Categorie archieven: nieuws

Vervoersprestatie Europese binnenvaart stijgt

STRAATSBURG Ondanks de lockdown-maatregelen in verband met de pandemie begin 2021, is de vervoersprestatie in tonkilometer (tkm) over de Europese binnenwateren in de eerste helft van 2021 met 4,3% gestegen in vergelijking met dezelfde periode het jaar ervoor. Voor Nederland bedroeg de toename 5,5% en voor Duitsland 4,7%.

De vervoersprestatie steeg volgens de publicatie Market Insight van de CCR van 66.021 miljoen tkm in 2020 naar 68.864 miljoen tkm vorig jaar. De vervoersprestatie voor wat betreft de Rijn steeg met 7%. Deze ontwikkeling hangt voornamelijk samen met zowel een grotere vervoersvraag naar kolen (+30%) als naar ijzererts (+18%). In de discussie over het uitfaseren van kolen zijn de termijnen enigszins gaan schuiven als gevolg van de zeer hoge gasprijzen en de sterke stijging in de vraag naar kolen door de energiesector. Het segment drogelading zag de hoeveelheden in het algemeen toenemen, terwijl vloeibare landing stabiel bleef met weinig verandering. Wat het containervervoer betreft kan voor de Rijnoeverstaten een verdere toename worden vastgesteld.

Het passagiersvervoer liet gedeeltelijk herstel zien in het aantal riviercruiseschepen dat bepaalde sluizen passeerde. De maximale capaciteit van de schepen werd echter bij verre niet gehaald, hetgeen de winstgevendheid van dit segment onder druk zette.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

Minister: ‘Verbod op varend ontgassen eind 2023’

LELYSTAD Minister Mark Harbers van Infrastructuur en Waterstaat gaat de druk op Zwitserland opvoeren om sneller een verbod te krijgen op varend ontgassen. Harbers hoopt dat het verbod daardoor eind 2023 er is.

Zwitserland is het laatste land van de Rijn-oeverlanden dat de nieuwe afspraken over varend ontgassen moet goedkeuren. ‘Ook op Frankrijk hebben we druk gezet en daar zit schot in’, zei de minister voor Omroep Flevoland bij zijn bezoek aan de haven van Flevokust in Lelystad. Gedeputeerde Cora Smelik gaf daar aan haast te willen maken met het regelen van infrastructuur om het varend ontgassen al voor het internationale verbod te kunnen stoppen. Daarom in de haven was onder meer een mobiele ontgassingsinstallatie geplaatst.

Als alle landen goedkeuring hebben gegeven, kan het verbod op varend ontgassen worden ingevoerd.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

Jörg Rusche plaatsvervangend secretaris-generaal CCR

STRAATSBURG Jörg Rusche is voor vier jaar de nieuwe plaatsvervangend secretaris- generaal van de Centrale Commissie voor de Rijnvaart (CCR). Rusche volgt Katrin Moosbrugger op.

Na zijn studie rechten bekleedde Rusche verschillende functies bij het Bundesverband der Deutschen Binnenschifffahrt e. V. (BDB) in Duisburg, met name als directeur. Hij was vervolgens vanaf april 2016 beleidsmedewerker bij de CCR. Hij was onder meer betrokken bij een ingrijpende herziening van het Reglement betreffende het Scheepvaartpersoneel op de Rijn (RSP). Hij heeft zich tevens ingezet voor de totstandkoming en verdere ontwikkeling van de beroepscompetenties binnen het comité CESNI (Europees Comité voor de opstelling van standaarden in de binnenvaart).

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

 

CCR: ‘Geen boetes als bemanning niet aan nieuwe regels voldoet’

STRAATSBURG De Centrale Commissie voor de Rijnvaart (CCR) dringt er bij haar lidstaten op aan om in de tijd tot de goedkeuring van het nieuwe Reglement betreffende het Scheepvaartpersoneel op de Rijn (RSP) geen boetes op te leggen wanneer bemanningsleden aan boord van binnenvaartschepen op de Rijn kwalificatiecertificaten, dienstboekjes en/of vaartijdenboeken overleggen die op grond van Richtlijn (EU) 2017/2397 werden afgegeven. Omgekeerd verzoekt de CCR haar lidstaten eveneens maatregelen te treffen, zodat kwalificatiecertificaten, dienstboekjes en vaartijdenboeken die afgegeven worden op grond van het huidige RSP, dat nog steeds van kracht is, ook bij controles buiten de Rijn onverminderd zonder problemen aanvaard worden.

Deze uitzonderlijke maatregel is aan een termijn gebonden. De maatregel geldt om te beginnen tot het nieuwe RSP van kracht wordt of tot 30 september 2022, als het nieuwe RSP tot dan nog niet is goedgekeurd. De maatregel kan indien nodig worden verlengd. Het doel is om de dekbemanningsleden de mogelijkheid te bieden kwalificatiecertificaten te blijven gebruiken, ongeacht of zij werden afgegeven op grond van de EU-richtlijn of het RSP.

Coördinatieprocedure
De achtergrond is dat sinds het einde van de omzettingsperiode van Richtlijn (EU) 2017/2397 betreffende beroepskwalificaties in de binnenvaart op 17 januari 2022 in sommige lidstaten van de Europese Unie (EU) nieuwe Uniekwalificatiecertificaten worden afgegeven. Dit is echter nog niet in alle lidstaten van de Europese Unie het geval. Tegelijkertijd is het nieuwe Reglement betreffende het Scheepvaartpersoneel op de Rijn, dat eisen bevat voor kwalificatiecertificaten, dienstboekjes en vaartijdenboeken die overeenstemmen met de bepalingen van de richtlijn, nog niet door de CCR aangenomen. Momenteel loopt een coördinatieprocedure met betrekking tot de goedkeuring van het RSP tussen de Europese Unie en de CCR. Wanneer deze procedure afgerond zal zijn, is nog niet bekend.

Niet bindend
De kwalificaties van de dekbemanningsleden, deskundigen voor de passagiersvaart en LNG- deskundigen, die op de gehele Rijn en op alle binnenwateren van de EU zullen gaan gelden, zijn gebaseerd op de technische standaarden die door CESNI werden opgesteld. Deze standaarden betreffen de daarvoor vereiste competenties, examens en modellen van documenten en voor nautisch personeel, ook de medische criteria. De standaarden van CESNI zijn op zich niet bindend. De EU, de CCR of derde landen zoals Servië of Oekraïne kunnen echter in hun regelgeving verwijzen naar de standaarden en naar de Europese Standaard voor kwalificaties in de binnenvaart. Het nieuwe RSP legt afgezien van eisen voor de leden van de dekbemanning ook eisen vast voor machinisten en voor persluchtmaskerdragers en eerstehulpverleners die zich aan boord moeten bevinden als het schip op de Rijn vaart.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

Overslag haven Rotterdam daalt 1,5% in eerste kwartaal

ROTTERDAM De haven van Rotterdam heeft in het eerste kwartaal van dit jaar met 113,6 miljoen ton 1,5% minder goederen overgeslagen dan in dezelfde periode vorig jaar. Vooral de overslag van minerale olieproducten en ijzererts nam af. De overslag van onder andere LNG en overig nat en droog massagoed nam toe. Het containervolume zit iets onder het niveau van 2021.

‘Hoewel we het jaar uitstekend zijn begonnen, werd de wereld eind februari geconfronteerd met de oorlog in Oekraïne’, vertelt CEO Allard Castelein van Havenbedrijf Rotterdam. ‘Naast dat dit conflict een vreselijke humanitaire ramp is, leidt de oorlog tot grote onzekerheid in de wereldhandel en veranderingen in logistieke ketens. Hoewel het verdere verloop niet te voorspellen is, verwachten we dat de ontwikkelingen in Oekraïne en de sterk verslechterde relatie tussen Rusland en veel andere landen ook in de rest van jaar van invloed zullen zijn op de overslagvolumes.’

Van en naar Rusland
Ongeveer 62 miljoen ton van de bijna 470 miljoen ton overslag in de Rotterdamse haven was vorig jaar Rusland-georiënteerd (13%). Via de haven van Rotterdam worden veel energiedragers uit Rusland geïmporteerd. Grofweg kwam in 2021 30% van de ruwe olie uit Rusland, 25% van het LNG en 20% van de olieproducten en de kolen. Rusland exporteert producten als staal, koper, aluminium en nikkel via Rotterdam. 8% van de containeroverslag was in 2021 Rusland-georiënteerd. Omdat de oorlog in Oekraïne pas eind februari begon, is de invloed op de overslagvolumes dit eerste kwartaal nog beperkt. Inmiddels is in vrijwel alle sectoren de impact merkbaar van de sancties en de beslissingen van individuele bedrijven om geen zaken meer te doen met Rusland.

Nat massagoed
In totaal nam de overslag van nat massagoed af met 1,0% tot 51,5 miljoen ton. Het volume ruwe olie bleef vrijwel gelijk (-0,2% naar 25,5 miljoen ton). De overslag van minerale olieproducten en dan met name stookolie liep terug (-20,5% naar 13,5 miljoen ton) met name als gevolg van lagere productie in Rusland, waardoor er ook minder stookolie uit Rusland binnenkomt in Rotterdam. Vanaf maart importeren oliemaatschappijen minder olie uit Rusland. Er is in het eerste kwartaal veel meer LNG overgeslagen (+77,7% naar 2,7 miljoen ton). Ook werden meer chemische producten, plantaardige oliën en hernieuwbare producten overgeslagen, zodat het volume van het Overig nat massagoed flink toenam (+22,2% naar 9,9 miljoen ton).

Droog massagoed
Binnen het segment droog massagoed is een daling te zien van ijzererts & schroot van (-19,5% naar 5,6 miljoen ton). Hoge energiekosten en een afnemende vraag naar staal leidden tot het inzakken van de Duitse staalproductie. De verminderde vraag was vooral het gevolg van verstoring van logistieke ketens waardoor productieniveaus van staalverwerkende bedrijven daalden. De overslag van kolen is licht gestegen (+3,9% naar 5,9 miljoen ton), omdat de vraag naar energiekolen (voor elektriciteitscentrales) sneller steeg dan vraag naar cokeskolen (voor hoogovens) daalde. Kolen zijn momenteel goedkoper dan gas voor de elektriciteitsproductie. Overig droog massagoed laat een forse stijging zien ten opzichte van vorige jaar (33,5% naar 3,9 miljoen ton). Er is veel vraag naar grondstoffen ondanks de hoge prijzen.

Containers
Binnen het containersegment heeft vooral de daling van transhipment-volumes (-21,5% naar 6,0 miljoen ton) geleid tot een lagere overslag binnen het containersegment (-5,4% naar 35,6 miljoen ton). In TEU (standaardmaat voor containers) daalde de overslag minder hard (-1,4% naar 3,6 miljoen TEU) doordat het gewicht per container gemiddeld lager was en meer lege containers vervoerd werden. Transhipment-volumes zijn al sinds juli 2021 geleidelijk aan het dalen door de grote drukte bij de deepsea terminals als gevolg van de vele disrupties in de logistieke keten. Daarbij werd de containervaart in januari en februari ook gehinderd door een aantal stormen die verdere verstoring van de vaarschema’s veroorzaakten.

In maart zijn de gevolgen van de oorlog in Oekraïne zichtbaar in de dalende volumes naar Rusland. De meeste rederijen hebben een boekingsstop ingevoerd voor Russische containerlading en ook de meeste deepsea terminals nemen geen exportlading voor Rusland meer aan. Dit zal een verder negatief effect hebben op de transhipment-volumes naar Rusland. In het eerste kwartaal waren de gevolgen van de Covid lockdowns in Shanghai nog niet merkbaar in Rotterdam.

RoRo en Overig stukgoed
De totale overslag van het marktsegment breakbulk (Roll on Roll off en Overig stukgoed) steeg met 19% naar 8,4 miljoen ton. De RoRo overslag (+20,4% naar 6,7 miljoen ton) steeg sterk ten opzichte van het eerste kwartaal vorig jaar, omdat toen de Brexit-overgangsperiode net was afgelopen en door de grote vraag vanuit het Verenigd Koninkrijk.

Binnen het Overig stukgoed zien we een stijging (+13,7% naar 1,7 miljoen ton) door een toename van staal- en non-ferro-overslag en een verschuiving van containerlading naar breakbulk als gevolg van de hoge tarieven in de containervaart. Veel Russische lading blijft op dit moment liggen op de breakbulkterminals.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

Transformatie in de binnenvaart op Maritime Industry

GORINCHEM Het kennistheater tijdens Maritime Industry is dit jaar volledig gericht op ‘Transformatie in de Binnenvaart’. Ondernemen in 2022, zero emissie en digitalisering zijn de thema’s die centraal staan. Het kennistheater is te vinden op de eerste etage ‘Next Level’ van de Evenementenhal Gorinchem.

Programma kennistheater

Dinsdag 17 mei

ONDERNEMEN IN 2022

13:30 – 14:15 uur
Frans van Weert | Programmamanager Strategische Arbeidsmarktagenda Binnenvaart
14:15 – 15:00 uur
Dalibor Stojakovic | Program Manager Digital Coöperatie, NPRC & Marius Hakkesteegt | Business Developer, Aspect ICT
15:00 – 15:45 uur
Gerald Menkveld | Sr. adviseur en projectleider Rijkswaterstaat & Stephan Le Sage | Adviseur Rijkswaterstaat
15:45 – 16:30 uur
Wilco Volker | Logistiek Adviseur
16:30 – 17:15 uur
Ingrid Blom | Beleidsadviseur sociaal domein Koninklijke Binnenvaart Nederland

Woensdag 18 mei

ZERO EMISSIE

13:00 – 14:15 uur
Frans van Weert | Programmamanager Strategische Arbeidsmarktagenda Binnenvaart
14:00 – 15:00 uur
Femke Brenninkmeijer | CEO Coöperatie NPRC
15:00 – 15:45 uur
Niels Kreukniet | Projectmanager, Expertise- en InnovatieCentrum Binnenvaart (EICB)
15:45 – 16:30 uur
Khalid Tachi | Managing Director, Expertise-en InnovatieCentrum Binnenvaart (EICB)
16:30 – 17:15 uur
Marjon Castelijns | Kernteam member RH2INE Kickstart IWT

Donderdag 19 mei

DIGITALISERING

13:30 – 14:15 uur
Frans van Weert | Programmamanager Strategische Arbeidsmarktagenda Binnenvaart
14:15 – 15:00 uur
Dalibor Stojakovic | Program Manager Digital Coöperatie NPRC
15:00 – 15:45 uur
Marente Brouwer | Nationaal coördinator EuRis
15:45 – 16:30 uur
Henk van Laar | Beleidsmanager Bureau Telematica Binnenvaart (BTB)
16:30 – 17:15 uur
Salih Karaarslan Projectmanager Expertise-en InnovatieCentrum Binnenvaart (EICB), Nederlands Forum voor Smart Shipping (SMASH!)

Meer informatie is te vinden op de website van Maritime Industry.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

Vijftig miljoen voor ZES

ROTTERDAM Zero Emission Services (ZES) heeft van het Nationaal Groeifonds een investering van 50 miljoen euro ontvangen voor de versnelde invoer van elektrisch varen in de binnenvaart. ZES gaat het geld gebruiken voor de ontwikkeling van 75 batterijcontainers (ZESpacks), 14 docking stations waar de ZESpacks worden geladen en 45 geëlektrificeerde binnenvaartschepen.

Volgens ZES laat de doorbraak in zero-emissie varen op zich wachten als niet gelijktijdig in elektrisch aangedreven schepen, batterijcontainers en laadinfrastructuur wordt geïnvesteerd. ‘ZESpacks kunnen niet gebruikt worden zonder schepen met een elektrische aandrijflijn en zonder laadinfrastructuur kunnen ze niet worden opgeladen. Samenwerking en afstemming tussen betrokken partijen is cruciaal.’

Kip-ei verhaal
CEO Bart Hoevenaars van ZES noemt de 50 miljoen euro niet alleen goed nieuws voor de binnenvaartsector en voor ZES. ‘Het leidt bovenal tot een betere leefomgeving. Nu wordt echt schoon varen mogelijk, dus zonder uitstoot van CO2, stikstof en fijnstof. Daarnaast is het ook nog geluidloos. Het Nationaal Groeifonds steunt schippers bij de investering in een elektrische aandrijflijn. Zero Emission Services kan nu investeren in het kostbaarste deel, de batterijcontainers, zodat deze schippers alleen betalen voor gebruik. Ook kunnen er met de steun publiek toegankelijke laadstations gerealiseerd worden aan enkele cruciale vaarroutes voor de binnenvaart in Nederland. Door het mogelijk te maken om tegelijkertijd te investeren in deze drie zaken, wordt het bekende kip-ei probleem voor groen transport doorbroken.’

Bewezen
De investering van het Nationaal Groeifonds is volgens ZES een investering in een bewezen systeem. ‘Het eerste schip, de Alphenaar van CCT, vaart sinds september 2021 op basis van verwisselbare energiecontainers. Het schip vaart tussen Alphen aan den Rijn en Moerdijk voor Heineken. Heineken en haar vervoerder CCT leverden beiden een aanzienlijke inspanning om het eerste zero-emissie binnenvaartschip met het ZES systeem te kunnen laten varen.’

Nationaal Groeifonds
Het Nationaal Groeifonds is een initiatief van de ministeries van Economische Zaken & Klimaat en Financiën. Met het Nationaal Groeifonds trekt het kabinet tussen 2021 en 2025 € 20 miljard uit voor projecten. Het gaat om gerichte investeringen voor structurele en duurzame economische groei.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

KBN is een feit

ROTTERDAM Koninklijke Binnenvaart Nederland (KBN) is officieel opgericht. Daarmee komt een einde aan het Centraal Bureau voor de Rijn- en Binnenvaart (CBRB) en Koninklijke BLN-Schuttevaer.

KBN wordt volgens eigen zeggen als binnenvaartbranchevereniging ‘hét orgaan dat voor alle overheden en andere organisaties de vanzelfsprekende spreekbuis is namens de branche en voor haar leden’. KBN gaat zich inzetten voor de verschillende ledengroepen en voor de sector in het algemeen en zal actief zijn op de domeinen duurzaamheid/vergroening, modal shift, digitalisering en veiligheid. ‘Ook is er veel aandacht voor infrastructuur en het nautisch/technische dossiers, en tevens is er veel focus op de werkgeversbelangen en de arbeidsmarkt. Uiteraard zullen wij ons ook toekomstig oriënteren op alle terreinen die voor de binnenvaart belangrijk zijn.’

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

Startsein nieuwbouw binnenvaartschip op groene waterstof

ROTTERDAM Minister Mark Harbers van Infrastructuur en Waterstaat heeft onlangs officieel het startschot gegeven voor de bouw van het eerste binnenvaartschip in Nederland dat volledig op groene waterstof vaart. Het ms Antonie komt naar verwachting medio 2023 in de vaart.

‘Het stemt mij trots dat hier het eerste binnenvaartschip in Nederland wordt gebouwd dat op waterstof vaart’, zei Harbers. ‘Daarmee zet de maritieme sector een belangrijke stap op weg naar een binnenvaart zonder CO2-uitstoot. Dat is goed voor het klimaat, goed voor de toekomst van de binnenvaart en goed voor de Nederlandse economie.’

Demoproject
De aandrijving van een elektrisch binnenvaartschip op waterstof is volledig nieuw en een demoproject voor de Nederlandse binnenvaart. De bouw van de Antonie draagt dan ook bij aan de verdere ontwikkeling van de techniek aan boord van schepen. Dit geldt onder andere voor de gebruikte brandstofcellen, waarmee de waterstof kan worden omgezet in elektriciteit. Het project is een samenwerking van Nedstack, Nobian, Lenten Scheepvaart, Concordia Damen, Energy TransStore en binnenvaartcoöperatie NPRC. De betrokken partijen willen met het project een versnelling aanbrengen in regelgeving om het gebruik van waterstof in de binnenvaart te stimuleren.

Ervaring opdoen
De ervaringen die worden opgedaan tijdens de ontwikkelingsfase, de bouw en in de vaart brengen van het ms Antonie zullen bijdragen aan het bepalen van de haalbaarheid en de kosten van vergelijkbare projecten in de toekomst. Met het project kan in kaart worden gebracht wat er nodig is aan regelgeving en faciliteiten om waterstof op grotere schaal veilig te kunnen gebruiken in de binnenvaart.

Dubbel zo duur
De kosten voor de bouw en ontwikkeling van het eerste 135 meter lange waterstof-elektrische binnenvaartschip zijn ongeveer twee keer zo hoog als dat van een conventioneel schip. Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat doet daarom een forse bijdrage om de extra kosten te dragen. Nobian, NPRC en Lenten scheepvaart hebben daarbij lange termijn afspraken gemaakt voor de inzet van het schip. Het ministerie ziet het project als een belangrijk onderdeel in het realiseren van het Europese doel dat de gehele binnenvaart in 2050 emissievrij moet zijn.

Zout vervoeren
Als de Antonie klaar is, gaat het schip zout vervoeren voor Nobian, de vorig jaar verzelfstandigde industriële chemietak van AkzoNobel. Het schip zal per afvaart circa 3700 ton zout, een equivalent van 120 vrachtwagens, geheel emissievrij vanuit Delfzijl naar de fabriek in de Botlek in Rotterdam vervoeren. Nobian is tevens de producent van de groene waterstof.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

CCR komt met routekaart terugdringen emissies

STRAATSBURG De Centrale Commissie voor de Rijnvaart (CCR) heeft een routekaart opgesteld die tot doel heeft de uitstoot van broeikasgassen en luchtverontreinigende stoffen door de binnenvaart tegen 2050 zo veel mogelijk terug te dringen. De energietransitie moet volgens de CCR worden gezien als een cruciale uitdaging voor de Rijnvaart en Europese binnenvaart.

Er is volgens de CCR de afgelopen jaren weliswaar meer innovatie die erop gericht is de emissies van bestaande en nieuwe schepen terug te dringen, maar dit beperkt zich vooralsnog tot proefprojecten. ‘Ondanks de huidige onzekerheden, die met name betrekking hebben op de ontwikkeling, de kosten en de beschikbaarheid van technologieën moet nu een begin worden gemaakt met het uitstippelen van een weg om dit ambitieuze doel op middellange en lange termijn te kunnen bereiken. Tegen deze achtergrond moeten de maatregelen vastgesteld en nader onder de loep genomen worden die het mogelijk maken de transitie naar een nul-uitstoot sneller te bereiken.’

Tank-to-wake
De CCR ziet haar eigen routekaart als het voornaamste instrument om bij te dragen aan de klimaatverandering door de energietransitie in de binnenvaart te bevorderen en daardoor het Europese binnenvaartbeleid te ondersteunen. ‘Om ervoor te zorgen dat alle partijen die betrokken zijn bij de energietransitie in de binnenvaart uitgaan van een gemeenschappelijke informatiestand, was het belangrijk om het eens te worden over de scope van deze routekaart.’
In dit kader werd met name besloten om:
– de binnenvaart centraal te stellen en te definiëren als het vervoer van goederen en passagiers door binnenvaartschepen. Pleziervaartuigen, dienstvaartuigen en drijvende werktuigen zijn om te beginnen buiten beschouwing gelaten;
– de emissies te definiëren als luchtverontreinigende stoffen en broeikasgassen die vrijkomen als gevolg van het gebruik van de voortstuwing en hulpsystemen aan boord van binnenvaartschepen;
– bij wijze van tussenoplossing een ‘tank-to-wake’-benadering (van brandstoftank tot brandstofverbruik) te volgen, totdat er een ‘well-to- wake’-benadering (van bron tot verbruik) beschikbaar is voor de desbetreffende energiedragers.

Transitietrajecten
In de routekaart schetst de CCR twee transitietrajecten. Een meer conservatief traject, dat gebaseerd is op al uitgerijpte technologieën die op korte termijn kostenefficiënt zijn, maar die onzekerheden inhouden met betrekking tot de beschikbaarheid van bepaalde brandstoffen, en een meer innovatief traject, dat gebaseerd is op technologieën die nog in de kinderschoenen staan, maar op langere termijn veelbelovend zijn als het gaat om het terugdringen van de emissies. De transitietrajecten beschrijven ook de rol die de verschillende technologische oplossingen zullen spelen in de context van de uitdaging van de energietransitie, omdat geëvalueerd wordt in hoeverre zij geschikt zijn voor de verschillende scheepstypen in Europa en het vaarprofiel van de schepen.

‘Financiële kloof’
De twee transitietrajecten zijn beide ambitieus genoeg om de doelstellingen van de Verklaring van Mannheim te bereiken. Een belangrijke conclusie is dat er geen technologische oplossing is die als ‘one size fits all’, dus als algemene oplossing geschikt zou zijn voor alle typen schepen en vaarprofielen. Om de energietransitie te bewerkstellingen zou daarom gezocht moeten worden naar een technologieneutrale benadering. Verder wordt er ook ingegaan op de financiële uitdaging en de mogelijke vorm van ‘no-regret-investeringen’. De financiële kloof die overbrugd zal moeten worden om de doelstellingen van de Verklaring van Mannheim voor het terugdringen van de emissies te bereiken zijn voor het ene en andere transitietraject zeer uiteenlopend, maar zullen voor beide naar verwachting in de miljarden lopen.

Rode draad
Er moet ook rekening gehouden worden met de economische, technische, sociale en reglementaire aspecten om de uitdaging van de energietransitie naar nul-emissies aan te kunnen gaan. Welke concrete beleidsmaatregelen hieraan bij kunnen dragen, was de vraag die de rode draad vormde bij het uitwerken van het tenuitvoerleggingsplan dat in de routekaart wordt voorgesteld. ‘Dit tenuitvoerleggingsplan heeft tot doel maatregelen voor te stellen, met inbegrip van de planning en implementatie, los van het feit of zij al dan niet rechtstreeks door de CCR kunnen worden getroffen, waarbij tevens een monitoring voorzien is van de tussentijdse en einddoelstellingen die in de Verklaring van Mannheim zijn vastgelegd.
De CCR brengt tegen 2025 verslag uit over de geboekte vooruitgang bij de tenuitvoerlegging en over de noodzaak om de routekaart te actualiseren, en zal tegen 2030, indien nodig, de routekaart en het desbetreffende actieplan herzien.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.