Tagarchief: leden aan het woord

Familiebedrijf Heijmen is beste bunkerbedrijf

MILLINGEN AAN DE RIJN Een schipper komt met een lading houtsnippers langszij het bunkerstation in Millingen aan de Rijn. Robert en Frank Heijmen begroeten de Duitse schipper en beginnen een praatje. Het is typerend voor het familiebedrijf dat steeds vaker ook op andere plekken dan in Millingen brandstof levert. Deze servicegerichtheid en de grote tevredenheid onder klanten waren twee van de redenen dat Heijmen onlangs werd uitgeroepen tot bunkerbedrijf van het jaar.    

De opa van Robert en Frank begon in 1953 met het leveren van brandstof aan de binnenvaart. Herman voer op zijn eigen schip MS Vertrouwen, maar hij ging aan de wal toen hij verkering kreeg. Hij kocht een bunkerbootje met een capaciteit van 20 kuub en haalde de brandstof uit een treinwagon in Nijmegen. Eind jaren zestig namen de zoons Ton en Herman jr. het bedrijf over en werd het sleeptankschip Lombardia omgebouwd tot een bunker-winkelschip met 560 kuub gasolieopslag. Robert en Frank kwamen als zoons van Ton in de jaren negentig in het bedrijf. In 1998 werd het huidige dubbelwandige bunkerstation (85 x 11,40 meter) met een capaciteit van 2000 kuub in gebruik genomen. De bunkerboten Martina 1 en 2 voorzien de klanten van brandstof. Vanaf 2007 runnen de twee broers het bedrijf.
heijmen4kleinSinds twee jaar is Heijmen ook actief in de Rotterdamse haven. In de eerste Eemhaven werd in 2014 in samenwerking met SBH van Serge Broekhuizen een nieuw bunkerstation in gebruik genomen. De bunkerboten SBH 1 en SBH 2 voorzien sindsdien in de Rotterdamse haven de binnenvaart, maar ook de kleine kustvaart, werkschepen en jachten van brandstof.
De bevoorrading van beide bunkerstations gebeurt met de eigen tanker Hortensia 2.

Speciale smeerolie
Dagelijks varen zo’n 350 tot 500 schepen langs het bunkerstation van Heijmen. Zo’n 15 tot 30 schippers besluiten er te bunkeren. ‘Wij zijn één van de laatste stops voor de grens’, vertelt Robert. ‘De meeste schippers hebben een lange reis voor de boeg en de brandstof is in Duitsland duurder. Ook zijn daar veel minder bunkerstations, de eerste na de grens is in Duisburg. In Millingen staat altijd iemand paraat om de schippers te helpen. Een van de twee broers is daarvoor altijd bereikbaar. ‘Daardoor kunnen we problemen direct tackelen’, vertelt Frank. Een voorbeeld daarvan is een klant die ’s avonds om 11 uur nog belt dat hij de volgende dag 2.000 liter speciale smeerolie voor zijn superjacht moet hebben. ‘Wij gaan dat dan regelen.’

Het regelen van brandstof en andere producten op andere locaties dan op het bunkerstation in Millingen aan de Rijn gebeurt overigens steeds vaker. ‘Voor een klant is het vaak niet meer te doen om het allemaal zelf te regelen’, vertelt Robert. ‘We regelen nu bijvoorbeeld het bunkeren van een werkschip op het Duitse eiland Borkum. Het schip is daar aan het werk aan een windmolenpark in zee en het bunkeren op het eiland loopt via ons.’  

Beste prijs
Een zelfde service biedt Heijmen ook aan de binnenvaart. Vaste klanten, en dat zijn de meeste schippers van het familiebedrijf, kunnen in het buitenland bunkeren op rekening van Heijmen zodat de schipper de diesel niet vooruit hoeft te betalen als hij bij een voor hem onbekend bunkerstation moet bunkeren. Heijmen kijkt dan welk bunkerstation in de buurt van het schip de beste prijs heeft en regelen vervolgens alles voor de schipper.

heijmen3kleinHoewel in de binnenvaart steeds meer wordt gesproken over alternatieve brandstoffen om de binnenvaart te vergroenen, verwachten de broers nog geruime tijd diesel aan de binnenvaart te kunnen leveren. ‘Veel schepen zijn in de nieuwbouwgolf voor de crisis van 2008 gebouwd en varen nog gewoon op diesel’, vertelt Frank. ‘Die zijn voorlopig nog niet uit de markt en veel nieuwbouw is er niet. LNG is nog ver weg, maar GTL zou bijvoorbeeld een goed alternatief kunnen zijn. Maar de diesel die we nu leveren is met 10 ppm en minder zwavel ook al veel schoner.’

‘Grote gunfactor’
De aandacht voor milieu blijkt ook aan boord van het bunkerstation. Voor het leveren van stroom staan op het dak inmiddels 176 zonnepanelen. Aan boord bevindt zich ook een systeem voor de verwerking van het eigen afvalwater. Deze innovatieve aanpak en de grote klant- en servicegerichtheid waren reden voor het Nationale Business Succes Award Instituut Heijmen uit te roepen tot bunkerbedrijf van het jaar 2016. De Nominatiecommissie onder leiding van Robert Zwaan ziet in Heijmen ‘een vooruitstrevende organisatie die naar verwachting in de toekomst nog veel successen gaat behalen’. De jury prijst met name de grote klant- en servicegerichtheid. ‘Door een perfecte service, dag en nacht, geniet het bedrijf een hoge gunfactor. Gedrevenheid, passie, innovatievermogen, durf en visie, plus een sterke focus op de klant maken van deze organisatie een uitgesproken branchewinnaar.’
Robert en Frank kregen veel reacties en felicitaties op de onderscheiding. En het is nog niet afgelopen. De broers maken ook nog kans dat ze worden uitgeroepen tot bedrijf van het jaar.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid.

Volg ons op Twitter en Facebook

Isolatiebedrijf Franssen blijft groeien

DRUTEN Isolatiebedrijf Franssen uit Druten blijft groeien. Het bedrijf van Remon Franssen groeide in zo’n vijftien jaar tijd uit tot een bedrijf met meer dan 100 man personeel. Vanwege de groei wil Franssen binnen twee jaar verhuizen naar het oude terrein van vleesfabriek Vion in Druten, zo’n 200 meter van het huidige pand.

Remon Franssen nam het isolatiebedrijf in 2001 over van zijn vader René. Deze werkte op de scheepswerf in Deest, daar werden toen zelfs nog zeeschepen gebouwd, maar in 1971 trok hij de stoute schoenen en begon voor zichzelf. Dat gebeurde in een schuur achter het huis. Toen Remon het bedrijf overnam werd verhuisd. Het personeelsbestand was toen inmiddels uitgegroeid tot zestien man. Nu heeft Franssen in Druten 55 man in vaste dienst en huurt hij er nog zo’n 25 in. Bij zijn isolatiebedrijf in Polen en bij de nieuwe steigerbouwactiviteit steigerbouw werken nog eens elk zo’n 30 man. Het steigerbouwbedrijf is onder meer actief in de scheepsbouw, bijvoorbeeld voor het in de steigers zetten van grote jachten, maar ook in de bouw.

Isolatie
Isolatiebedrijf Franssen kan volgens Remon elk type schip isoleren. En dat is specialistisch werk. ‘Aan boord gelden weer andere regels dan aan de wal. Wij isoleren bijvoorbeeld de sleep- en patrouilleboten van Damen, maar ook de luxe jachten van Oceanco. De accommodaties isoleren we thermisch, voor brandwerendheid en tegen geluid. Als op een binnenschip de hoofdmotor 24 uur per dag draait, wil de bemanning natuurlijk wel comfortabel kunnen gaan slapen. Dit moet allemaal voldoen aan onder meer de Solas-eisen en de eisen van de certificerende instantie. De machinekamers maken we brandwerend en isoleren we voor geluid. Dat gebeurt met matrassen, maar ook met beplating. Op tankers isoleren we de leidingen. Ook maken we geluidskasten om bijvoorbeeld om een generatorset te plaatsen. Die kunnen we in iedere kleur spuiten.’
Voor het isoleren worden traditionele materialen gebruikt als steenwol en glaswol, maar ook moderne materialen als Firemaster, Pyrogel en Microtherm. Voor patrouilleschepen worden vaak lichtere materialen gebruikt, zodat de schepen zo min mogelijk gewicht hoeven mee te nemen en zoveel mogelijk snelheid en stabiliteit behouden.

Crisis
Onlangs bracht Franssen nog isolatiemateriaal aan op het milieuvriendelijke binnenvaartschip Ecoliner van Damen. Maar Remon zag het werk aan binnenvaartschepen vanwege de crisis in de binnenvaart, de afgelopen jaren wel fors teruglopen. ‘Voor 2007 deden we gemiddeld een schip per week. Dat viel toen helemaal weg. Maar desondanks hebben we weinig last gehad van de crisis. We zijn namelijk ook nog actief in de offshore, de windmolenparken en in de industrie. Voor de olie- en gasindustrie hebben we bijvoorbeeld de modules geïsoleerd die aan de wal worden opgebouwd en vervolgens kant en klaar op zee worden geplaatst. Voor de windmolenparken isoleren we de transformatorstations op zee die de opgewekte stroom omzetten naar hoogspanning.’
Ook levert Franssen zogenoemde Doe het zelf isolatiepakketten over de hele wereld. ‘Wij rekenen dan uit wat er precies nodig is, en dat gaat dan allemaal in containers naar de klant. We leveren deze pakketten bijvoorbeeld aan China, Brazilië en Zuid-Afrika. De lokale bevolking monteert het isolatiemateriaal dan volgens onze instructies.’

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid.

Volg ons op Twitter en Facebook

Van het provisorische houtje touwtje tot de Pioneering Spirit

DRUTEN Hij arriveerde ruim 46 jaar geleden op zijn fiets bij Wim Huisman, de oprichter van Huisman Elektrotechniek. Het was in de tijd dat de gashandle van een aandrijfmotor nog even met een touwtje kon worden vastgezet. In juli van dit jaar nam Sander van Gelder (65) als directeur van Huisman Etech Experts afscheid, kort nadat het familiebedrijf uit Druten honderden moderne schakelkasten had geleverd aan het grootste schip van de wereld, de Pioneering Spirit.

De inmiddels bijna 90-jarige Huisman senior begon in 1955 zijn bedrijf. In 1970 kwam Van Gelder als jonkie bij Huisman. Hij had de Uitgebreide Technische School (UTS) gevolgd en begon bij Huisman in de praktijk. De jonge Van Gelder had nog geen rijbewijs. Als er een storing was, moest een collega hem naar de klus rijden. Verder deed hij technisch tekenwerk, was procuratiehouder en bedrijfsleider. Toen Huisman senior in 1992 stopte, vormde hij samen met de zonen Rob en Peter Huisman de directie. In 2003 werd hij mede-eigenaar van het familiebedrijf dat drie keer werd uitgeroepen tot Best Managed Company. Het aantal medewerkers is inmiddels gestegen tot een kleine 300.

huisman2In de binnenvaart
Van Gelder verbreedde samen met Wim Huisman de werkzaamheden van het bedrijf. Naast werk aan de wal voor bijvoorbeeld de keramische- en papierindustrie, de Gasunie en ketchup producent Heinz, werd ook gekeken naar werk op en langs het water. Vanwege deze verbreding hoeft het bedrijf vanaf die tijd niet snel meer nee te zeggen tegen een opdracht. ‘Eind jaren zeventig werden we actief in de binnenvaart’, vertelt Van Gelder in de nevenvestiging van Huisman in Elst.  ‘Leveranciers van rederij Wijgula in Druten lieten wat kruimels liggen. Die hebben we energiek opgepakt.  Langzamerhand zijn we een steeds grotere speler geworden in de binnenvaart. En de ontwikkelingen gaan snel, er is veel veranderd. Toen ik begon was de fax nog het ei van Columbus en kon je provisorisch met een touwtje nog even een gashandle vastzetten. Maar die tijd van houtje touwtje is allang voorbij. Communicatie, navigatie, audio en video, powermanagement, het wordt op elektrotechnisch gebied steeds geavanceerder aan boord. En dat geldt ook voor de aandrijving. Hybride aandrijvingen en het varen op LNG vragen weer een andere aanpak.’

Om alle systemen te kunnen controleren, ontwikkelden de engineers van Huisman het Huisman Diagnose Systeem. Het systeem meet continu de prestaties van de technische systemen aan boord en storingen worden gesignaleerd, geanalyseerd en gerapporteerd. Ook kunnen medewerkers van Huisman via GSM of satelliet inbellen en zo op afstand storingen verhelpen.

Olie, gas en jachten
Een van de meest recente grote opdrachten was het leveren van honderden schakelkasten, inclusief de bekabelingswerkzaamheden en de commissioning, aan boord voor de Pioneering Spirit. Met een pioneeringafmeting van 384 meter lang en 124 meter breed is dit het grootste schip ter wereld. Het schip van Allseas werd speciaal gebouwd voor het ontmantelen van boordplatformen op zee. De eerste klus werd onlangs geklaard. ‘De schakelkasten voor dit project hebben we hier in Elst gebouwd’, vertelt Van Gelder trots. ‘In 2013 begonnen we met de eerste kasten voor dit speciale vaartuig ter grootte van acht voetbalvelden. En je hebt het dan niet over kleine eenvoudige kastjes, maar over complexe systemen met grote vermogens.  De planning was strak, de controle streng, maar het is gelukt. Nu het schip operationeel is, zit een software engineer van ons nog steeds aan boord voor de fine tuning.’

Eind jaren negentig werd ook werk in de olie- en gasindustrie en aan luxe zeewaardige jachten binnengehaald. ‘Lastig, maar niet hopeloos’, kwalificeert Van Gelder de huidige situatie  in de gas- en olie wereld. In het werk aan luxe jachten ziet Van Gelder de overall planning, projectmanagement en after sales belangrijker worden. ‘De luxe jachten krijgen steeds meer techniek aan boord. Het gaat hierbij vooral om comfort in alle opzichten. Omdat de bouw van zo’n jacht minimaal een jaar duurt en de technische ontwikkelingen snel gaan, is de techniek soms alweer veranderd. Het gebeurt regelmatig dat wij het initiatief nemen om de klant te laten zien wat er, gedurende de loop van het project, dan nog extra mogelijk is.’

Meer samenwerken
Van Gelder verdiepte zich in zijn tijd als directeur altijd in de producten of diensten die zijn klanten aanbieden. Hij wilde weten hoe ketchup, bakstenen of papier werd gemaakt. Maar een van de beste acquisitiemiddelen vindt Van Gelder toch het altijd beschikbaar zijn voor de klanten. ‘We maken hierin geen voorbehoud en pakken problemen direct aan. Wat defect is, is defect en als iemand van ons eens een keertje een foutje heeft gemaakt, dan lossen we dat gewoon op. Dit kwetsbaar opstellen levert waardering op.  Dat heeft ook veel relaties in de binnenvaart opgeleverd, bijvoorbeeld binnenschippers en rederijen.  Zeven dagen in de week en 24 uur per dag beschikbaar zijn, is voor Huisman Etech Experts een vanzelfsprekendheid. Wij maken het in de praktijk elke dag weer met plezier waar! Zelfs al moeten we daarvoor bijvoorbeeld naar Düsseldorf rijden of de wereld over vliegen. Daardoor behouden we onze klanten. Want van eenmalige klanten heb je er wel heel erg veel nodig.’

Een punt waar nog wel meer werk van kan worden gemaakt in de regio Nijmegen is de samenwerking. Huisman is weliswaar lid van de vereniging van watergebonden bedrijven Aqualink, maar Van Gelder wil nog meer samenwerken. Als voorbeeld noemt hij de samenwerking van de watergebonden bedrijven in Werkendam. ‘We moeten veel meer samen optrekken in deze regio. We kunnen dan, met de optelsom aan expertise en een maximale efficiency, het echte onderscheid maken en…. scoren.  Het is dan wel belangrijk dat bedrijven open naar elkaar toe blijven. Geen dubbele agenda’s dus.’

Nog niet weg
Op zijn afscheidsbijeenkomst maakte Van Gelder bekend een boek te willen gaan schrijven over zijn Huisman periode. In een boek, met niet toevallig 14 hoofdstukken, wil hij laten zien hoe het familiebedrijf een internationale speler werd. Aan bod komen onder meer zijn familie, de mensen in het bedrijf, mijmeren over vroeger (‘toen de loonzakjes nog wekelijks werden verstrekt en de Nederlandse taal nog heilig was’), de klanten en de speciale projecten, de paneelbouw in Elst, het techniekonderwijs en de maritieme sector. ‘We zijn in de maritieme sector in het klein begonnen met installaties in de binnenvaart. Daarna volgden de dredgers, de scheepsliften en de offshoreprojecten. Inmiddels heeft Huisman Etech Experts servicepunten operationeel in Hamburg en Monaco. De rek zit er nog steeds in. Onze klanten kunnen blijven rekenen op de passie, kennis en kunde van onze fantastische medewerkers’.

Hoewel Van Gelder sinds 20 juli van dit jaar met pensioen is, blijft hij op de achtergrond nog actief bij Huisman.
Jurgen van Dinteren heeft zijn directiezetel reeds ingenomen en vormt samen met Peter en Rob Huisman het directieteam van Huisman Etech Experts.

huisman1

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid.

Volg ons op Twitter en Facebook

Aqualink bestuurslid Irene van Dongen stapt in uitvaarten

NIJMEGEN Van senior adviseur bij een consultantsbureau naar zelfstandig uitvaartbegeleider is een hele stap, maar voor schippersdochter Irene van Dongen (38) is het meer voor de hand liggend dan het in eerste instantie lijkt. Een van de voordelen van het werken als zelfstandige is de flexibiliteit en het feit dat Irene meer tijd heeft kunnen vrijmaken voor haar bestuurswerk. Naast haar bestuursfunctie bij Aqualink, zit ze ook in het bestuur van het KSCC Schipperscentrum in Nijmegen.

Irene groeide met haar ouders en zus op aan boord van de verlengde Dortmunder Najade. Het schip voer veel op de Duitse kanalen. Op zesjarige leeftijd ging ze naar het internaat St. Nicolaas in Nijmegen. Ze had het daar altijd goed naar haar zin. ‘Door de week zag ik mijn ouders niet, maar het varende bestaan is inspirerend en ik ervaar het als een verrijking in mijn leven. Na de middelbare school begon ik aan de studie Logistiek en technische vervoerskunde in Breda. Het bloed kruipt waar het niet gaan kan, en ik maakte mijn irene2afstudeerscriptie bij het Bureau Voorlichting Binnenvaart (BVB). Ik ontwikkelde een methode om meer verladers naar het water te krijgen en paste die toe op de regio Meppel waar net de containerterminal was geopend. Mijn scriptie was eigenlijk de voorloper van wat nu het project Maatwerk van het BVB is.’

Na haar afstuderen werkt Irene nog een tijdje bij het BVB, maar ze wilde uiteindelijk met alle modaliteiten aan de slag. Als jongste adviseur bij Buck Consultants stapte ze in de logistieke mannenwereld. Ze was hier niet alleen met de binnenvaart bezig, maar ook met weg en spoor. Maar van de 150 projecten die ze in 15 jaar deed, bleek bij haar afscheid het grootste deel watergebonden. Een onderzoek wat ze zich nog goed herinnert, is over de toekomst van het kleine schip. ‘Ik vind het dan leuk om partijen zoals het CBRB en de ASV bij elkaar te brengen. En het lukte uiteindelijk met de uiteenlopende belangen om een gezamenlijk actieplan te maken. Het samen er iets moois van maken, vind ik prachtig. Nu doe ik eigenlijk hetzelfde, maar dan in familieverband.’

Fascinatie was er al
Irene besloot ongeveer een jaar geleden haar baan bij Buck op te zeggen en zelfstandig uitvaartbegeleider te worden. Maar het uitvaartvak kwam niet zomaar op haar pad. ‘Toen ik een jaar of 15 was, vroegen vrienden van mijn ouders of ze vanaf de Najade as mochten uitstrooien in de Waal. We zijn daarvoor een stukje richting Duitsland gevaren, gingen voor anker en mijn vader hing de vlag halfstok. De familie heeft de as uitgestrooid en rozen op het water gelegd. Dit ritueel heeft heel veel indruk op mij gemaakt. De fascinatie voor het uitvaartvak was er, maar meer levenservaring was nodig.’

irenekrant
Irene deed haar verhaal eerder al in Weekblad Schuttevaer.

In 2014 begon Irene met een uitvaartopleiding in Zwolle. Ze ging één dag in de week naar school, studeerde zo’n 10 uur per week thuis en haar vakantiedagen bij het consultantsbureau gingen op aan stages bij onder meer een crematorium en een mortuarium. ‘Ik wilde uitvinden of het uitvaartvak écht iets voor mij was en wat er allemaal bij komt kijken. Je leert ook over de scheidslijn tussen je eigen verdriet en dat van een ander. Want uiteindelijk is mijn persoonlijkheid nu mijn grootste instrument in mijn werk. Ik herinner me nog goed een crematie van een vader met jonge kinderen. Het verdriet ging door merg en been. Ik vond dat ik als professional niet mocht huilen, terwijl iedereen stond te janken, ook de andere uitvaartbegeleiders. Emotie mag er dus gewoon zijn. Het wordt pas erg als zoiets je niets meer doet.’

Kracht van de rivier
In haar eindwerkstuk aan de uitvaartopleiding speelde water opnieuw de hoofdrol. Irene belichtte daarin verschillende invalshoeken van de kracht van de rivier, zoals de symboliek van de rivier bij overlijden. ‘In de Griekse oudheid wordt het overlijden gezien als de oversteek van een grensrivier tussen het leven en het hiernamaals. De riviernimf Najade beschermt bij het maken van de rivieroversteek en geeft schoonheid aan de rivier. Maar de rivier kan ook vernietigend zijn, bijvoorbeeld bij een verdrinking. De nabestaanden weten vaak wel hoe laat het is, maar er blijft altijd hoop. In zo’n periode van wachtende onzekerheid komen veel vragen op bij de nabestaanden over het afscheid van hun dierbare. De vraag is daarom of je als uitvaartbegeleider pas in beeld moet komen als het lichaam is gevonden, misschien moet je al eerder aanwezig zijn om vragen te beantwoorden en de nabestaanden te ondersteunen. Een andere invalshoek is de rivier als decor voor een afscheid, bijvoorbeeld op een rivieroever, een rondvaartboot of een ander schip.’

Eenmaal uitvaartbegeleider vindt Irene het mooi om van de gebaande paden af te wijken. ‘Anderen denken vaak dat iets niet kan, maar het enige waar je je wetmatig aan hebt te houden is dat je moet begraven of cremeren. Ik heb geen voorbeeldboek met rouwkaarten. Ik vraag hoe de nabestaanden er zelf over denken en samen komen we dan tot een mooie kaart. Ook kan de manier van condoleren creatiever. Stuur samen met de rouwkaart een website najadecondoleancekaart mee, waarop ruimte is voor een persoonlijk woord. De kaart kan dan op de dag van de uitvaart worden meegenomen. Alle persoonlijke herinneringen tezamen zijn heel waardevol voor de familie. En op Najade uitvaarten kan je ook online condoleren. De teksten bundel ik dan in een boek. Alternatieve locaties of een andere indeling van de dag. Alles is bespreekbaar. Een uitvaart hoeft dus geen riedeltje te zijn.’

24/7
Het uitvaartvak eist dat Irene 24 uur per dag en 7 dagen in de week telefonisch bereikbaar is. Ze werkt in heel Nederland en zelfs het repatriëren in het geval van overlijden in het buitenland kan ze regelen. Over drie jaar wil ze 25 uitvaarten per jaar doen. ‘Want met iedere uitvaart ben je toch ruim een week intensief met een familie bezig. En je hebt ook tijd nodig om goed voor jezelf en je bedrijf te zorgen.’

www.najade-uitvaarten.nl

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid.

Volg ons op Twitter en Facebook

Chem-Dry Doornenbal maakt schoon schip

BEMMEL Chem-Dry Doornenbal uit Bemmel maakt al 25 jaar schoon, maar de laatste acht jaar gebeurt dat steeds vaker aan boord van passagiersschepen. Omdat deze markt zeer in opkomst is, wil directeur Ruud Doornenbal zijn klantenkring uitbreiden. Begin dit jaar werd hij lid van Aqualink, de vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland.

chemdry4Chem-Dry is een franchise-organisatie in de schoonmaakbranche. Doornenbal begon 25 jaar geleden als franchiser voor Chem-Dry. Nu werkt hij met vier man personeel en in hoogtijdagen kan dit aantal oplopen tot tien. Negentig procent van de Chem-Dry franchisers houdt zich alleen bezig met tapijt en meubels aan de wal. Acht jaar geleden kwam Doornenbal echter in aanraking met de scheepvaart. ‘Er lag een passagiersschip in Lobith waarvan de gordijnen brandvertragend gemaakt moesten worden. Dat moest eigenlijk gisteren al klaar zijn. Wij konden dat op tijd regelen. Een jaar later kregen we meer opdrachten. Zo kwamen we bij Uniworld binnen.’

Even naar Parijs
Uniworld is voor Doornenbal nu een van de grootste opdrachtgevers in de markt van het schoonmaken van passagiersschepen. Dit bedrijf met Amerikaans eigenaren heeft een groot aantal passagiersschepen in Europa varen. ‘Wij doen het onderhoud voor acht van deze schepen’, vertelt Doornenbal. ‘Dat chemdry5betekent alle onderhoud van harde en zachte vloeren, meubelstoffen inclusief wandbekleding en het marmer. In de eerste drie maanden van dit jaar hebben we op deze acht schepen al het tapijt en marmer gereinigd. Het reinigen van marmer gebeurde met speciale machines, waarna als laatste een verzegelaar is aangebracht om vlekken te voorkomen. Dit gebeurde in diverse havens in onder andere Keulen en het Franse Vernon. Ook hebben we alle matrassen gereinigd en gedesinfecteerd.’
En soms moet Doornenbal komen opdraven als anderen hun werk niet goed hebben gedaan. ‘Onlangs moesten we nog naar Frankrijk. Een Frans bedrijf had haar niet goed schoongemaakt. We vertrekken dan zondagmiddag, rijden 600 kilometer en zijn dan een hele week bezig.’

De winter door
Voor het reinigen van passagiersschepen ligt het hoogtepunt in januari en februari. ‘In september en oktober worden de chemdry3winterlijsten voor het onderhoud klaar gemaakt’, vertelt Doornenbal. ‘Wij kunnen dan in januari beginnen. Voor ons is dat fijn.  Zo begonnen we begin van dit jaar met onderhoudswerkzaamheden voor het Zwitsers FleetPro. FleetPro beheert een vloot van 41 schepen die over geheel Europa varen. Die kunnen we natuurlijk niet allemaal gaan doen, maar zeven of acht zou mooi zijn.’
Maar Doornenbal maakt niet alleen passagiersschepen schepen schoon die in de vaart zijn, hij werkt ook veel samen met scheepswerven. Het gaat dan veelal om nieuw opgeleverde schepen. Voor scheepswerf De Hoop in Lobith reinigde hij vier chemdry6bevoorradingschepen voor de windmolenindustrie, voor scheepswerf Teamco in Heusden zorgde hij recent nog voor een smetteloze Monarch Empress. Dit schip werd met Pasen gedoopt. ‘Het schoonmaken van een schip is specialistisch werk. Belangrijkste is dat je een band opbouwt met de bedrijven waar je mee samenwerkt. Vaak zijn het steeds dezelfde bedrijven, bijvoorbeeld Willemsen interieurbouw en Sun Roestvaststaal. Beiden ook uit Bemmel en ook lid van Aqualink. Maar wij zijn natuurlijk altijd het laatste bedrijf. Het gebeurt dan ook regelmatig dat eigenlijk alleen nog de puntjes op de i moeten worden gezet, maar dat er dan nog van alles moet gebeuren. Dan kan je wel willen beginnen, maar als er nog geen douchewand in zit, kan je hem ook niet schoonmaken.’

Glasbewassing, graffiti en zonnepanelen
Naast het reinigen van tapijt, meubels en het brandvertragend maken van bijvoorbeeld gordijnen aan boord van passagiersschepen, verricht Doornenbal ook nog andere schoonmaakwerkzaamheden. Zo reinigt Chem-Dry Doornenbal ook gevels en, sinds kort, zonnepanelen. Voor bedrijven doet Doornenbal vaak het onderhoud van tapijt en harde vloeren. Dat gebeurt ook bij ziekenhuizen, kantoren en scholen. ‘Alle vakanties zijn voor ons een drukke periode. Zo moeten we binnenkort zo’n 16.000 vierkante meter marmoleum op diverse scholen reinigen. Dat is een kleine onderhoudsbeurt. In de zomer krijgt het marmoleum dan een grote beurt. Maar voor al het werk geldt, dat ik altijd kom kijken. Want we staan voor de kwaliteit die we leveren.’

Chemdry.PDFChem-Dry Doornenbal nam onlangs de vernieuwde website www.chemdrydoornenbal.nl in gebruik. Het bedrijf is ook te vinden op Facebook en YouTube. Voor een persoonlijk gesprek of advies kunt u altijd contact met Chem-Dry Ruud Doornenbal opnemen; tel.: 0481-450900 of 0653-311 043.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid.

Nieuwe bestemming voor oude houten sluisdeuren, damwanden en meerpalen

DOORWERTH Het begon allemaal met het verzamelen van oude bouwmaterialen voor zijn eigen huis. Hij kon een partij houten meerpalen op de kop tikken en zag er handel in. Nu weten bedrijven in de natte waterbouw hem te vinden als ze houten damwanden, sluisdeuren slopen of meerpalen verwijderen. Aqualink-lid Frank Pouwer koopt het hout op, verzaagt het en verkoopt het door. Zelfs naar het buitenland. Inmiddels heeft Pouwer 25 man (15 fte) in dienst.

Ongeveer zeven maanden geleden verhuisde Pouwer met zijn bedrijf van een oude steenfabriek in Dodewaard, naar het 4,5 hectare grote terrein van de verlaten steenfabriek van Wienerberger in Doorwerth. Pouwer is inmiddels bezig om de oude laad- en loswal van de steenfabriek in de uiterwaarden nieuw leven in te blazen. ‘Nu wordt ons hout nog allemaal over de weg aangevoerd, maar we willen graag over het water vervoeren als dat mogelijk is. We doen al zaken met PK Waterbouw uit Amsterdam. Die willen elektrisch gaan varen. Het zou dan mooi zijn, als ze het hout met hun werkschepen over het water naar ons zouden kunnen brengen.’

pouwer3kleinSpijkervrij
De meerpalen die Pouwer hergebruikt zijn vooral te vinden aan de kust, zoals in Amsterdam en West-Friesland. Zeilschepen die vroeger op Brits Columbia voeren, brachten het eiken en het Amerikaans grenen naar Europa. Het Amerikaans grenen, ook wel Oregon Pine genoemd, werd vanaf Brits Columbia naar de oostkust vervoerd alwaar zeilschepen het als ballast gebruikten om de oversteek naar Europa te maken. In Europa werd het hout uitgeladen. Aan de kust werd het onder meer gebruikt voor het maken van kozijnen. Maar vaak werd het hout ook vierkant gezaagd en als meerpaal geplaatst. ‘Hout uit water is veel makkelijker te verwerken’, vertelt Pouwer. ‘Het hout is spijkervrij. Als je oud hout uit gebouwen haalt, zitten er vaak nog oude smeedijzeren spijkers in. Die trek je er niet zo maar in één stuk uit. Ze bevatten heel erg weinig koolstof en verpulveren daardoor heel erg snel.’

Afsluitdijk
Het hout koopt Pouwer op van bedrijven in de natte waterbouw. Eerst ging het nog om kleine partijtjes van het West-Afrikaanse hardhout azobé om bijvoorbeeld meubels van te maken, maar inmiddels mag Pouwer onder meer Rijkswaterstaat, havenbedrijven, watersportverenigingen en Waterschappen tot de klantenkring rekenen. Op het terrein van de oude steenfabriek ligt een grote partij hout afkomstig van de renovatie van de Afsluitdijk. ‘Wij hebben het hout dat hierbij vrijkomt opgekocht. Het hout bestaat uit de oude sluisdeuren en remmingwerk. Wij gaan het herzagen en hergebruiken.’
pouwer2kleinMaar voor het zoeken naar oud hout gaat Pouwer ook wel eens de grens over. Vorig jaar vloog hij naar Suriname. ‘Daar ligt een van de grootste zoetwater stuwmeren van de wereld, het Brokopondomeer. Dit gebied is ongeveer 60 jaar geleden onder water gezet. Daar stond tot die tijd een heel tropisch bos en deze bomen zijn nu allemaal dood. Die bomen zijn zo’n 60 meter hoog en wij willen de eerste 12 meter onder de waterlijn gaan gebruiken. Dan kan het hout vervolgens in zeecontainers naar Doorwerth worden gebracht.’

Nieuwe bestemmingen
De klanten van Pouwer geven het oude hout een nieuwe bestemming. Bijvoorbeeld voor een nieuwe brug of voor nieuwe meerpalen. Daarvoor wordt van een meerpaal van 18 meter ongeveer 6 meter afgezaagd, het gedeelte dat boven water stak, zodat er 12 meter over blijft. Verder wordt van de meerpaal van 40 x 40 centimeter rondom hout afgezaagd. Wat overblijft is volgens Pouwer een 100% FSC gerecyclede meerpaal gemaakt van 35 x 35 centimeter van duurzaamheidsklasse I.  Maar ook de scheepvaart gebruikt het hout. Het zeilende vrachtschip Tres Hombres haalde bijvoorbeeld het hout voor de restauratie van het schip bij Pouwer. En het hout krijgt ook bestemmingen die niets met water te maken hebben. Zoals in Hoorn. ‘Daar hebben we herzaagde meerpalen gebruikt als gevelbekleding voor een gemeenschapshuis. Het is multifunctioneel gebouw in een hele nieuwe woonwijk. De bedoeling is dat dit gebouw over 60 jaar, als de wijk is vergrijsd, een bejaardentehuis wordt. Je ziet dus dat ook de overheid steeds vaker voor duurzaamheid kiest. Dat kan wat duurder zijn, maar vaak krijgen we een opdracht toch vaak gegund vanwege de duurzaamheid. Men komt in het geweer tegen het gebruik van nieuw tropisch hardhout. Men wil af van het vernietigen van het tropisch regenwoud.’

Aqualink
Na de verhuizing van Dodewaard naar Doorwerth, besloot Pouwer lid te worden van Aqualink. ‘We zitten midden in de uiterwaarden en willen meer inzetten op de binnenvaart. We hopen via Aqualink kennis te kunnen inwinnen. Niet alleen via de organisatie, maar ook via collega bedrijven die ook watergebonden zijn.’

www.frankpouwer.nl

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid.

pouwer4klein

‘Je kunt het zo gek niet bedenken, of wij hebben het wel gedaan’

SCHAIJK Eén van zijn eerste klussen was op een werf aan de Kanaalhaven in Nijmegen. Tijdens het opruimen na afloop van het werk zag Eric Visschers  grote paniek aan de overkant van de haven en hoorde verschillende sirenes. Er lag een binnenvaartschip waarvan een bemanningslid overboord was gevallen. Alle hulpdiensten waren al ter plekke.

Visschers weet het nog goed. ‘De jongen was 19 jaar. Ze zeiden tegen mij waar ik hem kon vinden. Maar daar lag hij niet. Toen ben ik zelf gaan denken waar de jongen overboord kon zijn gevallen. Heb daar gedoken, vond hem meteen en heb hem naar boven gehaald. Hij lag echter inmiddels al 20 minuten in het water, werd nog gereanimeerd, maar hij kon helaas niet meer worden gered.’

Bijna 25 jaar later is duik- en bergingsbedrijf Visschers inmiddels een ‘natte aannemer’ geworden. Vooral door mond-op-mondreclame heeft Visschers het nu ‘hartstikke druk’. Visschers runt het bedrijf,  zijn vrouw Betty zit op kantoor.  Sinds kort is hun zoon Robin ook werkzaam binnen het bedrijf.  De duikopleiding hiervoor benodigd wordt in Noorwegen gegeven en duurt 16 weken. Na het volgen van theorie en veel praktijk, mag dan gedoken worden tot een diepte van vijftig meter.

Altijd op het water
Visschers had al van kleins af aan iets met water. ‘Ik heb altijd al wel een bootje gehad en ik was dus vaak op het water te vinden. Ik heb ook zes jaar bij de Marine gezeten en op Curaçao maakte ik mijn eerste duik. In dit heldere water had ik natuurlijk prachtig goed zicht en ik dacht direct dat ik van duiken mijn werk wilde maken. Ik ontmoette vervolgens een badmeester uit Nijmegen die een duikbedrijfje had. Toen hij stopte, heb ik zijn duikspullen overgenomen.’ Nadien is er voortdurend geïnvesteerd.
Inmiddels heeft Visschers nagenoeg al het materieel wat hij nodig heeft in eigen huis. Voor werk op het water heeft hij het werkschip Aquilo (14,30 x 6,50 meter) met kraan. Het werkschip is eventueel in twee delen over de weg is te vervoeren. Tevens beschikt hij over sleepboot met duwsteven Boreas, werkschip Snorkel met autolaadkraan, een beunbak van 18 x 3,50 meter, een ponton van 16 x 5 meter met een mobiele kraan voor bagger- en grondwerk en diverse koppelpontons, vervoerbaar met eigen vrachtwagen.

Maar het werk van Visschers speelt zich niet alleen af op de vaarwegen. Bouwkuipen maken, bijvoorbeeld voor een parkeergarage, hellingen repareren of nieuw hellingen aanleggen, onder water beton storten of juist een betonvloertje opblazen, leidingen onder de start- en landingsbanen van Schiphol controleren, een afsluiter in een put middenin een weiland erin zetten of een auto met zestien jaar lang vermiste personen erin naar boven halen. ‘Je kunt het zo gek niet bedenken, of wij hebben het wel gedaan’, vertelt Visschers.

In heel Europa
Maar hoewel Visschers zijn hand niet omdraait voor veel verschillende werkzaamheden, is duiken nog steeds de hoofdtaak van zijn bedrijf. En dat duikwerk zit in heel Europa. Zo moest hij ooit op de Azoren een door roerproblemen gestrand zeeschip voorzien van nieuw plaatwerk. ‘Het schip was in Turkije gebouwd en Turkse duikers hadden er al nieuwe platen op gelast, maar de lassen werden afgekeurd. Omdat iedere dag stilliggen voor zo’n schip veel geld kost, zijn wij direct in het vliegtuig gestapt. We moesten op negen meter diepte alles weer los slijpen en de platen opnieuw onder water erop lassen. We hadden in dit geval goed zicht, maar soms zie je helemaal niets. Dan moet je echt op je gevoel afgaan. En vaak zit je zo dicht op het werk dat je geen overzicht hebt.’

Ook de megajachten houden Visschers aan het werk. Het gaat dan vaak om reparaties, het vervangen van een kopschroef of plaatwerk. Onlangs moest hij nog alle stoppingen onder een megajacht uit het water halen. Maar hij werkte ook mee aan het ruimen van explosieven op diverse locaties. Tot een gewicht van tien kilo explosieve stof mag hij de explosieven van de bodem halen. In het buitenland mag hij ze dan ook vernietigen, in Nederland wordt dat over gelaten aan de EOD. ‘Ik ben in zulke gevallen dan de senior deskundige. Er wordt eerst vooronderzoek gedaan. Is bijvoorbeeld op die plek gevochten, is het Duitse of geallieerde munitie en meer van die vragen. Daarvan wordt een heel boekwerk opgesteld, hierin wordt ook een goede plek voor het springen bepaald’.

Pesthumeur
De binnenvaart heeft na 25 jaar nog steeds een speciaal plaatsje in het hart van Visschers. ‘We hebben een 24/7 service, dus schippers kunnen ons altijd bellen. En dat gebeurt, ook midden in de nacht. Ik weet dat een schipper door moeten kunnen varen. Zo heb ik een klant die tientallen schepen heeft varen. Een van deze schepen had een tractorband in de schroef gekregen. Die hadden we er uit weten te halen, maar een week later had een zusterschip een vrachtwagenband in de schroef. Zo’n radiaalband met veel staal erin. Het was net voor kerst, en ik kreeg maar een deel eruit. Ik had echt een pesthumeur, want het was niet gelukt en ik wist dat het schip pas eind januari het dok in kon. Ik had daar geen vrede mee. Ik heb toen de eigenaar van de schepen gebeld en gezegd dat ik het nogmaals op basis van “no cure, no pay” wilde proberen. Na zes uur was die band er eindelijk uit. De schipper en de bemanning stonden te applaudisseren. Daar doe je het dan uiteindelijk voor.’

www.visschersdiving.nl

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid.

Nieuw Aqualink-lid; binnenvaartadvocaat mr. Bob van Treijen

LENT Verzekeringszaken in het geval van een aanvaring, een geschil over een reparatie op een scheepswerf,  een 72-jarige schipper die zijn vaartijdenboek niet goed invulde en een boete kreeg ter hoogte van een maandloon of een hond van een schipper die verschillende mensen heeft gebeten. Het zijn zo’n maar een paar voorbeelden uit de praktijk van advocaat mr. Bob van Treijen die zich richt op ondernemers, en de binnenvaart als specialiteit heeft.

Van Treijen studeerde rechten in Nijmegen. Hij werd in zijn studententijd lid van de Nijmeegse studentenzeilvereniging en kwam zo in aanraking met de binnenvaart. Na het afstuderen werkte hij voor het Ministerie van Landbouw en een advocatenkantoor in Breda gericht op de binnenvaart. Hij begon in december 2015 zijn eigen kantoor in het Nijmeegse Lent. Inmiddels loopt begint de praktijk goed te draaien met veel zaken in de wereld van de binnenvaart. ‘Vaak is het een leuk samenspel tussen twee partijen en hun verzekeraars waarbij iets is misgegaan. Maar toch willen die partijen hun goede relatie met elkaar behouden. Dan is het dus niet alleen maar een juridische kwestie, maar probeer je ook naar een goede oplossing te zoeken.’

Beslaglegging
In het geval van schade of problemen op een werf, gaat het volgens Van Treijen vaak over techniek. En laat hij techniek nu altijd leuk gevonden hebben. Zelf reviseerde hij al eens een motorfiets. ‘Voor de werf en de schipper is de techniek vaak logisch, maar dat geldt niet voor de rechter. Die heeft vaak geen idee. Dan probeer ik het via beelden toch goed duidelijk te maken, want voor een rechter is dit vaak geen gesneden koek.’
In het geval van incasso’s zoals bij een scheepswerf, kan in het uiterste geval beslag worden gelegd op het schip. ‘Daarmee heb je vaak snel resultaat. Je legt dan het bedrijf stil en meestal wordt dan direct betaald. Maar voor een advocaat is dit echt heel erg risicovol. Want als je onterecht een schip aan de ketting legt, kunnen ze de schade op je verhalen. En dat kan flink omlopen als je een bedrijf stillegt. Dit is dus echt specialistenwerk.’

Diep geraakt
Van Treijen ging in het geval van de 72-jarige schipper die een paar dagen zijn vaartijdenboek niet goed had ingevuld door tot de Raad van State, maar kreeg ook daar geen gelijk. ‘Deze schipper viel af en toe voor een kennis in om zijn pensioen een beetje aan te vullen, maar kreeg controle. De boetehoogte was vastgelegd in een richtlijn en bedroeg in zijn geval ongeveer een maandsalaris. Dat vond ik onredelijk hoog. De Raad van State paste de richtlijn toe, zonder veel aandacht voor de persoonlijke omstandigheden en vond dat de schipper maar moest stoppen als hij door zijn leeftijd niet meer kon werken. De uitspraak van de rechter heeft mij diep geraakt.’
De advocaat ziet vaker gebeuren dat controleurs onterecht een boete constateren. ‘Soms is het ook niet duidelijk wat wel en niet mag. Mag je bijvoorbeeld een jerrycan met diesel aan boord hebben en moet je de luiken niet alleen sluiten, maar ook op slot doen. Vaak leggen de controleurs  de regels verkeerd uit, bijvoorbeeld bij het ADN.’

Aqualink
Onlangs werd van Treijen lid van Aqualink. Hij hoopt voor dit netwerk mensen te leren kennen in de branche en in de omgeving van Nijmegen. ‘Hiervoor werkte ik veel voor verzekeraars, nu hoop ik mooie dingen te kunnen bereiken voor hardwerkende ondernemers.’ (Tekst en foto: Erik van Huizen)

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid.