Aqualink in Schuttevaer: ‘Houdt waterkant vrij voor scheepvaart’

NIJMEGEN Aqualink, de vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland, heeft een visie havens en kades geschreven en een eenvoudig plan bedacht om de ruimte aan de waterkant achter die bedrijven toch te benutten voor de scheepvaart. Want het streven van gemeenten om leegkomende terreinen aan het water te vergunnen aan watergebonden bedrijven, lijkt niet goed te lukken. Het blijkt lastig en al te vaak vestigt zich toch weer een bedrijf dat geen gebruikmaakt van het vaarwater. Dat wordt het Gamma-effect genoemd. Maar er is een oplossing bedacht.

De vereniging behartigt de belangen van leveranciers die de scheepvaart als klant hebben. Voorzitter van Aqualink is Wilie Verberck. Samen met bestuurslid Irene van Dongen is hij verantwoordelijk voor de visie. ‘We strijden al jaren voor ligplaatsen en faciliteiten voor de scheepvaart’, zegt Verberck. ‘Onze leden willen hun klanten natuurlijk normaal kunnen blijven bereiken en daarnaast heeft de binnenvaart ook gewoon recht op ligplaatsen.’

Gamma-effect
Zoals in veel dorpen en steden het geval is, doen ook de meeste bedrijven aan de Nijmeegse waterkant niets met vervoer over water. ‘Ga je bijvoorbeeld kijken binnen Weurt, dan zie je daar als sprekend voorbeeld de Gamma’, vervolgt Verberck. ‘Die bouwmarkt ligt aan een fantastisch mooie kanaalhaven, maar heeft maar één ontsluiting, en dat is naar de openbare weg. Wij spreken daarom ook over het Gamma-effect. Maar mocht zo’n bedrijf verhuizen, dan is nog maar de vraag of je een watergebonden bedrijf vindt voor die plek. Zo’n bedrijf moet ook maar net op dat moment, net op die plek en net op die grootte daar willen gaan zitten. En dat ook nog eens voor een aanvaardbare prijs.’ In de praktijk bleek het de afgelopen jaren in elk geval moeilijk watergebonden bedrijven te huisvesten op plekken aan kades waar bedrijven vertrekken. Regie op dit soort private processen van aan- en verkoop ontbreekt, aldus Van Dongen.

Oplossing
‘Vrij simpel’ noemt Verberck de oplossing die hij en Van Dongen bedachten om de waterkant zoveel mogelijk te benutten. ‘Pak een strook van 10 tot 15 meter langs het water, vanwege allerlei redenen blijft zo’n strook toch al vaak vrij, maak een goede toegang naar de openbare weg en je hebt een fantastische watergebonden locatie waar je alles kunt doen wat je met een watergebonden locatie zou willen doen. Zoals repareren, onderhouden en service verlenen’, schetst Van Dongen. ‘En je hebt meteen ligplaatsen voor schepen. Wij vragen dus niets meer of minder dan een openbare weg langs de waterkant. Zoals bijvoorbeeld in de nieuwe haven in Arnhem. Daar ligt een asfaltstrook aan de kade.

Lees verder in Weekblad Schuttevaer

‘Containers mogelijk weer van water naar weg’

AMSTERDAM Als de containerbinnenvaart wacht met investeren in duurzame aandrijvingen, dan kan de vrachtwagen een flink deel van de markt overnemen. Dit blijkt uit onderzoek naar de gevolgen van ‘reverse modal shift’ dat de Topsector Logistiek heeft laten doen.

De binnenvaart transporteert nu nog ongeveer een derde van alle containers van en naar de haven van Rotterdam. Naar verwachting blijft de containeroverslag in de Rotterdamse haven de komende decennia groeien. Voor het vervoer van nog veel meer containers bieden de Nederlandse waterwegen ruim voldoende mogelijkheden voor het vervoer van nog veel meer containers. Maar wil de binnenvaart die containers ook daadwerkelijk gaan vervoeren, dan moet er volgens de Topsector Logistiek wel iets veranderen.

In de nacht over de weg
Tijdens en na het jaarcongres van de Topsector Logistiek van 2018 bleek al dat sommige achterlandterminals serieus rekening houden met het scenario dat wegvervoer zo aantrekkelijk wordt dat containervervoer terug naar de weg gaat. Een zogenaamde ‘reverse modal shift’. De redenatie hierbij is dat de innovaties in het wegvervoer wereldwijd worden aangejaagd. Dat leidt volgens de Topsector Logistiek onder meer tot een ‘uitstoot tot vrijwel nul, reductie van personeelskosten door semi-automatisch rijden, platooning en extra lange vrachtwagens met meer capaciteit’. ‘Als wegvervoer veel sneller groener wordt dan de binnenvaart en het prijsverschil afneemt, dan laten bedrijven naar verwachting containers ’s nachts over de weg vervoeren.’

Amper meer congestie
Om de containerbinnenvaart op de langere termijn concurrerend te houden, moet de binnenvaartondernemer daarom investeren in duurzame oplossingen. Want uit het onderzoek van Panteia, TNO en Traimco blijken de nadelen van het vervoer over de weg, kleiner te zijn dan word aangenomen. Zo neemt de congestie op de weg slechts op een paar plekken toe als 70% van de huidige containerstromen van de binnenvaart terug naar de weg zouden gaan. ‘Voor het wegennet als geheel zorgt het nauwelijks voor extra problemen, omdat na het eerste deel van de A15 de verkeersstromen snel splitsen. Lokaal ontstaat wel meer (kans op) filevorming tijdens de spits. Dit is vooral het geval tussen de Maasvlakte en de Ring Rotterdam.
De toename van het vrachtverkeer zorgt volgens het onderzoek voor een relatief beperkte toename van het wegonderhoud. Ook het effect op de verkeersveiligheid is beperkt. ‘Het onderzoek benadrukt daarmee de noodzaak om de concurrentiepositie van de binnenvaart te versterken. Naast uitstootreductie is een naadloze afhandeling van belang.’

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

Maatregelen vanwege lage waterafvoer Maas

MAASTRICHT Rijkswaterstaat heeft vanwege de lage waterafvoer in het stroomgebied van de Maas maatregelen genomen, zodat de waterstanden in de Maas en in de Limburgse en Brabantse kanalen op peil blijven. Eén van de maatregelen is het beperkt schutten, waardoor de scheepvaart te maken krijgt met langere wachttijden bij sluizen.

Om het verlies van water tijdens het schutten te beperken, geldt er een beperkt schutregime voor de sluizen tussen Maastricht en Roermond. De maximale wachttijd voor de scheepvaart aan een sluis kan daardoor oplopen tot vier uur.
Bij sluizen die zijn uitgerust met pompgemalen worden de gemalen ingezet om het water dat bij het schutten verloren gaat weer terug te pompen en opnieuw te kunnen gebruiken.

Regenrivier
De Maas is een regenrivier en dus afhankelijk van neerslag. Door te weinig neerslag in haar stroomgebieden in Frankrijk en België is er momenteel een lagere waterafvoer. De komende twee weken wordt er ook zeer weinig neerslag verwacht.
Om zoveel mogelijk water vast te houden, zijn op een aantal stuwen schotbalken geplaatst waarmee de stuwen worden opgehoogd. De zeven vistrappen bij de stuwen van de Maas zijn deels gesloten om geen water te verliezen. Het deels sluiten van de vistrappen heeft volgens Rijkswaterstaat geen nadelige gevolgen voor de vissen, omdat er in deze periode van het jaar geen vistrek plaatsvindt. (Foto Rijkswaterstaat)

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

Rijnvarenden hoeven geen dubbele premies te betalen

’S-HERTOGENBOSCH Rijnvarenden hoeven geen dubbele premies te betalen voor hun sociale verzekeringen. Hun werkgever had deze destijds voor hen afgedragen in Luxemburg, waar de werkgever gevestigd was. Maar de Nederlandse Belastingdienst legde hen ook een belastingaanslag voor Nederlandse premies volksverzekeringen op.

De betreffende Rijnvarenden werkten op binnenvaartschepen die door West-Europa voeren, met name op de Rijn. Het is echter gebleken dat deze premies niet in Luxemburg, maar in Nederland betaald hadden moeten worden. Daarom zijn door de Belastingdienst aan de werknemers aanslagen van in totaal enkele tienduizenden euro’s opgelegd.
Het gerechtshof in ’s-Hertogenbosch vindt dat de belastingaanslagen voor deze Nederlandse premies moeten worden verminderd met het bedrag dat voor hen in Luxemburg al is betaald aan sociale verzekeringspremies.

Internationale afspraken
Met ingang van 1 mei 2010 gelden er in de Europese Unie afspraken om te voorkomen dat meerdere lidstaten van dezelfde persoon sociale verzekeringspremies heffen. Voordat zulke premies worden geheven, moet er sinds die datum tussen lidstaten worden overlegd om te bepalen in welke EU-lidstaat een werknemer verzekerings- en premieplichtig is, de zogenoemde Europese toepassingsverordening. In het geval van deze Rijnvarenden hadden Nederland en Luxemburg met elkaar moeten overleggen om dubbele heffing te voorkomen, maar dat hebben zij niet gedaan, constateert het hof.

Het hof wijst op de toepassingsverordening en vindt dat de dubbele heffing van sociale verzekeringspremies van de Rijnvarenden alsnog ongedaan moet worden gemaakt, en vermindert daarom de belastingaanslagen voor de in Nederland geheven premie volksverzekeringen met de premiebedragen die eerder al in Luxemburg zijn geheven. Het hof oordeelt daarmee anders dan de rechtbank die de beroepen van de Rijnvarenden ongegrond achtte.

Kamervragen
Naar aanleiding van mediaberichtgeving over deze kwestie zijn dit voorjaar Kamervragen gesteld. De staatssecretaris van Financiën heeft in zijn antwoorden gesteld dat in een andere EU-lidstaat geheven premies in Nederland niet hoeven te worden verrekend met de Nederlandse premieheffing. Dit klopt voor de situatie vóór 1 mei 2010, maar sinds die datum geldt voor EU-lidstaten de verplichting om dubbele heffing vooraf te voorkomen en, als dat niet is gelukt, achteraf ongedaan te maken door de in een andere lidstaat geheven premies in Nederland te verrekenen: de Europese toepassingsverordening.

Vooraf voorkomen
Het de uitspraak van het gerechtshof in ’s-Hertogenbosch concludeerd de Centrale Raad van Beroep (CRvB) dat de Sociale verzekeringsbank (Svb) nieuwe besluiten moet nemen in de zaken van een groot aantal Rijnvarenden. Kort gezegd is de CRvB van oordeel dat de Svb een aantal EU-rechtelijke procedurevoorschriften niet in acht heeft genomen. Per 1 mei 2010 aangescherpte regels hierover verplichten de Svb om samen met buitenlandse socialezekerheidsorganen dubbele premieheffing over het inkomen van deze werknemers vóóraf te voorkomen. Deze regels gelden ook voor de Rijnvaart.

Het gaat in deze zaken om personeel aan boord van schepen in de Rijnvaart die in twee of meer Rijnoeverstaten werken. Zij wonen in Nederland, maar hun werkgever is in Cyprus gevestigd. In hoger beroep bij de CRvB gaat het om de vraag of op deze werknemers de Nederlandse socialezekerheidswetgeving van toepassing is of die van Cyprus. Eerder oordeelde de rechtbank dat de Svb terecht de Nederlandse socialezekerheidswetgeving van toepassing had verklaard. De betrokken Rijnvarenden zijn het hier niet mee eens. Zij stellen dat de Cypriotische socialezekerheidswetgeving op hen van toepassing is en dat zij dus in Nederland geen sociale premies hoeven te betalen.

Nieuwe besluiten
De Rijnvarenden hoeven slechts in één EU-lidstaat premies te betalen. Welke EU-lidstaat dit is, hangt af van de feitelijke situatie. Als werkgever en werknemers te weinig informatie verstrekken aan de Svb, mag de Svb in gevallen als deze voorlopig aannemen dat de Nederlandse wetgeving van toepassing is. Dan moeten voorlopig in Nederland premies worden betaald.

De Svb heeft echter niet conform de aangescherpte EU-rechtelijke procedurevoorschriften de buitenlandse zusterorganen in de gelegenheid gesteld te reageren op het oordeel van de Svb dat de Nederlandse socialezekerheidswetgeving van toepassing zou zijn. Daardoor dreigen de Rijnvarenden zowel in Cyprus als in Nederland premies te moeten betalen. Omdat deze procedures niet zijn gevolgd, draagt de CRvB de Svb op nieuwe besluiten te nemen.

Opnieuw vaststellen
De Svb zal de op betrokkenen toepasselijke socialezekerheidswetgeving opnieuw, en dit keer uitdrukkelijk voorlopig, vast moeten stellen. De zusterorganen hebben dan twee maanden de tijd om hiertegen bezwaar te maken. Doen ze dat niet, dan wordt de vaststelling definitief.

Als na consultatie van de zusterorganen in andere EU-lidstaten blijkt dat de Nederlandse wetgeving definitief van toepassing is, moet de Svb zich actief inspannen om te zorgen dat in Cyprus betaalde socialezekerheidspremies naar Nederland worden overgemaakt en in mindering worden gebracht op de in Nederland verschuldigde premies.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

Europese havens stuwen overslag naar nieuw record

ESSEN De wereldwijde overslag van containers is in juli naar een nieuw record gestegen. Vooral de Europese havens waren daar verantwoordelijk voor. De Chinese en Noord-Amerikaanse havens presteerden slechter.

Ondanks het steegs hoger oplopende handelsconflict tussen China en de Verenigde Staten steeg de containeroverslagindex van het Duitse RWI – Leibniz-Institut für Wirtschaftsforschung en het Instituts für Seeverkehrswirtschaft und Logistik (ISL) vorige maand van 138,5 naar 139. Dat is een nieuw record voor de index. Vooral de Europese havens deden het goed. Volgens cijfers van de meest recente ISL Container Port Monitor die maandelijks verschijnt, lag de groei op jaarbasis van de Chinese havens en de havens aan de Noord-Amerikaanse westkust in de eerste helft van 2019 namelijk aanzienlijk lager dan die van de Europese havens.
Ondanks de groeiende overslag tijdens de handelsoorlog, geeft CEO en econoom Roland Döhrn van RWI wel een waarschuwing. ‘Ondanks de momenteel iets gunstiger cijfers over de behandeling van het aantal containers, staat de wereldhandel voor moeilijke tijden.’

De index
Voor de index verwerken de Duitsers de overslagcijfers van containers in 83 internationale havens. Deze havens vertegenwoordigen ongeveer 60% van de wereldwijde containeroverslag. De zogenoemde snelle schatting voor juli is gebaseerd op de cijfers van 29 havens, die ongeveer 68% van de overslag van de index vertegenwoordigt.
Omdat veel havens al twee weken na het einde van een maand verslag uitbrengen over hun activiteiten, is de Duitse index volgens RWI/ISL een betrouwbare indicator van de ontwikkeling van de internationale handel en daarmee van de wereldwijde economische activiteit.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

‘Schip van de toekomst’ op de Wereldhavendagen

ROTTERDAM Tijdens de Wereldhavendagen in Rotterdam wordt het containerbinnenvaartschip Sendo Liner opengesteld voor publiek. De Sendo Liner is het eerste binnenvaartschip dat emissieloos op batterijen kan varen.

De Sendo Liner is een dubbelschroefs containerschip met een geheel nieuw ontwikkeld onderwaterschip. Het schip is volledig geëlektrificeerd en wordt door één van de twee Volvo Penta generatoren (435 kWe elk) en/of het lithium-ion accupakket (560 kWh) van stroom voorzien.

Daarnaast heeft de Sendo Liner 32% minder vermogen nodig, stoot het 40% minder CO2 per vervoerde container uit ten opzichte van een conventioneel schip en is er 8% meer ruimte voor lading. Vanwege de modulaire opbouw zijn aanpassingen eenvoudig te realiseren. Dit zorgt tevens voor een sterke reductie van de onderhoudskosten.

De Sendo Liner maakt onderdeel uit van de binnenvaartpresentatie aan de Westerkade, van het Expertise- en InnovatieCentrum Binnenvaart en het Bureau Voorlichting Binnenvaart en kan op zaterdag 7 en zondag 8 september worden bezocht tussen 10.00 – 18.00 uur.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

Containeroverslag stabiel, wereldhandel stagneert

ESSEN De containeroverslagindex van het Duitse RWI – Leibniz-Institut für Wirtschaftsforschung en het Instituts für Seeverkehrswirtschaft und Logistik (ISL) is vorige maand op 137,1 blijven steken. Dat betekent vrijwel een stabilisatie van de overslag in mei, toen stond de index nog op 137. De Duitsers concluderen hieruit dat de wereldhandel stagneert.

De index geeft volgens de Duitse instituten een goed beeld hoe de wereldhandel ervoor staat. Omdat veel havens al twee weken na het einde van een maand verslag uitbrengen over hun activiteiten, is de Duitse index volgens RWI en ISL een betrouwbare indicator van de ontwikkeling van de internationale handel en daarmee van de wereldwijde economische activiteit. En daar het niet al te goed mee. ‘Al met al stagneert de wereldhandel nu al negen maanden lang’, meldt CEO Roland Döhrn van RWI.

‘De spanningen in de wereld worden momenteel weerspiegeld in grote schommelingen in de overslag van containers in veel havens over de wereld.’ Ook worden volgens Döhrn de gevolgen van de handelsconflicten steeds duidelijker. Zo daalde de vrachtafhandeling in de Iraanse haven van Bandar Abbas vorige maand dramatisch als gevolg van Amerikaanse sancties.

De index
Voor de index verwerken de Duitsers de overslagcijfers van containers in 83 internationale havens. Deze havens vertegenwoordigen ongeveer 60% van de wereldwijde containeroverslag. De zogenoemde snelle schatting voor juni is gebaseerd op de cijfers van 42 havens, die ongeveer 73 procent van de overslag van de index vertegenwoordigt. Overigens wordt deze snelle schatting vanwege de grote volatiliteit in de containeroverslag wel steeds onbetrouwbaarder wat betreft de nauwkeurigheid. Zo bedroeg de snelle schatting over mei nog 138,5, maar deze werd later naar 137 bijgesteld.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

Modal shift moet verkeersinfarct voorkomen

DEN HAAG Het goederenvervoer in Nederland moet volgens het kabinet drastisch veranderen. Alleen door veel meer over water en spoor te vervoeren kan een verkeersinfarct worden voorkomen. Om de beoogde modal shift nu eindelijk in gang te zetten, trekt minister Cora van Nieuwenhuizen 40 miljoen euro uit.

De minister meldt dit in de Goederenvervoeragenda, die ze onlangs naar de Tweede Kamer stuurde. De overheid wil al jaren dat meer goederen over water worden vervoerd, maar een grote verschuiving naar het water bleef tot nu toe uit. Dat kwam onder meer omdat alle modaliteiten de overheid even lief bleven. Met de nieuwe Goederenvervoeragenda moet daarin verandering komen, waarbij nu echt een substantieel volume goederen van de weg naar de scheepvaart (binnenvaart en shortsea) en het spoor moeten worden overgeheveld. Maar daar is wel een betrouwbare vaarweg- infrastructuur voor nodig. De minister geeft aan dat zij in de begroting van 2020 daarvoor met maatregelen komt.

Beleidswijziging
Om de goederen van de weg te krijgen, slaat het ministerie de komende jaren volgens eigen zeggen een nieuwe weg in, waarbij ‘het perspectief verschuift van modaliteitsgericht beleid naar integraal en multimodaal mobiliteitsgericht beleid’. ‘Dit beleid richt zich op de samenhang tussen verschillende vervoerswijzen, zoals auto, schip en trein’, verduidelijkt woordvoerder Joris Drost van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. ‘Mobiliteit en de aanpak van knelpunten staan hierin centraal om ervoor te zorgen dat ons gehele mobiliteitssysteem optimaal wordt benut. Dit verschilt van het modaliteitsbeleid wat zich richt op de afzonderlijke vervoerswijzen. We geven met de Goederenvervoeragenda de komende jaren een extra boost aan de modal shift door vooral in te zetten op verbetering van de aansluitingen op multimodale knooppunten. Zo kunnen goederen eenvoudiger en efficiënter worden overgeladen van vrachtwagen naar binnenvaartschip of goederentrein.’

Voortrekkersrol
Concreet gaat het ministerie kijken naar de mogelijkheid van een voortrekkersrol voor de overheid, ofwel ‘launching customer’. Genoemd wordt het vervoer van gemeentelijk restafval naar de afvalverwerkingsbedrijven, dat nu veelal over de weg gaat, maar beter per schip zou kunnen. Onderzocht wordt of dit transport over water kostenefficiënt is te krijgen ten opzichte van het huidige wegtransport. Zo nodig moeten belemmeringen worden weggenomen.
Tevens laat het ministerie een verkenning uitvoeren voor een stimuleringsregeling voor verplaatsing van containertransport naar de binnenvaart en shortsea-sector.

Overvolle A15
Een probleem wat volgens de minister moet worden opgelost is de drukte op de A15, waarvan het beginpunt mainport Rotterdam is. Met het aantrekken van de economie is de drukte op de wegen van en naar de zeehaven sterk toegenomen. Op de A15 leidt dit tot stevige opstoppingen. De komende jaren neemt deze druk nog verder toe. Niet alleen vanwege de autonome groei van het goederenvervoer, maar ook vanwege geplande grote infrastructurele werken. Met een financiële stimuleringsregeling voor modal shift van weg naar binnenvaart en shortsea verwacht Van Nieuwenhuizen dat de extra verkeersdruk op de weg kan worden beperkt. ‘Tegelijkertijd kan een structurele verschuiving van weg naar water worden geïnitieerd. In het tweede deel van 2019 worden de mogelijkheden voor deze regeling verkend.’

Programma
Om de modal shift op gang te brengen gaat het ministerie in samenwerking met de Logistieke Alliantie, de Topsector Logistiek en andere overheden, een ‘hands-on programma’ ontwikkelen met de belangrijkste kansen, belemmeringen en benodigde maatregelen. Hierbij moet worden gedacht aan praktische oplossingen, zoals het wegnemen van knelpunten op het terrein van wet-en regelgeving, infrastructurele voorzieningen en advisering van ondernemers over de keuze van de transportmodaliteit of een mix van modaliteiten. Ook zet de minister in op het realiseren van ‘good practices’ bij een modal shift van weg naar water en spoor en vermindering van de congestie bij de afhandeling van inland-transporten in de Rotterdamse haven. Hiervoor wil de minister, naast het bundelen van containers richting het achterland, eenduidige definities van venster- en wachttijden, een dashboard van key performance indicatoren, het dynamisch toewijzen van kadecapaciteit via NextLogic en de aanleg van de Container Exchange Route (CER). De CER moet in 2020 worden opgeleverd. Next-Logic verwacht in november van dit jaar met de planningstool live te gaan.

Positief
Bij de 18 partijen die samen de Logistieke Alliantie vormen – voor de binnenvaart onder meer CBRB en Koninklijke BLN-Schuttevaer – valt de Goederenvervoeragenda in goede aarde. ‘Met deze agenda heeft het kabinet de richting bepaald hoe we samen het logistieke systeem klaarmaken voor de toekomst’, schrijft voorzitter Steven Lak van de Logistieke Alliantie. ‘Het opslaan en vervoeren van goederen gaan we met behulp van innovatie nog veiliger, efficiënter en duurzamer maken. En dat gaat ieders leven raken, want logistieke vragen spelen overal. Bij leveringen aan huis, het bevoorraden van ziekenhuizen en zorginstellingen tot aan- de afvoer van producten van en naar onze MKB’ers en industriële complexen. Of dat nu over de weg, het water, het spoor of door de lucht is. Nu komt het in de verdere uitvoering aan op goede samenwerking tussen het bedrijfsleven en de betrokken overheden. De uitwerking van deze agenda in gezamenlijke programma’s met voldoende middelen en in samenwerking met de Topsector Logistiek, heeft nu de hoogste prioriteit. Zo houden we samen Nederland sterk en welvarend.’

Alliantie
De Logistieke Alliantie bestaat, naast het CBRB en Koninklijke BLN-Schuttevaer, uit evofenedex, TLN, VNO-NCW, MKB Nederland, Havenbedrijf Rotterdam, Havenbedrijf Amsterdam, ProRail, KNV, NVB, ORAM, Vereniging van Waterbouwers, Bouwend Nederland, VRC, Koninklijke Vereniging van Nederlandse Reders, Air Cargo Netherlands en Deltalinqs.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

Binnenvaart laat impact laagwater onderzoeken

ROTTERDAM De binnenvaartorganisaties CBRB en Koninklijke BLN-Schuttevaer gaan de impact van laagwater op de vaarwegen laten onderzoeken. Beide organisaties doen dit om inzicht te krijgen in de impact van de lage waterstanden op de bedrijfsvoering van de binnenvaart. De resultaten van dit onderzoek dienen om de noodzaak van de toekomstige inzetbaarheid van de binnenvaart onder de aandacht te kunnen brengen bij overheden en andere instanties op nationaal en internationaal niveau.

In 2018 was sprake van een langdurige droogte periode in Nederland. Een van de sectoren die beïnvloed werd door deze droogte was de binnenvaart zelf. ‘Door het lage water op belangrijke vaarwegen, met name de Rijn en de Waal, ondervond de binnenvaart daar de gevolgen van’, schrijven de organisaties. ‘Enerzijds wist een deel van de binnenvaart daar handig gebruik van te maken en stegen de vrachtprijzen als gevolg van de laagwater toeslag. De gehele vloot kon worden ingezet om het vervoer via water te bedienen. Echter niet alle binnenvaartondernemers zagen hun vrachten stijgen; scheepvaart die verhuurd was kon dit momentum niet benutten.’

Verder kijken
Het Erasmus Centre for Urban Port and Transport Economics gaat het onderzoek uitvoeren dat inzicht moet geven in de directe en indirecte economische effecten voor en rondom de binnenvaart, van het lage water. De centrale onderzoeksvraag hierbij is wat de omvang is van de economische effecten zowel voor de sector binnenvaart als voor de verladende bedrijvigheid, inclusief van deze bedrijven afhankelijke bedrijvigheid (indirecte effecten). Het onderzoek kijkt daarbij verder dan de sector binnenvaart en kent ook een brede, internationale economische invalshoek. Ook substitutie-effecten binnen de binnenvaart en tussen verschillende vervoerwijzen vormen een aandachtspunt in dit onderzoek.

Het projectteam van Erasmus UPT bestaat uit drie experts, ieder met eigen expertise op het gebied van economische impact studies naar binnenvaart en maritieme transportketens. Een eindrapport verwachten de organisaties rond het vierde kwartaal van dit jaar.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

Spoor profiteert van lage waterstanden

DEN HAAG Het vervoer van goederen over het spoor in Nederland is vorig jaar vanwege de lage waterstanden gestegen. Het vervoerde gewicht steeg ten opzichte van 2017 met ruim 18% van 2,7 naar 3,2 miljoen ton waarmee het spoor een marktaandeel kreeg van 0,5%. De binnenvaart vervoerde in dat jaar 121,8 miljoen ton.

Uit de publicatie ‘Ontwikkeling spoorgoederenverkeer’ van ProRail blijkt verder dat het aantal kilometers dat goederentreinen in Nederland reden vorig jaar met 4% steeg tot 9,3 miljoen, het aantal tonkilometer steeg met 3% tot 13,5 miljard. Vooral het goederenvervoer van en naar de haven van Rotterdam steeg. Er reden 1.000 goederentreinen meer, een stijging van 3%.

Meer kolen
Belangrijkste oorzaak voor het toegenomen spoorvervoer is de droogte van vorig jaar. In het stroomgebied van de Rijn viel heel erg weinig regen, gecombineerd met de hoge temperaturen leidde dit tot lage waterstanden in de grote rivieren. Hierdoor kon minder lading per schip kon worden vervoerd. Het spoor vormde volgens staatssecretaris Stientje van Veldhoven van Infrastructuur en Waterstaat voor een deel van de lading ‘als een goed alternatief om lading alsnog op de plaats van bestemming te krijgen’. Vanwege het lage water steeg het aantal treinen van en naar Rotterdam. Tot half augustus reden ongeveer 100 tot 110 goederentreinen per dag van en naar de Rotterdamse haven, vanaf half augustus liep dat op naar 110 tot 120.

Een van de segmenten waarin een toename van het aantal goederentreinen te zien was, waren de kolen. In de eerste helft van het jaar nam het kolenvervoer nog af. Oorzaak was de sluiting van enkele kolengestookte energiecentrales Duitsland leidde tot een afname van het aantal kolentreinen tussen de Nederlandse havens en het Duitse achterland. Vanaf augustus gingen vanwege de lage waterstanden juist meer kolentreinen rijden. Zowel de havens van Rotterdam als Amsterdam profiteerden hiervan. Amsterdam zag het aantal kolentreinen wel afnemen vanwege het vervallen van kolenstromen en de verschuiving van een ladingpakket naar Rotterdam. Maar ook van en naar Amsterdam reden extra kolentreinen vanwege de lage waterstanden.

Subsidieregeling
Om het gebruik van het spoor te stimuleren, gaat staatssecretaris Van Veldhoven de gebruiksvergoeding op het spoor voor de spoorgoederenvervoerders verlagen door middel van een tijdelijke subsidieregeling. Nederland stuurde de regeling naar de Europese Commissie voor toetsing aan de staatssteunregels en op 8 juli gaf de Commissie haar goedkeuring. Van Veldhoven wil de regeling binnenkort publiceren en deze met terugwerkende kracht tot 1 januari 2019 in werking laten treden. De gebruiksvergoeding wordt dan met de subsidie verlaagd om meer in de pas te gaan lopen met de buurlanden, met name Duitsland. Daarvoor komt van tot en met 2023 maximaal 70 miljoen euro beschikbaar met een tussentijdse evaluatie in 2021. Hierbij wordt het containervervoer het meest gesubsidieerd. Volgens de staatssecretaris ‘om juist in dit marktsegment de modal shift naar het spoor te stimuleren’.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

 

Dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland.