Tagarchief: binnenvaart

Kamervragen over situatie op zeehaventerminals

DEN HAAG Tweede Kamerlid Remco Dijkstra (VVD) heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat Cora van Nieuwenhuizen vragen gesteld over de slechte afhandeling van de binnenvaart op de zeehaventerminals. In een artikel in Weekblad Schuttevaer van vorige week deed de Bargeterminal in het Limburgse Born uit de doeken wat de vertragingen voor hen betekenen.

Dijkstra wil van de minister weten in hoeverre ook andere containerterminals in de rest van het land, zoals in Nijmegen of Hengelo hier last van hebben. De maatregelen van de afgelopen twee jaar hebben dus blijkbaar niet tot verbetering geleid. Waarom denkt u dat het zo lastig is om hier oplossingen voor te vinden?’ Dijkstra wil van de minister horen of dit het gevolg is van tegenstrijdige belangen en wat eraan gedaan kan worden om beide partijen nader tot elkaar te brengen. ‘Hoe worden de belangen van de binnenvaart versus de belangen van de grote zeevaart gewogen? Is het waar dat de binnenvaart achteraan hobbelt?’ Het Tweede Kamerlid wil van de minister weten welke maatregelen ze ziet u om de service voor de binnenvaartschippers te verbeteren. ‘En wie is dan per maatregel daarvoor verantwoordelijk?’

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

Nieuwe Limburg Express voor containervervoer

ROTTERDAM European Gateway Services (EGS), Barge Terminal Born en de Danser Group bundelen hun krachten en bieden met de Limburg Express een betrouwbare vervoerscorridor tussen Rotterdam en Limburg. De Limburg Express loopt in Rotterdam de Hutchison Ports ECT Delta terminal aan en in Limburg de binnenvaartterminals in Venlo en Born.

De Limburg Express past volgens de initiatiefnemers in de trend, waarbij partijen lading bundelen om met grotere hoeveelheden containers deepsea terminals in Rotterdam aan te lopen. Het schip MS Isabelle, met een capaciteit van 249 TEU, verzorgt de verbinding. In Rotterdam wordt gebruik gemaakt van fixed windows bij de ECT Delta terminal op woensdag en zaterdag. De Limburg Express loopt vervolgens zowel op donderdag en vrijdag als op maandag Venlo en Born aan en biedt gegarandeerde aankomst- en vertrektijden. De Limburg Express is aanvullend op de reeds bestaande trein- en bargeverbindingen van de betrokken partners. De partners streven er naar de samenwerking verder uit te breiden.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

Vijf miljoen voor verruiming bedientijden

DEN HAAG Minister Cora van Nieuwenhuizen trekt vijf miljoen euro uit voor het verruimen van de bedientijden voor sluizen. Met een betere bediening wil de minister meer lading van de weg naar het water halen.

‘Ik streef naar een robuust bediend vaarwegennet met een vlotte en veilige doorstroming’, meldt Van Nieuwenhuizen. ‘De afgelopen jaren hebben diverse ontwikkelingen effect gehad op de bediening op het hoofdvaarwegennet. Het gaat dan over de invoering van bediening op afstand op diverse locaties en de versobering waardoor bedienregimes zijn aangepast en maatwerkafspraken met diverse provincies zijn gemaakt. Inmiddels is de economie aangetrokken en is de logistieke sector gegroeid. Een modal shift van weg naar water kan soelaas bieden aan de toenemende druk op het hoofdwegennet.’

Beter Bediend
Om die modal shift voor elkaar te krijgen, begint de minister met het programma ‘Beter Bediend’. Haar ministerie heeft daarvoor drie uitgangspunten bepaalt; een efficiëntere afstemming bedienvensters op andere objecten, een vlottere en veiligere afhandeling van het scheepvaartverkeer en een actuelere en uniformere informatievoorziening.

Binnen deze drie uitgangspunten zijn vijf maatregelen op basis van de door de sector ervaren knelpunten geselecteerd:

1. Op de routes de routes Roggebot-Nijkerk, Gaarkeuken, Enkhuizen-Den Oever (Afsluitdijk) en Hollandsche IJssel/Gouwe (Algerasluis) waar op dit moment afstemmingsknelpunten zijn tussen de objecten onderling, wordt tijdelijke uitbreiding van de bedientijden voorzien. Dit betreft locaties waar bediening op afstand al gepland is.

2. Bij enkele objecten waar dit speelt, zullen het cameraplan en de camera’s zelf worden verbeterd om hinder door slechte weersomstandigheden te voorkomen en bediening ook bij slechte weersomstandigheden in stand te houden. In een enkele situatie wordt ook de marifooninstallatie verbeterd.

3. Voor de objecten op het hoofdvaarwegennet waarbij schippers zich buiten de reguliere bedientijden een aantal uur van tevoren moeten aanmelden, zal een eenduidig en overzichtelijk aanmeldplatform worden ontwikkeld en gekoppeld aan een bestaande, veelgebruikte applicatie.

4. In het programma van Vervanging en Renovatie (V&R) worden stremmingen en hinder voorzien door werkzaamheden. Beter Bediend zorgt voor een impuls van de bestaande Minder Hinder aanpak bij V&R projecten, zodat de sector vroegtijdig betrokken wordt om hinderrisico’s en mitigerende maatregelen voor de bediening te identificeren.

5. De sector en Rijkswaterstaat hebben goede ervaringen met Sluisplanning bij sluizen waar werkzaamheden zijn, omdat de bedienaar inzichtelijk heeft hoe hij het beste de aankomende schepen kan inplannen per schutting van de sluis en een schipper weet hoe laat hij door de sluis kan. Uitrol naar drukke routes zoals de Hoofdvaarweg Lemmer-Delfzijl wordt in Beter Bediend voorzien.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

For Ever bunkert biobrandstof voor Heineken

MOERDIJK Het binnenvaartschip For Ever van Combined Cargo Terminals (CCT) heeft voor het eerst gebunkerd met 100% biobrandstof. Volgens de initiatiefnemers wordt tot wel 90% CO2-reductie behaald in vergelijking met het varen op een fossiele brandstof.

Het bunkeren van de 100% biobrandstof is het vervolg van een succesvolle pilot met Heineken in 2017, waarbij gevaren werd met een 30%-blend. Het project wordt mogelijk gemaakt door financiering uit de tijdelijke stimuleringsregeling ‘Schone binnenvaart en duurzame logistiek in Rotterdam’. Het Expertise en Innovatie Centrum Binnenvaart (EICB) ondersteunt het project in samenwerking met het Havenbedrijf Rotterdam waarvan schepen ook op biobrandstof varen.

Geen aanpassingen
De biobrandstof van GoodFuels is gemaakt van duurzame, gecertificeerde afvalstromen. Het is een fossielvrije, synthetische biobrandstof en een easy-to-use drop-in vervanger voor fossiele brandstof. Deze tweede generatie biobrandstof geeft bacterievorming geen kans en is in pure vorm direct inzetbaar in dieselmotoren, zonder aanpassingen aan het schip of de tankinfrastructuur. Er zijn dus geen grote investeringen nodig om op biobrandstof te varen en direct bij te dragen aan de reductie van CO2-uitstoot.

‘Deze 100% toepasbaarheid toont aan dat drop-in biobrandstof verreweg de snelste en makkelijkste manier is om binnenvaartschepen CO2-neutraal te krijgen’, vindt Dirk Kronemeijer als CEO GoodFuels. ‘Daarnaast draagt het bij aan het verbeteren van de luchtkwaliteit. Geweldig nieuws voor cargo-eigenaren zoals Heineken die nu de mogelijkheid hebben om een volledige groene corridor uit te voeren van hun brouwerij in Zoeterwoude naar grote exportmarkten zoals de VS.’

Bert van Grieken is als directeur multimodaal CCT eveneens tevreden. ‘Met dit gezamenlijke initiatief zetten we wederom de extra stap om klimaatambities te behalen. Dit onderstreept onze toewijding om onze klanten duurzame logistieke oplossingen aan te bieden.’

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

Efficiënter gebruik infra door betere uitwisseling van informatie

DELFT Met een betere informatie-uitwisseling tussen verschillende systemen in de haven en het transport zou de infrastructuur veel efficiënter en duurzamer gebruikt kunnen worden. ‘Binnenvaartschippers moeten wachten tot de grote containerschepen zijn uitgeladen, op het spoor ontstaan knelpunten waar treinen niet verder kunnen en met de files op de weg hebben we allemaal te maken’, zegt professor Rudy Negenborn, hoogleraar multi-machine operations & logistics.

Wereldwijd neemt de transportbehoefte steeds verder toe. De Rotterdamse haven kan de grootste containerschepen ter wereld aan, maar het verwerken van de duizenden containers die zo’n schip vervoert, veroorzaakt files op water, weg en spoor. Ook moet volgens Negenborn steeds meer lading op tijd, tegen de laagste kosten en met zo min mogelijk CO2-uitstoot op de plaats van bestemming komen. ‘Er is nu nog heel veel menselijke interactie, meestal telefonisch. Als je dat aan de systemen zelf overlaat, kan dat veel efficiënter. Plannen over bijvoorbeeld welk schip waar moet aanmeren kan dan veel makkelijker op elkaar afgestemd worden, vooral wanneer er onverwachte verstoringen optreden.’

Computers voeren uit
Toenemende rekenkracht en onderlinge communicatiemogelijkheden van computers maken volgens Negenborn straks real-time logistiek mogelijk. ‘Via sensoren, die steeds goedkoper en kleiner worden, halen computers zelf informatie uit de werkelijke wereld, en met behulp van actuatoren kunnen ze vervolgens ook actie ondernemen, zonder tussenkomst van de mens. Als zulke machines met elkaar communiceren en samen taken gaan uitvoeren, noemen we dat multi-machine systemen. We kennen al geautomatiseerd assemblagesystemen in de productiesector, en ook containerterminals zijn vaak grotendeels geautomatiseerd. Toch gaat dat nog niet ver genoeg. Vaak communiceren de individuele onderdelen in zulke systemen nog niet actief met elkaar. Ik onderzoek de voordelen die het kan bieden als ze dat op een grotere schaal wel gaan doen.’

Voorspellend regelen
Negenborn ontwikkelt daarvoor wiskundige modellen om logistiek voorspellend te kunnen regelen. ‘Met behulp van wiskundige modellen en data proberen we te berekenen hoe de toekomst eruit gaat zien. Denk aan een model van de haven van Rotterdam, waarin we simuleren hoe de schepen de onbemande karretjes en de robots in de terminal zich gedragen. Hoe kunnen we dan in de ideale toekomstsituatie uitkomen? Dat willen we automatisch kunnen voorspellen op een schaal van uren, minuten, seconden; real-time dus.’

Zo’n voorspellend model van de haven moet vervolgens coördineren met andere systemen. ‘Hoe dicht de een bij de ideaalsituatie uitkomt, hangt mede af van wat andere in de omgeving doen. Op basis van een onderhandeling tussen systemen kun je dan bijvoorbeeld uitkomen op een exacte tijd waarop een containerschip in de haven moet arriveren om gelijk gelost te kunnen worden. Het schip kan daar vervolgens de snelheid op aanpassen en op die manier brandstof en emissies besparen.’

Autonoom varen
Autonoom varen maakt eveneens deel uit van het onderzoek. Zo werkt Negenborn mee aan de ontwikkeling van een vloot van modulaire autonome vaartuigen die binnen de haven flexibel kleine hoeveelheden containers kunnen gaan vervoeren, vergelijkbaar met de karretjes die in de terminal rijden. ‘Op het water is nog aardig wat ruimte, zeker in vergelijking met de weg. Een deel van het probleem op het land en op andere plekken in de haven kun je oplossen door efficiënter gebruik te maken van het water, bijvoorbeeld door individuele containers op deze manier te vervoeren.’
Ook van de verdergaande autonomie van grotere schepen zijn de verwachtingen hoog. Efficiëntere vaarprofielen bijvoorbeeld moeten transport over water duurzamer maken, maar ook een dreigend tekort aan bemanning kan verholpen worden. ‘Op veel schepen zitten nu meerdere bemanningsleden, dat kan dan misschien met één. Tot op den duur de beste stuurlui zich allemaal aan wal bevinden.’

Proeftuin
Uiteindelijk moet alle onderzoek richting de praktijk gebracht worden. Experimenteren kan in de eigen onderzoekslabs, maar binnenkort ook in het Researchlab Autonomous Shipping (RAS) dat op 18 maart geopend wordt in The Green Village, TU Delfts proeftuin voor duurzame innovatie. ‘Vanuit de formules, simulatiemodellen en gecontroleerde overdekte experimenten naar de buitenwereld; met alle onzekerheden die daarbij komen kijken. We beginnen met het op schaal testen van onze groepen van autonome vaartuigen om daarna snel door te schakelen naar een complexere omgeving met ander waterwegverkeer. Ook wordt het lab een ontmoetingsplek voor alle partijen die bij de ontwikkeling van autonoom varen betrokken zijn. ‘In het lab kunnen we op schaal laten zien wat de laatste stand van de techniek is voor grootschalige transportproblematiek. Dat inspireert veel meer dan met zijn allen om een vergadertafel zitten.’

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

‘Stuur voor duurzame binnenvaart niet op certificaten’

DEN HAAG Een duurzame binnenvaart ligt binnen handbereik, maar dit vraagt wel een andere benadering door havens, vervoerders en verladers. In plaats van te sturen op certificaten voor bepaalde motoren en milieusystemen, zouden zij moeten kijken naar de werkelijk geboekte milieuwinst door een schipper. Dat stellen de partners van het Europese LIFE-project CLINSH (CLean INland SHipping).

‘De binnenvaart is van zichzelf al een duurzame vorm van transport’, stelt gedeputeerde Rik Janssen, voorzitter van het CLINSH-consortium. ‘Maar het kan nog duurzamer. Tot nog toe sturen klanten en ook havenbedrijven op bepaalde motortypen en milieusystemen. Terwijl uit onze praktijkmetingen naar voren komt dan andere schepen minstens zo schoon kunnen zijn als gecertificeerde schepen. Verduurzaming van de binnenvaart kan dus goedkoper, sneller en efficiënter.’

Nieuwe deelnemers
CLINSH is een demonstratieproject dat de effectiviteit en kosten van emissiereducerende technieken en alternatieve brandstoffen vanuit de praktijk in kaart brengt. CLINSH wordt ondersteund door het Europese LIFE fonds. De totale projectkosten zijn ruim 8,5 miljoen euro, waarmee 16 partners uit Nederland, België, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk samen met het Europese LIFE-fonds investeren in diverse projecten die bijdragen aan een duurzame binnenvaart.

Om naar meer gegevens te vergaren is CLINSH op zoek naar nieuwe binnenvaartschippers of reders die willen investeren in de verduurzaming van hun schip of vloot. Op alle schepen die deelnemen aan de praktijkproef wordt meetapparatuur geplaatst, waarna continu de uitstoot aan boord wordt gemeten. Dit moet informatie opleveren over de milieuprestaties en de operationele kosten bij verschillende technieken.

Aan de derde ronde van CLINSH kunnen maximaal 20 schepen deelnemen. De scheepseigenaren moeten bereid zijn te investeren in een SCR in combinatie met DPF, FWE of FWE+ in combinatie met (tijdelijk) GTL, Euro VI/NRE, 100% elektrisch, hybride of diesel-elektrisch of de installatie van elektronische common rail techniek. Ook is er ruimte voor schepen om in te zetten als controlegroep met: LNG, CNG, Euro VI motor, CCR1 of CCR2 motor of hybride techniek.

Tegemoetkoming
Vanuit het project CLINSH ontvangen geselecteerde schippers na de aanbesteding een financiële compensatie voor deelname aan het project. Voor het aanschaffen en laten installeren van de technologie kunnen de schippers tot 50% van de gemaakte kosten ontvangen. De schippers die al met een emissiereducerende technologie of alternatieve brandstof varen kunnen per schip maximaal 10.000 euro onkostenvergoeding krijgen. Wie deelneemt aan CLINSH kan dus een financiële compensatie krijgen voor het leveren van informatie die de verduurzaming van de binnenvaart versnelt. ‘Daarnaast levert deelname aan het project kennis op over de verschillende technieken en bereikte milieuvoordelen, en een koplopersrol binnen de sector. Goede milieuprestaties kunnen in het voordeel van de schipper werken bij het verkrijgen van lading of toegang tot een haven. Schippers kunnen nu een vergoeding krijgen voor aanpassingen die in de toekomst mogelijk verplicht worden.’

De aanbesteding
De derde Europese aanbesteding voor de praktijkproef van dit project, gericht op duurzaam vervoer over water, loopt van 13 maart tot en met 22 april 2019, 14.00 uur.

Alle benodigde informatie voor deze aanbesteding is te vinden via www.clinsh.eu. De aanbestedingsdocumenten kunnen worden opgevraagd door een e-mail te sturen naar tenderclinsh@pzh.nl, met als onderwerp ‘Notify Tender CLINSH’.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

Binnenvaart heeft 25 miljoen extra nodig voor CO2-reductie

ZOETERMEER De binnenvaart heeft 25 miljoen euro aan extra fiscale stimulering nodig om in 2030 de uitstoot van CO2 met 20% verminderd te hebben en in 2050 klimaatneutraal te kunnen varen. Dat concludeert onderzoeksbureau Panteia in haar rapport ‘Op weg naar een klimaatneutrale binnenvaart per 2050’.

De 25 miljoen euro extra heeft betrekking op de periode 2018-2050. De stimulering die Panteia voorstelt betreft overigens geen subsidie, maar mogelijkheden om de belastbare winst van binnenvaartondernemers te drukken. De bestaande regelingen EIA, MIA en VAMIL voldoen daarvoor, maar vereisen volgens Panteia wel ‘een smallere scope’. ‘Het wijzigen van deze regelingen kan leiden tot 16 Mton CO2-reductie in de periode 2018-2050, waarmee de CO2-emissie van de binnenvaart in 2050 nog maar 2,5% van de uitstoot bedraagt in het jaar 2016.

Belangrijk is volgens Panteia wel dat het verdienvermogen van de binnenvaartsector binnen deze periode op een gelijkwaardig niveau van het huidige niveau blijft. ‘Doordat veel van de vergroeningsprikkels via belastingaftrek lopen, is het belangrijk om binnenvaartondernemingen winst te laten maken.’ Ook moeten investeringen in conventionele verbrandingsmotoren, of deze nou gevoed worden door diesel of LNG, niet meer woerden gestimuleerd. ‘De huidige EIA voorziet wel in het stimuleren van zogenaamde energiezuinige verbrandingsmotoren, maar daarbij wordt enkele gekeken naar het specifieke brandstofverbruik en niet naar de grootte van de motor (kW) in relatie tot het inzetpatroon van het schip.’

Onzeker
Op de korte termijn is het volgens de onderzoekers van Panteia nog onzeker of er CO2-reductie gaat plaatsvinden. ‘De meest kansrijke methode hiervoor is het bijmengen van biobrandstof aan de diesel voor de binnenvaart. Momenteel gebeurt dit echter nog niet. Verder kan voor specifieke supplychains ingezet worden op batterij-elektrische schepen. Voorwaarden hierbij zijn korte en voorspelbare vaarafstanden. De zand- en grindsector alsmede de containervaart lenen zich hier goed voor.’

Op de lange termijn gaat de binnenvaart grote stappen zetten om de CO2-footprint terug te dringen. Dat gebeurt zowel met en zonder aanvullend beleid. In het laatste geval kan de CO2 emissie met 87% worden teruggedrongen. ‘Wordt er aanvullend beleid gevoerd, dan kan de uitstoot dalen tot slechts 2,5% van de uitstoot in het jaar 2016.’

Van 10 naar 2,50 euro
Het pad naar klimaatneutrale binnenvaart loopt volgens Panteia, grofweg geschetst, van dieseldirecte verbrandingsmotoren via dieselelektrische aandrijflijnen of batterij-elektrische aandrijflijnen naar waterstof. ‘Zonder aanpassingen in de fiscale regelingen rondom de binnenvaart (EIA, MIA, VAMIL) wordt waterstof pas interessant voor de binnenvaart vanaf het jaar 2035. Met stimuleringsmaatregelen, kan waterstof al interessant worden vanaf het jaar 2025. In 2030 varen er dan al bijna 400 schepen op waterstof rond. Belangrijk voor het succes van waterstof en het moment waarop waterstof zijn intrede gaat doen in de binnenvaartsector is de prijsontwikkeling. De huidige prijs van 10 euro per kg waterstof maakt waterstof niet interessant, maar zodra deze prijs rond de 2,50 euro per kg wordt, kan de binnenvaart grootschalig omschakelen.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

Omzet binnenvaart steeg vorig jaar bijna 13%

DEN HAAG De omzet in de binnenvaart is vorig jaar met 12,7% gestegen. In het vierde kwartaal steeg de omzet volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) zelfs met 30%. Het was volgens het CBS ‘de sterkste omzetstijging voor de binnenvaart in deze eeuw’.

De binnenvaart zag de omzet in het laatste kwartaal van 2018 zo sterk stijgen vanwege de extreem lage waterstanden in oktober en november. ‘De binnenvaartschippers profiteerden hiervan omdat er hogere vrachttarieven bedongen konden worden. Zij ontvingen daarnaast een laagwatertoeslag. Pas vanaf december normaliseerden de waterstanden.’
Schippers konden in de periode van laagwater wel minder lading vervoeren. In oktober en november werd ruim 11% minder vracht vervoerd, terwijl dit in december nagenoeg evenveel was als vorig jaar. Door de sterke omzetstijging in het vierde kwartaal kwam de omzet over heel 2018 een kleine 13% hoger uit dan in 2017.

Koploper
Met de omzetstijging van 30% was de binnenvaart koploper in de transportsector. Gemiddeld steeg de omzet in het transport in het vierde kwartaal met 5,9% ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar. De omzet nam toe in alle branches.
Over het gehele jaar 2018 groeide de omzet in alle bedrijfstakken, op de zeevaart na. In het wegvervoer steeg de omzet bijna 6% en in de luchtvaart met 5%.

Personeel
De transportsector heeft moeite om aan personeel te komen. Zo waren er in het vierde kwartaal meer dan 13.000 openstaande vacatures, ruim 4.500 meer dan een jaar geleden. Voor het komende kwartaal ziet een derde van de bedrijven problemen met de personeelssterkte als grootste belemmering. Desondanks denkt een kleine 15% van de bedrijven dat de omzet zal toenemen. Iets meer dan de helft van de bedrijven verwacht dat de omzet gelijk blijft en ruim een derde van de bedrijven voorziet dat de prijzen voor de aangeboden diensten stijgen.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

Een derde minder nieuwe schepen gebouwd

ROTTERDAM In het afgelopen jaar zijn in West-Europa 60 nieuwe schepen gebouwd. Vergeleken met het jaar daarvoor betekent dit een vermindering met een derde. Dat meldt de IVR.

In de afgelopen vier jaar zijn in totaal 294 nieuwe schepen aan de Europese markt toegevoegd. Het grootste aantal daarvan in de tankvaart, met in totaal met 105 nieuwe schepen. In de droge lading kwamen er in vier jaar tijd 82 nieuwe schepen bij.

De grootste toename vond vorig jaar plaats bij de Nederlandse vloot. In Nederland werden 22 schepen aan de vloot toegevoegd, vijf minder dan een jaar eerder. In Duitsland daalde het aantal nieuw gebouwde schepen van 31 tot 17, in België van 15 naar 7 en in Zwitserland van 10 naar 6.

 

145 jaar IVR
Dit jaar viert de IVR haar 145 jarig jubileum. Tijdens het komende congres op 6 en 7 juni in Praag, wordt hieraan aandacht besteed. Daar spreekt ook de Tsjechische minister van transport Dan Ťok. Hij gaat daarbij in op de betekenis van de binnenvaart in Tsjechië en op ontwikkelingen op het gebied van infrastructuur. ‘De Elbe maakt deel uit van de Orient/East-Med corridor van het zogenaamde transeuropese verkeersnetwerk van de Europese Unie. Deze corridor verbindt grote delen van Midden-Europa met de havens in het Noorden en de Baltische landen, alsmede het mediterrane gebied en speelt als zodanig een centrale rol in het Europese vervoerbeleid.’

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

‘Meten aan de pijp geen alternatief voor proefstandmeting’

DEN HAAG Het zogenoemde meten aan de pijp op binnenvaartschepen is geen alternatief voor de proefstandmeting. Hoewel systemen voor Continueous On Board Monitoring (COBM) als monitorings- en signaleringsinstrument een goed inzicht kunnen
geven in de daadwerkelijke emissies van NOx, is het niet mogelijk om een goede roetmeting (PM) te realiseren.

Een en ander blijkt uit het onlangs gepubliceerde eindrapport in het kader van ‘Green Deal COBALD’ (Continue Aan-Boord AnaLyse en Diagnose). Minister Cora van Nieuwenhuizen van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat stuurde het rapport onlangs aan de Tweede Kamer.

In het kader van de Green Deal is uitgebreid onderzoek gedaan naar de mogelijkheden van COBM van scheepsemissies en de mogelijkheden om hiermee een gelijkwaardig alternatief te bieden aan typegoedkeuring van motoren. Nu het onderzoek is afgerond bleek niet alleen de roetmeting een probleem, ook blijkt de bereidheid om data te delen klein en het deelnamepercentage te gering. Hierdoor kan niet met een gedragen voorstel worden gekomen op basis waarvan kan worden omschreven onder welke voorwaarden een mogelijk gelijkwaardigheidsprincipe kan worden ingevoerd. Ook is het vooralsnog niet mogelijk om deze meetmethode in de Europese wetgeving vastgelegd te krijgen. Volgens Koninklijke BLN-Schuttevaer was ‘van meet af aan was bekend dat het meten van roet (PM) niet mogelijk was op basis van een continue meting’.

Geen oplossing
Volgens de onderzoekers hebben de resultaten van het onderzoek de verwachtingen bij aanvang van deze Green Deal niet waargemaakt. Daardoor zijn voor de toegang tot het havengebied van Rotterdam na 2025 met niet type goedgekeurde CCRII-motoren nog geen oplossingen. Desondanks hebben de bevindingen aangetoond dat COBMsystemen als monitorings- en signaleringsinstrument een goed inzicht kunnen geven in de daadwerkelijke emissies van NOx. Maar volgens de onderzoekers zijn er veel verschillende externe factoren (vaarprofiel, vaargedrag, sluizen, drukte op vaarwegen, brandstofsamenstelling, buitenluchttemperatuur, luchtvochtigheid en dergelijke), waardoor de NOx sterk kan variëren. ‘Het formuleren van een harde grenswaarde voor emissies is daarmee arbitrair.’

En ook monitoring volgens de E3-cyclus, kan een flinke afwijking kan laten zien met de daadwerkelijke gemiddelde praktijkemissies. Deze methode wordt daarom als minder nuttig gezien, vooral voor de toekomstige Stage V motoren. ‘Met de verkregen inzichten is duidelijk geworden dat milieuprestaties middels een E3-cyclusmeting zichtbaar maken, geen goede methode is voor uitsluiting en toelating. Er wordt onvoldoende rekening gehouden met de werkelijke omstandigheden en er wordt geen rekening gehouden met het vaarprofiel en -gedrag. Deze meetmethode geeft daardoor geen goed beeld van de werkelijke emissies. Op dit moment is er echter geen beter alternatief.

Discontinue meten
BLN-Schuttevaer maakt zich hard om linksom of rechtsom de toegang tot de haven van Rotterdam toch te realiseren met bestaande (aangepaste) motoren. Daarom heeft Koninklijke BLN-Schuttevaer in de nu te onderhandelen Green Deal Binnenvaart het continue ‘meten aan de pijp’ laten aanpassen in ‘metingen aan de pijp’. Dit houdt in dat meten op basis van vast te stellen normen en meetmethodieken ook periodiek uitgevoerd kunnen worden. ‘Een APK op de emissie zogezegd. Het COBALD-traject heeft technisch aangetoond dat er zeker kansen zijn om het meten van emissies in de praktijk te gebruiken voor monitoring en signalering we willen ook dat in de toekomst verder uitwerken.’

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.