Overslag Amsterdam daalt

AMSTERDAM De Amsterdamse haven heeft in de eerste zes maanden van dit jaar de overslag zien dalen met 4,8% tot 40,2 miljoen ton. De overslag in het Noordzeekanaalgebied van de zeehavens Amsterdam, IJmuiden (-4,4%), Beverwijk (-18,6%) en Zaanstad (-59,3%) daalde in die periode met 5,1% tot 49,4 miljoen ton.

De daling in Amsterdam werd veroorzaakt door een afname in de overslag van steenkool en olieproducten. De overslag van steenkool daalde met 25,5% tot 6,4 miljoen ton. De overslag van olieproducten met 6,7% tot 22,1 miljoen ton. Die laatste daling wordt verklaard door onder meer onderhoud aan één van de terminals en minder handel op de termijnmarkt in met name diesel.

De import in de Amsterdamse haven daalde de eerste zes maanden met 7,8% tot 24,2 miljoen ton. De export steeg juist met 0,1% naar 16 miljoen ton. Het aantal zeeschepen dat het Noordzeekanaalgebied bezocht, steeg naar 3.938 (+6,2%).

Stijfers
Tegenover de daling van deze ladingstromen, staan echter ookstijgers. Zo steeg de overslag van overige droge bulk in Amsterdam met 16,8% naar 5,2 miljoen ton door sterk gestegen import van bouwmaterialen als zand en grind. De overslag van agribulk steeg met 18,5% naar 3,9 miljoen ton. Van overig stukgoed, waaronder RoRo, daalde de overslag met 1,6% naar 889.000 ton.

De containeroverslag steeg met 29,6% naar 45.457 teu (454.000 ton), onder meer door de komst van Samskip die een lijndienst onderhoudt met Engeland. De stijging van de containeroverslag is ook terug te zien in het aantal scheepsbezoeken. Dat steeg naar 2514 (+4,4%).

Cruisevaart
Het aantal zeecruiseschepen dat Amsterdam in het eerste halfjaar bezocht, bedroeg 74 (tegen 53 vorig jaar). Het aantal riviercruiseschepen steeg in het eerste halfjaar van 2018 naar 1.272 (+25%). Dit waren er vorig jaar in dezelfde periode 1.015. (Foto Havenbedrijf Amsterdam/Vollers)

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid.

Volg ons op Twitter en Facebook

Baggeren Wilhelminakanaal in Tilburg gereed

TILBURG Het baggeren van het Wilhelminakanaal in Tilburg, ter hoogte van de brug Bosscheweg en de spoorbrug, is gereed. Een kleine drie weken lang werd gebaggerd op plekken waar de vaarweg (mede door sedimentatie) niet de juiste diepte had voor de scheepvaart. Er is in totaal 3500 m3 baggerspecie verwijderd en 4,5 ton oud ijzer weggehaald.

Het Wilhelminakanaal heeft doorgaans minder last van afzetting van slib omdat de bodemligging vrij stabiel is. Dit in tegenstelling tot een rivier zoals de Maas die veel sedimenttransport heeft. Daarom wordt de Maas normaliter eenmaal per jaar gepeild en het Wilhelminakanaal één keer in de vijf jaar. De laatste peiling in het Wilhelminakanaal dateerde van 2015. Omdat nu alles opnieuw is gepeild, is de volgende peiling weer over vijf jaar.

Meldingen over bodem
Dit voorjaar kreeg Rijkswaterstaat van een schipper de melding dat er iets op de bodem van het Wilhelminakanaal in Tilburg lag. Na peiling bleek dat het om bodemvreemde materialen ging, zoals fietsen. Ook werd duidelijk dat er veel sediment aanwezig was. Omdat door ophoping van specie een gevaarlijke situatie voor de scheepvaart kan ontstaan, werden de baggerwerkzaamheden zo snel als mogelijk gestart.

Voordat de werkzaamheden van start gingen, is de waterbodem begin juli 2018 gecontroleerd op niet-gesprongen explosieven. Het werkgebied ligt in de omgeving van een spoorbrug en kan daarom niet-gesprongen explosieven uit de Tweede Wereldoorlog herbergen. Bovendien weten we dat bij zo’n brug ook veel vreemde materialen op de kanaalbodem kunnen liggen.

Autobanden en fietsen
Bij de controle zijn door de aannemer, in samenwerking met duikers, de bodemvreemde materialen van de bodem gehaald. Zij vonden veel goederen, zoals autobanden en fietsen. Hierna werd het gebied onderzocht door middel van gecertificeerde OCE-duikers (Opsporen Conventionele Explosieven). Na hun onderzoek, waarbij geen niet-gesprongen explosieven werden aangetroffen, werd het gebied vrijgegeven. (Foto Rijkswaterstaat)

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid.

Volg ons op Twitter en Facebook

Rotterdam slaat minder over, toekomst onzeker

ROTTERDAM De haven van Rotterdam heeft in de eerste zes maanden van dit jaar 232,8 miljoen ton overgeslagen. Dat is 2,2% minder dan in het eerste halfjaar van 2017. De groei van de containeroverslag steeg met 5,9% in tonnen en met 6,2% in TEU. In mei was er nog sprake van een nieuw overslagrecord.

De groei in containeroverslag heeft echter de daling in de overslag van nat en droog massagoed niet kunnen compenseren. De teruggang bij massagoed zat vooral in de overslag van kolen, ruwe olie en minerale olieproducten zoals stookolie. De kolenoverslag is gedaald onder andere als gevolg van het sluiten van kolengestookte energiecentrales, lagere energieproductie van nog operationele centrales en minder aanvoer van cokeskolen voor de staalindustrie. Opvallende groeisegmenten waren LNG en biomassa met ruime verdubbelingen ten opzichte van overslagvolumes in dezelfde periode vorig jaar.

Vooruitzichten onzeker
De wereldeconomie is volgens het Havenbedrijf Rotterdam gebaat bij vrije handel en maatregelen die vrije handel bevorderen. ‘Importtarieven en handelsquota belemmeren de wereldhandel en zijn daardoor slecht voor de wereldeconomie. De relaties tussen grote handelsblokken in de wereld zijn momenteel gespannen. Daarnaast is onzeker of de onderhandelingen tussen de Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk leiden tot een nieuw handelsakkoord na de Brexit. Beide ontwikkelingen dragen ertoe bij dat de vooruitzichten voor verdere groei van de wereldhandel onzeker zijn. De volumebewegingen in de Rotterdamse haven lijken vooralsnog niet het gevolg te zijn van de recente handel-belemmerende maatregelen aangezien het effect daarvan pas na enige tijd zal doorwerken. Het Havenbedrijf Rotterdam blijft de ontwikkelingen nauwlettend volgen.’

Energietransitie
Op het terrein van de Energietransitie zijn in het voorbije halfjaar belangrijke stappen vooruit gezet. Zo werd in de Tweede Kamer een Klimaatwet aangenomen. Ter invulling van de daarin neergelegde ambitie werden aan de Industrietafel Rotterdam-Moerdijk een groot aantal maatregelen geïdentificeerd die de CO2-uitstoot met 10 miljoen ton kan reduceren. Het Havenbedrijf neemt niet uitsluitend op nationaal niveau zijn verantwoordelijkheid om een bijdrage te leveren aan de noodzakelijke energietransitie. Ook in internationaal verband zoekt het Havenbedrijf Rotterdam de samenwerking met andere havens die toonaangevend willen zijn in duurzaamheid en efficiency. Zo werkt het Havenbedrijf, voortbordurend op de aanbevelingen in het Wuppertal 2 rapport, met leidende havens ter wereld aan de ontwikkeling van een gezamenlijk programma om de efficiency te vergroten zodat er minder CO2 wordt uitgestoten en het gebruik van schone brandstoffen en schone technieken te bevorderen in de scheepvaart.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid.

Volg ons op Twitter en Facebook

Containeroverslag daalt

ESSEN De wereldwijde containeroverslag is na een stijging in mei, in juni weer gedaald. De containeroverslagindex van het Duitse RWI – Leibniz-Institut für Wirtschaftsforschung en het Instituts für Seeverkehrswirtschaft und Logistik (ISL) daalde in de afgelopen maand van 133,6 naar 132,7 punten.

Volgens de twee Duitse onderzoeksinstituten kan de stijging in mei worden verklaard doordat in de markt is geanticipeerd op het stijgen van de Amerikaanse importtarieven voor invoer vanuit China die op 1 juli in werking zijn getreden. Dit heeft volgens de onderzoekers wellicht ook een nog sterkere daling in juni voorkomen.

Voor de index verwerken de Duitsers de overslagcijfers van containers in 88 internationale havens. Deze havens vertegenwoordigen ongeveer 60% van de wereldwijde containeroverslag. De zogenoemde snelle schatting voor juni is gebaseerd op de cijfers van 54 havens, die ongeveer 80 procent van de overslag van de index vertegenwoordigt.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid.

Volg ons op Twitter en Facebook

‘Minister moet nog dit jaar meten aan de pijp erkennen’

ROTTERDAM Koninklijke BLN-Schuttevaer wil dat minister Cora van Nieuwenhuizen bam Infrastructuur en Waterstaat nog dit jaar het meten aan de pijp gaat erkennen. Dat schrijft de brancheorganisatie voor de binnenvaart in een brief aan de minister.

‘De gelijkwaardigheid van nieuwe motoren met een type-goedkeuring en van motoren die zijn aangepast, bijvoorbeeld door naschakeltechniek, is essentieel voor de vergroening van de binnenvaart en moet door de overheid worden erkend worden’, schrijft BLN in de brief. ‘De door de sector en overheid gewenste vergroening van de binnenvaart zal voor het belangrijkste deel gerealiseerd moeten worden met bestaande vloot en op basis van de bestaande aandrijvingen. Met behulp een retrofit en van filters moeten de emissies van onder meer NOx en fijnstof worden teruggebracht. Certificering van de aangepaste scheepsaandrijvingen op basis van een E3-meting aan de pijp is daarbij een essentiële voorwaarde. De gelijkwaardigheid van nieuwe motoren met een type-goedkeuring en van motoren die zijn aangepast, moet door de overheid worden erkend. Een geslaagde E3-meting moet leiden tot opname van de emissiecategorie in het certificaat van onderzoek van een binnenvaartschip.’
Overige kernpunten zijn wat BLN-Schuttevaer betreft een realistische kijk op de CCR-eisen voor kleine schepen en een studie en visie op meer goederenvervoer geheel of gedeeltelijk over water.

Biobrandstoffen
Wat betreft BLN liggen de belangrijkste politieke en maatschappelijke uitdagingen voor deze regeerperiode op het terrein van mobiliteit en bereikbaarheid, en op de in Parijs overeengekomen klimaatdoelstellingen.

BLN-Schuttevaer en het Centraal Bureau voor Rijn- en Binnenvaart (CBRB) willen in het kader van het klimaatakkoord voor de binnenvaart de eerste slag maken in de reductie van CO2 door het bijmengen van hernieuwbare biobrandstoffen aan de gasolie. ‘Bestaande scheepsmotoren gaan lang mee. Het is van belang als we de CO2-reductie willen versnellen om dat voor een belangrijk deel met bestaande schepen en aandrijvingen te doen. Het gebruik van hernieuwbare biobrandstof is voor bestaande motoren een quick win. Op weg naar klimaatneutraal in 2050 zou in 2030 circa 40% gereduceerd kunnen worden. Dat is beter voor het klimaat en van groot belang voor onze concurrentiepositie ten opzichte van weg en spoor. Verdere reductie van NOx en fijnstof van scheepsmotoren kan ook door het gebruik van alternatieve brandstoffen zoals GTL. Brede beschikbaarheid is dan een voorwaarde.’

Alleen voor nieuw
Als het aan BLN ligt, wordt de normering van emissie van NOX en fijnstof voor scheepsmotoren alleen van toepassing op nieuw in te bouwen motoren. ‘Het terugbrengen van de uitstoot van schadelijke stoffen in de binnenvaart zal dus vooral moeten plaatsvinden met bestaande motoren die voorzien moeten worden van nabehandeling en filters. Het is daarbij essentieel dat deze aandrijvingen van een certificaat worden voorzien waarmee de gelijkwaardigheid met type goedgekeurde motoren wordt verkregen. Een E3 meting aan de pijp moet leiden tot een aantekening in het certificaat van onderzoek. De overheid moet hiervoor, te beginnen voor Nederland, de randvoorwaarden creëren. Met het oog op de door Rotterdam in te stellen milieuzone zou dat nog dit jaar geregeld moeten zijn.’

Slim vervoeren
BLN maakt in de brief duidelijk dat nog veel meer lading over het water vervoerd kan worden. ‘Meer goederenvervoer over water kan, zoals ook in het regeerakkoord is aangegeven, een belangrijke rol spelen om Nederland bereikbaar te houden en de uitstoot van CO2 te verlagen.’ Maar dan is het wel belangrijk het behouden van wat nu over water gaat, met name met kleine schepen. ‘Kleine schepen tot ca. 1500 ton zijn essentieel om vervoer van de weg naar het water te halen of op het water te laten. De positie van kleine schepen is echter geen vanzelfsprekendheid. Investeringen in de voorgeschreven CCR-aanpassing trekken een onevenwichtige wissel op de bedrijfsvoering en belemmeren investeringen in milieumaatregelen.’

Een ander belangrijk punt is slim multimodaal vervoeren. ‘Sector en overheid moeten dat bij verladers nog meer stimuleren. Uitdagingen en kansen liggen er vooral op gebruik van vervoer over water binnen Nederland, bijvoorbeeld van Venlo naar Drachten.’ BLN-Schuttevaer vindt dat er een goede studie en visie op goederenvervoer moet komen. ‘We hebben de indruk dat dat op een te laag pitje staat. Dat toekomstig beleid zouden we graag met overheid, wegtransport en spoor gezamenlijk vormgeven.’

BLN zou graag zien overheids- of semi- overheidspartijen worden ondersteund in het bij elkaar brengen van partijen die vervoer van weg bevorderen. ‘Wij denken in dit verband aan projecten opgezet samen met provincies en in uitvoering bij organisaties als Bureau Maatwerk van Bureau Voorlichting Binnenvaart (BVB) en het Expertise- en Innovatiecentrum Binnenvaart (EICB).’

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid.

Volg ons op Twitter en Facebook

‘Gevolgen droogte voor scheepvaart minimaal’

UTRECHT De gevolgen van de lage waterstanden voor de scheepvaart zijn nog minimaal. Dat meldt Rijkswaterstaat. Wel geldt binnenkort een vaarverbod op een deel van Leidsche Rijn en dreigt een brandstoftekort bij benzinestations.

Volgens Rijkswaterstaat kunnen in de komende periode de problemen toenemen naarmate de waterstanden verder dalen. De scheepvaart moet dan rekening houden met hinder door onder andere verminderde diepgang en oplopende wachttijden bij sluizen. Rijkswaterstaat adviseert schippers om de scheepvaartberichtgeving goed in de gaten te houden.

De zomer van 2018 kenmerkt zich nog altijd door warm en droog weer. In de afgelopen periode is er bijna geen neerslag gevallen, hierdoor is het neerslagtekort in Nederland verder toegenomen. In de hoger gelegen delen van Nederland is sprake van toenemende lage grondwaterstanden en droogval van watergangen. De waterstanden van de grote rivieren Rijn en Maas dalen, terwijl de watervraag nog altijd zeer hoog is en blijft.
Ook voor de komende periode verwacht het KNMI weinig neerslag, zowel in Nederland als in de stroomgebieden van Rijn en Maas. Aan de droogte komt daarmee voorlopig nog geen einde. Ook blijft het de komende periode nog relatief warm. Het neerslagtekort neemt hierdoor naar verwachting in de komende weken verder toe.

Vaarverbod
Hoewel de gevolgen voor de scheepvaart dus nog mee lijken te vallen, maakte het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden wel bekend dat vanaf dinsdag 24 juli 9.00 uur tot nader order een vaarverbod geldt op de Leidsche Rijn, tussen de Haanwijkersluis in Harmelen en het Amsterdam-Rijnkanaal in Utrecht. Volgens het Hoogheemraadschap is de kans groot dat het vaarverbod meerdere weken van kracht blijft. Sluis Bodegraven in de Oude Rijn wordt beperkt gestremd door met bloktijden te gaan werken.

Brandstoftekort
Ook dreigt de bevoorrading van tankstations met brandstof in het gedrang te komen. Een van de oorzaken is volgens de belangenvereniging van tankstations de gevolgen van het rammen van een oliesteiger door een olietanker in de Rotterdamse Botlek. Door de olievlek kunnen minder schepen dan normaal de brandstofdepots bevoorraden. De schepen moeten namelijk telkens worden schoongemaakt om te voorkomen dat de olie verder verspreid wordt.

Ook zorgt de lage waterstand op de rivieren ervoor dat tankers minder lading mee kunnen nemen. Tevens speelt mee dat er sinds geruime tijd een te kort is aan vrachtwagen- en dus ook tankwagenchauffeurs. Hierdoor is het niet mogelijk om meer tankwagens op pad te sturen waardoor de belevering in samenhang met het ontstane olievlek verre van optimaal is. (Foto Erik van Huizen)

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid.

Volg ons op Twitter en Facebook

De binnenvaart in het Klimaatakkoord

DEN HAAG Voor de vergroening van de binnenvaart is het nodig dat de sector op termijn overgaat naar (diesel)elektrische voorstuwing. In de overgangsfase zet de Mobiliteitstafel van het Klimaatakkoord echter in op het bijmengen van duurzame geavanceerde biobrandstoffen.

Ook de binnenvaart ontkomt in het onlangs gepresenteerde Klimaatakkoord niet aan het verder vergroenen van de vloot. Want volgens de Mobiliteitstafel, de club van experts die in het Klimaatakkoord het hoofdstuk mobiliteit voor hun rekening nam, is ‘alles en iedereen nodig’. ‘Iedereen moet in beweging komen.’
Centraal in de vergroening van de mobiliteitssector staat de overgang van het gebruik van fossiele brandstoffen naar elektrisch aangedreven voer- en vaartuigen. Voor zwaar vrachtvervoer, zoals de binnenvaart, zijn echter nog innovaties nodig om te kunnen elektrificeren via batterij of brandstofcel. Daarom wordt tot 2030 vooral ingezet op het verhogen van het gebruik van duurzame biobrandstoffen in de binnenvaart, en daarmee het aandeel van hernieuwbare energie. In 2030 moet het gebruik van biobrandstoffen in het totale goederenvervoer 33 procent bedragen. Daarvoor moet het gebruik van biobrandstoffen worden gestimuleerd door het heffen van belasting op de uitstoot van CO2, moet het gebruik van biobrandstoffen worden gesubsidieerd zodat de nu nog hoge prijs kan worden verlaagd en aantrekkelijker wordt, en moeten de investeringen van private partijen worden gestimuleerd.

Om de binnenvaart te vergroenen wordt ook gedacht aan het gebruik van bio-LNG. Voor het stimuleren hiervan moet de productie van bio-LNG worden opgeschaald en worden doorontwikkeld voor het gebruik in de binnenvaart.

Waterstof
De Mobiliteitstafel ziet voor de transitie naar een klimaatneutrale samenleving ook een belangrijke rol weggelegd in het gebruik van waterstof. Waterstof wordt wereldwijd al lange tijd grootschalig geproduceerd voor tal van industriële toepassingen, met name voor de productie van ammoniak en het raffineren van olie. Bovendien wordt waterstof gebruikt voor de productie van hoge temperatuur proceswarmte in ketels en fornuizen in de industrie. Nog maar kort wordt gewerkt aan de toepassing van waterstof als brandstof voor de transportsector. ‘Waarschijnlijk kunnen ook vaartuigen met waterstof in combinatie met brandstofcellen volledig elektrisch worden.

Wel is het belangrijk onderscheid te maken tussen groene, blauwe en grijze waterstof. Grijze waterstof wordt namelijk geproduceerd met aardgas en daarbij komt nog steeds CO2 vrij. Wanneer deze CO2 wordt afgevangen en opgeslagen heet het ineens blauwe waterstof. Groene waterstof wordt geproduceerd met elektriciteit die is opgewekt uit duurzame bronnen zoals zon en wind. Tot dusver wordt echter voornamelijk grijze waterstof geproduceerd. De mobiliteitstafel ziet een groene waterstofeconomie als ‘het gewenste toekomstbeeld’.

Vervuiler betaalt
Het zijn overigens niet alleen maatregelen op het gebied van brandstof en voorstuwing waar de Mobiliteitstafel mee komt. Zo moeten de vervoersstromen worden geoptimaliseerd en de vervoerscapaciteit over de vaarwegen beter worden benut.
En in de visie van de mobiliteitstafel past een systeem waarin de gebruikers ‘van het mobiliteitssysteem betalen voor het gebruik en de mate waarin ze vervuilen’. ‘Hiermee kan het mobiliteitssysteem optimaal benut worden en zorgen we voor prikkels die vraag- en aanbod beter afstemmen en die de vervuiler stimuleert om te verschonen. Pilots om ervaringen op te doen met alternatieve vormen van vervoer en betaling, conform het regeerakkoord, helpen meer kennis hierover te vergaren.’
Omdat de omschakeling van het bestaande naar het nieuwe mobiliteitssysteem veel investeringen vergt, moeten stimulering via de belastingen of subsidies de aanvankelijke onrendabele top of het ‘ongemak’ van het nieuwe overbruggen. ‘Deze stimulering kan geleidelijk weer worden afgebouwd als door marktvolume de kosten zijn gedaald en het service- en kwaliteitsniveau is verhoogd.’

Weg en trein
Naast de binnenvaart, moeten ook spoor en weg verder vergroenen. Zo moeten 150 diesellocomotieven van goederentreinen worden vervangen door elektrische locs. In het wegvervoer wordt net als in de binnenvaart ingezet op het gebruik van duurzame geavanceerde biobrandstoffen. Het streven is om vrachtwagens te laten rijden op de hoogst mogelijke blend. Om het prijsverschil met de fossiele diesel te overbruggen kan worden ingezet op een hogere verplichting in het bijmengen of differentiatie van de accijns op transportbrandstoffen. Ook zou het inzetten van een kilometerheffing kunnen zorgen voor een terugdringing van de meerkosten.
Voor de dertig grootste steden in Nederland zouden in 2025 zero emissie zones moeten komen voor bestel- en vrachtwagens.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid.

Volg ons op Twitter en Facebook

Werkstraf voor dodelijk ongeval op de Maas

ARNHEM De rechtbank in Arnhem heeft een 27-jarige man uit Brakel een werkstraf van 240 uur opgelegd vanwege het veroorzaken van een dodelijk ongeval op de Maas bij Well. Ook werd hem een voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden opgelegd en mag de man drie jaar lang geen vaartuig besturen. Het OM had een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden geëist.

De rechtbank stelde vast dat de man uit Brakel op die 27ste mei van vorig jaar binnen een afstand van 20 meter van de oever met zijn waterscooter minimaal 40 kilometer per uur voer. Hier is slechts een snelheid van 20 kilometer uur toegestaan. Dit deed de man volgens de rechter ondanks het feit dat het die dag enorm druk was op de Maas en wist dat er zwemmers in het water aanwezig konden zijn. Vlakbij een van de kribben kwam hij in aanvaring met de 14-jarige Levi uit Helmond die in de rivier aan het zwemmen was. Als gevolg van deze aanvaring is de jongen onder water verdwenen en uiteindelijk verdronken.

Ernstig verwijt
De rechtbank oordeelt dat de man zeer onvoorzichtig heeft gevaren en het aan zijn schuld te wijten is dat de jongen is overleden. Volgens de rechtbank heeft de man onvoldoende mate rekening gehouden met zwemmers die in het water aanwezig waren. Hij had zich de risico’s van zijn gedrag voor anderen moeten realiseren, zeker omdat een aanvaring op het water gevaar voor verdrinking kan opleveren.
Maar ondanks het feit dat de man schuldig is aan een dodelijk ongeval, vindt de rechtbank in dit geval een onvoorwaardelijke gevangenisstraf niet op zijn plaats. ‘Dat de man schuldig is aan het ongeval, betekent niet dat hij het ongeval heeft willen veroorzaken. Hij heeft de dood van de jongen niet gewild.’ Maar het betekent volgens de rechtbank wel dat hem dat ongeval kan worden verweten. ‘Hij had anders kunnen en moeten handelen. Dit is een ernstig verwijt, omdat sprake is geweest van zeer onvoorzichtig handelen. Dit is niet de zwaarste vorm van schuld die de wet kent.’ Verder is geen sprake van strafverzwarende omstandigheden. Ook heeft de man uit Brakel na het ongeval samen met zijn vrienden meehelpen zoeken naar Levi en dus in zoverre wel betrokkenheid en verantwoordelijkheid getoond.

Omstandigheden
De rechtbank houdt ook rekening met de persoonlijke omstandigheden van de man. Zo heeft de man een baan. Verder zal hij moeten leven in het besef dat hij schuldig is aan een dodelijk ongeval. ‘Uiteraard is het ongeval het allerergste voor de nabestaanden van de jongen, maar ook voor de man zal dat besef zwaar zijn. Naar zijn zeggen heeft hij kort na het ongeval de hulp van een psycholoog gezocht, omdat hij zich toen al veroordeeld voelde door de (sociale) media.’
Verder let de rechtbank op het feit dat de man nooit eerder schuldig is bevonden aan een misdrijf. De rechtbank realiseert zich overigens heel goed dat een op te leggen straf in zaken als deze nooit het verlies en verdriet van de nabestaanden kan goedmaken.

Naast de werkstraf moet de man ook schadevergoedingen aan de vader en moeder van het slachtoffer betalen van respectievelijk bijna 16.000 en 4.400 euro.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid.

Volg ons op Twitter en Facebook

Kabinet wil opnieuw geld uittrekken voor innovaties binnenvaart

DEN HAAG Ook dit jaar kan de binnenvaartsector waarschijnlijk nog subsidie krijgen voor projecten die bijdragen aan de duurzaamheid van de binnenvaart door de uitstoot van CO2-, NOX-, PM- emissies of methaanslip te verminderen. Dit jaar wil minister Cora van Nieuwenhuizen van Infrastructuur en Waterstaat nog een miljoen euro beschikbaar stellen, voor volgend jaar wil ze maximaal 200.000 euro uittrekken.

Deze subsidieregeling is de opvolger van de Subsidieregeling innovaties duurzame binnenvaart, die op 1 januari 2018 is vervallen. De evaluatie van dit subsidieprogramma was volgens de minister positief. Er was voldoende belangstelling en de subsidieregeling had een stimulerend effect op met name relatief kleinschalige projecten over alternatieve oplossingen. Van Nieuwenhuizen schrijft dit in een brief aan de Tweede Kamer. De Kamer moet het voorstel voor deze ‘Tijdelijke subsidieregeling innovaties duurzame binnenvaart 2018-2019’ nog wel goedkeuren. Mocht dat gebeuren dan kan per project maximaal 125.000 euro worden verstrekt.

‘Veel milieuwinst’
Hoewel het kabinet vindt dat het tot stand brengen van innovaties vooral de verantwoordelijkheid van het bedrijfsleven zelf is, wil het een goed innovatieklimaat scheppen voor de binnenvaart, waarin kennisontwikkeling en onderwijs belangrijke pijlers zijn. Want de binnenvaart kan volgens de minister een belangrijke bijdrage leveren aan het beperken van het toenemende goederenvervoer over de weg en het verminderen van de uitstoot van schadelijke stoffen. ‘Er is in de binnenvaart nog veel milieuwinst te behalen. En de binnenvaart moet schoner gaan opereren om ook in de toekomst een duurzaam antwoord te kunnen geven op de logistieke behoeften op mondiale, Europese en nationale schaal. Het antwoord hierop kan worden gevonden in innovaties. Bedrijven en kennisinstellingen moeten investeren in onderzoek en ontwikkelingsactiviteiten om hun concurrentiepositie te behouden en te versterken. Daarnaast zijn innovaties noodzakelijk om tegemoet te kunnen komen aan de strengere regelgeving die op internationaal niveau voor duurzaamheid wordt afgesproken.’

Generiek toepasbaar
Voorbeelden van projecten die subsidie kunnen ontvangen, zijn onder meer het gebruik van alternatieve brandstoffen, alternatief motorgebruik, voor- of nabehandelingstechnieken of motormanagement. Het gaan om experimentele projecten waarbij het niet gaat om het wijzigen van bestaande producten, procedés of diensten, zelfs als die wijzigingen verbeteringen kunnen inhouden. Ook een haalbaarheidsproject waarin de technische mogelijkheden worden onderzocht komt voor subsidie in aanmerking, evenals een industrieel onderzoeksproject waarin nieuwe kennis en vaardigheden worden opgedaan voor het ontwikkelen van nieuwe producten, procedés of diensten of om bestaande aanmerkelijk te verbeteren.

Bij het toekennen van de subsidie kijkt de Innovatieraad Binnenvaart, een college van deskundigen uit de binnenvaartsector, naar een aantal criteria. Zo wordt niet alleen gekeken in hoeverre de innovatie de uitstoot van CO2, NOX, PM of methaanslip vermindert, maar speelt ook mee of de innovatie generiek toepasbaar is voor binnenvaartschepen van een vergelijkbaar scheepstype of vaarprofiel. Ook is het belangrijk in hoeveel tijd de investering in de innovatie kan worden terugverdiend.

Aanvragen
De subsidieregeling wordt uitgevoerd door het Expertise- en Innovatie Centrum Binnenvaart (EICB). Rekening houdend met het reces, streeft de minister ernaar de nieuwe subsidieregeling medio september vast te stellen. Een aanvraag voor subsidie voor 2018 kan dan uiterlijk 15 oktober 2018 worden ingediend bij het EICB. De aanvraag voor 2019 moet uiterlijk 1 maart 2019 binnen zijn bij het EICB.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid.

Volg ons op Twitter en Facebook

 

Vastlopen tanker had wellicht voorkomen kunnen worden

DUISBURG Het aan de grond lopen van de tanker Piz Ela vrijdagavond 15 juni op een zandbank bij Binsheim, even beneden Duisburg, had wellicht voorkomen kunnen worden. Dat blijkt althans uit een analyse van CoVadem.

Actuele meetgegevens over ondieptes zijn voor de binnenvaart niet beschikbaar. Met CoVadem genereren varende schepen daarom zelf die informatie. Om de Rijn tussen Rotterdam en Basel voldoende continue met actuele waterdiepte-informatie af te dekken, streeft CoVadem naar een metend netwerk van minimaal 250 schepen. CoVadem is tot het moment dat er genoeg metende schepen varen terughoudend met het verstrekken van data. Toch vond het team van CoVadem het interessant om te kijken of met de beschikbare data binnen CoVadem voor de locatie van het vastgelopen schip nu reeds waardevolle informatie te herleiden zou zijn. Zonder te weten waar het schip precies is vastgelopen, analyseerde CoVadem de meetgegevens van de vloot van metende schepen. Rolien van der Mark van CoVadem partner Deltares bekeek daarvoor voor de betreffende dag dat de Piz Ela vastliep de data. Daaruit bleek dat de data wel degelijk een ondiepte aangaf. ‘Wellicht had dit incident dus voorkomen kunnen worden als de schipper beschikking had gehad tot de CoVadem-data’.

‘Te laat’
Momenteel zijn al ruim 60 schepen uitgerust met de technieken van CoVadem. ‘Daarmee is een goede afdekking van de belangrijke internationale vaarwegen slechts een kwestie van tijd’, meldt de organisatie. ‘Hoe meer schepen deelnemen, des te sneller het netwerk zich uitbreidt en hoe nauwkeuriger het systeem wordt. Dat maakt het vastlopen van schepen in de toekomst steeds onwaarschijnlijker. Want de vaarweg kennen is niet altijd voldoende. Wisselende waterstanden en veranderende rivierbodems maken het moeilijk om voorspellingen te doen over de beschikbare diepte en bevaarbaarheid van een rivier. Dat blijkt maar weer door het vastlopen van de Piz Ela. Het gebruik van moderne sensoren maken het leven van een schipper wat makkelijker op dat gebied, maar laten de (on-)diepte pas zien als een schip al op de plaats van meting is. Dan is het, zoals in het geval van de Piz Ela, al te laat.’
Covadem heeft de schepen met sensoren aan zich verbonden. Deze schepen delen hun data. CoVadem combineert data uit dit ‘varende meetnet’ van aangesloten schepen met slimme computerprogramma’s en unieke algoritmen. Hieruit volgt een continue actueel overzicht van actuele waterstanden en diepten van de vaarweg. ‘Hiermee kan een schipper met de juiste en meest actuele voorkennis zijn route bepalen.’

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid.

Volg ons op Twitter en Facebook

Dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland.