Tagarchief: havens

Containeroverslag bijna weer op niveau van voor corona

ESSEN De wereldwijde overslag van containers in de zeehavens is in juli van dit jaar fors hersteld. Het herstel blijkt uit de containeroverslag index van het Duitse RWI – Leibniz-Institut für Wirtschaftsforschung en het Instituts für Seeverkehrswirtschaft und Logistik (ISL). De index steeg van 110,23 naar 116,2 en ligt daarmee nog maar weinig onder de waarden van vorig jaar.

Volgens Torsten Schmidt, conjunctuurchef van RWI, nadert de containeroverslag inmiddels weer het niveau van voor de corona crisis. ‘De heropleving van de wereldhandel wint aan breedte. De overslag in de Chinese havens bereikte in juli opnieuw een recordhoogte. Maar ook buiten China nam de overslag sterk toe. Het herstel treft steeds meer regio’s, vooral de Noordzeehavens.’ De North Range Index verbeterde met 6,8 punten, tot dusver de sterkste stijging. Voor deze index gaan de Duitse onderzoeksinstituten uit van de overslagcijfers van de havens van Le Havre, Zeebrugge, Antwerpen, Rotterdam, Bremen/Bremerhaven en Hamburg.

De index
Voor de index voor de wereldwijde containeroverslag verwerken de Duitsers de overslagcijfers van containers in 91 internationale havens. Deze havens vertegenwoordigen ongeveer 60% van de wereldwijde containeroverslag. De zogenoemde snelle schatting voor juli is gebaseerd op de cijfers van 51 havens, die ongeveer 74 procent van de overslag van de index vertegenwoordigen.
Omdat veel havens die meewerken aan de index al twee weken na het einde van een maand verslag uitbrengen over hun activiteiten, is de Duitse index volgens RWI / ISL een betrouwbare indicator van de ontwikkeling van de internationale handel en daarmee van de wereldwijde economische activiteit.

Chinese containeroverslag herstelt, Europese daalt

ESSEN De wereldwijde overslag van containers in de zeehavens is in juni van dit jaar iets van de Covid 19-pandemie hersteld. De belangrijkste reden hiervoor is de stijgende overslag in de Chinese zeehavens.

Een en ander blijkt uit de containeroverslag index van het Duitse RWI – Leibniz-Institut für Wirtschaftsforschung en het Instituts für Seeverkehrswirtschaft und Logistik (ISL). De index steeg licht, van 107,7 naar 111,5. Hoewel dat goed nieuws is na maanden van dalende cijfers, ligt de index altijd nog wel 4,3% onder die van vorig jaar.

Groot verschil
Overigens waren er wel grote verschillen. In de Chinese zeehavens steeg de overslag van containers met ruim 5% ten opzichte van een maand eerder. Hiermee bereikte de Chinese overslag volgens de Duitsers een nieuw record.
De zogenoemde Nordrange-Index van de Duitse onderzoekers daalde in juni nog wel, met ruim één punt en kwam hiermee uit op 100 punten. Voor de Nordrange-Index gaan de Duitse onderzoeksinstituten uit van de overslagcijfers van de havens van Le Havre, Zeebrugge, Antwerpen, Rotterdam, Bremen/Bremerhaven en Hamburg.

De index
Voor de index voor de wereldwijde containeroverslag verwerken de Duitsers de overslagcijfers van containers in 91 internationale havens. Deze havens vertegenwoordigen ongeveer 60% van de wereldwijde containeroverslag. De zogenoemde snelle schatting voor juni is gebaseerd op de cijfers van 67 havens, die ongeveer 84 procent van de overslag van de index vertegenwoordigen.
Omdat veel havens die meewerken aan de index al twee weken na het einde van een maand verslag uitbrengen over hun activiteiten, is de Duitse index volgens RWI / ISL een betrouwbare indicator van de ontwikkeling van de internationale handel en daarmee van de wereldwijde economische activiteit. Volgens Torsten Schmidt, conjunctuurchef van RWI, duiden de nieuwste cijfers op een stabilisering van de wereldhandel. ‘Het onderscheid tussen de verschillende regio’s blijft echter groot.’  (Grafiek RWI / ISL)

Haven Rotterdam slaat ruim 9% minder over

ROTTERDAM De haven van Rotterdam heeft in de eerste zes maanden van dit jaar 9,1% minder goederen overgeslagen dan in het eerste halfjaar van 2019. De economische impact door COVID-19 is de belangrijkste verklaring voor de volumedaling.

Allard Castelein, president-directeur van Havenbedrijf Rotterdam: ‘De Nederlandse economie en de Rotterdamse haven zijn afhankelijk van ontwikkelingen in de wereldhandel. Het mag daarom geen verbazing wekken dat de overslagvolumes in het afgelopen halfjaar aanzienlijk lager waren dan in dezelfde periode vorig jaar. Positief is dat de in het tweede kwartaal gerealiseerde overslagvolumes minder ongunstig uitpakten dan aanvankelijk werd verwacht.’

Minder containers
De containeroverslag liet een afname zien ten opzichte van 2019 van 3,3% (in tonnen, 7% in TEU), dat betekent 2,5 miljoen ton minder lading. Rederijen hebben tot 20% van alle diensten geschrapt in mei en juni. De daling in overslag was evenwel minder sterk vanwege toegenomen callsizes van schepen die Rotterdam aangelopen hebben. Het aantal lege containers was fors lager dan in dezelfde periode vorig jaar. Dat komt omdat de import van containers vanuit Azië is gedaald terwijl de export juist is gestegen.

Het segment breakbulk liet een daling zien in het eerste halfjaar van 11%. De RoRo overslag daalde met 12%. De voornaamste daling vond plaats begin van het tweede kwartaal, toen de lockdown in het grootste deel van West-Europa van kracht was. Tegen het eind van het kwartaal stegen de volumes weer.

Droog massagoed
In Rotterdam werd 30,8 miljoen ton droog massagoed overgeslagen, dat is een krimp van 19% ten opzichte van het eerste halfjaar van 2019. Volumedalingen waren er vooral in de overslag van ijzererts en schroot (-22%) en kolen (-34%).

De staalfabrieken die voor de levering van erts de Rotterdamse haven gebruiken, werkten op een veel lager productieniveau dan normaal. De vraag naar staal is door het stilleggen van productie in de auto-industrie en de bouw fors gedaald vanaf maart.

Een lage gasprijs zorgde ervoor dat er meer gas en minder kolen werden gebruikt voor energieopwekking. Daarnaast was er een toename van de beschikbare windenergie door weersomstandigheden waardoor bijschakelen van kolencentrales minder nodig was.

Biomassa groeide fors (+109%) doordat de bijstook in energiecentrales verder groeide.

Nat massagoed
Er werd 99,8 miljoen ton nat massagoed overgeslagen. Dat was circa 10 miljoen ton minder dan in het eerste halfjaar van 2019, een daling van ruim 9%. In Rotterdam is 46% van het overslagvolume nat massagoed. De overslag van minerale olieproducten daalde sterk (-22%). Bij ruwe olie was teruggang slechts gering (-4%) terwijl de overslag van LNG juist een lichte toename (+2,6%) liet zien. De overslag van overig nat massagoed bleef in het eerste halfjaar op hetzelfde niveau als vorig jaar.

Binnen de categorie minerale olieproducten betrof de afname vooral stookolie. De overslag van ruwe olie daalde voornamelijk als gevolg van vraaguitval. Enkele grote raffinaderijen draaiden daardoor op een lagere bezettingsgraad dan gebruikelijk.

De gasprijs is door de COVID-19 pandemie nog verder gedaald. Daardoor is het aantrekkelijk om LNG dat van de Noordzee en Atlantische Oceaan komt te gebruiken voor energieopwekking in Europa.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

Containeroverslag daalt verder

ESSEN De wereldwijde overslag van containers in de zeehavens is in mei van dit jaar vanwege de Covid 19-pandemie verder gedaald. In de Chinese zeehavens steeg de overslag weliswaar, maar de overslag van containers elders in de wereld daalde.

Een en ander blijkt uit de containeroverslag index van het Duitse RWI – Leibniz-Institut für Wirtschaftsforschung en het Instituts für Seeverkehrswirtschaft und Logistik (ISL). De index daalde maar licht, van 107,8 naar 107,7, maar hiermee lag de index nog wel ruim zeven procent onder de cijfers van vorig jaar. Maar er waren dus ook grote verschillen. In de Chinese zeehavens steeg de overslag van containers met een kleine twee procent, in de zeehavens van de overige landen daalde de overslag nog met 1,5 procent. Hierdoor kwam de index voor deze landen ongeveer tien procent lager uit dan een jaar eerder.

Volgens Torsten Schmidt, conjunctuurchef van RWI, was de verdere daling van de containeroverslag geen verrassing. ‘We hadden verwacht dat de index in mei verder zou gaan dalen, maar de daling van de overslag in de Europese havens was wel bijzonder groot.’
De zogenoemde Nordrange-Index van de Duitse onderzoekers daalde in mei met zo’=n twee procent 102,4 punten. Voor de Nordrange-Index gaan de Duitse onderzoeksinstituten uit van de overslagcijfers van de havens van Le Havre, Zeebrugge, Antwerpen, Rotterdam, Bremen/Bremerhaven en Hamburg.

De index
Voor de index voor de wereldwijde containeroverslag verwerken de Duitsers de overslagcijfers van containers in 91 internationale havens. Deze havens vertegenwoordigen ongeveer 60% van de wereldwijde containeroverslag. De zogenoemde snelle schatting voor april is gebaseerd op de cijfers van 61 havens, die ongeveer 84 procent van de overslag van de index vertegenwoordigen.
Omdat veel havens die meewerken aan de index al twee weken na het einde van een maand verslag uitbrengen over hun activiteiten, is de Duitse index volgens RWI / ISL een betrouwbare indicator van de ontwikkeling van de internationale handel en daarmee van de wereldwijde economische activiteit.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

 

Containeroverslag naar laagste punt in drie jaar

ESSEN De containeroverslag in de Noord-Europese havens is in april van dit jaar gedaald naar het laagste niveau in drie jaar. Dit blijkt uit de Nordrange-Index van het Duitse RWI – Leibniz-Institut für Wirtschaftsforschung en het Instituts für Seeverkehrswirtschaft und Logistik (ISL).

Voor de Nordrange-Index gaan de Duitse onderzoeksinstituten uit van de overslagcijfers van de havens van Le Havre, Zeebrugge, Antwerpen, Rotterdam, Bremen/Bremerhaven en Hamburg. De index daalde met 2,8 punten naar 104,3. De Nordrange-Index voor maart steeg nog met 2 punten, maar lag toen al 4,3 procent onder het voorgaande jaar.

De wereldwijde overslag van containers daalde van 110,4 naar 108,9 punten. Daarmee ligt de index 6,5 procent onder het niveau van dezelfde periode van vorig jaar. De overslag in Chinese havens was ongeveer 2,5 procent lager dan in de voorgaande maand. In de havens van andere landen bleef de overslag op het lage niveau van de voorgaande maand. De index voor deze landen bleef 6,7 procent achter op het niveau van vorig jaar.

Volgens Torsten Schmidt, conjunctuurchef van RWI, ligt een verder daling van de containeroverslag nog steeds in het verschiet. ‘Dat is heel erg waarschijnlijk. Er zijn nog steeds veel goederen die zijn besteld voor de corona-pandemie.’

De index
Voor de index voor de wereldwijde containeroverslag verwerken de Duitsers de overslagcijfers van containers in 91 internationale havens. Deze havens vertegenwoordigen ongeveer 60% van de wereldwijde containeroverslag. De zogenoemde snelle schatting voor april is gebaseerd op de cijfers van 52 havens, die ongeveer 74 procent van de overslag van de index vertegenwoordigen.
Omdat veel havens die meewerken aan de index al twee weken na het einde van een maand verslag uitbrengen over hun activiteiten, is de Duitse index volgens RWI / ISL een betrouwbare indicator van de ontwikkeling van de internationale handel en daarmee van de wereldwijde economische activiteit.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

Rotterdam verwacht tot 20% minder overslag

ROTTERDAM De Rotterdamse haven verwacht voor dit jaar een afname van het overslagvolume tussen 10% en 20%. Deze prognose is afhankelijk van de duur van maatregelen en de snelheid van herstel van productie en wereldhandel. De Rotterdamse haven zag in het eerste kwartaal de overslag al met 9,3% dalen naar 112,4 miljoen ton.

In het containersegment vindt op dit moment een reductie plaats van ongeveer 25% van de capaciteit tussen Azië en Europa door minder vraag naar transport. Deze capaciteitskrimp zal in het komend kwartaal ook in de Rotterdamse haven duidelijk merkbaar zijn.
Het RoRo-verkeer wordt direct geraakt door de mindere economische activiteit in Europa en zal zolang de lockdown in verschillende landen voortduurt een fors lager volume kennen. De aanvoer van ijzererts en kolen voor de Duitse staalindustrie zal afnemen als gevolg van vraaguitval uit de auto-industrie en de bouw. De afname in het gebruik van olieproducten voor transport zorgt voor minder noodzaak tot aanvoer van ruwe olie. Volatiliteit in de oliemarkt kan echter wel zorgen voor een toename van handelsstromen.

‘Ongekend’
CEO Allard Castelein van Havenbedrijf Rotterdam zegt voor ‘ongekende disrupties te staan waarbij de haven van Rotterdam als vitaal proces een bijdrage wil blijven leveren aan de samenleving’. ‘De impact van vraaguitval door de coronacrisis zal vanaf april echt duidelijk worden.’

In het eerste kwartaal waren er ook lichtpuntjes. De overslag van containers was vrijwel gelijk aan die in dezelfde periode vorig jaar. Ook de overslag van biomassa bleef groeien. Grote investeringsprojecten gaan ondertussen gewoon door zoals de aanleg van de Container Exchange Route, het Theemswegtracé en haveninfrastructuur voor de productielocatie van smoothie-maker Innocent.

Droog massagoed
Er werd 16,7 miljoen ton droog massagoed overgeslagen in het eerste kwartaal. Dat is 14% minder dan in hetzelfde kwartaal in 2019. Er was een substantiële afname van de overslag van kolen (-39,6%), bijna 3 miljoen ton minder. De voornaamste reden daarvoor was dat er in Duitsland en Nederland minder stroom werd opgewekt met kolen. In plaats daarvan werd meer stroom opgewekt met gas en wind, als gevolg van een lage gasprijs respectievelijk veel aanbod van windenergie als gevolg van gunstige weersomstandigheden.

Een toename was er in de overslag van erts met 15,7% (920K ton). Staalbedrijven hebben in het afgelopen kwartaal meer voorraad ingekocht dan vorig jaar, terwijl de productie niet is gestegen.

Overig droog massagoed daalde met 21% (-694K ton). Deze daling had te maken met uitgestelde bouwprojecten en de aanvoer van zand en bouwmaterialen die daarvoor nodig is. Ook zag het eerste kwartaal een verminderde aanvoer van mineralen als gevolg van dalende industriële productie in Duitsland. De biomassaoverslag steeg met 106%. Deze verdubbeling werd veroorzaakt doordat de inzet van biomassa in de Amer 9 centrale in Geertruidenberg werd opgevoerd naar 80% à 90%.

Nat massagoed
In nat massagoed nam de overslag van olieproducten af met 32,8%. Er was wederom een forse daling van handel in stookolie tussen Rusland en Singapore waar Rotterdam de laatste jaren de overslagplek voor was. In plaats daarvan ging veel van de stookolie rechtstreeks van Rusland naar de Verenigde Staten voor raffinage. De overslag van dieselbrandstoffen nam eveneens af. Voor wat betreft de overslag voor export van diesel werd dit veroorzaakt door toegenomen lokaal gebruik voor zeeschepen als gevolg van nieuwe IMO regels voor uitstoot van scheepsmotoren.

Er werd in het voorbije kwartaal 8% minder ruwe olie aangevoerd. Daarbij gold dat de voorraden die vorig jaar werden opgebouwd in het afgelopen kwartaal werden gebruikt voor productie. De overslag van LNG nam toe met 18% tot meer dan 2 miljoen ton. Er werd vooral meer LNG overgeslagen naar het Europese gasnet. De lage gasprijs zorgde voor meer gebruik van gas voor elektriciteitsproductie.

In overig nat massagoed was een overslagtoename van 710k ton (9,3%) te zien. Deze aanwas betrof vooral een toename van chemieproducten en biodiesels. De haven van Rotterdam wordt voor deze producten in toenemende mate een centrale logistieke locatie in Europa met zowel im- als export naar andere Europese landen.

Containers
De containeroverslag in tonnen was in het eerste kwartaal vrijwel gelijk (-0,3% in tonnen, -4,7% in TEU) aan dezelfde periode vorig jaar – destijds een recordkwartaal voor containers (+5,9% in tonnen, +7,3% in TEU). Deep-sea en feeder containers lieten een toename zien terwijl short sea een afname liet zien van 4,5%. Achterliggende oorzaken waren de zwakkere economie van het laatste halfjaar in Europa en de stagnerende wereldhandel als gevolg van handelsconflicten. Effecten van de coronacrisis waren eind maart beperkt merkbaar door minder aanvoer vanuit China na de gedeeltelijke lockdown daar in februari. Zeeschepen doen vier tot vijf weken over de reis waardoor het effect in Rotterdam pas later merkbaar is. Het volume containers vanuit Azië was 2,8% lager dan in het eerste kwartaal 2019.

Stukgoed
RoRo-overslag daalde met 7,3% ten opzichte van het eerste kwartaal vorig jaar. Als gevolg van de coronavirusuitbraak was er minder vervoer van mensen en goederen tussen het Verenigd Konikrijk en Rotterdam in maart 2020. Daarbij moet tevens worden aangetekend dat maart 2019 een recordoverslag te zien gaf als gevolg van hamsteren in de aanloop naar een destijds op handen lijkende Brexit. De overslag van overig stukgoed was licht lager (-3,2%) als resultaat van teruggang van de economie.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

Meer containerterminals nodig bij ultieme modal shift

DEN HAAG Indien alle potenties voor een modal shift van containers van de weg naar het water worden benut, zijn in Nederland meer containerterminals nodig. Een en ander blijkt uit een inventarisatie van het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (KiM).

Een belangrijk deel van containeroverslagfaciliteiten is te vinden in de zeehavengebieden Rijnmond, IJmond, Moerdijk en Vlissingen-Gent-Terneuzen. Buiten de zeehavengebieden zijn 39 terminallocaties, waarvan 31 voor de binnenvaart en 5 voor het spoor. In Venlo, Veendam en Tilburg staan trimodale terminals, een vierde wordt gerealiseerd in Oss.

Modal shift
Een verschuiving van containers van de weg naar de binnenvaart of het spoor is vanwege milieuoverwegingen of congestie op de wegen denkbaar. Het gaat hierbij om containerstromen tussen de regio’s en Rijnmond of van en naar regio’s in het buitenland die per binnenvaart zijn te bereiken. Op dit moment is er, met uitzondering van de regio Rijnmond en de regio’s zonder terminal, voldoende overslagcapaciteit aanwezig om een verschuiving te accommoderen van containers over de weg naar het spoor en de binnenvaart. Als alle potenties voor een modal shift worden benut, dan ontstaat in de meeste regio’s een tekort. Deze conclusie geldt nog in sterkere mate voor 2030 en 2040. Maar in de praktijk laten terminaloperators het niet tot een tekort aan overslagcapaciteit komen. Zij zullen, indien mogelijk, hun overslagfaciliteiten beter gaan benutten of uitbreiden.

Voldoende capaciteit
Op dit moment is er, over geheel Nederland gerekend, voldoende overslagcapaciteit bij de containerterminals in het achterland om aan de vraag naar overslag te voldoen. De totale beschikbare overslagcapaciteit in 2018 was 8,7 miljoen TEU voor de binnenvaart. In Nederland werd in 2018 ongeveer 6,5 miljoen TEU op of van de binnenvaart overgeslagen. Uit de regionale analyse van de beschikbare capaciteit en de gerealiseerde overslag van de binnenvaart en het spoorvervoer samen blijkt dat er in 2018 op regioniveau zich geen structureel tekort aan overslagcapaciteit voordeed. In de regio Groot-Rijnmond is er voldoende capaciteit voor het spoor, maar een tekort aan overslagcapaciteit voor de binnenvaart op de piekmomenten.

Tekort Rijnmond
In 2030 is er bij ongewijzigd beleid in bijna alle regio’s nog steeds voldoende overslagcapaciteit van spoor en binnenvaart samen om de te verwachten groei van de overslag aan te kunnen. De uitzonderingen zijn de regio’s Oost-Zuid-Holland, Overig Groningen en bij een hoge economische groei de regio’s Zuidoost-Zuid-Holland, Zuid-Limburg en Flevoland. Maar het gaat hierbij om bescheiden tekorten. Voor 2040 komt daar bij hoge economische groei de regio Rijnmond bij, als na 2030 de overslagcapaciteit niet verder wordt uitgebreid (ongeveer 1 miljoen TEU). In Rijnmond geldt voor de binnenvaart dat in 2030 bij hoge economische groei er een tekort zal zijn.

Op basis van de huidige plannen en de beschikbare uitbreidingscapaciteit bedraagt de totale beschikbare overslagcapaciteit in 2030 naar verwachting 4,6 miljoen TEU voor het spoor en 10,8 miljoen TEU voor de binnenvaart. Voor het spoor ligt de vraag naar containeroverslag in 2030 tussen de 2,7 en 3,1 miljoen TEU en voor de binnenvaart tussen de 8,2 en 9,2 miljoen TEU, afhankelijk van of een lage of een hoge economische groei wordt gerealiseerd. In 2040 ligt deze bandbreedte voor het spoor tussen de 3,2 en 3,9 miljoen TEU en voor de binnenvaart tussen de 8,7 en 10,2 miljoen TEU.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

Overnachtingshaven bij Lobith kan er komen

DEN HAAG De nieuwe overnachtingshaven Spijk bij Lobith mag worden aangelegd, ondanks een beperkte toename van neerslag van stikstof op beschermde natuurgebieden in de omgeving. Ook mag de bestaande overnachtingshaven Tuindorp worden gemoderniseerd. Dat blijkt uit een uitspraak van de van de Raad van State.

Volgens de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het provinciebestuur van Gelderland in een aanvullend onderzoek alsnog onderbouwd dat de nieuwe overnachtingshaven en de modernisering van de bestaande haven de natuurgebieden in de omgeving niet aantasten. De zaak werd eerder aangehouden in verband met de toen lopende procedure over het Programma Aanpak Stikstof (PAS). In het eerdere onderzoek naar de gevolgen van de projecten voor de natuur in de omgeving was namelijk verwezen naar het PAS. Omdat het PAS niet voldoet als onderbouwing van besluiten, vernietigde de Afdeling bestuursrechtspraak de besluiten die de komst van de overnachtingshaven en de modernisering van de bestaande haven mogelijk maakten.

Aanvullend onderzoek
In juli 2019 kwam het provinciebestuur echter met het aanvullende onderzoek. Daarin is, buiten het PAS om, alsnog de ‘zekerheid verkregen’ dat de projecten de natuurgebieden in de omgeving niet zullen aantasten. De aanleg van de havens zal volgens het onderzoek een beperkte toename van stikstofneerslag veroorzaken, maar is niet van merkbare invloed op de kwaliteit van de natuurwaarden in de gebieden. Het gebruik van de havens zal niet tot extra stikstofneerslag leiden. Voor het natuurgebied Rijntakken heeft de aanleg van de haven Spijk wel gevolgen voor een aantal natuurwaarden en wordt het leefgebied voor vogels kleiner. Maar voor dat gebied heeft het provinciebestuur van Gelderland in een zogenoemde ADC-toets goed onderbouwd dat er dwingende redenen zijn voor de aanwezigheid van de haven, dat er geen alternatieven zijn, en dat er compensatie voor natuur plaatsvindt. Daarom mag toch gebruik worden gemaakt van de verschillende besluiten die voor de havens nodig zijn, ondanks dat de hoogste bestuursrechter deze nu heeft vernietigd.

Overnachtingshaven
Met de uitspraak is er nu groen licht voor de havens. Voor de nieuwe overnachtingshaven Spijk zal het grootste deel van de uiterwaard worden uitgegraven. Deze haven wordt ingericht voor schepen met een lengte van maximaal 135 meter. In totaal zal de haven Spijk ruimte bieden aan ongeveer 50 ligplaatsen.

De modernisering van de bestaande haven Tuindorp bestaat uit het verbreden van de havenmond, het verdiepen van de haven, het aanbrengen van een nieuwe indeling en het aanleggen van extra parkeerplaatsen. Hiermee biedt de overnachtingshaven Tuindorp ruimte aan ongeveer 20 ligplaatsen voor schepen tot een lengte van 110 meter en aan een autoafzetsteiger.

Planning
Rijkswaterstaat meldt na de uitspraak dat ze op het moment in de aanbesteding zit om een aannemer te selecteren. ‘De verwachting is dat dit proces in de zomer van 2020 is afgerond en we dan de aannemer kunnen bekend maken. Daarna kan het werk beginnen.’

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

Overslag haven R’dam groeide vorig jaar amper

ROTTERDAM De overslag in de haven van Rotterdam groeide vorig jaar amper. In de haven werd 469,4 miljoen ton goederen overgeslagen, iets meer dan 469 miljoen ton een jaar eerder.
Er waren significante verschuivingen te zien tussen de verschillende goederensoorten. Toenames waren er in de overslag van ruwe olie, containers, LNG en biomassa. De overslag van kolen en minerale olieproducten gaf een daling te zien.

Volgens Allard Castelein, president-directeur van Havenbedrijf Rotterdam, wordt het succes van een moderne haven niet louter afgemeten aan de hoeveelheid tonnen overslag. ‘Uiteraard zitten wij niet stil om onze leidende positie verder te versterken en daar wordt ook fors in geïnvesteerd. De vraag naar enkel meer overslagcapaciteit is veranderd in de vraag naar een betere, snellere en bovenal slimmere haven. Eveneens cruciaal voor de toekomst is dat de industrie de energietransitie weet te versnellen zodat de haven van Rotterdam echt impact kan maken bij het realiseren van de Nederlandse klimaatdoelstellingen. Daarvoor is een doortastende, ondernemende overheid nodig die samen optrekt met het bedrijfsleven.’

Nat massagoed
De totale overslag van nat massagoed was in 2019 (211,2 miljoen ton) ongeveer gelijk aan het jaar ervoor (2018: 211,8 miljoen ton). Binnen dit segment kwam de overslag van ruwe olie voor het vijfde achtereenvolgende jaar uit boven 100 miljoen ton en liet een toename van 3,9% zien. Raffinaderijen die gevestigd zijn in Rotterdam, of aan Rotterdam zijn verbonden, hebben na investeringen in de afgelopen jaren hun productiecapaciteit opgevoerd waardoor zij in 2019 meer ruwe olie konden raffineren. Daarnaast is in de laatste maanden meer voorraad opgebouwd.

De overslag van minerale olieproducten daalde als gevolg van minder aan- en afvoer van stookolie. Deze neerwaartse trend van de afgelopen jaren werd in 2019 versterkt door aangescherpte wereldwijde uitstootregels voor de scheepvaart die gelden vanaf 1 januari 2020.

De toename van LNG-overslag werd vooral veroorzaakt doordat een groter deel van het gas dat is gewonnen rond de Atlantische oceaan in Europa is ingevoerd in plaats van geëxporteerd naar Azië. De stijging bij overig nat massagoed betreft de im- en export van biobrandstoffen, met name biodiesel.

Droog massagoed
De overslag van droog massagoed is met 4% gedaald naar 74,5 miljoen ton (2018: 77,6 miljoen ton). Vooral de kolenoverslag is fors gedaald (-14,8%). Het aandeel van energiekolen in de Nederlandse en Duitse stroomproductie is sterk afgenomen; er werd in beide landen meer energie opgewekt met zon, wind en gas. Ook de doorvoer van cokeskolen stond onder druk als gevolg van dalende staalproductie in Duitsland. De overslag van ijzererts en schroot is op jaarbasis vrijwel gelijk gebleven met 2018. Dat is een goed resultaat, gezien de afnemende staalproductie in Duitsland. De biomassaoverslag steeg met 62,8%. De toename betreft vooral de import van houtpellets die dienen als bijstook in kolencentrales.

Containers
Na een goede start in het eerste halfjaar is de containeroverslag vrijwel niet gegroeid in de tweede jaarhelft. De containeroverslag groeide met 2,5% gemeten in tonnen. Gemeten in TEU, de standaardmaat voor containers, bedroeg de aanwas 2,1% en kwam het jaartotaal uit op 14,8 miljoen TEU. De economische groei in de EU loopt iets terug, met name als gevolg van minder industriële productie in Duitsland. Daarnaast zijn in november en december afvaarten geschrapt vanuit Azië als gevolg van teruggelopen productie en afnemende groei van de wereldhandel. Ook het shortsea segment ondervond de effecten van minder economische groei, evenals concurrentie van andere havens.

Roll On/Roll Off
Overslag via Roll On/Roll Off schepen groeide ondanks alle onzekerheid over Brexit toch licht in 2019 (+0,8%). Gedurende het jaar zijn er wel grote fluctuaties geweest met overslagpieken door voorraadvorming in de aanloop naar eerder beoogde Brexit momenten 31 maart en 31 oktober.

De overslag van overig stukgoed groeide op jaarbasis met 2,9% door het aantrekken van extra ladingpakketten. In het vierde kwartaal was evenwel een daling zichtbaar als gevolg van de haperende Duitse export.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

Haven Rotterdam uit zorgen om passagiersvaart

ROTTERDAM Het jaar 2019 was een relatief veilig jaar voor de scheepvaart in de Rotterdamse haven, maar havenmeester René de Vries blijft zich zorgen maken over de passagiersvaart. Bij drie van de vier ernstige ongevallen was passagiersvaart betrokken, evenals bij tien procent van alle ongevallen.

De Vries is tijdens de presentatie van de nautische jaarcijfers duidelijk over de prominente rol van de passagiersvaart in het aantal incidenten. ‘Dat is veel te veel voor zo’n kleine groep vaarweggebruikers. We hebben het toezicht aanzienlijk verhoogd, maar het blijft een zeer kwetsbare groep. Daarom zijn we in gesprek met het ministerie over aanvullende maatregelen. Er moet wat gebeuren.’

Onder de norm
Het afgelopen jaar arriveerden in de Rotterdamse haven bijna net zoveel zeeschepen als in 2018; 29.491 tegen 29.476 vorig jaar. Het aantal ongevallen bleef ook nagenoeg hetzelfde; 113 tegen 112, voornamelijk ‘parkeerschade’. Doordat er één zeer ernstig ongeluk viel te betreuren, was de NSI (Nautical Safety Index) – een weerspiegeling van de nautische veiligheid – iets onder de norm (6,56 in plaats van 7). Oorzaak was een aanvaring tussen een RHIB en een sloep waarbij een dodelijk slachtoffer viel te betreuren.

LNG
Een nieuwe ontwikkeling in de haven is de toename van het bunkeren van LNG (vloeibaar aardgas) tijdens laad- en losactiviteiten van zeeschepen. Inmiddels varen er drie LNG bunkerschepen vast in de haven en hebben nog vier andere LNG bunkeraars de licentie om LNG in de haven te mogen bunkeren. Hier komen dit jaar zeker nog twee bunkeraars bij.

Digitalisering
De havenmeester bereidt zich ook voor op de kansen die digitalisering van de haven biedt. Zo is in samenwerking met de Veiligheidsregio Rotterdam bij incidenten reeds gebruik gemaakt van drones. Ook werden nieuwe tests gedaan met een floating lab om te onderzoeken wat er nodig is om autonome scheepvaart in de haven mogelijk te maken.

Verder hebben onder de aanvoering van de havens van Rotterdam en Amsterdam voor het eerst elf zeehavens dezelfde Havenverordening ontwikkeld. De havenbedrijven werken op meer gebieden samen. Zo gebruiken ze al hetzelfde haven management- en informatiesysteem: HaMIS.

Bunkervergunning
Het Havenbedrijf werkt nauw samen met onder andere de haven van Antwerpen om per 1 januari 2021 een bunkervergunning van kracht te laten zijn voor leveranciers van bunkerbrandstoffen. Voor LNG geldt een dergelijke vergunning al. Het is de bedoeling dat in deze vergunning voor het eerst stoffen staan aangewezen die beslist niet in bunkers mogen worden aangetroffen. Een vergunning zal de transparantie in de bunkermarkt en de kwantiteit en kwaliteit van bunkers aanzienlijk verbeteren, luidt de verwachting.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.