Aanvoer grondstoffen bouw via de Rijn dreigt droog te vallen

HOOFDDORP De Nederlandse bouwindustrie moet er rekening mee houden dat de continuïteit van het bouwproces op korte termijn ernstig in gevaar dreigt te komen nu de aanvoer van bouwgrondstoffen via de Rijn stagneert en het transport naar de losplaatsen in Nederland niet meer gegarandeerd kan worden. Dat meldt de Nederlandse Vereniging van Leveranciers van Bouwgrondstoffen (NVLB).

De waterstand op de Rijn daalt de komende dagen richting een kritieke grens, waarbij minder grind- en zandvaart de ondiepte bij Kaub en Maxau kan passeren. Hierdoor worden laadplaatsen aan de Rijn onbereikbaar. Ook de scheepvaart op de Ruhr, Neder-Rijn, Waal en de IJssel ondervindt grote hinder door de lage waterstand.

Schaarste
De aanvoer van bouwgrondstoffen via de Rijn, alsook via de IJssel kan volgens de NVLB de komende weken mogelijk geheel stil komen te vallen door de extreem lage waterstand op de Rijn.
Elwis.de, de databank van de Duitse vaarwegbeheerder WSV, voorspelt voor begin van volgende week een waterstand van 21 centimeter. Bij die waterstand of lager houdt het vrijwel op voor de grind- en zandvaart. De lange termijn vooruitzichten zijn, zeker met de winter op komst, erg onvoorspelbaar.
Door het lage water is ook nu al een schaarste aan vervoersruimte, omdat er meer schepen nodig zijn voor dezelfde hoeveelheid. Alternatieve aanvoer via het spoor en de weg zijn waar mogelijk al benut en kunnen door de beperkte beschikbaarheid van die transportmiddelen niet verder worden ingezet. (Foto Erik van Huizen)

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid.

Volg ons op Twitter en Facebook

Binnenvaart pleit voor meer steun uit Europa

WENEN De binnenvaartorganisaties EBU en ESO willen dat Europa met meer politieke en financiële steun komt voor de binnenvaart. Om het volledige potentieel van het vervoer over de binnenwateren ten volle te benutten is volgens de organisaties een ambitieus actieplan nodig, een opvolger van het eerdere actieplan NAIADES II.

Het doel van de EU is om het vervoer van lading over de weg tegen 2030 met 30% te hebben verlegd naar spoor en water. Tegen 2050 moet dat zijn opgelopen tot 50%. Daarvoor moet de binnenvaart worden omgevormd tot een synchro-modale partner in het achterland van zeehavens. Om dat te bereiken moet Europa wel met geld over de brug komen. De binnenvaartorganisaties overhandigden daarom deze week tijdens de binnenvaartconferentie in Wenen een verklaring aan de Oostenrijkse minister van vervoer Norbert Hofer en aan Désirée Oen als vertegenwoordiger van de Europese Commissie. Hofer is voorzitter van de Raad van ministers van Transport van de EU.

Aanzienlijke middelen
Secretaris-generaal Theresia Hacksteiner van de EBU was duidelijk. ‘De binnenvaart zet zich in om vooruitgang te boeken in de modernisering, het innoveren en het bijdragen aan een schonere, efficiëntere, veiligere en duurzamere industrie. De vorige NAIADES-actieplannen hebben geleid tot een groter bewustzijn van het potentieel van de binnenvaart en het is belangrijk om deze inspanningen voort te zetten door middel van een verhoogde politieke en financiële steun, samen met aanzienlijke middelen voor onderzoek en innovatie, de interne markt en het concurrentievermogen.’
Minister Hofer kondigde aan dat de verklaring deel gaat uitmaken van de conclusies van de Raad over de binnenvaart.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid.

Volg ons op Twitter en Facebook

MKB moet zich beter wapenen tegen internetcriminaliteit

DEN HAAG Internetcriminelen hebben in 2018 bij ruim de helft (52%) van de kleine bedrijven geprobeerd geld of gegevens buit te maken. Dit blijkt uit het Alert Online-onderzoek onder mkb’ers. Phishing en acquisitiefraude zijn hierbij de meest gebruikte methodes. En hoewel de dreiging bij kleine bedrijven toeneemt, maken zij zich juist steeds minder zorgen over hun digitale veiligheid. Daarom roept minister Grapperhaus van het ministerie van Justitie en Veiligheid bij de start van de Week van de Veiligheid kleine bedrijven op zich beter te wapenen tegen internetcriminaliteit.

In 2017 maakt 65% van de kleine bedrijven met één tot negen werknemers zich nog weinig zorgen over de digitale veiligheid op de zaak. In 2018 is dit percentage gestegen naar 75%. De onbezorgdheid is onterecht. ‘Steeds meer kleine bedrijven werken ook digitaal; bestellingen en betalingen worden online gedaan, bedrijfsprocessen worden aangestuurd door computers’, zegt minister Grapperhaus. ‘Dat biedt kansen om makkelijker en sneller het werk te doen, maar maakt een bedrijf ook kwetsbaar. Er hoeft maar één medewerker op een verkeerde link te klikken en het bedrijf ligt stil. Met grote financiële schade en een deuk in de reputatie tot gevolg. Daarom trek ik nog dit jaar 1,2 miljoen euro uit voor trainingen en voorlichting aan mkb’ers. Het is belangrijk dat ondernemers goede informatie krijgen welke risico’s er zijn, zodat ze weten welke maatregelen ze zelf kunnen nemen.’

Niet op orde
De digitale weerbaarheid van het mkb is volgens Rutger Leukfeldt, lector cybersecurity in het mkb bij De Haagse Hogeschool en senioronderzoeker cybercrime bij het NSCR, niet goed op orde. ‘Eén op de vijf mkb-bedrijven is al slachtoffer geworden van internetcriminaliteit. We zien dat met name kleinere bedrijven minder vaak technische en organisatorische maatregelen treffen. Hierdoor neemt niet alleen de kans toe dat zij slachtoffer worden, maar is ook de impact groot als het mis gaat.’

Phishing en acquisitiefraude zijn de meest voorkomende vormen van internetcriminaliteit in het bedrijfsleven. Met name kleine bedrijven zijn kwetsbaar hiervoor. Ruim een derde (37%) van de kleine bedrijven kampte met phishingmails, waarbij de ontvanger wordt verleid op een valse link of bijlage te klikken. Eén op de vijf deed dat ook daadwerkelijk. Een kwart (23%) had te maken met acquisitiefraude, ook wel bekend als spookfacturen voor diensten of producten die niet zijn geleverd.
Opvallend is dat 56% van de kleine bedrijven die is geconfronteerd met internetcriminaliteit geen extra beveiligingsmaatregelen heeft getroffen, zoals virussoftware of firewall installeren of updaten, wachtwoorden complexer maken, back-ups maken of het voorval rapporteren.

‘Die mail zag er zo echt uit…’
Arjan de Pee, eigenaar van Autobedrijf de Pee uit Krimpen aan den IJssel, trapte in een phishingmail: ‘De mail zag er zo echt uit. Na de klik ging mijn scherm direct op zwart. Al onze computerbestanden waren gegijzeld. Mijn autobedrijf lag plat. Wij konden niet meer bij onze programma’s en documenten. Alleen als wij een flink bedrag in bitcoins zouden betalen, zouden de internetcriminelen onze gegevens weer vrijgeven.’

Arjan de Pee won advies in bij zijn IT-adviseur. Hij kreeg het dringende advies niet te betalen. Want wie dat wel doet, houdt deze vorm van internetcriminaliteit in stand. ‘Gelukkig maakten we van sommige werkplaatsprogramma’s zoals de planning en klantendatabase, dagelijks back-ups. PDF’s, Word- en Exceldocumenten waren we kwijt. Ik grijp nog vaak mis.’

Arjan de Pee had nooit verwacht dat hij slachtoffer zou worden van internetcriminaliteit en dat de impact zo groot zou zijn. ‘Ik heb mijn les geleerd. Mijn IT-bedrijf heeft online monitoringsoftware voor ons geïnstalleerd met onder andere een goede virusscanner en firewall. Daarnaast maken we nu dagelijks automatisch back-ups die we bij meerdere online aanbieders opslaan. Dat kost niet veel, maar geeft zo’n veilig gevoel. Ik raad andere ondernemers aan dat ook te doen.’

Tips
Met de volgende tips zetten mkb’ers de eerste stappen om zich beter te beschermen tegen internetcriminelen:

  •  Maak back-ups. En doe dit regelmatig. Bewaar de back-up op een veilige plek. Zo beperk je de schade als bijvoorbeeld door ransomware je bedrijfsdata gegijzeld wordt.
  • Draai updates direct. Van al je software en op alle apparaten die je werknemers voor het werk gebruiken. Zo voorkom je dat virussen gebruikmaken van kwetsbaarheden in oude versies van programma’s. Het helpt om hiervoor automatisch updaten in te stellen.
  • Klik niet zomaar op bijlagen of links in e-mails. Leer jezelf en ook je medewerkers valse e-mails te herkennen. Daarmee proberen criminelen zakelijke informatie te ontfutselen of malware op je computer en bedrijfsnetwerk te installeren.
  • Gebruik niet zomaar openbare wifi-netwerken. Hoe handig ook, openbare wifi is niet veilig. Laat je werknemers onderweg alleen 4G gebruiken of verbinding maken via een beveiligde VPN-verbinding.
  • Maak afspraken en train je medewerkers. Zorg dat zij weten wat zij moeten doen en hoe zij dat moeten doen om internetcriminaliteit te voorkomen.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid.

Volg ons op Twitter en Facebook

Open dag bij MARIN

WAGENINGEN Maritiem onderzoeksinstituut MARIN houdt op zaterdag 10 november weer een open dag. De open dag, die gratis toegankelijk is, is de aftrap van de Maritime Week. De vorige open dag in 2016 werd door 7500 geïnteresseerden bezocht.

‘Better Ships, Blue Oceans’ is het thema dit jaar. De toekomst van Nederland ligt op het water, het oppervlak van onze blauwe planeet bestaat immers voor 70% uit water. Daarom laat MARIN zien hoe zij schepen en operaties op zee, schoner, slimmer en veiliger maakt en hoe zij bijdraagt aan een duurzaam gebruik van de zee. Bezoek de ‘Zee van de toekomst’ met autonoom en emissieloos varende schepen, drijvende eilanden en windmolens, zonnecelcentrales en zeewierboerderijen. Zie hoe met maritiem onderzoek scheepsrampen voorkomen kunnen worden en ervaar het simulatiecentrum van de toekomst.

Er zijn verschillende activiteiten speciaal voor kinderen. De kleinsten kunnen zelf varen en hun kapiteinsdiploma halen. Ook kunnen kinderen zelf op onderzoek uit met het speurspel en maken ze kans op leuke prijzen.

De open dag van het MARIN vindt zaterdag 10 november van 09.30 uur tot 17.00 uur plaats aan de Haagsteeg 2 in Wageningen.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid.

Volg ons op Twitter en Facebook

COV wijst minister op plicht Waal op diepte te houden

ZWIJNDRECHT Nederland voldoet niet langer aan haar internationale verplichtingen vanuit de Centrale Commissie voor de Rijnvaart (CCR) als het gaat om de bevaarbaarheid van de aktewateren. Het Centraal Overleg Vaarwegen (COV) wijst minister Van Nieuwenhuizen van Infrastructuur en Waterstaat in de brief op de slechte bevaarbaarheid van de Waal in het geval van lage waterstanden.

In artikel 28 van de Akte van Mannheim verbindt Nederland zich om het vaarwater van de Rijn in behoorlijke staat te brengen en te onderhouden voor het waarborgen van de bevaarbaarheid en de streefdiepte. Ook artikel 3 lid b van de Scheepvaartverkeerswet beoogt dit. Maar vanwege de droogte van deze zomer en de hiermee gepaard gaande lage waterstanden, zakte het water op de Waal zo laag, dat uiteindelijk langdurig nog maar met een beladingsgraad van minder dan 40% gevaren kon worden. Het COV uit haar zorgen hierover.  ‘Wij constateren dat gedurende laagwaterperiodes de bevaarbaarheid van de Waal achterblijft bij die van de Rijn in Duitsland’, schrijft voorzitter Eric Schulz in de brief aan de minister. ‘Het is belangrijk om deze slagader van de Nederlandse economie goed te onderhouden. Door de klimaatverandering krijgen we op de Waal en de Rijn steeds vaker te maken met hoger hoogwater en lager laagwater. Tijdig baggeren en maatregelen treffen om bodemerosie tegen te gaan zijn daarom van evident belang. De streefdiepte van 2,80 meter bij de overeengekomen lage rivierstand (OLR) moet, conform internationale afspraken, daarom altijd gegarandeerd blijven, evenals een vaarwegbreedte van minimaal 150 meter.’

‘Verzuild beleid’
De streefdiepte van 2,80 meter en het OLR zijn gebaseerd op internationale afspraken vanuit de Centrale Commissie voor de Rijnvaart (CCR). Het OLR is vastgesteld op een afvoer van 1020 m3/sec bij Lobith en een waterstand van 739 NAP. Normaliter zou bij deze afvoer en waterstand rond de 2,80 m waterdiepte beschikbaar moeten zijn. Bij een tijdens de droogte minst gepeilde was volgens het COV op de Waal 40 tot 60 centimeter te weinig waterdiepte beschikbaar. ‘Dit gemis aan waterdiepte schaadt de scheepvaartsector in ernstige mate. In het verleden lag voor de internationale scheepvaart het kritische diepgangspunt tot Keulen op de Rijn in Duitsland. De laatste jaren blijkt dat de waterdiepte op de Waal afneemt en de minst diepe locatie inmiddels in Nederland ligt.’

Volgens het COV heeft de droge zomer pijnlijk de kwetsbaarheid inzichtelijk gemaakt van ons natuurlijke riviersysteem als vervoersader. ‘De laatste jaren zijn tal van maatregelen genomen die het riviersysteem beïnvloed hebben. Nu zien wij dat de streefdiepte op de Waal niet langer wordt gehaald. Wij wijten dit mede aan een verzuild rivierbeleid, waarin waterveiligheid, waterkwaliteit en scheepvaart onvoldoende integraal worden benaderd. Wij pleiten voor een samenhangend, boven regionaal en internationaal rivierbeleid voor de Nederlandse Rijntakken, zodat het cumulatief effect van maatregelen over het gehele riviersysteem inzichtelijk wordt.’

Inspanningsverplichting
Schulz hoopt en vertrouwt erop dat minister van Nieuwenhuizen het belang van de Waal als transportader voor de Nederlandse economie onderkent en dat ze voldoende budget vrijmaakt, zodat ‘deze urgente situatie aangepakt kan worden en een adequaat vaarwegennetwerk gewaarborgd blijft’. ‘Wij menen dat Nederland een juridische inspanningsverplichting heeft om een streefdiepte van 2,80 meter op de Waal te bewerkstelligen. Wij vragen de minister op basis van internationale afspraken, de scheepvaartverkeerswet, het BPRW en het Rivierkundig Beoordelingskader te zorgen dat de Waal blijft voldoen aan de internationale eisen die de functie scheepvaart stelt.’

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid.

Volg ons op Twitter en Facebook

Opnieuw miljoenen voor Port Liner

BRUSSEL Port Liner krijgt vanuit Brussel opnieuw miljoenen euro’s aan subsidie voor de bouw van elektrisch varende containerschepen. Vorig jaar kreeg het bedrijf van binnenvaartondernemer Ton van Meegen al 7 miljoen uit het programma voor het Trans-Europese Vervoersnetwerk (TEN-T), nu komt 5,6 miljoen euro subsidie beschikbaar voor vergroening van de binnenvaart.

De eerste miljoenen kreeg Port Liner voor de bouw van zes elektrisch varende containerschepen. Om deze zogenoemde Port Liners van stroom te voorzien, komen aan boord schok- en trillingsvrije containers met batterijen te staan, de zogenoemde e-Powerboxen. De 7 miljoen euro aan subsidie worden hoofdzakelijk gebruikt voor het ontwikkelen van deze containers.
De bijna 6 miljoen euro die nu beschikbaar komt, gaat Port Liner gebruiken voor de bouw van nog eens negen van deze elektrische containerschepen. ‘Er is gekozen voor innovatie en duurzaamheid’, concludeert minister Cora van Nieuwenhuizen van Infrastructuur en Waterstaat. ‘Met een impuls voor de bouw van volledig elektrische binnenvaartschepen voor containervervoer wordt de binnenvaart een nog duurzamer alternatief voor vervoer over de weg.’

e-Powerbox
Port Liner heeft nu dus voor in totaal vijftien elektrische binnenvaartschepen subsidie gekregen, vijf kleinere schepen en tien grote. De schepen gaan varen in het ARA-gebied en van en naar de containerterminal van logistiek dienstverlener GVT Group of Logistics in Tilburg. De vijf kleine schepen krijgen een lengte van 52 meter en een breedte van 6,70 meter. De tien grotere schepen bestaan uit vijf schepen van 110 meter lang en 11,45 meter breed, de overige vijf worden eveneens 110 meter lang, maar worden 14,50 meter breed.
In totaal laat Port Liner 49 zogenoemde e-Powerboxen bouwen, de containers waarin de accu’s staan om de stroom voor de schepen in op te slaan. Die zijn voldoende om de tien grote en de vijf kleine schepen elektrisch te laten varen. Vier van deze containers aan boord zijn genoeg om de grootste schepen tussen de 18 en 25 uur te laten varen.

Later
De eerste Port Liners die in de vaart zouden komen, moesten de vijf kleine schepen worden. Deze schepen zouden al in augustus moeten gaan varen. De eerste grote Port Liner zou in november van dit jaar moeten gaan varen, begin 2020 zouden ze alle tien in de vaart moeten zijn. Maar Ton van Meegen maakte onlangs bekend dat het in de vaart nemen van de eerste kleine Port Liner met vier tot vijf maanden is vertraagd. ‘De vertraging heeft zeker geen verkeerde uitstraling op het project omdat we met nog meer innovatieve schepen komen dan als we eerder hebben voorgenomen’, vertelde Van Meegen.
De casco’s van de elektrische schepen worden gebouwd op de zusterwerf van de Nijmeegse scheepswerf Gelria in Millingen aan de Rijn. Dat is de voormalige werf van Damen shipyard (Bodewes). De afbouw van de schepen gebeurt bij scheepswerf Asto in Raamsdonkveer.

Weg en spoor
Niet alleen de binnenvaart krijgt overigens geld uit het programma voor het Trans-Europese Vervoersnetwerk (TEN-T), ook het Nederlandse wegvervoer en het spoor krijgen miljoenen. Het wegtransport kreeg 25 miljoen euro voor het bouwen van 39 extra LNG tankstations. Het spoor krijgt 6,1 miljoen euro om 55 locomotieven van goederenvervoerders te voorzien van de nieuwste versie van het Europese spoorbeveiligingssysteem ERTMS. Hierdoor kunnen de kosten die goederenvervoerders hier zelf voor moeten maken verder worden gedrukt. Vorig jaar kreeg Nederland al een TEN-T subsidie van 32 miljoen euro voor de inbouw van ERTMS in 300 goederenlocomotieven. (Illustratie Omega Design Druten)

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid.

Volg ons op Twitter en Facebook

Nog eens tien kilometer stenen weg van Maasoevers

KESSEL Rijkswaterstaat laat nog tien kilometer aan oevers langs de Maas tussen het Limburgse Kessel en het Gelderse Alphen ‘ontstenen’. Het is één van de maatregelen voor ecologisch herstel van de Maas en voor een beter leefgebied voor plant en dier. De maatregel vloeit voort uit de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW).

Voordat de stenen worden weggehaald, gaat aannemer Martens en Van Oord in oktober en november eerst de oeverbestorting opschonen van struiken en bomen die er tussen groeien. Niet al het groen op de oever wordt gerooid. Bakenbomen blijven staan evenals Maasheggen en ecologisch waardevolle struiken en bomen waar zich bijvoorbeeld een beschermde broedplaats in bevindt. Verder laat de aannemer bepaalde bomen in de bestorting nu nog even staan, om deze later bij het feitelijke ontstenen alsnog te rooien. Deze worden dan vervolgens hergebruikt als rivierhout in de Maasoever of in een beekmonding. Dit dode hout wordt verankerd en alleen daar waar dat kan zonder de scheepvaart of doorstroming bij hoogwater te belemmeren.

Nog niet genoeg
Na het rooiwerk gaat de aannemer de oevers onderzoeken op de aanwezigheid van niet gesprongen explosieven uit de Tweede Wereldoorlog. Op een aantal locaties wordt na het weghalen van de bestorting meteen een deel van de oevergrond afgegraven om te voorkomen dat dit in de vaarweg belandt en hinder voor de scheepvaart zou kunnen veroorzaken.
Wanneer het feitelijke ontstenen vervolgens precies gebeurt, hangt af van het verloop van de vergunningenprocedures en de planning van de aannemer. Alle werkzaamheden moeten uiterlijk december 2019 zijn afgerond.
Inmiddels heeft Rijkswaterstaat al 110 kilometer aan natuurvriendelijke oevers gerealiseerd. En het is ook na deze tien kilometer nog niet klaar. Volgens Rijkswaterstaat ligt voor de Maas tot en met 2027 nog een stevige opgave aan geulen, oevers en beekmondingen om te voldoen aan de Europese Kaderrichtlijn Water. Rijkswaterstaat zoekt momenteel een ingenieursbureau om daarvoor de planstudie te doen en de realisatie voor te bereiden. (Foto Rijkswaterstaat)

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid.

Volg ons op Twitter en Facebook

1,25 miljoen voor innovaties duurzame binnenvaart

ROTTERDAM Het ministerie van Infrastructuur en Milieu stelt opnieuw geld ter beschikking voor innovatieve en duurzame projecten in de binnenvaart. De bedoeling is dat het geld bijdraagt aan de verduurzaming van de binnenvaart.

Binnen de subsidieregeling Innovaties Duurzame Binnenvaart stelt het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat in totaal € 1.250.000 beschikbaar, waarvan maximaal € 250.000 per projectaanvraag. Hierbij gaat het om maximaal 50% van de subsidiabele kosten.

De subsidie kan specifiek worden aangevraagd voor projecten gericht op de reductie van CO2-, NOx- en PM-emissies en/of methaanslip bij de voortstuwing van binnenvaartschepen. Hierbij kan gedacht worden aan het gebruik van alternatieve brandstoffen, voor- of nabehandelingstechnieken, aanpassing van motormanagement en motorgebruik en de inrichting en gebruik van het schip.
De projecten kunnen demonstraties en ontwikkeling van nieuwe concepten zijn of verdere optimalisaties of nieuwe combinaties van bestaande concepten.

1 november
De uiterste inleverdatum voor aanvragen is 1 november 2018. Beoordeling van de ingediende projecten vindt nadien plaats door een onafhankelijke Innovatieraad.

Het aanvraagformulier kunt u downloaden. Voor vragen of meer informatie over deze regeling kunt u contact opnemen met het EICB, via 010-798 98 30 of per e-mail: info@eicb.nl.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid.

Volg ons op Twitter en Facebook

BLN vraagt minister om duidelijkheid en daadkracht

ZWIJNDRECHT Koninklijke BLN-Schuttevaer mist in de miljoenennota duidelijke doelstellingen die wel in het regeerakkoord staan. In het regeerakkoord stond nog duidelijk dat het de ambitie van de minister was om meer en schoon vervoer over water te stimuleren, maar in de begroting is daar niets van terug te zien.

In de begroting ontbreekt volgens BLN daadkracht, de begroting laat vooral veel studie en onderzoek zien. BLN verwacht in 2019 concrete plannen van de minister. ‘Het is tijd om spijkers met koppen te slaan. Meer vervoer over water om de wegen te ontlasten en klimaatdoelstellingen te halen en betere milieuprestaties van de binnenvaart staan centraal in het regeerakkoord. Het is het zaak hier gericht en concreet invulling aan te geven.’

BLN-Schuttevaer vindt dat, om de concurrentiepositie van de binnenvaart te versterken, deze regeerperiode zowel voor Europese binnenwateren als voor Nederlandse milieuzones heldere normen voor uitlaatgassen nodig zijn. ‘De milieuprestaties van de CCR2 zijn verouderd en Stage V is vooralsnog niet haalbaar. Daarnaast dient snel vorm te worden gegeven aan de toegezegde financiële stimulering.’

Modal shift
Het verplaatsen van vervoer van de weg naar het water en het behoud van vervoer over water met kleine schepen is volgens BLN alleen haalbaar als de overheid heldere doelstellingen formuleert voor de modal shift van weg naar water. Deze doelstellingen ontbreken nog in de begroting.

In het regeerakkoord zijn eveneens hogere investeringen in de vaarweginfrastructuur toegezegd. Deze zijn nu opgenomen in de miljoenennota. Het totale vaarwegbudget bedraagt in 2019 bijna € 1,3 miljard, in 2018 is € 873,1 miljoen uitgegeven. Dat betekent meer geld voor de broodnodige vernieuwing en onderhoud. Koninklijke BLN-Schuttevaer is blij met deze verhoging van het budget maar is van mening dat om die investeringen nog beter te benutten ook op de andere doelstellingen voor vervoer over water uit het regeerakkoord concrete maatregelen nodig zijn.

Spijkers met koppen
BLN-Schuttevaer wil dit jaar nog een gesprek met de minister om meer duidelijkheid te krijgen over de onderwerpen modalshift en de milieuprestaties van de binnenvaart. Een vast te stellen politieke visie op het goederenvervoer moet aanknopingspunten opleveren voor deze concrete doelstellingen. ‘Meer vervoer over water biedt Nederland volop kansen om de belasting van weg en spoor te verminderen en klimaatdoelstellingen te realiseren.’

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid.

Volg ons op Twitter en Facebook

Container- en cruisevaart blijven ‘booming business’

STRAATSBURG De containervaart en de riviercruisevaart blijven booming business. Vorig jaar groeide het vervoer van containers over de Europese wateren in totaal met 6%. In de riviercruisevaart stegen de omzetten fors. Dit alles blijkt uit het jaarverslag van de marktobservatie van de binnenvaart in Europa van de Centrale Commissie voor de Rijnvaart.

De containermarkt speelt zich nog steeds grotendeels in West-Europa af. In 2017 vond meer dan 99% van het totale containervervoer plaats in vier Europese landen, te weten Nederland (45%), Duitsland (40%), België (10%) en Frankrijk (4,5%). Alle andere EU-landen liggen bij elkaar genomen op slechts 0,2%.

Groot potentieel
Net als in heel Europa, groeide het containervervoer over de Rijn in 2017 eveneens met 6%. Dit betekent dat sinds het jaar 2000 het containervervoer over de traditionele Rijn met 84% is toegenomen. Op de andere Europese rivieren vallen de absolute waarden voor het containervervoer weliswaar nog steeds bescheiden uit, maar dat neemt niet weg dat hier toch een groot potentieel voor de toekomst is weggelegd. Een voorbeeld hiervoor is het vervoer vanuit de zeehaven van Hamburg naar het achterland. Het transport van containers over het Mittellandkanaal en over de Elbe zou in de toekomst een steeds grotere rol kunnen gaan spelen. In 2017 is het aantal TEU dat over deze binnenvaartwateren vervoerd werd met respectievelijk 3 en 8% gestegen.
Deze stijgende tendens valt ook waar te nemen voor het netwerk van kanalen in West-Duitsland. Deze kanalen vormen een belangrijke verbindingsschakel tussen Noord-Duitsland (Elbe, Mittelland-kanaal) en het Rijnstroomgebied. In Frankrijk blijft het containervervoer over de Seine en het kanalennet in het Noorden van Frankrijk de opwaartse trend voortzetten.

Riviercruisevaart
De booming business in de riviercruisevaart heeft voor dit segment voor duidelijk hogere omzetcijfers gezorgd. Deze opwaartse trend is goed zichtbaar wanneer men kijkt naar de omzetcijfers van de passagiersvaartondernemingen in Zwitserland, het land waar bijna de helft van alle actieve riviercruiseschepen in Europa zijn geregistreerd.
Tussen 2002 en 2017 is de cruisevaart op de Donau met 89% gestegen. Voor de Rijn lag dit cijfer op 128% en op het Main-Donau-kanaal was dit zelfs 295%. Wel is het aantal schepen dat in de afgelopen jaren in de cruisevaart nieuw werd gebouwd gedaald. Dat gebeurde ook vorig jaar. Deze daling is volgens de CCR ook het gevolg van het feit dat er in het recente verleden zeer veel schepen gebouwd werden. ‘Dit kan dus beschouwd worden als een zekere normalisatie.’

Gunstiger klimaat
In het vrachtvervoer over het water werden vorig jaar wel meer nieuwe schepen gebouwd, zowel in de drogelading- als de tankvaart. Vorig jaar werden in Nederland ook meer ondernemingen opgericht dan de jaren ervoor en gingen minder bedrijven failliet. Dit alles wijst volgens de CCR op een gunstiger economisch klimaat in 2017 dan een aantal jaren geleden.
Maar het gaat niet in alle segmenten goed. Het vervoer van kolen loopt bijvoorbeeld in heel Europa terug, terwijl het vervoer van containers en chemicaliën toeneemt. De huidige evolutie en vooruitzichten voor ijzerertsen en metalen zien er een stuk rooskleuriger uit dan voor kolen, hoewel de groeicijfers achterblijven bij die voor containers en chemicaliën.

Donau
De binnenvaart op de Donau is nog steeds in sterke mate gericht op het drogeladingsegment, waarbij graan en ijzererts iets meer dan de helft van het totale vervoer over de Donau uitmaken. Het vervoer van containers over de Donau staat nog in de kinderschoenen, maar toonde wel al in 2017 een lichte stijging. Het totale vervoer over de Boven- en Midden-Donau toonde in 2017 een toename in vergelijking met 2016 en dit ondanks de zeer slechte weersomstandigheden aan het begin van 2017. In de winter speelden ijs en laagwater de scheepvaart over de Donau parten, maar daarna was er sprake van een krachtig herstel.

Marktkansen
Het jaarverslag 2018 bevat tevens een onderzoek naar nieuwe marktkansen voor de binnenvaart, zoals stedelijke logistieke ketens en het vervoer van biomassa. In grote Europese agglomeraties, die te kampen hebben met luchtverontreiniging en verstopte wegen, is binnenvaartvervoer in de belangstelling komen te staan van de stedelijke logistiek. Het voorbeeld van Parijs laat zien dat de binnenvaart in staat is veel vracht te absorberen in vervoerssegmenten met een groot groeipotentieel zoals bouwmaterialen, de toevoer naar winkels en e-commerce.
Een andere nieuwe markt voor de binnenvaart is het vervoer van biomassa. Nu biomassa een steeds grotere rol gaat spelen in de energiesector (zowel voor het produceren van elektriciteit als voor het opwekken van warmte), openen er zich ook nieuwe mogelijkheden voor de binnenvaart. Aangezien biomassa in feite dezelfde kenmerken heeft als bulkgoederen (hout, houtpellets, koolzaad en andere materialen die tegen lage kosten in grote hoeveelheden vervoerd kunnen worden), is de binnenvaart bij uitstek geschikt om de belangrijkste vervoersmodus te worden voor deze belangrijke energiebron van de 21ste eeuw.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid.

Volg ons op Twitter en Facebook

Dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland.