Categorie archieven: nieuws

Martin Wijnen nieuwe directeur-generaal Rijkswaterstaat

DEN HAAG Martin Wijnen wordt de nieuwe directeur-generaal Rijkswaterstaat bij het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. De ministerraad heeft ingestemd met de voordracht op voorstel van minister De Jonge van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. De benoeming gaat in op 1 januari 2024.

Luitenant-generaal Martin Wijnen is sinds augustus 2019 Commandant Landstrijdkrachten bij het ministerie van Defensie. Daarvoor was hij plaatsvervangend Commandant der Strijdkrachten. Eerder leidde hij verschillende grote militaire eenheden en vervulde hij staffuncties op topmanagementniveau op het ministerie van Defensie. Ook was hij programmamanager bij de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid bij het ministerie van Justitie en Veiligheid.

Als officier van de Genie volgde Martin Wijnen de officiersopleiding Grond-, weg- en waterbouwkunde aan de Koninklijke Militaire Academie in Breda. Hij bekleedde daarna diverse operationele en leidinggevende functies binnen het vakgebied van mobiliteit, constructie en weg- en waterbouw.

‘Genoeg uitdagingen’
Het beheren en ontwikkelen van de rijkswegen, -vaarwegen en -wateren: dat is de taak van Rijkswaterstaat en de andere onderdelen van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. ‘Voor mij komen de vakinhoudelijkheid van de civiele techniek, mijn bestuurlijke ervaring en kennis van zaken om grote uitvoeringsorganisaties te leiden samen in deze prachtige functie. Ik vind het een enorme eer om me te mogen inzetten voor de opgaves van Rijkswaterstaat’, geeft Martin in een eerste reactie mee. ‘Ik realiseer me dat er genoeg uitdagingen in het verschiet liggen en verheug me erop om deze aan te gaan, samen met al die betrokken vakmensen van Rijkswaterstaat en in verbinding met de omgeving voor wie én met wie we werken.’

Welkom
Waarnemend directeur-generaal Patricia Zorko heet Martin van harte welkom bij ‘deze prachtige organisatie’. ‘Samen met onze 10.000 gedreven en deskundige medewerkers geven we Nederland vorm voor de toekomst. Met zijn ervaring gaat Martin hieraan een belangrijke bijdrage leveren. Ik verheug me op zijn komst en kijk uit naar een vruchtbare samenwerking.’

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

Twentekanalen open voor klasse Va schepen

EEFDE Rijkswaterstaat is klaar met de verruiming van de Twentekanalen. Schepen van klasse Va kunnen nu gebruik maken van de Twentekanalen. Hiermee komt een eind aan 2,5 jaar werkzaamheden.

De vaarweg tussen de IJssel en Sluis Eefde is verruimd voor klasse Va-schepen met een aflaaddiepte van 3,5 meter. De vaarweg tussen Delden en Enschede en de zijtak naar Almelo is verruimd met een aflaaddiepte van 2,8 meter. Naast de verruiming heeft RWS ook de bodemweerstand in het zijkanaal hersteld en 35 kilometer aan damwanden vervangen. Met het aanleggen van 12 kilometer natuurvriendelijke oevers kunnen mens en dier makkelijker het kanaal verlaten.

Voorzieningen
Bij Delden is de plek waar schepen op het kanaal kunnen draaien groter gemaakt. Ook is een nieuwe zwaaikom bij Almelo aangelegd. De gemeentekade Delden is veiliger ingericht voor het laden en lossen van klasse Va-schepen.

Bij sluis Hengelo zijn de wachtplaatsen voor binnenvaartschepen uitgebreid. Zo kunnen aan beide kanten 2 klasse Va-schepen wachten. Ook is aan beide zijden van de sluis een wachtplaats voor de recreatievaart ingericht. Voor schepen met gevaarlijke stoffen (kegelschepen) is de bestaande kegelligplaats geschikt gemaakt voor de grotere Va-klasse.

De gemeente Hengelo verdiept en vernieuwt zijn havens, zodat deze geschikt zijn voor klasse Va-schepen. Deze werkzaamheden zijn nog in volle gang. (Foto RWS)

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

Zestig miljoen euro voor innovatieve scheepsbouw

DEN HAAG De Nederlandse overheid gaat samen met de scheepsbouwsector in 2024 en 2025 € 60 miljoen investeren in innovatieve scheepsbouw. Het is een van de onderwerpen in de sectoragenda die gezant Marja van Bijsterveldt in Rotterdam onlangs presenteerde aan ministers Micky Adriaansens (Economische Zaken en Klimaat), Mark Harbers (Infrastructuur en Waterstaat) en staatssecretaris Christophe van der Maat (Defensie).

De sectoragenda geeft aan hoe belangrijk de scheepsbouw is voor Nederland, waar de kansen liggen, hoe we de maritieme sector weer versterken en onwenselijke afhankelijkheden op bijvoorbeeld veiligheidsgebied voorkomen. Want het blijkt dat de kritieke ondergrens in zicht is. Nederland heeft onder meer onvoldoende concurrerende bouwcapaciteit voor marineschepen en specialistische werkschepen, terwijl dit hard nodig is voor onze veiligheid, onze vitale infrastructuur, de bescherming tegen water en de energietransitie. Kabinet en sector trekken daarom in de komende twee jaar ieder € 30 miljoen uit voor technologische en duurzame innovatie.

Chinese overname
Kabinetsgezant Marja van Bijsterveldt vindt dat de Nederlandse maritieme ‘ten onrechte wordt onze beschouwd als een rustig bezit’. ‘Samen met andere landen in Europa zijn we in enkele decennia een overgroot deel van ons mondiale marktaandeel voor commerciële zeeschepen kwijtgeraakt aan Azië. Van 45% procent in de jaren ’80 naar 4% nu gemeten in gebouwd scheepsvolume. Met visie en stevige overheidssteun aan bedrijven neemt Azië en recent met name China stap voor stap onze industrie over, ook voor complexere schepen. Een schip bouwen in Nederland is volgens reders inmiddels 20% tot 40% duurder dan in Azië. Schrikbarende cijfers, die uiteindelijk desastreus zullen uitpakken als wij het tij niet weten te keren. Nederland is afhankelijk van schepen voor onze veiligheid, droge voeten, energietransitie en welvaart. We kunnen ons niet langer het laissez-faire beleid van de afgelopen decennia permitteren.’

25 maatregelen
Sector en kabinet gaan aan de slag met 25 maatregelen voor 25 knelpunten, gebundeld in vijf actielijnen. Zo wordt in een formele aanwijzing (instructie) voor de gehele Rijksoverheid vastgelegd dat nationale belangen beter meegewogen moeten worden bij de inkoop van schepen. Overheid en sector gaan werken aan het verbeteren van de financiering en fiscale zeevaartregelingen. Ook wordt er geïnventariseerd hoe aantrekkelijk gelegen scheepswerven beter beschermd kunnen worden tegen de dreiging van woningbouw. De sector gaat zelf aan de slag met het personeelstekort aanpakken.

Volgens minister Micky Adriaansens van Economische Zaken en Klimaat is de maritieme maakindustrie bij uitstek een voorbeeld van een sector die uitdagingen kent op én verduurzaming én het beschermen van nationale veiligheid én het behoud van concurrentie. ‘Die industrie willen we dus hier in Nederland houden en dat niet alleen: we willen versterken en innoveren. Daarom is het goed dat er nu een agenda ligt inclusief beschikbare financiering.’

Koploperprojecten
Naar aanleiding van de agenda werken sector en kabinet ook samen vijf koploperprojecten uit. Deze projecten betekenen een grote impuls voor de inzet van nieuwe technologieën, werkwijzen en verdienmodellen bij de productie, ombouw en reparatie van schepen. Voorbeelden van koploperprojecten zijn ‘De werf van de toekomst’ en de ‘Nucleaire voortstuwing van schepen’.

Met ‘De werf van de toekomst’ moeten de bouwkosten met 10-15% verlaagd en de bouw verduurzaamd worden via digitalisering en robotisering. Met ‘Nucleaire voortstuwing van schepen’ wordt verkend hoe nucleaire technologie kan worden toegepast om onze scheepvaart te verduurzamen en lange termijn op zee te laten verblijven. Ook het Maritiem Masterplan behoort tot de koploperprojecten. Dit plan om tot 40 duurzaam varende schepen te bouwen die varen op bijvoorbeeld LNG, methanol, waterstof en zelf CO2 afvangen, ontving dit jaar € 210 miljoen ondersteuning vanuit het Nationaal Groeifonds.

‘Zelf schepen bouwen’
Minister Mark Harbers van Infrastructuur en Waterstaat vindt het belangrijk dat Nederland zelf de schepen bouwt die nodig zijn voor onze veiligheid. ‘Denk bijvoorbeeld aan de schepen van de Rijksrederij zoals baggerschepen die zorgen dat onze rivieren veilig en bevaarbaar blijven, of marineschepen. Of denk aan sleephopperzuigers: zij spuiten zand op om Nederland te beschermen tegen overstromingen. Nederland Waterland is van oudsher een zeevarend land met een sterke maritieme sector. We hebben veel kennis en kunde in huis om deze complexe schepen te bouwen. En dat willen we zo houden. De vandaag gepresenteerde sectoragenda Maritieme Maakindustrie presenteert acties die hiervoor moeten gaan zorgen.’

‘Van wezenlijk belang’
Ook voor defensie is de Nederlandse maritieme maakindustrie van wezenlijk belang. ‘Niet alleen vanwege hun kennis en kunde, maar voor militaire veiligheid’, schrijft staatssecretaris Christophe van der Maat. ‘De Nederlandse maritieme maakindustrie is van wezenlijk belang voor Defensie. Ik ben daarom blij dat de samenwerking tussen de sector en de overheid deze extra impuls krijgt. Dit vraagt aan de industrie om zich beter te verenigen, ook internationaal, om samen meer uit de nieuwbouwopdrachten en het uitbesteed onderhoud van de Koninklijke Marine te halen. Stilzitten is voor geen van de partijen een optie. Defensie investeert niet voor niets jaarlijks € 50 miljoen in maritieme innovatie zoals robotisering en verduurzaming. Los van innovatie, is het samenwerken op personeelsgebied ook onderdeel van de sectoragenda, zoals werving van reservisten en het uitwisselen van gekwalificeerd personeel.’ (Foto Rijksoverheid / Olivier Middendorp)

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

Dag van Gelderland

NIJMEGEN De provincie Gelderland houdt vrijdag 10 november ‘De dag van gelderland’. Onder leiding van dagvoorzitter Marlies Claasen wordt dieper ingegaan op de uitdagingen van deze tijd. Een van de grote thema’s tijdens de dag is de vraag hoe we de Gelderse rivieren op peil houden.

‘In de afgelopen eeuwen zijn de rivieren in een steeds strakker keurslijf geduwd. Hierdoor stromen ze harder, slijt de rivierbodem uit en komen de uiterwaarden steeds hoger te liggen. De scheepvaart heeft het moeilijk. En achter de dijk hebben we steeds meer met droogte te maken, wat landbouw, natuur en de beschikbaarheid van drinkwater in steeds ernstiger mate belemmert. Klimaatverandering versterkt dit effect, maar werkt ook de andere kant op: meer en zwaardere buien, dus extremen in hoogwater.’

Handen ineen
Niets doen is geen optie. ‘Daarom slaan we als overheden de handen ineen in het programma Integraal Riviermanagement.’
In deze deelsessie nemen we u daarin mee. Peter Siegmund van het KNMI trapt af met de Klimaatscenario’s die begin oktober zijn gepubliceerd. Aansluitend gaan onder meer Marjolijn van de Zandschulp (hoofdinspecteur RWS Oost), Ilse Voskamp (Nederland 2120, WUR) en Jitske van Popering (GovernEUR, Erasmus Reserach) in gesprek over wat er op ons afkomt en wat dit betekent voor de ruimtelijke inrichting van ons Gelderse rivierengebied. Kunnen we doorgaan met dijken bouwen, en daarachter blijven doen wat we altijd deden? Waarschijnlijk niet. Maar wat dan wel? En hoe dan? We voeren het gesprek met een panel van deskundigen uit de brede waterwereld.’

De Dag van Gelderland wordt gehouden in De Vasim, De Kolk 15, 6541 AV Nijmegen

Meer informatie

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

Overslag haven Rotterdam daalt 6,0%

ROTTERDAM In de eerste negen maanden van dit jaar is in de Rotterdamse haven 6% minder overgeslagen. In totaal werd 329,9 miljoen ton overgeslagen tegen 351,0 miljoen ton in dezelfde periode in 2022. De daling betrof vooral de overslag van containers en kolen. De overslag van ijzererts en schroot, agribulk en LNG nam toe.

De daling van het totale overslagvolume is het directe gevolg van de beperkte groei van de wereldwijde economie en geopolitieke spanningen, die zorgen voor dalende wereldhandelsvolumes en lagere industriële productie. ‘De overslag ligt zoals verwacht lager dan vorig jaar, maar in lijn met onze prognoses’, maakt Boudewijn Siemons, CEO a.i. & COO Havenbedrijf Rotterdam, duidelijk. ‘De economie heeft de weg naar boven nog niet gevonden en dat blijft wegen op de overslagcijfers.’

Droog massagoed
Het segment droog massagoed daalde in totaal met 11,9% in de eerste 9 maanden van dit jaar. Hoewel de staalproductie daalde, steeg de overslag van ijzererts en schroot (6,8%). De afgelopen maanden draaiden de hoogovens stabiel en werden de voorraden van erts aangevuld. De kolenoverslag is significant gedaald (-16,8%), vooral omdat er minder kolen gestookt werden in elektriciteitscentrales. Deze hadden flinke concurrentie van zon, wind en gas. Meerdere kolencentrales hebben daardoor stilgestaan de afgelopen maanden.

De groei bij agribulk (40,7%) en de daling bij overig droog massagoed (-53,6%) is vertekend door administratieve correcties. Zonder de vertekening is er een stijging in het agribulk segment te zien van 4,6%. Dit komt vooral doordat er meer soja uit Zuid-Amerika werd ingevoerd. De overslag van overig droog massagoed daalde na correctie met -23,9% vanwege een lagere vraag naar grondstoffen voor de bouw en industriële productie en doordat deze lading weer meer in containers werd vervoerd door de lagere containertarieven.

Nat massagoed
Het segment nat massagoed laat een daling zien van 2,4%. De overslag van LNG steeg licht met 0,4% doordat er meer LNG werd geïmporteerd ter vervanging van Russische pijpleiding-gas. De andere segmenten laten een lichte terugval in de overslag zien. Zo daalde de overslag van ruwe olie met 1,9% doordat er meer onderhoud aan de raffinaderijen plaatsvond en daardoor minder ruwe olie werd aangevoerd. Minerale olieproducten daalde met 3,1% doordat er sinds de sancties op Russische olieproducten minder stookolie via Rotterdam wordt vervoerd. Ook de categorieën binnen het segment overig nat massagoed (o.a. chemische producten, biobrandstoffen, plantaardige/dierlijke oliën en fruitsappen) daalden met 3,5%. Door de hogere energiekosten en lagere bezettingsgraden van fabrieken in Europa werd er ingeteerd op de bestaande voorraden.

Containers en breakbulk
De wereldwijde vraag naar goederen ligt als gevolg van inflatie, beperkte economische groei, geopolitieke spanningen en hogere uitgaven aan diensten i.p.v. producten nog steeds lager dan in 2022. De effecten hiervan zien we terug in de overslag van containers in Rotterdam. Het containersegment zag een afname van 8,1% in gewicht en 7,2% in aantallen containers (TEU, twenty feet equivalent unit) gedurende de eerste negen maanden. De transhipment volumes zijn met 8,1% toegenomen in het derde kwartaal 2023.

Ook het roll-on/roll-off verkeer (-3,8%) en overig stukgoed (-13,7%) daalden als gevolg van verlaagde consumentenuitgaven, hoge voorraden en lagere investeringen. De totale overslag in het breakbulk segment daalde daardoor met 6,0%.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

Vergroening binnenvaart vraagt om steeds meer techniek

WAMEL Een nieuwbouw droge lading schip van 135 meter met zo’n 121.000 Wp aan zonnepanelen op de luiken, zonnepanelen in de reling van een passagiersschip en steeds vaker dieselelektrische voortstuwing. Het zijn allemaal voorbeelden van het toenemen van de hoeveelheid elektronica op een binnenvaartschip en dit vraagt dan ook om meer en andere technieken. Van Tiem Elektro uit Wamel heeft mede daardoor aan de binnenvaart inmiddels een grote klant.

Van Tiem begon meer dan 65 jaar geleden als witgoedwinkel. Nadat het bedrijf hier mee stopte werd het actief in de woning- en utiliteitsbouw. Zo’n 25 jaar geleden kwam de scheepvaart in beeld. ‘We deden toen op de kant al veel elektrowerk voor de Gerlien van Tiem’, vertelt mede-eigenaar Maarten Soetekouw. ‘En ons werd gevraagd dat ook aan boord van de schepen te gaan doen. Nu is ongeveer 75% van ons werk maritiem gerelateerd.’ Inmiddels werken er bij Van Tiem 65 mensen.

Vernuftige systemen
Om de scheepvaart goed te kunnen bedienen, heeft Van Tiem drie afdelingen. De elektronica op binnenvaartschepen, passagiersschepen en sinds drie jaar luxe jachten tot en met 36 meter. ‘De techniek op de jachten is vrijwel hetzelfde als in de binnenvaart, maar het afwerkingsniveau verschilt, omdat de eisen van de klant veel hoger liggen. Net als in de binnenvaart zie je op de jachten ook steeds meer vernuftige systemen komen. Op binnenvaartschepen gaat het bijvoorbeeld om hoogtedetectie voor de bruggen en de onderlinge communicatie tussen de generatoren. Daarnaast moeten er veel zaken van afstand uitgelezen kunnen worden, bijvoorbeeld waar het schip vaart en wat het schip verbruikt, maar ook wil men vanaf de wal mee kunnen kijken door middel van camera’s.’

Omdat het veelal maatwerk betreft, heeft Van Tiem een eigen afdeling engineering, maken ze zelf de schakelkasten en hebben ze een eigen datasysteem ontwikkeld waarmee een groot deel van het schip aangestuurd en gemonitord kan worden. ‘Daarnaast hebben we natuurlijk heel veel mensen buiten lopen om alles te installeren. Die trekken de kabels in de casco’s, doen het ijzerwerk, plaatsen de kasten en sluiten ze aan.’

Vergroening
De vergroening van de binnenvaart vraagt om steeds meer techniek. Zo ziet Maarten Soetekouw dat er steeds meer PLC systemen op het schip komen te staan, die vaak allemaal aan elkaar gekoppeld moeten worden.

In de binnenvaart heeft Van Tiem inmiddels drie schepen opgeleverd met een dieselelektrische installatie met generatoren en elektromotoren voor de voortstuwing. Het bedrijf levert hier alles voor, van de frequentieregelaars tot elektromotoren en het power managementsysteem. ‘De vergroening van de binnenvaart is qua techniek een mooie uitdaging voor ons. Er staat veel generatorvermogen op een schip wat ook allemaal met elkaar moet synchroniseren. De uitdaging bij deze projecten is dat alles moet blijven draaien. Bij het vragen van bijvoorbeeld veel vermogen, moeten alle generatoren opstarten en als dan het powermanagementsysteem niet goed is ingeregeld, kan het zo maar zijn dat ze in plaats van al het vermogen geen vermogen leveren. Dit zijn spannende trajecten en het is een grote uitdaging om alles zo efficiënt mogelijk te maken.

Intussen heeft Van Tiem de opdracht gekregen voor nog eens twee schepen die moeten worden voorzien van dieselelektrische voortstuwing.

Zonnepanelen
Maarten Soetekouw ziet ook steeds vaker dat er gebruik wordt gemaakt van zonnepanelen in de binnenvaart. Zo is Van Tiem nu bezig met een project waar de zonnepanelen op de luiken komen van een 135 meter droge lading schip. ‘Dat doen we in samenwerking met de Gerlien en luikenfabrikant Blommaert. Op het schip komt voor 121.000 Wp aan zonnepanelen te liggen. Dat zijn leuke projecten voor ons. We zijn nu aan het inventariseren wat er allemaal voor nodig is, waar de stroom aan boord voor gebruikt gaat worden en welke accu set we nodig hebben.’

Ook is Van Tiem in samenwerking met Sun RVS in Bemmel aan het kijken naar het gebruik van zonnepanelen in de passagiersvaart. De zonnepanelen komen hierbij tussen het glas van de reling op de schepen. Ze hebben deze techniek inmiddels op twee schepen toegepast.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

Derde dag van de Binnenvaart op 11 november

NIJMEGEN De derde Dag van de binnenvaart wordt 11 november op verschillende plekken gehouden. De dag is bedoeld om de binnenvaart te ervaren, het biedt de mogelijkheid tot een eerste kennismaking met de binnenvaart.

De Dag voor de Binnenvaart werd in 2019 door diverse partijen uit de sector voor het eerst georganiseerd. De Dag van de Binnenvaart geeft eenieder die geïnteresseerd is de mogelijkheid een stukje beleving aan boord mee te krijgen. Hoe is het om te varen? Waar woon je dan? Waar kom je allemaal? Wie werken en wonen er aan boord van zo’n schip? Dit en meer kan die dag ervaren worden. Tevens wordt er een goed beeld gegeven van de diverse beroeps- en opleidingsmogelijkheden in de binnenvaart vanaf de basisschool tot zij-instroom. Middels strategische ‘hubs’ worden een breed aanbod aan activiteiten aangeboden in de diverse regio’s.

Aan boord in Nijmegen
In Nijmegen kunnen belangstellenden het Binnenvaartmuseum bezoeken. In het vooronder van de oude Jos Vranken komt de geschiedenis van de binnenvaart tot leven. Loop de loopplank over en geniet van modellen van oude en uiterst moderne schepen, foto’s, scheepsvoorwerpen, verhalen en maak kennis met het sociale leven van de schippers en hun familie.

De Jos Vranken is de thuishaven van het KSCC, het Katholiek Sociaal Cultureel Centrum, waar de schippers hun lief en leed delen en ook de families van de andere trekkende bevolking van de kermis en het circus hun ‘thuis’ hebben.

Het Binnenvaartmuseum Nijmegen in de Waalhaven (navigatie instellen op Havenweg Nijmegen) is geopend op dinsdag en zaterdag van 12.00 – 16.00 uur en op afspraak.
www.binnenvaartmuseumNijmegen.nl

Aanmelden is niet nodig

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

‘Klimaatverandering ernstige bedreiging voor stroomgebied Rijn’

STRAATSBURG De klimaatverandering en de daarmee samenhangende lage waterstanden vormen een ernstige bedreiging voor het stroomgebied van de Rijn. ‘Wij zijn van mening dat de situatie urgent is en er dringend behoefte is aan meer kennis en betere voorspellingen’, schrijft voorzitter Helmut Habersack van de Commissie voor de Hydrologie van het Rijnstroomgebied (CHR) in het jaarverslag van de CCR.

De Commissie voor de Hydrologie van het Rijnstroomgebied (CHR) en de CCR werken al lang samen. Hoofddoel van de samenwerking bestaat eruit meer kennis te vergaren over de gevolgen van de klimaatverandering en laagwater. ‘Deze kennis vormt immers een belangrijke basis om een duurzame en op de toekomst gerichte binnenvaart te kunnen garanderen.’

Opnieuw laagwater
De binnenvaart kreeg de laatste jaren al vaker te maken met lage waterstanden. Zo was 2022 net als eerdere jaren opnieuw een droog jaar met lage waterstanden. In het Rijnstroomgebied viel weinig regen, maar er was ook minder smeltwater vanuit de Alpen.
In vergelijking met 2021 werd het jaar 2022 dan ook gekenmerkt door minder gunstige vaaromstandigheden voor zowel de Rijn als de Donau vanwege de extreme hitte en een periode van snel dalende waterstanden in juli en augustus. De periode van laagwater was vorig jaar wel korter dan in 2018.

Maar in het jaarverslag wordt ook langer teruggekeken. De statistieken voor Kaub, op de Middenrijn, gaan terug tot het jaar 1820 en bevatten gegevens over het aantal dagen met een afvoerhoeveelheid van minder dan 783 m3 per seconde. Dit is een waarde die overeenkomt met een waterstand van 78 cm bij Kaub. Uit de vergelijking blijkt dat jaren met extreme laagwaterperiodes zich ook in het verleden hebben voorgedaan. Het effect op het vervoersvolume was destijds echter niet zo groot. De schepen waren kleiner, staken minder diep, er was minder ‘just-in-time’ vervoer en er was minder concurrentie van andere modaliteiten.

Klimaatverandering
Hoewel de laagwaterperiodes dus ook in het verleden voorkwamen, concludeert de CHR wel dat klimaatverandering een lage afvoer in de hand werkt. Het hydrologische regime van de Rijn, die in de Alpen ontspringt, wordt namelijk in het voorjaar en in de zomer beïnvloed door het smeltwater.

Om de gevolgen van de klimaatverandering in beeld te brengen, deed de CHR de afgelopen jaren onderzoek naar de omvang van het smeltwater van sneeuw en gletsjers in de Alpen en de wijze waarop dit smeltwater de afvoer van de Rijn en zijn zijrivieren bepaalt. ‘Wij hebben hiervoor de afgelopen honderd jaar onderzocht, maar tevens gekeken naar de volgende honderd jaar en de ontwikkelingen in de toekomst. Op basis van de modellen en scenario’s die wij hiervoor gebruikt hebben, gaan wij ervan uit dat de totale afstroming ongeveer gelijk blijf, dus ook op langere termijn. De hoeveelheid water bij een lage afvoer blijft de komende dertig jaar binnen de gebruikelijke bandbreedte. Maar dit neemt in de vijftig jaar daarna in hoog tempo af.’

De gevolgen van deze veranderingen zijn volgens Habersack groot. ‘Iedereen langs de Rijn die water gebruikt, krijgt daarmee te maken. Ook de Rijnvaart en het belangrijke vervoer van goederen blijven hier niet van verschoond blijven. De perioden waarin het moeilijk is bepaalde riviergedeelten te bevaren, worden langer. Maar ook energiecentrales en elektriciteitsleveranciers kunnen niet meer evenveel stroom produceren. En drinkwaterbedrijven moeten zich erop voorbereiden dat er vaker een tekort aan water zal zijn.’

‘Ernstig probleem’
Om de vinger aan de pols te houden, blijft de CHR de komende jaren gericht onderzoek doen naar de gevolgen van de klimaatverandering en een lage afvoer op de Rijn. ‘De klimaatverandering is een ernstig probleem voor de komende decennia en vereist antwoorden op bijvoorbeeld de vraag over hoe de hoge afvoer zich gaat ontwikkelen. Een ander onderwerp is het sedimentmanagement, dat voor de scheepvaart van belang is. Daar blijven we als CHR onderzoek naar doen. Want het is belangrijk dat wij anticiperen en de blik op de toekomst richten. Zo kunnen we bepalen wat ondernomen moet worden en in welke richting. En kunnen wij besluitvormers en commissies zoals de CCR ondersteuning bieden.’

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

Riviercruisevaart op weg naar herstel

STRAATSBURG De riviercruisevaart is na de coronapandemie de weg van herstel ingeslagen. Het aantal passagiers dat riviercruises maakt en de bezettingsgraad van schepen volgen inmiddels een stijgende lijn. En de riviercruisebranche is optimistisch. De ondernemers gaan ervan uit dat de vraag naar riviercruises dit jaar terugkeert naar het niveau van voor de pandemie.

In 2022 bedroeg het aantal actieve riviercruiseschepen in Europa 410 schepen, wat neerkomt op 60.600 bedden. Na een afname tussen 2014 en 2018 vertoont het gemiddelde aantal bedden in nieuwe cruiseschepen weer een aanhoudende stijgende lijn. De stijging van het gemiddelde aantal bedden vorig jaar komt echter voornamelijk door de komst op de markt van de A-ROSA SENA, die een capaciteit van 280 bedden heeft.
De actieve riviercruisevloot in Europa maakt meer dan 40% uit van de wereldwijde vloot van riviercruiseschepen. In de EU concentreert deze vloot zich voornamelijk op de waterwegen van Centraal-Europa.

Nog 40% minder
Hoewel de riviercruisebranche optimistisch is, bleef het aantal passagiers vorig jaar nog ver achter bij die van voor de coronapandemie. Uit cijfers van de CCR blijkt dat het aantal passagiers dat in Duitsland in 2022 een cruise boekte weliswaar met 75% steeg naar 319.977 passagiers, maar dit lag echter nog steeds ruim 40% onder het aantal passagiers van 2019 (541.133 passagiers).

De cijfers voor de jaarlijkse passages van riviercruiseschepen op de Donau, Rijn en Moezel laten wel een krachtig herstel zien in 2022. Wat het aantal passages betreft, lag de activiteit op de Boven-Donau (bij de Oostenrijks-Duitse grens) en de Moezel in vergelijking met 2021 respectievelijk 5% en 1% boven de niveaus van voor de pandemie, in 2019. Op de Rijn lag de activiteit van riviercruises echter nog steeds 6,5% onder het niveau van 2019.

Drijvend hotel
Sinds het begin van het gewapende conflict tussen Rusland en Oekraïne kan overigens ook een nieuwe ontwikkeling in de riviercruisebranche worden waargenomen. Er is namelijk een toegenomen vraag naar hotelkamers voor oorlogsvluchtelingen uit Oekraïne. Daarnaast speelt het stijgende aantal asielzoekers in Europa eveneens een rol. Als gevolg hiervan worden sommige schepen buiten het toeristisch seizoen als drijvende hotels gebruikt en tijdens het seizoen als riviercruiseschip. Sommige schepen, in het bijzonder de oudste (meer dan vijftig jaar oud), zijn permanent veranderd in drijvende hotels en gaan waarschijnlijk niet meer als riviercruiseschip dienen. Dit gold in 2022 voor zes schepen. Begin 2023 werden buiten het toeristische seizoen nog zestien schepen als drijvend hotel ingezet.

Nieuwbouw op laag peil
Dat de riviercruisebranche optimistisch is, betekent overigens nog niet vanzelfsprekend dat veel nieuwe riviercruiseschepen gebouwd gaan worden. De managers in de branche zijn onverminderd optimistisch, maar met de kanttekening dat er verschillende zorgpunten zijn die ertoe zouden kunnen leiden dat investeringen worden uitgesteld. Zo zijn er de stijgende energie- en brandstofprijzen, de problemen om voldoende personeel te vinden, de inflatie en stijgende grondstofprijzen en de problemen met de toevoer en bij de aanschaf van grondstoffen.
De CCR spreekt in haar jaarverslag dan ook de verwachting uit dat de bouw van nieuwe schepen voor riviercruises in Europa in 2023 op een vrij laag peil blijft. ‘Ondanks de wens om in de komende twaalf maanden in nieuwe schepen te investeren, is het onzeker in hoeverre de nieuwbouw door de bovengenoemde factoren in de nabije toekomst geremd gaat worden.’

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.

CCR: ‘Vooruitzichten binnenvaart vrij gunstig’

STRAATSBURG De vooruitzichten voor de binnenvaart zijn vrij gunstig, vooral vanaf 2024 en daarna. Voor de riviercruises verwacht de CCR dat de vraag terugkeert naar het niveau van voor de coronapandemie. De nieuwbouw van riviercruiseschepen voor de nabije toekomst blijft volgens de CCR vooralsnog ‘in nevelen gehuld’.

De CCR schrijft in haar jaarverslag dat het moeilijk blijft precieze voorspellingen te doen voor de nabije toekomst. Dit vanwege de zeer wisselende omstandigheden. Onder meer tegen de achtergrond van het gewapende conflict tussen Rusland en Oekraïne en de daarmee samenhangende energiecrisis.

Krimp
Ook in 2022 bleef de binnenvaart niet verschoond van de negatieve gevolgen van het gewapende conflict tussen Rusland en Oekraïne. Laagwater, de grondstofprijzen die explodeerden en de energiecrisis, om maar een paar nadelige factoren te noemen, waren niet bepaald bevorderlijk voor de binnenvaartactiviteiten.

Alle vrachtsegmenten, met uitzondering van steenkool, lieten een krimp zien ten aanzien van de vervoerde hoeveelheden, hoewel de omvang van deze negatieve impact verschillend uitviel. In 2022 kan een economische recessie in het binnenvaartsegment van het vrachtvervoer worden vastgesteld. De hoeveelheid vervoerde vracht daalde in Europa met -5,5%. Voor de Rijn in zijn totaliteit (van Bazel tot aan de Noordzee) bedroeg de daling -6,8% ten opzichte van 2021. Kijkt men naar de traditionele Rijn (van Bazel tot aan de Duits-Nederlandse grens) dan daalde het vrachtvervoer vergeleken met 2021 met -7,8%, terwijl dit voor de Rijndelta in Nederland (van de Duits-Nederlandse grens tot de Noordzee) -5,7% was. De scheepvaart over de Donau werd beïnvloed door verschillende factoren als gevolg van de oorlog in Oekraïne, terwijl er juist eind 2021 en in de eerste twee maanden van 2022 positieve tekenen waren in de richting van een zekere toename van de vervoersvolumes. De oorlog liet zijn sporen achter en de vervoerde hoeveelheden liepen als gevolg daarvan in alle vrachtsegmenten in 2022 terug.

Forse stijging steenkool
De energiecrisis in 2022 leidde tot een grotere vraag naar aardgas waardoor – vooral aan het begin van het jaar – de prijzen de lucht in schoten. Daarom werd gezocht naar andere energiedragers in plaats van aardgas zoals steenkool. De vraag naar steenkool steeg daardoor fors, wat bijdroeg aan een groeipercentage van +10,6% voor de gehele Rijn in vergelijking met 2021.
De oorlog tussen Rusland en Oekraïne met daarnaast periodes van laagwater in 2022, gestegen prijzen voor grondstoffen die de productiekosten omhoog joegen, alsook de sluiting van de Oekraïense havens aan de Zwarte Zee, droegen samen bij aan een lagere vraag voor de resterende segmenten en in het kielzog daarvan een afname van het vrachtvervoer. Voor de Rijn kunnen duidelijke dalingen worden vastgesteld bij metalen (-7,5%), bouwmaterialen (zand, stenen, grind) (-12,1%), containers (-11,1%) en landbouw- en voedselproducten (-5,9%). In tegenstelling tot de significante verhoging in 2021 liet het segment ijzerertsen in 2022 een lichte daling zien (-2,8%). Ook chemicaliën kwamen iets lager uit dan in 2022 (-1,6%), nadat er vorig jaar een vrij stabiele, maar gematigde groei werd waargenomen. Over de Donau werd ook minder vervoerd, vooral over de Boven- en Midden-Donau. Met name het vervoer stroomafwaarts van graan en ander agribulk slonk aanzienlijk (vanuit de havens aan de Midden-Donau in de richting van Constanţa). Daar staat tegenover dat het gebied rond de Beneden-Donau, en dan vooral de kanalen die de Donau verbinden met de Zwarte Zee, een duidelijk klimmende trend liet zien in de hoeveelheid vervoerde goederen.

Laagwater
Het binnenvaartvervoer kreeg in 2022 in juli en augustus bovendien te kampen met laagwater. Tussen 2015 en 2022 zijn 2018 en 2022 overigens de jaren met het grootste aantal laagwaterdagen. Voor zowel de Rijn als de Donau wordt dit weerspiegeld in een hoger aantal kritische laagwaterdagen in 2022 dan in 2021. Dit cijfer ligt echter nog steeds onder het cijfer voor 2018. Bij de peilschaal van Kaub aan de Middenrijn lag het waterpeil in 2022 41 dagen onder de ‘Overeengekomen Lage Rivierstand’ (OLR), vergeleken met tien in 2021 en 107 in 2018. De twee in Duitsland gelegen peilschalen voor de Boven-Donau, Pfelling en Hofkirchen, registreerden voor de Donau in 2022 meer laagwaterdagen dan in 2021.

De gevolgen van het laagwater vertaalden zich, alle marktsegmenten bij elkaar genomen, in gestegen vrachtprijzen, die in 2022 vergeleken met 2021 gemiddeld 42,5% hoger lagen. De vrachtprijzen voor het vervoer van droge bulklading en containers toonden onverminderd een stijgende trend vanwege het herstel van de vraag na de pandemie, hetgeen in 2022 nog werd verstrekt door de forse toename in het vervoer van steenkool, het laagwater en scheepscapaciteiten die van de Rijn naar het Donaugebied vertrokken. De vrachtprijzen in de tankvaart laten sinds 2019 eerder een dalende tendens zien, omdat de vervoersvraag wat zwakker uitviel dan bij de droge lading, zowel tijdens als na de pandemie. Het vervoer van vloeibare lading zat in 2022 echter ook in de lift met name vanwege het laagwater. Dit blijkt ook duidelijk uit de vrachtprijsindex tussen 2021 en 2022 voor de volatiele spotmarkt voor droge lading, die voor dit segment aan het einde van 2022 (KW3 en KW4) bij respectievelijk 240,9 en 203,9 lag, terwijl de vrachtprijsindices aan het einde van 2021 (KW3 en KW4) respectievelijk bij 118 en 159,1 lagen. Voor vloeibare lading waren de vrachtprijsindices respectievelijk 140,7 en 134,4 in 2022 (KW3 en KW4), tegen 92,9 en 114,2 in 2021 (KW3 en KW4).

15.000 schepen
In 2022 had Europa een vloot van bijna 15.000 binnenvaartschepen, waarvan pakweg 10.000 in de Rijnoeverstaten geregistreerd zijn, 3.500 in de Donaulanden en 1.200 in andere Europese landen. Over het algemeen toonden de nieuwbouwactiviteiten tussen 2016 en 2020 een zekere opleving, die in de tankvaart echter wat pregnanter was dan in de drogeladingvaart. Het jaar 2021 werd gekenmerkt door een lichte afname in de nieuwbouw van schepen als gevolg van de verslechtering van de omstandigheden voor het vervoer door de pandemie en deze tendens versterkte zich in 2022. Terwijl het aantal drogeladingschepen hetzelfde bleef in vergelijking met 2021 (21 schepen), zijn er in 2022 31 nieuwe tankschepen gebouwd, hetgeen 27 minder is dan in 2021. Het aantal kleine drogeladingschepen loopt steeds verder terug, terwijl bij grotere schepen de trend eerder in de richting gaat van steeds grotere schepen (in de tankvaart) of ongeveer hetzelfde blijft (drogeladingschepen). Ten aanzien van de innovatie in de binnenvaartvloot om de emissies terug te dringen kan worden vastgesteld dat het aantal innovatieve schepen dat daadwerkelijk in de vaart is, minder dan 0,2% is van de totale binnenvaartvloot in Europa, hoewel hun aantal tussen 2021 en 2022 aanzienlijk is toegenomen.

Passagiersvaart
Ten aanzien van het passagiersvervoer laten de cijfers zien dat er een herstel is ingetreden na de coronapandemie. Kijkt men naar de riviercruises dan tonen de aantallen scheepvaartbewegingen voor de Donau, Rijn en Moezel in 2022 een krachtige opleving in vergelijking met 2021 met waarden die eerder in de buurt liggen van die uit de pre-coronatijd. Deze scheepvaartbewegingen, die een goed beeld geven van de cruisevaartactiviteiten, lagen voor de Boven-Donau (bij de Duits-Oostenrijkse grens) en de Moezel respectievelijk 5% en 1% boven het precorona-niveau van 2019. Op de Rijn bleef dit cijfer 6,5% onder het niveau van 2019. Naast deze scheepsbewegingen is ook de ontwikkeling van het aantal passagiers en de bezettingsgraad van de cruiseschepen een maatstaf voor het herstel in de riviercruisesector. De cijfers voor deze twee indicatoren bevestigen dat de riviercruiseactiviteiten duidelijk aan een inhaalslag bezig zijn, ofschoon de niveaus nog steeds iets onder die van 2019 liggen.

De coronapandemie mag weliswaar voorbij zijn, toch werden er in 2022 nog niet zoveel nieuwe riviercruiseschepen gebouwd. Het jaar werd overschaduwd door inflatie, waardoor de scheepsbouwkosten stegen, hetgeen de nieuwbouw geremd zal hebben. De bouw van nieuwe schepen zal naar verwachting ook in 2023 vrij gering zijn. Het is interessant om vast te stellen dat het gewapende conflict tussen Rusland en Oekraïne leidde tot een grotere vraag naar hotelcapaciteiten voor oorlogsvluchtelingen. Als gevolg daarvan worden sommige schepen nu ingezet als drijvende hotels, soms permanent (met name oudere schepen) of parallel aan de cruise-activiteiten.

Daling werkgelegenheid
Voor wat de werkgelegenheid betreft in de passagiersvaart in Europa kan een scherpe daling worden waargenomen tussen 2019 en 2020. Dit was een rechtstreeks gevolg van de Covid-19- pandemie, die de passagiersvaart zwaar trof en een abrupt einde maakte aan de positieve trend die sinds 2010 kon worden vastgesteld. Het aantal tewerkgestelden bedroeg 17.895 in 2010, 23.100 in 2019 en 17.503 in 2020. Dat neemt niet weg dat het aantal bedrijven vanaf 2013 continu gestegen is (van 3.529 bedrijven in 2013 naar 4.231 in 2020). In de sector goederenvervoer toont het werkgelegenheidsniveau een licht dalende tendens sinds 2010 (23.300 in 2010, 22.365 in 2019 en 22.417 in 2020). Het laagste punt in werkgelegenheid werd bereikt in 2018, wat echter samen zou kunnen hangen met de lage waterstanden. Voor deze sector wordt dit ook weerspiegeld in de trend voor het aantal actieve ondernemingen (van 5.995 bedrijven in 2010 naar 5.486 in 2020). De netto omzet van de binnenvaartvrachtbedrijven in de EU (plus Zwitserland en Servië) kwam in 2020 uit op ongeveer 6,6 miljard euro. Voor de ondernemingen in de passagiersvaart lag dit cijfer in 2020 bij 1,6 miljard euro.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid. Volg ons op Twitter en Facebook.