Tag archieven: binnenvaart

Waalkade komende week moeilijk(er) bereikbaar

NIJMEGEN Schippers en bedrijven die volgende week met de auto van of naar het schip willen aan de Nijmeegse Waalkade, moeten rekening houden met werkzaamheden aan de Veemarkt en Waalkade. Vanwege de wegwerkzaamheden gelden omleidingroutes voor bestemmingsverkeer.

Wie van boord wil moet er rekening mee houden dat de rijroute via de Veemarkt is afgesloten. U moet via de Waalkade richting het oosten rijden en dan via de Voerweg Nijmegen uitrijden. Om aan boord te komen is de normale route via de Veemarkt niet mogelijk. Komt u via de Waalbrug (N325) dan loopt de omleiding via de de Sint Jorisstraat, Kelfkensbos en Voerweg naar de Waalkade. Via de Oranjesingel (S103) loopt de omleiding via de Van der Brugghenstraat, Hertogstraat en Voerweg naar de Waalkade.
Het camerasysteem aan de Waalkade is gedurende de werkzaamheden uitgeschakeld. Het insturen van het formulier kentekenregistratie is dus niet nodig.

Voor vragen of informatie kunt u contact opnemen met de Havendienst Nijmegen, tel. : 06 46 19 54 73.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

Goed personeel is voor Rivertech het belangrijkste

ARNHEM Het zijn de kick-off weken, wat betekent dat de bemanningsleden van de schepen van Rivertech bij elkaar komen in Duitsland. In Duisburg ligt een groot aantal riviercruiseschepen waarvan het bedrijf het management heeft. Ruim 400 bemanningsleden krijgen onder de noemer ‘Together Forward’ trainingen en worden klaargestoomd voor het nieuwe vaarseizoen. Naast de educatieve factor heeft de bemanning ook de kans om collega’s van andere schepen te spreken. Goed gemotiveerd en degelijk opgeleid personeel is voor Rivertech het belangrijkste.

Rivertech bestaat inmiddels ruim vijftien jaar. Het is een nautisch en technisch managementbureau voor riviercruiseschepen. De schepen varen onder andere van Amsterdam naar Boedapest en door naar de Zwarte Zee. Ook varen er zes schepen permanent in Frankrijk. ‘In totaal hebben wij 33 schepen van vijf klanten in beheer, wij bezitten geen eigen schepen’, vertelt CEO Otto Groen. ‘Naast management, bieden we ook turnkey oplossingen aan, vanaf de bouw tot aan de ingebruikname van een schip. We zorgen voor de Lloyds certificering, dat de schepen onderhouden worden en voor de ligplaatsen.’

Drie eenheid
Goed personeel is voor Rivertech zo belangrijk dat het bedrijf binnen de Rivertech Academy zelf mensen opleidt. ‘Je bent als bemanning deel van de vijf sterren beleving aan boord’, vervolgt Groen. ‘Je staat altijd in de schijnwerpers. Bepaalde mensen vinden dat leuk. Ze stappen van de vrachtvaart over naar de passagiersvaart. Maar als je het niet leuk vindt om met de gasten te communiceren, ook in het Engels en Duits, dan moet je in de vracht blijven. Want het is een heel apart leven in de passagiersvaart. Je vaart toch met 170 tot 180 gasten aan boord. Als kapitein run je met de Cruisemanager en Hotelmanager een bedrijf. De kapitein zorgt ervoor dat de gasten van A naar B komen, vertelt over de nautische uitdagingen en wat er tijdens de reis is te zien. De kapitein is uiteindelijk ook de eindverantwoordelijke voor alles. Met de veelheid aan nationaliteiten van binnen en buiten de EU aan boord, moet hij ook een goede manager zijn. Je hebt het wel over vijftig man bemanning aan boord. Maar pas als de Cruisemanager, Hotelmanager en Kapitein goed samenwerken heb je de beste beleving aan boord. Het moet een sterke drie eenheid zijn.’

Pure luxe
De riviercruisevaart is overigens al lang geen suf reisje meer over de Rijn. Het zijn luxe vijf sterren schepen van 135 x 11,45 meter. Eén van de schepen, de AmaMagna, is zelfs 22 meter breed en heeft een ultraluxe suite van 40 vierkante meter aan boord. In het verleden zag je vooral een ouder publiek aan boord, maar tegenwoordig worden de gasten steeds jonger en actiever. Zo chartert Disney zelfs schepen voor gezinnen met kinderen en bieden hiervoor een speciaal programma. Daarnaast komen sportieve mensen, zoals fietsers, ook aan hun trekken. De touroperator die het schip chartert, biedt vaar-fietsreizen aan, waarbij een hele trailer met hightech carbonfietsen aan boord wordt gehezen. Onder begeleiding van een fitness trainer en een fietsmonteur worden er prachtige routes langs de rivier gereden. Ondertussen vaart het schip door en pikt de fietsers verderop weer op.

Volgens Marianne Hendriks, Managing Director bij Rivertech, biedt riviercruisevaart veel waar voor gasten van buiten Europa. ‘Amerikanen willen Europe in a nutshell. Ze kunnen in twee weken heel Europa zien, van Amsterdam tot Boedapest. In drie weken zelfs door tot aan de Zwarte Zee. Europa is veelzijdig en biedt veel verschillende landschappen en culturen in een relatief korte tijd. Bovendien reist de gast comfortabel, in alle luxe en wordt volledig in de watten gelegd.’

Zeven weken
Vanaf vaarseizoen 2023 is het zelfs mogelijk om in zeven weken, op zeven verschillende schepen op zeven verschillende rivieren te varen. Deze nieuwe reis in het programma van de touroperator is voor Rivertech ook wel een uitdaging. ‘Wij haken met deze ‘Seven Weeks, Seven Rivers’ in op de reguliere schepen. Dat betekent dat onze planning heel goed op orde moet zijn. Wij moeten zorgen dat de schepen op de juiste tijd op de juiste plek liggen en dat we niet alleen maar ‘s nachts varen. Dan zien de mensen niets en hebben ze niet de ultieme beleving.’

Daarnaast is het type mensen die een reis van zeven weken boekt anders. Vaak komen ze vanuit de zeecruises. ‘De levensstandaard is over het algemeen hoger en daarmee ook het verwachtingsniveau. Dan moet dus echt alles kloppen. Maar met deze reizen haal je wel het traditionele reisje op de Rijn uit het slop. Deze reis is next level, zowel voor de gast als voor ons. In zijn totaliteit ontwikkelt de rivercruisebusiness zich steeds verder als gevolg van de veranderende vraag. Tien jaar geleden had je geen Disney aan boord.’

Groener varen
Ook vanuit technisch en milieu perspectief ontwikkelt de riviercruisevaart zich steeds verder. Zo zijn de nieuwste schepen voorzien van dieselelektrische voortstuwing, hebben ze Stage V en Euro 6 motoren aan boorden met Adblue. Onder druk van het gasolieverbruik, de hoge brandstofprijzen en de strengere milieuregelgeving loont het om efficiënter en groener te varen. ‘Rivertech was met de AmaKristina de eerste in de riviercruisevaart met de Green Award’, vervolgt Groen. ‘Die moet je ook wel hebben. Grote havens weren inmiddels schepen zonder Green Award. Amsterdam kom je al niet meer in zonder dit keurmerk.’

Minder gasolie verbruiken is overigens niet alleen een zaak van de bemanning. ‘Natuurlijk proberen we ons personeel bewust te maken van efficiënt en energiezuinig varen, maar voorzien ook in ondersteunende systemen. Als rederij zetten wij in op voortvarend, brandstofbesparend en optimaal varen. Dit zorgt voor minder verbruik en is goed voor het milieu. We hoeven niet perse snel te varen om op de plaats van bestemming te komen. In overleg met de touroperator proberen we de routes zo te maken dat er efficiënt en comfortabel gevaren kan worden. Dit draagt ook bij aan een positieve beleving van de gast aan boord.’

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

Fors hogere omzet voor de binnenvaart

AMSTERDAM De binnenvaart heeft vorig jaar bij een lichte volumedaling een fors hogere omzet laten zien. Veel bedrijven in de droge lading hadden volgens de economen van de ING ‘hun beste jaar in decennia’. De spottarieven lagen in de eerste drie kwartalen 70% hoger dan een jaar eerder.

De ING-economen verwachten dat de tarieven in de binnenvaart dit jaar terugzakken. Zeker als laag water uitblijft. Toch wijzen meerjarige contracten erop dat de vervoerstarieven in 2023 flink hoger blijven dan voor 2022.

Iets minder
Na herstel tot boven pre-coronaniveau is het binnenvaartvolume (in ton/km) in 2022 per saldo weer teruggezakt (-4%). Dit hing vooral samen met laag water op de Rijn in juli en augustus, dat ook in september nog gevolgen had. Desondanks is het internationaal vervoer van droge bulk vrijwel stabiel gebleven waarbij de invloed van extra vervoer van energiekolen naar Duitsland doorklinkt. Ook het vervoer van natte bulk bleef relatief goed overeind, wat ook te maken heeft met de volatiliteit op de oliemarkt en meer handel. In lijn met de overslag in de zeehavens zat vooral de klad in het containervervoer, waar op lange termijn juist groei vandaan moet komen. Hierbij speelt mee dat er voor de terugval in consumentenbestedingen aan goederen veel voorraden van consumentenproducten zijn aangelegd.

Containers
Toch lijkt zich ook een ongunstig structureel effect af te tekenen. Het internationaal vervoer van containers staat sinds het langdurig lage water en verschuiving van lading naar het spoor onder druk. In 2022 is die negatieve trend nog niet gekeerd. In 2023 blijft het vervoer van droge en natte bulk naar verwachting opnieuw het best overeind, ook al profiteert de binnentankvaart door specifiek vereiste schepen nauwelijks van de LNG hausse. Als een lange periode van laag water uitblijft dan is er volumegroei mogelijk, vervoer over water blijft immers voor verladers (met afstand) het meest efficiënt.

Tankvaart
Opvallend is dat de internationale tankvaart de afgelopen jaren een groeimarkt is geweest voor de binnenvaart. Dit is voor een belangrijk deel gedreven door gespecialiseerd vervoer voor de chemie. Zo worden er RVS-tankers op de Rijn ingezet voor BASF. Verder liggen er kansen voor het vervoer van vloeibare gassen, zoals LNG en in het toenemende bijmengen van verschillende biobrandstoffen en de toekomstige bunkering van (groene) methanol in zeeschepen. Wel zal de elektrificatie van het West-Europese wagenpark op weg naar 2030 merkbaar worden in de tankvaart, doordat de brandstofhandel minder wordt.

Tijdelijk fenomeen
Vanwege de druk om Russisch gas structureel te vervangen gaat de tijdelijke opleving van kolen in energiecentrales langer duren en zijn beperkingen in Nederland en Duitsland opgeschort. In de eerste helft van 2022 liep het aandeel van kolen in de Duitse energiemix op van 27,1% naar 31,4% en in het derde kwartaal van 2022 was dit ruim 36% Dit heeft al tot veel grotere overslag in de havens van Rotterdam en Amsterdam geleid en dit zorgt ook voor meer binnenvaart, met name over de Rijn naar energiecentrales in Duitsland. Dit krijgt ook in 2023 nog een vervolg. Vervoerszekerheid is nu belangrijk en dat heeft dit jaar tot diverse nieuwe chartercontracten voor kolenvervoer tegen veel hogere tarieven geleid. Overigens is het overheidsbeleid er nog steeds wel op gericht om het kolenverbruik op weg naar 2030 verregaand terug te dringen. De opleving van dit ladingpakket is daardoor een tijdelijk fenomeen.

Minder congestie
Als gevolg van de oorlog in Oekraïne en de stagnerende wereldhandel, was 2022 geen goed jaar voor de zeehavens. Voor een deel zit dit echter in het wegvallen van ‘transshipment lading’ dat niet naar het achterland gaat. Dit leidt tot vertragingen voor ‘feeders’, maar ook binnenvaartschepen moeten langer wachten tot ze aan de beurt zijn. De aankomstvertragingen en congestie nemen in 2023 verder af. Hierdoor zal de efficiëntie in het containervervoer naar verwachting herstel laten zien. Ook valt er in elk geval een deel van het herschikkingswerk weg als de golf van lege containers wegebt. Wel blijft een sterkere rol van de binnenvaart in het multimodale vervoer van en naar de zeehavens op de kaart staan. Zo werkt BTT Multimodal via terminals in Eindhoven, Tilburg en Bergen op Zoom verder aan de intensivering van containervervoer naar zeehavens over water. Ook internationaal van en naar Duitse en Belgische hubs (Duisburg, Luik en Antwerpen) blijven er door het volumevoordeel multimodale kansen. Overigens heeft druk op de capaciteit van droge ladingschepen ook een overloopeffect voor de containerbinnenvaart, aangezien de meeste schepen multi-inzetbaar zijn.

Weinig nieuwe schepen
In de droge ladingvaart zijn het afgelopen decennium jaarlijks slechts een handvol schepen nieuw in de vaart gekomen. Dat waren er na 2010 gemiddeld ruim 20 per jaar. Deze schepen zijn wel groter dan gemiddeld, maar er zijn ook steeds meer kleine schepen uit de vaart genomen. Per saldo is er geen capaciteit bijgekomen. Hierdoor is de vloot verouderd en tegelijkertijd is de inzetbaarheid (op het kanalennetwerk) afgenomen. Ook de vervoersprestatie is in die tijd ongeveer gelijk gebleven. Met begin 2023 zo’n 70 schepen in bestelling komen er wel meer schepen in de vaart, vooral tankers, maar dat zal de markt niet overspoelen.

Gevolgen oorlog
Als gevolg van de oorlog in Oekraïne is de vraag naar binnenvaartschepen in het Donaugebied in 2022 sterk toegenomen. Door de blokkering van Zwarte zeehavens voor diverse goederen wordt er via grenssteden als Izmajil en Galati lading over de rivier verder het Europese binnenland in vervoerd. Dat ging om graan, maar ook om bijvoorbeeld staal en brandstoffen. Naar schatting van makelaars zijn er in 2022 zo’n 250 schepen met een capaciteit veelal tussen de 1000-2000 ton uit de West-Europese vloot aan Roemenië verkocht. Dat loopt ook op tot zo’n 3% van de vloot en dat is substantieel. Deze schepen komen naar verwachting niet meer terug in de West-Europese vloot. De extra vraag naar schepen heeft ervoor gezorgd dat de waarde van schepen een flink impuls heeft gekregen.

Beperkte restcapaciteit
Door inkrimping van de vlootcapaciteit door verkoop van schepen, lagere beladingsgraden vanwege lage waterstanden en minder efficiënt vervoer in de tankvaart (zie hieronder) is de restcapaciteit ingekrompen. En die verkrapping werkt door in de prijsniveau’s. Er wordt meer onder contract gevaren (bijvoorbeeld voor kolen) omdat vervoerszekerheid minder vanzelfsprekend is. Dat verladers zoals Rhenus ook zelf actief zijn om scheepscapaciteit te laten bouwen is ook een indicatie dat de capaciteit niet langer heel ruim is. De afname van congestie in havens kan in 2023 wel voor iets meer lucht zorgen in de droge ladingvaart.

Minder efficiënte inzet
Met de introductie van meerdere soorten (alternatieve) brandstoffen, waaronder biobrandstoffen, die vaak niet tegelijk kunnen worden vervoerd, neemt de flexibiliteit van de scheepsinzet af. Dit kan ook zorgen voor lagere beladingsgraden. Een andere relevante ontwikkeling in dit verband is, het verbod op varend ontgassen dat in aantocht is en waarschijnlijk nog in 2023 in gaat. Dit betekent dat schepen of wel ‘dedicated’ op een vaste ladingstroom zullen moeten gaan varen, of gebruik moeten maken van een installatie aan de wal. Naar verluid duurt het ontgassen van een schip van 3.000 ton zo’n 15 uur en gaat het in Nederland om zo’n 5.000 ontgassingen per jaar. Schepen liggen daarbij tot 24 uur stil.

Laag water
Klimaatverandering en het tegengaan daarvan treft de binnenvaart op verschillende manieren. Fossiele lading neemt met de energietransitie op termijn af, maar de rivier wordt grilliger. Het feit dat sneeuw in de Alpen lang uitbleef en dat het smelten door klimaatverandering ook steeds eerder begint, is een teken dat de Rijn geleidelijk meer een regenrivier wordt. De afgelopen jaren hebben we hierdoor al vaker langer laag water gezien. Hierdoor nemen de voorspelbaarheid en de gemiddelde beladingsgraad af. Ook in de zomer van 2023 kan laag water voor de binnenvaart de beladingsgraad weer drukken. Oplossingen hiervoor zijn niet eenvoudig, al is er bijvoorbeeld een aangepaste tanker ontwikkeld met minder diepgang voor de Midden- en Bovenrijn.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

Budget voor vervanging motor al weer op

DEN HAAG Het budget voor motorvervanging in het kader van de Tijdelijke Subsidieregeling Verduurzaming Binnenvaartschepen was binnen een dag al op. Het heeft weinig zin om hiervoor nog een aanvraag te doen. Voor nabehandeling is nog wel budget beschikbaar.

De Tijdelijke Subsidieregeling Verduurzaming Binnenvaartschepen is onder meer in het leven geroepen om de uitstoot van broeikasgassen in de binnenvaart te verminderen. Einddoel is een nagenoeg emissieloze sector in 2050. Een belangrijk meetmoment is 2035, wanneer de uitstoot van milieuverontreinigende stoffen zoals fijnstof en stikstof met 25% tot 50% moet zijn afgenomen. Hiernaast is er de structurele aanpak stikstofproblematiek, waarin het Rijk de nationale stikstofuitstoot wil terugdringen.

Stage V
De regeling is bedoeld om de vervanging van oudere motoren door de moderne Stage V motoren te versnellen. Deze motoren stoten minder fijnstof en stikstof uit. Hiernaast is geld beschikbaar voor de aanschaf van SCR katalysatoren, die specifiek de stikstofuitstoot terugdringen. Tot slot kunnen ook elektrische aandrijfmotoren worden gesubsidieerd, als zij van elektriciteit worden voorzien door een batterij of brandstofcel of indien de huidige oplossing makkelijk hierdoor vervangen kan worden. Wanneer zij rechtstreeks samenhangen met een van bovenstaande investeringen, komen ook maatregelen tegen geluidsemissies in aanmerking voor subsidie.

Tijdpad en Subsidiebedragen
De verkrijgbare subsidie per vaartuig bedraagt maximaal €400.000. Het subsidiepercentage is ten hoogste 40% van de investeringskosten. Dit percentage kan voor MKB aanvragers worden verhoogd naar 50% voor middelgrote ondernemers en 60% voor kleine ondernemers. Subsidieverdeling vindt plaats op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

Tekort aan data over transport lege containers

ROTTERDAM Er is nationaal een grootschalig tekort aan data over transport van lege containers. Dit blijkt uit recent onderzoek van studenten van de Hogeschool Rotterdam opleiding logistics management. De aanleiding van het onderzoek was het reduceren van wegkilometers en CO² uitstoot door de binnenvaart te stimuleren.

Lege containers herpositioneren speelt hier een sleutelrol, maar nu blijkt er een nationaal tekort aan data over lege containers. Het onderzoek werd gedaan in het kader van het Joint Corridors Off Road programma van de provincie Zuid-Holland.

‘Schrikbarend’
Om de supply chain en knelpunten bloot te stellen, hebben de studenten literatuurstudie uitgevoerd en interviews met stakeholders gehouden. Een belangrijk onderdeel van het onderzoek betreft de herpositionering van lege containers. Uit de interviews blijkt echter dat de geïnterviewde stakeholders weinig tot geen inzicht hebben in het aantal lege containers dat zij afhandelen. Het bleek een schrikbarende ontdekking voor de studenten. Deze data is namelijk van cruciaal belang om binnenvaart zo optimaal mogelijk te benutten.

Ook in het kader van verduurzaming is deze data belangrijk. In de transitie naar een duurzamere toekomst stappen bedrijven steeds vaker over van transport over de weg naar transport over het water. Dit zorgt voor minder kosten en CO² uitstoot, maar kan vaak nóg zuiniger. ‘Maar dan moet de nodige data er wel zijn.’

In kaart brengen
Voor alle bedrijven die te maken hebben met lege containers geldt volgens de studenten: ‘Breng de situatie in kaart en verzamel zoveel mogelijk relevante data. Ook bedrijven die nog grotendeels gebruik maken van transport over de weg hebben hier belang bij. Een situatieschets laat namelijk duidelijk de potentie van de transitie naar binnenvaart zien. Wanneer het bedrijf zich in verdere fases van deze transitie bevindt, is belangrijke data al aanwezig, wat optimalisatie versoepelt.’
Het resultaat van het onderzoek van de studenten vraagt om vervolgonderzoek. De studenten hebben hun onderzoek afgesloten en hebben het officiële Off-Road Runners certificaat hiervoor ontvangen uit handen van prof. Bart Kuipers van de Erasmus Universiteit.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

FUREC project levert binnenvaart mogelijk 1,2 miljoen ton aan lading op

ESSEN RWE wil in Limburg circulaire en groene waterstof gaan produceren. Daarvoor moet niet recyclebaar huishoudelijk afval worden aangevoerd en pellets worden afgevoerd. En dat wil RWE zoveel mogelijk per schip gaan doen. Het zogenoemde FUREC project van het bedrijf kan de binnenvaart in Limburg uiteindelijk zo’n 1,2 miljoen ton aan werk opleveren.

Voor het Fuse Reuse Recycle project (FUREC) is RWE voornemens installaties te bouwen op zowel Bedrijvenpark Zevenellen in Haelen als op het Chemelot terrein in Sittard-Geleen. De bedoeling is dat in Haelen het afval wordt ingenomen. FUREC heeft hiervoor op het bedrijvenpark een optie genomen op een aantal hectaren grond, direct aan de haven. In de nog te bouwen voorbehandelingsinstallatie wordt niet-recyclebaar vast huishoudelijk afval gesorteerd, verkleind en verwerkt tot korrels, ook wel pellets genoemd. De installatie gaat ongeveer 700.000 ton huishoudelijk afval per jaar verwerken. Dit komt overeen met de hoeveelheid afval die jaarlijks door ongeveer twee miljoen mensen wordt geproduceerd.

Modal shift
Het afval wat in Haelen verwerkt gaat worden, wil RWE bij voorkeur uit Limburg en omgeving halen. Zo lokaal mogelijk dus. Voor de aanvoer wordt volgens RWE woordvoerder Marjanne van Ginkel-Vroom zoveel mogelijk gebruik gemaakt van de binnenvaart. ‘We zetten met FUREC in op een modal shift van weg naar water. Daarom willen we zoveel mogelijk gebruik maken van de binnenvaart. Dat de locatie in Haelen een haven heeft, is dan ook essentieel. Maar hoeveel afval van die 700.000 ton precies via het water gaat, weten we nu nog niet. Dat is afhankelijk van welke afval aanbestedingen we uiteindelijk gaan winnen.’

500.000 ton pellets
De grondstofpellets die in Haelen in de voorbehandelingsinstallatie worden gemaakt, worden uiteindelijk vervoerd naar industrieterrein Chemelot in Sittard-Geleen. Volgens de RWE woordvoerder gaan al deze pellets straks per schip van Zevenellen naar Chemelot. Het gaat dan om ongeveer 450.000 tot 500.000 ton aan pellets per jaar.

Om de pellets om te zetten in waterstof, gaat RWE op Chemelot een tweede fabriek bouwen. De fabriek zal naar verwachting 54.000 ton waterstof per jaar produceren. Dit komt overeen met de opbrengst van een 700 megawatt offshore windpark met gekoppelde elektrolysers.

RWE wil de geproduceerde waterstof leveren aan naast gelegen fabrieken op het Chemelot terrein. Het moet de ‘grijze’ waterstof vervangen, die nu nog wordt geproduceerd uit aardgas. Op deze manier wordt het aardgasverbruik op het Chemelot terrein jaarlijks verlaagd met meer dan 280 miljoen kuub. Dit komt overeen met de helft van het jaarlijkse gasverbruik in Limburg. Hiermee wordt ongeveer 400.000 ton CO₂ per jaar bespaard. De bij de waterstofproductie vrijkomende CO₂ wordt afgevangen en kan worden opgeslagen of eventueel in de toekomst door de industrie als grondstof worden gebruikt. Over de afzet van de waterstof is RWE inmiddels in gesprek met bijvoorbeeld OCI, een producent van meststoffen. Het bedrijf op Chemelot kan met de waterstof onder meer haar productieketen verder verduurzamen.

108 miljoen subsidie
De definitieve beslissing over het produceren van de Limburgse waterstof heeft RWE overigens nog niet genomen. Het bedrijf streeft ernaar in 2024 de investeringsbeslissing te nemen. Maar het realiseren van het project is wel dichterbij gekomen met de 108 miljoen euro uit het Innovatiefonds van de EU. Met het fonds ondersteunt Europa innovatieve en maatschappelijk relevante projecten. Roger Miesen, CEO van RWE Generation, nam de financieringsovereenkomst in ontvangst op de Financing Innovative Clean Tech Conference in Brussel. De CEO omschrijft de miljoenen uit het Innovatiefonds van de EU als ‘een cruciale mijlpaal voor de voortgang van het FUREC-project’. ‘Om het hele project uit te voeren is een investering van meer dan 600 miljoen euro nodig. Dankzij deze toegezegde financiering kan RWE in volle vaart door met de verdere ontwikkeling van het project, zoals het verkrijgen van de nodige toestemmingen en vergunningen. Tegelijkertijd gaan we contracten afsluiten met leveranciers voor de installaties, potentiële afnemers van waterstof en CO₂ en bedrijven die afval in geschikte hoeveelheden en kwaliteit leveren.’ (Erik van Huizen / Illustratie RWE)

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

Opnieuw zorgen over verdwijnen klein schip

DEN HAAG Er zijn nog steeds grote zorgen over het afnemen van het aantal kleine schepen. Maar mochten eigenaren van kleine schepen bij het toekomstbestendig maken van hun schip tegen knelpunten oplopen, dan wil minister Harbers van Infrastructuur en Milieu deze schippers ondersteunen bij een beroep op de hardheidsclausule van de Centrale Commissie voor de Rijnvaart. Harbers antwoordt dit op vragen van Tweede Kamerlid Mahir Alkaya (SP).

Alkaya maakt zich onder meer zorgen over het verdwijnen van het kleine schip. Het zou slecht zijn voor een fijnmazig transportsysteem over water. Voor de modal shift dus. Inmiddels hebben verladers en bevrachters aangeven dat kleinschalig vervoer over de binnenwateren belangrijk is en blijft. De minister wijst op het lopende onderzoek naar de effecten van het aflopen van de overgangsbepalingen op de afname van het aantal (kleine) schepen. ‘Dat onderzoek zal onder andere in kaart brengen of de afname van het aantal kleine schepen een negatief effect heeft op het verplaatsen van goederenstromen van de weg naar het water en wat de impact daarvan is op de bedrijvigheid die nu actief gebruik maakt van deze schepen.’ De minister informeert de Kamer in het voorjaar over de resultaten van het onderzoek.

Aan de markt
Harbers ziet overigens niet alleen een rol voor de overheid weggelegd als het gaat om het voorkomen van het afnemen van het aantal (kleine) binnenvaartschepen. ‘Hier ligt ook een opgave voor de markt zelf. De overheid kan niet in marktomstandigheden treden. Dat neemt niet weg dat in het kader van het lopende onderzoek naar de effecten van het aflopen van de overgangsbepalingen op het aantal (kleine) schepen ook bezien zal worden welke kansen er zijn voor (innovatieve) kleinschalige binnenvaartconcepten. Hierbij kan onder andere worden gedacht aan de invloed van nieuwe vervoersconcepten, hoe verladers hierop inspelen en initiatieven op het gebied van smart shipping.’

Modal shift
Alkaya vraagt aan de minister verder nog om de subsidieregeling Modal Shift te verbreden door deze mede in te zetten voor het toekomstbestendiger en duurzamer maken van de bestaande kleine binnenvaartvloot en het verhelpen van knelpunten op het vaarwegennet. Maar de minister vindt de subsidieregeling daar niet voor bedoeld. De regeling richt zich op de opdrachtgevers van transporten. Voor het toekomstbestendiger en duurzamer maken van de bestaande kleine binnenvaartvloot en het verhelpen van knelpunten op het vaarwegennet bestaan andere specifieke regelingen en maatregelen. Ondernemers kunnen voor verduurzaming een beroep doen op de ‘Tijdelijke subsidieregeling verduurzaming binnenvaartschepen’. Voor het verhelpen van knelpunten op het vaarwegennet worden ook maatregelen genomen. In het coalitieakkoord is structureel € 1,125 miljard per jaar en € 1,25 miljard per jaar vanaf 2038 uitgetrokken voor de instandhouding van de wegen, het spoor, de bruggen, de viaducten en de vaarwegen. Een uitbreiding van de scope van de subsidieregeling Modal Shift is tegen deze achtergrond niet aan de orde.’

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

Aqualink bestuur druk in de weer

NIJMEGEN Het behartigen van de belangen van de watergebonden bedrijven in Oost-Nederland vergt flink wat werk. Het bestuur van Aqualink is daar gedurende het jaar druk mee in de weer. Zo praten de bestuursleden steeds vaker mee in verschillende overleggen. En daar maken ze graag tijd voor vrij in hun vaak drukke agenda.

De bestuursleden schuiven regelmatig aan bij overleggen en vergaderingen. Zoals de overleggen van de gemeenten Nijmegen en Arnhem en belangenorganisaties als TPN West en de Stichting Arnhemse Bedrijventerreinen (StAB). Ze praten mee over het wel en wee in de havens om de belangen van de aangesloten leden te behartigen. Zo is de haven van Arnhem flink in ontwikkeling. Nu de meeste woonboten zijn verdwenen, moet de Nieuwe Haven een echte industriehaven worden. Een haven waar onder meer de riviercruisevaart in de winter een plek kan vinden en waar onderhoud aan de schepen kan worden gedaan. Het is een flinke klus en vergt veel overleg. De bestuursleden praten dan ook samen met alle belanghebbenden en de gemeente Arnhem over de beste manier om de belangen van de watergebonden bedrijven in de haven zo goed mogelijk te behartigen. Ook voor de toekomst. Zaken waar andere belanghebbenden vaak niet direct aan denken.

Bereikbaarheid
Bereikbaarheid van de havens is een van de onderwerpen waarvoor de bestuursleden van Aqualink zich hard maken. Een voorbeeld waarin Aqualink dit jaar een rol in heeft gespeeld voor de leden is de herinrichting van de Nijmeegse Waalkade. Auto’s zijn er niet meer welkom. Dat betekende dat bedrijven niet meer bij de schepen zouden kunnen komen. In samenwerking met de havendienst en de afdeling parkeerbeheer werd op verzoek van Aqualink een goede werkbare oplossing gevonden. Afgesproken werd dat de binnenvaart, cruisevaart en scheepvaart gerelateerde bedrijven een ontheffing van het verbod kunnen krijgen.

Tevens luidde Aqualink bij Rijkswaterstaat de noodklok over de sluizen van Weurt en Grave. Deze worden regelmatig getroffen door defecten waardoor de sluizen moeten worden gestremd. Met alle gevolgen voor de binnenvaart. ‘Duurzaam en toekomstbestendig ondernemen in de haven van Nijmegen wordt ons gewoonweg onmogelijk gemaakt door het ontbreken van adequate en betrouwbare infrastructuur’, heeft Aqualink-bestuur Rijkswaterstaat laten weten.

Overige zaken
Naast het behartigen van de belangen van de leden, vergt een vereniging als Aqualink vanzelfsprekend ook nog andere zaken, zoals de administratie, het houden van bestuurs- en ledenvergaderingen, het informeren van leden, beurzen waarop leden van Aqualink gezamenlijk kunnen staan, het organiseren van ledenbijeenkomsten en het zorgen dat alles goed wordt vastgelegd en afgehandeld.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

Extra geld voor subsidie vervanging binnenvaartmotoren

DEN HAAG Binnenvaartschippers kunnen ook in 2023 subsidie aanvragen om hun motor te laten vervangen door een nieuwer, duurzamer model met minimaal Stage V niveau. Het Rijk stelt hiervoor een extra 8 miljoen euro beschikbaar.

Door de populariteit van de subsidieregeling was de subsidiepot die er voor de komende jaren beschikbaar was al snel uitgeput. Daarom komt er nu extra geld beschikbaar.

 Schippers kunnen vanaf 7 februari een aanvraag indienen bij de RVO. Naast het extra geld voor de motorvervanging wordt het maximale subsidiebedrag per aanvraag ook verhoogd, van 200.000 naar 400.000 euro.
 ‘De binnenvaart staat voor een grote verduurzamingsopgave, en kan dit niet alleen’, zegt minister van Infrastructuur en Waterstaat Mark Harbers. ‘Het is goed om te zien dat schippers zo voortvarend aan de slag zijn gegaan met motorvervanging en dat wil ik blijven stimuleren. Want een lagere uitstoot van stikstof en andere stoffen door de binnenvaart is iedereen bij gebaat.’

Katalysator
Een eerdere optie die er was om een SCR-katalysator aan te schaffen en te laten installeren in een motor bleek minder in trek bij ondernemers. De regels voor deze subsidie worden daarom verruimd, zodat er geld kan worden aangevraagd voor de aanschaf en installatie van een katalysator in combinatie met een roetfilter. Voor 2023 is hiervoor 12,9 miljoen euro beschikbaar.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

Flexibeler regels moeten binnenvaart aantrekkelijker maken

STRAATSBURG De Centrale Commissie voor de Rijnvaart (CCR) heeft het nieuwe Reglement betreffende het scheepvaartpersoneel op de Rijn goedgekeurd. De moderne en flexibele bemanningsvoorschriften zijn volgens der CCR afgestemd op de sociale belangen en de arbeidsomstandigheden die door het gebruik van nieuwe technologieën in hoog tempo veranderen. Het moet werken in de binnenvaart aantrekkelijker maken.

Met het nieuwe reglement, dat op 1 april 2023 van kracht wordt, gaan er op de Rijn van Bazel tot aan de open zee moderne voorschriften gelden voor de beroepskwalificaties en de bemanning aan boord van binnenvaartschepen. Zo kan de CCR in het geval van technische vernieuwingen voortaan in afzonderlijke gevallen toestaan dat wordt afgeweken van de bemanningsvoorschriften. Voorwaarde is dat deze afwijkende regelingen samen met de technische innovaties een toereikende veiligheid waarborgen. Hierdoor worden proefprojecten over de grenzen heen mogelijk.

Bemanning
Ook bij de samenstelling van de bemanning is meer flexibiliteit ingevoerd. De houder van een kwalificatiecertificaat schipper kan nu bijvoorbeeld nog steeds in een andere functie deel uitmaken van de dekbemanning, met uitzondering van de functie van lichtmatroos. In andere gevallen is het nu uitdrukkelijk geregeld dat een functie door een hogere functie vervangen kan worden en wel als volgt:
– de houder van een kwalificatiecertificaat stuurman kan ook als deksman, matroos of volmatroos ingezet worden;
– de houder van een kwalificatiecertificaat volmatroos kan als deksman of matroos worden ingezet;
– de houder van een kwalificatiecertificaat matroos kan ook als deksman worden ingezet. De nieuwe formulering onderstreept het bijzondere belang van de opleiding, want het is nog steeds niet mogelijk om de lichtmatroos door een hogere functie te vervangen.

Kwalificaties
De functie van de machinist wordt gemoderniseerd. Afgezien van de bekende voorwaarden zijn voortaan ook zij-instromers welkom om rekening te houden met het feit dat de technische installaties in de binnenvaart steeds meer elektronische apparatuur omvatten.
Ook de examens voor het sportpatent en het overheidspatent worden gemoderniseerd. Deze examens mogen voortaan ook aan de simulator afgelegd worden.
Voor de sportpatenten worden de grenzen verhoogd voor de nationale regelingen om zonder een patent te mogen varen, namelijk van 15 m tot 20 m en van 3,68 kW (5 PK) tot 11,03 kW (15 PK).

Nog een ander belangrijk punt voor toekomstige kandidaten: voor het Rijnpatent kan de kandidaat zelf kiezen of hij/zij het examen met of zonder specifieke vergunning voor het bevaren van binnenwateren van maritieme aard wordt afgelegd.
En dit steeds met het doel de mobiliteit van het personeel te bevorderen: de kwalificatiecertificaten, dienstboekjes en vaartijdenboeken die werden afgegeven op grond van het tot nu toe geldende Reglement betreffende het scheepvaartpersoneel blijven geldig tot hun einddatum of uiterlijk tot 18 januari 2032.

Kennis
Ook worden versoepelingen ingevoerd voor het aantonen van kennis van riviergedeelten voor het varen op Rijngedeelten met specifieke risico’s. Tot nu toe werd geëist dat het desbetreffende gedeelte zestien keer afgelegd moest worden, maar voortaan zijn drie reizen in elke richting over het riviergedeelte voldoende. Er zal echter alleen nog maar rekening gehouden worden met reizen die de afgelopen drie jaar werden afgelegd in plaats van in de laatste tien jaar. Het examen voor waterweggedeelten met specifieke risico’s in het Rijngebied kan ook buiten de CCR-lidstaten worden afgelegd. Tussen Duitsland en de Tsjechische Republiek is daarover al overeenstemming bereikt.

Ook de digitalisering doet zijn intrede: wie wil, kan het Rijnpatent (dat een samenvoeging is van het vroegere grote en kleine Rijnpatent) en het kwalificatiecertificaat voor deskundige in elektronisch formaat krijgen in plaats van als kaartje.

Meer coördinatie
Het gemeenschappelijke rechtskader van de CCR maakt het mogelijk om de keuring voor de medische geschiktheid bij iedere door de bevoegde autoriteit erkende arts te laten uitvoeren. In de praktijk betekent dit dat de houder van een kwalificatiecertificaat dat op grond van het nieuwe RSP werd afgegeven voor een medische keuring niet hoeft terug te keren naar het land waar de vorige keuring plaatsvond. De houder van een kwalificatiecertificaat met het logo van de CCR kan zijn geschiktheid laten controleren bij elke erkende arts van een Rijnoeverstaat of België.

De autoriteiten van de CCR-staten werken ook nauw samen als het gaat om de invordering van documenten. Dit komt vooral de verkeersveiligheid ten goede en voorkomt bovendien dat werkgevers een kwalificatiecertificaat voorgelegd krijgen dat eigenlijk ingetrokken of opgeschort is.
De gegevens met betrekking tot de kwalificatiecertificaten, dienstboekjes en vaartijdenboeken worden in elektronische nationale databanken geregistreerd, waardoor de nauwere coördinatie nog efficiënter kan verlopen.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.