‘Europa, sla handen ineen voor behoud industrie’

ROTTERDAM De CEO’s van de havenbedrijven van Antwerpen-Brugge, North Sea Port (Gent, Terneuzen en Vlissingen), Duisburg en Rotterdam roepen de Europese regeringsleiders op een oplossing te vinden voor de verslechterende positie de onze Europese industrie.

De maakindustrie in de driehoek tussen de Vlaams-Nederlandse havens en het Duitse Ruhrgebied is verantwoordelijk voor een groot deel van Europese productie. ‘Het zijn echter óók de bedrijven die het mogelijk maken dat we in Europa elektronica, medicijnen en matrassen kunnen maken. Dat geldt evengoed voor windmolens, isolatiemateriaal en zonnecellen. De veelal internationale hoofdkantoren aarzelen nu of zij nog toekomst in Europa zien. Wij maken ons daarover grote zorgen; juist de industrie kan het verschil maken in het verduurzamen van onze samenleving.’

Verbonden
De havens willen daarom het voortouw nemen om het investeringsklimaat voor de industrie in Europa te verbeteren, zodat bedrijven hier willen investeren in verduurzaming. ‘Zo zijn de bedrijven in onze industriedriehoek letterlijk met elkaar verbonden, met een netwerk van buisleidingen. Zij werken samen, leveren grondstoffen aan elkaar en delen kennis. Als havens en industriële clusters passen we die ondergrondse infrastructuur aan op de grondstoffen en energie van morgen, zoals waterstof, zodat ook een duurzame industrie op dezelfde manier efficiënt kan blijven samenwerken. Dat betekent: samen plannen maken en investeren. En eerlijk is eerlijk, dat kunnen we soms nog vaker én beter doen.’

‘Als huisbazen van grote industriële complexen willen we meer werken vanuit één gedeelde visie. De ruimte in havens is al schaars en duurzamere, bijvoorbeeld circulaire, productie vraagt om meer ruimte en soms (tijdelijk) om extra milieubelasting. We willen daarom samen onderzoeken welke activiteiten we in Europa echt nodig hebben. Waar is die ruimte beschikbaar, fysiek en de regels? Hoe zien onze havens en industrie er in 2050 uit, als deze klimaatneutraal zijn?’

Gezamenlijk antwoord
Een gezamenlijk antwoord geven op die vragen lukt volgens de CEO’s alleen als ook onze overheden met een internationale blik naar de industrie kijken. ‘We vragen van de Europese regeringsleiders dat zij, net als wij, naast de industrie gaan staan. De energie-intensieve bedrijven kampen in Europa met veel hogere kosten dan in andere delen van de wereld, met bovendien complexere wet- en regelgeving. Daarnaast speelt mee dat de Verenigde Staten met de Inflation Reduction Act het voor bedrijven aantrekkelijk maakt om dáár te investeren in de noodzakelijke vernieuwing.’

‘Als overheden daar niks tegenoverstellen, blijven investeringen in verduurzaming in Europa uit en verplaatst de industrie zich naar buiten Europa. Bestaande fabrieken hier worden dan zo lang mogelijk in bedrijf gehouden, terwijl ze verouderen en uiteindelijk worden stilgelegd. Dat betekent meer import van buiten Europa, met negatieve gevolgen voor het klimaat, onze strategische autonomie en welvaart.’

Kans krijgen
De CEO’s hopen dat de industrie de kans krijgt om die transitie in Europa te maken. ‘Zij vormt een cruciale poot onder onze havens, naast logistiek en de energiesector. Hiermee is ruim € 63 miljard aan toegevoegde waarde en ruim een half miljoen banen gemoeid. Bovendien maakt zij materialen die ook in de toekomst hard nodig zijn. Daarom is het belangrijk dat Europese regeringsleiders beleid voor klimaat en industrie laten samengaan, zoals onlangs door het Europese bedrijfsleven werd benadrukt in de Verklaring van Antwerpen voor een Europese Industriedeal. Laten we gezonde concurrentie behouden én onze samenwerking aan de energietransitie versterken.’

Boudewijn Siemons is CEO van Havenbedrijf Rotterdam, Daan Schalck is CEO van North Sea Port, Jacques Vandermeiren is CEO van Port of Antwerp-Bruges en Markus Bangen is CEO van Duisburger Hafen AG. (Foto Havenbedrijf Rotterdam/Eric Bakker)

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

Refit Alliantie onderzoekt elektrificatie binnenvaart

NIJMEGEN De Refit Alliantie gaat onderzoeken welke relevante psychologische factoren voor schippers belangrijk zijn in de keuze tot verduurzaming, en dan met name de elektrificatie van de binnenvaart.

Mirte Nederlof voert het onderzoek uit voor haar master scriptie binnen de master gedragsverandering aan de Radboud Universiteit. Dit is onderdeel van haar afstudeerstage bij de Provincie Zuid-Holland en dit onderzoek wordt uitgevoerd vanuit de Refit Alliantie. Sven van As van de Radboud Universiteit begeleidt het onderzoek.

Schippers die meedoen aan het onderzoek krijgen vragen gesteld over verschillende aspecten in de vorm van stellingen. Voor elke stelling kunt u aangeven hoe erg u het eens of oneens bent met de stelling. Er worden vragen gesteld over uw huidige vaarmethodes en schip en over verschillende psychologische concepten. Het invullen van deze vragenlijst duurt ongeveer tien minuten.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

 

Leden Aqualink prominent aanwezig op Maritime Industry

NIJMEGEN Aqualink is op de komende editie van de vakbeurs Maritime Industry in Gorinchem opnieuw prominent aanwezig. Zo’n vijftien leden presenteren zich op de beurs welke eind mei wordt gehouden.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Aqualink behartigt de belangen van bedrijven die een leverancier-klantrelatie hebben met de (binnen)scheepvaart. Jaarlijks nemen de aangesloten bedrijven deel aan verschillende netwerk-activiteiten met als doel de scheepvaartbranche in Oost-Nederland te versterken.

Bedrijven
Met een eigen bar en twee pleintjes verwelkomt een groot deel van de aangesloten bedrijven van Aqualink de bezoekers van de beurs. Enkele bedrijven staan verspreid over de beurs. Ook daar zijn bezoekers vanzelfsprekend van harte welkom.

De deelnemende Aqualink-leden van dit jaar zijn:

Maritime Industry vindt plaats op dinsdag 28, woensdag 29 en donderdag 30 mei 2024 in Evenementenhal Gorinchem. De beurs is geopend van 13.00 tot 21.00 uur.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

Digitale verbinding zeehavens en Rijnhavens

ROTTERDAM Port-community-systemen Portbase en RPIS zijn een samenwerking bgonnen om de gegevensstroom tussen de Nederlandse zeehavens en de binnenhavens aan de Rijn te optimaliseren. Havenbedrijf Rotterdam, duisport en Port of Switzerland ondersteunen dit project als aandeelhouders en treden op als ambassadeurs.

Door de port-community-systemen van Portbase en RPIS (RiverPorts Planning and Information System) van RheinPorts aan elkaar te koppelen, kunnen de efficiëntie en transparantie in de logistieke ketens van de zeehavens tot in het achterland worden verbeterd. Met de start van de testfase is de eerste concrete implementatie van de intentieverklaring van de drie havens uit 2022 een feit.

Bedrijfsleven
De naadloze uitwisseling van gegevens maakt het volgens de initiatiefnemers mogelijk om import- en exportprocessen te optimaliseren, de planning te verbeteren en het delen van informatie met stakeholders te vereenvoudigen. ‘Dit helpt de complexiteit van de data uitwisseling in de logistieke keten te verminderen en biedt zo toegevoegde waarde aan rederijen, terminals, havenautoriteiten, verladers en andere betrokken partners.’
In het ontwikkelen van de digitale verbinding, speelt het logistieke bedrijfsleven een grote rol. Een belangrijke partner in de testfase is Danser Group. Zij ondersteunen de eerste stappen van het initiatief. Op basis van de ervaringen uit de testfase worden vervolgens verdere ‘use cases’ ontwikkeld.

Digitale corridor
Het uiteindelijke doel is om een digitale corridor te creëren. Dit zorgt voor een probleemloze en veilige gegevensuitwisseling, minder complexiteit en meer efficiëntie voor de binnenvaart en de havenautoriteiten. De initiatiefnemers willen dat het initiatief zo snel mogelijk voordelen oplevert voor de logistieke gemeenschap. Daarom wordt de testfase eind 2024 afgerond, zodat de eerste opschaling in 2025 kan plaatsvinden.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

Drie themadagen op Maritime Industry 2024

Op de komende editie van de vakbeurs Maritime Industry op 28, 29 en 30 mei 2024 komt de organisatie met drie themadagen. Op de eerste dag staat het delen van kennis centraal, de tweede dag is gereserveerd voor het Career Event. Op de laatste dag wordt de focus verlegd naar het goede doel met Mercy Ships als middelpunt.

Op de eerste dag wordt een kennisprogramma gehouden waarbij experts uit de industrie inzichten delen over verschillende thema’s. Ook spelen exposanten in op de actuele thema’s uit de maritieme sector. Alle sessies zijn vrij toegankelijk bij te wonen.

Carrière
Het Career Event vormt de rode draad op de tweede beursdag. Werkzoekenden kunnen tijdens dit event eenvoudig in contact komen met toonaangevende bedrijven en om mogelijkheden te verkennen voor stages en banen in de maritieme sector. Anderzijds biedt het voor werkgevers de kans om in gesprek te gaan met (young) professionals of anderen die toe zijn aan een carrièreswitch.
Het Career Event wordt samen met de Scheepvaartkrant georganiseerd en is op 29 mei van 13.00 tot 18.00 uur gratis te bezoeken.

Goede doel
De derde en tevens laatste beursdag staat in het teken van het goede doel, met Mercy Ships als middelpunt. Door de jaren heen heeft Mercy Ships met een handvol schepen meer dan twee miljoen mensen in ontwikkelingslanden geholpen met medische operaties en ontwikkelingsprojecten. Op dit moment heeft Mercy Ships twee ziekenhuisschepen in de vaart, beide schepen zijn speciaal ingericht om mensen in de armste landen in Afrika te helpen. Op de donderdag van Maritime Industry dragen zij hun verhaal over aan bezoekers en exposanten.

Innovatieplein
Tijdens alle beursdagen van Maritime Industry worden op het innovatieplein op Next Level baanbrekende technologieën en innovaties die actueel zijn in de maritieme branche gepresenteerd. Exposanten laten hier hun nieuwste producten en oplossingen zien die de efficiëntie verbeteren, de veiligheid vergroten en bijdragen aan een duurzame toekomst voor de sector. Met het innovatieplein wil de organisatie zowel exposanten als bezoekers de mogelijkheid bieden om nieuwe ervaringen op te doen en zich te laten inspireren door de toekomst van de scheepvaart.

Maritime Industry vindt plaats op dinsdag 28, woensdag 29 en donderdag 30 mei 2024 in Evenementenhal Gorinchem. De beurs is geopend van 13.00 tot 21.00 uur.

Meer informatie: maritime-industry.nl

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

Ondernemers kunnen reageren op schone lucht zones Nijmegen

De gemeente Nijmegen krijgt vanaf 2025 drie zero-emissiezones, namelijk de Binnenstad, Heijendaal en Hof van Holland. De ZE-zones gelden voor alle vracht- en bestelwagens die niet op waterstof of elektriciteit rijden. Nijmeegse ondernemers kunnen tot en met 28 maart 2024 het concept verkeersbesluit inzien en hierop reageren. De reacties worden meegenomen in het definitieve verkeersbesluit.

Belangrijk voor de binnenvaart en binnenvaart gerelateerde bedrijven is dat ook de Waalkade onder de ZE-zones valt. Zo meren aan de Waalkade riviercruiseschepen af die bevoorraad moeten worden. Hetzelfde geldt voor binnenvaartschepen die moeten worden bevoorraad, of waaraan gewerkt moet worden.

Ondernemers
De invoering van de zero-emissiezones heeft invloed op ondernemers die voor hun werk in deze gebieden moeten zijn. Zero-emissieadviseur Tim Wille helpt ondernemers graag bij een passende oplossing. Via nijmegen.nl/zero-emissiezones kunnen ondernemers een formulier invullen voor een gratis adviesgesprek. Hier staan ook verhalen over hoe andere ondernemers zich voorbereiden.

Inzien concept verkeersbesluiten
Het concept verkeersbesluit kunt is tijdens kantooruren te bekijken op het stadhuis of digitaal via nijmegen.nl/zero-emissiezones. Tot en met 28 maart kunnen belanghebbenden door middel van een brief, e-mail of telefonisch een reactie achterlaten. Daarna worden alle vragen beantwoord en mogelijke bezwaren of knelpunten meegenomen in het definitieve verkeersbesluit. In het najaar van 2024 wordt het definitieve besluit gepubliceerd.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

Stremming Julianakanaal kost binnenvaart vijf miljoen per maand

De volledige stremming van het Julianakanaal kost de binnenvaart ruim vijf miljoen euro per maand. Dat blijkt uit onderzoek van Ecorys in opdracht van het het ministerie va Infrastructuur en Waterstaat.

Wanneer de vaarweg gestremd is, bestaan de meerkosten voor vaarweggebruikers grotendeels uit de extra kosten die gemoeid zijn met omvaren. Ecorys heeft deze meerkosten via drie verschillende benaderingen ingeschat. De extra kosten als gevolg van omvaren liggen ruwweg tussen de € 3,3 miljoen en € 6,5 miljoen per maand. De ondergrens van € 3,3 miljoen per maand volgt uit een gedetailleerde berekening van Rijkswaterstaat waarbij de gemiddelde omvaarafstand geschat wordt op ongeveer 170 kilometer. De bovengrens van € 6,5 miljoen per maand is gebaseerd op een ruwe inschatting van de extra transportkosten per vervoerde ton. Deze worden op basis van de informatie die we hebben verzameld onder de vaarweggebruikers globaal geschat tussen de € 5 en € 8 per ton.
De eigen inschatting vn Ecorys die gebaseerd is op een gedetailleerde analyse van de mogelijke omvaarroutes en de extra vaarafstand die daarmee gemoeid is, komt uit op ongeveer € 5,1 miljoen aan omvaarkosten per maand.

Overige kosten
Naast de omvaarkosten heeft Ecorys nog een aantal andere kosteneffecten gekwantificeerd. Het gaat dan om de extra kosten door langere wachttijden bij sluizen en de extra tijd die gemoeid is om de werken bij het Albertkanaal te kunnen passeren. Deze extra kosten hangen nauw samen met het extra scheepvaartaanbod dat vermoedelijk gepaard gaat met stremming van het Julianakanaal. Omdat er immers flink omgevaren moet worden, zal ook de vraag naar scheepscapaciteit toenemen. Schepen zijn immers langer onderweg. En dus zullen er meer schepen nodig zijn om dezelfde hoeveelheid lading per maand te kunnen vervoeren. Deze meerkosten hebben we geraamd op:
• meerkosten scheepvaartrechten gebruik Belgische waterwegen € 21.000 per maand;
• meerkosten passeertijd werken Albertkanaal € 47.000 per maand bij een extra passeertijd per
schip van 0,5 uur oplopend tot € 188.000 per maand bij een extra passeertijd van 2 uur per schip;
• meerkosten oplopende wachttijd (gebaseerd op 15 minuten extra wachttijd per sluis en gemiddeld 6 extra sluizen op de omvaarroute) bij sluizen op de omvaarroutes € 235.000 – € 470.000 per maand.

Alternatieven
De vraag is verder welke alternatieven het bedrijfsleven heeft. In de gesprekken met een aantal belangrijke vaarweggebruikers kwam volgens Ecorys duidelijk naar voren gekomen dat omvaren eigenlijk het meest realistische alternatief is, ook al gaat dat gepaard met substantiële meerkosten. Een tijdelijke modal shift van binnenvaart naar weg wordt niet als realistisch gezien vanwege het grote kostprijsverschil en het tekort aan materieel en chauffeurs. Om de hoeveelheid lading van één gemiddeld schip te vervoeren zijn al gauw 74 vrachtauto’s (of vrachtauto- bewegingen) nodig. Met andere woorden, voor de hoeveelheid lading die in één maand met binnenvaartschepen wordt vervoerd, zijn ongeveer 86.000 vrachtautobewegingen nodig. Daarnaast wordt ook gewezen op het risico dat een verschuiving van lading van binnenvaart naar weg kan leiden tot gewenning bij klanten. De vrees bestaat dat die lading nadien moeilijk terug te halen is. Dit geldt overigens vooral voor containerlading die relatief eenvoudig van modaliteit (weg, binnenvaart en spoor) kan wisselen. Voor vervoer van bulkproducten geldt dat veel minder. Bulklading (droog en nat) is meer captive en daardoor minder makkelijk van de ene naar de andere modaliteit te verschuiven.

Ook op het spoor is sprake van beperkt beschikbare capaciteit (in verband met reizigersvervoer) en lang niet ieder bedrijventerrein beschikt over spooraansluiting. Daardoor is ook tijdelijk vervoer per spoor geen realistisch alternatief.

Onzeker
Een onzekere factor is echter het risico op het ingesloten raken van schepen en de gevolgschade die daaruit kan voortvloeien. Deze situatie kan zich bijvoorbeeld voordoen wanneer de keersluis bij Limmel dichtgaat en de vaarweg al gestremd is. De havens van Stein en Maastricht zouden dan niet meer bereikbaar zijn voor scheepvaart. Het bedrag dat daarmee gemoeid is, is sterk afhankelijk van de duur. Na vier dagen zou er al sprake kunnen zijn van het stilvallen van productieprocessen van bedrijven op het Chemelot-terrein. De kosten hiervan worden door de marktpartijen zelf heel ruw geschat op enkele honderdduizenden euro’s tot 10 tot 15 miljoen euro per fabriek per maand. Wel zou eventueel een extra strategische voorraad van enkele dagen kunnen worden aangehouden (dus bovenop de normale voorraad), dit om te voorkomen dat bedrijfs- processen moeten worden afgeschaald of zelfs stilgelegd als belevering voor meerdere dagen niet mogelijk is. Uit informatie over de eerdere sluitingen van de keersluis Limmel is immers gebleken dat die sluiting beperkt blijft tot hooguit enkele dagen. Met die extra (strategische) voorraad zouden de effecten van verstoorde bedrijfsprocessen dan nauwelijks een rol meer spelen.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

RWS begint met werk aan stuw Sambeek

Rijkswaterstaat is begonnen met groot onderhoud aan de stuw in de Maas bij Sambeek. De stuw is bijna 100 jaar oud en toe aan een flinke opknapbeurt.

De omvang van de werkzaamheden is groot en kan alleen tijdens de laagwaterperiode worden uitgevoerd. Daarom wordt het werk opgedeeld in twee fases. De eerste fase begint op 25 maart en duurt tot begin oktober 2024. Daarbij wordt de westelijke stuwopening aangepakt. De volgende fase wordt in het jaar 2026 tijdens de volgende laagwaterperiode uitgevoerd. Dan is de oostelijke stuwopening aan de beurt.

Bouwput
Om de werkzaamheden goed te kunnen uitvoeren, wordt de westelijke stuwopening drooggezet. Dat betekent dat de aannemer, Mourik Infra, een soort badkuip rond de stuwopening bouwt waar het water uit wordt gepompt. Op die manier ontstaat een bouwput op de bodem van de Maas waar we droog en veilig kunnen werken.
Ter plekke, in de bouwput, inspecteert de aannemer de staat van de vloer van de stuw en de pijlers. Alle beschadigingen aan het beton worden hersteld en lekkages worden afgedicht. Tevens worden de hele aandrijving en de schuiven die het water reguleren, vervangen.

Bedieningsbrug
Ook de bedieningsbrug boven de stuw krijgt groot onderhoud. Dat gebeurt op een productielocatie. De bedieningsbrug wordt gedemonteerd en in losse onderdelen naar die locatie gebracht voor het uitvoeren van reparaties en conservatie.
In september plaatsen we de bedieningsbrug en de nieuwe schuiven weer terug. Ook alle nieuwe technische installaties waarmee de stuw wordt bediend installeren we. Als laatste wordt de badkuip weer gedemonteerd. De planning is dat begin oktober 2024 de westelijke stuw weer klaar is voor de toekomst en in gebruik wordt genomen.

Bouwkeet op palen
Om de werkzaamheden goed te kunnen uitvoeren richt RWS een bouwlocatie in. Die komt aan de oostkant van de Maas. De bouwketen wordt op een verhoogde stellage geplaatst zodat ze bij hoogwater kunnen blijven staan.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

 

Sluis Grave gestremd van 15 maart tot en met 28 april

GRAVE Sluis Grave vanwege onderhoudswerkzaamheden van 15 maart tot en met 28 april gestremd. Aannemerscombinatie Mourik Swarco vervangt dan de twee sluisdeuren van het benedenhoofd (noordzijde). Volgens Rijkswaterstaat ‘om de kans op ongeplande stremmingen vanwege problemen met de deuren te verkleinen’.

De twee noordelijke sluisdeuren, de draaipunten, de hydrauliekslangen en alle cilinders worden vervangen. Om het onderdraaipunt op de sluisbodem te vervangen wordt een klein deel van de sluis (de hoek van het draaipunt) drooggezet door middel van een taatskuip. Aanvullend vinden er ook kleinere werkzaamheden plaats in de bedienings- en besturingsinstallaties.
In april gaat Rijkswaterstaat ook onderhoud uitvoeren aan de stuw Grave. Dit werk heeft geen gevolgen voor de scheepvaart.

Weurt en Lith
Tegelijkertijd is in de plannen van dit werk rekening gehouden met de langdurige werkzaamheden in de sluizen Weurt en Lith. Met de gebruikers van de Maas is overeengekomen de werkzaamheden aan deze sluizen op elkaar af te stemmen en na elkaar uit te voeren.
Hierdoor wordt voorkomen dat er grote omvaarroutes benodigd zijn, twee van deze drie sluizen blijft steeds beschikbaar. (Foto RWS)

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

‘Binnenvaart kan fileleed enorm verlichten’

Jaarlijks zouden 300 tot wel 760 duizend vrachtwagenbewegingen over water vervoerd kunnen worden. Daarmee zou de druk op ‘de rechterbaan’ enorm kunnen worden verlicht, zo stelt het rapport ‘Supply Chain re-design’ dat werd gepresenteerd tijdens de Multimodal expo in Breda. Het rapport is op verzoek van onder andere het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) opgesteld door drie Nederlandse binnenvaartcoöperaties.

Het gaat bij die vrachtwagenbewegingen bijvoorbeeld om trailers vol met huishoudelijk afval, oud papier, staal maar ook tarwe en prefab bouwmaterialen. ‘Het zijn die alledaagse ladingen die dagelijks de rechterbaan van Nederland verstoppen’, zo stelt het adviesrapport. En: ‘Kennis over de mogelijkheden van vervoer over water en een financiële prikkel zijn nodig om het Nederlandse bedrijfsleven de strategische switch naar het water te laten maken’.

30% CO2 reductie
Een optimale combinatie van vervoer over water, aangevuld met korte afstandsvervoer over de weg, levert volgens het rapport het Nederlands bedrijfsleven strategische kostenbesparingen op en draagt bij aan een CO2-reductie van gemiddeld 30%. Bovendien sorteren bedrijven, die inzetten op een mix van vervoer over water en weg, voor op de toenemende drukte op de weg en chauffeurstekorten. Zo blijkt uit enkele casestudies opgetekend voor dit rapport.

Het zijn voorbeelden van Cosun Beet company en het Zeeuwse Verbrugge die de afgelopen jaren 10.000 vrachtwagenladingen extra via het water vervoerden. Voor de overheid levert meer inzet van vervoer over water netto een besparing van 67 tot 150 miljoen Euro op in infrastructuurkosten. Win-Win, stellen de coöperaties die pleiten om naast containers ook voor andere bulk goederenstromen vaker het water te kiezen. ‘Modal shift’, wordt deze beweging genoemd.

‘In de directiekamer’
Tezamen met de Topsector Logistiek gaan de coöperaties binnen het ‘Joint Corridors off-Road’ programma de komende jaren op directieniveau bij bedrijven de modal shift van droge bulk onder de aandacht brengen. Waar nodig wordt vanuit dit Off-Road programma aangeboden om de kennis op dit onderwerp te verhogen en herinrichting van de logistieke keten te begeleiden.
‘De keuze voor vervoer over water is een strategische keuze die weliswaar in de praktijk vaak bij de planner ligt, maar eigenlijk in de directiekamer hoort’, aldus Wilco Volker, auteur van het rapport. ‘Meer inzet van vervoer over water is een bewezen oplossingsrichting bij grote strategische vraagstukken op gebied van CO2-reductie, leverbetrouwbaarheid en kostenefficiëntie.’

Haveninfrastructuur
De overheid stimuleert het vervoer over water met aantrekkelijke subsidieregelingen. Naast deze belangrijke prijsprikkel wordt de overheid in het rapport geadviseerd om structureler te investeren in ontwikkeling van haventerreinen in het achterland waar droge bulk wordt overgeslagen. Deze droge bulkterminals vormen immers de toegangspoorten tot het water, zo stelt het rapport. Investeringen in die haveninfrastructuur zijn nu nog te vaak een horde die beter gebruik van de vaarwegen in de weg staat.

NPRC, PTC en ELV
Het rapport ‘Supply Chain re-design’, is in opdracht door drie coöperaties opgesteld voor de Topsector Logistiek, het samenwerkingsverband van de logistiek waar onder andere het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat deel van uitmaakt (IenW). De drie binnenvaartcoöperaties, NPRC, PTC en ELV, zijn actief in de aan- en afvoer via het water van grondstoffen en halffabricaten voor de Europese maakindustrie.

Download het volledige rapportage ‘supply chain Re-design, droge bulk binnenvaart’

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

Dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland.