Tag archieven: binnenvaart

Aqualink ageert tegen zero emissiezones

Aqualink heeft onlangs gereageerd op de beslissing van de gemeente Nijmegen voor het instellen van zero-emissiezones. Aqualink wil dat de watergebonden locaties, waaronder de Waalkade in Nijmegen, bereikbaar blijven voor bedrijven. Inmiddels kreeg voorzitter Wilie Verberck opheldering van zero-emissie adviseur Tim Wille van de gemeente.

De gemeente Nijmegen krijgt vanaf 2025 drie zero-emissiezones, namelijk de Binnenstad, Heijendaal en Hof van Holland. De ZE-zones gelden voor alle vracht- en bestelwagens die niet op waterstof of elektriciteit rijden. Belangrijk voor de binnenvaart en binnenvaart gerelateerde bedrijven is dat ook de Waalkade onder de ZE-zones valt. Zo meren aan de Waalkade riviercruiseschepen af die bevoorraad moeten worden. Hetzelfde geldt voor binnenvaartschepen die moeten worden bevoorraad, of waaraan gewerkt moet worden.

‘Werk kunnen blijven doen’
Verberck maakte de gemeente nogmaals het belang van de bedrijven. ‘Onze bedrijven vertegenwoordigen een economische waarde van jaarlijks ruim 220 miljoen euro, groter nog dan de scheepvaart zelf doet aan overslag enz. De rechtstreekse werkgelegenheid bij onze leden is 1.050 FTE en indirect ligt dit aantal rond de 4.000.’

Volgens Verberck zijn de investeringen voor de bedrijven om elektrisch te gaan Rijden nog te groot. Ook zijn er praktische problemen. Onze bedrijven hebben servicemateriaal op de weg rijden die West-Europa als werkgebied hebben. De actieradius maakt het nog onmogelijk om hele lange ritten elektrisch af te leggen en door netwerkcongestie problemen en dure halve oplossingen is het nog niet mogelijk over te schakelen naar een elektrische oplossing. Verder is er het probleem van alle touroperators die passagiers aan boordt brengen of ophalen, dit moet gewaarborgd blijven om de cruisevaart niet weg te jagen uit Nijmegen. De schepen die bemanningswisselingen maken of auto’s op en af willen zetten hebben vaak een probleem en zullen hierdoor boetes oplopen.’

Verder vindt de Aqualink voorzitter dat overgangsregelingen en ontheffingen eerst goed moeten zijn geregeld. ‘Aqualink is erg begaan met het verbeteren van de ligplaats en nautische infrastructuur in Oost-Nederland, deze maatregel past daar zeker niet in. Wij willen de relatief schone binnenscheepvaart niet wegjagen uit onze mooie stad. Maar zeker ook willen wij met onze bedrijven ons werk kunnen blijven doen.’

Dagontheffing
Uit het gesprek van Verberck met de zero-emissie adviseur van de gemeente blijkt dat de ZE-zones ingaan per 1 januari, maar dat er een overgangsregeling geldt voor euro 5 tot 1 jan 2027 en euro 6 tot 1 januari 2028, in 2030 zijn alle bestel- en vrachtauto’s die de zone in willen zero-emissie.
Wel kan er een dagontheffing op kenteken worden aagevraagd. Deze ontheffing wordt per kenteken maximaal twaalf keer per kalenderjaar en per stad verleend. De dagontheffing is geldig voor een periode van dertig uur. Deze begint om 00.00 uur op de in de aanvraag aangegeven kalenderdag en eindigt om 06:00 uur op de volgende kalenderdag. De ontheffing kan tot en met dezelfde kalenderdag aangevraagd worden, ook als het voertuig eerder die kalenderdag in de nul-emissiezone is geweest.
Bij verkoop van het voertuig, vervreemding of overdracht van het kenteken naar een andere kentekenhouder blijft het aantal reeds verleende dagontheffingen in het betreffende kalenderjaar staan.
Het autosteiger voor de binnenschippers is geen probleem omdat het hierbij om personenauto’s gaat.

Meer informatie
Kentekencheck voor uw specifieke voertuig
Ontheffingsmogelijkheden

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

Ondernemers kunnen reageren op schone lucht zones Nijmegen

De gemeente Nijmegen krijgt vanaf 2025 drie zero-emissiezones, namelijk de Binnenstad, Heijendaal en Hof van Holland. De ZE-zones gelden voor alle vracht- en bestelwagens die niet op waterstof of elektriciteit rijden. Nijmeegse ondernemers kunnen tot en met 28 maart 2024 het concept verkeersbesluit inzien en hierop reageren. De reacties worden meegenomen in het definitieve verkeersbesluit.

Belangrijk voor de binnenvaart en binnenvaart gerelateerde bedrijven is dat ook de Waalkade onder de ZE-zones valt. Zo meren aan de Waalkade riviercruiseschepen af die bevoorraad moeten worden. Hetzelfde geldt voor binnenvaartschepen die moeten worden bevoorraad, of waaraan gewerkt moet worden.

Ondernemers
De invoering van de zero-emissiezones heeft invloed op ondernemers die voor hun werk in deze gebieden moeten zijn. Zero-emissieadviseur Tim Wille helpt ondernemers graag bij een passende oplossing. Via nijmegen.nl/zero-emissiezones kunnen ondernemers een formulier invullen voor een gratis adviesgesprek. Hier staan ook verhalen over hoe andere ondernemers zich voorbereiden.

Inzien concept verkeersbesluiten
Het concept verkeersbesluit kunt is tijdens kantooruren te bekijken op het stadhuis of digitaal via nijmegen.nl/zero-emissiezones. Tot en met 28 maart kunnen belanghebbenden door middel van een brief, e-mail of telefonisch een reactie achterlaten. Daarna worden alle vragen beantwoord en mogelijke bezwaren of knelpunten meegenomen in het definitieve verkeersbesluit. In het najaar van 2024 wordt het definitieve besluit gepubliceerd.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

Sluis Grave gestremd van 15 maart tot en met 28 april

GRAVE Sluis Grave vanwege onderhoudswerkzaamheden van 15 maart tot en met 28 april gestremd. Aannemerscombinatie Mourik Swarco vervangt dan de twee sluisdeuren van het benedenhoofd (noordzijde). Volgens Rijkswaterstaat ‘om de kans op ongeplande stremmingen vanwege problemen met de deuren te verkleinen’.

De twee noordelijke sluisdeuren, de draaipunten, de hydrauliekslangen en alle cilinders worden vervangen. Om het onderdraaipunt op de sluisbodem te vervangen wordt een klein deel van de sluis (de hoek van het draaipunt) drooggezet door middel van een taatskuip. Aanvullend vinden er ook kleinere werkzaamheden plaats in de bedienings- en besturingsinstallaties.
In april gaat Rijkswaterstaat ook onderhoud uitvoeren aan de stuw Grave. Dit werk heeft geen gevolgen voor de scheepvaart.

Weurt en Lith
Tegelijkertijd is in de plannen van dit werk rekening gehouden met de langdurige werkzaamheden in de sluizen Weurt en Lith. Met de gebruikers van de Maas is overeengekomen de werkzaamheden aan deze sluizen op elkaar af te stemmen en na elkaar uit te voeren.
Hierdoor wordt voorkomen dat er grote omvaarroutes benodigd zijn, twee van deze drie sluizen blijft steeds beschikbaar. (Foto RWS)

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

‘Binnenvaart kan fileleed enorm verlichten’

Jaarlijks zouden 300 tot wel 760 duizend vrachtwagenbewegingen over water vervoerd kunnen worden. Daarmee zou de druk op ‘de rechterbaan’ enorm kunnen worden verlicht, zo stelt het rapport ‘Supply Chain re-design’ dat werd gepresenteerd tijdens de Multimodal expo in Breda. Het rapport is op verzoek van onder andere het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) opgesteld door drie Nederlandse binnenvaartcoöperaties.

Het gaat bij die vrachtwagenbewegingen bijvoorbeeld om trailers vol met huishoudelijk afval, oud papier, staal maar ook tarwe en prefab bouwmaterialen. ‘Het zijn die alledaagse ladingen die dagelijks de rechterbaan van Nederland verstoppen’, zo stelt het adviesrapport. En: ‘Kennis over de mogelijkheden van vervoer over water en een financiële prikkel zijn nodig om het Nederlandse bedrijfsleven de strategische switch naar het water te laten maken’.

30% CO2 reductie
Een optimale combinatie van vervoer over water, aangevuld met korte afstandsvervoer over de weg, levert volgens het rapport het Nederlands bedrijfsleven strategische kostenbesparingen op en draagt bij aan een CO2-reductie van gemiddeld 30%. Bovendien sorteren bedrijven, die inzetten op een mix van vervoer over water en weg, voor op de toenemende drukte op de weg en chauffeurstekorten. Zo blijkt uit enkele casestudies opgetekend voor dit rapport.

Het zijn voorbeelden van Cosun Beet company en het Zeeuwse Verbrugge die de afgelopen jaren 10.000 vrachtwagenladingen extra via het water vervoerden. Voor de overheid levert meer inzet van vervoer over water netto een besparing van 67 tot 150 miljoen Euro op in infrastructuurkosten. Win-Win, stellen de coöperaties die pleiten om naast containers ook voor andere bulk goederenstromen vaker het water te kiezen. ‘Modal shift’, wordt deze beweging genoemd.

‘In de directiekamer’
Tezamen met de Topsector Logistiek gaan de coöperaties binnen het ‘Joint Corridors off-Road’ programma de komende jaren op directieniveau bij bedrijven de modal shift van droge bulk onder de aandacht brengen. Waar nodig wordt vanuit dit Off-Road programma aangeboden om de kennis op dit onderwerp te verhogen en herinrichting van de logistieke keten te begeleiden.
‘De keuze voor vervoer over water is een strategische keuze die weliswaar in de praktijk vaak bij de planner ligt, maar eigenlijk in de directiekamer hoort’, aldus Wilco Volker, auteur van het rapport. ‘Meer inzet van vervoer over water is een bewezen oplossingsrichting bij grote strategische vraagstukken op gebied van CO2-reductie, leverbetrouwbaarheid en kostenefficiëntie.’

Haveninfrastructuur
De overheid stimuleert het vervoer over water met aantrekkelijke subsidieregelingen. Naast deze belangrijke prijsprikkel wordt de overheid in het rapport geadviseerd om structureler te investeren in ontwikkeling van haventerreinen in het achterland waar droge bulk wordt overgeslagen. Deze droge bulkterminals vormen immers de toegangspoorten tot het water, zo stelt het rapport. Investeringen in die haveninfrastructuur zijn nu nog te vaak een horde die beter gebruik van de vaarwegen in de weg staat.

NPRC, PTC en ELV
Het rapport ‘Supply Chain re-design’, is in opdracht door drie coöperaties opgesteld voor de Topsector Logistiek, het samenwerkingsverband van de logistiek waar onder andere het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat deel van uitmaakt (IenW). De drie binnenvaartcoöperaties, NPRC, PTC en ELV, zijn actief in de aan- en afvoer via het water van grondstoffen en halffabricaten voor de Europese maakindustrie.

Download het volledige rapportage ‘supply chain Re-design, droge bulk binnenvaart’

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

Het wordt druk aan de Nijmeegse Waalkade

NIJMEGEN De binnenvaart moet er rekening mee houden dat er dit jaar minder ruimte is om af te meren aan de Nijmeegse Waalkade. In Arnhem is aan de Rijnkade geen plek voor de cruisevaart vanwege versterking van de hoogwaterkering. Veel van de schepen wijken nu uit naar Nijmegen.

Dat de Arnhemse Rijnkade op lot gaat voor de cruisevaart zorgt ervoor dat de Nijmeegse havenmeester Gerard Hendriks het aantal cruiseschepen voor dit heeft zien stijgen van zo’n 650 in een ‘normaal’ jaar, naar nu al zo’n 1100 voor dit jaar. Hij gaf de aanwezige schippers op de jaarvergadering van afdeling ZON van Schuttevaer dan ook het advies op tijd contact op te nemen met de havendienst voor een plekje aan de Waalkade. ‘Boek ruim van tevoren en wacht niet tot het laatste moment.’
En Hendriks had nog een minder prettige boodschap voor de schippers. Het havengeld voor Nijmegen is dit jaar met acht procent gestegen.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

Panteia verwacht harde klappen in droge lading

ZOETERMEER Onderzoeksbureau Panteia verwacht dat de sector drogelading in de binnenvaart in 2024 en 2025 ‘harde klappen gaat krijgen’. Daarna verwacht Panteia dat de volumes weer licht gaan groeien.

Bouwmaterialen zijn momenteel het belangrijkste ladingsegment voor droge lading schepen. Door de beperkte economische groei en het wegvallen van de binnenlandse zand- en grindwinning dalen de vervoerde volumes in deze sector. Ook het vervoer van kolen zal dalen als gevolg van de energietransitie en dat geldt ook voor het vervoer van veevoedergrondstoffen door de inkrimpende veestapel. Opvallend is volgens Panteia bovendien dat voorheen het belangrijkste groeisegment, de containersector, nauwelijks nog groei laat zien.

Sector stabiliseert
In 2023 daalden de binnenvaartvolumes al sterk, naar niveaus die sinds de economische crisis van 2008-2010 niet meer waren gezien. De daling is ingegeven door een aantal factoren, waarvan de belangrijkste de economische laagconjunctuur is waarin we ons nu bevinden en dreigen te gaan bevinden (recessie). Daarnaast heeft de terugtrekkende industrie uit Noordwest-Europa invloed op de volumes die vervoerd worden met de binnenvaart. Naar de toekomst toe verwachten we met name in de drogeladingsector een stevige krimp van het volume. De tankvaartsector kent relatief gunstige vooruitzichten met beperkte groei richting 2028, terwijl de duwvaart op een relatief stabiel niveau blijft opereren. Over de hele sector betekent dat uiteindelijk dat een stabilisatie, maar op een lager niveau dan we gedurende lange tijd gewend waren.

Chemie groeit
De tankvaartsector bestaat uit twee belangrijke deelmarkten: het vervoer van aardolieproducten zoals diesel en benzine aan de ene kant en chemische producten aan de andere. De verwachting is dat het volume van aardolieproducten dat vervoerd wordt door met binnenvaart zal dalen richting 2028. Daartegenover staat een sterke groei van de chemiesector.

Zoals gezegd blijft het vervoerde volume met de duwvaart nagenoeg stabiel. Er zijn twee trends die daarvoor zorgen. Ten eerste groeit, zoals eerder aangegeven, de chemiesector. Duwstellen worden steeds vaker ingezet voor het vervoer van dit soort producten. Aan de andere kant neemt het vervoer van steenkolen juist af, waardoor er uiteindelijk weinig verandert qua vervoerde volumes in de duwvaart.

Klein schip
Tot slot valt ook op dat de meeste kleine en middelgrote schepen marktaandeel blijven verliezen. Dit is een langjarige trend die zich in de komende jaren versterkt gaat doorzetten. Kleinere schepen worden zwaar getroffen door afnemende volumes in de agribulkmarkt en het bouwstoffenvervoer, terwijl daar geen groeisegment tegenover gezet kan worden. Zij kunnen bijvoorbeeld geen containervervoer op zich nemen. Bij grote motorschepen en bovenmaatse schepen valt juist een groeit te verwachten richting 2028.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

Omzet maritieme toeleveranciers stijgt

DEN HAAG De Nederlandse maritieme toeleveranciers hebben in 2022 hun omzet met een kleine vijf procent zien stijgen tot € 9,1 miljard euro. Uit de Maritieme Monitor 2023 blijkt verder dat de toeleveranciers in dat jaar werk boden aan 20.140 werknemers.

In de Maritieme Monitor omvat de sector maritieme toeleveranciers dit jaar 635 bedrijven. Gemeten in maritieme werkgelegenheid en omzet vertegenwoordigen deze bedrijven het overgrote deel van de sector. Van deze 635 bedrijven die actief zijn als maritieme toeleverancier werkt een deel volledig voor het maritieme cluster.

Handel
Opvallend is het grote verschil tussen de omzet en productiewaarde. De omzet in de sector ligt naar opgave van het CBS meer dan € 3 miljard hoger dan de productiewaarde. Navraag bij het CBS leert dat dit komt omdat enkele (internationaal opererende) bedrijven ook een handelsfunctie (binnen hun concern) lijken te vervullen en dat daardoor de omzet hoger ligt dan eigen productie. De productiewaarde bedroeg € 5,9 miljard in 2022. Het lijkt er dus op dat omzet die alleen door Nederland geleid wordt bij het CBS meegenomen wordt of dat er handelsactiviteiten plaatsvinden. De export is in deze sector uitermate belangrijk. Het CBS schat deze exportwaarde van goederen op € 3,7 miljard in 2022.

Scheepsbouw
De totale omzet van de sector scheepsbouw en scheepsreparatie plus de superjachtbouw bedroeg in 2022 € 5,9 miljard. Dit betekent een stijging ten opzichte van 2021. Toen bedroeg de omzet € 5,0 miljard. De toegevoegde waarde liet echter een daling zien. In 2021 bedroeg deze € 674 miljoen, in 2022 is dit gedaald tot € 534 miljoen. De productiewaarde bedroeg in 2022 €5,3 miljard. De exportwaarde in de scheepsbouw is volatiel. De totale exportwaarde is gelijk aan € 4,1 miljard.

De totale werkgelegenheid in de scheepsbouw bedroeg in 2022 11.661 werknemers. Dit is een stijging van 4% ten opzichte van 2021 toen de totale werkgelegenheid nog 11.210 werknemers bedroeg. Van de totale werkgelegenheid in 2022 zijn 3.520 werknemers werkzaam in de superjachtbouw (2021: 3.350 werknemers). De superjachtbouw kent daarmee een vergelijkbare stijging in werkgelegenheid van 5% ten opzichte van 2021.

ZZP’ers
De totale scheepsbouw- en reparatiesector omvat in 2022 2.685 bedrijven. 730 bedrijven hiervan vallen in de categorie ‘Bouw van sport- en recreatievaartuigen’. Er zijn een twintigtal superjachtbouwers. De laatste jaren is het aantal bedrijven in de sector fors gegroeid, vooral het aantal ondernemingen met één werknemer. Scheepswerven met slechts één werkzaam persoon betreffen in de regel oud-medewerkers van bestaande werven die zich als zzp’er in de scheepsbouw of reparatie registreren en zich vervolgens laten inhuren door grote werven. Zo stond 11% van de totale werkgelegenheid in de scheepsbouwsector in het jaar 2021 geregistreerd als zelfstandige ondernemers (ontleend uit Arbeidsmarktmonitor). Vooral in de scheepsreparatie is dit een veel voorkomend fenomeen. De bouw van kleine recreatieschepen wordt vaak gedaan door kleine werven met een beperkt aantal personeelsleden. Brancheorganisatie NMT telt zelf ongeveer 100 fysieke scheepswerven in Nederland.

Binnenvaart
Eind 2022 waren er volgens het CBS 4.170 bedrijven actief in de binnenvaart. Hiervan waren er 3.050 actief in de vracht- en sleepvaart en 1.120 in de passagiersvaart. Het aantal werknemers in de sector is met 3% gestegen en bedraagt nu 8.610 werknemers. ‘Opvallend is de gemiddelde bedrijfsgrootte. Slechts 5 bedrijven hebben 100 of meer werknemers.’ En ook in de binnenvaart stijgt het aantal zzp’ers. Daarnaast zijn er steeds meer uitzendbureaus die zich richten op de binnenvaartsector.

In 2022 voeren 4.866 binnenvaartschepen onder de Nederlandse vlag, vier minder dan in 2021. Het aantal binnenvaartschepen volgt al jaren een dalende trend. In 2011 bestond de vloot nog uit ruim 5.500 schepen. Deze daling valt deels te verklaren door de schaalvergroting in de binnenvaart. Vanaf 2010 zijn 684 kleinere schepen (met een laadvermogen tot 2.000 ton) uit de vaart genomen. Tegelijkertijd is het aantal grotere binnenvaartschepen (met een laadvermogen groter dan 2.000 ton) met circa 168 toegenomen.

44% meer omzet
De binnenvaartvloot bestaat voor bijna 60% uit motorvrachtschepen. Ruim 27% van de Nederlandse binnenvaartschepen valt in de categorie duwbakken. Hiernaast waren er in 2022 nog 667 overige binnenvaartschepen, zoals bijvoorbeeld tankschepen.

Het totaal vervoerd volume bedroeg in 2022 345 miljoen ton. De omzet in de sector steeg met 44%. Ook de toegevoegde waarde is zeer sterk gestegen met 80% ten opzichte van een jaar eerder. Hiermee komt de toegevoegde waarde (ruim) boven het niveau van het pre-coronajaar 2019.

Een derde van de vervoerde lading betreft binnenlands vervoer en heeft een Nederlandse begin- en eindbestemming. Het overige deel, twee derde van de lading, werd aan-, af- of doorgevoerd naar andere landen waarbij Duitsland een zeer belangrijke rol speelt.

Maritieme Monitor
In opdracht van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) en in samenwerking met de Stichting Nederland Maritiem Land (NML) voeren Ecorys en het Erasmus Centre for Urban, Port and Transport Economics (Erasmus UPT) jaarlijks de monitorstudie uitgevoerd voor de maritieme cluster.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

Inspectie ziet achteruitgang in naleving regels binnenvaart

DEN HAAG De Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) ziet een achteruitgang in de naleving van de regels door bedrijven in de binnenvaart. En daarmee een toename van het risico op onveilige situaties bij het vervoer over de binnenwateren. ‘Bedrijven moeten de regels van de Binnenvaartwet en Arbeidstijdenwet beter naleven en de veiligheid op het water verbeteren.’

De Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) inspecteerde in 2022 en 2021 bedrijven die motorvrachtschepen, motortankschepen en duw- en sleepboten in de binnenvaart exploiteren op naleving van de Binnenvaartwet en de Arbeidstijdenwet.
115 bedrijven werden in 2022 door de ILT via bedrijfsinspecties onder meer gecontroleerd op naleving van de regels voor vaar- en rusttijden en bemanningssterkte. 30% van de bedrijven bleek zich niet aan de regels te houden op de maximale vaart per 24 uur.

Vaartijdenboek
Bij een bedrijfsinspectie controleert de ILT de administratie van een bedrijf. De inspectie deelde in totaal 1.122 waarschuwingen uit en 23 bedrijven ontvingen een boete voor in totaal 105 tekortkomingen. Bedrijven die in overtreding waren vulden onder meer het vaartijdenboek niet of onjuist in en hielden zich niet aan de rusttijden. De scheepsdocumenten bleken bij vrijwel alle bedrijven wel op orde.

In 2021 controleerde de ILT 102 bedrijven via een bedrijfsinspectie, dat resulteerde in 687 waarschuwingen en 191 tekortkomingen waarvoor een boeterapport werd opgesteld. 24% van de bedrijven hield zich toen niet aan de regels voor de maximale vaart per 24 uur.

Vervolg
In 2023 en 2024 gaat de ILT door met bedrijfsinspecties en objectinspecties op binnenvaartschepen. Voor bedrijfsinspecties selecteert zij ieder kwartaal een nieuwe groep bedrijven. Deze bedrijven ontvangen een brief waarin staat hoe zij zich kunnen voorbereiden op de controle. Na afloop van de inspectie ontvangen bedrijven via een brief en in persoonlijk contact met de ILT een toelichting op eventueel geconstateerde tekortkomingen om herhaling te voorkomen. Als bij een herinspectie blijkt dat de naleving van een bedrijf nog steeds niet op orde is, treedt de inspectie handhavend op. De ILT deelt jaarlijks de resultaten van inspecties met de sector.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

Michiel van Kruiningen voorzitter CCR

STRAATSBURG Nederland bekleedt met Michiel van Kruiningen tot en met 31 december 2025 het voorzitterschap van de Centrale Commissie voor de Rijnvaart (CCR). Ambassadeur Paul Seger uit Zwitserland is plaatsvervangend voorzitter.

Michiel is directeur Maritieme Zaken van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en verantwoordelijk voor binnenvaart en vaarwegen, zeevaart, duurzame scheepvaart, zeehavens en multimodaal goederenvervoer en buisleidingen. Na het afronden van zijn universitaire studie vervoerseconomie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, begon Michiel van Kruiningen zijn loopbaan bij het toenmalige ministerie van Verkeer en Waterstaat. Daar heeft hij een aantal beleidsadviesfuncties vervuld in het domein van personen- en goederenvervoerbeleid. Via een korte detachering bij de Tweede Kamer der Staten Generaal als griffier van de vaste Kamercommissie heeft Michiel voordat hij in zijn huidige functie begon in februari 2023 achttien jaar bij de gemeente Rotterdam gewerkt. Hier bekleedde hij onder andere een aantal managementposities bekleed op de terreinen van stadsontwikkeling, bedrijfsvoering en maatschappelijke ontwikkeling.

Samenwerking
De Nederlandse delegatie zet de inspanningen in het kader van de samenwerking met de Europese Commissie voort. ‘Deze inspanningen zijn van essentieel belang, met name als het gaat over de bevoegdheden van de CCR enerzijds en de bevoegdheden van de EU anderzijds.’ In het kader van de relatie met de Europese Commissie spelen er enkele belangrijke onderwerpen, zoals de aanpassing van diverse richtlijnen, de coördinatieprocedures en het functioneren van CESNI (het Europees Comité voor de opstelling van standaarden voor de binnenvaart). Een goed voorbeeld hiervan zijn de onderhandelingen over de herziening van de TEN-T-verordening. De onderwerpen die in dit verband worden besproken (vaarweginfrastructuur, verduurzaming, klimaatadaptatie en digitalisering), hebben direct effect op de werkzaamheden van de CCR en CESNI.

Verduurzaming
Voor Nederland is de energietransitie een cruciaal thema met twee prioriteiten: de energiebelasting en de financiering van de energietransitie. Momenteel hoeft er in de Rijnvaart geen accijns te worden betaald over scheepsbrandstoffen. Terwijl het Gasolieprotocol een accijns verbiedt werkt de EU aan een richtlijn over energiebelasting, die ook de scheepsbrandstoffen zal betreffen.
De tweede prioriteit betreft de inzet van de CCR voor de financiering van de energietransitie in de Europese binnenvaart. De CCR en de EU willen tegen 2050 een einde maken aan de uitstoot van broeikasgassen, een doelstelling die alleen kan worden gehaald met aanzienlijke investeringen. Om de sector te ondersteunen is ondersteunende financiering voor de binnenvaart van fundamenteel belang. Nederland wil, samen met de CCR, het gesprek aangaan met de EU om de huidige regelgeving te verbeteren en indien mogelijk een specifiek fonds in het leven te roepen.

Klimaatadaptatie
Tijdens zijn voorzitterschap wil Nederland ook aandacht geven aan klimaatadaptatie. Klimaatadaptatie is een taak die internationaal moet worden aanpakt, omdat vaarwegen niet stoppen bij de landsgrenzen. De vaarwegen hebben nu al te maken met natuurfenomenen als droogte en hoogwater. Verwacht wordt dat door de klimaatverandering het aantal extreme gebeurtenissen nog zal toenemen.
Voor een betrouwbare binnenvaart moeten er maatregelen worden genomen om de vaarwegen aan te passen aan de klimaatverandering: een zeer urgente en complexe taak. Zowel in Nederland als in Duitsland lopen verschillende programma’s en initiatieven. Het doel hiervan is de gevolgen van klimaatverandering in kaart te brengen en maatregelen te ontwikkelen om zo klimaatadaptieve vaarwegen te kunnen realiseren.

Smart Shipping
De Nederlandse delegatie is ingenomen met de recente activiteiten van de CCR op het gebied van geautomatiseerd varen en besturen op afstand. In de in 2022 gepubliceerde visie heeft de CCR bevestigd dat deze ontwikkelingen bijdragen aan de veiligheid, verduurzaming en concurrentiekracht van de Rijnvaart. Daarnaast heeft zij de nodige stappen genomen om het voor proefprojecten mogelijk te maken van haar reglementen af te wijken.
Uiteraard kijkt de Nederlandse delegatie met veel vertrouwen en enthousiasme naar de recente ontwikkelingen en spreekt zij de hoop uit op verdere verdieping en continuïteit op dit gebied. Als onderdeel van de Nederlandse toekomstvisie op de binnenvaart zijn digitalisering en automatisering een prioriteit van het voorzitterschap.

Overgangsbepalingen
Tijdens haar voorzitterschap wil de Nederlandse delegatie bijzondere aandacht besteden aan de kwestie van het aflopen van de langlopende overgangsbepalingen. Wanneer er nieuwe technische voorschriften worden vastgesteld voor binnenvaartschepen, kan de CCR in overgangsbepalingen voorzien zodat de bestaande vloot zich geleidelijk kan aanpassen. Bestaande schepen krijgen zo tijd om te voldoen aan de nieuwe technische voorschriften. Dergelijke termijnen bedragen doorgaans enkele of zelfs tientallen jaren. Ondanks de overgangsbepalingen is het voor sommige schepen technisch niet mogelijk om aan de voorschriften te voldoen. Er zijn ook schepen waar dit onevenredig hoge kosten zou veroorzaken. De mogelijkheid bestaat om een individueel schip op basis van een aanbeveling van de CCR een vrijstelling van de voorschriften toe te kennen. Dit kan worden bereikt door toepassing van de zogeheten ‘hardheidsclausule’.

Knelpunten
Nu er verschillende overgangsbepalingen aflopen bij certificaatverlenging vanaf 2035/2041, neemt het risico op knelpunten voor bepaalde scheepscategorieën toe. In individuele gevallen kan de hardheidsclausule dan een oplossing bieden. Daarnaast zouden ook collectieve oplossingen op internationaal niveau (CCR/CESNI) een optie kunnen zijn. In Nederland worden er voorbereidende werkzaamheden verricht met het oog op een voorstel voor zulke collectieve oplossingen voor kleine schepen.
Het Nederlandse voorzitterschap wil de samenwerking en gedachtewisseling op dit gebied voortzetten.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

Uitstel subsidieronde Stage V motoren

ROTTERDAM De openstelling van de nieuwe subsidieronde van de Subsidie Regelgeving Verduurzaming Binnenvaart-programma (SRVB) is uitgesteld tot minstens 1 mei van dit jaar. Dat heeft branche-organisatie IN-CITE bekendgemaakt.

Met de regeling kunnen binnenvaartondernemers subsidie krijgen voor de aanschaf van een Stage V-motor, elektrische aandrijfmotor of SCR-katalysator. IN-CITE, de fusieorganisatie van Expertise- en InnovatieCentrum Binnenvaart (EICB), Bureau Telematica Binnenvaart (BTB) en Bureau Voorlichting Binnenvaart (BVB), voert de regeling uit.

Volgens IN-CITE is de nieuwe ronde uitgesteld vanwege een herziening van de Algemene GroepsVrijstellingsVerordening (AGVV) van de Europese Unie. Hieraan moet ook de SRVB voldoen. Het duurt volgens IN-CITE een paar maanden om de wijzigingen door te voeren. IN-CITE gaat er vanuit dat de regeling gewoon doorloopt tot 2025.

Doel
De regeling is bedoeld om de vervanging van oudere motoren door de moderne Stage V motoren te versnellen. Deze motoren stoten minder fijnstof en stikstof uit. Hiernaast komt geld beschikbaar voor de aanschaf van SCR katalysatoren, die specifiek de stikstofuitstoot terugdringen. Tot slot kunnen ook elektrische aandrijfmotoren worden gesubsidieerd, als zij van elektriciteit worden voorzien door een batterij of brandstofcel of indien de huidige oplossing makkelijk hierdoor vervangen kan worden. Wanneer zij rechtstreeks samenhangen met een van bovenstaande investeringen, komen ook maatregelen tegen geluidsemissies in aanmerking voor subsidie.

Tijdpad en bedragen
De verkrijgbare subsidie per vaartuig bedraagt maximaal €400.000. Het subsidiepercentage is ten hoogste 40% van de investeringskosten (dit percentage kan voor MKB aanvragers worden verhoogd naar 50% voor middelgrote ondernemers en 60% voor kleine ondernemers). Subsidieverdeling vindt plaats op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.

Voor de aanschaf van een Stage V motor (met typegoedkeuring) of elektromotor is in totaal € 30,8 miljoen beschikbaar, verdeeld over de periode 2021-2023. In 2023 is € 17 miljoen beschikbaar. Voor de aanschaf van SCR katalysatoren (desgewenst in combinatie met een roetfilter) is gedurende de periode 2021-2025 in totaal € 46,4 miljoen beschikbaar. In 2023 is € 4,5 miljoen beschikbaar. Voor de regeling is gedurende de gehele looptijd (einde in 2023, resp. 2025) de mogelijkheid een aanvraag te doen in de eerste drie kwartalen.

Aanvragen
U kunt een aanvraag doen via de website van de RVO: www.rvo.nl/SRVB. Let erop dat u voor het doen van een aanvraag E-Herkenning niveau 2+ inclusief machtiging RVO diensten op niveau 2+ nodig heeft (heeft u dit nog niet, vraag dit dan eerst aan). Er zitten een aantal basisvereisten aan iedere aanvraag, zie hiervoor de FAQ van de regeling. Reken in ieder geval op de volgende onderdelen:
1. Binnenschipcertificaat van het vaartuig;
2. Vaartijdenboek waarin duidelijk wordt dat in de afgelopen 12 maanden het schip 60 dagen in Nederland in bedrijf was;
3. Duidelijk gespecificeerde, nog geldige, offerte van de investering.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.