Haven Rotterdam slaat ruim 4% minder containers over

ROTTERDAM In de haven van Rotterdam zijn in het eerste halfjaar 4,4% minder containers overgeslagen. De omvang van de totale goederenoverslag lag 0,8% hoger (233,5 miljoen ton) dan in dezelfde periode in 2021 (231,6 miljoen ton). Bij veel goederensegmenten zorgde de oorlog in Oekraïne voor forse veranderingen.

Zo steeg de aanvoer van zowel LNG als kolen zeer sterk, als alternatief voor de verminderde Europese import van Russisch gas per pijpleiding. De overslag van ruwe olie nam toe, terwijl die van olieproducten daalde. IJzererts, agribulk en containers zijn minder overgeslagen dan in dezelfde periode vorig jaar. Het containertransport van en naar Rusland is stilgevallen, en aanhoudende knelpunten in de mondiale containerlogistiek zorgden voor een verschuiving van lading van de grote naar de minder grote containerhavens. Vooruitlopend op de sancties op kolen en olie, zijn de afgelopen maanden minder Russische kolen, ruwe olie, olieproducten en LNG aangevoerd. Bedrijven importeren deze steeds meer uit andere landen.

Naar kleinere havens
De afname van de containeroverslag kent twee hoofdoorzaken. De eerste is het wegvallen van het containervervoer van en naar Rusland als gevolg van de sancties, de onzekerheid die het nog handelen met Russische partijen met zich brengt en het stopzetten van lijndiensten naar Rusland. De tweede is de aanhoudende ontregeling van de containerlogistiek. Twee jaar geleden leidde de COVID-19 pandemie tot lockdowns en andere consumptiepatronen. Containerschepen slaagden er niet meer in hun vaarschema’s te halen, wat het voor- en natransport verstoorde. Om tijd in te halen schrappen grote schepen nu vaak havens uit hun vaarschema (-5,5% aanlopen in Rotterdam vergeleken met vorig jaar) en laden en lossen meer containers per aanloop (+6,1%). Dat leidt tot een piekbelasting op de terminals, waar het al erg druk was omdat containers er door de toegenomen onbetrouwbaarheid van aankomsttijden van schepen gemiddeld langer staan. Rederijen maken door deze ontwikkelingen op dit moment relatief iets meer gebruik van kleinere aanloophavens voor transhipment dan van grote zoals Rotterdam. Er is een ketenoverleg opgezet om de ontwikkelingen met alle spelers in de Rotterdamse containersector te monitoren en daar zo goed mogelijk op in te spelen.

Roro
Het roll-on roll-off verkeer (roro) is met 16,8% toegenomen. Dit cijfer is geflatteerd door het einde van de overgangsperiode van de Brexit per 1 januari 2021. Dat leidde destijds tot extra vervoer eind 2020 en een dip in het roro-transport begin 2021.
Het segment overig stukgoed groeide fors met 17,7%. Een belangrijke oorzaak hier is de import van staal en non-ferro metalen. In reactie op de Russische inval in Oekraïne schoten de staal en non-ferroprijzen omhoog. Al snel werden alternatieve aanbieders gevonden, vooral uit Azië waar door COVID-19 de vraag naar staal juist inzakte. De import van staal en non-ferrometaal nam daarom toe. Daarnaast zorgen de hoge containertarieven ervoor dat meer lading als stukgoed wordt verscheept.

Droog massagoed
Het goederensegment droog massagoed zag een toename van 4,4% in het eerste halfjaar. De overslag van agribulk daalde met 15,1%. Dit segment wordt altijd sterk beïnvloed door de omvang van de oogsten in verschillende delen van de wereld. Daarnaast was er sprake van stakingen bij een van de verwerkende bedrijven. Ook speelde mee dat er door hoge energiekosten minder agribulk is verwerkt. Hoge energiekosten leidden ook tot een lagere productie van de Duitse staalindustrie en als gevolg daarvan 20,6% minder aanvoer van ijzererts. De aanvoer van cokeskolen voor de staalindustrie bleef op niveau. De overslag van kolen voor elektriciteitscentrales nam fors toe. Dit zorgde per saldo voor een toename van 29,7% van de kolenoverslag. Kolen zijn momenteel goedkoper dan aardgas en verminderen bovendien de afhankelijkheid van Russisch aardgas. Opvallend is de toename van 30,1% van het overig droog massagoed. Dat is vooral het gevolg van de hoge prijzen voor het verschepen van containers: lading die ook los vervoerd kan worden, zoals industriële mineralen en meststoffen, is daarom vaker op die manier getransporteerd.

Nat massagoed
In het eerste halfjaar is 4,6% meer nat massagoed overgeslagen. De toename van ruwe olie van 4,3% is vooral veroorzaakt door de doorvoer van Russische olie via Rotterdam naar met name India. Noordwest-Europese raffinaderijen schakelen over op niet-Russische olie, met als gevolg dat Russische olie zijn weg vindt naar andere markten. De daling van de overslag van olieproducten van 9,4% is vooral het gevolg van de structurele afname van de aanvoer en wederuitvoer van stookolie. LNG kende een toename van 45,8%. Er is een zeer grote vraag naar LNG als alternatief voor aardgas dat vanuit Rusland per pijpleiding naar Europa komt. De toename van het overig nat massagoed van 22,5% laat zich enerzijds verklaren door een verschuiving van transport per tankcontainer naar chemicaliëntanker en door voorraadvorming bij afnemers van chemische stoffen. Vanwege haperende transportketens verzekeren zij zich zo van voldoende grondstoffen.
Bij de aanvoer van kolen, ruwe olie, olieproducten en LNG is in het tweede kwartaal een verschuiving van de herkomst waarneembaar. Bedrijven halen deze energiedragers en grondstoffen steeds minder uit Rusland en kopen ze elders in de wereld.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

Sluis Weurt helemaal gestremd

WEURT De hele sluis bij Weurt is vanaf donderdag 21 juli 2022 gesloten voor de scheepvaart. De westkolk was al ldicht voor herstelwerkzaamheden, vanwege het l;age water sluit Rijkswaterstaat nu ook de oostkolk. Het is nog onduidelijk hoe lang de sluis volledig gesloten blijft.

Nu de waterstand op de Waal steeds verder zakt, blijft er in de oostkolk onvoldoende diepgang over voor schepen. Bovendien zorgt de lage waterstand voor overbelasting van de assen aan de wielen waarop de sluisdeuren open en dicht rollen. De sluis nog langer openhouden, zou volgens RWS ‘funest zijn’ voor de levensduur van de deuren.

Omvaren
Zolang beide sluiskolken gesloten zijn, moet de scheepvaart omvaren via de sluizen Grave, Lith en Sint Andries. Het is onduidelijk wanneer de oostkolk weer open kan. ‘De waterstand in de haven van Nijmegen is nu 4,90 m boven NAP. Deze moet eerst naar minimaal 5,25 m stijgen en daar is veel regen voor nodig’, aldus omgevingsmanager Arjan Thielking.

Eind augustus
De westkolk blijft tot tenminste eind augustus gestremd. ‘Hier voeren we herstelwerkzaamheden uit aan beschadigde tandwielen die nodig zijn om de sluisdeur aan de kanaalzijde op en neer te bewegen. De 160.000 kilo wegende deur zorgt voor hoge belasting op deze tandwielen. Op advies van externe experts hanteren we na herstel een zorgvuldig inloopprogramma met voldoende smering; eerst een week onbelast, dus zonder deur aan de kabels en daarna nog zeker drie weken met zeer beperkte draaisnelheid. Pas als dat allemaal goed gaat, kunnen we weer veilig schepen doorlaten.’

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

Zorgen over beschikbaarheid scheepsruimte

ROTTERDAM Koninklijke Binnenvaart Nederland (KBN) maakt zich grote zorgen over de beschikbaarheid van scheepsruimte voor de container- en droge ladingmarkt. Door de grote vraag naar kolen, wordt een groot deel naar deze markt getrokken. Ook worden schepen uit de markt weggekocht of gecharterd om naar het Oostblok te worden overgebracht, voor het vervoer van Oekraïens graan.

Op dit moment is niet alleen in de droge lading- en containermarkt, maar ook in de kolenmarkt sprake van een groot tekort aan scheepscapaciteit. Daardoor kan de dienstverlening niet langer op het gewenste niveau gehandhaafd worden en worden afvaartfrequenties noodgedwongen afgeschaald. In combinatie met de dalende waterstanden en de bestaande operationele problemen in de zeehavens, leidt dit tot grote problemen in logistieke ketens.

Solidarity lanes
Ook zet de Europese Commissie solidarity lanes op en organiseert matchmaking events om het vervoer van Oekraïens graan te faciliteren. ‘Het belang daarvan willen wij niet bagatelliseren’. meldt KBN. ‘Maar de keerzijde van de medaille is dat de thuismarkt van de schepen die daardoor naar Oost-Europa vertrekken in gevaar komt.’

Onzeker
Hoe de situatie zich de komende tijd gaat ontwikkelen is volgens KBN zeer onzeker. ‘Er is een grote vraag naar allerlei producten. Productieprocessen draaien enerzijds op volle toeren, maar anderzijds kunnen grondstoffen of onderdelen niet aangeleverd worden en gerede producten niet afgevoerd. De binnenvaart heeft een grote strategische waarde. Als de dienstverlening niet langer gegarandeerd kan worden, komt zowel de continuïteit van productieprocessen als de leveringszekerheid naar consumenten in gevaar.’

Alternatieven voor de binnenvaart (spoor- of wegvervoer) zijn volgens KBN slechts beperkt voorhanden. ‘Ook daar spelen capaciteitsproblemen.’

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

Opnieuw hinder sluis Weurt

NIJMEGEN De westkolk van sluis Weurt is tenminste tot eind juli gestremd voor de scheepvaart. Door schade aan essentiële onderdelen van de beweeginrichting is het niet veilig om te schutten. Dit leidt tot langere vaartijden. Rijkswaterstaat meldt ‘hard te werken aan een oplossing’.

Begin mei is bij de sluisdeur aan de kanaalzijde van de westkolk ernstige schade aangetroffen op tandwielen die nodig zijn om de deur op en neer te bewegen. ‘Die tandwielen trekken de deur van maar liefst 160.000 kg aan kabels omhoog’, legt omgevingsmanager Arjan Thielking uit. ‘Bij zo’n zware belasting kan een kleine afwijking grote gevolgen hebben. Daarom hebben we de westkolk direct afgesloten.’

Langere vaartijden
De oostkolk van sluis Weurt is wel beschikbaar voor de scheepvaart, maar door de lage waterstanden is de diepgang daar beperkt. Het alternatief is omvaren via de sluizen Grave, Lith en Sint Andries. ‘Wij vinden het heel vervelend dat veel schippers hierdoor tijd verliezen en doen er alles aan om het probleem zo snel mogelijk op te lossen’, geeft Thielking aan.

Onderzoek en herstel
De afgelopen maanden deed Rijkswaterstaat uitgebreid onderzoek om de oorzaak van het probleem te achterhalen. ‘Tijdens die onderzoeken probeerden we de schade te herstellen met onder meer bijslijpen en opnieuw invetten van de tandwielen. Dat is specialistisch precisiewerk. Daarbij is het een uitdaging om de juiste mensen en materialen op het juiste moment ter plaatse te krijgen. Helaas is na deze werkzaamheden bij een test opnieuw schade geconstateerd. Deze schade wordt nu hersteld en dan volgt een nieuwe test. Pas als die goed en schadevrij verloopt, kunnen we de westkolk op zijn vroegst eind juli weer in gebruik nemen. Tegelijk werken we voor de zekerheid scenario’s voor de middellange termijn uit, zoals het uitwisselen van onderdelen vanuit de middentoren van de sluis.’

Vervanging en renovatie
Ondertussen zijn ook nieuwe tandwielen besteld omdat deze hoe dan ook vervangen moeten worden. Hiervoor geldt een levertijd van minimaal acht maanden. Daarnaast staat sluis Weurt op de nominatie voor volledige renovatie in 2028. ‘We kijken naar mogelijkheden om die renovatie eerder uit te voeren. Waarschijnlijk komt hier in het voorjaar van 2023 meer duidelijkheid over.’

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

Vooral groot schip heeft baat bij smart shipping

ZOETERMEER Vooral binnenvaartondernemers met grotere schepen hebben baat bij het verregaand automatiseren van het schip, het zogenoemde smart shipping. Smart shipping gaat dus niet leiden tot een betere business case voor kleinere schepen. Een en ander blijkt uit onderzoek van Panteia.

Onderzoeksbureau Panteia onderzocht de economische effecten van smart shipping. Hieruit bleek dat smart shipping significante baten opleveren voor de maatschappij. Deze komen vanwege efficiencyverbetering aan boord voor het grootste deel echter terecht bij de schipper. Als gevolg van slimme toepassingen aan boord neemt het aantal benodigde personen aan boord af en wordt de binnenvaart minder arbeidsintensief. Dit leidt voor de schippers, en waarschijnlijk ook voor de verladers, tot lagere kosten om lading te vervoeren. Bovendien is er minder brandstof nodig om lading te vervoeren. Hierbij gaat Panteia er vanuit dat een autopiloot koersvaster is dan een menselijke kapitein. Dit leidt tot voordelen voor de maatschappij zoals minder emissies van broeikasgassen en andere luchtvervuilende stoffen.
Kleinere winsten bij smart shipping zijn een kleine modal shift van weg naar water en de beperkte toename van werkgelegenheid in de scheepsbouw.

Groot en klein
In de binnenvaart hebben vooral binnenvaartondernemers met grotere schepen baat bij smart shipping. Grote schepen kennen relatief grotere baten, doordat sneller personeel vervangen kan worden door slimme systemen aan boord. Zo kan een stuurman of matroos worden bespaard. Bovendien varen deze schepen gemiddeld gezien meer uren, waardoor de meerkosten van smart shipping over meer uren verdeeld kunnen worden. Ze tellen dan relatief minder zwaar door in de operationele kosten. ‘Gegeven de uitkomst dat vooral de grotere schepen baat kunnen hebben bij smart shipping, zijn de toepassingen vooral interessant op de hoofdvaarwegen en de grotere aftakkingen daarvan.’
Omdat de factor arbeid bij familiebedrijven minder relevant is, is smart shipping qua business case daarom niet interessant voor de vaak kleinere schepen van de familiebedrijven.

Scenario’s
Panteia schetst drie scenario’s van smart shipping. In het eerste scenario wordt aan boord gebruik gemaakt van systemen die het varen ondersteunen. Ze zorgen voor controle over het schip zelf, maar zijn niet in staat om te communiceren met de wal. Panteia verwacht dat in dit scenario 463 schepen overgaan tot het gebruik van smart shipping toepassingen. Dit zijn met name motorschepen groter dan 86 meter die kunnen besparen op de personeelskosten van een stuurman.

In het tweede scenario kan een binnenvaartschip ook sluizen en bruggen (grotendeels) autonoom varend passeren. Deze systemen zijn echter nog niet in staat om autonoom aan- en af te meren. In dit scenario blijven van de 463 schepen er 396 over. Daarnaast gaan 291 nieuwe schepen over tot investering, waaronder meer motortankschepen. Dat komt omdat smart shipping nu ook interessanter wordt voor schepen tussen de 55 en 70 meter. Deze schepen kunnen besparen op de personeelskosten van een matroos. Voor schepen kleiner dan 55 meter is de investering niet interessant. Enerzijds omdat op deze schepen geen besparing van personeelskosten mogelijk is en anderzijds omdat de investeringen relatief hoog zijn in relatie tot de omzet.
In scenario drie is ook autonoom aan- en afmeren mogelijk. Hiervoor zijn hoge investeringen nodig aan boord en op de wal. Daardoor willen maar 36 schepen hierin investeren.

Modal shift
Vanwege dalende exploitatiekosten, en dus de concurrentiepositie toeneemt, kan als gevolg van smart shipping een kleine modal shift optreden. In het eerste scenario verschuift 5,4 miljoen ton lading (+1,8%) per jaar van de weg naar de binnenvaart. In het tweede scenario gaat het om 8,4 miljoen ton per jaar (+2,8%) en in het derde scenario om 9,0 miljoen ton per jaar (+3,0%).

Van belang is volgens de onderzoekers van Panteia wel om op te merken dat, indien de binnenvaart niet meer gebruik gaat maken van smart shipping, de kansen op een reverse modal shift toenemen. ‘Met name in het wegvervoer is het autonoom rijden sterk in opkomst is. Het zal hierbij in eerste instantie gaan om goederensoorten waarbij het kostprijsmodel voor intermodaal vervoer maar weinig verschilt dan dat voor wegvervoer. Denk daarbij aan het vervoer van containers en het vervoer met kleine schepen.’

Regelgeving
Panteia ziet alles afwegende scenario twee als gunstigste optie. ‘Hier gaat het meeste aantal schepen over op smart shipping. Het biedt een goede combinatie van noodzakelijke verbeterde informatievoorziening en een systeem dat het digitale contact tussen schip en wal borgt, waardoor smart shipping, en de voordelen daarvan, gerealiseerd kunnen worden.’

Het derde scenario lijkt behalve de 24/7 bediening van kunstwerken, waar de hele binnenvaart van profiteert, weinig toegevoegde voordelen te bieden. De investeringen hiervoor zijn aanzienlijk. ‘Er profiteert wat betreft smart shipping slechts een relatief klein aantal schepen van en er worden relatief veel kosten gemaakt voor aanpassingen aan sluizen, terwijl de baten beperkt zijn.’

Tevens is het belangrijk dat de ontwikkeling van smart shipping vergemakkelijkt wordt op het gebied van regelgeving en bij voorkeur internationaal geharmoniseerde regelgeving. Smart shipping toepassingen zouden meer een regel moeten worden dan dat het nu valt onder de uitzonderingen. In dit geval wordt ook de bereidwilligheid van banken om mee te investeren in technieken groter.

Rederijen
Smart Shipping kan in de toekomst invloed hebben op de verdeling van goederen binnen de binnenvaart. Vooral de grotere schepen en de rederijen profiteren. En dan hebben rederijen volgens Panteia meer baat bij smart shipping dan de kleine scheepvaartbedrijven. ‘Rederijen hebben de grootste moeite om geschikt personeel te vinden om de schepen te bemannen. En rederijen kennen doorgaans ook een veiligheidscultuur en zijn bezig met het reduceren van emissies. Bij dit type bedrijven is de bereidheid om te experimenteren met smart shipping groter. Door de wijzigende marktomstandigheden, minder spotmarkt, meer vaste contracten, krijgen rederijen ten opzichte van particulieren een betere concurrentiepositie.’

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

Europese miljoenen voor Limburgse binnenhavens

LYON Vijf Limburgse binnenhavens krijgen vele miljoenen subsidie voor de doorontwikkeling van de havens. Tijdens de Connecting Europe Days in Lyon kreeg de provincie Limburg te horen dat Europees geld naar de binnenhavens in Venlo, Roermond, Leudal, Stein en Maastricht gaat. Samen met Tilburg, als knooppuntpartner op de goederencorridor, kunnen ze de komende drie jaar rekenen op 7 miljoen euro voor onderzoek en maximaal 120 miljoen euro subsidie voor uitbreidingen.

De bedrijven op de zes binnenhavens investeren in totaal 14 miljoen euro in onderzoek naar de doorontwikkeling van de havens. Hiervan wordt 50% vergoed door de EU-subsidie. De onderzoeken moeten binnen drie jaar leiden tot een aanvraag voor uitvoering waarvan eveneens 20% tot 50% vergoed wordt door de EU. In totaal is het bedrijfsleven voornemens om 240 miljoen euro te investeren in de zes binnenhavens.

Duurzaam
De binnenhavens gaan de toegekende miljoenen gebruiken voor onderzoek naar de aanleg en doorontwikkeling van de binnenhavens. In de aanvraag is speciaal aandacht gevraagd om bij de uitbreidingen in alle havens in te zetten op duurzaam bouwen. Daarvoor wordt ook onderzoek gedaan naar het vervoeren van reststromen zoals afval over water. Daarmee zouden in potentie honderdduizenden vrachtwagens minder over de A2 rijden.

Ontwikkelmaatschappij Midden-Limburg ontwikkelt een duurzaam multifunctioneel en watergebonden bedrijventerrein in de gemeente Leudal. Het park moet ruimte bieden aan bedrijven met activiteiten zoals opslag, circulair- en biobased ondernemen. In deze aanvraag zit ook de multimodale verbinding vanuit de haven Stein naar Chemelot.

In de Willem Alexander haven in Roermond gaan bedrijven, het waterschap Limburg, gemeente Roermond en Provincie Limburg voor het eerst de primaire keringen voor hoogwaterbescherming combineren met logistieke kades. In de haven in Venlo wordt als onderdeel van het hoogwaterbeschermingsplan de jachthaven verplaatst. Hierdoor kan de noord- en zuidoever ontwikkeld worden voor bedrijven in de circulaire economie.

‘Enorme impuls’
De vele miljoenen voor de Limburgse havens komen uit de Europese subsidiepot Connecting Europe Facility (CEF). De Provincie Limburg vroeg de subsidie aan vanuit de landelijke corridor aanpak. Gedeputeerde Stephan Satijn van Economie, Grondbedrijf en Onderwijs, noemt de toekenning van de CEF middelen een enorme stap voorwaarts voor de Limburgse binnenhavens en een voorwaarde om te komen tot een circulaire economie. ‘Dat de EU voor de vierde keer een subsidie toekent toont het belang van de Limburgse binnenhavens binnen het trans-Europese transportnetwerk. De investering van het Limburgse bedrijfsleven in de havens gecombineerd met de Europese subsidie is een enorme impuls voor de circulaire economie en de modal shift van weg naar water. Binnenhavens kunnen fungeren als circulair transportknooppunt, als opslaglocatie voor circulaire doeleinden en als vestigingslocatie voor de accommodatie van circulaire industrie.’

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

Bijmengverplichting opnieuw uitgesteld

DEN HAAG Minister Mark Harbers van Infrastructuur en Waterstaat heeft de bijmengverplichting van biobrandstoffen in de binnenvaart opnieuw uitgesteld. De invoering werd eerder al doorgeschoven naar 1 januari 2023. Maar dit blijkt niet haalbaar. Mogelijk wordt het nu pas 1 januari 2025.

Leveranciers van brandstoffen aan de binnenvaart moesten via hun leveringen 6% CO2-reductie realiseren in de keten door toepassing van biobrandstof. Maar Harbers wilde wel een gelijk speelveld bij de invoering volgend jaar. Om bunkertoerisme te vermijden. Dit blijkt nu onmogelijk. Buurlanden België en Duitsland staan weliswaar niet onwelwillend tegenover invoering van de reductieverplichting. Maar met name in Duitsland moet echter nog besluitvorming plaatsvinden op politiek niveau, waarna bij een positieve beslissing wetgeving moet worden aangepast. Het is volgens de minister uitgesloten dat dit per 1 januari 2023 geregeld is. ‘De kans op uitwijkgedrag van Nederlandse binnenvaartschepen om in het buitenland te bunkeren (bunkertoerisme) blijft hierdoor te groot. Bunkertoerisme draagt ook niet bij aan de klimaatdoelstellingen.’

Kansen zien
In de binnenvaart ontstond grote ophef over de bijmengverplichting. De Stichting Koninklijk Nederlands Normalisatie Instituut (NEN) deed onderzoek naar het gebruik ervan, maar de conclusies lieten nog een aantal vragen onbeantwoord. De binnenvaartsector maakte zich zorgen over de risico’s van verschillende soorten biobrandstoffen voor de motoren. Hierop volgden gesprekken tussen het ministerie en de diverse belanghebbenden in de binnenvaart. Het ging hierbij niet alleen om brancheverenigingen in de binnenvaart, maar ook om brandstofleveranciers, motorfabrikanten en verzekeraars. Uit deze gesprekken kwam naar voren dat vrijwel alle partijen kansen zien in de toepassing van biobrandstoffen, mits dit brandstoffen zijn van de juiste kwaliteit die veilig toepasbaar zijn in de binnenvaart.
Het ministerie is er inmiddels van overtuigd dat er afspraken gemaakt kunnen worden over de soorten biobrandstof die het betreft en de manier waarop deze brandstoffen daadwerkelijk aan de binnenvaart geleverd kunnen worden. Voor het einde van dit jaar wil het ministerie de afspraken verder hebben uitgewerkt.

2025
Om toch de doelstelling van het Klimaatakkoord te halen, ziet Harbers voor het verplicht bijmengen van biobrandstof nu vooral kansen via de implementatie van de Richtlijn Hernieuwbare Energie (RED III). Deze richtlijn moet naar verwachting per 1 januari 2025 omgezet zijn. ‘De RED III biedt kansen om afspraken te maken met de desbetreffende landen en zo een gelijktijdige en vergelijkbare implementatie te realiseren. De inzet daarbij is alle transportmodaliteiten te laten bijdragen aan de energietransitie door toepassing van hernieuwbare brandstoffen. Na de zomer wil ik het overlegtraject over de implementatie van de RED III met België en Duitsland starten.’

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

Minister wil ligplaatsregime van 3×24 uur niet uitbreiden

DEN HAAG Minister Mark Harbers gaat het BPR en het RPR niet aanpassen om het bestaande ligregime van maximaal 3×24 uur structureel uit te breiden. Uit proeven blijkt dat er geen behoefte aan is en de aanpassing zou volgens de minister daarom onnodig gepaard gaan met juridische en praktische vraagstukken. Ook wijst hij op verstoring van de marktwerking. De uitbreiding zou ten koste gaan van bezetting van betaalde, gemeentelijke ligplaatsen.

In zowel het Rijnvaart- als het Binnenvaartpolitiereglement (RPR en BPR) is geregeld dat schippers kosteloos gebruik kunnen maken van één van circa 850 ligplaatsen die Rijkswaterstaat in beheer heeft. Hiervoor geldt een maximum ligtijd van 3×24 uur. De reden hiervoor is om te voorkomen dat op de ligplaatsen te veel schepen gaan liggen voor langere tijd. Het kan voorkomen dat een schip door omstandigheden langer moet liggen dan de 3×24 uur, bijvoorbeeld door ziekte. In die gevallen past RWS coulance toe.

Proeven
Om te kijken of in de binnenvaart behoefte is aan een langere ligtijd, vonden er twee proeven plaats. De eerste was bedoeld als tegemoetkoming richting de sector vanwege de nadelige effecten van de coronacrisis. De tweede proef was vooral bedoeld ter verificatie van de eerste proef. De belangrijkste conclusie uit de proeven is volgens de minister dat er in beide periodes nauwelijks gebruik is gemaakt van de mogelijkheid om langer te liggen. In het uitzonderlijke geval dat er wel gebruik van werd gemaakt, dan betrof het een ligtijd van maximaal één week. ‘Er lijkt dus geen structurele behoefte te zijn geweest aan langer liggen. Wanneer er langer werd gelegen, leidde dat niet tot hinder voor schippers die rusttijd wilden nemen.’

Vakantieperiode
Uit gesprekken met de binnenvaartsector bleek dat de behoefte aan langer liggen vooral speelt in de vakantieperiode. Maar een vakantiestalling is wat betreft Harbers echter geen legitieme reden voor coulance of lang liggen op Rijksligplaatsen. ‘Deze ligplaatsen zijn bedoeld voor schippers om te kunnen voldoen aan de wettelijke vaar- en rusttijden. Voor vakantiestalling kunnen schippers uitwijken naar commerciële ligplaatsen in gemeentelijke havens.’

Transparantie
Minister Harbers wil wel vanaf nu expliciet rekening houden met de behoefte van de sector aan transparantie, flexibiliteit en uniformering van de uitvoeringspraktijk. ‘Uit onderzoek blijkt namelijk dat de toegepaste coulance per ligplaats kan verschillen. Daarom zal het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat een gedragslijn opstellen dat een duidelijk handvat biedt voor Rijkswaterstaat voor de handhaving van de 3×24 uurs regel. Dit gebeurt in afstemming met de sector. Dit schept voor de binnenvaart een helder en uniform verwachtingspatroon, over de voorwaarden waaronder schepen langer mogen liggen.’

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

Schoonmaken cruiseschepen is specialisme

GROESBEEK Een marmeren vloer die weer moet blinken als nooit tevoren. Of een kristallen kroonluchter die helemaal uit elkaar moet worden gehaald en onderdeel voor onderdeel in een osmosewater wordt gedompeld. Het is het specialistische werk wat ChemDry Wouters uit Groesbeek onder meer op cruiseschepen doet.

Schoonmaakorganisatie Wouters bestond in april van dit jaar dertig jaar. Het bedrijf was nog niet actief in de riviercruisevaart. Eigenaar René Wouters had echter al wel langere tijd goede contacten met Ruud Doornenbal van ChemDry Doornenbal uit Bemmel. Deze deed al wel veel werk op cruiseschepen en toen Doornenbal zijn bedrijf van de hand wilde doen, kocht Wouters het. Dat was zo’n vier jaar geleden. Zowel het personeel als de materialen en de klanten gingen mee. Twee jaar geleden vroeg Wouters Ton van Doorn als bedrijfsleider voor ChemDry Wouters, inmiddels een bedrijf met zes werknemers. Van Doorn had al 1,5 jaar schoonmaakwerk gedaan voor Wouters en had goede contacten met zijn zoon.

Corona
In de twee jaar dat ChemDry Wouters het zonder bedrijfsleider moest doen, bleek er te weinig tijd te zijn voor het nieuwste onderdeel van de schoonmaakorganisatie. Het had zoveel invloed op de klanten dat werd besloten Van Doorn aan te trekken. ‘Het werk kreeg niet genoeg aandacht’, vertelt Van Doorn in het kantoor van ChemDry Wouters in Groesbeek. ‘Want wij zijn toch anders dan een doorsnee schoonmaakbedrijf Glasbewassing en interieur doet elk schoonmaakbedrijf, maar wij reinigen ook meubels en tapijten en kunnen brandvertragend impregneren. Dat doen wij vooral op cruiseschepen. Dat is ons specialisme.’

En dan had de cruisevaart de afgelopen twee jaar natuurlijk ook nog te lijden onder de coronamaatregelen. Ook bij ChemDry Wouters merkten ze dat. ‘In de coronatijd hebben we minder werk gehad, maar afgelopen winter zijn we volledig op de cruiseschepen aan het werk geweest. En ik verwacht dat de komende winter het werk weer als normaal is.’

Nieuw en bestaand
De werkzaamheden op de cruiseschepen variëren voor ChemDry Wouters van het schoonmaken van nieuwbouwschepen tot het schoonmaken van bestaande schepen in de winterperiode. Het gaat dan om glasbewassing, meubels, vloeren en tapijten reinigen en gordijnen en vitrages reinigen en impregneren. Onlangs moest ChemDry Wouters nog een cruiseschip waar vluchtelingen worden opgevangen schoonmaken en ook een nieuwbouw cruiseschip op de werf van TeamCo in Heusden werd volledig schoongemaakt. ‘Het schoonmaken van een nieuw schip, is anders als bij een bestaand schip. Je moet echt alles schoonmaken. Elke kast, spiegel, het glas, de kozijnen, het moet allemaal brandschoon zijn. Maar als je dan een cabine helemaal schoon hebt, dan kan het maar zo zijn dat er nog een installateur wat zaken moet doen. Dan kan je weer opnieuw beginnen.’

Spik en span
Als ChemDry Wouters het schip verlaat, moet alles aan boord van de cruiseschepen er weer spik en span uitzien. En omdat de cruisevaart door heel Europa zit, moet Van Doorn ook wel eens naar het buitenland. In het Franse Rouen moest Van Doorn deze winter een schip schoonmaken voor Uniworld. Daar moest onder meer de gigantische kroonluchter in de hal uit elkaar worden gehaald. De afzonderlijke onderdelen werden in osmosewater gedoopt en gedroogd aan de lucht. Ook de houten vloeren kregen speciaal onderhoud. Met twee componenten op oliebasis. Daarmee worden de vloeren gevoed en geseald. Zodat de vloer weer een tijd mee kan. Tevens kregen de marmeren vloeren en trappen een onderhoudsbeurt. ‘Een cruiseschip is natuurlijk een unieke werkplek’, vervolgt Van Doorn trots. ‘Het is werken in een luxe omgeving. En dat moet je als schoonmaker willen en kunnen. Zo kan je marmer echt goed laten glimmen. Wij hebben een methode waarmee we meer glans aan marmeren vloeren kunnen geven. Het is specialistisch werk wat veel tijd kost. Gemiddeld gebruiken we 16 grote pads en 20 tot 26 voor de trappen en werkbladen. Zelf heb ik in Rouen de trappen gepolijst. Daar doe je er maar twee van op een dag. Het is wat onze klanten willen. Die standaard moet je dan ook echt halen. En wij het doen het graag.’

Investeren in de toekomst
Onlangs kreeg Van Doorn nog de vraag of hij in diverse landen meerdere schepen schoon wil maken. ‘De eigenaren van de cruiseschepen waren niet tevreden hoe andere schoonmakers het hadden gedaan. Daarom gaan wij er heen. We nemen dan al onze spullen mee. Daar hebben we afgelopen jaren flink in geïnvesteerd. Onze mensen kunnen dan op het schip verblijven. Ze krijgen gastencabines en eten mee met de bemanning. Het is fijn dat we dat zo hebben kunnen regelen. Want de medewerkers zijn vaak al lang van huis en het is fijn als ze dan goed onderdak hebben.’

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

TU Delft onderzoekt cavitatie en luchtsmering bij schepen

DELFT De TU Delft heeft onlangs een nieuwe cavitatietunnel geopend. Met deze Multi Phase FlowTunnel (MPFT) kan onderzoek worden gedaan naar cavitatie bij scheepsschroeven en de mogelijkheden van luchtsmering bij schepen.

Cavitatie is een bekend en belangrijk probleem bij schepen. In de buurt van scheepsschroeven kunnen namelijk grote waterdampbellen ontstaan, die vervolgens met kracht kunnen imploderen. ‘Door de implosie wordt een schokgolf en ook geluid opgewekt’, vertelt onderzoeker Cornel Thill. ‘Dit fenomeen kan ernstige schade toebrengen aan de schroefbladen maar het bewijs stapelt zich op dat het hinderlijk is voor zeedieren, zoals vissen en walvissen. Het is dus zaak om schadelijke bijwerkingen van cavitatie zoveel mogelijk te voorkomen. Met deze nieuwe onderzoeksfaciliteit kunnen we hier nog beter op inspelen.’

Luchtsmering
Een ander hoofddoel van de nieuwe cavitatietunnel, is het fundamenteel onderzoeken van luchtsmering bij schepen. Lina Nikolaidou richt zich hier op in haar promotie-onderzoek. ‘Een van de belangrijke manieren die momenteel wordt onderzocht om de weerstand van schepen, en dus het brandstofverbruik en de CO2-uitstoot, te verminderen, is het aanbrengen van luchtsmering, een laag van lucht(belletjes) onder het schip. Commerciële partijen zijn al bezig om dit toe te passen en verder te onderzoeken.’

Ondanks dat het smeren met luchtlagen al lang wordt onderzocht, is er nog geen echt begrip van de onderliggende mechanismen. ‘In laboratorium-experimenten lijkt luchtsmering zeer efficiënt te zijn, maar de vertaling naar de praktijk is nog niet altijd succesvol gebleken. Bovendien zijn vrijwel alle experimenten in zoet water gedaan. Ik wil onder meer ook de samenhang van luchtsmering met de chemische waterkwaliteit, bijvoorbeeld het zoutgehalte, nader onderzoeken. We weten uit spaarzame resultaten dat waterkwaliteit een groot effect kan hebben.’

Klein
De Multi Phase Flow Tunnel in Delft is een van de eerste faciliteiten ter wereld die de waterkwaliteit, zowel chemisch als fysisch, systematisch kan aanpassen voor dit type onderzoek. De tunnel heeft een volume van ongeveer 17 m3, wat klein is voor een moderne cavitatietunnel met controle van de waterkwaliteit. ‘Maar door dit kleine volume is het mogelijk om ook de chemische kwaliteit van het water aan te passen, met name het zoutgehalte’, zegt Thill. ‘We hebben het volume zo klein kunnen houden omdat we een wat andere filosofie hebben geadopteerd. Niet álle luchtbellen worden er eerst uit gefilterd, maar alleen de belletjes die groter zijn dan een bepaalde diameter (ongeveer 100 micrometer).’

De tunnel heeft twee testdelen, eentje voor het onderzoek naar cavitatie, met een grootte van 0,3 x 0,3 x 2,13 meter en een maximale watersnelheid van 12 m/s; de andere testsectie is optioneel en is ontworpen voor het overige onderzoek, met afmetingen van 0,5 x 0,5 x 5 meter en een maximale stroomsnelheid van 4,3 meter per seconde.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

Dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland.