Tagarchief: infra

‘Binnenvaart moet nadenken over huidige logistieke concepten’

STRAATBURG De binnenvaart moet goed gaan nadenken over de huidige logistieke concepten. Steeds grotere schepen en lage waterstanden, maken de binnenvaart volgens de Centrale Commissie voor de Rijnvaart (CCR) zeer kwetsbaar voor de klimaatverandering.

De CCR meldt in haar Jaarverslag van de marktobservatie van de binnenvaart in Europa dat de gemiddelde laadcapaciteit van de vrachtschepen in de Rijnoeverstaten toeneemt en het aantal kleine schepen afneemt. Deze ontwikkeling heeft zich ook 2018 voortgezet, met name voor de Franse vloot. De nieuwbouwcijfers lagen in 2018 relatief laag maar er werden schepen uit alle grootteklassen op de markt gebracht, ook een paar kleinere schepen met een tonnage van minder dan 1000 ton.

Laagwater
Het jaar 2018 stond voor de Europese binnenvaart in het teken van de aanhoudende lage waterstanden in de tweede helft van het jaar die van invloed waren op verschillende economische parameters. Regionaal gezien waren de gevolgen van de extreme droogte voor de vervoersactiviteiten met name waarneembaar op de Rijn en zijn zijrivieren, op de Boven- en Midden- Donau evenals op de Boven- en   Midden-Elbe. De vervoersactiviteiten over de vele kanalen in Nederland, België, Frankrijk en Noord-Duitsland ondervonden duidelijk minder hinder van de lage waterstanden. Ook de scheepvaart over de Beneden- Donau in Roemenië en Bulgarije had weinig last van de droogte omdat het scheepsvervoer in het mondingsgebied van de Donau zeeriviervaart betreft.

Containers
Het containervervoer, dat nog steeds bijna uitsluitend geconcentreerd is in de Rijnoeverstaten, slaagde er volgens de CCR in 2018 in de vervoersvolumes te handhaven en zelfs te vergroten, aangezien dit type vervoer vooral plaatsvindt over kanalen of waterwegen die minder te lijden hebben onder lage waterstanden. In Frankrijk is het containervervoer toegenomen in het stroomgebied Nord-Pas-de-Calais, terwijl het in het Seinebekken en in het stroomgebied Rhône-Saône constant is gebleven.
De Rijn daarentegen liet na een periode van groei in de vijf voorafgaande jaren in 2018 een afname van het containervervoer zien van 10% (in TEU). De scheepvaart op de Midden- en Bovenrijn, deze twee riviergedeelten zijn samen verantwoordelijk voor 49% van het containervervoer over de Rijn, had in het late najaar van 2018 ernstig te kampen met de droogte. In oktober en november konden containerschepen niet langer stroomopwaarts naar Straatsburg of Bazel varen en lag het containervervoer wekenlang zelfs helemaal stil.

Deze kink in de logistieke keten gold niet alleen voor het containervervoer maar ook voor het vervoer van chemicaliën, aardolieproducten, ijzerertsen en andere grondstoffen voor de industrie en leidde tot grote economische verliezen. Volgens statistische berekeningen heeft de Duitse industriële productie bijna vijf miljard euro schade geleden als gevolg van de afname van het Rijnvervoer in de tweede helft van 2018.

Vrachtprijzen
De lage waterstanden dreven de vrachtprijzen sterk op, met name in de Rijnvaart. De vrachtprijzen voor vloeibare goederen lagen in oktober en november vier keer zo hoog als normaal (voor de ARA-Rijnhandel).
Als men de statistieken van de vrachtprijzen voor vloeibare producten analyseert, kan worden vastgesteld dat de prijzen in de tweede helft van het jaar ook in het FARAG-gebied (Vlissingen, Antwerpen, Rotterdam, Amsterdam, Gent) gestegen zijn. De waterstanden in dit deel van West-Europa hadden weliswaar minder last van de droogte maar de prijsstijging werd veroorzaakt door de reactie van de markt: Belgische en Nederlandse exploitanten, met name marktdeelnemers met kleine schepen, verplaatsten hun werkgebied in het najaar van 2018 naar de Rijn om te kunnen profiteren van de hoge vrachtprijzen. De afname van de capaciteit leidde zo ook in het FARAG-gebied tot een stijging van de vrachtprijzen.

58% Nederlands
Wanneer we kijken naar de spreiding van de binnenvaartondernemingen in West-Europa dat constateert de CCR een versnipperd beeld. Ruim 87% van alle binnenvaartondernemingen in Europa is gevestigd in de Rijnoeverstaten. Alleen Nederland al is goed voor 58% van alle binnenvaartondernemingen. ‘Het is echter wel zo dat 41% van alle Nederlandse ondernemingen voor droge lading en 51% van alle tankvaartondernemingen eenmansbedrijven zijn. De structuur van de Franse ondernemingen in het vrachtvervoer lijkt sterk op die in Nederland.’

Werkgelegenheid
Bekijkt men de gegevens voor de periode van 2012 tot 2016 dan toont de werkgelegenheid in het vrachtvervoer de afgelopen jaren in de meeste Europese landen een dalende lijn. Duitsland, Zwitserland, Polen, Italië en Letland waren de uitzonderingen op de regel. In deze landen was het aantal werknemers in 2016 groter dan in 2012. De grootste daling in absolute cijfers deed zich voor in Nederland, waar het aantal werknemers in 2016 522 lager lag dan in 2012 (in Frankrijk: -279, in Duitsland: +281).
In het passagiersvervoer daarentegen stegen tussen 2012 en 2016 zowel het aantal ondernemingen als het aantal werknemers. De sterkste stijgingen in het aantal werknemers deden zich voor in Duitsland (+1745), Frankrijk (+551), Italië (+470) en Nederland (+306).

Winstgevendheid
Uit gegevens van Eurostat met betrekking tot de winstgevendheid van binnenvaartondernemingen blijkt dat goederenvervoersondernemingen in België en Nederland beduidend winstgevender zijn dan ondernemingen in Frankrijk, Duitsland, Slowakije en Hongarije. De winstgevendheid wordt daarbij gemeten als de verhouding tussen het brutobedrijfsresultaat en de omzet. Afgaande op de gegevens van Eurostat kan worden geconcludeerd dat dit gebrek aan winstgevendheid samenhangt met de zeer hoge personeelskosten in de Franse binnenvaart.

Passagiersvaart
In het passagiersvervoer is de winstgevendheidsindicator in Duitsland in de afgelopen jaren gestegen. Dat strookt met de positieve ontwikkeling van de werkgelegenheid in deze branche in Duitsland. In Frankrijk daarentegen is deze branche relatief weinig winstgevend.
In tegenstelling tot de problemen waarmee het goederenvervoer te kampen had in 2018, stegen de passagiersaantallen bij de riviercruises tot nieuwe recordhoogtes. In Europa maakten in totaal 1,64 miljoen toeristen een riviercruise, een toename van 14,6% ten opzichte van 2017. Bijna 38% van deze toeristen komt uit de Verenigde Staten en Canada. Het aantal toeristen uit Azië, Rusland en Scandinavië nam toe met 41%. Ook het aantal Britse en Ierse passagiers steeg met 31% uitermate sterk.

Aangezien riviercruises in heel Europa plaatsvinden, ondervond de sector weinig hinder van de lage waterstanden. Voor de Rijn werd weliswaar een lichte daling van het vervoer door riviercruiseschepen van 7% geregistreerd, maar op de Donau (+6%) en op de Moezel (+12%) waren juist meer cruiseschepen onderweg. In 2018 kwamen er iets minder nieuwe cruiseschepen in de vaart, maar de orderboeken wijzen erop dat het aantal nieuwbouwschepen in 2019 weer zal toenemen.

‘Aan de weg timmeren’
Het goederensegment zand, stenen, grind en bouwmaterialen is verantwoordelijk voor 37% van het vrachtvervoer in de binnenvaart in Frankrijk, 25% in België, 20% in Nederland, 14% in Duitsland en 21% in Roemenië. De bouwactiviteiten in Europa vertonen sinds 2014 een stijgende lijn die te danken is aan positieve demografische ontwikkelingen, toenemende investeringen in openbare infrastructuur en het economisch herstel na de vastgoedcrisis van 2009. Het vervoer van de goederen die daarvoor nodig zijn (met name grind, zand en bouwmaterialen) vertoont tot op zekere hoogte dezelfde stijgende tendens. Dat wordt zichtbaar wanneer de bouwactiviteiten per maand en per kwartaal enerzijds en het vervoer over de binnenwateren van bovengenoemde materialen anderzijds naast elkaar worden gelegd. Naar verwachting zal de groei in de bouwsector in de komende drie jaar afvlakken. Het is mogelijk dat de vervoersvraag dit afkoelingsproces volgt, maar desalniettemin valt te verwachten dat de vraag in de toekomst zal blijven groeien. De bouwsector is namelijk een belangrijke sector met positieve vooruitzichten zoals ook blijkt uit langetermijnprognoses. ‘De binnenvaart zou dus aan de weg moeten timmeren om meer van deze groei te kunnen profiteren’, concludeert de CCR.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

‘Bevaarbare Waal vraagt om structurele aanpak’

ROTTERDAM Het verbeteren van de bevaarbaarheid van de Waal en andere Rijntakken vraagt om een structurele en internationale aanpak over het hele riviersysteem. ‘Een goed begin’, noemt het Centraal Overleg Vaarwegen (COV) de ruim € 7 miljoen euro die het kabinet beschikbaar stelt om de “harde laag” op de Waal bij Nijmegen aan te pakken, maar er is dus meer nodig.

De lage waterstanden van 2018 op de Rijntakken hebben volgens het COV de kwetsbaarheid van het natuurlijke riviersysteem inzichtelijk gemaakt. ‘We staan voor de uitdaging om de Waal en IJssel beter bestand te maken tegen droogte en de bodemerosie te stoppen. Nederland ligt in de delta van grote rivieren en dan is structureel baggeren nodig om verzanding van het riviersysteem te voorkomen. PFAS-vervuiling vanuit de lucht heeft het baggerslib aangetast, daardoor liggen baggerwerken stil en worden er geen nieuwe werken opgestart. Om te voorkomen dat Nederland over het water op slot gaat moet het kabinet zo snel mogelijk een oplossing zoeken voor dit zorgwekkende probleem.’

Grote zorgen
Koninklijke BLN-Schuttevaer, het Centraal Bureau voor de Rijn- en Binnenvaart, de Vereniging van Waterbouwers, evofenedex en de Nederlandse Vereniging van Binnenhavens, samenwerkend in het Centraal Overleg Vaarwegen, roepen de regering verder op de mouwen op te stropen en aan te pakken. Weliswaar wordt geïnvesteerd in de vaarweginfrastructuur, echter is dit niet toereikend. De brancheorganisaties maken zich grote zorgen over de onderhoudsstaat van de Nederlandse vaarweginfrastructuur en de bereikbaarheid van het achterland. Onverwachte stremmingen en vertragingen als gevolg van achterstallig onderhoud zijn dagelijkse realiteit. Dat heeft grote gevolgen voor het Nederlandse bedrijfsleven. De binnenvaart kan bijdragen aan de Nederlandse opgave voor mobiliteit en leefbaarheid. Dit vergt wel forse investeringen in een goed onderhouden, robuuste en toekomstbestendige vaarweginfrastructuur.’

Vaarwegen
De regering geeft in de Rijksbegroting van 2020 een extra impuls aan het onderhoud van de Nederlandse infrastructuur van € 97 miljoen. Daarvan gaat € 11 miljoen naar onderhoud van wegen en € 86 miljoen naar onderhoud aan vaarwegen. Met deze impuls wordt een deel van het uitgesteld onderhoud op de vaarwegen aangepakt en worden maatregelen genomen om storingen op de vaarwegen en de groei van het uitgesteld onderhoud te beperken. Het COV is blij met deze impuls die hard nodig is. ‘Door jarenlange bezuinigingen op onderhoud is het aantal stremmingen door storingen op het hoofdvaarwegennet ten opzichte van 2016 verviervoudigd. Met name het vervoer over de Maascorridor ondervindt regelmatig ernstige hinder door onverwachte stremmingen bij sluizen. Op de Nederlandse vaarwegen is nog veel ruimte beschikbaar om de files te verminderen dus alle reden om de problemen snel aan te pakken zodat vervoer over water optimaal kan worden benut.’

2020
In de begroting van 2020 wordt € 6,5 miljard geïnvesteerd in de infrastructuur van Nederland, daarvan gaat € 994 miljoen naar vaarwegen. Van de extra investering van € 86 miljoen in onderhoud komt € 14,5 miljoen beschikbaar voor onderhoud aan de hoofdvaarweg Lemmer-Delfzijl en gaat € 10 miljoen naar het Maas Waal kanaal. Sluis Weurt krijgt een onderhoudsbeurt om technische storingen aan de sluis te voorkomen. In 2020 streeft het Rijk er naar om de capaciteitsuitbreiding van sluis Eefde open te stellen, met de realisatie van de ligplaatsen Merwedes te beginnen, door de aanleg van 4 extra ligplaatsen in de bestaande vluchthaven bij Gorinchem en te starten met de overnachtingshaven Lobith als onderdeel van toekomstvisie van de Waal.

Capaciteitsuitbreiding
Bij de sluizen in Zeeland voldoen de passeertijden al lange tijd niet aan de streefwaarde van 30 minuten. Dit wordt veroorzaakt door gebrek aan sluiscapaciteit op de belangrijke corridor tussen Antwerpen en Rotterdam. Er is daarom op korte termijn capaciteitsuitbreiding nodig bij de Volkeraksluis, Kreekraksluis en Krammersluis. Op de Maas ondervindt de scheepvaart lange wachttijden bij de enkelsluis in Grave. Het COV roept het kabinet op om wanneer de stuw gerenoveerd wordt in 2025 ook de schutcapaciteit uit te breiden zodat de Maas een alternatieve route voor de Waal kan zijn ten tijden van droogte.

Bediening
Het kabinet investeert 5 miljoen extra in het verbeteren van bediening. Met het project ‘Beter bediend’ wordt op 5 trajecten de bedientijden aangepast, op diverse sluizen camerazicht en marifonie verbeterd en gewerkt aan betere betrouwbaarheid tijdens werkzaamheden. De partijen uit het Centraal Overleg Vaarwegen zijn blij met deze maatregelen. ‘Een goede bediening bevordert het de betrouwbaarheid van vervoer over water en de bereikbaarheid van bedrijven in de haarvaten van het vaarwegennetwerk.’

Investeer in vaarwegen
Het gaat goed met de Nederlandse economie en dat uit zich in extra investeringen om de sterk verouderde infrastructuur operationeel te houden. Wil Nederland haar koppositie als doorvoerland behouden dan is meer nodig dan alleen behouden wat je hebt. De partijen uit het Centraal Overleg Vaarwegen roepen het kabinet op om ook te blijven investeren in nieuwe infrastructuur. ‘De binnenvaart kan bijdragen aan een oplossing voor de Nederlandse opgave voor mobiliteit en leefbaarheid. Een betrouwbare bediening, het terugdringen van storingen en tijdig baggeren; stuk voor stuk zijn dit kernopgaven van de overheid. Daarnaast dienen we de bestaande infrastructuur ook bestendig te maken voor de toekomstige klimaatveranderingen, zowel bij hoogwater als laagwater. Bescherming van de woon- en landbouwgebieden, maar ook terugdringing van het zoutwaterpeil maakt het tot een complexe materie waar de nodige investeringen niet voor ons uitgeschoven kunnen worden.’

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

Kabinet steekt tien miljoen in Maas-Waalkanaal

DEN HAAG Minister Cora van Nieuwenhuizen van Infrastructuur en Waterstaat trekt in 2020 tien miljoen euro uit voor het Maas-Waalkanaal. Met dat geld wordt onder meer de oude sluis Weurt opgeknapt. De sluis ligt er nu regelmatig uit wegens storingen en onderhoud.

Minister Van Nieuwenhuizen en staatssecretaris Van Veldhoven hebben vandaag op Prinsjesdag de eerste maatregelen bekend gemaakt voor de grote opgave op het gebied van onderhoud en renovatie van de wegen, het spoor, bruggen, sluizen, tunnels en viaducten. Veel sluizen, bruggen, tunnels en spoorverbindingen gaan al 75 jaar mee en moeten worden opgeknapt.
De minister en staatssecretaris willen dat het onderhoud aan de infrastructuur op orde is. Ze zetten daarom ruim 2,6 miljard euro uit het Infrastructuurfonds apart om het onderhoud aan de wegen, het spoor en de waterwegen zeker te stellen. ‘Zodat iedereen de komende jaren veilig en met zo min mogelijk oponthoud op de plek van bestemming komt.’

100 miljoen
Aanvullend op de grote reservering voor het onderhoud aan de infrastructuur geeft minister Van Nieuwenhuizen in 2020 met 100 miljoen euro uit het Infrastructuurfonds volgens eigen zeggen ‘een flinke impuls aan de Nederlandse vaarwegen’. Zo komt er 10 miljoen euro beschikbaar voor verbeteringen aan de aanlegplaatsen van de veerdiensten op de Waddenzee, is er 14,5 miljoen euro voor de aanpak van diverse sluizen op de hoofdvaarweg Lemmer-Delfzijl en gaat er dus 10 miljoen naar het Maas-Waalkanaal. De maatregelen moeten ervoor zorgen dat schippers sneller door de sluizen kunnen gaan en er minder oponthoud op de vaarwegen is.

Wegen
In 2020 wordt bijna 3 miljard geïnvesteerd in aanleg en beheer en onderhoud van wegen. Minister Van Nieuwenhuizen zet hiermee stappen om de groei van het autoverkeer en de zwaardere belasting van het goederentransport op de weg op te vangen.
De uitspraak van de Raad van State over het Programma Aanpak Stikstof heeft in meer of mindere mate gevolgen voor een aantal wegprojecten die daarvoor in voorbereiding zijn. Een adviescollege onder voorzitterschap van oud-minister Remkes is door het kabinet gevraagd om met een voorstel voor oplossingen te komen. Dit najaar zal de minister de Tweede Kamer informeren over de gevolgen voor nieuwe projecten in het Meerjarenprogramma Infrastructuur Ruimte en Transport (MIRT).

Spoor
Staatssecretaris Van Veldhoven steekt 2,6 miljard euro in aanpassingen op en rond het spoor. Het geld wordt gebruikt om het spoor klaar te maken voor de toekomst. Om de groei aan reizigers en goederen aan te kunnen, is het nodig om het spoor intensiever te gaan benutten. Het kabinet investeert in het nieuwe spoorbeveiligingssysteem ERTMS, waarmee treinen veilig dichter op elkaar kunnen rijden. De komende jaren worden spoor en treinen voorzien van dit nieuwe, digitale systeem. Ook wordt het spoor de komende jaren klaargemaakt voor meer frequente treinen, zoals de populaire ‘tienminutentrein’ die nu al rijdt tussen Amsterdam, Utrecht en Eindhoven. (Foto Valerie Kuypers Ministerie van Financiën)

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

Maatregelen vanwege lage waterafvoer Maas

MAASTRICHT Rijkswaterstaat heeft vanwege de lage waterafvoer in het stroomgebied van de Maas maatregelen genomen, zodat de waterstanden in de Maas en in de Limburgse en Brabantse kanalen op peil blijven. Eén van de maatregelen is het beperkt schutten, waardoor de scheepvaart te maken krijgt met langere wachttijden bij sluizen.

Om het verlies van water tijdens het schutten te beperken, geldt er een beperkt schutregime voor de sluizen tussen Maastricht en Roermond. De maximale wachttijd voor de scheepvaart aan een sluis kan daardoor oplopen tot vier uur.
Bij sluizen die zijn uitgerust met pompgemalen worden de gemalen ingezet om het water dat bij het schutten verloren gaat weer terug te pompen en opnieuw te kunnen gebruiken.

Regenrivier
De Maas is een regenrivier en dus afhankelijk van neerslag. Door te weinig neerslag in haar stroomgebieden in Frankrijk en België is er momenteel een lagere waterafvoer. De komende twee weken wordt er ook zeer weinig neerslag verwacht.
Om zoveel mogelijk water vast te houden, zijn op een aantal stuwen schotbalken geplaatst waarmee de stuwen worden opgehoogd. De zeven vistrappen bij de stuwen van de Maas zijn deels gesloten om geen water te verliezen. Het deels sluiten van de vistrappen heeft volgens Rijkswaterstaat geen nadelige gevolgen voor de vissen, omdat er in deze periode van het jaar geen vistrek plaatsvindt. (Foto Rijkswaterstaat)

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

Spoor profiteert van lage waterstanden

DEN HAAG Het vervoer van goederen over het spoor in Nederland is vorig jaar vanwege de lage waterstanden gestegen. Het vervoerde gewicht steeg ten opzichte van 2017 met ruim 18% van 2,7 naar 3,2 miljoen ton waarmee het spoor een marktaandeel kreeg van 0,5%. De binnenvaart vervoerde in dat jaar 121,8 miljoen ton.

Uit de publicatie ‘Ontwikkeling spoorgoederenverkeer’ van ProRail blijkt verder dat het aantal kilometers dat goederentreinen in Nederland reden vorig jaar met 4% steeg tot 9,3 miljoen, het aantal tonkilometer steeg met 3% tot 13,5 miljard. Vooral het goederenvervoer van en naar de haven van Rotterdam steeg. Er reden 1.000 goederentreinen meer, een stijging van 3%.

Meer kolen
Belangrijkste oorzaak voor het toegenomen spoorvervoer is de droogte van vorig jaar. In het stroomgebied van de Rijn viel heel erg weinig regen, gecombineerd met de hoge temperaturen leidde dit tot lage waterstanden in de grote rivieren. Hierdoor kon minder lading per schip kon worden vervoerd. Het spoor vormde volgens staatssecretaris Stientje van Veldhoven van Infrastructuur en Waterstaat voor een deel van de lading ‘als een goed alternatief om lading alsnog op de plaats van bestemming te krijgen’. Vanwege het lage water steeg het aantal treinen van en naar Rotterdam. Tot half augustus reden ongeveer 100 tot 110 goederentreinen per dag van en naar de Rotterdamse haven, vanaf half augustus liep dat op naar 110 tot 120.

Een van de segmenten waarin een toename van het aantal goederentreinen te zien was, waren de kolen. In de eerste helft van het jaar nam het kolenvervoer nog af. Oorzaak was de sluiting van enkele kolengestookte energiecentrales Duitsland leidde tot een afname van het aantal kolentreinen tussen de Nederlandse havens en het Duitse achterland. Vanaf augustus gingen vanwege de lage waterstanden juist meer kolentreinen rijden. Zowel de havens van Rotterdam als Amsterdam profiteerden hiervan. Amsterdam zag het aantal kolentreinen wel afnemen vanwege het vervallen van kolenstromen en de verschuiving van een ladingpakket naar Rotterdam. Maar ook van en naar Amsterdam reden extra kolentreinen vanwege de lage waterstanden.

Subsidieregeling
Om het gebruik van het spoor te stimuleren, gaat staatssecretaris Van Veldhoven de gebruiksvergoeding op het spoor voor de spoorgoederenvervoerders verlagen door middel van een tijdelijke subsidieregeling. Nederland stuurde de regeling naar de Europese Commissie voor toetsing aan de staatssteunregels en op 8 juli gaf de Commissie haar goedkeuring. Van Veldhoven wil de regeling binnenkort publiceren en deze met terugwerkende kracht tot 1 januari 2019 in werking laten treden. De gebruiksvergoeding wordt dan met de subsidie verlaagd om meer in de pas te gaan lopen met de buurlanden, met name Duitsland. Daarvoor komt van tot en met 2023 maximaal 70 miljoen euro beschikbaar met een tussentijdse evaluatie in 2021. Hierbij wordt het containervervoer het meest gesubsidieerd. Volgens de staatssecretaris ‘om juist in dit marktsegment de modal shift naar het spoor te stimuleren’.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

 

Noodkreet over toestand van de Maascorridor

ROTTERDAM Schepen op de Maas en de verbindingen van de Maas met andere rivieren hebben steeds vaker last van storingen en achterstallig onderhoud. Koninklijke BLN Schuttevaer en het European Logistics Center Limburg vinden het noodzakelijk dat er meer middelen worden vrijgemaakt voor de Maascorridor om deze ‘betrouwbaar en robuust te maken’.

Op de Maascorridor zijn vele nautisch-technische problemen die deels te wijten zijn aan het achterstallig onderhoud. Daarnaast zijn er keuzen gemaakt die ver beneden het niveau van de verwachting zijn gebleven. ‘Naast het feit dat de logistiek hierdoor in het nauw komt en er ongewenste vertragingen optreden, komt ook in sommige gevallen de externe veiligheid in het geding. Veiligheid die de binnenvaart heel hoog in het vaandel heeft staan.’
Het verontrust de organisaties dat er steeds meer onderdelen in het netwerk storingen vertonen. ‘Het lijkt steeds meer geaccepteerd dat objecten op 50 procent van hun ontwerpcapaciteit opereren. Bij het wegvallen van de resterende 50 procent is de logistiek geblokkeerd.’

Gewaarborgd
De organisaties vinden het heel belangrijk dat de robuustheid van de Maascorridor gewaarborgd is. ‘Een betrouwbare 7×24 uurs bediening is heel belangrijk voor onze sector . Het vervoer over water kan niet over de weg, de weg zit vol. Het vervoer over water kan niet via het spoor, ook dat zit vol. Het moet over water in combinatie met de andere modaliteiten voor het voor- en natransport.’
En ook vanuit milieuoogpunt is een onverwachte interruptie van het vaarschema en de uitvoering van een ‘groen’ vaarschema ongunstig. ‘Het gevolg is dat snelheden omhoog moeten om de afgesproken aankomst tijden te kunnen halen. Afhankelijk van de vaarweg heeft een binnenvaartschip een ideale rompsnelheid. Wanneer deze snelheid uit logistiek oogpunt dient te worden overschreden gaat de uitstoot onnodig omhoog. Ook dit kan voorkomen worden wanneer het vervoer over water een betrouwbaar en robuust netwerk ter beschikking heeft.’

Aflaaddiepte
Er wordt op de Limburgse terminals steeds meer gebruik gemaakt van het modal-split concept waarbij de container na overslag zijn weg verder via A76 en de A67 richting Duitsland vervolgt. ‘Dit komt doordat er op de Maascorridor steeds met een gegarandeerde aflaaddiepte kan worden gevaren. Daarmee versterkt de Maascorridor de positie van Rotterdam. De voordelen van een betrouwbare aflaaddiepte wordt helaas weer teniet gedaan door onbetrouwbare infrastructuur en de onkosten die een onbetrouwbare planning met zich mee brengen.’
De oproep is volgens de organisaties ‘een noodkreet van de sector logistiek en de vervoerder over water om er voor te zorgen dat de Maascorridor na de recente opwaardering naar klasse Vb weer het visitekaartje van Nederland wordt’. ‘Het water is voor de sector logistiek een essentiële schakel om aan de vraag van haar klanten en Europa te kunnen voldoen. Voor nadere details verwijzen wij u naar de bijlage bij deze brief.’

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

Verhoging kunstwerken voor high cube container loont niet

DEN HAAG Het grootschalig extra verhogen van bruggen en viaducten om het vervoer van high cube-containers in drie of vier lagen mogelijk te maken, kost veel meer dan het oplevert. Minister Van Nieuwenhuizen is daarom niet van plan haar beleid te wijzigen en ziet meer in betere benutting en belading van containerschepen en innovaties in scheepsontwerpen.

Sinds de introductie van de 30 centimeter hogere high cube container blijken de huidige streefbeelden voor brughoogtes uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) op delen van vaarwegen ontoereikend. Nu wordt voor vier lagen uitgegaan van een hoogte van minimaal 9,10 meter en voor drie lagen van minimaal 7 meter. Maar dit zou voor high cube containers minimaal 11,35 meter en 8,65 meter moeten zijn.

Twee jaar geleden bleek al uit een kosten-batenanalyse dat verhoging van kunstwerken voor dit doel niet rendabel is. Destijds bestond volgens het Havenbedrijf Rotterdam al meer dan de helft van de containers in de Rotterdamse haven uit high cube-containers en de opmars hiervan lijkt niet te stuiten. Daarom gaf toenmalig minister Schultz adviesbureau Arcadis toch nog de opdracht een gedetailleerdere maatschappelijke kosten-batenanalyse (MKBA) uit te voeren voor vier vaarwegcorridors waar een verhoging van bruggen mogelijk toch kansrijk zou kunnen zijn.

Hierbij gaat het om de corridors van de Westerschelde naar de Rijn, van Rotterdam naar Amsterdam, van Amsterdam naar Noord-Nederland en de gekanaliseerde delen van de Maasroute tussen Weurt en Born. Na gesprekken met het Centraal Overleg Vaarwegen (COV) en de havenbedrijven van Amsterdam en Rotterdam, werden daar nog de belangrijkste beweegbare bruggen in de havengebieden aan toegevoegd.

Winst voor vervoer
Het verhogen van bruggen leidt voor de containerbinnenvaart tot efficiencywinst en daardoor lagere kosten. Een containerschip kan namelijk efficiënter worden beladen, waardoor de bezettingsgraad toeneemt en de kosten per teu-kilometer dalen. De winst voor het vervoer bedraagt volgens Arcadis tussen de 15 en 20%.

Die daling van de transportkosten leidt verder tot een verschuiving van containertransport van de weg naar het water. Door met een extra laag high cube-containers te kunnen varen, neemt de congestie op de weg bovendien af en verminderen de geluidshinder, de luchtemissies en beheer- en onderhoudskosten aan wegen. Ook neemt de verkeersveiligheid toe.

Baten altijd negatief
Maar ondanks die voordelen, blijkt volgens Arcadis dat brugverhogingen geen positieve invloed hebben op de welvaart in Nederland. ‘Ongeacht het economisch groeiscenario wegen de kosten niet op tegen de baten.’ Vooral het verhogen van spoorbruggen blijkt enorm duur te zijn. Dat komt doordat voor het verhogen van de spoorbruggen wordt uitgegaan van sloop en nieuwbouw.

Verhoging van de doorvaarthoogte op de Rijn-Scheldeverbinding leverde in de Arcadis-studie de gunstigste kosten-batenverhouding op. Maar ook hier zijn de kosten (357 miljoen euro) hoger dan de baten (78 miljoen euro). Het laagste scoort de corridor van Amsterdam naar Noord-Nederland. De kosten bedragen hier ruim 342 miljoen euro, de baten ongeveer 100.000 euro.

‘Hoogteopslag’
Nu is herbevestigd dat brugverhogingen voor containerbinnenvaart te weinig opleveren, komt de minister tot aan aantal conclusies. Zo blijft het uitgangspunt voor brughoogten vooralsnog de huidige (inter)nationaal vastgestelde streefwaarden en normen. Verder vervalt het aan de doorvaarthoogten gekoppelde aantal lagen containers, aangezien dit in de praktijk niet meer klopt door de opkomst van de high cube-container. Dit alles sluit volgens de minister aan bij de internationale streefbeelden die in de (CCR-) buurlanden voor soortgelijke vaarwegen worden gehanteerd. ‘Vooralsnog worden ook daar geen grotere hoogtenormen voorzien.’ Wel wil de minister bij nieuwbouw of vervanging van bruggen per object bekijken of een hogere brug mogelijk is en loont. En mochten de bruggen in een vaarweg liggen waarvoor in de toekomst hogere waterstanden worden voorspeld, dan wil ze ook kijken naar een ‘extra hoogteopslag’.

Liefst tunnels
Voor nieuwe oeververbindingen in de zeehavengebieden gaat de minister uit van maatwerk. De voorkeur gaat uit naar tunnels. Waar geen tunnel mogelijk is, is volgens de minister de afweging van belang dat met een hoogte van minimaal 11,35 meter boven de maatgevende waterstand, problemen tussen kruisend landverkeer en containerbinnenvaart kunnen worden vermeden.

Van Nieuwenhuizen wijst er verder op dat ze eerder al toezegde met een eenmalige impuls via het programma Beter Bediend op de routes over het IJsselmeer naar Noord-Nederland (Roggebot-Nijkerk, Gaarkeuken, Enkhuizen-Den Oever) en de Hollandsche IJssel/ Gouwe (Algerasluis) de bedientijden bij beweegbare bruggen tijdelijk uit te breiden. En bij sluizen en bruggen waar vooraanmelding aan de orde is de procedure hiervoor te vergemakkelijken.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

Zorgen over onderhoud en stremmingen Maascorridor

NIJMEGEN Koninklijke BLN-Schuttevaer heeft bij de provincie Limburg haar zorgen geuit over de ernstige hinder die de binnenvaart op de Maascorridor ondervindt. Onverwachte stremmingen bij sluizen vertragen steeds vaker het logistieke proces waardoor de betrouwbaarheid van vervoer over water afneemt.

De Maas bedient in toenemende mate het Duitse achterland en daar liggen kansen doordat de Limburgse terminals steeds meer gebruik maken van multimodale vervoersconcepten. Waarbij de container na overslag vanaf het water zijn weg verder via A76 en de A67 richting Duitsland vervolgt. ‘De Maas is een belangrijke vaarweg voor Limburg waarover jaarlijks bijna 20 miljoen ton lading en meer dan 100.000 containers worden vervoerd’, schrijft voorzitter Henry Mooren van de afdeling Zuidoost Nederland van Koninklijke BLN-Schuttevaer in zijn brief aan de provincie. ‘Door de huidige situatie moet het regionale bedrijfsleven regelmatig extra kosten maken om klanten te bedienen en productieprocessen te kunnen continueren.’

Groen varen
Het verontrust Mooren dat er in de Maascorridor, de vaarwegtrajecten Nijmegen-Maastricht, Moerdijk-Maastricht en de Brabantse kanalen, steeds meer onderdelen in het netwerk storingen vertonen. ‘Het lijkt inmiddels geaccepteerd dat objecten maar op 50 procent van hun ontwerpcapaciteit opereren. Bij het wegvallen van het resterende 50 procent zou het vervoer over water richting het zuiden totaal geblokkeerd worden en in de huidige situatie is dat geen ondenkbaar scenario. Vanuit milieu oogpunt is een onverwachte verstoring van de vaarplanning door stremming of vertraging eveneens onwenselijk, omdat dan het groene vaarschema negatief wordt beïnvloed. Als gevolg van vertraging zullen ondernemers de vaarsnelheid verhogen om alsnog de afgesproken aankomsttijden te halen. Dit betekent meer brandstofverbruik en meer uitstoot. Dit wordt voorkomen als het vervoer over water een betrouwbaar en robuust netwerk tot haar beschikking heeft.’

Achterstallig onderhoud
Veel technische problemen zijn volgens Mooren te wijten aan achterstallig onderhoud. ‘Daarnaast zijn er bij reparatie en renovatie keuzes gemaakt die ver beneden het niveau van de verwachting zijn gebleven. Naast het feit dat de logistiek en het vervoerend bedrijfsleven door de vele storingen, stremmingen en vertragingen in het nauw komt, is in sommige gevallen de externe veiligheid in het geding. Een betrouwbare vaarweg met 7×24 uurs bediening is voor onze sector van groot belang. Het vervoer over water kan niet over de weg, de weg zit vol. Het vervoer over water kan niet via het spoor, ook dat zit vol. Vervoer over water is dus onmisbaar. Het is een zeer betrouwbare en milieuvriendelijke vorm van goederenvervoer.’

Veel potentieel
Doordat op de gestuwde Maascorridor met een gegarandeerde aflaaddiepte kan worden gevaren, zal het transport over de Maas in de toekomst naar verwachting verder toenemen. Open rivieren als de Waal en Rijn krijgen door klimaatverandering vaker te maken met droogte en diepgangsbeperkingen. De Maascorridor kan als alternatieve route dienen en zo de positie van Nederland als distributieland versterken. Dit alles vraagt wel een betrouwbaar en robuust vaarwegennetwerk. Temeer omdat recent fors geïnvesteerd is in de opwaardering naar klasse Vb en hierdoor veel potentieel is ontstaan voor de provincie Limburg.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

Miljoenen voor aanpak harde laag Waal Nijmegen

DEN HAAG Minister Cora van Nieuwenhuizen van Infrastructuur en Waterstaat neemt maatregelen om de bevaarbaarheid van de Waal bij Nijmegen te verbeteren. De minister trekt € 7,7 miljoen uit voor verbeteringen aan het knelpunt, zo wordt de bodem van de harde laag afgevlakt zodat hobbels verdwijnen en de bevaarbaarheid verbetert.

Binnenvaartschepen hebben door erosie van de bodem en droogte last van de ondiepe rivierbodem bij een lage waterstand in de rivier. Bij een lage waterstand in de rivier hebben schepen last van de beperkte vaardiepte van de Waal. Het knelpunt wordt gevormd door een harde laag op de bodem van de rivier. Naast het afvlakken van deze laag, komt er ook een geleidelijke overgang van de harde laag naar de zandige rivierbodem. Dit maakt de overgang van diep naar ondiep vaarwater minder abrupt waardoor de kans kleiner is dat binnenvaartschepen contact maken met de harde laag en beschadigd raken. Ook wil de minister erosie tegengaan en natuurontwikkeling stimuleren door gebruik te maken van suppletie in kribvakken. 

In 2020 gereed
Het verbeteren van de bevaarbaarheid van de Waal gebeurt in samenwerking met brancheorganisatie BLN Schuttevaer en Topsector Water en Maritiem. De voorbereidingen voor de aanpak starten dit jaar. In 2020 moeten de aanpassingen gereed zijn. Naast de maatregelen om op korte termijn de binnenvaart te helpen, wordt ook verder vooruit gekeken. De verbeteringen aan de bodem geven inzicht in hoe waterstanden in de toekomst bij laag water positief zijn te beïnvloeden. Ook wordt bekeken wat deze ingrepen betekenen voor andere rivierfuncties, zoals waterveiligheid.

Mooi voorbeeld
De maatregelen bij Nijmegen zijn volgens minister Van Nieuwenhuizen een mooi voorbeeld van dat Nederland zich niet alleen moet richten op waterveiligheid en de hoogste stand van het water. ‘Droogte zorgt voor problemen met de bevaarbaarheid van onze rivieren. Daarom moeten we ons ook meer richten op de laagste stand die ontzettend belangrijk is voor onze binnenvaart. De maatregelen bij Nijmegen zijn daar een mooi voorbeeld van.’

‘Blij’
Brancheorganisaties Koninklijke BLN-Schuttevaer, Centraal Bureau Rijn en Binnenvaart, evofenedex en de Vereniging van Waterbouwers zijn blij met dit besluit. Het Centraal Overleg Vaarwegen, waarin de partijen gezamenlijk optrekken voor een betere infrastructuur, heeft geruime tijd lobby gevoerd om dit ernstige en gevaarlijke knelpunt met spoed aan te pakken. Het CBRB heeft volgens eigen zeggen de juridische analyse ‘inspanningsverplichting Nederland waterdiepte Waal’ gemaakt en mede daardoor is dit besluit genomen door de minister. Het CBRB is zeer tevreden met de adequate en snelle aanpak van de minister en hopen dat de Waal bij lage waterstanden beter bevaarbaar wordt en weer gaat voldoen aan de internationaal afgesproken streefdiepte van 2,80 m bij OLR.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

Puntdeuren sluis Eefde zitten op hun plek

EEFDE Aannemerscombinatie Lock to Twente heeft zaterdag 18 mei de puntdeuren geplaatst aan de westzijde van de nieuwe sluiskolk in Eefde. In onderstaande film is te zien hoe de puntdeuren zijn vervoerd, ingehangen en gemonteerd. Hollandia Infra ontwierp de puntdeuren.

De 50.000 kilo wegende puntdeuren van 13,4 x 7,7 x 0,68 meter vertrokken donderdag 16 mei per schip vanaf de fabriek in Krimpen aan den IJssel. Na 16 uur varen kwamen de deuren aan bij de sluis Eefde. Zaterdag werd rond 9.00 uur de eerste deur ingehesen en gemonteerd. Vier uur later hingen beide deuren op hun plek.

Innovatief
De tweede sluiskolk in Eefde krijgt aan de ene kant puntdeuren en aan de andere kant een segmentdeur. Het bewegingswerk van de deuren in de tweede sluiskolk is volgens Rijkswaterstaat innovatief. ‘Bij veel conventionele systemen worden cilinders door een apart hydraulisch aggregaat aangedreven. In het nieuwe systeem voor Sluis Eefde worden de cilinders aangedreven door een powerunit die zich achterop de cilinder bevindt. Dit bespaart niet alleen veel ruimte, de belangrijkste overweging is dat dit type cilinder beter bestand is tegen een eventuele aanvaring dan een conventioneel systeem. Bijkomend voordeel is dat deze cilinders veel minder olie bevatten dan de gebruikelijke hydraulische systemen met leidingwerk en aggregaat. Hierdoor is het risico op milieuschade aanzienlijk kleiner.’

De eerste
De segmentdeur is de eerste van dit type deur dat in Nederland wordt toegepast in een schutsluis. De deur meet 15,1 x 4,6 x 5,6 meter en weegt 51.000 kilo. Een segmentdeur bestaat uit een enkele halfronde deur, die verticaal draait om zijn as. Als de sluis open is, ligt de segmentdeur plat op de bodem. Schepen varen over de deur heen. De deur draait omhoog als de sluis gesloten wordt.

Daarnaast heeft een segmentdeur als voordeel, dat deze ook dicht kan als water onder hoge druk de sluis binnenstroomt. Dit is belangrijk bij een calamiteit waarbij de sluis aan beide zijden open is. Door het grote hoogteverschil kan het Twentekanaal binnen twee dagen leegstromen. De puntdeuren sluiten lastig onder hoge druk, door het draaimechanisme van de segmentdeur is er minder energie nodig om deze te sluiten en gaat dat dus makkelijker.

Vulmossel
Door de segmentdeur een stukje naar beneden te draaien, ontstaat er door een soort uitsparing een opening tussen de deur en de drempel van de kolk. Zo kan het water de sluiskolk inlopen. Deze uitsparing in de segmentdeur wordt ook wel de ‘vulmossel’ genoemd. Daarna stroomt het water onder de deur in een woelkelder. In deze woelkelder staan pilaren op de bodem, die de val van het water breken. Dit is nodig, omdat door het grote verval anders het water te hard de kolk instroomt. Vervolgens stroomt het water vanuit de woelkelder door een zogenoemd weerstandsrooster de kolk in. Het weerstandsrooster zorgt ervoor dat de stroming van het water afneemt en voldoende spreidt. Op deze manier wordt gezorgd dat bij het vullen van de kolk de schepen stabiel in de kolk blijven liggen.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.