouten leiden, met potentieel kostbare consequenties. Met Boxinsider komt aan die praktijk een einde. Op basis van statusinformatie van containerschepen en inland- en deepsea-terminals kunnen containers gevolgd worden voor wat betreft verwachte en werkelijke aankomst- en vertrektijden van schepen en het lossen en het vertrek van de container bij containerterminals. Gebruikers worden gewaarschuwd bij vertragingen en verstoringen.

Overzichtelijk beeld
ABC Logistics uit Poeldijk behoort tot de ‘launching customers’ en ondervindt nu reeds de voordelen van het systeem. ‘Met Boxinsider kunnen we snel en met minimale inspanning een overzichtelijk beeld vormen van de containers die wij bij de verschillende Rotterdamse terminals verwachten’, aldus account manager Remco Verwaal. ‘Het is echt een heel gebruiksvriendelijke applicatie.’
Boxinsider werkt als een stand-alone applicatie, maar kan ook via een koppeling geïntegreerd worden met bestaande systemen.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

Subsidie voor schone binnenvaart in Rotterdam

ROTTERDAM De stimuleringsregeling ‘Schone binnenvaart en duurzame logistiek in Rotterdam’ van het Havenbedrijf Rotterdam is op 1 oktober weer geopend. Deze regeling verstrekt financiële bijdragen aan nieuwe projecten die leiden tot reductie van brandstofverbruik, broeikasgassen (CO2, CH4) en luchtemissies (NOx, PM) door de binnenvaart. Er is in totaal een half miljoen euro beschikbaar in deze ronde van de stimuleringsregeling.

De maximale bijdragen zijn 25% voor in aanmerking komende onderzoeksprojecten, en 75% voor projecten gericht op concrete uitvoering van tastbare demonstratieprojecten. Na 10 januari 2020 vindt er een beoordeling van de ingediende projecten plaats door een onafhankelijke Innovatieraad. Deze beoordeelt en rangschikt de aanvragen op het verwachte milieurendement (d.w.z. vermindering brandstofverbruik, broeikasgasemissies en emissies naar de lucht) per in het initiatief geïnvesteerde euro tot 2025. Daarnaast wordt gekeken in hoeverre het project uniek is ten opzichte van soortgelijke projecten.

Green Deal
Het is de wens van de subsidieverlener om met deze regeling een bijdrage te leveren aan de genoemde doelen in de Green Deal Zeevaart, Binnenvaart en Havens. Daarom zal de beoordeling zich ook richten op de mate van ambitie, innovatie en in hoeverre de projecten de huidige stand van zaken (‘state-of-the-art’) voorbijstreven.

De volgende kosten komen in aanmerking voor vergoeding:
– personele kosten;
– kosten van dienstverlening;
– afschrijving op investeringen;
– kosten van onderhoud;
– kosten van huur, pacht en lease;
– kosten van verzekering;
– andere dan genoemde kosten kunnen in aanmerking komen voor een financiële bijdrage, mits deze kosten in voldoende verband staan tot het doel van de regeling.

Aanvragen
Aanvragen voor financiële bijdragen kunnen tot en met 10 januari 2020 worden ingediend bij het EICB:

EICB/SPB
T.a.v. Stimuleringsregeling ‘Schone binnenvaart en duurzame logistiek in Rotterdam’
Kantoor A2.04
Vasteland 78
3011 BL Rotterdam

Naast indiening per post ontvangt het EICB uw aanvraag ook graag via de email: secretariaat@eicb.nl.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

‘Binnenvaart moet nadenken over huidige logistieke concepten’

STRAATBURG De binnenvaart moet goed gaan nadenken over de huidige logistieke concepten. Steeds grotere schepen en lage waterstanden, maken de binnenvaart volgens de Centrale Commissie voor de Rijnvaart (CCR) zeer kwetsbaar voor de klimaatverandering.

De CCR meldt in haar Jaarverslag van de marktobservatie van de binnenvaart in Europa dat de gemiddelde laadcapaciteit van de vrachtschepen in de Rijnoeverstaten toeneemt en het aantal kleine schepen afneemt. Deze ontwikkeling heeft zich ook 2018 voortgezet, met name voor de Franse vloot. De nieuwbouwcijfers lagen in 2018 relatief laag maar er werden schepen uit alle grootteklassen op de markt gebracht, ook een paar kleinere schepen met een tonnage van minder dan 1000 ton.

Laagwater
Het jaar 2018 stond voor de Europese binnenvaart in het teken van de aanhoudende lage waterstanden in de tweede helft van het jaar die van invloed waren op verschillende economische parameters. Regionaal gezien waren de gevolgen van de extreme droogte voor de vervoersactiviteiten met name waarneembaar op de Rijn en zijn zijrivieren, op de Boven- en Midden- Donau evenals op de Boven- en   Midden-Elbe. De vervoersactiviteiten over de vele kanalen in Nederland, België, Frankrijk en Noord-Duitsland ondervonden duidelijk minder hinder van de lage waterstanden. Ook de scheepvaart over de Beneden- Donau in Roemenië en Bulgarije had weinig last van de droogte omdat het scheepsvervoer in het mondingsgebied van de Donau zeeriviervaart betreft.

Containers
Het containervervoer, dat nog steeds bijna uitsluitend geconcentreerd is in de Rijnoeverstaten, slaagde er volgens de CCR in 2018 in de vervoersvolumes te handhaven en zelfs te vergroten, aangezien dit type vervoer vooral plaatsvindt over kanalen of waterwegen die minder te lijden hebben onder lage waterstanden. In Frankrijk is het containervervoer toegenomen in het stroomgebied Nord-Pas-de-Calais, terwijl het in het Seinebekken en in het stroomgebied Rhône-Saône constant is gebleven.
De Rijn daarentegen liet na een periode van groei in de vijf voorafgaande jaren in 2018 een afname van het containervervoer zien van 10% (in TEU). De scheepvaart op de Midden- en Bovenrijn, deze twee riviergedeelten zijn samen verantwoordelijk voor 49% van het containervervoer over de Rijn, had in het late najaar van 2018 ernstig te kampen met de droogte. In oktober en november konden containerschepen niet langer stroomopwaarts naar Straatsburg of Bazel varen en lag het containervervoer wekenlang zelfs helemaal stil.

Deze kink in de logistieke keten gold niet alleen voor het containervervoer maar ook voor het vervoer van chemicaliën, aardolieproducten, ijzerertsen en andere grondstoffen voor de industrie en leidde tot grote economische verliezen. Volgens statistische berekeningen heeft de Duitse industriële productie bijna vijf miljard euro schade geleden als gevolg van de afname van het Rijnvervoer in de tweede helft van 2018.

Vrachtprijzen
De lage waterstanden dreven de vrachtprijzen sterk op, met name in de Rijnvaart. De vrachtprijzen voor vloeibare goederen lagen in oktober en november vier keer zo hoog als normaal (voor de ARA-Rijnhandel).
Als men de statistieken van de vrachtprijzen voor vloeibare producten analyseert, kan worden vastgesteld dat de prijzen in de tweede helft van het jaar ook in het FARAG-gebied (Vlissingen, Antwerpen, Rotterdam, Amsterdam, Gent) gestegen zijn. De waterstanden in dit deel van West-Europa hadden weliswaar minder last van de droogte maar de prijsstijging werd veroorzaakt door de reactie van de markt: Belgische en Nederlandse exploitanten, met name marktdeelnemers met kleine schepen, verplaatsten hun werkgebied in het najaar van 2018 naar de Rijn om te kunnen profiteren van de hoge vrachtprijzen. De afname van de capaciteit leidde zo ook in het FARAG-gebied tot een stijging van de vrachtprijzen.

58% Nederlands
Wanneer we kijken naar de spreiding van de binnenvaartondernemingen in West-Europa dat constateert de CCR een versnipperd beeld. Ruim 87% van alle binnenvaartondernemingen in Europa is gevestigd in de Rijnoeverstaten. Alleen Nederland al is goed voor 58% van alle binnenvaartondernemingen. ‘Het is echter wel zo dat 41% van alle Nederlandse ondernemingen voor droge lading en 51% van alle tankvaartondernemingen eenmansbedrijven zijn. De structuur van de Franse ondernemingen in het vrachtvervoer lijkt sterk op die in Nederland.’

Werkgelegenheid
Bekijkt men de gegevens voor de periode van 2012 tot 2016 dan toont de werkgelegenheid in het vrachtvervoer de afgelopen jaren in de meeste Europese landen een dalende lijn. Duitsland, Zwitserland, Polen, Italië en Letland waren de uitzonderingen op de regel. In deze landen was het aantal werknemers in 2016 groter dan in 2012. De grootste daling in absolute cijfers deed zich voor in Nederland, waar het aantal werknemers in 2016 522 lager lag dan in 2012 (in Frankrijk: -279, in Duitsland: +281).
In het passagiersvervoer daarentegen stegen tussen 2012 en 2016 zowel het aantal ondernemingen als het aantal werknemers. De sterkste stijgingen in het aantal werknemers deden zich voor in Duitsland (+1745), Frankrijk (+551), Italië (+470) en Nederland (+306).

Winstgevendheid
Uit gegevens van Eurostat met betrekking tot de winstgevendheid van binnenvaartondernemingen blijkt dat goederenvervoersondernemingen in België en Nederland beduidend winstgevender zijn dan ondernemingen in Frankrijk, Duitsland, Slowakije en Hongarije. De winstgevendheid wordt daarbij gemeten als de verhouding tussen het brutobedrijfsresultaat en de omzet. Afgaande op de gegevens van Eurostat kan worden geconcludeerd dat dit gebrek aan winstgevendheid samenhangt met de zeer hoge personeelskosten in de Franse binnenvaart.

Passagiersvaart
In het passagiersvervoer is de winstgevendheidsindicator in Duitsland in de afgelopen jaren gestegen. Dat strookt met de positieve ontwikkeling van de werkgelegenheid in deze branche in Duitsland. In Frankrijk daarentegen is deze branche relatief weinig winstgevend.
In tegenstelling tot de problemen waarmee het goederenvervoer te kampen had in 2018, stegen de passagiersaantallen bij de riviercruises tot nieuwe recordhoogtes. In Europa maakten in totaal 1,64 miljoen toeristen een riviercruise, een toename van 14,6% ten opzichte van 2017. Bijna 38% van deze toeristen komt uit de Verenigde Staten en Canada. Het aantal toeristen uit Azië, Rusland en Scandinavië nam toe met 41%. Ook het aantal Britse en Ierse passagiers steeg met 31% uitermate sterk.

Aangezien riviercruises in heel Europa plaatsvinden, ondervond de sector weinig hinder van de lage waterstanden. Voor de Rijn werd weliswaar een lichte daling van het vervoer door riviercruiseschepen van 7% geregistreerd, maar op de Donau (+6%) en op de Moezel (+12%) waren juist meer cruiseschepen onderweg. In 2018 kwamen er iets minder nieuwe cruiseschepen in de vaart, maar de orderboeken wijzen erop dat het aantal nieuwbouwschepen in 2019 weer zal toenemen.

‘Aan de weg timmeren’
Het goederensegment zand, stenen, grind en bouwmaterialen is verantwoordelijk voor 37% van het vrachtvervoer in de binnenvaart in Frankrijk, 25% in België, 20% in Nederland, 14% in Duitsland en 21% in Roemenië. De bouwactiviteiten in Europa vertonen sinds 2014 een stijgende lijn die te danken is aan positieve demografische ontwikkelingen, toenemende investeringen in openbare infrastructuur en het economisch herstel na de vastgoedcrisis van 2009. Het vervoer van de goederen die daarvoor nodig zijn (met name grind, zand en bouwmaterialen) vertoont tot op zekere hoogte dezelfde stijgende tendens. Dat wordt zichtbaar wanneer de bouwactiviteiten per maand en per kwartaal enerzijds en het vervoer over de binnenwateren van bovengenoemde materialen anderzijds naast elkaar worden gelegd. Naar verwachting zal de groei in de bouwsector in de komende drie jaar afvlakken. Het is mogelijk dat de vervoersvraag dit afkoelingsproces volgt, maar desalniettemin valt te verwachten dat de vraag in de toekomst zal blijven groeien. De bouwsector is namelijk een belangrijke sector met positieve vooruitzichten zoals ook blijkt uit langetermijnprognoses. ‘De binnenvaart zou dus aan de weg moeten timmeren om meer van deze groei te kunnen profiteren’, concludeert de CCR.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

‘Bevaarbare Waal vraagt om structurele aanpak’

ROTTERDAM Het verbeteren van de bevaarbaarheid van de Waal en andere Rijntakken vraagt om een structurele en internationale aanpak over het hele riviersysteem. ‘Een goed begin’, noemt het Centraal Overleg Vaarwegen (COV) de ruim € 7 miljoen euro die het kabinet beschikbaar stelt om de “harde laag” op de Waal bij Nijmegen aan te pakken, maar er is dus meer nodig.

De lage waterstanden van 2018 op de Rijntakken hebben volgens het COV de kwetsbaarheid van het natuurlijke riviersysteem inzichtelijk gemaakt. ‘We staan voor de uitdaging om de Waal en IJssel beter bestand te maken tegen droogte en de bodemerosie te stoppen. Nederland ligt in de delta van grote rivieren en dan is structureel baggeren nodig om verzanding van het riviersysteem te voorkomen. PFAS-vervuiling vanuit de lucht heeft het baggerslib aangetast, daardoor liggen baggerwerken stil en worden er geen nieuwe werken opgestart. Om te voorkomen dat Nederland over het water op slot gaat moet het kabinet zo snel mogelijk een oplossing zoeken voor dit zorgwekkende probleem.’

Grote zorgen
Koninklijke BLN-Schuttevaer, het Centraal Bureau voor de Rijn- en Binnenvaart, de Vereniging van Waterbouwers, evofenedex en de Nederlandse Vereniging van Binnenhavens, samenwerkend in het Centraal Overleg Vaarwegen, roepen de regering verder op de mouwen op te stropen en aan te pakken. Weliswaar wordt geïnvesteerd in de vaarweginfrastructuur, echter is dit niet toereikend. De brancheorganisaties maken zich grote zorgen over de onderhoudsstaat van de Nederlandse vaarweginfrastructuur en de bereikbaarheid van het achterland. Onverwachte stremmingen en vertragingen als gevolg van achterstallig onderhoud zijn dagelijkse realiteit. Dat heeft grote gevolgen voor het Nederlandse bedrijfsleven. De binnenvaart kan bijdragen aan de Nederlandse opgave voor mobiliteit en leefbaarheid. Dit vergt wel forse investeringen in een goed onderhouden, robuuste en toekomstbestendige vaarweginfrastructuur.’

Vaarwegen
De regering geeft in de Rijksbegroting van 2020 een extra impuls aan het onderhoud van de Nederlandse infrastructuur van € 97 miljoen. Daarvan gaat € 11 miljoen naar onderhoud van wegen en € 86 miljoen naar onderhoud aan vaarwegen. Met deze impuls wordt een deel van het uitgesteld onderhoud op de vaarwegen aangepakt en worden maatregelen genomen om storingen op de vaarwegen en de groei van het uitgesteld onderhoud te beperken. Het COV is blij met deze impuls die hard nodig is. ‘Door jarenlange bezuinigingen op onderhoud is het aantal stremmingen door storingen op het hoofdvaarwegennet ten opzichte van 2016 verviervoudigd. Met name het vervoer over de Maascorridor ondervindt regelmatig ernstige hinder door onverwachte stremmingen bij sluizen. Op de Nederlandse vaarwegen is nog veel ruimte beschikbaar om de files te verminderen dus alle reden om de problemen snel aan te pakken zodat vervoer over water optimaal kan worden benut.’

2020
In de begroting van 2020 wordt € 6,5 miljard geïnvesteerd in de infrastructuur van Nederland, daarvan gaat € 994 miljoen naar vaarwegen. Van de extra investering van € 86 miljoen in onderhoud komt € 14,5 miljoen beschikbaar voor onderhoud aan de hoofdvaarweg Lemmer-Delfzijl en gaat € 10 miljoen naar het Maas Waal kanaal. Sluis Weurt krijgt een onderhoudsbeurt om technische storingen aan de sluis te voorkomen. In 2020 streeft het Rijk er naar om de capaciteitsuitbreiding van sluis Eefde open te stellen, met de realisatie van de ligplaatsen Merwedes te beginnen, door de aanleg van 4 extra ligplaatsen in de bestaande vluchthaven bij Gorinchem en te starten met de overnachtingshaven Lobith als onderdeel van toekomstvisie van de Waal.

Capaciteitsuitbreiding
Bij de sluizen in Zeeland voldoen de passeertijden al lange tijd niet aan de streefwaarde van 30 minuten. Dit wordt veroorzaakt door gebrek aan sluiscapaciteit op de belangrijke corridor tussen Antwerpen en Rotterdam. Er is daarom op korte termijn capaciteitsuitbreiding nodig bij de Volkeraksluis, Kreekraksluis en Krammersluis. Op de Maas ondervindt de scheepvaart lange wachttijden bij de enkelsluis in Grave. Het COV roept het kabinet op om wanneer de stuw gerenoveerd wordt in 2025 ook de schutcapaciteit uit te breiden zodat de Maas een alternatieve route voor de Waal kan zijn ten tijden van droogte.

Bediening
Het kabinet investeert 5 miljoen extra in het verbeteren van bediening. Met het project ‘Beter bediend’ wordt op 5 trajecten de bedientijden aangepast, op diverse sluizen camerazicht en marifonie verbeterd en gewerkt aan betere betrouwbaarheid tijdens werkzaamheden. De partijen uit het Centraal Overleg Vaarwegen zijn blij met deze maatregelen. ‘Een goede bediening bevordert het de betrouwbaarheid van vervoer over water en de bereikbaarheid van bedrijven in de haarvaten van het vaarwegennetwerk.’

Investeer in vaarwegen
Het gaat goed met de Nederlandse economie en dat uit zich in extra investeringen om de sterk verouderde infrastructuur operationeel te houden. Wil Nederland haar koppositie als doorvoerland behouden dan is meer nodig dan alleen behouden wat je hebt. De partijen uit het Centraal Overleg Vaarwegen roepen het kabinet op om ook te blijven investeren in nieuwe infrastructuur. ‘De binnenvaart kan bijdragen aan een oplossing voor de Nederlandse opgave voor mobiliteit en leefbaarheid. Een betrouwbare bediening, het terugdringen van storingen en tijdig baggeren; stuk voor stuk zijn dit kernopgaven van de overheid. Daarnaast dienen we de bestaande infrastructuur ook bestendig te maken voor de toekomstige klimaatveranderingen, zowel bij hoogwater als laagwater. Bescherming van de woon- en landbouwgebieden, maar ook terugdringing van het zoutwaterpeil maakt het tot een complexe materie waar de nodige investeringen niet voor ons uitgeschoven kunnen worden.’

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

Kabinet steekt tien miljoen in Maas-Waalkanaal

DEN HAAG Minister Cora van Nieuwenhuizen van Infrastructuur en Waterstaat trekt in 2020 tien miljoen euro uit voor het Maas-Waalkanaal. Met dat geld wordt onder meer de oude sluis Weurt opgeknapt. De sluis ligt er nu regelmatig uit wegens storingen en onderhoud.

Minister Van Nieuwenhuizen en staatssecretaris Van Veldhoven hebben vandaag op Prinsjesdag de eerste maatregelen bekend gemaakt voor de grote opgave op het gebied van onderhoud en renovatie van de wegen, het spoor, bruggen, sluizen, tunnels en viaducten. Veel sluizen, bruggen, tunnels en spoorverbindingen gaan al 75 jaar mee en moeten worden opgeknapt.
De minister en staatssecretaris willen dat het onderhoud aan de infrastructuur op orde is. Ze zetten daarom ruim 2,6 miljard euro uit het Infrastructuurfonds apart om het onderhoud aan de wegen, het spoor en de waterwegen zeker te stellen. ‘Zodat iedereen de komende jaren veilig en met zo min mogelijk oponthoud op de plek van bestemming komt.’

100 miljoen
Aanvullend op de grote reservering voor het onderhoud aan de infrastructuur geeft minister Van Nieuwenhuizen in 2020 met 100 miljoen euro uit het Infrastructuurfonds volgens eigen zeggen ‘een flinke impuls aan de Nederlandse vaarwegen’. Zo komt er 10 miljoen euro beschikbaar voor verbeteringen aan de aanlegplaatsen van de veerdiensten op de Waddenzee, is er 14,5 miljoen euro voor de aanpak van diverse sluizen op de hoofdvaarweg Lemmer-Delfzijl en gaat er dus 10 miljoen naar het Maas-Waalkanaal. De maatregelen moeten ervoor zorgen dat schippers sneller door de sluizen kunnen gaan en er minder oponthoud op de vaarwegen is.

Wegen
In 2020 wordt bijna 3 miljard geïnvesteerd in aanleg en beheer en onderhoud van wegen. Minister Van Nieuwenhuizen zet hiermee stappen om de groei van het autoverkeer en de zwaardere belasting van het goederentransport op de weg op te vangen.
De uitspraak van de Raad van State over het Programma Aanpak Stikstof heeft in meer of mindere mate gevolgen voor een aantal wegprojecten die daarvoor in voorbereiding zijn. Een adviescollege onder voorzitterschap van oud-minister Remkes is door het kabinet gevraagd om met een voorstel voor oplossingen te komen. Dit najaar zal de minister de Tweede Kamer informeren over de gevolgen voor nieuwe projecten in het Meerjarenprogramma Infrastructuur Ruimte en Transport (MIRT).

Spoor
Staatssecretaris Van Veldhoven steekt 2,6 miljard euro in aanpassingen op en rond het spoor. Het geld wordt gebruikt om het spoor klaar te maken voor de toekomst. Om de groei aan reizigers en goederen aan te kunnen, is het nodig om het spoor intensiever te gaan benutten. Het kabinet investeert in het nieuwe spoorbeveiligingssysteem ERTMS, waarmee treinen veilig dichter op elkaar kunnen rijden. De komende jaren worden spoor en treinen voorzien van dit nieuwe, digitale systeem. Ook wordt het spoor de komende jaren klaargemaakt voor meer frequente treinen, zoals de populaire ‘tienminutentrein’ die nu al rijdt tussen Amsterdam, Utrecht en Eindhoven. (Foto Valerie Kuypers Ministerie van Financiën)

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

Aqualink in Schuttevaer: ‘Houdt waterkant vrij voor scheepvaart’

NIJMEGEN Aqualink, de vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland, heeft een visie havens en kades geschreven en een eenvoudig plan bedacht om de ruimte aan de waterkant achter die bedrijven toch te benutten voor de scheepvaart. Want het streven van gemeenten om leegkomende terreinen aan het water te vergunnen aan watergebonden bedrijven, lijkt niet goed te lukken. Het blijkt lastig en al te vaak vestigt zich toch weer een bedrijf dat geen gebruikmaakt van het vaarwater. Dat wordt het Gamma-effect genoemd. Maar er is een oplossing bedacht.

De vereniging behartigt de belangen van leveranciers die de scheepvaart als klant hebben. Voorzitter van Aqualink is Wilie Verberck. Samen met bestuurslid Irene van Dongen is hij verantwoordelijk voor de visie. ‘We strijden al jaren voor ligplaatsen en faciliteiten voor de scheepvaart’, zegt Verberck. ‘Onze leden willen hun klanten natuurlijk normaal kunnen blijven bereiken en daarnaast heeft de binnenvaart ook gewoon recht op ligplaatsen.’

Gamma-effect
Zoals in veel dorpen en steden het geval is, doen ook de meeste bedrijven aan de Nijmeegse waterkant niets met vervoer over water. ‘Ga je bijvoorbeeld kijken binnen Weurt, dan zie je daar als sprekend voorbeeld de Gamma’, vervolgt Verberck. ‘Die bouwmarkt ligt aan een fantastisch mooie kanaalhaven, maar heeft maar één ontsluiting, en dat is naar de openbare weg. Wij spreken daarom ook over het Gamma-effect. Maar mocht zo’n bedrijf verhuizen, dan is nog maar de vraag of je een watergebonden bedrijf vindt voor die plek. Zo’n bedrijf moet ook maar net op dat moment, net op die plek en net op die grootte daar willen gaan zitten. En dat ook nog eens voor een aanvaardbare prijs.’ In de praktijk bleek het de afgelopen jaren in elk geval moeilijk watergebonden bedrijven te huisvesten op plekken aan kades waar bedrijven vertrekken. Regie op dit soort private processen van aan- en verkoop ontbreekt, aldus Van Dongen.

Oplossing
‘Vrij simpel’ noemt Verberck de oplossing die hij en Van Dongen bedachten om de waterkant zoveel mogelijk te benutten. ‘Pak een strook van 10 tot 15 meter langs het water, vanwege allerlei redenen blijft zo’n strook toch al vaak vrij, maak een goede toegang naar de openbare weg en je hebt een fantastische watergebonden locatie waar je alles kunt doen wat je met een watergebonden locatie zou willen doen. Zoals repareren, onderhouden en service verlenen’, schetst Van Dongen. ‘En je hebt meteen ligplaatsen voor schepen. Wij vragen dus niets meer of minder dan een openbare weg langs de waterkant. Zoals bijvoorbeeld in de nieuwe haven in Arnhem. Daar ligt een asfaltstrook aan de kade.

Lees verder in Weekblad Schuttevaer

‘Containers mogelijk weer van water naar weg’

AMSTERDAM Als de containerbinnenvaart wacht met investeren in duurzame aandrijvingen, dan kan de vrachtwagen een flink deel van de markt overnemen. Dit blijkt uit onderzoek naar de gevolgen van ‘reverse modal shift’ dat de Topsector Logistiek heeft laten doen.

De binnenvaart transporteert nu nog ongeveer een derde van alle containers van en naar de haven van Rotterdam. Naar verwachting blijft de containeroverslag in de Rotterdamse haven de komende decennia groeien. Voor het vervoer van nog veel meer containers bieden de Nederlandse waterwegen ruim voldoende mogelijkheden voor het vervoer van nog veel meer containers. Maar wil de binnenvaart die containers ook daadwerkelijk gaan vervoeren, dan moet er volgens de Topsector Logistiek wel iets veranderen.

In de nacht over de weg
Tijdens en na het jaarcongres van de Topsector Logistiek van 2018 bleek al dat sommige achterlandterminals serieus rekening houden met het scenario dat wegvervoer zo aantrekkelijk wordt dat containervervoer terug naar de weg gaat. Een zogenaamde ‘reverse modal shift’. De redenatie hierbij is dat de innovaties in het wegvervoer wereldwijd worden aangejaagd. Dat leidt volgens de Topsector Logistiek onder meer tot een ‘uitstoot tot vrijwel nul, reductie van personeelskosten door semi-automatisch rijden, platooning en extra lange vrachtwagens met meer capaciteit’. ‘Als wegvervoer veel sneller groener wordt dan de binnenvaart en het prijsverschil afneemt, dan laten bedrijven naar verwachting containers ’s nachts over de weg vervoeren.’

Amper meer congestie
Om de containerbinnenvaart op de langere termijn concurrerend te houden, moet de binnenvaartondernemer daarom investeren in duurzame oplossingen. Want uit het onderzoek van Panteia, TNO en Traimco blijken de nadelen van het vervoer over de weg, kleiner te zijn dan word aangenomen. Zo neemt de congestie op de weg slechts op een paar plekken toe als 70% van de huidige containerstromen van de binnenvaart terug naar de weg zouden gaan. ‘Voor het wegennet als geheel zorgt het nauwelijks voor extra problemen, omdat na het eerste deel van de A15 de verkeersstromen snel splitsen. Lokaal ontstaat wel meer (kans op) filevorming tijdens de spits. Dit is vooral het geval tussen de Maasvlakte en de Ring Rotterdam.
De toename van het vrachtverkeer zorgt volgens het onderzoek voor een relatief beperkte toename van het wegonderhoud. Ook het effect op de verkeersveiligheid is beperkt. ‘Het onderzoek benadrukt daarmee de noodzaak om de concurrentiepositie van de binnenvaart te versterken. Naast uitstootreductie is een naadloze afhandeling van belang.’

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

Maatregelen vanwege lage waterafvoer Maas

MAASTRICHT Rijkswaterstaat heeft vanwege de lage waterafvoer in het stroomgebied van de Maas maatregelen genomen, zodat de waterstanden in de Maas en in de Limburgse en Brabantse kanalen op peil blijven. Eén van de maatregelen is het beperkt schutten, waardoor de scheepvaart te maken krijgt met langere wachttijden bij sluizen.

Om het verlies van water tijdens het schutten te beperken, geldt er een beperkt schutregime voor de sluizen tussen Maastricht en Roermond. De maximale wachttijd voor de scheepvaart aan een sluis kan daardoor oplopen tot vier uur.
Bij sluizen die zijn uitgerust met pompgemalen worden de gemalen ingezet om het water dat bij het schutten verloren gaat weer terug te pompen en opnieuw te kunnen gebruiken.

Regenrivier
De Maas is een regenrivier en dus afhankelijk van neerslag. Door te weinig neerslag in haar stroomgebieden in Frankrijk en België is er momenteel een lagere waterafvoer. De komende twee weken wordt er ook zeer weinig neerslag verwacht.
Om zoveel mogelijk water vast te houden, zijn op een aantal stuwen schotbalken geplaatst waarmee de stuwen worden opgehoogd. De zeven vistrappen bij de stuwen van de Maas zijn deels gesloten om geen water te verliezen. Het deels sluiten van de vistrappen heeft volgens Rijkswaterstaat geen nadelige gevolgen voor de vissen, omdat er in deze periode van het jaar geen vistrek plaatsvindt. (Foto Rijkswaterstaat)

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

Dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland.