Categorie archieven: nieuws

Nijmegen maakt werk van de haven

NIJMEGEN De gemeente Nijmegen gaat de binnenvaart, de binnenhaven en de watergebonden bedrijven meer ondersteunen en stimuleren. ‘Zij zijn van groot belang voor de bereikbaarheid, het economisch functioneren van de stad en de regio’, schrijft de gemeente in het Actieprogramma havens, watergebonden bedrijven en logistiek. Ook wordt onderzoek gedaan naar de mogelijkheden voor een intensievere samenwerking tussen de havenbedrijven van Nijmegen, Arnhem en Tiel.

De verschillende havens in Nijmegen zijn volgens de gemeente belangrijke schakels en knooppunten in de logistieke ketens. Van belang voor het economisch functioneren en bereikbaarheid van de stad, maar ook voor de regio en de nationale goederencorridor. De haven van Nijmegen levert 210 miljoen aan toegevoegde waarde op. De binnenhaven van Nijmegen en de omringende werklocatie genaamd TPN West biedt aan meer dan 9.000 stads- en regiogenoten een baan. En met meer dan één miljoen ton overslag haalt de haven 67.000 vervoersbewegingen van de weg. Daarom gaf de gemeente vorig jaar een externe partij de opdracht een actieprogramma op te stellen. Op basis van dit programma, wat inzet op economische versterking van de haven en de watergebonden bedrijvigheid, gaat de gemeente nu een aantal zaken aanpakken.

Oost Kanaalhaven
Een aantal in het actieprogramma genoemde zaken is zelfs al in uitvoering. Zoals het baggeren van de Oost Kanaalhaven. Voor een goede toegankelijkheid, en daarmee het economisch functioneren van de haven, moet de Oost Kanaalhaven gebaggerd worden. Met het baggeren tot de oorspronkelijke aanlegdiepte van NAP + 3.00 m is inmiddels begonnen. Naar verwachting wordt dit nog dit jaar afgerond.

De gemeente werkt nu eveneens aan een meerjaren onderhoudsplan voor de haven. Dit moet ervoor zorgen dat gebaggerd kan worden wanneer dit weer noodzakelijk is zonder dat daar apart geld voor beschikbaar moeten worden gesteld in de begroting. Dat was tot nu toe nog steeds het geval.

In de Oost Kanaalhaven gaat de gemeente op vrijkomende locaties meer streven naar invulling door watergebonden bedrijven. Ook wil de gemeente ondersteuning bieden aan ondernemers bij de ontwikkeling en realisatie van individuele en collectieve initiatieven op het gebied van verduurzaming. Hierbij valt onder meer te denken aan zonnedaken, walstroom en laad- en vulpunten voor de (middel)lange afstand.

Noord Kanaalhaven
In de Noord Kanaalhaven werken ENGIE, de gemeenten Nijmegen en Beuningen en de provincie Gelderland al geruime tijd samen aan de herontwikkeling van het Centrale Gelderland terrein. Dat resulteerde eind 2019 in de vastgestelde gebiedsvisie Waal Energie. De ambitie is een industrieterrein waar activiteiten gerelateerd aan (opwekking van) duurzame energie, watergebonden bedrijvigheid en duurzame logistiek centraal staan. Wel werd een amendement aangenomen dat er geen biomassacentrale op het terrein mag komen.

Het Nijmeegse college heeft het ontwerp bestemmingsplan, inclusief de MER, begin september van dit jaar vrijgegeven voor zienswijzen. Op dit moment worden de zienswijzen en het advies van de commissie MER bekeken.

Havenmanagement
Maar het gaat de gemeente Nijmegen niet alleen om het aanpakken van de havens zelf. Ook het beleid en management van de Havendienst Nijmegen moet worden verbeterd. Zo wordt niet of te weinig ingespeeld op toekomstige ontwikkelingen, zoals digitalisering. Daarom is vorig jaar al samenwerking gezocht met de gemeente Arnhem. Inmiddels is er een uitwisseling van medewerkers, wat moet resulteren in het delen van kennis en kunde. Ook is de Havendienst verhuisd van de Waalkade naar het gemeentehuis. Maar er kan volgens de gemeente nog meer worden bereikt. ‘Voor het verbeteren van onderhoud van de havens en dienstverlening is het wenselijk de samenwerking met gemeente Arnhem en ook de gemeente Tiel te intensiveren. Beiden willen deze samenwerking graag doorontwikkelen en versterken. Ook de provincie Gelderland heeft al positief gereageerd op deze beoogde samenwerking.’

Voor het verkennen van een intensievere samenwerking tussen de drie gemeenten en de provincie wordt onderzoek gedaan op welke onderdelen samenwerking tussen de verschillende havens en havenbedrijven mogelijk en wenselijk is. Hieruit moet duidelijk worden wat de gemeenschappelijke belangen en ambities zijn van de drie havens.

Kwartiermaker
Om de samenwerking tussen de havens te verbeteren, maar ook de havens beter te profileren, modal shift te bevorderen en ontwikkelingen en innovatie te versnellen, wordt op korte termijn een Kwartiermaker Logistiek Groene Metropoolregio aangesteld. Want de gemeente Nijmegen voelt de nut en noodzaak voor een betere samenwerking met de regio wat betreft de goederencorridor. ‘We willen daarin allereerst inzetten via de Kwartiermaker Logistiek die in de Metropoolregio wordt aangesteld. Via de kwartiermaker kunnen we tevens de kansen op modal shift pakken om daar waar mogelijk te verduurzamen.’

Op de foto bekijken wethouder John Brom en regisseur stuurgroep Port of Nijmegen Gerard Jansen de baggerwerkzaamheden in de binnenhaven van Nijmegen. (Foto gemeente Nijmegen)

Lees ook: ‘Houdt waterkant vrij voor scheepvaart’

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

Binnenvaart mag in Rotterdam gemengd afmeren

ROTTERDAM Binnenvaartschepen met gevaarlijke lading mogen vanaf de tweede week van januari in de haven van Rotterdam op circa 50 ligplaatsen gemengd afmeren. De zogenoemde 1 kegel- en 2 kegelschepen kunnen dan direct naast elkaar en naast schepen zonder gevaarlijke lading afmeren. Het Havenbedrijf Rotterdam heeft hiermee de afgelopen anderhalf jaar in een proef ervaring opgedaan. Zowel de Havenmeester van Rotterdam als de binnenvaartbranche hebben de pilot als zeer positief ervaren.

Omdat er grote behoefte is aan meer ligplaatscapaciteit in het havengebied gaat de Havenmeester op circa 50 ligplaatsen gemengd afmeren toestaan. Het Havenbedrijf loopt hiermee vooruit op de aanpassing van het Binnenvaartpolitiereglement (BPR) waar het Ministerie nu volop mee bezig is. In deze aanpassing van het BPR wordt de reeds bestaande bevoegdheid om af te wijken van de veiligheidsafstanden tussen 1- en 2 kegelschepen onderling en tussen niet-kegelschepen, duidelijker beschreven.

Het Ministerie maakt daarbij gebruik van de reeds in Rotterdam opgedane succesvolle ervaringen met betrekking tot het gemengd afmeren. Verwacht wordt dat de wijziging van het BPR in de loop van 2023-2024 van kracht wordt.

Meer ligplaatsen
Gemengd afmeren past in het beleid van Havenbedrijf Rotterdam om de bestaande ruimte in de haven zo efficiënt mogelijk te benutten en meer ligplaatsen voor de binnenvaart te creëren. De ligplaatsen in het Rotterdams havengebied waar binnenkort gemengd mag worden afgemeerd zijn in overleg met onder andere de binnenvaartbranche en de Veiligheidsregio vastgesteld.

Aanvullende voorwaarden
Vanwege de veiligheid mogen niet alle binnenvaartschepen gemengd afmeren, maar mogen ook bepaalde activiteiten niet plaatsvinden. Denk bijvoorbeeld aan roken of open vuur, werkzaamheden die vonkvorming kunnen veroorzaken of bunkeren van LNG of methanol. Ook kan er in bepaalde gevallen een meldplicht gelden, zoals bijvoorbeeld het melden van de gevaarlijke lading in IVS-next (het Informatie- en VolgSysteem van de binnenvaart). Alle voorwaarden waaronder gemengd mag worden afgemeerd, zijn vastgelegd in het Besluit ‘gemengd afmeren’ 2022. (Foto Havenbedrijf Rotterdam/Dick Sellenraad)

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

Overslag zeehavens stijgt

DEN HAAG De aan- en afvoer van goederen in Nederlandse zeehavens is in het tweede kwartaal van 2022 gestegen tot bijna 152 miljoen ton. Dat is 2,5 procent meer dan in dezelfde periode vorig jaar. Er zijn vooral meer ruwe aardolie en kolen aangevoerd. De afvoer van goederen in containers daalde sterk. Dit meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) op basis van nieuwe cijfers.

In het tweede kwartaal van 2022 is 106 miljoen ton aan goederen gelost. Dat is een stijging van 7,8 procent, vergeleken met dezelfde periode vorig jaar. Dit komt doordat er meer natte en droge bulkgoederen zijn aangevoerd. 46,6 procent van de geloste goederen bestond uit natte bulkgoederen, waarvan de helft uit ruwe aardolie. Vaker dan gebruikelijk waren ruwe aardolie, aardgas en andere olieproducten afkomstig uit andere landen dan vanuit Rusland. Natte bulkgoederen zoals aardolie waren vaker afkomstig uit Egypte, Irak en het Verenigd Koninkrijk.

Minder Russische kolen
De overslag van geloste droge bulkgoederen steeg in het tweede kwartaal van 2022 tot 31,9 miljoen ton. Dit is een stijging van 16 procent vergeleken met dezelfde periode vorig jaar. Er zijn vooral meer kolen gelost (+55 procent). Kolen zijn momenteel een relatief goedkoop alternatief voor (Russisch) aardgas. In het tweede kwartaal van 2022 kwam 21,2 procent van alle kolen uit Rusland. In dezelfde periode vorig jaar was dit nog 40,2 procent. Er kwamen vooral meer kolen uit Australië (+58 procent) en de Verenigde Staten (+77 procent), vergeleken met het 2e kwartaal 2021.

Fors in de min
In het tweede kwartaal van 2022 daalde de totale overslag van goederen vervoerd in containers met 14,1 procent. Er zijn vooral veel minder goederen in containers uitgevoerd, vergeleken met dezelfde periode vorig jaar (-21,5 procent). Het aantal aan- en afgevoerde containers nam ook af (-8,8 procent). Wel werden er meer lege containers vervoerd.

De totale overslag van containers van en naar Rusland daalde in het tweede kwartaal van 2022 tot 223 duizend ton. Dit is een daling van 91 procent vergeleken met dezelfde periode vorig jaar. In 2021 zat er vooral hout, papier en karton in geloste containers uit Rusland.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

 

€ 2,3 miljoen voor Subsidieregeling Duurzame Scheepsbouw

DEN HAAG De Tweede Kamer heeft donderdag 8 december met een ruime meerderheid van 142 zetels een amendement aangenomen om € 2,3 miljoen beschikbaar te maken voor verlenging van de Subsidieregeling Duurzame Scheepsbouw (SDS). Het amendement op de begroting van het ministerie van EZK was ingediend door de VVD (Pim van Strien) en mede ondertekend door de Kamerleden Van der Graaf, Amhaouch, Van Haga en Stoffer.

Brancheorganisatie Netherlands Maritime Technology (NMT) is in het bijzonder Pim van Strien zeer erkentelijk voor het indienen van dit amendement en heeft grote waardering voor de brede steun in de Tweede Kamer.

Risico’s afdekken
De internationaal concurrerende en zeer innovatieve Nederlandse scheepsbouwsector benut deze regeling om ontwikkelingsrisico’s bij duurzaamheidsinnovaties te ondervangen. Deze risico’s ontstaan doordat bij toepassing van nieuwe technologieën in schepen een sterke afhankelijkheid is van alle aspecten van het scheepsontwerp, terwijl de prestatie van het geheel pas na oplevering daadwerkelijk getest kan worden. Dit geldt zowel voor unieke schepen of eerste schepen van een serie, die daarmee prototypes zijn. Om deze reden is de subsidie ordergebonden en bedoeld om de scheepswerven te stimuleren een extra stap voorwaarts te maken in het verder verduurzamen van schepen.

Te traag op gang
De effecten van de subsidie reiken volgens NMT verder dan de schepen waarop de innovaties als eerste zijn toegepast, omdat de daaraan verbonden risico’s beheersbaar zijn in de doorontwikkeling voor meerdere toepassingen en vervolgorders. ‘Daarmee biedt de SDS een oplossing voor het knelpunt, dat investeringen in schone technologie vanwege de moeilijke marktomstandigheden en de zware internationale concurrentie veel te traag op gang komen. In de verlengingsperiode zal door het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) een evaluatie van de regeling worden uitgevoerd.’

Schone technologie
De scheepvaart is per vervoerstonmijl een schone vervoersmodaliteit, maar kan veel schoner worden. Met toepassing van schone technologie wordt een belangrijk maatschappelijk doel gediend: een lagere milieubelasting. Niet alleen langs de Nederlandse delta en kust, maar ook wereldwijd middels export. De SDS is bedoeld om de introductie van vernieuwende duurzame technologieën in de scheepsnieuwbouw en -ombouw mogelijk te maken. Technologieën die bedoeld zijn voor de structurele verlaging van CO2-uitstoot en andere schadelijke emissies aan boord van verschillende scheepstypen voor zee en binnenwateren. Andere oplossingen, die bijdragen aan de duurzame inzet van het schip gedurende de levensduur, vallen tevens onder de regeling. (Bron NMT)

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

Jubileumeditie Telematicadag 30 december op KSCC Nijmegen

NIJMEGEN Op vrijdag 30 december aanstaande wordt in Nijmegen op het KSCC in de Waalhaven voor de 25e keer de jaarlijkse Telematicadag gehouden. Dit jubileum staat in het teken van de grote ‘digitale’ stappen die in de binnenvaart zijn gezet.

De organisatie, onder leiding van Bureau Telematica Binnenvaart, heeft een aantrekkelijk programma in elkaar gezet dat is gericht op de binnenvaartondernemer aan de wal en in de stuurhut. Ook beleidsmakers en andere stakeholders zijn traditioneel aanwezig op dit toonaangevende evenement. Tijdens de dag zullen deelnemers met elkaar een antwoord zoeken op de vraag hoe de digitale toekomst van de binnenvaart eruit moeten komen te zien.

Veel veranderd
Want er is in 25 jaar heel veel veranderd aan boord en op de vaarwegen. Elektronische kaarten zijn een niet meer weg te denken onderdeel van iedere moderne stuurhut, ook de invoering van AIS wordt als een nuttige digitaal instrument ervaren en veel schepen melden hun reis- en ladinggegevens met behulp van BICS. Dit alles overigens in de context van zeer goede en inmiddels betaalbare mobiele dataverbindingen.
Maar daarbij blijft het echter niet, ook de introductie van meer intelligentie bij de besturing van schepen klopt zo langzaam op de deur van onze vloot. En ook de verdere integratie van vervoer over water in de logistieke keten vormt een belangrijke uitdaging voor de toekomst.

Telematica Award
Ook wordt dit jaar weer de Telematica Award uitgereikt aan een persoon die een meer dan gemiddelde bijdrage heeft geleverd aan de toepassing van telematica in de binnenvaart en op de vaarwegen.

De Telematicadag wordt gehouden op het KSCC, Waalhaven 1K, 6541 AG Nijmegen (navigatie: Havenweg).
Inlopen kan vanaf 09:30 uur, het programma begint om 10:00 uur.

Bekijk al vast het programma

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

Westkolk sluis Weurt twaalf dagen gestremd

WEURT De westkolk van sluis Weurt is van dinsdag 6 december 07.00 uur tot en met zaterdag 17 december 23.00 uur gestremd voor de scheepvaart. Rijkswaterstaat plaatst dan de gerenoveerde deur van de westkolk van de sluis terug in het middenhoofd.

De werkzaamheden zijn onderdeel van groot onderhoud aan het gehele sluiscomplex Weurt. De andere twee hefdeuren van de westkolk zijn eerder al gerenoveerd. Bij de oostkolk volgt in 2023 de renovatie van de laatste deur van het complex, de roldeur uit het middenhoofd.

Na de werkzaamheden blijft de huidige beperking van de schuttijden van kracht. Schepen kunnen hier tussen 07.00 en 23.00 uur schutten.

Lees ook: Aqualink luidt noodklok over sluizen Weurt en Grave

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

RWS bedient sluis Bosscherveld alleen nog overdag

MAASTRICHT Rijkswaterstaat bedient sluis Bosscherveld in Maastricht alleen nog maar tussen 09.00 en 17.00 uur, als het zicht voldoende is. Onderzoek naar de camera’s wees uit dat ze van onvoldoende kwaliteit zijn. De maatregel geldt ook nog steeds voor de Sint Servaasbrug in Maastricht.

Begin vorige week paste Rijkswaterstaat de bedientijden bij sluis Heel en de Sint Servaasbrug in Maastricht al aan. Door sluis Heel weer lokaal te bedienen, is deze al wel weer 24 uur per dag voor de binnenvaart beschikbaar.

Omdat de sluis bij Bosscherveld dezelfde soort camera’s heeft, onderzocht Rijkswaterstaat ook deze. Ook hier was het resultaat dat niet gegarandeerd kon worden dat de camera’s veilig werken bij schemering of bij slecht weer (en in het donker).
Rijkswaterstaat gaat samen met de binnenvaartbranche kijken of tijdelijke maatregelen nodig zijn.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

Flexibeler regels moeten binnenvaart aantrekkelijker maken

STRAATSBURG De Centrale Commissie voor de Rijnvaart (CCR) heeft het nieuwe Reglement betreffende het scheepvaartpersoneel op de Rijn goedgekeurd. De moderne en flexibele bemanningsvoorschriften zijn volgens der CCR afgestemd op de sociale belangen en de arbeidsomstandigheden die door het gebruik van nieuwe technologieën in hoog tempo veranderen. Het moet werken in de binnenvaart aantrekkelijker maken.

Met het nieuwe reglement, dat op 1 april 2023 van kracht wordt, gaan er op de Rijn van Bazel tot aan de open zee moderne voorschriften gelden voor de beroepskwalificaties en de bemanning aan boord van binnenvaartschepen. Zo kan de CCR in het geval van technische vernieuwingen voortaan in afzonderlijke gevallen toestaan dat wordt afgeweken van de bemanningsvoorschriften. Voorwaarde is dat deze afwijkende regelingen samen met de technische innovaties een toereikende veiligheid waarborgen. Hierdoor worden proefprojecten over de grenzen heen mogelijk.

Bemanning
Ook bij de samenstelling van de bemanning is meer flexibiliteit ingevoerd. De houder van een kwalificatiecertificaat schipper kan nu bijvoorbeeld nog steeds in een andere functie deel uitmaken van de dekbemanning, met uitzondering van de functie van lichtmatroos. In andere gevallen is het nu uitdrukkelijk geregeld dat een functie door een hogere functie vervangen kan worden en wel als volgt:
– de houder van een kwalificatiecertificaat stuurman kan ook als deksman, matroos of volmatroos ingezet worden;
– de houder van een kwalificatiecertificaat volmatroos kan als deksman of matroos worden ingezet;
– de houder van een kwalificatiecertificaat matroos kan ook als deksman worden ingezet. De nieuwe formulering onderstreept het bijzondere belang van de opleiding, want het is nog steeds niet mogelijk om de lichtmatroos door een hogere functie te vervangen.

Kwalificaties
De functie van de machinist wordt gemoderniseerd. Afgezien van de bekende voorwaarden zijn voortaan ook zij-instromers welkom om rekening te houden met het feit dat de technische installaties in de binnenvaart steeds meer elektronische apparatuur omvatten.
Ook de examens voor het sportpatent en het overheidspatent worden gemoderniseerd. Deze examens mogen voortaan ook aan de simulator afgelegd worden.
Voor de sportpatenten worden de grenzen verhoogd voor de nationale regelingen om zonder een patent te mogen varen, namelijk van 15 m tot 20 m en van 3,68 kW (5 PK) tot 11,03 kW (15 PK).

Nog een ander belangrijk punt voor toekomstige kandidaten: voor het Rijnpatent kan de kandidaat zelf kiezen of hij/zij het examen met of zonder specifieke vergunning voor het bevaren van binnenwateren van maritieme aard wordt afgelegd.
En dit steeds met het doel de mobiliteit van het personeel te bevorderen: de kwalificatiecertificaten, dienstboekjes en vaartijdenboeken die werden afgegeven op grond van het tot nu toe geldende Reglement betreffende het scheepvaartpersoneel blijven geldig tot hun einddatum of uiterlijk tot 18 januari 2032.

Kennis
Ook worden versoepelingen ingevoerd voor het aantonen van kennis van riviergedeelten voor het varen op Rijngedeelten met specifieke risico’s. Tot nu toe werd geëist dat het desbetreffende gedeelte zestien keer afgelegd moest worden, maar voortaan zijn drie reizen in elke richting over het riviergedeelte voldoende. Er zal echter alleen nog maar rekening gehouden worden met reizen die de afgelopen drie jaar werden afgelegd in plaats van in de laatste tien jaar. Het examen voor waterweggedeelten met specifieke risico’s in het Rijngebied kan ook buiten de CCR-lidstaten worden afgelegd. Tussen Duitsland en de Tsjechische Republiek is daarover al overeenstemming bereikt.

Ook de digitalisering doet zijn intrede: wie wil, kan het Rijnpatent (dat een samenvoeging is van het vroegere grote en kleine Rijnpatent) en het kwalificatiecertificaat voor deskundige in elektronisch formaat krijgen in plaats van als kaartje.

Meer coördinatie
Het gemeenschappelijke rechtskader van de CCR maakt het mogelijk om de keuring voor de medische geschiktheid bij iedere door de bevoegde autoriteit erkende arts te laten uitvoeren. In de praktijk betekent dit dat de houder van een kwalificatiecertificaat dat op grond van het nieuwe RSP werd afgegeven voor een medische keuring niet hoeft terug te keren naar het land waar de vorige keuring plaatsvond. De houder van een kwalificatiecertificaat met het logo van de CCR kan zijn geschiktheid laten controleren bij elke erkende arts van een Rijnoeverstaat of België.

De autoriteiten van de CCR-staten werken ook nauw samen als het gaat om de invordering van documenten. Dit komt vooral de verkeersveiligheid ten goede en voorkomt bovendien dat werkgevers een kwalificatiecertificaat voorgelegd krijgen dat eigenlijk ingetrokken of opgeschort is.
De gegevens met betrekking tot de kwalificatiecertificaten, dienstboekjes en vaartijdenboeken worden in elektronische nationale databanken geregistreerd, waardoor de nauwere coördinatie nog efficiënter kan verlopen.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

Minister: ‘Binnenvaart steeds belangrijker’

DEN HAAG De binnenvaart wordt de komende jaren steeds belangrijker. Vervoer over water is in Nederland nu al verantwoordelijk voor 35% van het goederenvervoer, maar het wegennet raakt steeds voller. Tijd voor modal shift dus.

Deze modal shift kan volgend minister Harbers niet alleen de groei van het wegvervoer verminderen. ‘Het is ook een belangrijke stap in het tegengaan van klimaatverandering’, schrijft de minister in zijn Toekomstvisie voor de binnenvaart. ‘Vergeleken met vrachtvervoer via de weg, stoot de binnenvaart namelijk aanzienlijk minder CO2 uit. Maar tegelijkertijd staat de sector ook voor grote uitdagingen. ‘Verduurzaming, de gevolgen van klimaatverandering en digitalisering zijn daar goede voorbeelden van.

Emissieloze binnenvaart
Met andere landen heeft Nederland afgesproken te streven naar een klimaatneutrale binnenvaart in 2050, met vrijwel geen uitstoot van schadelijke stoffen. Dit gaat veel geld kosten. Om de Europese binnenvaartvloot emissievrij te maken is € 5 tot 10 miljard nodig en dat kan de sector niet alleen dragen. Daarom zijn er vanuit de overheid subsidieregelingen, voor bijvoorbeeld de vervanging van oude motoren of het plaatsen van een elektrische aandrijfmotor. De Tijdelijke Subsidieregeling Verduurzaming Binnenvaartschepen wordt in 2023 uitgebreid.

Digitalisering
Door verder te digitaliseren kan de binnenvaart in de toekomst nog efficiënter en veiliger werken, met minder administratieve lasten en met betrouwbare levertijden. ‘Innovatieve concepten zoals autonoom vervoer, kunstmatige intelligentie en blockchain bieden de binnenvaart een enorme kans om bij te dragen aan een slim (en groen) vervoerssysteem.’

Betrouwbare vaarwegen
De vaarwegen worden getroffen door de gevolgen van klimaatverandering. De afgelopen jaren waren de effecten van droogte in de zomer voelbaar in de binnenvaart. Het kabinet trekt miljarden uit voor onderhoud en instandhouding, maar dat alleen is niet genoeg. Om onze vaarwegen ook voor de toekomst geschikt te houden voor de binnenvaart is klimaatadaptatie iets waar structureel rekening mee moet worden gehouden. Rijkswaterstaat onderzoekt daarom de effecten van klimaatverandering op de vaarwegen, zoals wateroverlast, droogte en overstromingen.

Samen
Het ministerie werkt samen met de sector om de binnenvaart klaar te maken voor de toekomst. Hierbij is het belangrijk te beseffen dat sommige oplossingen samen met andere landen moeten worden gezocht omdat de binnenvaart bij uitstek een internationaal opererende sector is.
Het ministerie wil samen met alle relevante partijen tot een gezamenlijke actieagenda komen. In het eerste kwartaal van 2023 moet die gereed zijn. (Foto Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat / Valerie Kuypers)

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

Wegvervoer vergroent sneller dan de binnenvaart

DEN HAAG De binnenvaart loopt het risico op de lange termijn niet meer de duurzaamste modaliteit te zijn. De binnenvaart scoort in vergelijk met het wegvervoer nu nog goed op de uitstoot van CO2, maar dit kan veranderen. Want de verwachting is dat het wegvervoer sneller vergroent.

Momenteel geniet de binnenvaart een voordeel ten aanzien van de CO2-emissie. Dit voordeel is groot. Met vervoer over water bespaart men gemiddeld 60% ten aanzien van het wegvervoer. Dit voordeel ontstaat volgens onderzoeksbureau Panteia door de schaalgrootte van binnenvaartondernemingen en de relatief geringe benodigde energie voor voortstuwing. Maar de binnenvaart scoort momenteel aanmerkelijk slechter dan het wegvervoer daar waar het gaat om emissies van stikstof en fijnstof. ‘Dit gat lijkt slechts op zeer lange termijn weer te dichten.’

De binnenvaart blijft het energetisch voordeel genieten, maar het veronderstelde verduurzamingstempo van het wegvervoer is sneller. Er bestaat een kans dat het wegvervoer de binnenvaart ook qua CO2-emissie inhaalt, zo tegen 2045. Dit hangt samen met een snellere uitfasering van verbrandingsmotoren in het wegvervoer dan in de binnenvaart. ‘Geen van de modaliteiten kan het spoorvervoer inhalen qua duurzaamheid’, concludeert Panteia verder.

Korte termijn
Voor de korte termijn (2028) stelt de Green Deal Zeevaart, Binnenvaart en Havens een emissiereductie voor van 20% voor CO2 en 10% voor luchtverontreinigende stoffen per 2024. Inmiddels is volgens Panteia nu al duidelijk dat de CO2-reductie niet gehaald gaat worden. Het verplicht bijmengen van biobrandstoffen had de belangrijkste pijler moeten zijn onder de afname. Deze verplichting wordt nu waarschijnlijk pas in 2025 ingevoerd.

Tegen 2030 stelt de Green Deal dat de CO2-emissie van de binnenvaartsector met 40 tot 50% moet zijn teruggebracht. Hiertoe moeten 150 zero-emissie schepen in de vaart
gebracht worden. Met het huidige tempo verwacht Panteia dat in 2028 ongeveer 75 zero-emissie schepen varen. Daarvoor is vanuit het nationaal groeifonds geld vrijgemaakt om 45 schepen te kunnen laten varen met batterij-containers.

De introductie van Stage 5 motoren laat volgens de onderzoekers zien dat met een reductie van luchtvervuilende stoffen een versnelde vergroening mogelijk is. Tegen 2028 lijkt een reductie van 22% mogelijk voor de stikstofemissie en 39% voor wat betreft fijnstof. De subsidieregeling Duurzame Binnenvaart (SRVB) helpt hierbij. De Centrale Rijnvaartcommissie verwacht per 2028 een aandeel van Stage 5 motoren in de binnenvaart van ongeveer 30%.

Langere termijn
Voor de langere termijn (2050) verwacht de Centrale Rijnvaartcommissie (CCR) dat de binnenvaart zonder aanvullend beleid vanwege autonome ontwikkelingen haar emissie weet te reduceren met 22% voor CO2, 76% voor stikstof en met 83% ten aanzien van fijnstof. De CCR stelt bovendien twee transitiepaden voor naar zero-emissie per 2050:
conservatief en innovatief. Deze leiden tot een CO2-reductie van 91%, een stikstofreductie van 90% tot 94% en een fijnstofreductie van 96% tot 98% ten opzichte van 2015.

Richting 2050 worden alternatieve aandrijflijnen steeds belangrijker. Circa 1.200 tot 2.900 schepen worden door batterijen aangedreven (14-35% van de vloot), waterstof wordt voor 1.350 tot 3.200 schepen de oplossing (16-38% van de vloot) en ook methanol lijkt een rol te krijgen in de energiemix (500 à 1000 schepen, 6 tot 11% van de vloot).

Wegvervoer
Voor het wegvervoer is de doelstelling vanuit de Europese Commissie dat tegen 2050 bijna alle auto’s, bestelwagens, bussen en nieuwe zware bedrijfsvoertuigen emissievrij zijn.

De verwachtingen van McKinsey zijn dat tegen 2050 in Europa maximaal 800.000 waterstof trucks rijden en maximaal 9,1 miljoen batterij-elektrische trucks. Er zijn tegen die tijd nauwelijks nog vrachtauto’s met verbrandingsmotoren. ‘Met deze getallen wordt zero-emissie door de road freight sector bijna bereikt.’

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.