Tagarchief: havens

Haven Rotterdam slaat ruim 4% minder containers over

ROTTERDAM In de haven van Rotterdam zijn in het eerste halfjaar 4,4% minder containers overgeslagen. De omvang van de totale goederenoverslag lag 0,8% hoger (233,5 miljoen ton) dan in dezelfde periode in 2021 (231,6 miljoen ton). Bij veel goederensegmenten zorgde de oorlog in Oekraïne voor forse veranderingen.

Zo steeg de aanvoer van zowel LNG als kolen zeer sterk, als alternatief voor de verminderde Europese import van Russisch gas per pijpleiding. De overslag van ruwe olie nam toe, terwijl die van olieproducten daalde. IJzererts, agribulk en containers zijn minder overgeslagen dan in dezelfde periode vorig jaar. Het containertransport van en naar Rusland is stilgevallen, en aanhoudende knelpunten in de mondiale containerlogistiek zorgden voor een verschuiving van lading van de grote naar de minder grote containerhavens. Vooruitlopend op de sancties op kolen en olie, zijn de afgelopen maanden minder Russische kolen, ruwe olie, olieproducten en LNG aangevoerd. Bedrijven importeren deze steeds meer uit andere landen.

Naar kleinere havens
De afname van de containeroverslag kent twee hoofdoorzaken. De eerste is het wegvallen van het containervervoer van en naar Rusland als gevolg van de sancties, de onzekerheid die het nog handelen met Russische partijen met zich brengt en het stopzetten van lijndiensten naar Rusland. De tweede is de aanhoudende ontregeling van de containerlogistiek. Twee jaar geleden leidde de COVID-19 pandemie tot lockdowns en andere consumptiepatronen. Containerschepen slaagden er niet meer in hun vaarschema’s te halen, wat het voor- en natransport verstoorde. Om tijd in te halen schrappen grote schepen nu vaak havens uit hun vaarschema (-5,5% aanlopen in Rotterdam vergeleken met vorig jaar) en laden en lossen meer containers per aanloop (+6,1%). Dat leidt tot een piekbelasting op de terminals, waar het al erg druk was omdat containers er door de toegenomen onbetrouwbaarheid van aankomsttijden van schepen gemiddeld langer staan. Rederijen maken door deze ontwikkelingen op dit moment relatief iets meer gebruik van kleinere aanloophavens voor transhipment dan van grote zoals Rotterdam. Er is een ketenoverleg opgezet om de ontwikkelingen met alle spelers in de Rotterdamse containersector te monitoren en daar zo goed mogelijk op in te spelen.

Roro
Het roll-on roll-off verkeer (roro) is met 16,8% toegenomen. Dit cijfer is geflatteerd door het einde van de overgangsperiode van de Brexit per 1 januari 2021. Dat leidde destijds tot extra vervoer eind 2020 en een dip in het roro-transport begin 2021.
Het segment overig stukgoed groeide fors met 17,7%. Een belangrijke oorzaak hier is de import van staal en non-ferro metalen. In reactie op de Russische inval in Oekraïne schoten de staal en non-ferroprijzen omhoog. Al snel werden alternatieve aanbieders gevonden, vooral uit Azië waar door COVID-19 de vraag naar staal juist inzakte. De import van staal en non-ferrometaal nam daarom toe. Daarnaast zorgen de hoge containertarieven ervoor dat meer lading als stukgoed wordt verscheept.

Droog massagoed
Het goederensegment droog massagoed zag een toename van 4,4% in het eerste halfjaar. De overslag van agribulk daalde met 15,1%. Dit segment wordt altijd sterk beïnvloed door de omvang van de oogsten in verschillende delen van de wereld. Daarnaast was er sprake van stakingen bij een van de verwerkende bedrijven. Ook speelde mee dat er door hoge energiekosten minder agribulk is verwerkt. Hoge energiekosten leidden ook tot een lagere productie van de Duitse staalindustrie en als gevolg daarvan 20,6% minder aanvoer van ijzererts. De aanvoer van cokeskolen voor de staalindustrie bleef op niveau. De overslag van kolen voor elektriciteitscentrales nam fors toe. Dit zorgde per saldo voor een toename van 29,7% van de kolenoverslag. Kolen zijn momenteel goedkoper dan aardgas en verminderen bovendien de afhankelijkheid van Russisch aardgas. Opvallend is de toename van 30,1% van het overig droog massagoed. Dat is vooral het gevolg van de hoge prijzen voor het verschepen van containers: lading die ook los vervoerd kan worden, zoals industriële mineralen en meststoffen, is daarom vaker op die manier getransporteerd.

Nat massagoed
In het eerste halfjaar is 4,6% meer nat massagoed overgeslagen. De toename van ruwe olie van 4,3% is vooral veroorzaakt door de doorvoer van Russische olie via Rotterdam naar met name India. Noordwest-Europese raffinaderijen schakelen over op niet-Russische olie, met als gevolg dat Russische olie zijn weg vindt naar andere markten. De daling van de overslag van olieproducten van 9,4% is vooral het gevolg van de structurele afname van de aanvoer en wederuitvoer van stookolie. LNG kende een toename van 45,8%. Er is een zeer grote vraag naar LNG als alternatief voor aardgas dat vanuit Rusland per pijpleiding naar Europa komt. De toename van het overig nat massagoed van 22,5% laat zich enerzijds verklaren door een verschuiving van transport per tankcontainer naar chemicaliëntanker en door voorraadvorming bij afnemers van chemische stoffen. Vanwege haperende transportketens verzekeren zij zich zo van voldoende grondstoffen.
Bij de aanvoer van kolen, ruwe olie, olieproducten en LNG is in het tweede kwartaal een verschuiving van de herkomst waarneembaar. Bedrijven halen deze energiedragers en grondstoffen steeds minder uit Rusland en kopen ze elders in de wereld.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

Europese miljoenen voor Limburgse binnenhavens

LYON Vijf Limburgse binnenhavens krijgen vele miljoenen subsidie voor de doorontwikkeling van de havens. Tijdens de Connecting Europe Days in Lyon kreeg de provincie Limburg te horen dat Europees geld naar de binnenhavens in Venlo, Roermond, Leudal, Stein en Maastricht gaat. Samen met Tilburg, als knooppuntpartner op de goederencorridor, kunnen ze de komende drie jaar rekenen op 7 miljoen euro voor onderzoek en maximaal 120 miljoen euro subsidie voor uitbreidingen.

De bedrijven op de zes binnenhavens investeren in totaal 14 miljoen euro in onderzoek naar de doorontwikkeling van de havens. Hiervan wordt 50% vergoed door de EU-subsidie. De onderzoeken moeten binnen drie jaar leiden tot een aanvraag voor uitvoering waarvan eveneens 20% tot 50% vergoed wordt door de EU. In totaal is het bedrijfsleven voornemens om 240 miljoen euro te investeren in de zes binnenhavens.

Duurzaam
De binnenhavens gaan de toegekende miljoenen gebruiken voor onderzoek naar de aanleg en doorontwikkeling van de binnenhavens. In de aanvraag is speciaal aandacht gevraagd om bij de uitbreidingen in alle havens in te zetten op duurzaam bouwen. Daarvoor wordt ook onderzoek gedaan naar het vervoeren van reststromen zoals afval over water. Daarmee zouden in potentie honderdduizenden vrachtwagens minder over de A2 rijden.

Ontwikkelmaatschappij Midden-Limburg ontwikkelt een duurzaam multifunctioneel en watergebonden bedrijventerrein in de gemeente Leudal. Het park moet ruimte bieden aan bedrijven met activiteiten zoals opslag, circulair- en biobased ondernemen. In deze aanvraag zit ook de multimodale verbinding vanuit de haven Stein naar Chemelot.

In de Willem Alexander haven in Roermond gaan bedrijven, het waterschap Limburg, gemeente Roermond en Provincie Limburg voor het eerst de primaire keringen voor hoogwaterbescherming combineren met logistieke kades. In de haven in Venlo wordt als onderdeel van het hoogwaterbeschermingsplan de jachthaven verplaatst. Hierdoor kan de noord- en zuidoever ontwikkeld worden voor bedrijven in de circulaire economie.

‘Enorme impuls’
De vele miljoenen voor de Limburgse havens komen uit de Europese subsidiepot Connecting Europe Facility (CEF). De Provincie Limburg vroeg de subsidie aan vanuit de landelijke corridor aanpak. Gedeputeerde Stephan Satijn van Economie, Grondbedrijf en Onderwijs, noemt de toekenning van de CEF middelen een enorme stap voorwaarts voor de Limburgse binnenhavens en een voorwaarde om te komen tot een circulaire economie. ‘Dat de EU voor de vierde keer een subsidie toekent toont het belang van de Limburgse binnenhavens binnen het trans-Europese transportnetwerk. De investering van het Limburgse bedrijfsleven in de havens gecombineerd met de Europese subsidie is een enorme impuls voor de circulaire economie en de modal shift van weg naar water. Binnenhavens kunnen fungeren als circulair transportknooppunt, als opslaglocatie voor circulaire doeleinden en als vestigingslocatie voor de accommodatie van circulaire industrie.’

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

Minister wil ligplaatsregime van 3×24 uur niet uitbreiden

DEN HAAG Minister Mark Harbers gaat het BPR en het RPR niet aanpassen om het bestaande ligregime van maximaal 3×24 uur structureel uit te breiden. Uit proeven blijkt dat er geen behoefte aan is en de aanpassing zou volgens de minister daarom onnodig gepaard gaan met juridische en praktische vraagstukken. Ook wijst hij op verstoring van de marktwerking. De uitbreiding zou ten koste gaan van bezetting van betaalde, gemeentelijke ligplaatsen.

In zowel het Rijnvaart- als het Binnenvaartpolitiereglement (RPR en BPR) is geregeld dat schippers kosteloos gebruik kunnen maken van één van circa 850 ligplaatsen die Rijkswaterstaat in beheer heeft. Hiervoor geldt een maximum ligtijd van 3×24 uur. De reden hiervoor is om te voorkomen dat op de ligplaatsen te veel schepen gaan liggen voor langere tijd. Het kan voorkomen dat een schip door omstandigheden langer moet liggen dan de 3×24 uur, bijvoorbeeld door ziekte. In die gevallen past RWS coulance toe.

Proeven
Om te kijken of in de binnenvaart behoefte is aan een langere ligtijd, vonden er twee proeven plaats. De eerste was bedoeld als tegemoetkoming richting de sector vanwege de nadelige effecten van de coronacrisis. De tweede proef was vooral bedoeld ter verificatie van de eerste proef. De belangrijkste conclusie uit de proeven is volgens de minister dat er in beide periodes nauwelijks gebruik is gemaakt van de mogelijkheid om langer te liggen. In het uitzonderlijke geval dat er wel gebruik van werd gemaakt, dan betrof het een ligtijd van maximaal één week. ‘Er lijkt dus geen structurele behoefte te zijn geweest aan langer liggen. Wanneer er langer werd gelegen, leidde dat niet tot hinder voor schippers die rusttijd wilden nemen.’

Vakantieperiode
Uit gesprekken met de binnenvaartsector bleek dat de behoefte aan langer liggen vooral speelt in de vakantieperiode. Maar een vakantiestalling is wat betreft Harbers echter geen legitieme reden voor coulance of lang liggen op Rijksligplaatsen. ‘Deze ligplaatsen zijn bedoeld voor schippers om te kunnen voldoen aan de wettelijke vaar- en rusttijden. Voor vakantiestalling kunnen schippers uitwijken naar commerciële ligplaatsen in gemeentelijke havens.’

Transparantie
Minister Harbers wil wel vanaf nu expliciet rekening houden met de behoefte van de sector aan transparantie, flexibiliteit en uniformering van de uitvoeringspraktijk. ‘Uit onderzoek blijkt namelijk dat de toegepaste coulance per ligplaats kan verschillen. Daarom zal het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat een gedragslijn opstellen dat een duidelijk handvat biedt voor Rijkswaterstaat voor de handhaving van de 3×24 uurs regel. Dit gebeurt in afstemming met de sector. Dit schept voor de binnenvaart een helder en uniform verwachtingspatroon, over de voorwaarden waaronder schepen langer mogen liggen.’

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

Vergroening moet havens stikstofruimte bieden

DEN HAAG De stikstofruimte die voorkomt uit een vergroening van de zee- en binnenvaart moet ervoor gaan zorgen dat de havens weer kunnen doorontwikkelen. Minister Harbers van Infrastructuur en Waterstaat wil daar alle mogelijke instrumenten voor inzetten. Hij denkt hierbij onder meer aan uitbreiding van walstroom voor zeeschepen en batterij-elektrische binnenvaart.

Voldoende stikstofruimte is voor Harbers een belangrijke randvoorwaarde voor het beleid van het ministerie omtrent de verdere ontwikkeling van havens. ‘De stikstofdepositie moet omlaag’, schrijft de minister aan de Tweede Kamer. ‘Tegelijkertijd valt te constateren dat de stikstofproblematiek leidt tot stagnatie in projecten als gevolg van vertraging in de natuurvergunningverlening in de Rotterdamse haven. Dit heeft tot gevolg dat de concurrentiepositie en het vestigingsklimaat onder druk komen te staan. Internationale board rooms kijken voor hun duurzame en circulaire investeringen met zorg naar de risico’s die gepaard gaan met de zeer beperkte tot niet aanwezige stikstofruimte. Mijn inzet is erop gericht dat de stikstofcorrectie die voorkomt uit een vergroening van de zee- en binnenvaart zal leiden tot zowel natuurherstel als mogelijkheden voor duurzame havenontwikkeling.’

Uit de impasse
Met het havenbeleid van de Havennota 2020-2030 zet het ministerie in op behoud en zo mogelijk versterking van de positie van mainport Rotterdam. De uitdagingen van de grondstoffen- en energietransitie zijn daarin fundamenteel. De positie van de Rotterdamse haven is daarin niet meer vanzelfsprekend. Daarom is het belangrijk dat duurzame investeringen, zoals in biobrandstoffenfabrieken op de Tweede Maasvlakte, van de grond komen.
Onder leiding van het ministerie maken de departementen van Economische Zaken en Klimaat, Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties en Landbouw Natuurbehoud en Visserij zich sterk om uit de stikstofimpasse te geraken. Dat doen ze samen met de Provincie Zuid-Holland, de gemeente Rotterdam, Milieudienst Rijnmond, havenbedrijf Rotterdam en het havenbedrijfsleven. ‘Een complexe opgave, waarbij korte termijn oplossingen niet voorhanden zijn’.

Walstroom
Walstroom voor de zeevaart is een van de manieren van de minister om uit de stikstofimpasse te geraken. Maar het wordt in de Rotterdamse haven nog nauwelijks toegepast. Met het programma walstroom wil Harbers hier de komende jaren met de sector tot een omslag komen. Als eerste stap is in maart 2022 de tijdelijke subsidieregeling walstroom zeeschepen geopend. Met de subsidie worden walstroomprojecten geselecteerd die gaan bijdragen aan de reductie van stikstofdepositie. De gerealiseerde reductie van stikstofdepositie zal onder andere worden ingezet ten behoeve van de vergunningverlening voor woningbouw.

Verplichten
Daarnaast werkt Nederland mee aan EU-regelgeving die het aanbieden van walstroom voor specifieke scheepssegmenten gaat verplichten. Mede om aan deze aankomende verplichtingen te kunnen voldoen, gaat Harbers praten met de vijf grootste Nederlandse zeehavens, verenigd in de Branche Organisatie Zeehavens (BOZ). Haventerminals kunnen vervolgens met subsidie tijdig voorbereidingen treffen voor de benodigde investeringen in walstroomvoorzieningen. Naast het (vrijwillige) subsidietraject zullen ook de mogelijkheden van een wettelijke verplichting verkend worden voor terminals die onder de EU-verplichting gaan vallen. (Foto havenbedrijf Rotterdam)

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

Containeroverslag in Chinese havens daalt

ESSEN De wereldwijde overslag van containers is in april van dit jaar gedaald. Voornaamste oorzaak was de flinke dalende overslag in de Chinese havens. In de rest van de wereld herstelde de containeroverslag zich licht.

De containeroverslagindex van het Duitse RWI – Leibniz-Institut für Wirtschaftsforschung en het Instituts für Seeverkehrswirtschaft und Logistik (ISL) daalde in april met 0,5 punten tot 122,8. De Duitse onderzoekers spreken van een forse daling van de containeroverslag in de Chinese havens. De index voor deze havens daalde dan ook van 132,5 naar 130,2 punten.
De North Range Index, die informatie geeft over de economische ontwikkelingen in de noordelijke eurozone en in Duitsland, steeg in april van 113,2 tot 114,2. Volgens RWI-chef Economie Torsten Schmidt kwam dit vanwege het verder afnemen van knelpunten in de aanvoer in veel havens in de wereld. ‘Anderzijds waren de gevolgen van de lockdown voelbaar in de Chinese havens. Het heeft opnieuw een negatieve impact op de internationale handel. De gevolgen zullen ook in Europa voelbaar zijn.’

De index
Voor de index voor de wereldwijde containeroverslag verwerken de Duitsers de overslagcijfers van containers in 94 internationale havens. Deze havens vertegenwoordigen ongeveer 64% van de wereldwijde containeroverslag. De zogenoemde snelle schatting voor april 2022 is gebaseerd op de cijfers van de havens die ongeveer 76 procent van de overslag van de index vertegenwoordigen.

Omdat veel havens die meewerken aan de index al twee weken na het einde van een maand verslag uitbrengen over hun activiteiten, is de Duitse index volgens RWI / ISL een betrouwbare indicator van de ontwikkeling van de internationale handel en daarmee van de wereldwijde economische activiteit.

De containeroverslagindex maakt deel uit van de statistieken over buitenlandse handel in het ‘Dashboard Duitsland’ van het Federaal Bureau voor de Statistiek.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

Containeroverslag stijgt, wereldhandel blijft zwak

ESSEN De containeroverslagindex van het Duitse RWI – Leibniz-Institut für Wirtschaftsforschung en het Instituts für Seeverkehrswirtschaft und Logistik (ISL) is in maart met 1,6 punt gestegen tot 119,2. De overslag van containers is aanzienlijk toegenomen, vooral in Chinese havens, maar de gegevens zijn vertekend door de viering van Chinees Nieuwjaar.

De North Range Index, die informatie geeft over de economische ontwikkelingen in de noordelijke eurozone en in Duitsland, steeg in maart nog sterker dan de voorgaande maand van 106,0 naar 110,1. Ook in de Chinese havens was sprake van een forse toename van de containeroverslag. De index steeg van 106,0 naar 131,7. De gegevens worden echter nog steeds vertekend door de Chinese nieuwjaarsvieringen. ‘In maart herstelde de containeroverslag zich slechts licht van de forse daling van de maand ervoor’, vertelt RWI-chef Economie Torsten Schmidt. ‘Dit zet de zwakte voort die eind vorig jaar begon.’

De index
Voor de index voor de wereldwijde containeroverslag verwerken de Duitsers de overslagcijfers van containers in 94 internationale havens. Deze havens vertegenwoordigen ongeveer 64% van de wereldwijde containeroverslag. De zogenoemde snelle schatting voor januari 2022 is gebaseerd op de cijfers van de havens die ongeveer 78 procent van de overslag van de index vertegenwoordigen.

Omdat veel havens die meewerken aan de index al twee weken na het einde van een maand verslag uitbrengen over hun activiteiten, is de Duitse index volgens RWI / ISL een betrouwbare indicator van de ontwikkeling van de internationale handel en daarmee van de wereldwijde economische activiteit.

De containeroverslagindex maakt deel uit van de statistieken over buitenlandse handel in het ‘Dashboard Duitsland’ van het Federaal Bureau voor de Statistiek.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

Overslag haven Rotterdam daalt 1,5% in eerste kwartaal

ROTTERDAM De haven van Rotterdam heeft in het eerste kwartaal van dit jaar met 113,6 miljoen ton 1,5% minder goederen overgeslagen dan in dezelfde periode vorig jaar. Vooral de overslag van minerale olieproducten en ijzererts nam af. De overslag van onder andere LNG en overig nat en droog massagoed nam toe. Het containervolume zit iets onder het niveau van 2021.

‘Hoewel we het jaar uitstekend zijn begonnen, werd de wereld eind februari geconfronteerd met de oorlog in Oekraïne’, vertelt CEO Allard Castelein van Havenbedrijf Rotterdam. ‘Naast dat dit conflict een vreselijke humanitaire ramp is, leidt de oorlog tot grote onzekerheid in de wereldhandel en veranderingen in logistieke ketens. Hoewel het verdere verloop niet te voorspellen is, verwachten we dat de ontwikkelingen in Oekraïne en de sterk verslechterde relatie tussen Rusland en veel andere landen ook in de rest van jaar van invloed zullen zijn op de overslagvolumes.’

Van en naar Rusland
Ongeveer 62 miljoen ton van de bijna 470 miljoen ton overslag in de Rotterdamse haven was vorig jaar Rusland-georiënteerd (13%). Via de haven van Rotterdam worden veel energiedragers uit Rusland geïmporteerd. Grofweg kwam in 2021 30% van de ruwe olie uit Rusland, 25% van het LNG en 20% van de olieproducten en de kolen. Rusland exporteert producten als staal, koper, aluminium en nikkel via Rotterdam. 8% van de containeroverslag was in 2021 Rusland-georiënteerd. Omdat de oorlog in Oekraïne pas eind februari begon, is de invloed op de overslagvolumes dit eerste kwartaal nog beperkt. Inmiddels is in vrijwel alle sectoren de impact merkbaar van de sancties en de beslissingen van individuele bedrijven om geen zaken meer te doen met Rusland.

Nat massagoed
In totaal nam de overslag van nat massagoed af met 1,0% tot 51,5 miljoen ton. Het volume ruwe olie bleef vrijwel gelijk (-0,2% naar 25,5 miljoen ton). De overslag van minerale olieproducten en dan met name stookolie liep terug (-20,5% naar 13,5 miljoen ton) met name als gevolg van lagere productie in Rusland, waardoor er ook minder stookolie uit Rusland binnenkomt in Rotterdam. Vanaf maart importeren oliemaatschappijen minder olie uit Rusland. Er is in het eerste kwartaal veel meer LNG overgeslagen (+77,7% naar 2,7 miljoen ton). Ook werden meer chemische producten, plantaardige oliën en hernieuwbare producten overgeslagen, zodat het volume van het Overig nat massagoed flink toenam (+22,2% naar 9,9 miljoen ton).

Droog massagoed
Binnen het segment droog massagoed is een daling te zien van ijzererts & schroot van (-19,5% naar 5,6 miljoen ton). Hoge energiekosten en een afnemende vraag naar staal leidden tot het inzakken van de Duitse staalproductie. De verminderde vraag was vooral het gevolg van verstoring van logistieke ketens waardoor productieniveaus van staalverwerkende bedrijven daalden. De overslag van kolen is licht gestegen (+3,9% naar 5,9 miljoen ton), omdat de vraag naar energiekolen (voor elektriciteitscentrales) sneller steeg dan vraag naar cokeskolen (voor hoogovens) daalde. Kolen zijn momenteel goedkoper dan gas voor de elektriciteitsproductie. Overig droog massagoed laat een forse stijging zien ten opzichte van vorige jaar (33,5% naar 3,9 miljoen ton). Er is veel vraag naar grondstoffen ondanks de hoge prijzen.

Containers
Binnen het containersegment heeft vooral de daling van transhipment-volumes (-21,5% naar 6,0 miljoen ton) geleid tot een lagere overslag binnen het containersegment (-5,4% naar 35,6 miljoen ton). In TEU (standaardmaat voor containers) daalde de overslag minder hard (-1,4% naar 3,6 miljoen TEU) doordat het gewicht per container gemiddeld lager was en meer lege containers vervoerd werden. Transhipment-volumes zijn al sinds juli 2021 geleidelijk aan het dalen door de grote drukte bij de deepsea terminals als gevolg van de vele disrupties in de logistieke keten. Daarbij werd de containervaart in januari en februari ook gehinderd door een aantal stormen die verdere verstoring van de vaarschema’s veroorzaakten.

In maart zijn de gevolgen van de oorlog in Oekraïne zichtbaar in de dalende volumes naar Rusland. De meeste rederijen hebben een boekingsstop ingevoerd voor Russische containerlading en ook de meeste deepsea terminals nemen geen exportlading voor Rusland meer aan. Dit zal een verder negatief effect hebben op de transhipment-volumes naar Rusland. In het eerste kwartaal waren de gevolgen van de Covid lockdowns in Shanghai nog niet merkbaar in Rotterdam.

RoRo en Overig stukgoed
De totale overslag van het marktsegment breakbulk (Roll on Roll off en Overig stukgoed) steeg met 19% naar 8,4 miljoen ton. De RoRo overslag (+20,4% naar 6,7 miljoen ton) steeg sterk ten opzichte van het eerste kwartaal vorig jaar, omdat toen de Brexit-overgangsperiode net was afgelopen en door de grote vraag vanuit het Verenigd Koninkrijk.

Binnen het Overig stukgoed zien we een stijging (+13,7% naar 1,7 miljoen ton) door een toename van staal- en non-ferro-overslag en een verschuiving van containerlading naar breakbulk als gevolg van de hoge tarieven in de containervaart. Veel Russische lading blijft op dit moment liggen op de breakbulkterminals.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

Panteia maakt dashboard voor inzicht data binnenhavens

ZOETERMEER De Nederlandse Vereniging van Binnenhavens (NVB) en Panteia gaan samenwerken om beter inzicht te krijgen in de overslaggegevens van binnenhavens. Panteia gaat hiervoor een online dashboard ontwikkelen.

De directe aanleiding tot deze samenwerking is de betrokkenheid en inzet van de NVB op het TEN-T dossier. Onlangs vroeg de NVB haar leden op de voorgestelde wijzigingen van het TEN-T netwerk te reageren waarbij voor havens met ambities het van belang is aan te kunnen tonen dat zij voldoen aan het overslagcriterium van gemiddeld 500.000 ton goederen over de laatste drie jaar. Met een monitor van overslaggegevens in binnenhavens kan inzicht verkregen worden in welke havens wel of niet voldoen aan het overslagcriterium.

Ook op andere dossiers wordt kennis en inzicht in data steeds belangrijker. Met een dergelijke monitor kan de NVB haar leden voorzien van data en cijfermatig inzicht en daardoor haar leden nog beter ondersteunen bij het maken van beleid.

Dashboard
Panteia heeft voor het ontsluiten van de data van de binnenhavens gekozen voor het ontwikkelen van een online dashboard. Hiermee moet eenvoudig data geraadpleegd kunnen worden. De basis is een kaart met alle binnenhavens van Nederland waarbij specifieke informatie over de gemiddelde overslag in binnenhavens van de laatste drie jaar inzichtelijk kan worden gemaakt.

Panteia gaat de komende periode met het dashboard aan de slag dat via de NVB-website toegankelijk wordt voor NVB-leden.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

Focus Arnhemse Nieuwe Haven ligt op maritieme industrie en energie

ARNHEM De Nieuwe Haven in Arnhem moet in de toekomst een duurzame haven worden waarin uitsluitend plek is voor de maritieme maakindustrie en de energietransitie. ‘De haven biedt in de toekomst uitsluitend plek aan watergebonden en -verbonden bedrijven die hieraan een bijdrage leveren’, schrijft het Arnhemse college van B&W. Een containerterminal of een distributiecentra in de haven vindt het college taboe.

De Nieuwe Haven is toegankelijk voor klasse V schepen. De overslag bestaat uit 1,5 miljoen ton aan olieproducten en 150.000 ton per jaar zand en grind per jaar. Nu al is de maritieme sector met scheepsbouw en maritieme toeleveringsbedrijven zoals Pasman, Helldörfer, Misti, Open Shipyard, Kees van Drie scheepsreparatie, Scheepswerkerij De Hoop en Silmark sterk vertegenwoordigd in de haven.

Visie
De Arnhemse gemeenteraad stelde in juli 2020 al de Visie Nieuwe Haven vast. Daarmee werd de koers bepaald voor de toekomst van de Nieuwe Haven, namelijk een duurzame bedrijfshaven. In het implementatieplan Nieuwe Haven wat het Arnhemse college onlangs naar de gemeenteraad stuurde, wordt hier invulling aan gegeven. Het plan werd geschreven in samenwerking met Aqualink, Stichting Arnhemse Bedrijventerreinen, Industriepark Kleefse Waard (IPKW), Logistic Valley, Hogeschool Arnhem Nijmegen en provincie Gelderland. Om de herontwikkeling van de haven te markeren hebben ondernemers in de haven inmiddels onder leiding van StAB het initiatief genomen voor een kunstwerk aan de entree van de haven.

Duurzame binnenvaart
B&W ziet dat voor de Arnhemse haven in de toekomst een belangrijke rol weggelegd kan zijn voor de verduurzaming van de maritieme sector. ‘Denk aan het ombouwen van cruiseschepen en vrachtschepen naar duurzame (emissieloze) aandrijving. In de verdere toekomst zullen scheepswerven aangepast worden aan de vergrote uniformiteit van schepen. Automatisering is door het gebrek aan specialisten een noodzaak. Opleidingen en innovatie zijn dus erg belangrijk.’

Jan Fransen van Open Shipyard is een van de ondernemers die kansen ziet in de Nieuwe Haven. Fransen verwacht dat met de verduurzaming van de binnenvaart veel werk afkomt op de Nederlandse scheepswerven. Hij wil daar zo snel mogelijk mee aan de slag. Daarvoor wil hij voor zijn werf plek tien plekken voor binnenvaartschepen. Maar ondanks de mooie woorden van de gemeente Arnhem in het plan, ‘het ombouwen of ontwikkelen van nieuwe duurzaam aangedreven vaartuigen kan worden versneld door bedrijven in de Nieuwe Haven’, lijkt dat niet op korte termijn geregeld te kunnen worden. ‘Er wordt al jaren gesteggeld over uitbreiding van de Nieuwe haven, maar een plan voor ombouw en onderhoud van schepen is tot nu toe steeds geweigerd.’ Desondanks meldt B&W in het plan ‘de ondernemingen en de ondernemers die de drijvende kracht zijn van ideëen en uitvoering te willen koesteren. ‘Vaak zijn het één of enkele personen die “willing and able” zijn en de motivatie hebben om dat hier in Arnhem te willen doen.’

Te weinig ruimte
Een van de problemen in de haven is dat de vraag van ondernemers naar ruimte groter is dan de huidige beschikbare ruimte. Dat de ruimte nog niet altijd beschikbaar is, komt mede doordat nog steeds niet alle woonboten uit de Nieuwe Haven weg zijn. Ook is pas op de lange termijn, ongeveer in 2040, uitbreidingsruimte denkbaar voor watergebonden en -verbonden kavels op Koningspley Noord. Dit betekent volgens Arnhem dat tot die periode de huidige ruimte in de haven ‘zoveel mogelijk flexibel en zo efficiënt moet worden benut’.

Voor de ondernemers is het verder van belang dat wordt geïnvesteerd in de haven. Zo moeten drinkwatervoorzieningen voor schepen en openbare verlichting worden aangelegd. De gemeente ziet mogelijkheden in het vergaren van subsidies, maar ondernemers moeten volgens het plan ook samen met de gemeente in de haven investeren. De komende twee jaar moet duidelijk worden welke middelen noodzakelijk zijn. Voor dit jaar trekt het college € 75.000 uit voor investeringen in de Nieuwe Haven.

Energieneutraal
Naast de maritieme maakindustrie ziet het Arnhemse college voor de haven ook een grote rol weggelegd in de energietransitie. Zo moet de Nieuwe Haven in 2040 energieneutraal zijn. De watergebonden bedrijven die in de haven zijn gevestigd leveren dan producten of diensten die bijdragen aan de energietransitie. De Nieuwe Haven moet ook een belangrijke testomgeving worden voor door batterij of waterstof aangedreven vaartuigen en de benodigde infrastructuur om te kunnen laden of tanken.

Verder ziet het college veel in energiebesparing en CO2-reductie door modal shift. ‘In plaats van vervoer over de weg stappen we zoveel mogelijk over op vervoer over het water’. Hierbij valt te denken aan meer overslag van speciaal transport of pallets en overslag van vloeibare bulkgoederen via gesloten overslagsystemen.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

Containeroverslag stijgt fors, Europa blijft achter

ESSEN De wereldwijde containeroverslag is in januari in veel regio’s aanzienlijk gestegen. De containeroverslagindex van het Duitse RWI – Leibniz-Institut für Wirtschaftsforschung en het Instituts für Seeverkehrswirtschaft und Logistik (ISL) steeg met 1,5 punt tot 122 punten. ‘De wereldhandel begint het nieuwe jaar met vaart’, concluderen de Duitse economen dan ook. De containeroverslag in de Europese havens bleef echter nagenoeg gelijk.

In de Chinese havens nam de containeroverslag flink toe. De index steeg van 126,5 naar 128,6. De North Range Index, die informatie geeft over de economische ontwikkelingen in het noordelijke eurogebied en in Duitsland, veranderde in januari nauwelijks van 112,6 naar 112,9.
De hernieuwde toename van de containeroverslag is volgens RWI-econoom Torsten Schmidt een teken dat de aanvoerknelpunten verder afnemen. ‘Ook in de Chinese havens lijkt de omicron-golf niet tot serieuze beperkingen op de afhandeling te leiden.’

De index
Voor de index voor de wereldwijde containeroverslag verwerken de Duitsers de overslagcijfers van containers in 94 internationale havens. Deze havens vertegenwoordigen ongeveer 64% van de wereldwijde containeroverslag. De zogenoemde snelle schatting voor januari 2022 is gebaseerd op de cijfers van de havens die ongeveer 78 procent van de overslag van de index vertegenwoordigen.
Omdat veel havens die meewerken aan de index al twee weken na het einde van een maand verslag uitbrengen over hun activiteiten, is de Duitse index volgens RWI / ISL een betrouwbare indicator van de ontwikkeling van de internationale handel en daarmee van de wereldwijde economische activiteit.