Tagarchief: binnenvaart

Groei binnenvaart vlakt komende jaren af

ZOETERMEER De binnenvaart krijgt de komende jaren te maken met een afvlakkende groei. Wordt voor het komende jaar nog een groei van 2,5% verwacht, de jaren erna bedraagt de groei nog maar ruim 1%. Belangrijkste oorzaak is het dalende vervoer van kolen met 2,3%.

Onderzoeksbureau Panteia concludeert de afvlakkende groei in de binnenvaart in de middellange termijn prognose. Vanwege het dalende kolenvervoer groeien de volumes in de binnenvaart van 318 miljoen ton vorig jaar en 326 miljoen ton dit jaar, naar 344 miljoen ton in 2021. Het onderzoeksbureau verwacht in de droge lading een stijging van 21 miljoen ton lading tot 2021, de verwachting is dat de tankvaart dan ruim 6,6 miljoen ton extra lading vervoert, voor de duwvaart voorziet Panteia een daling van 1,8 miljoen ton.

Droge lading
Panteia verwacht dat de droge-ladingvaart over vier jaar 194 miljoen ton lading vervoert. Vorig jaar vervoerde de droge-ladingschepen in totaal nog 173 miljoen ton, waarvan 71 miljoen was bestemd voor de binnenlandse markt en 63 miljoen voor de export naar vooral Duitsland en België. Vanuit die landen vond 39 miljoen aan invoer plaats. Voor 2017 wordt een vervoerd volume verwacht van 181 miljoen ton.

Klik voor vergroting

De groei tot 2021 vindt vooral plaats bij de motorvrachtschepen van 110 meter en langer (+13 miljoen ton) en de koppelverbanden (+6 miljoen ton). Dat komt omdat vooral het vervoer van containers stijgt. Bijna 40% van de stijging kan worden toegerekend aan het containervervoer. Nieuw te openen containerterminals in Almelo, Doesburg, Lelystad en Weert dragen hier volgens de onderzoekers aan bij. Kleine schepen kennen een stabiel volume.

De droge-ladingvaart profiteert ook van een toenemende inzet van koppelverbanden bij het vervoer van kolen en ertsen. Nieuw te openen kolencentrales in Frankfurt am Main en Datteln in 2018 zorgen voor een tijdelijke toename van steenkolenvervoer. Hierdoor neemt naar verwachting het steenkolenvervoer per motorvrachtschip de komende jaren nog toe. Dit ondanks de sluiting van bijvoorbeeld de oudere centrales langs het Franse deel van de Moezel en bij Hamm. Duwbakken gaan echter significant minder kolen vervoeren. Ook gaat rond 2019 naar verwachting een goederenstroom met cementklinker gaan lopen tussen Wallonië en Limburg van ongeveer één miljoen ton per jaar.

Meer chemicaliën
Panteia verwacht dat de tankvaart over vier jaar 107 miljoen ton transporteert. Hiervan wordt 36 miljoen ton binnenlands vervoerd, is 42 miljoen ton bestemd voor de export en 29 miljoen ton wordt geïmporteerd. Met een stijging van 10 miljoen ton wordt vooral groei gezien bij het vervoer van chemicaliën. De import van cement en vliegas per poedertankschip neemt daarentegen af.
De stijging tot 107 miljoen ton lading in 2021 betekent een stijging van 6,6% ten opzichte van 2016 toen 100 miljoen ton lading werd vervoerd. Hiervan was 35 miljoen bestemd voor de binnenlandse markt, 39 miljoen werd geëxporteerd naar met name Duitsland en België en vanuit die landen vond 26 miljoen aan invoer plaats. Voor dit jaar wordt een beperkte daling naar 99 miljoen ton verwacht.

Meer in koppelverband
Voor 2021 verwacht Panteia een daling in de duwvaart van 3,9% ten opzichte van 2016 naar 43,7 miljoen ton. In het binnenlands vervoer wordt een toenemende inzet van duwbakken voorzien, voornamelijk bij het transport van veevoeders met duwbakken. Het internationaal transport met duwbakken neemt echter af met 10,4%. Dit is het gevolg van de verplaatsing van kolen- en ertstransport van duwstellen naar koppelverbanden met één tot zelfs drie duwbakken.
De duwstellen vervoerden vorig jaar in totaal 45,5 miljoen ton aan lading. Hiervan was 10,1 miljoen bestemd voor de binnenlandse markt en 33,6 miljoen werd geëxporteerd naar hoofdzakelijk Duitsland en België. Vanuit die landen vond slechts 1,8 miljoen ton aan invoer plaats. Voor dit jaar wordt een beperkte stijging naar 46,2 miljoen ton verwacht.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid.

Volg ons op Twitter en Facebook

Onderzoek aanvaring Grave ‘ter lering en verbetering’

NIJMEGEN Rijkswaterstaat, de waterschappen en de veiligheidsregio’s laten onderzoeksbureau Berenschot een evaluatieonderzoek doen naar de aanvaring van de stuw van Grave. Het onderzoek richt zich op de eerste 48 uur na de aanvaring van de stuw. De resultaten van het onderzoek moeten voor de zomer bekend zijn.

Het onderzoek gaat in op hoe de betrokken partijen met de crisis zijn omgegaan. Hierbij is het de vraag hoe de samenwerking tussen de partijen en hoe de informatie- en communicatielijnen liepen. Ook wordt onderzocht hoe gemeente-, regio- en provincie deze grensoverschrijdende calamiteit hebben opgepakt. Doel van het onderzoek is leren en verbeteren. ‘Dat betekent dat er niet zozeer naar een schuldvraag wordt gezocht, hoe liep het buiten, ging alles volgens de regels en wie was waarvoor verantwoordelijkheid, maar dat er wordt gestuurd op verbeterpunten voor de toekomst. Zo krijgen alle betrokken partijen inzicht in wat de beste aanpak is bij grote regio overschrijdende calamiteiten.’

Aanvaring zelf
De Onderzoeksraad voor Veiligheid maakte eerder al bekend een onderzoek te starten naar de aanvaring eind december vorig jaar. De binnenvaarttanker Maria Valentine voer toen geladen met benzeen door de stuw van Grave. Als gevolg hiervan raakte het schip en de stuw beschadigd. De stuw kon daardoor niet meer zijn normale functie vervullen. De waterstand in zowel de Maas als het Maas-Waalkanaal daalde daardoor meters zodat de Maas tussen Grave en Sambeek onbevaarbaar werd. De Onderzoeksraad richt zich in haar onderzoek op de aanvaring zelf, maar ook op de wijze waarop is omgegaan met de gevolgen.

Begeleiding
De dagelijkse begeleiding van het onderzoek door Berenschot wordt naast het Departementaal Coördinatiecentrum Crisisbeheersing, onderdeel van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu (DCC), verzorgd door een regiegroep bestaande uit vertegenwoordigers van Rijkswaterstaat, de drie veiligheidsregio’s Gelderland-Zuid, Brabant-Noord en Limburg-Noord en de betrokken waterschappen Rivierenland, Aa en Maas en Limburg.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid.

Volg ons op Twitter en Facebook

Binnenvaartcijfers vanaf nu op internet

ROTTERDAM 8.279 is het aantal schepen dat de binnenvaart onder Nederlandse vlag telt en de binnenvaart vervoerde in het voorgaande kwartaal ruim 90 miljoen ton lading. Deze en andere cijfers zijn vanaf nu te raadplegen op de website binnenvaartcijfers.nl.

Op de website presenteren het Bureau Voorlichting Binnenvaart (BVB) en de Binnenvaartkrant een groot aantal statistieken over de sector. De website is het resultaat van een samenwerking tussen het BVB en de Binnenvaartkrant, met ondersteuning van de Stichting Watertransport. Met de website hopen het BVB en De Binnenvaartkrant bij te kunnen dragen aan meer transparantie in en kennis over de binnenvaart.

‘Up-to-date’
Op de website zijn eenvoudig de belangrijkste cijfers te vinden over goederentransport in Europa en meer specifiek in Nederland. Alle grafieken en tabellen op de website worden permanent up-to-date gehouden door een automatische koppeling met verschillende bronnen. Naast openbare bronnen als CBS en Eurostat heeft ook de IVR gegevens (van het Rijnschepenregister) ter beschikking gesteld.

De website werd woensdag 22 februari gelanceerd in het World Port Center in Rotterdam bij het Binnenvaartdebat tussen Tweede Kamerleden. ‘Volksvertegenwoordigers zullen de eerste zijn, die beamen dat actuele cijfers essentieel zijn voor de bepaling van hun standpunt’, melden de initiatiefnemers. ‘Maar ook onderzoekers, journalisten, studenten, beleidsbepalers, consultants en uiteraard de opdrachtgevers van de binnenvaart zullen de bundeling van actuele gegevens op www.binnenvaartcijfers.nl toejuichen. Want actueel cijfermateriaal is noodzakelijk voor onderzoek, discussie, inzicht en planning.’

‘Logische stap’
De nieuwe website is onderdeel van de brede Blue Road campagne waar de binnenvaart zich als duurzaam alternatief voor het vervoer van goederen presenteert. Als basis voor de keuze voor welke gegevens gepresenteerd worden op de website diende de regelmatig verschijnende uitgave ‘Waardevol Transport’ van het BVB. ‘Een digitale internetuitgave is een logische volgende stap voor deze publicatie. Het BVB en De Binnenvaartkrant hebben gekozen voor een ‘groeimodel’, waarbij de komende jaren steeds nieuwe statistieken worden toegevoegd.’ Tevens zijn via de website de meest actuele rapporten over de Europese binnenvaart te downloaden.

www.binnenvaartcijfers.nl

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid.

Volg ons op Twitter en Facebook

RWS begint met modernisering overnachtingshaven Lobith

LOBITH Rijkswaterstaat begint in maart met de modernisering van de overnachtingshaven Lobith. De werkzaamheden duren het hele jaar zodat aan het einde van dit jaar de haven weer volledig in gebruik kan worden genomen.

De aannemer gaat in de huidige overnachtingshaven Lobith baggeren zodat de haven wordt verdiept en de invaart wordt verbreed. Ook komen er meer voorzieningen zoals een autoafzetsteiger, extra parkeerplaatsen en krijgen alle steigers walstroom en blusvoorzieningen. De haven biedt na de modernisering plaats aan 18 schepen tot een maximale lengte van 110 meter.

Inloopbijeenkomst
Rijkswaterstaat en de aannemer houden donderdag 23 februari van 19.45 uur tot 21.30 uur een inloopbijeenkomst in het buurthuis aan de Berenicestraat in Tolkamer (Tuindorp). Rijkswaterstaat en de aannemer staan klaar om een toelichting te geven op de plannen en werkzaamheden en vragen hierover te beantwoorden. Om 19.45 uur openen de deuren van het buurthuis. Na een korte presentatie om 20.00 uur is er tot 21.30 uur de mogelijkheid om binnen te lopen. Vooraf aanmelden is niet nodig.

Nieuwe haven Spijk
Overigens wordt niet alleen de haven bij Lobith gemoderniseerd. Om de binnenvaart op de rivier tussen de Duitse grens en Tiel de beschikking te geven over een groter aantal overnachtingsplaatsen, komt in de Bijenwaard bij Spijk een nieuwe overnachtingshaven met ongeveer 50 ligplaatsen. De werkzaamheden hiervoor starten in het najaar van 2019. Deze nieuwe haven wordt naar verwachting eind 2021 in gebruik genomen.

Meer over dit project is te lezen op de projectpagina Waal: modernisering overnachtingshaven Lobith.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid.

Volg ons op Twitter en Facebook

Kosten binnenvaart stijgen na jaren weer

ZOETERMEER De kosten in de binnenvaart stijgen dit jaar met ruim zeven procent maximaal. De belangrijkste oorzaak van deze kostenstijging is de hogere brandstofprijs. De afgelopen vier jaren daalden de kosten in de binnenvaart jaar op jaar.

Het afgelopen jaar liet juist nog lagere kosten zien, dit kwam vooral vanwege de lage brandstofprijzen. Hierdoor is er ook een grote variëteit in de kostenontwikkeling te zien.  De kosten van schepen met veel vaaruren worden daardoor sterker beïnvloed door brandstofprijzen. Dit concludeert Panteia in de kostenrapportages voor de binnenvaart die in opdracht van het Centraal Bureau voor de Rijn- en Binnenvaart (CBRB) werden gemaakt.

Vooruitblik
Afhankelijk van het type reis en schip stijgen de kosten dit jaar tussen de 2,6% en 7,1%. In de zand- en grindvaart wordt voor het komende jaar bijvoorbeeld een kostenstijging verwacht tussen de 3,1% en 5,1%. Schepen met veel vaaruren kennen de grootste stijging door het grote aandeel van brandstofkosten in de totale exploitatiekosten. ‘De ontwikkeling van de gasolieprijs moet dus scherp worden gevolgd. Want de  brandstofprijs is behoorlijk onvoorspelbaar en sterk afhankelijk van de omstandigheden die de wereldwijde oliemarkt bepalen. De huidige brandstofprijzen liggen zelfs al hoger dan het gemiddelde dat voor dit jaar is voorzien.

Indien de brandstofkosten buiten beschouwing worden gelaten, dan stijgen de kosten in de binnenvaart tussen de 0,9% en 1,8%. Bovenop de hogere brandstofprijs stijgen ook de arbeids- en onderhoudskosten. Enkel de kapitaalkosten (-3,6%) dalen als gevolg van de lagere rentes die worden verwacht.

Het afgelopen jaar
De kosten in de binnenvaart daalden vorig jaar nog tussen de 0,7% en 6,0% ten opzichte van 2015. In de zand- en grindvaart daalden de kosten tussen de 1,9% en 3,8%. Deze kostendaling is vooral het gevolg van de dalende brandstofprijzen. De grootste daling in de kosten was te zien bij kapitaalintensieve schepen zoals jonge tankers en grote droge lading schepen, en de schepen die relatief veel vaaruren maken. Bij deze schepen is het aandeel van brandstofkosten in de totale exploitatiekosten groot, bijvoorbeeld in de tankvaart en de duwvaart.

Daar waar de rentelasten (-11,4%) en brandstofprijzen (-13,3%) daalden, stegen andere kosten beperkt. De toenemende bedrijvigheid in de binnenvaart zorgde er voor dat de reparatie- en onderhoudskosten met 2,0% stegen. Ook werd de factor arbeid 1,5% duurder. De waarde van de schepen bleef gelijk, en bij een gelijkblijvende verzekeringspremie resulteerde dit in een stabilisatie van de verzekeringskosten.

Nieuwbouwperspectieven
In het rapport ‘Kostenstructuur zand- en grindvaart 2016 en raming 2017’ analyseert Panteia ook het kostenniveau van nieuwbouw-(beun)schepen in vergelijking tot bestaande schepen. Voor 2016 en 2017 wordt geconstateerd dat nieuwbouwschepen nog altijd  hogere exploitatiekosten laten zien dan de bestaande schepen. In 2017 liggen de exploitatiekosten voor een nieuwbouwschip van 80 à 86 meter 5,8% hoger dan bestaande schepen, bij een continue exploitatie van het nieuwbouwschip. Bij schepen van circa 70 meter liggen de exploitatiekosten circa 7,3% hoger. Bij Kempenaars liggen de exploitatiekosten van nieuwbouwschepen maar liefst 38,3% hoger dan de bestaande schepen. Nieuwbouw in deze klasse lijkt uit kostenoogpunt dan ook niet voor de hand te liggen.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid.

Volg ons op Twitter en Facebook

Container Terminal Doesburg operationeel

DOESBURG Container Terminal Doesburg (CTD) van Koninklijke Rotra in Doesburg heeft eind januari het eerste binnenvaartschip ontvangen. Daarmee is de terminal daadwerkelijk operationeel. De terminal werd al in april vorig jaar officieel geopend, maar er moest eerst nog flink worden gebaggerd om de eerste binnenvaartschepen te kunnen ontvangen.

De commissaris van de koning van de provincie Gelderland Clemens Cornielje opende de nieuwe Container Terminal Doesburg negen maanden geleden al. Een schip kon er echter nog niet komen. Voor de kademuur lag nog zoveel zand dat containerschepen er niet konden afmeren. Na het afronden van de laatste baggerwerkzaamheden is de Doesburgse containerterminal bereikbaar voor Va schepen. Rotra heeft zelf de beschikking over een klasse IV schip welke voorziet in meerdere wekelijkse afvaarten. Het schip heeft een lengte van 85 meter en breedte van 9,5 meter.

28 jaar later
De nieuwe terminal met overslagterrein ligt tussen de eerder gerealiseerde rondweg van Doesburg en de oever van de Dode arm van de IJssel. De terminal heeft een loskade met een lengte van 134 meter, het gehele overslagterrein is 400 meter lang. Op het terrein is ruimte voor 600 containers. Rotra verwacht jaarlijks 10.000 containers op CTD af te handelen. Op het terrein van de nieuwe containerterminal staat daarvoor een 45-tons containerkraan van 30 meter hoog en een gewicht van 360 ton.
Dat de containerterminal nu operationeel is, betekent dat het 28 jaar duurde voordat de terminal het eerste schip kan ontvangen. De vader van de huidige commercieel-directeur Machiel Roelofsen vroeg in 1989 al de eerste vergunningen voor de terminal aanvroeg. Rotra investeerde zo’n 11 miljoen euro in de terminal, een deel daarvan kwam als subsidie van Europa.
Rotra heeft haar binnenvaartterminal ook meteen voorzien van een multimodaal LNG-station. Het station levert LNG aan zowel binnenvaartschepen als vrachtauto’s en is daarmee het eerste in Europa. Rotra ontving daarvoor een bijdrage uit het TEN-T-programma van de Europese Unie. Op de kade staat een tank waarin 20.000 kilo LNG kan worden opgeslagen.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid.

Volg ons op Twitter en Facebook

Start proef duurzame technieken binnenvaart

DEN HAAG Het Europese demonstratieproject CLean INland SHipping (CLINSH) is op zoek naar binnenvaartondernemers die willen investeren in de verduurzaming van hun schip en willen bijdragen aan de kennis over emissiereducerende technieken voor de binnenvaart.

De provincie Zuid-Holland is lead partner van CLINSH en investeert samen met 16 partners uit België, Nederland, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk. Volgens gedeputeerde Rik Janssen is de binnenvaart een belangrijke schakel in de logistieke keten. ‘Om ook in de toekomst concurrerend te blijven moet de sector nu investeren in schonere schepen. Vanuit het CLINSH project ondersteunen we hen daarbij.’

‘Nu investeren’
De deelnemers aan CLINSH constateren dat de binnenvaart ‘op dit moment voor een opgave staat om te verduurzamen’. ‘Dat betekent dat de sector nu moet investeren in schonere schepen. Dit kunnen investeringen zijn in geheel schonere schepen, maar ook in schonere motoren en/of aanpassingen aan bestaande motoren of technieken. Doel is om de uitstoot van stikstofoxiden en fijnstof te verlagen. De internationale eisen op het gebied van energiebesparing en schone lucht worden immers strenger. En opdrachtgevers stellen goede milieuprestaties meer en meer als voorwaarde bij het inkopen van diensten.’

Selectie
De aanbesteding die in februari begint, gaat over de selectie van schepen die willen deelnemen aan CLINSH. Voor het project worden de volgende twee selecties gemaakt:
a) een selectie van 15 schepen die door de eigenaar worden uitgerust met emissie-reducerende technologie of alternatieve brandstof. Voorbeelden hiervan zijn nabehandelingssysteem SCR-DPF, Fuel Water Emulsion, hybride installatie, Liquefied Natural Gas of Gas to Liquid Fuel (GTL).
b) een selectie van 15 andere schepen die al varen met een emissie-reducerende technologie of alternatieve brandstof.

Op beide groepen schepen wordt apparatuur geplaatst en wordt gedurende 1 tot 2 jaar continu de uitstoot aan boord gemeten. Dit levert waardevolle informatie op over de milieuprestaties én operationele kosten bij toepassing van de verschillende technieken.

Vergoeding
Vanuit het project CLINSH wordt een financiële compensatie beschikbaar gesteld voor de diensten en de deelname aan het project. Voor de aankoop en installatie van de technologie kunnen de schippers tot 50% van de werkelijke kosten ontvangen inclusief een onkostenvergoeding van maximaal € 10.000,- per schip. De schippers die al met een emissie-reducerende technologie of alternatieve brandstof varen kunnen per schip max. € 10.000 onkostenvergoeding krijgen. ‘Daarnaast levert deelname aan het project kennis op over de verschillende technieken en bereikte milieuvoordelen, en een voorlopersrol binnen de sector. Wie deelneemt aan CLINSH kan dus een financiële compensatie krijgen voor het leveren van informatie die de verduurzaming van de binnenvaart kan versnellen.’

Over CLINSH
CLINSH is een demonstratieproject dat de effectiviteit en kosten van emissiereducerende technieken en alternatieve brandstoffen vanuit de praktijk in kaart brengt. CLINSH is op 1 september 2016 officieel van start gegaan en wordt ondersteund door het Europese LIFE fonds. De totale projectkosten zijn ruim 8,5 miljoen, waarmee 17 partners samen met het Europese Life Fonds investeren in diverse projecten die bijdragen aan een duurzame binnenvaart.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid.

Volg ons op Twitter en Facebook

Aankoop Scheepswerf Gelria startpunt voor verdere groei

NIJMEGEN G.H.W.M. de Swart Beheer, aandeelhouder van Shipyard Gelria, is de nieuwe eigenaar van de totaalwerf voor de binnenvaart, gelegen langs het Maas-Waal kanaal in Nijmegen. De nieuwe eigenaar gaat het terrein en materieel opknappen en verduurzamen. Ook werkt hij samen met Scheepswerf Gelria verder aan een one stop shop, om zo schippers in de binnenvaart optimaal te bedienen.

De in 1951 opgerichte scheepswerf behelst een terrein van vier hectare, aan drie zijden omgeven door water. De scheepswerf is de enige grote werf tussen Rotterdam en Duisburg. Dankzij het constante waterpeil en grote hellingcapaciteit biedt de werf ruime mogelijkheden voor onderhoud, reparatie, klasse maken en de verbouwing van schepen tot een lengte van 140 meter.
De aankoop van de werf is de eerste investering vanuit het Fonds Herstructurering Bedrijventerreinen Gelderland, onderdeel van Topfonds Gelderland. De investering door
fondsmanager participatiemaatschappij PPM Oost moet bijdragen aan de ontwikkeling van de scheepswerf tot het maritieme centrum van Oost-Nederland.  

De groenste
Eigenaren Martijn van Haaren en Gerd de Swart zijn enthousiast over de aankoop van de werf. ‘De afgelopen twee en een half jaar hebben we de kans gekregen deze eerder failliet gegane werf te huren. Met een goed team van gekwalificeerd personeel en de juiste mix van jong en oud is het ons gelukt om de werf te laten floreren. Zowel PPM Oost als Oost NV hebben de afgelopen periode een actieve bijdrage geleverd bij de aankoop van deze werf. Nu we eigenaar zijn kunnen we werken aan onze ambities: we willen het groenste maritieme centrum van Oost-Nederland zijn.’

Scheepswerf Gelria meldt nadrukkelijk werk te maken van herstructurering op het terrein en haar directe omgeving. Het terrein krijgt een flinke opknapbeurt zodat het aantrekkelijker wordt voor bedrijven om zich ook hier te vestigen. ‘We zijn al in gesprek met maritiem gerelateerde bedrijven met vakmanschap en hart voor het werk om zo een totaalwerf te worden’, vertelt Martijn van Haaren. ‘Zo hebben we alle kennis op de werf en bieden we een one stop shop. Ook verduurzamen we de werf. We kijken naar de mogelijkheden voor het plaatsen van zonnepanelen op de daken en elke lamp vervangen we door ledverlichting.’

Meer werkgelegenheid
Marius Prins, directeur PPM Oost, verwacht dat een investering in de scheepswerf leidt tot versterking van watergebonden bedrijvigheid in Nijmegen en groei van (jeugd-)werkgelegenheid. ‘Zo krijgen ook jongeren met een afstand tot de arbeidsmarkt de kans een vak te leren. En naar verwachting gaan meer watergerelateerde bedrijven zich op de werf vestigen, wat nog meer werkgelegenheid met zich meebrengt.’
Gelria is al actief in sociale arbeids- en opleidingsplaatsen en is aangesloten bij het Logistiek Expertise Centrum Nijmegen. Op de scheepswerf zijn 25 medewerkers werkzaam, woonachtig in de regio. Gelria biedt ook leer-werkplekken aan jeugd die na een vmbo-opleiding intern een opleiding op de werf kunnen volgen. ‘In de regio zijn op dit moment geen opleidingsmogelijkheden voor scheepsmetaalbewerker’, vertelt Martijn. ‘We zijn in gesprek met stichting Vakopleiding Techniek om deze opleiding nieuw leven in te blazen.’

Topfonds Gelderland
Topfonds Gelderland is een investeringsfonds van de provincie Gelderland, beheerd door fondsmanager PPM Oost. Via Topfonds Gelderland investeert PPM Oost met geld van de provincie in innovatieve ondernemingen en projecten op het gebied van economie, duurzame energievoorziening en cultureel ondernemerschap in de provincie Gelderland. Dit gebeurt, in samenwerking met co-investeerders, in de vorm van directe investeringen in ondernemingen en via investeringen in marktfondsen.

In totaal stelt de provincie Gelderland € 166,25 miljoen ter beschikking via Topfonds Gelderland, waarvan € 31 miljoen voor de fondsinvesteringen en € 135,25 miljoen voor directe investeringen in Gelderse bedrijven via de vijf dochterfondsen: Innovatie- en Energiefonds Gelderland (IEG), MKB Kredietfaciliteit Gelderland, Fonds Herstructurering Bedrijventerreinen Gelderland (FHBG), Fonds Gelderse Vrijetijdseconomie (FGV) en Fonds Gelderse Cultuurleningen (FGC).

PPM Oost
PPM Oost, het participatiebedrijf van Oost NV, is de regionale durfinvesteerder in Oost-Nederland. Zij stelt de benodigde financiering én haar netwerk, kennis en kunde beschikbaar aan ondernemers in High Tech, Life Tech, Cleantech & Energy en investeert tevens in marktfondsen. Naast investeren helpt ontwikkelingsmaatschappij Oost NV ondernemers met innoveren, internationaliseren en (bedrijfs)infrastructuur.
PPM Oost staat voor actief beheer en coaching: ondernemen voor de maatschappij van de toekomst. Met geld van de rijksoverheid en de provincies Gelderland en Overijssel en Regio Twente investeert PPM Oost in ruim 220 bedrijven met een totaal fondsvermogen onder beheer van ruim 300 miljoen euro. Zo wordt een mooie bijdrage geleverd aan het behalen van regionale, economische, milieu- én werkgelegenheidsdoelstellingen.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid.

Volg ons op Twitter en Facebook

Met zonnepanelen aan boord, draait het aggregaat minder

NIJMEGEN Een lager brandstofverbruik en hierdoor een lagere CO2-uitstoot. Met zonnepanelen aan boord hoeft uw aggregaat minder, of zelfs helemaal niet meer te draaien. Het Nijmeegse Lerta Techniek van schipperszoon John Janssen is specialist op het gebied van solartechniek in de binnenvaart.

Het hebben van voldoende ruimte voor zonnepanelen aan boord wordt steeds minder een probleem. Lerta Techniek levert inmiddels high power panelen (1046 x 1559 x 46 mm) met een piekvermogen van 345W. Deze panelen leveren 30% meer energie per vierkante meter dan de gangbare panelen. Dit betekent dat in de meest gunstige positie en instraling van de zon het paneel 345 Watt energie levert, in één uur is dat 0,345 kWh. Ook zijn er kleinere panelen (1060 x 540 x 3mm) van slechts drie millimeter dik met een vermogen van 100W.
Afhankelijk van de weersomstandigheden en de situatie aan boord blijken twee zonnepanelen meestal voldoende om het verbruik voor een weekend aan boord op te vangen. Een tafelmodelkoelkast verbruikt bijvoorbeeld 0,48 kWh per dag, een ankerlicht 24 uur laten branden kost 0,6 kWh.
De zonnepanelen zijn vanwege de vuilafstotende en anti-reflecterende coating onderhoudsarm. Lerta Techniek installeert het zonnepanelensysteem kant-en-klaar in heel Nederland. Het systeem is later altijd uit te breiden met meer panelen.

Bewustwording
Naast zonnepanelen levert Lerta Techniek ook nog andere brandstofbesparende en uitstootverlagende oplossingen voor aan boord van binnenvaartschepen. Zoals drie fasen omvormersystemen welke aangevuld met een dynamo een grote brandstofbesparing kunnen opleveren. Ook brengt Lerta Techniek bestaande installaties in kaart en installeert het compleet nieuwe installaties. ‘Verder plaatsen we steeds vaker PLC systemen waarmee de klant de elektrische installatie niet alleen met het touchscreen in het stuurhuis kan bedienen, maar ook via een tablet’, vertelt Janssen. ‘Hiermee ligt het energieverbruik altijd onder handbereik. Dat zorgt voor bewustwording en daarmee voor het besparen van energie. Een voorbeeld hiervan vaart in Rotterdam. Op de bunkerboot SBH 1 van SBH Heijmen hebben wij de hele elektrische installatie vervangen en voorzien van PLC besturing.’
Ook installeert Lerta Techniek steeds vaker LED verlichting. ‘De prijzen hiervan zijn de laatste jaren fors gedaald en zijn inmiddels een betaalbaar alternatief voor de conventionele gloei- en fluorescentielampen.’

Meer informatie over Lerta Techniek is te vinden op www.lerta.nl. Ook geeft John Janssen u graag meer informatie. Daarvoor kunt u bellen met 06 – 144 950 32 of mailen met info@lerta.nl.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid.

Volg ons op Twitter en Facebook

Onderzoeksraad gaat aanvaring Grave onderzoeken

DEN HAAG De Onderzoeksraad voor Veiligheid start een onderzoek naar de aanvaring bij de stuw bij Grave eind december vorig jaar. Het onderzoek richt zich op de aanvaring zelf, maar ook op de wijze waarop is omgegaan met de gevolgen.

In de voorbereiding op het besluit om al dan niet een onderzoek te starten, heeft de Raad in de afgelopen weken informatie over het ongeval opgevraagd bij verschillende instanties. Hiermee is gestart direct na de melding van de aanvaring op 29 december 2016. In de komende periode bepaalt de Onderzoeksraad de precieze onderzoeksvraag.

Onafhankelijk onderzoek
Koninklijke BLN-Schuttevaer vroeg vorige week formeel alle partijen die betrokken zijn bij de aanvaring van de stuw in Grave om gezamenlijk een onafhankelijk onderzoek te laten doen naar de toedracht. BLN vond dat hier maar één partij voor in aanmerking kwam en dat is de Onderzoeksraad voor Veiligheid. ‘Hoewel in de pers staat dat zij dit niet zullen gaan doen willen wij dit toch ook formeel aan hen vragen. Het formeel vragen namens alle betrokkenen betekent dat wij dit zouden kunnen doen mede namens Rijkswaterstaat, de gemeenten Grave, Cuijk, Boxmeer, Mook, Middelaar, Gennep en Heumen, de Waterschappen Limburg, Rivierenland en Aa en Maas en de veiligheidsregio’s Limburg-Noord en Brabant.’

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid.

Volg ons op Twitter en Facebook