Categoriearchief: nieuws

Subsidie voor aanschaf van Stage V motor is al weer op

DEN HAAG Het voor 2022 beschikbare budget van de subsidie voor het vervangen van motoren voor Stage V motoren of het plaatsen van een elektrische aandrijflijn is na ruim twee weken al weer helemaal op. Voor het plaatsen van een katalysator is voor dit jaar nog wel budget beschikbaar, ongeveer de helft.

Binnenvaartondernemers konden vanaf 1 januari van dit jaar weer een aanvraag indienen voor subsidie voor het plaatsen van een Stage V motor of het plaatsen van een elektrische aandrijflijn. Via de Tijdelijke Subsidieregeling Verduurzaming Binnenvaartschepen was vanaf 2021 in totaal 13,7 miljoen euro beschikbaar, waarvan 6,9 miljoen vorig jaar. Die miljoenen waren toen ook al weer snel weg. Dit jaar kon de binnenvaart 5,9 miljoen euro subsidie verdelen. Maar ook deze miljoenen zijn nu dus al weer op. ‘Het heeft op dit moment geen zin om voor dit onderdeel nog aanvragen in te dienen’, vertelt woordvoerder Marcus Polman van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO).

Vooral kleine bedrijven
Of er nog een vervolg komt van de subsidieregeling durft Polman niet te zeggen. ‘De Tijdelijke Subsidieregeling Verduurzaming Binnenvaartschepen levert een nuttige bijdrage aan de verduurzaming van de binnenvaartvloot in Nederland, maar de huidige regeling is niet in staat om de gehele vloot te verduurzamen. Het er al dan niet komen van een vervolg is een keuze die ligt bij het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.’
Volgens Polman wordt het grootste deel van de aanvragen voornamelijk ingediend door (zeer) kleine bedrijven. ‘Een grove schatting laat zien dat ongeveer 80% van de in 2022 ingediende aanvragen tot deze categorie (VOF of klein mkb) behoort.’
Volgend jaar wordt het voor de binnenvaartondernemer die niet achter het net wil vissen, zaak nog eerder een aanvraag in te dienen. In 2023 is nog slechts het allerlaatste restje van 900.000 euro uit de subsidieregeling te verdelen.

SCR katalysator
De subsidieverstrekking voor de aanschaf van SCR katalysatoren is een heel ander verhaal. Van 2021 tot en met 2025 is in totaal 63 miljoen beschikbaar. In 2021 ging het geld zelfs niet helemaal op. En voor 2022 komt voor de aanschaf een katalysator 13,6 miljoen euro beschikbaar, voor de jaren 2023 en 2024 15,6 miljoen euro en voor 2025 4,6 miljoen euro.

Om voor subsidie voor een SCR katalysator in aanmerking te komen, moet de katalysator worden ingebouwd in een reeds ingebouwde motor. De katalysator moet minimaal 60% stikstofreductie opleveren ten opzichte van de CCR2 norm voor een soortgelijke motor. De reductie moet worden aangetoond met een meetrapport van een erkend of gecertificeerd meetbedrijf. De binnenvaartondernemer kan de kosten voor dit rapport meenemen in de subsidieaanvraag. Overigens vallen alleen de aanschaf en installatie van de SCR katalysator onder de subsidieregeling. Kiest de binnenvaartondernemer voor een compleet nabehandelingspakket met een SCR katalysator en een roetfilter, dan moeten de kosten bij de aanvraag duidelijk worden uitgesplitst.

Vrijwillige aanschaf
De subsidie voor zowel een Stage V motor als een SCR katalysator bedraagt 40% van de investeringskosten en bedraagt nooit meer dan 200.000 euro. Het subsidiepercentage kan worden opgehoogd voor het MKB. Dit betekent dat middelgrote bedrijven 50% en kleine bedrijven 60% subsidie krijgen. Ook dan geldt het maximum van 200.000 euro per vaartuig.

Om voor subsidie in aanmerking te komen, hoeft het overigens niet te gaan om motoren die speciaal voor de scheepvaart zijn gebouwd. Het kan dus ook gaan om gemariniseerde motoren zoals Euro 6 vrachtwagenmotoren of NRE Stage V industriemotoren. De aanschaf moet wel vrijwillig zijn, en op geen enkele wijze wettelijk zijn verplicht. Het gaat dus om vervanging van een nog werkende motor.
Alleen de aanschaf en installatie van de Stage V motor worden gesubsidieerd. Kosten als onderhoud, reparaties zijn voor eigen rekening van de binnenvaartondernemer.

Subsidie aanvragen
Het aanvragen van subsidie voor het plaatsen van een katalysator kan dus nog altijd via de website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. Voor verdere informatie over de subsidieregeling kunnen binnenvaartondernemers contact opnemen met het Expertise- en InnovatieCentrum Binnenvaart.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

 

Speerpunten CCR: Digitalisering en energietransitie binnenvaart

STRAATSBURG De digitalisering in, en de energietransitie van de binnenvaart zijn de komende twee jaar de belangrijkste speerpunten van de Centrale Commissie voor de Rijnvaart (CCR). Frankrijk bekleedt met ingang van 1 januari 2022 voor de duur van twee jaar het voorzitterschap van de CCR.

Het ambt van voorzitter wordt vervuld door François Alabrune. Hij is directeur Juridische Zaken bij het ministerie van Europa en Buitenlandse Zaken, en hoofd van de Franse delegatie bij de CCR. Het plaatsvervangend voorzitterschap is toevertrouwd aan Brigit Gijsbers, directeur Maritieme Zaken bij het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, en hoofd van de Nederlandse delegatie bij de CCR.

Digitalisering
Op het gebied van de digitalisering is het doel bepaalde diensten uit te rollen waardoor de modal shift naar de binnenvaart kan worden bevorderd en een bijdrage kan worden geleverd aan beter verkeersmanagement, zowel uit economisch als milieuoogpunt, met name door het gebruik van artificiële intelligentie.
De CCR kan in dit opzicht volgens eigen zeggen worden gezien ‘als het forum bij uitstek voor overleg over diverse concrete onderwerpen’. ‘Het gaat daarbij met name om het beheer van sluizen en van wachttijden bij binnenvaartinfrastructuur, het besparen van brandstof door het kiezen van een optimale snelheid (smart shipping) of het inschatten van de overslagtijd.’

Energietransitie
Op basis van de door de CCR aangenomen routekaart voor het terugdringen van de emissies, zou er in de loop van de volgende twee jaar snel vooruitgang moeten worden geboekt. Het gaat daarbij onder meer om innovatieve schepen die gebruik maken van andere brandstoffen dan diesel en waarvoor ontheffingen nodig zullen zijn of wijzigingen in de reglementen van de CCR. Ook de ontwikkeling van een financieel instrument om de energietransitie te ondersteunen, zal centraal staan in de besprekingen. ‘Om dit doel te bereiken zal er op het gebied van de regelgeving een duidelijke weg moeten worden uitgestippeld tussen de voorgestelde herziening van de energiebelastingrichtlijn enerzijds en de beperkingen die er gelden voor het Rijnstroomgebied anderzijds.’

Samenwerking
De Franse delegatie zal tijdens haar voorzitterschap de inspanningen voortzetten die zijn ondernomen om het goede functioneren van het Europees Comité voor de opstelling van standaarden voor de binnenvaart (CESNI) te waarborgen. Doel is de flexibiliteit en doeltreffendheid te verbeteren van dit gemeenschappelijke coördinatie- en standaardiseringsorgaan voor de Europese binnenvaart waarin de lidstaten van de CCR en de EU-lidstaten samenwerken.

Ligplaatsen Oberrhein
De binnenvaart heeft hoge verwachtingen ten aanzien van de ligplaatsen voor vaartuigen langs de Oberrhein. In dit verband heeft Voies navigables de France (VNF) samen met Électricité de France (EDF) een studie in opdracht gegeven met het oog op de aanleg van ligplaatsen voor vrachtschepen. Tegen deze achtergrond stelt het Franse voorzitterschap voor dat de mogelijkheid wordt onderzocht om voor dit soort voorzieningen langs de Rijn, met name bij de sluizen, in overleg met het scheepvaartbedrijfsleven tot een zekere standaardisering te komen.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

 

HbR wil ligplaatsen binnenvaart slimmer inzetten

ROTTERDAM Het Havenbedrijf kijkt hoe de huidige ligplaatsen voor binnenvaart in het westelijk havengebied slimmer kunnen worden ingezet. Zo heeft het vorig jaar een proef gehouden met gemengd afmeren van binnenvaartschepen met gevaarlijke lading in de Rotterdamse haven. Deze proef werd succesvol afgerond.

Uit de proef bleek dat de zogenoemde 1 kegel- en 2 kegelschepen zonder afstand naast elkaar en naast schepen zonder gevaarlijke lading kunnen afmeren. Met de proef wilde het Havenbedrijf ervaring opdoen. Het is nu in afwachting van de nieuwe landelijke beleidsregel over gemengd afmeren van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en de toekomstige aanpassing van het Binnenvaartpolitiereglement (BPR). Voorlopig blijft het huidige verkeersbesluit van kracht en is gemengd afmeren toegestaan op de daarvoor aangewezen pilotlocaties. Het Havenbedrijf werkt verder aan het optimaliseren van de planning en aan een beter afroepsysteem zodat niet per se dicht bij de haven gewacht hoeft te worden.

Corona goed doorstaan
De divisie Havenmeester van het Havenbedrijf Rotterdam, verantwoordelijk voor de veilige en vlotte afwikkeling van het scheepvaartverkeer en de naleving van de Havenbeveiligingswet, heeft het tweede coronajaar goed doorstaan. De pandemie bracht de continuïteit van de dienstverlening niet in gevaar. Het aantal zeeschepen dat in Rotterdam arriveerde, nam toe met circa 700 tot bijna 29.000. Er waren drie ernstige ongevallen. Daarbij werd alleen materiële schade veroorzaakt.

Het aantal zeeschepen dat in Rotterdam arriveerde in 2021 nam toe van 28.169 naar 28.876. Dat is onder het niveau van 2019 toen er 29.492 zeeschepen arriveerden in de Rotterdamse haven. Dat verschil is grotendeels toe te schrijven aan de schaalvergroting in de containervaart.

Iets meer schades
De nautische veiligheidsindex voor ongevallen (7,5) scoorde beter dan het streefcijfer 7. De safety environmental index voor inspecties (7,4) haalde bijna het streefgetal 7,5. Door de pandemie werd er minder, maar wel gerichter geïnspecteerd. Dat leverde dus verhoudingsgewijs meer bevindingen op. Er werden 462 processen verbaal uitgeschreven, waarvan 76 aan de pleziervaart. Het aantal ongevallen – waarvan de helft parkeerschades (67) – steeg van 122 naar 144. Daaronder drie ernstige ongevallen: een zeeschip botste tegen de Calandbrug; een binnenvaartschip schampte een zeeschip in de Eemhaven en een motorsleepboot kapseisde in de Bocht van Esch bij de Van Brienenoordbrug.

Tevreden terugblik
Havenmeester René de Vries kijkt tevreden terug op het tweede coronajaar. “Ik ben trots op mijn collega’s. Ook dit tweede coronajaar kwam onze dienstverlening niet in gevaar en bleef de haven goed bereikbaar. Het was ook een veilig jaar. 144 incidenten op zo’n 800.000 scheepsbewegingen is niet veel, maar de stijging van het aantal ongevallen stemt niet tevreden. Het zijn veelal incidenten door haastig gedrag bij aanmeren. Zeelieden zitten veel langer aan boord, er wordt veel van bemanningen gevraagd. Dat vraagt van ons extra waakzaamheid, want we zijn nog niet klaar met de pandemie”, aldus de havenmeester.

Corona
De corona pandemie had ook in 2021 een dominante invloed op het werk van de divisie Havenmeester. Dat heeft er weer toe geleid dat het werk op bepaalde momenten anders werd georganiseerd. Inmiddels is de Maritime Declaration of Health (MDoH) geautomatiseerd. Vorig jaar leidde die nog tot 25.000 handmatige beoordelingen.

Bemanningswisselingen hebben normaal doorgang gevonden in Rotterdam, maar leidde soms wel tot extra drukte in het Wings/Fletcher hotel. Port Health Authority Rotterdam en dat hotel zijn in 2020 een samenwerking aangegaan. De Port Health Authority Rotterdam (PHAR) is een samenwerkingsverband van een aantal partijen waaronder Havenbedrijf, de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond en ook GGD Rotterdam-Rijnmond. Een belangrijk onderdeel van de PHAR is de bestrijding van infectieziekten (zoals Corona) in de haven van Rotterdam.

Het Havenbedrijf was een van de initiatiefnemers om het vaccineren van alle zeevarenden mogelijk te maken. In totaal zijn er sinds 15 juni 2021 bijna 25.000 vaccinaties (Janssen vaccin) gezet bij zeevarenden. Meer dan de helft van de vaccinaties vonden in Rotterdam plaats. Vorige week is officieel ook gestart met de aanvullende boostercampagne (Pfizer vaccin) voor zeevarenden.

Zorgwekkend
De toenemende ondermijnende criminaliteit in de Rotterdamse haven is zorgwekkend. De beveiliging van de haven is niet alleen iets voor de terminals of de Douane en Zeehavenpolitie, maar gaat alle partijen in en rond de Rotterdamse haven aan. Begin 2021 heeft René de Vries de positie van het Havenbedrijf toegelicht aan de Tweede Kamer. ‘Ondermijnende criminaliteit zien wij als de grootste disruptieve factor. Het bestrijden van criminele netwerken, corruptie en het tegengaan van de illegale doorvoer van goederen (zoals verdovende middelen) en personen (illegale migranten) verdient ook onze primaire aandacht’, verklaarde de havenmeester toen.

Bunkervergunning
In 2021 is per 1 februari de bunkervergunning voor transporteurs ingevoerd. Deze vergunning ziet toe op de fysieke aflevering van (conventionele) brandstoffen door bunkerschepen aan zeeschepen. Op dit moment is er aan 30 bedrijven een bunkervergunning transporteur verleend. Onder alle bunkervergunningen tezamen varen 172 vergunde bunkerlichters in de Rotterdamse haven. Met de introductie van de bunkervergunning is ook een klachtenmeldpunt ingericht, waar klachten rondom het leveren van bunkers kunnen worden gemeld. Er is vooralsnog een beperkt aantal klachten geregistreerd bij het meldpunt.

In 2022 gaat het Havenbedrijf meer bekendheid geven aan het klachtenmeldpunt. In 2022 zal een eerste evaluatie van de bunkervergunning plaatsvinden, waarbij tevens – zoals ook bij de introductie van de bunkervergunning was aangegeven – zal worden gekeken in hoeverre een verplichting van een Mass Flow Meter (geautomatiseerd meetsysteem voor hoeveelheden bunkers die worden geleverd) als verplichting in de bunkervergunning kan worden opgenomen.

Drones
Het gebruik van drones voor inspecties in en om de haven begint gemeengoed te worden mede dankzij de Veiligheidsregio Rotterdam en Port State Control. In oktober 2021 werd de eerste demoweek met een lange afstandsdrone in de Rotterdamse haven gehouden. Divisie Havenmeester is betrokken bij alle vraagstukken die hierbij komen kijken, zoals de indeling van het lage luchtruim.

2022
Met de opkomst van nieuwe coronavarianten blijft nog steeds het belangrijkste voor dit jaar dat de continuïteit van de dienstverlening in de haven gewaarborgd blijft met hetzelfde veiligheidsniveau dat men van het Havenbedrijf gewend is. (Foto Havenbedrijf Rotterdam)

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

Sluis en stuw Belfeld gestremd

BELFELD Hoogwater in combinatie met rommel op de bodem bij stuw Belfeld zorgt ervoor dat Rijkswaterstaat zowel de sluis als de stuw heeft gestremd. Rijkswaterstaat schat dat dit tussen de 24 – 48 uur kan duren. Dit is afhankelijk van de ontwikkeling van de afvoer van de Maas.

Normaalgesproken maakt bij een hoge afvoer de scheepvaart gebruik van de gestreken stuw. De sluis kan dan niet worden gebruikt. Door rommel op de bodem van de stuw kan deze nu niet helemaal worden gestreken. De jukken, onderdelen van het deel van de stuw dat gestreken wordt, hangen ongeveer één meter van de bodem. Mocht een schip over de stuw varen, dan kan de zuigende werking bij een bewegend juk schade veroorzaken aan het schip en/of aan de stuw.

Alternatieve routes
Kleinere schepen kunnen gebruik maken van de Zuid-Willemsvaart. Vanuit Rotterdam is voor grotere schepen varen via Antwerpen het alternatief voor het zuiden.
Zodra meer duidelijkheid is over de duur van de stremming zal deze bekend worden gemaakt via de gebruikelijke wegen. (Foto Rijkswaterstaat gemaakt door Studio Retouched)

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

Tegemoetkoming Rijnvarenden van kracht

DEN HAAG Rijnvarenden in loondienst die tussen 1 mei 2010 en 31 december 2015 dubbele premies hebben betaald, bijvoorbeeld in Luxemburg en Nederland, kunnen onder voorwaarden de premies die zij in een ander land van de rijnvarendenovereenkomst hebben betaald, terugkrijgen.

Sommige rijnvarenden zijn tussen 1 mei 2010 en 31 december 2015 geconfronteerd met dubbele premies. Op basis van de Rijnvarendenovereenkomst moeten ze alleen premies betalen in Nederland. Vaak hebben hun werkgevers ook Luxemburgse premies ingehouden op hun loon. Daarmee hebben de Rijnvarenden feitelijk dus dubbele lasten betaald.

Oplossing
Vanwege bijzonderheden in het Luxemburgse systeem en hun feitelijke situatie, kunnen deze rijnvarenden de in Luxemburg afgedragen premies niet terugvorderen. Luxemburg betaalt de premie alleen terug aan de werkgever en de werkgever is in veel gevallen failliet. Daarnaast is in veel gevallen de Luxemburgse termijn voor het aanvragen van premierestitutie verstreken. De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de staatssecretaris van Financiën hebben aan de Kamer toegezegd om een oplossing voor deze groep te bieden. Die oplossing is er vanaf nu.

De groep die in aanmerking komt voor de tegemoetkoming zijn de rijnvarenden die in deze periode geconfronteerd zijn met dubbele premies doordat hun werkgever in de verkeerde rijnoeverstaat premies heeft afgedragen terwijl vaststaat dat Nederland de premies mag heffen. De rijnoeverstaten zijn Luxemburg, België, Frankrijk, Duitsland en Zwitserland. De Regeling is daarom niet alleen van toepassing op rijnvarenden met een werkgever uit Luxemburg, maar ook voor hen met werkgevers uit de andere rijnoeverstaten; zij waren in die tijd aangesloten bij de Rijnvarendenovereenkomst. De problematiek speelt vooral in relatie tot Luxemburg.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

RWS vanaf 2026 aan de gang met kunstwerken Maas

UTRECHT Witteveen+Bos, Royal HaskoningDHV en Pilz gaan voor Rijkswaterstaat onderzoeken wat er precies moet gebeuren aan de aandrijfinstallaties in sluizen, beweegbare bruggen en gemalen in de Maas en de bijbehorende kanalen. De meeste daarvan naderen het einde van hun levensduur. Dat geldt ook voor de ICT-systemen voor de bediening. Rijkswaterstaat verwacht dat de uitvoering van het uiteindelijke werk vanaf 2026 gaat gebeuren.

Doel is om straks de automatiseringssystemen en elektrotechnische en werktuigbouwkundige installaties zodanig te moderniseren dat ze zijn toegerust voor de toekomst en betrouwbaarder functioneren. De beveiligings- en monitoringsapparatuur op de objecten wordt eveneens vernieuwd. Daaronder vallen de camera’s, sensoren, afsluitbomen, oproepinstallaties en scheepvaartseinen.

Inventarisatie
De drie bureaus gaan onder de naam Impakt met Rijkswaterstaat per object vaststellen welke ingrepen precies nodig zijn voor de objecten. Ook wordt inzichtelijk gemaakt hoe in de uitvoering de hinder zo min mogelijk kan zijn en welke vergunningen nodig zijn. Ook wordt een referentie ontwerp gemaakt. Moet bij een sluis bijvoorbeeld alleen de elektromotor van de aandrijfinstallatie vervangen worden of ook de hydraulische cilinder en draaipunten? Op basis van deze inventarisatie vindt verdere besluitvorming over de aanpak plaats, gevolgd door de voorbereiding en aanbesteding van het contract voor de uitvoering.

Oog voor omgeving
Rijkswaterstaat haalt parallel aan de inventarisatie bij belanghebbenden wensen en eisen op die relevant zijn voor de uiteindelijke renovatieklus. Het beperken van hinder voor schippers en verladers bij het werken aan een sluis bijvoorbeeld. Maar ook richtlijnen voor het onder handen nemen van monumentale bouwwerken. Of de voorwaarden voor bereikbaarheid van een dorp bij werk aan een beweegbare brug.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

Bernhard van Welzenes vijftig jaar aalmoezenier

NIJMEGEN Hij hoefde er niet lang over na te denken toen zijn voorganger pater Cor van Bemmelen hem vijftig geleden vroeg aalmoezenier van de binnenvaartschippers te worden. Hij aanvaardde de baan diezelfde avond tijdens het Kerstdiner. En nog steeds vindt de inmiddels tachtig jarige Bernhard van Welzenes zijn werk meer dan de moeite waard en doet hij het na al die jaren met veel plezier. ‘Als mens onder de mensen’, zoals hij zelf zegt.

Bernhard Eugenius Maria van Welzenes werd op 25 mei 1941 geboren in Den Haag. Hij groeide op in een katholiek gezin van dertien kinderen. Zijn moeder, Erna Klarenaar, was een echte schippersdochter. In 1969 ging hij theologie studeren en woonde hij in het klooster van de paters van het Heilig Hart. ‘Ik kan mij dat nog goed herinneren’, vertelt de aalmoezenier op het KSCC schipperscentrum in de Waalhaven van Nijmegen, de thuishaven van ‘de aal’ zoals hij in de binnenvaart ook wel wordt genoemd. ‘Als Salesianen van Don Bosco aten we altijd apart van de Priesters van het Heilige Hart. Die waren wat ouder. Maar met kerstmis aten we wel altijd samen. En op Tweede Kerstdag in 1971 kwam de verrassing. Pater Van Bemmelen vroeg mij tijdens het Kerstdiner of ik hem op wilde volgen. Ik hoefde daar niet lang over na te denken en zei direct ja. Ik vertelde hem dat mijn hele familie uit de binnenvaart kwam en ik noemde verschillende namen van binnenvaartfamilies. Hij was onder de indruk. Het was de dag dat ik ook als priester werd gewijd. Ik wilde dit ontvangen omdat de hele gemeenschap mij dat had gevraagd. Want ik vind het wel belangrijk dat het klikt met de gemeenschap.’

Schaalvergroting
In de vijftig jaar dat Van Welzenes nu aalmoezenier en directeur van het KSCC is, zag hij de binnenvaart flink veranderen. ‘Toen ik begon voeren er nog sleepschepen, die ik omgebouwd zag worden naar motorschepen. Een Kempenaar was in die tijd een groot schip. En toen kwam de schaalvergroting in de binnenvaart. Een Kempenaar past nu bij wijze van spreken bijna in de keuken van een groot schip. Ik heb laatst drie koppelverbanden bezocht en dan zie je pas goed dat op een 135 meter schip geen gezin meer past.’

Van Welzenes zag in die tijd ook dat de schippersorganisaties niet altijd met de ontwikkelingen in de binnenvaart meegingen. ‘Op de RKSB-bond stonden tijdens de vergaderingen de sigaren in de glazen en de vrouwen hadden het er vooral over hoe lang de rok moest zijn. Maar ze hebben wel gezorgd voor subsidie voor onze kinderen op de internaten , en kleuter aan boord mede opgestart. Anderzijds hadden ze niet in de gaten hoe de binnenvaart zich aan het ontwikkelen was. Bijvoorbeeld met de schippersbeurs. De beurs was een belangrijk hulpmiddel van de schippers, maar de overheid vond de beurs op een gegeven moment niet meer nodig. Daar had de overheid denk ik gedeeltelijk wel gelijk. Het probleem was dat je in die tijd nog veel schippers had die wel goed konden varen, maar geen ondernemer waren. En ook de bonden bleven stilstaan. Er kwamen acties, blokkades en daarna Granaria. Ik ben destijds op veel plekken van de acties geweest.’

Geen einzelgänger
De aalmoezenier heeft volgens eigen zeggen altijd een goed contact met alle schippersorganisaties gehad. ‘Je bent de aalmoezenier van de branche en je moet je niet koppelen aan één club. Ik praat bij de organisaties niet over vrachtprijzen en internationale verdragen, maar ik wil inspireren. Ik wil verbinding maken en bruggen slaan. En daarvoor moet je goed weten waar de binnenschipper mee bezig is. Ik probeer overal te zijn. Ik ben er dan niet als vertegenwoordiger van de kerk, maar wel als inspirator vanuit het evangelie.’

Samenwerken en niet door het leven gaan als een einzelgänger, is het advies van de aalmoezenier aan de binnenvaartorganisaties. ‘Ik hoop het CBRB, BLN en de ASV hun schuttingen gaan afbreken en meer gaan samenwerken. Want het gaat bij alle organisaties om de binnenvaart, om die een beter perspectief te geven. De inspiratie hiervoor zit in de bijbel. We zijn tenslotte op aarde om de schepping te voltooien. Als ik naar Rotterdam rij en ik zie over de Betuwelijn weer zo’n treintje komen aansloffen met een paar containers, dan ben ik weer trots op de binnenvaart. Dan zie ik de schepen over deWaal en Maas varen met containers, zand en grind en kolen. Dat hebben we allemaal samen bereikt.’

Samen met de organisaties vocht de aalmoezenier ook jaren voor goed onderwijs voor de schipperskinderen. Hij probeerde zelfs het nautische onderwijs naar Nijmegen te halen, maar dit mislukte. ‘Ik vind het stukje ondernemerschap voor de schipper heel erg belangrijk. Het is goed als de schipper daar verstand van heeft, net als van de techniek aan boord.’

Samenwerken
Ook in de politiek heeft Van Welzenes inmiddels voldoende contacten. ‘Op het ministerie zitten hele goede ambtenaren, maar er zijn er nog te weinig die zich met de binnenvaart bezig houden. Dat mag wel iets meer worden. Ik heb ook goede relaties door de politiek heen. Ik ben een trouw CDA-lid, maar ik heb ook contacten met bijvoorbeeld de PvdA, VVD en GroenLinks. Ik ben het niet altijd met ze eens, maar elke partij heeft wel goede punten. En wat voor de binnenvaart geldt, geldt ook voor de politiek. Een van de grootste problemen is vaak dat men niet wil samenwerken. Het is voor mij niet de vraag wie je bent, maar wie je samen kunt zijn. Bezin en doe aan reflectie. Daar heb ik altijd voor gepleit, ook in mijn vieringen en sinds kort in mijn podcast.’

Humor
Een beetje bezinning en humor is wat de aalmoezenier nog wel vaak in de sector mist, net als in de hele maatschappij. ‘Je moet af en toe ook even goed kunnen relativeren. Ik ben ook aalmoezenier voor de circussen en de kermissen en op de kermis doe ik wel eens een mis in de attractie autoscooter. Daar komen vaak heel veel mensen op af. Ik vraag ze dan ook altijd of er nog mensen zijn die roken. Ik zie de mensen dan allemaal kijken en er valt een grote stilte. Ik zeg dan dat ik dit vraag omdat ik een kaars ga aansteken. Daarna wordt het natuurlijk wel weer serieus.’

Van Welzenes heeft ook veel van de kinderen geleerd die zijn vieringen komen bezoeken. ‘Ik probeer kinderen er altijd goed bij te betrekken. Want als ik de kinderen mijn verhaal niet begrijpelijk kan vertellen, dan lukt het aan de volwassenen ook niet. Ik kan wel zeggen dat ik in de loop van de tijd dus veel van de kinderen heb geleerd. Bij een doop begon een meisje bijvoorbeeld heel erg te huilen. De moeder zei dat ze bang was omdat ik zo groot ben. Toen ik ging zitten, was het goed en stopte ze met huilen. Sindsdien heb ik een verhalenstoel.’

Nog een jubileum
Naast het vijftigjarig jubileum van de aalmoezenier, zou er dit jaar nog een jubileum zijn. De Telematicadag zou haar 25ste editie beleven. Van Welzenes stond samen met Piet Nefkens, Jan Joanknecht en Elbert Vissers aan de wieg van deze dag. In 1995 organiseerden ze een speciale informatieavond op het Nijmeegse Schipperscentrum over techniek en telematica. Hier kwam de jaarlijkse Telematicadag uit voort die nog altijd tussen Kerst en Oud en nieuw op het KSCC-centrum in Nijmegen wordt gehouden. ‘Met Niek van Haag, Desiré Savelkoul, Henk van Laar en Dirk van de Meulen is het in de loop van de jaren echt een heel erg fijn clubje geworden. Maar vanwege de Coronamaatregelen kan de dag, net als vorig jaar, helaas geen doorgang vinden. We kunnen hier straks echt geen honderden mensen aan boord ontvangen. En we vonden het geen goed idee om de Telematicadag dan maar voor een select gezelschap te houden. Dus hebben we de Telematicadag naar volgend jaar doorgeschoven.’

Opvolger
Met het bereiken van de tachtigjarige leeftijd van de aalmoezenier doemt de vraag op hoe het straks verder moet op het KSCC centrum als ‘de aal afzwaait’. Er wordt inmiddels binnen het bestuur van de KSCC druk gezocht naar een opvolger voor Van Welzenes, als directeur van het KSCC en als Landelijk aalmoezenier maar dit blijkt geen eenvoudige klus. Zo heeft de kandidaat die nu in beeld is, maar liefst al drie parochies en dat terwijl er zoveel tijd gaat zitten in het werk van de aalmoezenier. ‘Het is niet zo dat ik niet kan loslaten’, vertelt Van Welzenes van wie soms lijkt dat hij maar niet kan stoppen met werken. ‘Maar er moet wel perspectief zijn. Je bezoekt veel mensen, je belt veel, je bent altijd een luisterend oor en je geeft nazorg. Het is echt geen kantoorbaan, je bent ook priester. Iedereen kan mij altijd bellen, ik ben er altijd voor de mensen. En dat is een hele kunst en kost veel tijd. Maar een opvolger hoeft echt niet te beginnen waar ik straks eindig.’

Opnieuw miljoenen euro’s subsidie voor aanschaf Stage V motor

DEN HAAG Het jaar 2022 wordt het laatste jaar dat de binnenvaart gebruik kan maken van miljoenen euro’s subsidie voor de aanschaf van een Stage V- of elektromotor. Volgend jaar is nog 5,9 miljoen euro beschikbaar, in 2023 is dat nog ‘slechts’ 900.000 euro. Voor de aanschaf van een SCR katalysator blijft de komende jaren wel voldoende subsidie beschikbaar.

Via de Tijdelijke Subsidieregeling Verduurzaming Binnenvaartschepen kunnen binnenvaartondernemers subsidie krijgen om hun schip te verduurzamen. Einddoel is een nagenoeg emissieloze sector in 2050. Een belangrijk meetmoment is 2035, wanneer de uitstoot van milieuverontreinigende stoffen zoals fijnstof en stikstof met 25% tot 50% moet zijn afgenomen. Hiernaast is er de structurele aanpak stikstofproblematiek, waarin het Rijk de nationale stikstofuitstoot wil terugdringen.

Voor de aanschaf van een Stage V motor of elektromotor is van 2021 tot en met 2023 in totaal 13,7 miljoen euro beschikbaar, voor de aanschaf van SCR katalysatoren is van 2021 tot en met 2025 in totaal 63 miljoen beschikbaar. Dit jaar was het subsidiebedrag van 6,9 miljoen euro voor de Stage V motoren al snel helemaal uitgeput, aanvragen kan pas weer op 1 januari 2022. Voor SCR katalysatoren is nog geld uit 2021 over, men kan hiervoor dus zowel voor als na de jaarwisseling een aanvraag doen. Voor 2022 komt voor de aanschaf een katalysator 13,6 miljoen euro beschikbaar, voor de jaren 2023 en 2024 15,6 miljoen euro en voor 2025 4,6 miljoen euro.

Stage V motor
De subsidie voor zowel een Stage V motor als een SCR katalysator bedraagt 40% van de investeringskosten en is per vaartuig nooit meer dan 200.000 euro. Het subsidiepercentage kan worden opgehoogd voor het MKB. Dit betekent dat middelgrote bedrijven 50% en kleine bedrijven 60% subsidie krijgen. Ook dan geldt het maximum van 200.000 euro per vaartuig.

Bij de subsidie van een Stage V motor gaat het om motoren die op het moment van de aanvraag een Stage V typegoedkeuring hebben. Dit moet blijken uit de offerte. Als de motor niet op de CESNI lijst staat van goedgekeurde motoren, is een apart bewijs van certificering, en zo nodig marinisatie, nodig.

Om voor subsidie in aanmerking te komen, hoeft het overigens niet te gaan om motoren die speciaal voor de scheepvaart zijn gebouwd. Het kan dus ook gaan om gemariniseerde motoren zoals Euro 6 vrachtwagenmotoren of NRE Stage V industriemotoren. De aanschaf moet wel vrijwillig zijn, en op geen enkele wijze wettelijk zijn verplicht. Het gaat dus om vervanging van een nog werkende motor.

Alleen de aanschaf en installatie van de Stage V motor worden gesubsidieerd. Kosten als onderhoud, reparaties zijn voor eigen rekening van de binnenvaartondernemer.

SCR katalysator
Om voor subsidie voor een SCR katalysator in aanmerking te komen, moet de katalysator worden ingebouwd in een reeds ingebouwde motor. De katalysator moet minimaal 60% stikstofreductie opleveren ten opzichte van de CCR2 norm voor een soortgelijke motor. De reductie moet worden aangetoond met een meetrapport van een erkend of gecertificeerd meetbedrijf. De binnenvaartondernemer kan de kosten voor dit rapport meenemen in de subsidieaanvraag.

Net als bij de Stage V motor, vallen alleen de aanschaf en installatie van de SCR katalysator onder de subsidieregeling. Kiest de binnenvaartondernemer voor een compleet nabehandelingspakket met een SCR katalysator en een roetfilter, dan moeten de kosten bij de aanvraag duidelijk worden uitgesplitst. Roetfilters vallen namelijk niet onder de subsidieregeling. Ook voor het reviseren van een bestaande SCR katalysator krijgt de binnenvaartondernemer geen subsidie.

Subsidie aanvragen
Aanvragen van subsidie kan via de website van de RVO. Het aanvragen van subsidie voor een SCR katalysator kan nog steeds, voor een Stage V motor komt per 1 januari 2022 weer geld beschikbaar.
Voor meer informatie kunnen binnenvaartondernemers contact opnemen met het Expertise- en InnovatieCentrum Binnenvaart.

BLN en CBRB leggen fusie tot KBN voor aan leden

ROTTERDAM De besturen van Koninklijke BLN-Schuttevaer (BLN) en het Centraal Bureau voor de Rijn- en Binnenvaart (CBRB) hebben het voorstel tot fusie naar hun leden gestuurd. In het fusievoorstel is uitgewerkt hoe fusievereniging Koninklijke Binnenvaart Nederland (KBN).wordt ingericht en onder welke naam de beide verenigingen samen verder willen gaan. Begin volgend jaar worden de leden van beide verenigingen gevraagd om zich uit te spreken over de fusie. Als de leden instemmen, dan kan de fusievereniging eind maart 2022 van start gaan.

In juli 2018 begonnen de verenigingen met het verkennen van de mogelijkheden om samen één vereniging te worden. Na een lang proces zetten de besturen de afgelopen weken de laatste punten op de i en delen nu het fusievoorstel met de leden. De verenigingen Koninklijke Schippersvereniging Schuttevaer (KSV) en de Christelijke Bond voor Ondernemers in de Binnenvaart (CBOB) zullen als ledengroepen deel gaan uitmaken van de nieuwe vereniging.

Hoge ambities
De hoge ambities op het gebied van vergroening, digitalisering en veiligheid en uitdagingen ten aanzien van de arbeidsmarkt, ladingstromen en infrastructuur waar de binnenvaartsector voor staat vragen volgens BLN en CBRB een integrale aanpak. ‘Om de toekomstige kansen voor de sector maximaal te kunnen verzilveren, is het noodzakelijk om de kennis en kunde van de bestaande verenigingen te bundelen. Een krachtenbundeling komt ten goede aan de effectiviteit van het lobbywerk, meer invloed nationaal en internationaal, een krachtiger stem naar buiten, een groter netwerk, het borgen van kennis en knowhow en meer ondersteuning voor leden. Ook het beeld van de sector naar de buitenwereld vraagt om een robuuste vereniging met eenduidige standpunten, vergelijkbaar met de brancheorganisaties van andere sectoren.’

Nieuwe naam
De nieuwe vereniging gaat Koninklijke Binnenvaart Nederland (KBN) heten. KBN heeft de ambitie dé toonaangevende branchevereniging van en voor de binnenvaart te worden. ‘Ontstaan uit de overtuiging dat ze de uitdagingen waar de sector voor staat alleen met een integrale aanpak kunnen overwinnen. Gebouwd op de kennis, kunde en historie van Koninklijke BLN-Schuttevaer en het Centraal Bureau voor de Rijn- en Binnenvaart. Naast sectorbrede inzet zal er ook voldoende aandacht zijn voor het binnenvaartfamiliebedrijf en betrokkenheid op de brede sociale context waarbinnen de binnenvaart wezenlijke toegevoegde waarde levert.’

Slagvaardig
Door de fusie en door samenvoeging van de bestaande kantoren ontstaat volgens de organisaties een nieuw slagvaardig KBN-kantoor ‘dat als motor van de vereniging uitvoering zal geven aan het verenigingsbeleid’. ‘De samenvoeging maakt het mogelijk om bestaande capaciteit te versterken en ook nieuwe uitdagingen en onderwerpen voor de sector aan te gaan. De meerwaarde van een nieuwe organisatie zal met name worden gerealiseerd door synergie- en efficiencyvoordelen te behalen. Zo wordt het ook mogelijk om de capaciteit beter aan te passen aan de doelstellingen. Taken en overkoepelende beleidsonderwerpen, ledengroepondersteuning en individuele ledenservice kunnen zo beter worden ingevuld.’
De besturen zijn nog op zoek naar een geschikte locatie voor het kantoor van KBN.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

CoVadem waterdieptekaarten nu ook op Lek en IJssel

AMSTERDAM CoVadem heeft het vaargebied van haar waterdieptekaarten uitgebreid. In de zogenoemde Smart Navigation module zitten nu ook de gegevens van het Pannerdens-kanaal, de Beneden-Rijn, de Lek en de IJssel. De uitbreiding leidt voor de klanten niet tot extra kosten.

CoVadem brengt essentiële informatie in kaart door het ‘varend meetnet’ van metende schepen. De gegevens van de sensoren van een groeiend netwerk van inmiddels meer dan 250 metende schepen worden centraal verwerkt, geanalyseerd en verrijkt. Het grote aantal metingen zorgt voor een betrouwbaar beeld van de rivierbodem.

Actueel en veilig
Sinds ruim een jaar maakt CoVadem Smart Navigation de actuele waterdiepten waar een schip vaart, zichtbaar in de Inland ECDIS-viewers van Periskal, Tresco Engineering, Stentec en Argonav . De gebruikers zijn zo altijd op de hoogte van de juiste diepte rondom hun schip. Actuele onlinegegevens bieden de mogelijkheid de snelheid en koers direct aan te passen en te zien waar veilig gevaren kan worden, direct op de ECDIS viewer.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.