Tagarchief: havens

Groei containeroverslag Rotterdam vlakt af

ROTTERDAM De overslag van containers in de Rotterdamse haven is in het derde kwartaal van dit jaar minder hard gestegen dan in de eerste zes maanden. Het totaal aan overgeslagen goederen bedroeg in het derde kwartaal 112,4 miljoen ton, in de eerste zes maanden steeg de overslag met 1%. Deze groei werd vooral gedragen door containers, ruwe olie, LNG en biomassa. Minder overslag was er in kolen en minerale olieproducten.

De overslag van containers in tonnen was tot en met het derde kwartaal 3,3% hoger dan vorig jaar (3,8% in TEU gemeten). De groei vond vooral plaats in het eerste halfjaar. In het derde kwartaal vlakte de groei af. Dit werd veroorzaakt door een algehele groeivertraging van de wereldhandel en een daling van shortsea-volumes naar de oostelijke Middellandse zee. ‘In het derde kwartaal zagen we opnieuw gezonde groei bij containers, een van de strategische speerpunten van het Havenbedrijf’, vertelt CEO Allard Castelein van het Havenbedrijf Rotterdam. ‘Zorgelijk is evenwel dat de relatie tussen grote handelsblokken in de wereld gespannen blijft, evenals de aanhoudende onzekerheid over de invoering van handelstarieven na Brexit’.

Droog massagoed
Tot en met het derde kwartaal werd 55,9 miljoen ton droog massagoed overgeslagen. Dat is 1,4% minder dan vorig jaar. IJzerertsoverslag vertoonde een groei van 2%. De groei vond vooral plaats in het eerste halfjaar. De haperende economie in Duitsland zorgde in de laatste maanden voor minder overslag. Staalondernemingen waren afwachtend met het aanvullen van voorraden. De belangrijkste oorzaak hiervan ligt in de inzakkende automobielproductie.
De overslag van energiekolen liep fors terug na een sterk begin in 2019, destijds veroorzaakt door de lage kolenprijs. De terugloop was het gevolg van het sterk dalende aandeel van steen- en bruinkool in de Duitse stroomproductie en van onderhoud aan de Maasvlaktecentrales. Biomassa bleef fors groeien (+84%) als gevolg van meer bijstook in kolencentrales. De overslag van agribulk bleef vrijwel gelijk aan vorig jaar.

Nat massagoed
De overslag van nat massagoed bedroeg tot en met het derde kwartaal 159,5 miljoen ton. Vrijwel gelijk aan het volume van vorig jaar. De overslag van ruwe olie ligt alle drie de kwartalen boven het niveau van vorig jaar, een toename van 2,8%. Er was meer aanvoer omdat de raffinaderijen in Rotterdam en in Antwerpen – die wordt beleverd via Rotterdam – meer productie draaiden na de investeringen in installaties die in de afgelopen jaren zijn gedaan.

Het segment minerale olieproducten liet een daling zien van ruim 10%. Dit is het resultaat van veel minder wereldhandel in stookolie, een trend die al enkele jaren gaande is. Binnen minerale olieproducten was er een lichte toename waarneembaar in de overslag van andere brandstoffen zoals diesel.

LNG groeide wederom sterk. Tot en met het derde kwartaal bedroeg de toename 46%, hetgeen het gevolg is van een hoger verbruik in Europa van gas dat gewonnen is in de Atlantische regio. Voorheen werd dat gas vaak in Azië verkocht.
In de categorie overig nat massagoed werd tot en met het derde kwartaal ruim 11% meer overgeslagen. Deze stijging betrof met name biobrandstoffen.

Stukgoed
Overig stukgoed groeide tot en met het derde kwartaal met 4,4%. Dit was een toename over de breedte van verschillende conventionele markten, zoals aluminium, staal en papier. Ook zware lading en speciale projecten zoals casco’s voor binnenvaartschepen zorgden voor meer tonnen.

Roll on Roll off (RoRo) kende een grillig verloop dat sterk werd beïnvloed door een mogelijke Brexit. In aanloop naar de eerste Brexit-datum werden er veel extra voorraden ingeslagen in het eerste kwartaal. Na uitstel van Brexit tot 31 oktober daalden de volumes vervolgens in de periode april-augustus. In september werd alweer groei gezien. De verwachting is dat deze groei verder aantrekt in oktober in aanloop naar de nieuwe Brexit-datum.

Aqualink in Schuttevaer: ‘Houdt waterkant vrij voor scheepvaart’

NIJMEGEN Aqualink, de vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland, heeft een visie havens en kades geschreven en een eenvoudig plan bedacht om de ruimte aan de waterkant achter die bedrijven toch te benutten voor de scheepvaart. Want het streven van gemeenten om leegkomende terreinen aan het water te vergunnen aan watergebonden bedrijven, lijkt niet goed te lukken. Het blijkt lastig en al te vaak vestigt zich toch weer een bedrijf dat geen gebruikmaakt van het vaarwater. Dat wordt het Gamma-effect genoemd. Maar er is een oplossing bedacht.

De vereniging behartigt de belangen van leveranciers die de scheepvaart als klant hebben. Voorzitter van Aqualink is Wilie Verberck. Samen met bestuurslid Irene van Dongen is hij verantwoordelijk voor de visie. ‘We strijden al jaren voor ligplaatsen en faciliteiten voor de scheepvaart’, zegt Verberck. ‘Onze leden willen hun klanten natuurlijk normaal kunnen blijven bereiken en daarnaast heeft de binnenvaart ook gewoon recht op ligplaatsen.’

Gamma-effect
Zoals in veel dorpen en steden het geval is, doen ook de meeste bedrijven aan de Nijmeegse waterkant niets met vervoer over water. ‘Ga je bijvoorbeeld kijken binnen Weurt, dan zie je daar als sprekend voorbeeld de Gamma’, vervolgt Verberck. ‘Die bouwmarkt ligt aan een fantastisch mooie kanaalhaven, maar heeft maar één ontsluiting, en dat is naar de openbare weg. Wij spreken daarom ook over het Gamma-effect. Maar mocht zo’n bedrijf verhuizen, dan is nog maar de vraag of je een watergebonden bedrijf vindt voor die plek. Zo’n bedrijf moet ook maar net op dat moment, net op die plek en net op die grootte daar willen gaan zitten. En dat ook nog eens voor een aanvaardbare prijs.’ In de praktijk bleek het de afgelopen jaren in elk geval moeilijk watergebonden bedrijven te huisvesten op plekken aan kades waar bedrijven vertrekken. Regie op dit soort private processen van aan- en verkoop ontbreekt, aldus Van Dongen.

Oplossing
‘Vrij simpel’ noemt Verberck de oplossing die hij en Van Dongen bedachten om de waterkant zoveel mogelijk te benutten. ‘Pak een strook van 10 tot 15 meter langs het water, vanwege allerlei redenen blijft zo’n strook toch al vaak vrij, maak een goede toegang naar de openbare weg en je hebt een fantastische watergebonden locatie waar je alles kunt doen wat je met een watergebonden locatie zou willen doen. Zoals repareren, onderhouden en service verlenen’, schetst Van Dongen. ‘En je hebt meteen ligplaatsen voor schepen. Wij vragen dus niets meer of minder dan een openbare weg langs de waterkant. Zoals bijvoorbeeld in de nieuwe haven in Arnhem. Daar ligt een asfaltstrook aan de kade.

Lees verder in Weekblad Schuttevaer

Containeroverslag stabiel, wereldhandel stagneert

ESSEN De containeroverslagindex van het Duitse RWI – Leibniz-Institut für Wirtschaftsforschung en het Instituts für Seeverkehrswirtschaft und Logistik (ISL) is vorige maand op 137,1 blijven steken. Dat betekent vrijwel een stabilisatie van de overslag in mei, toen stond de index nog op 137. De Duitsers concluderen hieruit dat de wereldhandel stagneert.

De index geeft volgens de Duitse instituten een goed beeld hoe de wereldhandel ervoor staat. Omdat veel havens al twee weken na het einde van een maand verslag uitbrengen over hun activiteiten, is de Duitse index volgens RWI en ISL een betrouwbare indicator van de ontwikkeling van de internationale handel en daarmee van de wereldwijde economische activiteit. En daar het niet al te goed mee. ‘Al met al stagneert de wereldhandel nu al negen maanden lang’, meldt CEO Roland Döhrn van RWI.

‘De spanningen in de wereld worden momenteel weerspiegeld in grote schommelingen in de overslag van containers in veel havens over de wereld.’ Ook worden volgens Döhrn de gevolgen van de handelsconflicten steeds duidelijker. Zo daalde de vrachtafhandeling in de Iraanse haven van Bandar Abbas vorige maand dramatisch als gevolg van Amerikaanse sancties.

De index
Voor de index verwerken de Duitsers de overslagcijfers van containers in 83 internationale havens. Deze havens vertegenwoordigen ongeveer 60% van de wereldwijde containeroverslag. De zogenoemde snelle schatting voor juni is gebaseerd op de cijfers van 42 havens, die ongeveer 73 procent van de overslag van de index vertegenwoordigt. Overigens wordt deze snelle schatting vanwege de grote volatiliteit in de containeroverslag wel steeds onbetrouwbaarder wat betreft de nauwkeurigheid. Zo bedroeg de snelle schatting over mei nog 138,5, maar deze werd later naar 137 bijgesteld.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

Containeroverslagindex stijgt

ESSEN De containeroverslagindex van het Duitse RWI – Leibniz-Institut für Wirtschaftsforschung en het Instituts für Seeverkehrswirtschaft und Logistik (ISL) steeg vorige maand van 137,4 naar 138,5. De index geeft volgens de Duitse instituten een goed beeld hoe de wereldhandel ervoor staat.

Behalve de stijging in mei, pasten beide instituten ook de index aan over mei. Na de eerste snelle schatting kwam de index terecht op 134,7 maar nu de definitieve cijfers bekend zijn, is dit naar boven bijgesteld tot 137,4. De belangrijkste reden hiervoor is een opwaartse herziening van de gegevens voor sommige Chinese havens. ‘De waarde voor mei was verrassend hoog’, meldt CEO Roland Döhrn van RWI. ‘Misschien is de internationale economie robuuster dan eerder werd verwacht.’
Na de aanpassing is de index de afgelopen maanden licht gestegen. De gevolgen van de handelsconflicten zijn volgens Döhrn redelijk herkenbaar. Zo is de vrachtafhandeling in de Iraanse haven van Bandar Abbas dramatisch gedaald als gevolg van Amerikaanse sancties.

De index
Voor de index verwerken de Duitsers de overslagcijfers van containers in 83 internationale havens. Deze havens vertegenwoordigen ongeveer 60% van de wereldwijde containeroverslag. De zogenoemde snelle schatting voor mei is gebaseerd op de cijfers van 48 havens, die ongeveer 77 procent van de overslag van de index vertegenwoordigt.
Omdat veel havens al twee weken na het einde van een maand verslag uitbrengen over hun activiteiten, is de Duitse index volgens RWI/ISL een betrouwbare indicator van de ontwikkeling van de internationale handel en daarmee van de wereldwijde economische activiteit.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

Overslag zeehavens in 2018 naar recordniveau

DEN HAAG De aan- en afvoer van goederen in en uit de Nederlandse zeehavens bereikte in 2018 een recordniveau van bijna 605 miljoen ton, een stijging van ruim 1,5 procent vergeleken met 2017. De overslag van containers steeg met 4,5 procent het sterkst. Dit meldt het CBS op basis van nieuwe cijfers.

Twee derde van de goederenoverslag in de Nederlandse zeehavens bestond in 2018 uit geloste goederen. Daarvan bestond drie kwart uit droge bulkgoederen (ertsen, kolen en landbouwproducten) of natte bulkgoederen (ruwe aardolie en aardolieproducten). De containeraanvoer groeide met 6 procent. Het gewicht van alle geladen goederen is toegenomen met 1,3 procent.

Containervervoer
Het aandeel containers in de totale goederenoverslag groeit gestaag, van 14 procent in 1998 tot 21 procent twintig jaar later. Hierbij gaan de inkomende en uitgaande stroom in omvang en ontwikkeling min of meer gelijk op. De containeroverslag steeg in 2018 met 4,5 procent. De aanvoer van containers groeide met 6 procent en de afvoer met bijna 3 procent.
Van alle ingevoerde goederen in containers in 2018 kwam bijna 20 procent uit China. Rusland en het Verenigd Koninkrijk volgen met respectievelijk 7,4 procent en 5,7 procent. Vergeleken met 2017 nam de import uit China met 12 procent af. Deze daling betrof voor een belangrijk deel textiel en lederwaren. De import in containers uit Rusland (met name hout en papier) en het Verenigd Koninkrijk steeg met 32 procent en 43 procent. Dit laatste hangt mogelijk samen met de voorraden die bedrijven uit het Verenigd Koninkrijk in ons land aanleggen in de aanloop naar een Brexit.

Stabiel bulkvervoer
Het overgeslagen gewicht van bulkgoederen is in 2018 niet toegenomen. Het tonnage van geloste droge en van natte bulkgoederen is toegenomen, de afvoer van natte bulk steeg in 2018 met ruim 2 procent. De uitgaande stroom droge bulk daalde met bijna 12 procent.
De dominantie van bulk in de zeehavens neemt af. In 1998 was drie kwart van de afgehandelde goederen bulk. In 2018 was dat aandeel 68 procent. De stroom droge bulkgoederen is in deze periode min of meer stabiel en ligt rond de 140 miljoen ton. Jaarlijkse schommelingen worden veroorzaakt door wisselende vraag naar kolen en ijzererts, die sterk samenhangt met de economische ontwikkelingen. De hoeveelheid geladen natte bulk verviervoudigde in de laatste twintig jaar. Dit zijn vooral geraffineerde olieproducten.

Export belangrijker
In de afgelopen twintig jaar is de afvoer van goederen uit de Nederlandse zeehavens meer dan verdubbeld. De invoer is in die periode met ruim een kwart gestegen. De overslag van goederen vanuit Nederland naar het buitenland vormt nu een derde deel van alle overgeslagen goederen in de Nederlandse zeehavens. Twintig jaar geleden bedroeg het aandeel van de export 21 procent. In twintig jaar is de uitvoer met ruim 100 miljoen ton toegenomen. Het overslagvolume passeerde in 2018 voor het eerst de grens van 600 miljoen ton. In 2007 werd voor het eerst de grens van 500 miljoen ton gepasseerd.

Havens
In de havens van Rotterdam, waartoe ook de havens van Moerdijk, Dordrecht en Vlaardingen behoren, wordt drie kwart van de goederen geladen en gelost. Vorig jaar namen beide stromen met ongeveer 1 procent toe. Ruim 16 procent van de goederen gaat via het havengebied van Amsterdam (Amsterdam, Velsen/IJmuiden, Beverwijk en Zaanstad). De overslag nam er met 1 procent toe. De hoeveelheid geloste goederen in de zeehavens van Zeeland Seaports (Vlissingen en Terneuzen) en Groningen Seaports (Delfzijl en Eemshaven) is in 2018 met meer dan 10 procent gestegen.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

Containervaart moet leren leven met congestie

ROTTERDAM De containerbinnenvaart moet voorlopig leven met de wachttijden vanwege congestie in de Rotterdamse haven. Het oplossen van de containercongestie blijkt complex en mogelijke oplossingen vergen veel tijd. ‘Het is een hardnekkig probleem waarbij de belangen van de betrokken partijen verschillend en soms conflicterend zijn’, antwoordt minister Cora van Nieuwenhuizen van Infrastructuur en Waterstaat naar aanleiding van een artikel in Weekblad Schuttevaer.

In het artikel ‘Situatie zeehaventerminals fnuikend voor binnenvaart’ vertelt managing director Norman Verstoep van de Limburgse Barge Terminal Born (BTB) onder meer dat de initiatieven die tot nu toe zijn genomen, niet genoeg blijken voor het oplossen van de congestie. Het Havenbedrijf begon weliswaar een congestieberaad met alle stakeholders in de logistieke keten, maar volgens Verstoep is er desondanks in twee jaar maar weinig verbeterd.

De minister erkent dat de maatregelen die de afgelopen twee jaar zijn getroffen, wel effect hebben gehad, maar nog niet genoeg waren om te spreken van een flinke daling van de congestieproblematiek. Omdat het oplossen van de congestie een hardnekkig probleem is, ligt volgens Van Nieuwenhuizen ‘een eenvoudige en snelle oplossing niet voor handen’. Maar hoewel het tijd dus gaat kosten, verwacht ze wel dat de resterende maatregelen een blijvend effect hebben op het verminderen van congestie. Naast de initiatieven voor het bundelen van containers in het achterland, gaat dit onder meer over eenduidige definities van venster- en wachttijden, een dashboard van key performance indicatoren, het dynamisch toewijzen van kadecapaciteit via NextLogic en de aanleg van de Container Exchange Route (CER). De CER moet in 2020 worden opgeleverd. NextLogic verwacht in november van dit jaar met de planningstool live te gaan.

Ontkopppelen
Een van de belangrijkste oorzaken van de blijvende congestie is volgens Verstoep de voorrang die nog steeds aan de deepsea wordt gegeven. En omdat de schepen steeds groter worden en de drukte op de terminals daardoor toeneemt, is er steeds minder capaciteit voor de binnenvaart. Ook komen de zeeschepen regelmatig out of schedule binnen, waardoor schema’s in de war worden gegooid, ook voor de binnenvaart en worden meer containers gelost dan afgesproken. Vervolgens gebeurt het ook nog dat ze meer containers lossen dan afgesproken.

Dat de zeevaart op de containerterminals over het algemeen van de terminalexploitanten de voorkeur krijgt boven de binnenvaart, komt volgens Van Nieuwenhuizen omdat dit een zaak is van de terminalexploitanten, ‘waarbij de tariefstructuur en de economische belangen vaak leidend zijn’.

Het liefst zou Verstoep dan ook zien dat de zeevaart wordt ontkoppeld van de binnenvaart. De minister ziet dat nu ook. Zij ziet voor de komende tijd de realisatie van een overflow hub, een ontkoppelpunt, als een van de belangrijkste infrastructurele maatregelen in de strijd tegen de congestie. Hiermee moet er specifieke en ontkoppelde capaciteit voor de binnenvaart komen, zoals een kade en kranen die enkel worden ingezet voor de afhandeling van containerbinnenvaartschepen. Het is volgens de minister dan welk nodig dat vanwege de extra kosten van een dergelijk ontkoppelpunt een goede ketensamenwerking noodzakelijk, ‘zowel wat betreft verdeling van de kosten als wat betreft de regievoering over noodzakelijke inzet op piekmomenten’. ‘Daar zijn uiteenlopende belangen mee gemoeid, zodat de financiële en technische haalbaarheid complex is en tijd vergt om uit te werken.’ Waar mogelijk is de minister bereid dit te ondersteunen.

Meer per spoor
Een andere maatregel om de drukte voor de containerbinnenvaart op de terminals verder in te dammen, is het stimuleren van het vervoer per spoor in de haven. Het Havenbedrijf Rotterdam gaat daarvoor in samenspraak met het bedrijfsleven de spoorlogistiek in de haven verbeteren. De verwachting is dat dit de positie van spoorvervoer ten opzichte van andere modaliteiten gaat versterken en zo verladers meer verleidt om voor spoorvervoer te kiezen. En in de afspraken over de aanleg van de Tweede Maasvlakte sprak het Havenbedrijf ook met de terminals af dat 20% van de aan- en afvoer van containers per spoor afgewikkeld moet gaan worden. De minister verwacht daarom dat het aandeel van het spoorvervoer in de Rotterdamse haven de komende jaren verder gaat toenemen.
In de aankomende havennota gaat Van Nieuwenhuizen nader in op het verminderen van congestie en het belang van duurzaam vervoer over water.’

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

Containeroverslag stijgt, wereldhandel herstelt

ESSEN De wereldwijde handel heeft zich in maart licht hersteld ten opzichte van de maand ervoor. De containeroverslagindex van het Duitse RWI – Leibniz-Institut für Wirtschaftsforschung en het Instituts für Seeverkehrswirtschaft und Logistik (ISL) steeg in maart van 134,5 naar 136,9. De index is volgens de Duitsers een goede graadmeter hoe de wereldhandel er voor staat.

Met het nieuwe cijfer wordt de scherpe daling van februari naar 138,2 naar 134,5 gedeeltelijk gecompenseerd. Volgens de Duitsers herstelde vooral de overslag van containers in de Chinese havens zich in maart.

De containeroverslagindex van de Duitse onderzoeksinstituten RWI en ISL gedraagt zich de laatste maanden vanwege de handelsconflicten wispelturig. (Illustratie RWI/ISL)

De Duitse containeroverslagindex is al enkele maanden zeer volatiel. Oorzaak daarvan zijn volgens CEO Roland Döhrn van RWI de handelsconflicten en de onzekerheden in de wereld. ‘De index schommelt al enkele maanden sterk. Een ineenstorting, zoals je zou kunnen vrezen bij deze handelsconflicten, is nog steeds niet duidelijk te zien. De trend van de index is eerder een zijwaartse beweging.’

Voor de index verwerken de Duitsers de overslagcijfers van containers in 83 internationale havens. Deze havens vertegenwoordigen ongeveer 60% van de wereldwijde containeroverslag. De zogenoemde snelle schatting voor maart is gebaseerd op de cijfers van 49 havens, die ongeveer 76 procent van de overslag van de index vertegenwoordigt.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

Overslag in Rotterdam groeit met 5,1%

ROTTERDAM In de Rotterdamse haven zijn in het eerste kwartaal van dit jaar 5,1% meer goederen overgeslagen dan in dezelfde periode vorig jaar. In totaal is 123,9 miljoen ton overgeslagen tegen 117,8 miljoen ton in dezelfde periode in 2018. De toename betrof vooral de overslag van containers (+7,3% in TEU, +5,9% in tonnen) en brandstoffen. De overslag van minerale olieproducten, ijzererts en schroot nam af.

De overslag van containers nam in gewicht met 5,9% toe tot 38,0 miljoen ton en in volume met 7,3% tot 3,7 miljoen TEU. Deze groei is vooral het gevolg van een sterke stijging van de transhipment-volumes afkomstig uit Azië met een bestemming elders in Europa. De rederijen die in drie grote allianties varen zien Rotterdam als een belangrijke draaischijf in hun netwerken waardoor steeds meer ladingoverslag wordt geconcentreerd in Rotterdam. De toename van feeder tonnage bleef hierdoor sterk stijgen met 15,1% naar 7,3 miljoen ton.
Ook vindt in Rotterdam steeds meer uitwisseling tussen deepsea diensten plaats, waarmee rederijen meer combinaties tussen laad- en loshavens in Azië en in Europa kunnen aanbieden aan hun klanten. Shortsea overslag, het intra-Europese vervoer, daalde met 7,8% naar 6,9 miljoen ton door minder handel met Rusland en in januari-februari door lagere volumes naar het Verenigd Koninkrijk. Een vergrote onbalans tussen Azië en Europa zorgt voor veel meer lege-containeroverslag waardoor de groei in TEU fors hoger ligt dan die in ton.

Nat massagoed
In totaal nam de overslag van nat massagoed toe met 4,6% naar 58,5 miljoen ton. Binnen dit marktsegment werd meer ruwe olie (+10,4% naar 28,1 miljoen ton) aangevoerd dan in het eerste kwartaal vorig jaar. Dit verschil betrof meer aanvoer van olie uit de VS. Deze olie is relatief goedkoop en levert hogere marges op voor de raffinaderijen. De overslag van minerale olieproducten liet in het voorbije kwartaal een daling zien (-7,4%) doordat er minder handel in stookolie is tussen Rusland en Azië. Wederom is in het eerste kwartaal veel meer LNG overgeslagen dan vorig jaar (+143% naar 1,8 miljoen ton), met een recordvolume van ruim 500.000 ton in februari. Deze groei betreft zowel aanvoer als afvoer van LNG. Dit bevestigt het belang van Rotterdam als trading hub voor LNG.

Droog massagoed
Binnen het marktsegment droog massagoed zijn ijzererts & schroot en kolen de belangrijkste goederensoorten. Waar de overslag van ijzererts & schroot daalde met 17,9% naar 5,9 miljoen ton als gevolg van een 5% lagere staalproductie in Duitsland, steeg de overslag van kolen met 15,7% naar 7,5 miljoen ton. De lage kolenprijzen leidden tot meer inkoop en voorraadvorming.
De overslag van agribulk bleef vrijwel gelijk op 2,6 miljoen ton. De overslag van overig droog massagoed steeg aanzienlijk met 38,8% tot 3,3 miljoen ton. Alles bij elkaar steeg de overslag van droog massagoed met 3,7% naar 19,4 miljoen ton.

RoRo en overig stukgoed
De totale overslag van het marktsegment breakbulk (Roll on Roll off en overig stukgoed) steeg met 9,2% naar 7,9 miljoen ton. Het RoRo verkeer is gestegen met 10,7% naar 6,4 miljoen ton ten opzichte van het eerste kwartaal van vorig jaar. Vooral in maart stegen de volumes sterk door het inslaan van voorraden in verband met een mogelijke harde Brexit. De overslag van overig stukgoed won 3,1% naar 1,5 miljoen ton.

Lichte groei
Allard Castelein, CEO Havenbedrijf Rotterdam: ‘Het jaar 2019 is uitstekend begonnen met een record overslagvolume in het eerste kwartaal. De kwartaalcijfers bevestigen bovendien dat Rotterdam wederom zijn knooppuntpositie versterkt in de opslag en doorvoer van containers en LNG. Voor het hele jaar houden we vast aan onze prognose dat het overslagvolume in 2019 licht zal groeien.’

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

Kamervragen over situatie op zeehaventerminals

DEN HAAG Tweede Kamerlid Remco Dijkstra (VVD) heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat Cora van Nieuwenhuizen vragen gesteld over de slechte afhandeling van de binnenvaart op de zeehaventerminals. In een artikel in Weekblad Schuttevaer van vorige week deed de Bargeterminal in het Limburgse Born uit de doeken wat de vertragingen voor hen betekenen.

Dijkstra wil van de minister weten in hoeverre ook andere containerterminals in de rest van het land, zoals in Nijmegen of Hengelo hier last van hebben. De maatregelen van de afgelopen twee jaar hebben dus blijkbaar niet tot verbetering geleid. Waarom denkt u dat het zo lastig is om hier oplossingen voor te vinden?’ Dijkstra wil van de minister horen of dit het gevolg is van tegenstrijdige belangen en wat eraan gedaan kan worden om beide partijen nader tot elkaar te brengen. ‘Hoe worden de belangen van de binnenvaart versus de belangen van de grote zeevaart gewogen? Is het waar dat de binnenvaart achteraan hobbelt?’ Het Tweede Kamerlid wil van de minister weten welke maatregelen ze ziet u om de service voor de binnenvaartschippers te verbeteren. ‘En wie is dan per maatregel daarvoor verantwoordelijk?’

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

Terminals krijgen miljoenen voor verbeteren overslag

BRUSSEL De terminal van Rotterdam World Gateway, het Rail Service Center aan de Eemhaven en Havenbedrijf Moerdijk krijgen samen zo’n 10 miljoen om de overslag van goederen naar binnenvaart en spoor te verbeteren. Met het geld worden onder meer twee containerkranen gebouwd. Minister Cora van Nieuwenhuizen van Infrastructuur en Waterstaat maakte vorig jaar al bekend dat zij zich in zou zetten om de spoorgoederensector verder te versterken, onder meer door het werven van Europese subsidies.

Het geld voor de terminals komt uit het Europese programma voor het Trans-Europese Vervoersnetwerk (TEN-T). Dit programma heeft als doel om binnen de Europese Unie tot één grensoverschrijdend hoofdnetwerk voor het vervoer over land, water en door de lucht te komen. Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat droeg de projecten voor. Zo gaat er naast de 10 miljoen euro voor de terminals, 3 miljoen euro naar 75.000 fietsparkeerplekken in Amsterdam, Rotterdam en Utrecht en 4 miljoen euro naar truckparkeerplaatsen in Zuid-Holland, Brabant en Limburg. De beveiligde private truckparkings komen in de omgeving van de belangrijke snelwegen voor transport van en naar de haven van Rotterdam. In totaal komen er 800 parkeerplekken voor langparkeren bij op al bestaande truckparkeerplaatsen in Rotterdam, Asten en Venlo en op de nieuwe truckparking de Kilt bij Dordrecht. Onderdeel van het project is dat de parkeerplaatsen worden aangesloten op een systeem dat digitaal real-time inzicht geeft in beschikbare plekken op de private truckparkings. Daarnaast krijgt Havenbedrijf North Sea Ports 800.000 euro voor een beveiligde truckparking voor 250 trucks bij Borsele.

Blij
Minister van Nieuwenhuizen is blij met de bijdrage van de Europese Commissie. ‘We hebben in de buurt van onze grote transportcorridors van en naar de Rotterdamse haven veel behoefte aan extra plaatsen op beveiligde truckparkings met voorzieningen. We ontlasten daarmee de overvolle verzorgingsplaatsen direct aan de snelwegen die alleen bedoeld zijn om kort te parkeren. Het helpt ook om de problemen aan te pakken met vrachtwagens die nu op de vluchtstrook langs de snelweg worden geparkeerd.’

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.