Tagarchief: scheepsbouw

Derks koopt terrein Scheepswerf Gelria

NIJMEGEN Transport- en grondverzet-, wegenbouw- en waterbouwbedrijf Derks uit Nijmegen heeft het terrein van Scheepswerf Gelria gekocht. De werf verhuist naar Millingen aan de Rijn. Scheepswerf Gelria was sinds 1951 gevestigd in Nijmegen.

Het nabijgelegen Derks verhuurt onder meer rijdend materieel en is op het huidige terrein aan de Vlotkampweg na negen jaar uit haar jasje gegroeid en gaat op het Gelria terrein al haar activiteiten onderbrengen. ‘We hebben veel rijdende eenheden, zoals bulldozers, vrachtwagens en kranen, en die kunnen we nu amper kwijt’, vertelt directeur Paul Derks die de werf wil ontmantelen. Zo wil hij het terrein gaan opknappen en het dok en de hellingkranen van de werf verwijderen. Derks heeft nog geen concrete groeiplannen op nieuwe terrein, maar zegt ‘klaar te zijn voor de toekomst’. Derks krijgt vanaf mei de beschikking over het terrein.

Gerd de Swart en Martijn van Haaren van Gelria bevestigen de verkoop van het werfterrein, maar willen niet verder ingaan op de verkoop.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

Vijf miljoen euro voor duurzame scheepsbouw

DEN HAAG De Tweede Kamer heeft deze week met een ruime meerderheid een amendement aangenomen om in 2019 vijf miljoen euro te reserveren voor de Subsidieregeling Duurzame Scheepsbouw (SDS). Dit amendement leidt in het voorjaar van 2019 ook tot een besluit over langjarige voortzetting van de SDS regeling, op basis van een door het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) uit te voeren evaluatie.

Het amendement op de begroting van het ministerie van EZK was ingediend door de ChristenUnie (Eppo Bruins) en de VVD (Hayke Veldman). Brancheorganisatie Netherlands Maritime Technology (NMT) is de ruime meerderheid van de Tweede Kamer en de indieners zeer erkentelijk voor de steun voor het amendement en houdt nauw contact met het ministerie betreffende de wens tot langjarige voortzetting van de SDS regeling.

Ontwikkelingsrisico’s
Volgens NMT gaat de Nederlandse scheepsbouw deze regeling de komende jaren benutten om ontwikkelingsrisico’s bij duurzaamheidsinnovaties te ondervangen. ‘Deze risico’s ontstaan doordat bij toepassing van nieuwe technologieën in schepen een sterke afhankelijkheid is van alle aspecten van het scheepsontwerp, terwijl de prestatie van het geheel pas na oplevering daadwerkelijk getest kan worden. Dit geldt zowel voor unieke schepen of eerste schepen van een serie, die daarmee prototypes zijn. Om deze reden is de subsidie ordergebonden en bedoeld om de scheepswerven te stimuleren een extra stap voorwaarts te maken in het verder verduurzamen van schepen.’

De effecten van de subsidie reiken verder dan de schepen waarop de innovaties als eerste zijn toegepast, omdat de daaraan verbonden risico’s beheersbaar zijn in de doorontwikkeling voor meerdere toepassingen en vervolgorders. Daarmee biedt de SDS een oplossing voor het knelpunt, dat investeringen in schone technologie vanwege de moeilijke marktomstandigheden en de zware internationale concurrentie veel te traag op gang komen.

Schone technologie
De scheepvaart is per vervoerstonmijl een schone vervoersmodaliteit, maar kan veel schoner worden. Met toepassing van schone technologie wordt een belangrijk maatschappelijk doel gediend: een lagere milieubelasting. Niet alleen langs de Nederlandse delta en kust, maar ook wereldwijd middels export. De SDS is bedoeld om de introductie van vernieuwende duurzame technologieën in de scheepsnieuwbouw en -ombouw mogelijk te maken. Technologieën die bedoeld zijn voor de structurele verlaging van CO2-uitstoot en andere schadelijke emissies aan boord van verschillende scheepstypen voor zee en binnenwateren. Andere oplossingen, die bijdragen aan de duurzame inzet van het schip gedurende de levensduur, vallen tevens onder de beoogde regeling.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid.

Volg ons op Twitter en Facebook

 

Open dag bij MARIN

WAGENINGEN Maritiem onderzoeksinstituut MARIN houdt op zaterdag 10 november weer een open dag. De open dag, die gratis toegankelijk is, is de aftrap van de Maritime Week. De vorige open dag in 2016 werd door 7500 geïnteresseerden bezocht.

‘Better Ships, Blue Oceans’ is het thema dit jaar. De toekomst van Nederland ligt op het water, het oppervlak van onze blauwe planeet bestaat immers voor 70% uit water. Daarom laat MARIN zien hoe zij schepen en operaties op zee, schoner, slimmer en veiliger maakt en hoe zij bijdraagt aan een duurzaam gebruik van de zee. Bezoek de ‘Zee van de toekomst’ met autonoom en emissieloos varende schepen, drijvende eilanden en windmolens, zonnecelcentrales en zeewierboerderijen. Zie hoe met maritiem onderzoek scheepsrampen voorkomen kunnen worden en ervaar het simulatiecentrum van de toekomst.

Er zijn verschillende activiteiten speciaal voor kinderen. De kleinsten kunnen zelf varen en hun kapiteinsdiploma halen. Ook kunnen kinderen zelf op onderzoek uit met het speurspel en maken ze kans op leuke prijzen.

De open dag van het MARIN vindt zaterdag 10 november van 09.30 uur tot 17.00 uur plaats aan de Haagsteeg 2 in Wageningen.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid.

Volg ons op Twitter en Facebook

Naam Misti blijft na overname behouden

ARNHEM Misti staat in de binnenvaart bekend als scheepswerf en bouwer van solide spudpalen en autokranen. Maar eigenaar Johan Muller verkocht onlangs een deel zijn bedrijf aan Jan Fransen van Fransen Technical Services (FTS). Scheepswerf Misti gaat verder onder de naam Scheepsreparatiebedrijf Arnhem, de naam Misti blijft voor de binnenvaart behouden als leverancier van de bekende spudpalen en autokranen met bijbehorende service.

Matje Fransen, de vader van Jan, begint in 1985 samen met Johan Muller scheepswerf Misti. Als een aantal jaren later het bedrijf begint te groeien, besluit Matje uit het bedrijf te stappen en Fransen Technical Services op te richten. Hij maakt onder meer de besturingskasten voor de autokranen op binnenvaartschepen en verdiept zich in milieutechniek. Zoon Jan besluit aan de HTS elektrotechniek te gaan studeren en gaat in het tweede jaar van zijn studie bij zijn vader in de leer voor panelenbouw voor de binnenvaart. Als zijn vader in 2007 overlijdt, begint Jan bij scheepswerf Misti als elektrotechnicus. Na het behalen van zijn diploma richt hij opnieuw Fransen Technical Services op. Zo’n tachtig procent van het werk bestaat uit werk voor de binnenvaart, de overige twintig procent uit projecten voor de industrie. Een van de projecten was bijvoorbeeld om het gelijkstroom tractie netwerk van het openbaar vervoer bruikbaar te maken als gelijkstroom distributienetwerk voor allerhande doeleinden. De eerste uitwerking werd een oplader voor elektrische auto’s in Arnhem die wordt gevoed vanuit de bovenleiding van de trolleybussen.

Degelijk ontwerp
Jan Fransen dacht er vorig jaar ook nog aan de hele scheepswerf over te nemen, maar besloot slechts een deel te kopen en de naam Misti te behouden. Het bouwen van spudpalen en kranen is hiermee een van de belangrijkste werkzaamheden van het nieuwe Misti.

De hal waarin Fransen Misti voortzet, ligt op een steenworp afstand van Scheepsreparatiebedrijf Arnhem, het oude Misti. (Foto Erik van Huizen)

Voor het inbouwen van de spudpalen en de kranen maakt Misti nog steeds gebruik van de scheepswerf die even verderop ligt in de Arnhemse Nieuwe Haven. In het eigen pand dat in februari van dit jaar werd betrokken, zijn de tien medewerkers dan ook druk aan het lassen en verven. ‘Iedereen in de binnenvaart kent Misti’, vertelt Fransen. ‘We leveren goede spullen en hoeven verder maar weinig reclame te maken. Dat komt ook vanwege het degelijke ontwerp. Alles is heel zwaar gebouwd, liever een millimeter staal teveel dan te weinig. Zo kan een autokraan van ons met een capaciteit van twee ton makkelijk worden opgewaardeerd naar een van 2,5 ton. Er zijn dan alleen een nieuwe lier en cilinders nodig. Ook zorgt het degelijke ontwerp voor minder storingen. Ze kunnen makkelijk tien jaar mee zonder serieus onderhoud.’

Groter en zwaarder
Volgens Fransen is de afgelopen jaren weinig veranderd aan de kranen en de spudpalen die bij Misti worden gebouwd. ‘Je ziet wel dat de kranen steeds groter, zwaarder en complexer worden. We leveren bijvoorbeeld nu ook al kranen met een lengte van 32 meter. Ook maken we steeds vaker kranen voor speciale toepassingen, zoals bijvoorbeeld een bunkergiek voor LNG. Omdat LNG onder hoge druk en grote kou wordt opgeslagen, moeten deze kranen explosieveilig zijn.’ Fransen verwacht dat het gebruik van autokranen aan boord van binnenvaartschepen de komende tien jaar wel eens minder populair kan gaan worden als het bezit van auto’s niet meer vanzelfsprekend is maar auto’s meer worden gedeeld en geleend.

Het bouwen van spudpalen en kranen is een van de belangrijkste werkzaamheden van het nieuwe Misti. (Foto Erik van Huizen)

Wat betreft de productie van spudpalen, is Misti vooral bezig met het terugbrengen van de inbouwtijd aan boord van de binnenvaartschepen. Dat gebeurt door de spudpalen beter in te meten, met het nauwkeurig lasersnijden van het metaal en het maken van een 3D model, een betere engineering dus. Op deze manier heeft Fransen de inbouwtijd van een spudpaal al terug weten te brengen van zeven naar vier dagen per paal.
Overigens zijn de spudpalen ook al voorbereid op autonoom en elektrisch varen. ‘We kunnen de spudpalen volledig elektrisch uitvoeren zodat ze op accu’s kunnen werken.’

Fransen denkt als elektrotechnicus dat het snel kan gaan met autonoom varen in de binnenvaart, maar ziet ook uitdagingen. ‘Op de weg kan het wellicht makkelijk, maar de binnenvaart is op de vaarwegen dynamischer. Maar ik zou niet weten waarom we dit zouden gaan doen, de kosten zijn waarschijnlijk hoger dan de baten. Ik verwacht dat er altijd iemand aan boord blijft, net als bij een vliegtuig, maar dat een matroos misschien niet meer nodig is.’

Walstroom
Een van de eerste grote projecten voor FTS in 2013 was het ontwikkelen van een plan voor walstroom voor de nieuw aangelegde kade in de haven van Arnhem. Maar de gemeente besluit een adviesbureau in te huren die volgens Fransen onvoldoende verstand heeft van de binnenvaart. ‘Het project is daardoor misgegaan’, vertelt Fransen. ‘De voorzieningen voor de walstroom werken nu allemaal niet optimaal. Het is niet praktisch en de stroom slaat er vaak uit. Ook is er geen goede service. Daardoor belandt de binnenvaartschipper bij problemen met de walstroom vaak tussen de wal en het schip. Want er zijn twee belangrijke punten bij walstroom. Er moet een actieve exploitant zijn waarbij de schippers met vragen terecht kan. Deze exploitant moet de schipper dus als klant zien. Verder moet de prijs van de walstroom goedkoper zijn dan de gasolie aan boord. Dat is in Arnhem allebei niet goed gegaan.’

24/7
Maar Fransen laat zich niet ontmoedigen en begint deze zomer op eigen initiatief en op eigen kosten in de Nieuwe Haven een nieuw project met walstroom voor onder meer de riviercruiseschepen die daar jaarlijks overwinteren. Deze schepen liggen dan vaak zeven breed in de haven. ‘Wij zijn hiermee het eerste particuliere bedrijf dat in Nederland samen met lokale partijen een installatie voor walstroom gaat aanleggen en exploiteren. Wij denken te weten hoe het moet om het commercieel aantrekkelijk te maken. Hiervoor hebben we Walvoorzieningen Nederland opgericht, een servicegerichte organisatie met elektrotechnische en binnenvaartkennis. Hiermee bieden we de elektra als eerste goedkoper aan dan diesel. Ook zijn we 24 uur per dag en zeven dagen in de week bereikbaar is er bij problemen altijd iemand binnen maximaal 15 minuten ter plaatse.’

Fransen heeft ook gedacht aan het veelgehoorde commentaar vanuit de binnenvaart dat walstroom alleen maar schoner is als de stroom ook schoon wordt opgewekt. Op een nabij gelegen terrein komen zonnepanelen te staan met een capaciteit van tien megawatt en vier windmolens. ‘Wij nemen de stroom hiervan af. Ook gaan we voorzieningen maken zodat accu’s met deze stroom opgeladen kunnen worden en komt er een voorziening voor het snelladen van schepen.’

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid.

Volg ons op Twitter en Facebook

Subsidieregeling Duurzame Scheepsbouw open vanaf 4 juni

ROTTERDAM De Subsidieregeling Duurzame Scheepsbouw (SDS) voor 2018 is onlangs gepubliceerd in de Staatscourant. Aanvragen kunnen vanaf 4 juni worden ingediend. De regeling is met één jaar verlengd, over een langjarige voortzetting is brancheorganisatie Netherlands Maritime Technology (NMT) nog steeds in gesprek met het ministerie van Economische Zaken en Klimaat.

De SDS is bedoeld om de introductie van vernieuwende duurzame technologieën in de scheepsnieuwbouw en -ombouw mogelijk te maken. Technologieën die bedoeld zijn voor de structurele verlaging van CO2-uitstoot en andere schadelijke emissies aan boord van verschillende scheepstypen voor zee en binnenwateren. Andere oplossingen, die bijdragen aan de duurzame inzet van het schip gedurende de levensduur, vallen tevens onder de regeling.

Risico’s ondervangen
Volgens NMT gaat de Nederlandse scheepsbouw de regeling de komende jaren benutten om ontwikkelingsrisico’s bij duurzaamheidsinnovaties te ondervangen. ‘Deze ontwikkelingsrisico’s ontstaan doordat bij toepassing van nieuwe technologieën in schepen een sterke afhankelijkheid is van alle aspecten van het scheepsontwerp, terwijl de prestatie van het geheel pas na oplevering daadwerkelijk getest kan worden. Dit geldt zowel voor unieke schepen of eerste schepen van een serie, die daarmee prototypes zijn. Om deze reden is de subsidie ordergebonden en bedoeld om de scheepswerven te stimuleren een extra stap voorwaarts te maken in het verder verduurzamen van schepen.’
De effecten van de subsidie reiken verder dan de schepen waarop de innovaties als eerste zijn toegepast, omdat de daaraan verbonden risico’s beheersbaar zijn in de doorontwikkeling voor meerdere toepassingen en vervolgorders. Daarmee biedt de SDS een oplossing voor het knelpunt, dat investeringen in schone technologie vanwege de moeilijke marktomstandigheden en de zware internationale concurrentie veel te traag op gang komen.

Voorwaarden en aanvragen
Een volledig overzicht van de voorwaarden en het aanvraagproces is te vinden op www.rvo.nl/sds. Aanvragen kunnen tussen 4 juni (9.00 uur) en 14 september 2018 (00.00 uur) worden ingediend via mijn.rvo.nl.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid.

Volg ons op Twitter en Facebook

‘Het beest’ bootst 20 jaar varen na in vier weken

DELFT De TU Delft heeft de Hexapod in gebruik genomen. Het apparaat kan onder meer in vier weken de vermoeiing in gelaste scheepsstukken nabootsen van 20 jaar varen op zee. Met een gewicht van 60 ton en afmetingen van zes bij vijf bij drie meter wordt de Hexapod ook wel ‘het beest’ van de TU Delft genoemd.

Mirek Kaminski, hoogleraar scheeps- en offshore constructies aan de TU Delft, denkt met de Hexapod het ontwerpen van schepen te kunnen verbeteren. Schepen zouden daardoor duurzamer, effectiever en goedkoper moeten worden. ‘Onderhoudskosten zijn een nachtmerrie voor elke scheepseigenaar’, zegt Kaminski die stukken van schepen tussen de Hexapod gaat leggen van maximaal één kubieke meter waar lassen in zitten. Op zo’n proefstuk brengt Kaminski vervolgens de werkelijke krachten aan waarmee een schip te maken krijgt. Hij wil uiteindelijk alle karakteristieke gelaste verbindingen in een schip een maand lang testen, waarmee hij een levensduur van twintig jaar kan simuleren. Dat komt doordat hij de krachten met een hogere frequentie kan aanbrengen dan in werkelijkheid (30 Hz). ‘Bij vermoeiing van schepen gaat het altijd over gelast materiaal, want lassen zorgt voor microscheurtjes waardoor de verbinding tussen twee gelaste constructie-elementen minder sterk wordt.’

De Hexapod kan krachten van 100 ton in alle zes richtingen aanbrengen, omhoog en omlaag, links en rechts, voor en achter. Het is volgens Kaminski het eerste apparaat ter wereld dat een constructie met zes krachten tegelijkertijd kan belasten. (Foto TU Delft)

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid.

Volg ons op Twitter en Facebook

Bijeenkomsten subsidie duurzame scheepsbouw

ROTTERDAM Netherlands Maritime Technology (NMT) en de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) houden op 18 en 23 april twee informatiebijeenkomsten over de Subsidieregeling Duurzame Scheepsbouw (SDS).

De SDS-regeling voor dit jaar wordt naar verwachting op 4 juni opengesteld. Eind 2017 is per amendement op de begroting van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) van 2018 zes miljoen euro gereserveerd voor continuering van de subsidieregeling. De regeling is bedoeld om de introductie van vernieuwende duurzame technologieën in de scheepsnieuwbouw en -ombouw mogelijk te maken. Hierbij gaat het onder meer om technologieën die bedoeld zijn voor de structurele verlaging van CO2-uitstoot en andere schadelijke emissies aan boord van verschillende scheepstypen voor zee en binnenwateren. Andere oplossingen, die bijdragen aan de duurzame inzet van het schip gedurende de levensduur, vallen ook onder de regeling.

Tijdens de bijeenkomsten van NMT en RVO wordt de regeling verder toegelicht en is er gelegenheid tot het stellen van vragen. Deelname aan de bijeenkomst is gratis, aanmelden is wel nodig.
De bijeenkomst van 18 april wordt van 12.00 tot 13.30 uur gehouden in het Provinciehuis Groningen, St. Jansstraat 4, 9712 JN Groningen. Voor de toegang is het nodig een geldig identificatiebewijs te tonen. De bijeenkomst op 23 april wordt gehouden van 14.00 tot 15.30 uur bij NMT, Boompjes 40, 3011 XB Rotterdam. 

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid.

Volg ons op Twitter en Facebook

Kans op hoge boetes bij werken in het buitenland

HUISSEN Maritieme toeleveranciers die met hun eigen personeel werk in het buitenland verrichten, lopen het risico op hoge boetes indien ze de vereiste papieren niet allemaal goed voor elkaar hebben. Een Nederlands elektrotechnisch bedrijf in de maritieme sector kreeg op deze manier al een boete van meer dan 10.000 euro in Frankrijk voor de kiezen.

De wintermaanden zijn voor veel cruiserederijen bijvoorbeeld de tijd dat er hard aan de schepen wordt gewerkt om deze weer klaar te maken voor het nieuwe seizoen. De Nederlandse maritieme bedrijven zijn goed in dat werk en dikwijls staan dan ook diverse Nederlandse busjes van bijvoorbeeld timmerlieden en elektriciens op de kades in het buitenland. Ook de inspectiediensten in het land waar wordt gewerkt zien dat, en deze treden steeds strenger op als de werkgever niet aan de wetten en de regels van het land voldoet. Vaak gebeurt dat vanwege sociale aspecten, bijvoorbeeld het voorkomen van uitbuiting, maar het gebeurt ook wel eens dat landen hun eigen markt willen beschermen. Protectionisme dus. ‘Stelregel is dat bedrijven die hun werknemers tijdelijk in het buitenland laten werken, moeten voldoen aan de arbeidsvoorwaarden en arbeidsomstandigheden die gelden in het land waar het tijdelijke werk plaatsvindt’, vertelt Tom Ebeling van EuroProof. Ebeling verricht met zijn bedrijf de administratieve afhandeling indien bedrijven werknemers in het buitenland laten werken. ‘Bij een controle van de Franse arbeidsinspectie moet een geldig A1-formulier kunnen worden overhandigd. Anders krijgt de organisatie een boete van € 3.269 per werknemer. En het niet naleven van de verplichting tot voorafgaandelijke melding en voorafgaandelijke aanduiding verbindingspersoon kan tot serieuze boetes leiden. Zo kan de werkgever die niet voldoet aan deze formaliteiten gesanctioneerd worden met een boete van 2.000 euro per gedetacheerde werknemer, en zelfs tot 4.000 euro ingeval van herhaling. Deze boete kan gaan tot een maximum bedrag van 500.000 euro per werkgever. En de opdrachtgever die medeverantwoordelijk is voor een overtreding van zijn medecontractant riskeert eveneens deze boete.’

Arbeidsvoorwaarden
Een bedrijf dat een contract heeft met een zakenpartner in een ander EU-land en personeelsleden van het bedrijf voor een beperkte tijd naar dat land moeten om het contract uit te voeren, moet dus de regels voor detachering van dat desbetreffende land naleven. Dat betekent dat het uitgezonden personeel gedurende de detachering onder dezelfde arbeidsvoorwaarden valt als is bepaald in de wetgeving of de collectieve arbeidsovereenkomsten van het gastland. Het gaat hierbij onder meer om de minimale rusttijden, de maximale arbeidstijd, het minimumaantal betaalde vakantiedagen en de betaling van het minimumloon. Specifieke toelagen voor de detachering, zoals dagvergoedingen worden als deel van het minimumloon beschouwd, tenzij het gaat om vergoedingen van reële uitgaven van uw werknemers zoals van de reis- en verblijfskosten. Ook is in de meeste landen de bescherming van zwangere vrouwen en jonge moeders geregeld en de gelijke behandeling van mannen en vrouwen. ‘Indien de arbeidsvoorwaarden in het eigen land gunstiger zijn voor het personeel dan die in het gastland, dan kunnen bedrijven deze natuurlijk handhaven tijdens de detachering’, verduidelijkt Ebeling.

Medische verklaring
De internationalisering van de arbeidsmarkt biedt vanzelfsprekend kansen aan zowel werkgevers als werknemers. Maar Ebeling ziet vaak gebeuren dat ondernemers de soms grote lokale verschillen in wetgeving en cultuur onderschatten. ‘Ondernemers hebben hun handen al vol aan vraagstukken als wat vraagt de markt nu en in de nabije toekomst van mij, waar blijf ik op innoveren, wat is mijn concurrentiepositie en hoe behoud ik mijn klanten en niet te vergeten mijn mensen.’

Ieder land heeft dus volgens Ebeling zijn eigen procedures die een ondernemer moet volgen en deze kunnen in de praktijk voor onduidelijkheid en problemen zorgen. Een geldig identiteitsbewijs alleen is dus al lang niet meer voldoende om te mogen werken in de meeste landen. ‘In Frankrijk geldt bijvoorbeeld een 35-urige werkweek. Alle uren daarboven zijn overwerk en moeten dus met een toeslag worden uit betaald. We zien ook dat de wet- en regelgeving en de daarbij behorende verordeningen proportioneel toenemen. Zo eisen sommige landen dat er een medische verklaring wordt meegestuurd. Volgens de Europese regels voor de privacy mag dat helemaal niet, maar Frankrijk eist dat bijvoorbeeld wel. En alle vereiste documenten dienen in de taal van het betreffende land te zijn vertaald. Dat geldt bijvoorbeeld ook voor het loonstrookje waarmee je moet kunnen aantonen dat je het minimumloon hebt betaald en de gemaakte overuren op de juiste wijze zijn uitbetaald. Vaak moet je zelfs nog een bewijs hebben dat het geld ook daadwerkelijk is overgemaakt op de bankrekening van de werknemer. En alles moet je minimaal drie jaar bewaren en indien nodig kunnen laten zien. En soms gaat een land zelfs zo ver dat je als bedrijf een rechtmatige vertegenwoordiger in het betreffende land moet hebben aangesteld die goed de taal kan spreken. Dat geldt bijvoorbeeld voor Frankrijk.’

Protocol
EuroProof heeft inmiddels voor Frankrijk, België, Duitsland, Oostenrijk en Italië een protocol ontwikkeld om te borgen dat bedrijven de wetgeving in het betreffende gastland kunnen naleven. Dat doet het bedrijf inmiddels ook voor aan aantal maritieme bedrijven en is daarmee volgens Ebeling de enige in Nederland. ‘Wij geven adequaat antwoord op het toenemend aantal verordeningen en verlangens van overheden, regelgevende instanties, regeringen en vakbonden samenhangend met internationaal werken’, zegt Ebeling. ‘Met ons arbeidsmobiliteitsconcept borgen we de kennis en kunde die nodig is en de administratieve verwerking. We helpen onder meer bij de plicht tot vooraanmelding, de bewijsvoering en de administratieve archiveringsplicht. Ook hebben we een officiële vertegenwoordiging in Frankrijk inclusief samenwerkingsovereenkomst tussen vertegenwoordiger en opdrachtnemer.’

Europroof werk met een jaarlijks abonnement en een vergoeding per opdracht. Het abonnementsgeld bedraagt voor één EU land € 229, voor twee EU landen € 329 en voor de hele EU € 449. Per opdracht of detachering komt daar per arbeidskracht nog € 59 bovenop. (Foto Erik van Huizen)

Gelria aan de slag op voormalige scheepswerf Bodewes Millingen

MILLINGEN Scheepswerf Gelria uit Nijmegen gaat per 1 februari aan de slag op de voormalige scheepswerf Bodewes in Millingen aan de Rijn. Omdat de laatst puntjes nog op de i moeten worden gezet, wil Gelria voorlopig alleen kwijt dat het op de werf niet alleen schepen gaat onderhouden en repareren, maar ook nieuw gaat bouwen.

De voormalige scheepswerf stond al lange tijd bij een Nijmeegse makelaar te koop voor 1.750.000 euro. Gelria gaat de werf voor een aantal jaren huren. De totale oppervlakte van het terrein bedraagt ruim 67.000 vierkante meter. Op de werf staat een dwarshelling van 160 meter lang.

Bodewes personeel
Het gaat goed met scheepswerf Gelria. Zo goed zelfs, dat de werf van Gerd de Swart en Martijn van Haaren vorige week het NOS-journaal haalde toen het ging over het dalende aantal failliete bedrijven in Nederland. De twee mannen namen in 2014 namelijk de failliete Nijmeegse Scheepswerf Gelria over. De Swart was 30 jaar lang eigenaar van scheepswerf Dodewaard, verkocht deze en ging advieswerk doen bij Neptune Shipyards in Hardinxveld-Giessendam. Maar toen scheepswerf Gelria failliet ging, vroeg hij zijn stiefzoon met hem in het nieuwe bedrijf te stappen. Om direct de beschikking te hebben over personeel met ervaring, werd toen al een deel van de werknemers van het failliete Bodewes uit Millingen overgenomen.

Scheepswerf Bodewes sloot haar poorten in 2013. De in nieuwbouw en reparatie van binnenschepen gespecialiseerde werf was toen nog onderdeel van Damen Shipyards en bood werk aan 30 mensen. De werf ligt voor de splitsing van de Rijn in het Pannerdense Kanaal en de Waal. Voor haar faillissement probeerde Bodewes het tij nog te keren door nieuwe, innovatieve, schepen op de markt te brengen, zoals de Damen EcoLiner. Dit 110 meter lange en 11,45 meter brede schip vaart op LNG en is voorzien van weerstand verlagende luchtsmering (ACES) onder het vlak. Dat zorgde voor een zeer laag brandstofverbruik en zeer lage emissies. Het kon een faillissement echter niet voorkomen.

Terrein kopen
Op de hellingen en in het water van Gelria liggen intussen al weer ruim drie jaar binnenvaartschepen. Het ging na een jaar zelfs al zo goed, dat de twee mannen het vier hectare grote terrein, dat destijds nog werd gehuurd, wilden kopen. Begin 2017 was het uiteindelijk zo ver. Met de koop werd ook werk gemaakt van de herstructurering van het terrein en haar directe omgeving. Het terrein krijgt een flinke opknapbeurt zodat het aantrekkelijker wordt voor bedrijven om zich ook hier te vestigen. ‘We zijn al in gesprek met maritiem gerelateerde bedrijven met vakmanschap en hart voor het werk om zo een totaalwerf te worden’, vertelde Martijn van Haaren destijds. ‘Zo hebben we alle kennis op de werf en bieden we een one stop shop. Ook verduurzamen we de werf. We kijken naar de mogelijkheden voor het plaatsen van zonnepanelen op de daken en elke lamp vervangen we door ledverlichting.’

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid.

Volg ons op Twitter en Facebook

ChristenUnie en VVD willen zes miljoen voor duurzame scheepsbouw

DEN HAAG De ChristenUnie (CU) en de VVD willen dat het ministerie van Economische Zaken en Klimaat in 2018 verder gaat met de Subsidieregeling Duurzame Scheepsbouw (SDS) en daarvoor zes miljoen euro uittrekt. Tweede Kamerlid Eppo Bruins van de ChristenUnie diende daarvoor tijdens de behandeling van de begroting van het ministerie samen met zijn VVD-collega een amendement in.

De SDS-regeling is bedoeld om de introductie van vernieuwende duurzame technologieën in de scheepsnieuwbouw en –ombouw mogelijk te maken. Technologieën die bedoeld zijn voor de structurele verlaging van CO2-uitstoot en andere schadelijke emissies, aan boord van verschillende scheepstypen voor zee en binnenwateren, maar ook aan boord van mobiele offshore eenheden. Andere oplossingen die bijdragen aan de duurzame inzet van het schip gedurende de levensduur, vallen tevens onder de regeling.

Gelijk speelveld
Bruins meldt het van cruciaal belang te vinden dat de Nederlandse scheepsbouwsector ‘geld blijft krijgen om ontwikkelingsrisico’s bij duurzaamheidsinnovaties te ondervangen’. De subsidieregeling draagt bij aan duurzamere producten, energiebesparing en minder CO2-uitstoot. Daarnaast zorgt dit amendement voor een gelijk speelveld binnen de Europese Unie. Een gelijk speelveld is nodig voor ons bedrijfsleven om te kunnen concurreren met het buitenland.’

Pot snel leeg
In de pot van de SDS-regeling zat dit jaar 4,78 miljoen euro. Omdat de afgelopen zomer opengestelde regeling al snel was overschreven, werd het bedrag onlangs nog verhoogd met 180.000 euro. Brancheorganisatie Netherlands Maritime Technology meldt verheugd te zijn en zich nog steeds in te zetten voor een verlenging van de regeling voor drie jaar.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid.

Volg ons op Twitter en Facebook