Tagarchief: milieu

Start proef duurzame technieken binnenvaart

DEN HAAG Het Europese demonstratieproject CLean INland SHipping (CLINSH) is op zoek naar binnenvaartondernemers die willen investeren in de verduurzaming van hun schip en willen bijdragen aan de kennis over emissiereducerende technieken voor de binnenvaart.

De provincie Zuid-Holland is lead partner van CLINSH en investeert samen met 16 partners uit België, Nederland, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk. Volgens gedeputeerde Rik Janssen is de binnenvaart een belangrijke schakel in de logistieke keten. ‘Om ook in de toekomst concurrerend te blijven moet de sector nu investeren in schonere schepen. Vanuit het CLINSH project ondersteunen we hen daarbij.’

‘Nu investeren’
De deelnemers aan CLINSH constateren dat de binnenvaart ‘op dit moment voor een opgave staat om te verduurzamen’. ‘Dat betekent dat de sector nu moet investeren in schonere schepen. Dit kunnen investeringen zijn in geheel schonere schepen, maar ook in schonere motoren en/of aanpassingen aan bestaande motoren of technieken. Doel is om de uitstoot van stikstofoxiden en fijnstof te verlagen. De internationale eisen op het gebied van energiebesparing en schone lucht worden immers strenger. En opdrachtgevers stellen goede milieuprestaties meer en meer als voorwaarde bij het inkopen van diensten.’

Selectie
De aanbesteding die in februari begint, gaat over de selectie van schepen die willen deelnemen aan CLINSH. Voor het project worden de volgende twee selecties gemaakt:
a) een selectie van 15 schepen die door de eigenaar worden uitgerust met emissie-reducerende technologie of alternatieve brandstof. Voorbeelden hiervan zijn nabehandelingssysteem SCR-DPF, Fuel Water Emulsion, hybride installatie, Liquefied Natural Gas of Gas to Liquid Fuel (GTL).
b) een selectie van 15 andere schepen die al varen met een emissie-reducerende technologie of alternatieve brandstof.

Op beide groepen schepen wordt apparatuur geplaatst en wordt gedurende 1 tot 2 jaar continu de uitstoot aan boord gemeten. Dit levert waardevolle informatie op over de milieuprestaties én operationele kosten bij toepassing van de verschillende technieken.

Vergoeding
Vanuit het project CLINSH wordt een financiële compensatie beschikbaar gesteld voor de diensten en de deelname aan het project. Voor de aankoop en installatie van de technologie kunnen de schippers tot 50% van de werkelijke kosten ontvangen inclusief een onkostenvergoeding van maximaal € 10.000,- per schip. De schippers die al met een emissie-reducerende technologie of alternatieve brandstof varen kunnen per schip max. € 10.000 onkostenvergoeding krijgen. ‘Daarnaast levert deelname aan het project kennis op over de verschillende technieken en bereikte milieuvoordelen, en een voorlopersrol binnen de sector. Wie deelneemt aan CLINSH kan dus een financiële compensatie krijgen voor het leveren van informatie die de verduurzaming van de binnenvaart kan versnellen.’

Over CLINSH
CLINSH is een demonstratieproject dat de effectiviteit en kosten van emissiereducerende technieken en alternatieve brandstoffen vanuit de praktijk in kaart brengt. CLINSH is op 1 september 2016 officieel van start gegaan en wordt ondersteund door het Europese LIFE fonds. De totale projectkosten zijn ruim 8,5 miljoen, waarmee 17 partners samen met het Europese Life Fonds investeren in diverse projecten die bijdragen aan een duurzame binnenvaart.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid.

Volg ons op Twitter en Facebook

Binnenvaart zet collectieve data om in meerwaarde

DEN HAAG Binnenvaartschepen verzamelen al een aantal jaren real time data om de schepen efficiënter te kunnen afladen en zuiniger te laten varen. In het project Co2Vadem+ krijgt de binnenvaartschipper een waterdiepte- en doorvaarthoogtevoorspeller en een brandstofverbruiksmonitor aan boord.

Aqualink-lid Autena is verantwoordelijk voor de ‘scheepszijde’ van het project. ‘Wij zorgen dat de diverse sensoren worden aangesloten op de zogenaamde “CoVadem Box”, die op zijn beurt de diverse meetwaardes verzamelt en verstuurt naar de server aan de wal’, vertelt Autena directeur Desiré Savelkoul. ‘Tevens onderhouden wij het netwerk.’

Naar 250 schepen
Co2Vadem+ is een project van het CoVadem-initiatief.  Daarin doen ruim 50 schepen al een paar jaar mee aan het gezamenlijk meten van de vaardiepte. Maar om binnenvaartschepen zo goed mogelijk af te laden met bulk of containers is een actuele waterdieptekaart alleen niet voldoende. Daarvoor zijn ook nauwkeurige en betrouwbare voorspellingen van de toekomstige waterdiepte en doorvaarthoogtes voor enkele dagen vooruit nodig. Het is de ambitie om CoVadem uiteindelijk als financieel zelfdragend initiatief te continueren en verder uit te bouwen. Om dat te bereiken is het nodig om de bestaande vloot uit te breiden naar 250 schepen. En dat is de ambitie. Is dat aantal bereikt, dan is er voldoende input om voor alle binnenvaartschepen meerwaarde te leveren. Naast de ontwikkeling van producten in het nu startende Co2Vadem+ is de opschaling van CoVadem dan ook een belangrijke focus voor de komende periode.

Meer opbrengsten
Met de nu te ontwikkelen diensten weet de binnenvaartschipper straks precies hoeveel lading hij mee kan nemen en kan hij het meest optimale vaarschema bepalen. Afgestemd op zijn schip, zijn route, reis en belading. Meer getransporteerde lading per reis en zuiniger varen moeten het resultaat zijn. Dit zorgt niet alleen voor minder kosten voor de schipper, maar ook voor meer opbrengsten. Tevens vermindert de uitstoot van CO2 per tonkilometer.

De door de binnenvaartschepen verzamelde data moet ook gaan bijdragen aan een beter onderhoud aan de vaarwegen en watermanagement. Hiervoor verzamelen de schepen ook gegevens over de bodem, waterstand en stroming. Deze anonieme gegevens uit CoVadem kunnen in combinatie met riviermodellen de rivierbeheerders en baggeraars helpen bij het op voorhand bepalen van de plekken waar gebaggerd moet worden. Zo kunnen er kosten worden bespaard en kan beheer slimmer worden aanbesteed.

Om een schip te kunnen laten deelnemen aan het project is het voldoende om de zogenoemde CoVadem box te installeren. Deze wordt aangesloten op de sensoren voor locatie (GPS), belading (beladingsmeter), kielspeling (dieptemeter) en op een brandstofverbruiksmeter. Indien deze niet aanwezig is, moet deze worden geïnstalleerd.

Brandstof besparen
Het brandstofverbruik van een binnenvaart schip is in hoge mate afhankelijk van de omstandigheden op de rivier en hoe de schipper daarmee omgaat. Optimaal gebruik van het inzicht in het verband tussen schip, reis en rivierconditie kan leiden tot een besparing van 10% op het brandstofverbruik. Maar dat vereist naast ervaring van de binnenvaartschipper ook betrouwbare en vooral actuele data. Dat doet de brandstofverbruiksmonitor. Deze presenteert straks de CO2-uitstoot en het brandstofverbruik in relatie tot de kielspeling, belading, stand van het roer en de vaarsnelheid. Daarmee moet de binnenvaartschipper beter inzicht krijgen in de prestaties van zijn schip. En doordat de binnenvaartondernemer niet alleen de beschikking heeft over actuele gegevens, maar ook alle historische data beschikbaar blijven, kan hij eenvoudig vergelijkingen maken en zoeken naar trends en samenhang.  
De binnenvaartschipper kan aan boord de verzamelde gegevens bekijken. Zo kan hij onder meer zien hoeveel liter brandstof de hoofdmotoren hebben verbruikt, hoeveel kilometer hij heeft gevaren, hoeveel tonnen hij heeft vervoerd en wat de gemiddelde kielspeling, vaarsnelheid en belading waren. Ook kan hij het voortschrijdend gemiddelde verbruik in liters per tonkilometer inzien en de totale CO2 uitstoot.
Omdat steeds meer partijen (bijvoorbeeld IKEA) vragen om een vertaling van de gegevens naar de werkelijke uitstoot per container zodat deze partijen dan in staat zijn om nauwkeurig hun CO2 footprint aan te geven. Ook wordt ook bekeken of het mogelijk is om een koppeling te maken met het in de containervaart vaak gebruikte containerstuwprogramma. Daarin worden de werkelijke uitstootgegevens gecombineerd met de logistieke gegevens die in het het ContainerPlanner stuwprogramma aanwezig zijn.

Waterdieptes
Met het betrouwbaarder voorspellen van toekomstige waterdieptes kunnen schepen beter worden afgeladen waardoor dezelfde vloot met een gelijk aantal reizen meer lading kan transporteren. Dit maakt het vervoer over water schoner en goedkoper. Zo moet de binnenvaart beter kunnen concurreren met het vervoer over de weg en het spoor. Ook wordt met betrouwbare voorspellingen de betrouwbaarheid van de aankomsttijd groter. Dat maakt het vervoer over water betrouwbaarder en wordt daarmee een beter alternatief voor het wegtransport. De resultaten van de voorspelde waterdiepte en de doorvaarthoogtes krijgt de binnenvaartschipper via een grafische webapplicatie gepresenteerd. Hoe deze gegevens het beste kunnen worden gevisualiseerd moet uit het onderzoek blijken.  
Door alle reizen van de vloot te analyseren op overeenkomsten tussen het schip, de reis en de riviercondities, moet de binnenvaartondernemer optimaal kunnen afladen en efficiënter kunnen varen. Daardoor bespaart de schipper niet alleen op de jaarlijkse brandstofkosten, maar bouwt hij ook een database met gegevens op waarmee hij in de toekomst zijn schepen nog efficiënter kan inzetten.  
Omdat de Nederlandse binnenvaartoperators hebben aangegeven dat de beperkingen in vaardiepte het meeste wordt ondervonden op de Duitse Rijn tussen Kaub en Maxau, richt het onderzoek zich op het traject van Rotterdam tot Maxau.

Financiering
Co2Vadem+ is een project binnen het grotere CoVadem initiatief, dat onder leiding van MARIN en de vaste partners Autena Marine en Bureau Telematica Binnenvaart  en Deltares al enige jaren loopt. Het project Co2Vadem+kan van start gaan dankzij financiering via de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) en de binnenvaart zelf. In totaal kost het project 1,2 miljoen euro. De binnenvaartsector draagt zelf ruim 600.000 euro bij. Het project is een coproductie van Deltares en MARIN en omvat naast de vaste partners Autena Marine en Bureau Telematica Binnenvaart ook de partijen Danser Group, NPRC, Heuvelman Groep, Shipping Factory, ThyssenKrupp Veerhaven, Koninklijke BLN Schuttevaer, de TU Delft en Rijkswaterstaat.
Het onderzoek moet eind 2018 zijn afgerond.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid.

Volg ons op Twitter en Facebook

Tweede Kamer praat over vergroenen binnenvaart

DEN HAAG De Tweede Kamer houdt woensdagmiddag van 16 tot 18.45 uur een hoorzitting en rondetafelgesprek over onder meer het vergroenen van de binnenvaart.

Directeur Khalid Tachi van het Expertise- en InnovatieCentrum Binnenvaart (EICB) maakte de Tweede Kamerleden duidelijk wat de stand van zaken is ten aanzien van de vergroening van de binnenvaart. ‘We hebben de afgelopen jaren samen met de verenigde partners binnen het EICB Innovation Lab een significante bijdrage geleverd aan ontwikkeling, demonstratie en standaardisatie van een reeks innovatieve technologieën in de binnenvaart. Deze technologieën bewijzen inmiddels hun nut bij het verbeteren van de klimaat- en milieuprestaties van de sector.’

tachiNaschakelen
Tachi wijst hierbij op het voorzien van nageschakelde apparatuur op bestaande motoren. ‘Deze toepassingen zorgen ervoor dat zowel het aandeel NOx als fijnstof in de uitlaatgassen na het verbrandingsproces gereduceerd wordt tot de nu geldende CCR2-norm. Langs deze weg is het tevens haalbaar om te voldoen aan de toekomstige NRMM Stage V-norm. Zaken die voorheen een bottleneck vormden voor deze oplossingsrichting, zoals gebrek aan vrije ruimte in de machinekamer, kunnen inmiddels slim worden opgelost door de benodigde apparatuur (katalysator of roetfilter) te integreren in de standaard aanwezige geluiddemper.’
De toepassing van nageschakelde apparatuur in combinatie met een ‘brandstof- optimaal afgestelde motor’ leidt volgens Tachi bovendien tot circa 10% brandstofefficiëntere voortstuwing dan een af-fabriek CCR2-gecertificeerde motor zónder nageschakelde techniek. Dankzij publieke stimuleringsregelingen (zoals de VERS-regeling, en de NOx-vrij regeling van de provincie Zuid-Holland en de gemeente Rotterdam) zijn intussen ruim honderd binnenvaartmotoren voorzien van een dergelijk systeem.’

LNG
De binnenvaartsector kent een aantal grootverbruikers. ‘Zo is 5.5% van de schepen verantwoordelijk voor liefst 30% van de totale uitstoot van de gehele vloot. Deze schepen verbruiken meer dan 500 m3 brandstof per jaar. Specifiek voor deze groep is Liquified Natural Gas (LNG) een geschikte vergroeningsoplossing. LNG onderscheidt zich doordat het de schoonste fossiele brandstof is, die bovendien zónder nageschakelde techniek zal kunnen voldoen aan de aanstaande NRMM stage V-eisen.
Op dit moment ondervindt de brede toepasbaarheid van LNG hinder van de lage olieprijs. Ook vormt de relatief hoge investering voor een LNG-aandrijving van gemiddeld 1,2 miljoen euro voor veel ondernemers nog een hindernis. Dat heeft een ongunstig effect op de business case. Onder voorwaarden is de interesse vanuit de sector echter blijvend. Een combinatie van lagere investeringskosten door schaalvoordeel en een groter prijsverschil met diesel, kan het aantal schepen dat geschikt is voor LNG in Nederland doen toenemen. Momenteel varen er 6 binnenvaartschepen op LNG de verwachting is dat het er 27 in 2018 zullen zijn.’
Aanvullend bestaan alternatieve mogelijkheden tot verdere emissiereductie van de binnenvaartvloot, waaronder de toepassing van Gas-to-Liquid (GTL) en Water-brandstof-emulsie. ‘Het toepassen van dergelijke oplossingen in de binnenvaart is relatief laagdrempelig en heeft in zekere mate effect op de emissies van de vloot, al is het effect geringer dan eerdergenoemde praktijkvoorbeelden.

Vergroeningsfonds
Versnelling van de vergroening van de binnenvaart kan volgens het EICB niet zonder publieke impuls. ‘De Europese en nationale ambities voor emissiereductie in de binnenvaart zijn aanzienlijk: een reductie van 60% van CO2-uitstoot in 2050, te beginnen met een (geleidelijke) reductie vanaf 2019/2020 voor nieuwe motoren in de vaart conform NRMM Stage V van tenminste 80% voor NOx en PM ten opzichte van de huidige CCR2-norm. Met alleen de NRMM Stage V zal vergroening van de binnenvaartvloot naar verwachting in een traag tempo verlopen. De gewenste versnelling wordt met bestaande programma’s van overheden en maatregelen van havenbedrijven bovendien nog onvoldoende bereikt:
– Kortingen op havengelden leveren een bescheiden voordeel op in exploitatiekosten, en leiden niet tot versterking van de financieringsbasis voor investeringen;
– Fiscale regelingen VAMIL, MIA en EIA zijn alleen van toepassing voor winstmakende ondernemingen, en leveren ook in dit geval beperkte revenuen op;
– Bestaande subsidieregeling in Nederland voor de binnenvaart gericht op innovatieve investeringen in duurzaamheid kent een beperkt budget en een korte looptijd. In vergelijking met deze regeling, hebben de lopende programma’s in Duitsland, Frankrijk en Belgiëeen ruimer budget en langere looptijd. Het laatste laat onverlet dat subsidieregelingen in West-Europa gezamenlijk een beperkt bereik en tijdelijk karakter hebben.
Financiering blijkt in veel gevallen een zeer belangrijke bottleneck voor de verduurzaming van de binnenvaart. Eigen vermogen van binnenvaartondernemers en bancaire leningen bieden de komende 10-15 jaar onvoldoende ruimte voor de realisatie van benodigde investeringen. Daadwerkelijke versnelling zal daarom een structurele aanpak vereisen, die mede wordt aangejaagd door een publieke impuls. De oprichting van een Vergroeningsfonds met een significante bijdrage van de overheid dat ten minste tot 2030 operationeel zal zijn, maakt hiervan noodzakelijk onderdeel uit.’

De praktijk
Binnenvaartondernemer Jacob Verdonk van het ms Anda (135 x 11.45, ca. 4000 ton) deelt tijdens de hoorzitting zijn ervaringen met varen op een ‘groen’ schip. Het in 2009 gebouwde schip werd vanaf de bouw uitgerust met de op dat moment best beschikbare technieken betreffende duurzaamheid. ‘Dit houdt in dat wij een Nox reductie hebben van 90% en 97% op PM10 ten opzichte van de, nu nog altijd geldende, emissie eisen. Dit maakte ons tot het meest duurzame binnenvaart schip van Europa, wat vergelijkbaar is met de huidige euro 6 vrachtauto.’

OLYMPUS DIGITAL CAMERA
OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Helaas heeft de markt daar volgens Verdonk nog altijd geen antwoord op. ‘Wij hebben geprobeerd om de markt te beinvloeden door rechtstreeks contact te zoeken met verladers. In deze zoektocht hebben wij kennis gemaakt met het Lean and Green netwerk en daar hebben wij ondertussen de Lean and Green Star mogen ontvangen. Daarnaast staan wij op het punt om de tweede star te behalen. De contacten binnen dit netwerk leveren verbazend interessante inzichten en gesprekken op. Zo hebben veel verladers geen enkel idee wat ze eigenlijk met een binnenvaart schip kunnen, laat staan dat ze iets weten over de milieuprestaties van schepen. De lijnen naar een transport over water zijn lastig te ontdekken volgens een aantal grote Nederlandse verladers. Gelukkig is de interesse om elkaar beter te leren kennen wel aanwezig. Via het “project maatwerk” van het BVB zien we dan ook al vele positieve ontwikkelingen. Echter, er is nog een lange weg te gaan voordat duurzaamheid beloond wordt. En dat terwijl de sector zoveel te bieden heeft voor de “BV Nederland” en zelfs voor de “BV Europa”.

Niet beloond
Volgens Verdonk wordt duurzaamheid (nog) niet voldoende beloond in de binnenvaart. ‘De bevrachter is de schakel tussen binnenvaartondernemer en verlader. Als de verlader duurzame schepen verlangt dan zal de bevrachter hier gehoor aan moeten geven. In de praktijk gebeurt dit echter nog veel te weinig. Helaas constateren we ook regelmatig dat de vraag vanuit de verlader er wel is maar dat de bevrachter hier nog eigenlijk niets mee doet. De vraag naar duurzaamheid zal daarom eerst duidelijker en dwingender gesteld moeten worden, voordat er meer duurzaamheid aangeboden kan worden.’
Verdonk is er van overtuigd dat de milieuafspraken van Parijs alleen kunnen worden behaald indien verladers en andere grote bedrijven meegaan in het vergroenen van de binnenvaart. ‘De verantwoordelijkheid van de verladers gaat natuurlijk nog verder, want duurzaamheid stopt niet bij een schone lucht. Kloppende afspraken over laden en lossen (‘Just in time’ kunnen varen), goede voorzieningen voor de bemanning aan boord van het schip en op de laad en losplaatsen (veiligheid), als ook het opleiden van goed geschoold personeel (persoonlijke ontwikkeling en dus weer veiligheid), horen bij de basis principes van het MVO ondernemen.’

De hoorzitting is live te volgen via debat direct.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid.

Volg ons op Twitter en Facebook

Proef met meten van emissies aan boord

DEN HAAG Minister Schultz van Haegen van Infrastructuur en Milieu (I&M) heeft vandaag een Green Deal getekend met brancheorganisaties, bedrijven en onderzoeksinstituten in de binnenvaart. Doel is om instrumenten te testen op hun bruikbaarheid om aan boord van binnenvaartschepen luchtemissies te meten, het zogenoemde ‘meten aan pijp’. Uiterlijk eind 2018 moet de Green Deal resulteren in een gedeelde visie over de bruikbaarheid en betrouwbaarheid van de onderzochte meetsystemen.

schultz2‘Om de binnenvaart concurrerend te houden is verbetering van de milieuprestaties essentieel’, stelt der minister. ‘Als we geschikte instrumenten hebben om aan boord energieverbruik en emissies te meten, kunnen we zien welke maatregelen en investeringen het meest effectief zijn en zijn we een stap dichter bij zuiniger, schoner en niet te vergeten goedkoper vervoer over water.’

Zes tot acht schepen
TNO ontwikkelde een methode en apparatuur om de praktijkemissies aan boord inzichtelijk te maken. Handhavende organisaties kunnen op basis van die gegevens controleren of de schepen aan de vereiste emissielimieten voldoen. En binnenvaartschippers kunnen hiermee inschatten welke maatregelen zij moeten nemen als ze nog niet aan de eisen voldoen.
Het door TNO eerder voor het wegverkeer ontwikkelde apparaat, Smart Emission Measurement System (SEMS), komt aan boord van zes tot acht schepen. Een half jaar lang wordt daarmee de daadwerkelijke uitstoot van NOx en CO2 gemeten, evenals het brandstofverbruik. Schippers krijgen zo inzicht in hun vaarprofiel en TNO kan hen op basis van de meetgegevens adviseren met welke maatregelen zij uitstoot en verbruik kunnen terugdringen. Ook gebruikt TNO de data voor het ontwikkelen van een online tool die schippers tijdens het varen adviseert hoe dit schoner en zuiniger kan.
De resultaten van het project deelt TNO met het ministerie van I&M en de partners in de Green Deal.

Creativiteit
Partijen hopen met de Green Deal gezamenlijk de creativiteit en het ondernemerschap los te maken om deze innovatie tot stand te brengen. De huidige regelgeving voor de milieuprestaties van binnenvaartschepen is gebaseerd op zogenoemde ‘proefstandmetingen’. Daaraan ontlenen scheepsmotoren hun typegoedkeuring. Proefstandmetingen worden verricht voordat de motoren op de markt komen en zeggen dus weinig over de emissiewaarden in de praktijk. Het aan boord meten van de feitelijke uitstoot kan schippers aanzetten tot ander vaargedrag en tot investeringen in duurzamere motoren of nabehandelingstechnieken zoals filters. Door samen vaardata te meten, delen en analyseren, zetten de schippers, brancheorganisaties en onderzoeksinstituten een belangrijke stap in het daadwerkelijk schoner maken van de binnenvaart.
De Green Deal is een uitwerking van de Maritieme Strategie uit 2015. Ook levert deze een bijdrage aan de uitwerking van de Brandstofvisie uit 2014. Uitkomsten van de Green Deal kunnen hun doorwerking hebben naar internationale regelgeving voor de binnenvaart.

Ondertekenaars
Ondertekenaars van de Green Deal zijn naast minister Schultz: minister Kamp van Economische Zaken, Havenbedrijf Rotterdam, Koninklijke BLN-Schuttevaer, Centraal Bureau voor de Rijn- en Binnenvaart, MARIN, Blueco Benelux BV, Vereniging voor Importeurs van Verbrandingsmotoren, Stichting Green Award, STC-Nestra, TNO, SGS Nederland BV,  ECN, Expertise en InnovatieCentrum Binnenvaart, EVO en Stichting Maritime Monitoring Institute.

Toespraak van minister Schultz van Haegen voor de bijeenkomst bij de ondertekening van de Green Deal Continue On-Board Analyse en Diagnose emissies binnenvaart (COBALD) voor de binnenvaart op 12 september 2016.

Dames en heren,

Allemaal van harte welkom! Dit is een mooi moment voor de Nederlandse binnenvaart. De ondertekening van de Green Deal COBALD is een stap waar u trots op kunt zijn. We gaan pionieren en verkennen om onze koppositie als meest moderne en duurzame binnenvaartvloot te verstevigen.

Waar het om gaat is het on board en real time meten van de emissie: dát willen we mogelijk maken. U gaat de komende 2 jaar kijken wat daarvoor nodig is en op welke manier dit het beste kan worden gerealiseerd. Dat gebeurt aan de hand van concrete praktijktesten.

Dit alles is een hele positieve ontwikkeling. Ik heb er veel waardering voor dat de sector ambitie toont en kansen ziet om met behulp van moderne technologie zichzelf te vernieuwen.

Het belang is helder: het gaat om de concurrentiepositie van de sector ten opzichte van andere mogelijkheden van vervoer. Duurzaamheid is altijd een sterk punt geweest.

 De binnenvaart heeft nog altijd wat dat punt betreft een voorsprong ten opzichte van het wegvervoer. Maar het wegvervoer haalt snel in, dankzij de komst van nieuwe schonere motoren, zoals de Euro VII, en zelfs elektrisch vervoer in de toekomst.

Nieuwe initiatieven zijn dus nodig. En wat nog belangrijker en essentiëler is, is dat je kunt aantonen dat schonere motoren, schonere brandstof en allerlei aanpassingen aan de schepen ook daadwerkelijk effect hebben. Met het huidige systeem van proefstandmetingen is dat niet mogelijk.  

We zien aan de discussies over de autoindustrie hoe belangrijk goed zicht op de praktijk is. We willen ons niet baseren op glimmende folders maar een eerlijk zicht op de praktijk.

Er is ook een Europees belang. De Nederlandse vloot is ongeveer de helft van de West-Europese vloot. Als wij erin slagen om ons meetsysteem te verbeteren weet ik zeker dat dit navolging krijgt van andere landen. Dat is ook wel nodig want het tempo en de schaal van vergroening van de West-Europese vloot laat te wensen over. Ik heb dit in juni ook aan de Kamer gemeld.

De Europese maatregelen die nu bekend zijn laten in ieder geval te weinig resultaat zien om de doelstellingen van 2040 te kunnen halen. Er is een aanvullende aanpak nodig. Ik zal daar in mijn gesprekken in EU en CCR-verband dan ook op aandringen.

Onze Green Deal is daarvoor van belang. Want de basis voor wat voor maatregel dan ook, is dat je real time kunt meten wat het effect is in de praktijk. Daarom is deze Green Deal nationaal en internationaal van groot belang.

Ik weet dat er voor de binnenvaart in technisch opzicht nog heel wat hobbels te nemen zijn. Daarom is het goed dat we samenwerken en dat verschillende initiatieven bij elkaar worden getrokken. Voor de sector als geheel is het beter om een gemeenschappelijk doel te stellen en te profiteren van elkaars kennis en ervaringen.

Ik ben ervan overtuigd dat de sector met zo’n nieuw meetsysteem sterker van wordt. Om maar een paar voorbeelden te noemen:

– De schipper krijgt een beter inzicht in het effect van zijn vaargedrag.
– Binnenvaartondernemers kunnen zich met hun milieuprestaties profileren voor verladers.
– Verladers kunnen met feitelijke emissieprestaties rekening houden bij de keuze van vervoerders.
– Havenbedrijven kunnen aan de hand hiervan de toegang van havens reguleren.
– En op langere termijn kan het de handhaving verbeteren van emissies.

Dat is het wenkend perspectief. En er is dus alle reden om met deze Green Deal daadwerkelijk aan de slag te gaan.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid.

Volg ons op Twitter en Facebook

Maritieme maakindustrie en binnenvaart willen vergroenen

DEN HAAG Koninklijke BLN-Schuttevaer en Netherlands Maritime Technology hebben deze week in de Tweede Kamer een petitie voor een vergroeningsplan aangeboden. Negen leden van de vaste Kamercommissies voor Infrastructuur en Milieu en Economische Zaken waren daarbij aanwezig.

Voorzitter van de vaste Kamercommissie van Infrastructuur en Milieu, Tjeerd van Dekken (PvdA) nam de petitie uit handen van Roel de Graaf (Managing Director NMT) en Roland Kortenhorst (voorzitter Koninklijke BLN-Schuttevaer) in ontvangst. Duidelijk werd gemaakt dat de maritieme maakindustrie beschikt over vele klimaat- en milieuverbeterende technologieën, die onder andere in de binnenvaart ingezet kunnen worden.

‘Waardevol’
Kamerleden Betty de Boer (VVD), Remco Dijkstra (VVD), Eric Smaling (SP), Martijn van Helvert (CDA), Salima Belhaj (D66), Eppo Bruins (CU), Roelof Bisschop (SGP) en Johan Houwers (onafhankelijk kamerlid) waren aanwezig tijdens het aanbieden van de petitie.
Meerderen van hen gaven direct aan dat het aangeboden vergroeningsplan waardevol is voor hun verkiezingsprogramma’s en dat ze de boodschap van de sector gaan oppakken. Tevens spraken zij hun waardering uit voor de studie die deel uitmaakt van het vergroeningsplan.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid.

Volg ons op Twitter en Facebook

Nijmegen krijgt mobiele walstroomgenerator

NIJMEGEN Binnenvaartschippers die Nijmegen aandoen, kunnen voortaan gebruik maken van een mobiele walstroomgenerator op biogas. De spits Picaro was het eerste schip dat duurzame stroom kreeg geleverd.

De Nijmeegse wethouder duurzaamheid, Harriët Tiemens nam maandag 4 april de eerste mobiele walstroomgenerator in gebruik. Doel van het project is om op plekken waar geen ‘vaste’ walstroom aanwezig is toch walstroom aan te kunnen bieden aan binnenvaartschepen voor het elektriciteitsgebruik aan boord.

Gelijke tarieven
De tarieven voor mobiele walstroom zijn gelijk aan vaste walstroomtarieven. De mobiele walstroomgenerator wordt ingezet als aanvulling op de vaste walstroomkasten in Nijmegen. In Nijmegen wordt vooral vraag verwacht vanuit de diverse kanaalhavens en de tijdelijke haven aan de noordkant van Nijmegen.

Jaarlijks varen er 165.000 vrachtschepen via Nijmegen, die samen goed zijn voor 160 miljoen ton aan goederen. Revitalisering van de havens is in volle gang. Er wordt gewerkt aan kades, groen, infrastructuur en bereikbaarheid, om ook de toekomst van het havengebied zeker te stellen. Daarbij is veel aandacht voor duurzame maatregelen. Zo geeft Nijmegen bijvoorbeeld al korting op de havengelden voor schonere, stillere en zuinigere schepen die in het bezit zijn van een Green Award.

Het demonstratieproject ‘Walstroom zonder Wal’ is een samenwerking van Mobiele Stroom BV en de gemeente Nijmegen. (Foto Edwin van der Staaij)

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid.

Bedrijven moeten meer energie gaan besparen

DEN HAAG Bedrijven moeten meer aan de slag met energiebesparing. Dat is nodig in het kader van het Energieakkoord, en is ook wettelijk verplicht. Omdat de overheid de wet strenger gaat handhaven, moeten bedrijven niet afwachten. Investeringen zijn binnen vijf jaar terug te verdienen.

Om bedrijven aan de gang te laten gaan met energiebesparing, komen MKB-Nederland en VNO-NCW dit jaar met een project om middelgrote bedrijven te helpen om energie te besparen. Bedrijven kunnen via een MKB Energy CheckUp hun energiegebruik in kaart brengen en nagaan welke besparingsmaatregelen zij kunnen doorvoeren. De benodigde investeringen variëren van honderden tot tienduizenden euro’s. Er wordt nog gezocht naar een slimme manier om die investeringen over vijf jaar uit te smeren. Na vijf jaar profiteren bedrijven van de lagere energierekening die zij gaan betalen.

Niet bestraffend

De gemeenten, die gaan controleren of bedrijven voldoende energiebesparende maatregelen hebben genomen, moeten daarbij niet te veel het bestraffende vingertje hanteren, stellen MKB-Nederland en VNO-NCW. ‘Beter is om bedrijven met advies terzijde te staan bij het nemen van maatregelen.’

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid.

E-ticket Maritime Industry aanvragen.