Bunkerstation Heijmen neemt collega bunkerbedrijf Neptun over

MILLINGEN AAN DE RIJN Bunkerbedrijf Heijmen uit Millingen aan de Rijn heeft het bunkerbedrijf Neptun van Anton en Tineke Wigman overgenomen. Heijmen breidt haar bunkernetwerk hiermee van Millingen en Rotterdam uit naar Nijmegen.

Anton en Tineke Wigman zochten volgens directeur Frank Heijmen een overnamekandidaat voor het Nijmeegse bunkerbedrijf waarover Anton als derde generatie de leiding had. ‘En het bleek te klikken’, vertelt Heijmen. ‘Met de overname kunnen we ons vaargebied verder vergroten en de service aan onze klanten verbeteren. Vooral als het gaat om het stukje Weurt en de Maas. Verder kunnen we de twee bunkerboten in Nijmegen ook gaan inzetten als het hier druk is.’
Het bunkerbedrijf in Nijmegen krijgt binnenkort de kleuren en de uitstraling van Heijmen. Het personeel blijft er gewoon werken, de ondersteuning gebeurt vanaf Millingen. ‘Wij gaan dit mooie familiebedrijf met dezelfde passie voortzetten zoals u die van hen en ons gewend bent’, besluit Heijmen.

Familiebedrijven
Zowel Heijmen als Neptun zijn familiebedrijven. Heijmen begon in 1953 met het leveren van brandstof aan de binnenvaart. In 1998 werd het huidige dubbelwandige bunkerstation (85 x 11,40 meter) met een capaciteit van 2000 kuub in gebruik genomen. De bunkerboten Martina 1 en 2 voorzien de klanten van brandstof. De directeuren Robert en Frank kwamen in de jaren negentig in het bedrijf en runnen sinds 2007 het bedrijf. De bevoorrading van de bunkerstations in Millingen en Rotterdam, gebeurt met de eigen tanker Hortensia 2.

Neptun voorziet sinds 1926 aan de Waal in Nijmegen de scheepvaart van brandstof. Dit gebeurde in eerste instantie vanuit een bunkersteiger met een opslagcapaciteit van 80.000 liter brandstof, toen nog via een handpomp. In 1966 werd een steiger in gebruik genomen met een capaciteit van 900.000 liter en een pompcapaciteit van 20 kuub per uur. Ruim twintig jaar later werd de opslagcapaciteit vergroot naar 1,2 miljoen liter brandstof en een pompcapaciteit van ongeveer 60 kuub. Op de steiger bevindt zich ook de winkel met een grootte van 280 m2 met scheepsbenodigdheden.
Voor het bunkeren van de schepen staan de Neptun 2 met 149 ton laadvermogen en de Neptun 44 van 94 ton laadvermogen ter beschikking.

Ook in Rotterdam
Sinds twee jaar is Heijmen ook actief in de Rotterdamse haven. In de eerste Eemhaven werd drie jaar geleden in samenwerking met SBH van Serge Broekhuizen een nieuw bunkerstation in gebruik genomen. De bunkerboten SBH 1 en SBH 2 voorzien sindsdien in de Rotterdamse haven de binnenvaart, maar ook de kleine kustvaart, werkschepen en jachten van brandstof.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid.

Volg ons op Twitter en Facebook

Volume binnenvaart groeit volgend jaar 1,9%

ZOETERMEER Het volume in de binnenvaart groeit volgend jaar met 1,9%. Onderzoeksbureau Panteia verwacht groei bij het vervoer van landbouwproducten, secondaire afvalstoffen, chemische producten en containers.

Uit de Korte Termijn Voorspeller (KTV) van Panteia blijkt verder dat de binnenvaart dit jaar kan rekenen op een groei van het vervoerde volume van 1,1%. Deze gematigde verwachting komt volgens Panteia vanwege de lage vervoerde volumes in de eerste maanden van dit jaar als gevolg van lage waterstanden op de Rijn en een zeer slechte oogst van landbouwproducten in West-Europa. Daarnaast heeft de stremming bij Grave een impact gehad op de afzetmogelijkheden van bouwmaterialen per binnenschip.

Weg en spoor
Panteia verwacht volgend jaar voor het totale goederenvervoer een groei van 2,1%, dit jaar wordt een groei verwacht van 1,6%. Dat komt onder meer omdat de koopkracht naar verwachting in 2017 en 2018 minder hard stijgt, maar de internationale handel wel weer opleeft. De wereldwijde economische vooruitzichten zijn gunstig. In bijvoorbeeld Brazilië en Rusland wordt weer economische groei verwacht na jaren van krimp. Dit heeft zijn uitwerking op het goederenvervoer.

Voor het wegvervoer wordt voor 2017 een groei verwacht van 1,9%, voor volgend jaar is dat 2,2%. Daarmee groeit het wegvervoer het meeste van alle modaliteiten. Voor het spoor wordt een groei van 0,7% voor dit jaar en een stijging van 1,6% voor volgend jaar verwacht. De Duitse plannen om de gebruikersvergoeding over het Duitse spoor te halveren zijn nog niet in deze cijfers verwerkt. De gebruiksvergoeding over het spoor in Duitsland is momenteel vergelijkbaar met die van Nederland, maar in Duitsland zijn er plannen om deze vergoeding drastisch te verlagen om spoorvervoer te stimuleren. In dat geval overweegt Nederland ook om omlaag te bewegen. Dit resulteert enerzijds in goedkoper spoorvervoer, wat een shift van weg naar spoor aantrekkelijk maakt. Anderzijds spelen kosten van het achterlandvervoer ook een rol bij havenkeuzes van rederijen.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid.

Volg ons op Twitter en Facebook

Binnenvaart vervoerde 0,2% meer lading in 2016

DEN HAAG De binnenvaart vervoerde vorig jaar ruim 314 miljoen ton lading, 0,2% meer dan een jaar eerder. Dat is 1% minder dan de groei van het totale goederenvervoer. Dat groeide in 2016 met 1,2% tot 1,67 miljoen ton. Het vervoer van lading over de weg en het spoor groeide volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) harder dan over het water.

De groei in de binnenvaart zat vooral in meer binnenlands vervoer en een stijgende aanvoer vanuit het buitenland. Vooral vanuit België, voor de binnenvaart het belangrijkste aanvoerland, werden flink meer goederen vervoerd. Deze aanvoer steeg met 8% tot bijna 34 miljoen ton. De hoeveelheid naar het buitenland afgevoerde goederen daalde vorig jaar. Naar Duitsland en België, samen goed voor 96% van de totale afvoer, daalde het vervoerde gewicht gemiddeld met 2,9%.
De daling in het grensoverschrijdend vervoer werd vooral veroorzaakt door de droge bulk. Het vervoer van droge bulk, zoals steenkolen en ertsen, deed zich voor in zowel het binnenlandse als het grensoverschrijdende vervoer. Het binnenlandse vervoer van natte bulk steeg vorig jaar met 7,8%. Dit kwam vooral door een stijging in het vervoer van aardolieproducten.
In het containervervoer daalde de aanvoer uit het buitenland. Bij de afvoer naar het buitenland steeg het vervoerde gewicht met 4,1%. Het binnenlandse containervervoer steeg in tonnen met 5,4%.

Binnenlands groeit
In het totale goederenvervoer kwam de groei geheel voor rekening van het vervoer binnen de Nederlandse landsgrenzen. De binnenlands vervoerde volumes stegen met 3,6%. In het binnenlandse vervoer zijn het vooral de vrachtauto’s die de meeste goederen vervoerden. Zij hadden in 2016 een aandeel van 82% van het totale vervoer binnen de Nederlandse landsgrenzen. De binnenvaart is goed voor bijna 17,6% van de binnenlandse goederenstroom, het spoor sluit de rij met een aandeel van 0,4%.

Het vervoer van goederen met een buitenlandse herkomst of bestemming daalde met 0,3% licht. Het grensoverschrijdende vervoer vormt met een aandeel van 60,7% het grootste deel van het totale goederenvervoer vanuit, naar en in Nederland. Het grootste deel van dit grensoverschrijdende vervoer gaat per zeeschip (58%). Vorig jaar nam het vervoer door zeeschepen wel met 0,9% af tot 589 miljoen ton. Het grootste deel hiervan, 398 miljoen ton, kwam Nederland binnen. Dit was 2,1% minder dan het jaar daarvoor. Van alle goederen verliet 189 miljoen ton Nederland via zee. Deze afvoer steeg met 1,5%.
Via zeeschepen werd vooral natte bulk vervoerd (35,8%), waaronder vooral aardolie(producten). Deze kwamen voor het grootste deel uit Rusland. Het volume aardolieproducten nam wel met 3% af ten opzichte van het jaar daarvoor.
Het containervervoer over zee steeg in 2016 met 1,4%. In 2015 was nog een daling te zien in het vervoer van containers door teruglopende handel met China en concurrentie met de havens van Antwerpen en Hamburg.

Buitenlandse concurrentie
Het wegvervoer vervoerde vorig jaar 723 miljoen ton goederen, een stijging van 3,4%. Het binnenlands wegvervoer groeide met 3,9% het sterkst. In het grensoverschrijdend wegvervoer van en naar Nederland namen de volumes met 2% toe. Deze groei kwam vooral voor rekening van buitenlandse vrachtauto’s. De Nederlandse vrachtauto’s reden juist minder goederen van en naar Nederland. Zij ondervinden steeds meer concurrentie van vrachtauto’s uit Midden en Oost-Europa.

Duitsland is de belangrijkste buitenlandse bestemming voor de wegvervoerders. In 2016 vervoerden Nederlandse vrachtauto’s ruim 24 miljoen ton aan goederen naar onze
Oosterburen, 4,4% minder dan het jaar ervoor. Vooral landbouwgoederen en overige voedingsmiddelen vinden hun weg naar Duitsland. Naar België, de tweede buitenlandse
bestemming van Nederlandse vrachtauto’s, steeg het wegvervoer met 7,7% tot bijna 21 miljoen ton. Ook hier waren het vooral landbouwgoederen en overige voedingsmiddelen die het meest vanuit ons land werden vervoerd.

Minder binnenlands
Het spoor vervoerde vorig jaar ruim 40 miljoen ton aan goederen, 1,5% meer dan een jaar eerder. De groei kwam geheel door de stijgende volumes in het grensoverschrijdende transport. Het binnenlands vervoer daalde voor het tweede jaar op rij. In 2015 bedroeg de daling 4,1%, vorig jaar liep dit op tot 7,7%.
Bij het grensoverschrijdende vervoer, goed voor 93% van het totale vervoer, steeg de aanvoer vanuit het buitenland met 4,5% het meest. Het is het derde opeenvolgende jaar dat de aanvoer van goederen harder groeit dan de afvoer naar het buitenland. Het
vanuit Nederland naar het buitenland vervoerde gewicht steeg met 1,6%.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid.

Volg ons op Twitter en Facebook

CoVadem als basis voor Vessel Train systeem

BRUSSEL De Vessel Train is een mooi initiatief, een schip vaart voorop als een leider, de overige schepen volgen. Maar om dit ‘treintje’ zo goed mogelijk te laten varen, moet wel een systeem worden ontwikkeld en gebouwd, dat niet alleen realtime de waterdiepte op de rivier meet, maar ook kan voorspellen. Het Nederlandse Marin, Bureau Telematica Binnenvaart (BTB), Deltares en Autena Marine gaan daarvoor zorgen.

Deze informatie is nodig om de Vessel Train op de binnenwateren zo goed mogelijk te kunnen adviseren over de te volgen route en de aanbevolen snelheid. Het systeem dat daarvoor nodig is, is gebaseerd op een al bestaande applicatie waarmee op ongeveer 50 binnenvaartschepen nu al deze informatie wordt verzameld, CoVadem. De gegevens worden op de wal opgeslagen en straks verder verspreid onder de schippers. Voor gebruik op de Vessel Train, worden nieuwe functionaliteiten aan dit systeem toegevoegd. Zo wordt de opgeslagen data gefilterd en worden de gegevens samengevoegd met informatie uit andere bronnen zoals de elektronische ECDIS kaart. Om een zo goed mogelijk beeld van de rivierbodem te krijgen worden de gegevens gecombineerd met hydrodynamische, hydrologische en morfologische modellen. Dit alles moet het mogelijk maken om actuele en voorspellende informatie over de toestand van de rivier te genereren en de Vessel Train te adviseren over de optimale snelheid en de te volgen route op de rivier.

2.000 schepen
CoVadem gaat zoveel mogelijk gebruik maken van de bestaande sensoren op de schepen, zoals de bestaande dieptemeter, de bestaande GPS en beladingsmeter. Eventueel worden wel sensoren toegevoegd, zoals verbruiksmeters voor het nauwkeurig meten van het brandstofverbruik. In feite wordt dus alleen een kastje geplaatst die wordt gekoppeld aan de bestaande sensoren om deze uit te kunnen lezen.

Het aantal schepen dat nu al meedoet aan CoVadem bedraagt nu rond de 50. De bedoeling is dat daar in eerste instantie tien tot vijftien binnenvaartschepen bijkomen. Tevens wordt in dit project de database aan de wal aangepast zodat in de toekomst zodat in de toekomst kan worden doorgegroeid naar 2.000 schepen. Dit moet in de toekomst niet alleen de nauwkeurigheid nog verder verbeteren, maar moet er ook voor zorgen dat de dekkingsgraad van het aantal vaarwegen nog verder toeneemt.
Het Marin is de projectleider in deze projecten. Samen met het BTB is Autena verantwoordelijk voor de systemen aan de wal. Autena neemt ook de installatie aan boord voor haar rekening.

Demonstratie
Om het voor de volgende schepen mogelijk te maken om de leider te kunnen volgen, moeten de volgende schepen worden uitgerust met apparatuur die dat mogelijk maakt. Deze apparatuur moet kunnen communiceren met de leider en moet het bedienen van het roer en de voortstuwing op afstand mogelijk maken. Verder moet een bepaalde afstand worden gehouden tussen het schip achter en de schepen daar achter of voor en moet kunnen worden gereageerd op noodsituaties.

Om te kunnen testen of alles ook waar gemaakt kan worden, worden simulaties gedaan op de simulatoren van het Marin en DST in Hamburg. Zo moet het hydrodynamische gedrag van het leidende schip en de volgende schepen in kaart worden gebracht. Ook worden verschillende scenario’s via software gesimuleerd. Het gaat hierbij om de scenario’s dat de Vessel Train in een rechte lijn en door een bocht vaart waarbij de schepen het leidende schip volgen op een geoptimaliseerde afstand. Ook wordt gekeken hoe het aan- en afkoppelen van schepen in de ‘trein’ aan het begin- en eindpunt verloopt en wat de consequenties zijn in noodsituaties. Het Marin is verantwoordelijk voor het kunnen demonstreren van deze verschillende scenario’s.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid.

Volg ons op Twitter en Facebook

 

Communicatie heikel punt na aanvaring stuw Grave

GRAVE De communicatie na de aanvaring van stuw Grave liet veel te wensen over. Ook werd de melding van de aanvaring met onvoldoende urgentie behandeld. In eerste instantie lag de prioriteit bij het afsluiten van de Thompsonbrug, pas later komt aan de orde dat er benzeen betrokken is en dat het stuwpand tussen Grave en Sambeek leegloopt. Ook ontbrak het de verschillende diensten aan een totaalbeeld en moet Rijkswaterstaat bij het uitbesteden letten op de consequenties voor de crisisbeheersing. Dit was onder meer te zien bij het sluiten van sluis Heumen.

Op donderdag 29 december voer bij mistig weer de tanker Maria Valentine met benzeen door de stuw op de Maas bij Grave. Naar aanleiding hiervan besloten Rijkswaterstaat, de drie betrokken veiligheidsregio’s en de betrokken waterschappen Berenschot een onderzoek uit te laten voeren naar de afhandeling in de eerste 48-uur na de aanvaring. Er loopt nog een onderzoek van de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV). Dat richt zich op de volledige calamiteit en op de wijze waarop is omgegaan met de gevolgen. Daarnaast doet het Openbaar Ministerie strafrechtelijk onderzoek naar de toedracht.

Conclusies
De algemene conclusie van Berenschot luidt volgens Rijkswaterstaat dat het incident heeft plaatsgevonden onder unieke en zeer moeilijke omstandigheden waarbij alle betrokkenen zich tot het uiterste hebben ingespannen voor een goede crisisbeheersing. ‘De locatie en aard van het incident hebben de afhandeling ernstig bemoeilijkt. Daarnaast is de melding met beperkte urgentie behandeld en is door de betrokken partijen onvoldoende geanticipeerd op de interregionale effecten. Ook is de opschaling van de betrokken organisaties niet integraal afgestemd. Het ontbreken van een totaalbeeld en onvoldoende coördinatie op tactisch niveau bemoeilijkten adequate crisiscommunicatie.’

Aanbevelingen
In het algemeen stellen de onderzoekers dat de regionale plannen beter moeten aansluiten op het Handboek Incidentbestrijding, met daarbij speciale aandacht voor melding en alarmering en crisiscommunicatie. Een van de aanbevelingen in het rapport voor Rijkswaterstaat is dat zij explicieter de consequenties voor crisisbeheersing moet beschouwen bij het uitbesteden van taken. Ook wordt de overweging meegegeven direct na een crisis een afspraak te beleggen met alle hoofdrolspelers voor het nabespreken van de crisis en het uitwisselen van de ervaringen. Tot slot adviseert Berenschot om de veiligheidsregio’s het principe van een coördinerend Regionaal Operationeel Team (ROT) en coördinerend operationeel leider uit te werken.

De betrokken partijen gaan de resultaten en aanbevelingen nader bestuderen. De komende tijd gaan zij gezamenlijk aan de slag met de conclusies uit het rapport.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid.

Volg ons op Twitter en Facebook

BCTN brengt Chinese containers met speedbarges naar Duisburg

NIJMEGEN Terminaloperator BCTN in Nijmegen biedt sinds kort een dienst aan om met zogenoemde speedbarges containers via Duisburg van en naar het Europese achterland en China te transporteren. BCTN speelt hier mee in op de stijgende vraag naar een verbinding met China met een lagere CO2 footprint.

BCTN is voor de nieuwe dienst een samenwerking aangegaan met Duisport. Hiervoor worden speciale speedbarges ingezet. Met de speedbarge kunnen containers dagelijks worden vervoerd van BCTN Nijmegen naar Duisport. In Duisburg worden deze containers vervolgens op de trein gezet.

CEO Joop Mijland van BCTN spreekt van een CO2 reducerende en snellere verbinding met China en het Europees achterland. ‘We zijn met Duisport een samenwerking aangegaan om deze nieuwe verbinding op te zetten en hiermee aan de vraag van onze klanten te voldoen. Wij zien in Duisport de perfecte partner vanwege hun kennis van het Europese achterland.’

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid.

Volg ons op Twitter en Facebook

Vessel Train moet kleiner schip rendabeler maken

ROTTERDAM De Vessel Train moet het gebruik van kleinere schepen in de binnenvaart rendabeler maken. In het zogenoemde NOVIMAR-project gaan 22 partners uit negen Europese landen in vier jaar tijd dit geheel nieuwe transportconcept onderzoeken en ontwikkelen.

De Vessel Train is gebaseerd op platooning, waarmee bijvoorbeeld het wegtransport al geruime tijd experimenteert. Een bemande ‘Leader Vessel’ wordt daarbij gevolgd door één of meer ‘Follower Vessels’ met minder of zelfs zonder bemanning. Het verwachte kostenvoordeel moet het gebruik van kleinere schepen rendabeler maken. En daardoor kan meer transport binnen stedelijke gebieden worden verplaatst van de weg naar het water.

Kick-off
Onlangs vond de internationale kick-off plaats van het project. De projectpartners verzamelden zich voor de eerste General Assembly op de RDM Campus in Rotterdam. Tijdens deze General Assembly vond een aantal workshops plaats. Hierin scherpten ruim veertig deelnemers de gezamenlijke uitgangspunten voor succesvolle Vessel Train-varianten aan. Onder meer kosten- baten analyse, navigatie en control technologie, nieuwe scheepsconcepten en veiligheid en regelgeving kwam aan bod.

Netherlands Maritime Technology (NMT) coördineert het project NOVIMAR (NOVel Inland waterways transport and MARitime transport). Het project wordt ondersteund met een bijdrage uit het Europese Horizon 2020 programma. In het consortium van 22 partners doen vanuit Nederland naast NMT ook Autena Marine, MARIN, Deltares, het Expertise- en Innovatie-Centrum Binnenvaart (EICB), TU Delft en Bureau Telematica Binnenvaart (BTB) mee aan NOVIMAR.

Uitdagingen
De afdeling Maritieme & Transport Techniek (M&TT) van de Technische Universiteit in Delft richt zich in het onderzoek op de uitdagingen in het scheepsontwerp om het varen met autonome schepen mogelijk te maken. Ook wordt onderzoek gedaan naar het transportsysteem dat nodig is om de schepen zonder bemanning te kunnen laten varen en worden de verschillende mogelijke implementatievormen van het platooning concept geëvalueerd.

De wetenschappers zien de bijdrage van Europa als ‘een aanzienlijke versterking van hun onderzoeksinspanningen om het autonoom varen mogelijk te maken’. Eind vorig jaar kwamen wetenschappers van de TU Delft al met de voorspelling dat rond 2030 zee- en binnenvaartschepen gaan varen die geheel zonder tussenkomst van mensen hun werk doen. Onbemande schepen die worden gevaren door een bemanning aan de wal en platooning beschouwen de wetenschappers nog slechts als een tussenstap.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid.

Volg ons op Twitter en Facebook

Tot € 2700 subsidie voor leerplaatsen

DEN HAAG Werkgevers kunnen tot 2700 euro subsidie krijgen indien ze praktijkleerplaatsen of werkleerplaatsen aanbieden. Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) wil met de ‘Subsidieregeling praktijkleren’ het aanbieden van dergelijke plaatsen stimuleren. Aanvragen voor subsidie kunnen voor het afgelopen jaar nog tot en met 15 september worden ingediend.

Het bedrijf of de organisatie komt in aanmerking voor subsidie voor de weken of maanden waarin de leerling deelnemer of student in het school-, studiejaar binnen het bedrijf of de organisatie is begeleid. De werkgever hoeft geen volledig school-, studiejaar begeleiding te geven om voor subsidie in aanmerking te kunnen komen. Deze tegemoetkoming in de begeleidingskosten geldt ook als een deelnemer voor de gestelde einddatum van de praktijk- of werkleerplaats stopt.

Streven van het ministerie is om met de subsidieregeling leerlingen, studenten of werknemers die een beroepsopleiding volgen, zich beter te laten voorbereiden op de arbeidsmarkt. Ook kunnen werkgevers beschikken over beter opgeleid personeel.

205 miljoen
Tot 2019 stelt OCW jaarlijks € 205 miljoen subsidie beschikbaar. De regeling werkt niet volgens het principe ‘wie het eerst komt die het eerst maalt’. Alle tijdig ingediende aanvragen worden in behandeling genomen. Bij een overschrijding van het beschikbare subsidiebudget wordt per onderwijscategorie het budget evenredig over de ingediende aanvragen verdeeld. Voor het vmbo is € 1,4 miljoen beschikbaar, voor het mbo € 188,9 miljoen, het hbo € 8 miljoen en voor promovendi € 6,7 miljoen.

Aanvraag
Een subsidieaanvraag kan na afloop van de begeleiding in het betreffende studiejaar worden ingediend. Voor het school-, studiejaar 2016-2017 kunnen aanvragen tot uiterlijk 15 september 17.00 uur worden ingediend.

Meer informatie is te vinden op de website van RVO.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid.

Volg ons op Twitter en Facebook

 

Stuw Grave over twee weken weer in gebruik

GRAVE De stuw bij Grave is over twee weken weer te gebruiken. Rijkswaterstaat heeft de reparatie afgerond en testen verliepen met succes. Nu moet alleen nog de tijdelijke breuksteendam worden afgebroken.

De stuw van Grave raakte eind december van vorig jaar zwaar beschadigd toen de binnenvaarttanker Maria Valentine geladen met benzeen door de stuw voer. De stuw kon daardoor niet meer zijn normale functie vervullen. Jukken, schuiven en steunberen, de betonnen aanslagnokken onder water waar de jukken van de stuw op steunen, raakten zwaar beschadigd. De waterstand in zowel de Maas als het Maas-Waalkanaal daalde daardoor meters zodat de Maas tussen Grave en Sambeek onbevaarbaar werd.

Onderzoek
Hoe de aanvaring heeft kunnen gebeuren, onderzoekt de Onderzoeksraad voor Veiligheid. Rijkswaterstaat, de waterschappen en de veiligheidsregio’s hebben onderzoeksbureau Berenschot echter ook de opdracht gegeven voor een onderzoek dat zich richt zich op de eerste 48 uur na de aanvaring van de stuw. De resultaten van dit onderzoek moeten deze maand bekend zijn. Het onderzoek gaat in op hoe de betrokken partijen met de crisis zijn omgegaan. Hierbij is het de vraag hoe de samenwerking tussen de partijen en hoe de informatie- en communicatielijnen liepen. Ook wordt onderzocht hoe gemeente-, regio- en provincie deze grensoverschrijdende calamiteit hebben opgepakt. Doel van het onderzoek is leren en verbeteren. ‘Dat betekent dat er niet zozeer naar een schuldvraag wordt gezocht, hoe liep het buiten, ging alles volgens de regels en wie was waarvoor verantwoordelijkheid, maar dat er wordt gestuurd op verbeterpunten voor de toekomst. Zo krijgen alle betrokken partijen inzicht in wat de beste aanpak is bij grote regio overschrijdende calamiteiten.’

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid.

Volg ons op Twitter en Facebook

 

Hybride varen met de techniek van windmolens

BAAK De binnenvaart moet vergroenen en de strenge nieuwe Europese eisen verlangen dat de uitstoot van de motoren in de binnenvaart flink omlaag gaat. Pasman Motoren & Aggregaten uit het Gelderse Baak zet hiervoor in op hybride varen met de bewezen techniek van Siemens, afkomstig van de windmolenindustrie.

De basis voor het huidige Pasman Motoren & Aggregaten werd een kleine 40 jaar geleden al gelegd door de vader van de huidige directeur Willem Pasman. Hij begon kleinschalig met het reviseren van auto-, truck- en tractormotoren, bijvoorbeeld het reviseren van cilinderkoppen. Eind jaren negentig belandde het bedrijf in Nijmegen, nu zit het bedrijf in Baak. Het bedrijf is inmiddels specialist op het gebied van revisie, verkoop, service en onderhoud van motoren, aggregaten en WKK-installaties. Maar Pasman ontwikkelt en bouwt ook zelf producten, onder meer geluidsisolerende omkastingen, generator- en pompsets en besturingssystemen. Bovendien levert het bijdragen aan innovatieve milieuprojecten. Zo staat bij het bedrijf een container met 55 accu’s die met zonnepanelen gevoed gaan worden en de energie gaan leveren voor een grote telescoop in Zuid-Amerika. Pasman telt inmiddels 25 werknemers. In de moderne en goed uitgeruste werkplaats verrichten de monteurs alle mogelijk revisie en assemblagewerkzaamheden. In de hal van 2000 vierkante meter worden ook de meest voorkomende constructiewerkzaamheden verricht.

Hybride varen
Pasman levert motoren van de merken Caterpillar, John Deere en Yanmar. Het bedrijf begint inmiddels steeds meer van de strengere Stage V eisen waaraan de nieuwe motoren die vanaf 2020 in binnenvaartschepen worden geplaatst moeten voldoen. ‘We hebben de afgelopen jaren wel veel revisiewerk gedaan. Maar je hoort nu toch wel weer een beetje voorzichtig van de schippers dat het iets beter gaat in de binnenvaart. Ze beginnen zo langzamerhand weer te denken aan investeren.’

Voor de vergroening van de binnenvaart zet Pasman in op hybride varen, bijvoorbeeld diesel-elektrisch. Hiervoor ging het bedrijf een samenwerkingsverband aan met Siemens. ‘Siemens levert hiervoor een kant en klaar product. De techniek die ze hiervoor gebruiken is afkomstig van de windmolens. Dit is goed vergelijkbaar met de scheepvaart, een windmolen zou je ook kunnen zien als een langzaamloper. Het geavanceerde besturingssysteem van Siemens zorgt hierbij automatisch voor de beste belastinggraad van de motor. Want de meeste 110 meter schepen gebruiken misschien maar de helft van het vermogen. En met hybride varen kan je daar onbeperkt mee gaan spelen. Met een elektromotor van 100 kW kan je kortstondig een tandje bijzetten mocht je meer vermogen nodig hebben. Maar je kan met een groot accupakket aan boord ook tijdens de vaart de accu’s opladen en in de havens puur elektrisch gaan varen. Hierdoor verbruik je niet alleen minder brandstof, maar is er ook minder slijtage. Daardoor gaan de kosten voor de schipper omlaag.’

Reviseren
Dat de binnenvaart moet vergroenen is volgens Pasman wel duidelijk. Samen met branchevereniging VIV probeert hij een goede middenweg te vinden om de binnenvaart te kunnen laten voldoen aan de nieuwe emissie eisen. ‘Via allerlei werkgroepen blijf ik op de hoogte van wat wel en niet mag. Want je moet natuurlijk geen zaken leveren die niet gebruikt mogen worden.’ Pasman heeft nog wel een tip voor de binnenvaartschippers. ‘Als je voor 2020 nog een nieuwe motor plaatst, mag je deze volgens de regels oneindig blijven reviseren.’

Meer dan binnenvaart
Hoewel de binnenvaart nog steeds een gewaardeerde en belangrijke klant is van Pasman, is het bedrijf ook in andere markten actief, vaak overigens wel water gerelateerd. Want volgens Pasman maakt het vrijwel niet uit waar je een generatorset voor gebruikt. ‘Die zijn voor alle takken hetzelfde.’ Bijvoorbeeld in de natte aannemerij. In de hal staat dan ook een Caterpillar generatorset voor een zandzuiger. Het schip ligt nu voor ombouw op de werf van Gerlien van Tiem in Druten. Maar Pasman levert ook industriële generatorsets als noodstroomvoorziening voor bijvoorbeeld ziekenhuizen en gasmotoren en warmtekrachtinstallaties voor onder meer hotels, tuinders en waterzuiveringsinstallaties. ‘En deze industriële motoren voor bijvoorbeeld heftrucks, shovels en kranen voldoen al aan de strenge eisen. Alles zit er vanaf de fabriek al standaard op, zoals een katalysator. De binnenvaart zit nog steeds op de eisen van stage 3a. Maar als je kijkt naar de uitstoot per vervoerde tonnen, dan wint de binnenvaart het natuurlijk nog steeds makkelijk van het wegvervoer.’

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid.

Volg ons op Twitter en Facebook

Dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland.