Tweede ronde proef duurzame binnenvaart

DEN HAAG Binnenvaartschippers of reders die willen investeren in de verduurzaming van hun schip of vloot kunnen zich nu inschrijven voor deelname aan de praktijkproef van het project CLean INland SHipping (CLINSH).

CLINSH is een demonstratieproject dat de effectiviteit en kosten van emissiereducerende technieken en alternatieve brandstoffen vanuit de praktijk in kaart brengt. CLINSH ging op 1 september 2016 van start. De totale projectkosten zijn ruim € 8,5 miljoen, waarmee 17 partners samen met het Europese LIFE-fonds investeren in diverse projecten die bijdragen aan een duurzame binnenvaart.

Continu meten
Op alle schepen die deelnemen aan de praktijkproef van CLINSH wordt meetapparatuur geplaatst, waarna gedurende één tot twee jaar continu de uitstoot aan boord gemeten wordt. Dit levert waardevolle informatie op over de milieuprestaties en operationele kosten bij toepassing van de verschillende technieken.

De eerste 26 deelnemende schepen zijn in het najaar van 2017 al geselecteerd. Ongeveer de helft van deze schepen wordt uitgerust met emissiereducerende technologie of alternatieve brandstof. Voorbeelden hiervan zijn nabehandelingssysteem SCR-DPF, Fuel Water Emulsion, hybride installatie of Gas to Liquid Fuel. De andere schepen varen nu al met een emissiereducerende technologie of alternatieve brandstof en dienen als controlegroep.

Vanuit het project CLINSH ontvangen schippers die zijn geselecteerd na de aanbesteding een financiële compensatie voor deelname aan het project. Daarnaast levert deelname aan het project kennis op over de verschillende technieken en bereikte milieuvoordelen, en een koplopersrol binnen de sector. Goede milieuprestaties kunnen in het voordeel van de schipper werken bij het verkrijgen van lading of toegang tot een haven. En schippers kunnen nu een vergoeding krijgen voor aanpassingen die in de toekomst verplicht worden.

Welke schepen
Aan de tweede ronde van CLINSH kunnen maximaal 21 schepen deelnemen, verdeeld over de volgende technieken en brandstoffen:

  • Reeds omgebouwd schip op LNG (vloeibaar aardgas) en vergelijkbaar zusterschip op reguliere brandstof
  • Reeds omgebouwd hybride schip en vergelijkbaar zusterschip op reguliere brandstof
  • LNG-schepen die gedurende een bepaalde periode op diesel varen
  • Schepen die tijdelijk op de nieuwe generatie HVO biodiesel varen
  • Schepen waarin een ‘gemariniseerde’ (geschikt gemaakt voor gebruik in een schip) euro VI motor wordt ingebouwd
  • Fuel Water Emulsion in combinatie met installeren van een zogenoemde SCR nabehandeling
  • Fuel Water Emulsion in combinatie met Gas to Liquid
  • SCR nabehandeling in combinatie met Gas to Liquid
  • Schepen op LNG, CNG (aardgas onder druk), SCR (DPF) en hybride techniek, in te zetten als controlegroep.

Deze tweede Europese aanbesteding voor CLINSH loopt tot en met 28 mei 2018, 14:00 uur.

 

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid.

Volg ons op Twitter en Facebook

Overslag Rotterdam daalt, maar wel meer containers

ROTTERDAM In de Rotterdamse haven zijn in het eerste kwartaal van dit jaar 1,2% minder goederen overgeslagen dan in dezelfde periode vorig jaar. In totaal is 117,8 miljoen ton overgeslagen. De daling betrof vooral de overslag van kolen, ijzererts, schroot en ruwe olie. De containeroverslag steeg met 6,1% tot 3,5 miljoen TEU. De overslag van minerale olieproducten nam toe, evenals de overslag van biomassa en LNG.

De overslag van containers nam in gewicht met 4,6% toe tot 35,9 miljoen. Deze groei is vooral het gevolg van toenemende overslagprestaties van de grote containerterminals in de haven. Dit is ook noodzakelijk omdat de rederijen die in drie grote allianties varen Rotterdam als een belangrijke draaischijf in hun netwerken beschouwen waardoor steeds meer ladingoverslag wordt geconcentreerd in Rotterdam. De toename van feeder volume bleef hierdoor sterk stijgen met 7,5% naar 0,6 miljoen TEU. Feederschepen vervoeren containers met intercontinentale lading naar en van andere havens die niet rechtstreeks worden aangelopen door de intercontinentale, zogenoemde deepsea diensten. Ook vindt in Rotterdam steeds meer uitwisseling tussen deepsea diensten plaats, waarmee rederijen meer combinaties tussen laad- en loshavens in Azië en in Europa kunnen aanbieden aan hun klanten. Verder hebben de nieuwe verbindingen met het oostelijk deel van de Middellandse zee geleid tot een toename van shortsea overslag met 6,9% naar 0,7 miljoen TEU.

Nat massagoed
De overslag van nat massagoed bleef vrijwel constant met een lichte groei van 0,5% tot 55,9 miljoen ton. Binnen dit marktsegment werd minder ruwe olie (-4,5%; 25,4 miljoen ton) aangevoerd dan in het eerste kwartaal vorig jaar. Dit verschil betrof met name januari vanwege een uitzonderlijk hoge overslag vorig jaar. De overslag van minerale olieproducten, die gedurende vorig jaar structureel daalde, laat in het voorbije kwartaal weer een opgaande lijn zien (+4,8%). De daling in aan- en afvoer van stookolie is tot stilstand gekomen. Ook is in het eerste kwartaal veel meer LNG overgeslagen dan vorig jaar (+210%; 0,7 miljoen ton), met een record volume van ruim 500.000 ton in februari. Deze groei betreft zowel aanvoer als afvoer van LNG. Dit bevestigt het belang van Rotterdam als trading hub voor LNG.

19% minder kolen
Binnen het marktsegment droog massagoed zijn ijzererts en schroot en kolen de belangrijkste goederensoorten. De overslag van beide daalde aanzienlijk: de overslag van ijzererts & schroot met 9,3% tot 7,1 miljoen ton, de overslag van kolen met 19,0% tot 6,5 miljoen ton. De daling van ijzererts trad vooral op in januari, ten opzichte van een hoog overslagvolume vorig jaar. Het volume in de overige twee maanden van het eerste kwartaal ligt in lijn met dat van vorig jaar. De daling bij kolen betreft met name de afname van aanvoer voor energiecentrales als gevolg van sluiting vorig jaar van oudere centrales in Duitsland en Nederland. De overslag van agribulk daalde met 8,2% tot 2,6 miljoen ton als gevolg van een slechte sojaoogst in Argentinië. Ook het overig droog massagoed daalde aanzienlijk met 20,4% tot 2,4 miljoen ton. Deze daling wordt met name veroorzaakt door een verlaagde productie bij afnemers van mineralen. Alles bij elkaar nam de overslag van droog massagoed met 13,6% af tot 18,8 miljoen ton.

RoRo en overig stukgoed
De totale overslag in de breakbulk daalde met 4,7% tot 7,2 miljoen ton. Het RoRo verkeer is licht gestegen met 0,8% naar 5,8 miljoen ton ten opzichte van het eerste kwartaal van vorig jaar, mede door uitbreiding van de afhandelingscapaciteit van RoRo schepen op één van de terminals in Rotterdam. De overslag van overig stukgoed lag een stuk lager dan het hoge niveau van het eerste kwartaal van 2017 (-22,2% naar 1,4 mln ton), omdat dit jaar de extra overslag van staal in de vorm van brammen weer is gestopt. Deze stroom was vorig jaar het gevolg van renovaties van hoogovens in Duitsland, waardoor de staalproductie tijdelijk was teruggebracht. Ook zijn in de afgelopen periode vrijwel geen windturbinefunderingen geladen voor positionering in de offshore windparken. Dit zal naar verwachting in het tweede kwartaal weer toenemen.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid.

Volg ons op Twitter en Facebook

Binnenvaart wist niets van Verklaring van Nijmegen

NIJMEGEN Het bericht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat dat de binnenvaartsector vorige week samen met minister Van Nieuwenhuizen de Verklaring van de Nijmegen heeft getekend om te komen tot minder broeikasgassen in de binnenvaart, klopt volgens de binnenvaartorganisaties niet.

Koninklijke BLN-Schuttevaer en de andere brancheorganisaties zijn niet benaderd om er over mee te denken of gevraagd te ondertekenen. Ook het EICB heeft niet namens de sector getekend, maar als kennis- en expertise centrum. Het volgens brancheorganisaties niet duidelijk waarom ze niet zijn benaderd. BLN-Schuttevaer heeft daarover samen met CBRB een brief geschreven aan de minister.

Meer dan containers
De binnenvaartorganisaties maken duidelijk dat de binnenvaart naast de containervaart ook uit schepen bestaat die droge bulklading vervoeren, uit tankvaart en naast rederijen ook uit particuliere scheepseigenaren, operators en bevrachters. ‘Akkoorden over doelstellingen op deze gebieden met de overheid dienen naar onze mening dan ook met de gehele sector te worden overeengekomen. Wij zullen de minister dan ook voorstellen om de reeds bestaande gesprekken over de Green Deal en de klimaatdoelstelling namens de binnenvaartsector te continueren langs de daarvoor recent gemaakte en bestaande afspraken. Dus sectorbreed, gedragen en daarom mede gevoerd door de brancheorganisaties die de gehele sector vertegenwoordigen.’ (Foto Erik van Huizen)

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid.

Volg ons op Twitter en Facebook

‘Stapjes voorwaarts’ in oplossen congestie

ROTTERDAM Het door Havenbedrijf gefaciliteerde Sectoroverleg Containerbinnenvaart heeft tastbare resultaten opgeleverd. ‘De deelnemers hebben ontegenzeglijk stapjes voorwaarts gezet, maar we zijn er nog niet’, meldt CEO Allard Castelein van het Havenbedrijf Rotterdam. ‘Daarom zetten we er een tandje bij.’

‘Het is goed dat we de knelpunten helder in beeld hebben en dat de deelnemende partijen elkaar inmiddels beter begrijpen. Het sectoroverleg heeft goede oplossingsrichtingen geïdentificeerd. Nu is het zaak dat we die handen en voeten gaan geven in de praktijk. Dat betekent concreet dat het in ontwikkeling zijnde keten-performance dashboard deze zomer gereed moet zijn. Tevens dienen er tegen die tijd meer proefprojecten te lopen zodat oplossingen getest worden in de dagelijkse praktijk. Alle betrokken partijen moeten meer initiatieven ontplooien.’

Opzet van het overleg
Negentien partijen uit binnen- en buitenland nemen deel aan het Sectoroverleg Containerbinnenvaart. In de periode van september 2017 tot vandaag zijn vier plenaire bijeenkomsten geweest. Daar is de voortgang besproken van drie werkgroepen die elk een specifieke opdracht hadden meegekregen. Een werkgroep heeft een feitenonderzoek gedaan naar de krachten en relaties in de logistieke keten van de containerbinnenvaart. Een andere werkgroep had als opdracht om quick wins in de operationele planning te identificeren. De derde werkgroep was verantwoordelijk voor het definiëren van prestatie-indicatoren voor een ketenbreed inzicht in de performance van de containerbinnenvaartketen en daarmee voor cruciale overdrachtmomenten tussen opeenvolgende schakels daarbinnen.

Resultaten
Het Sectoroverleg Containerbinnenvaart heeft de volgende concrete resultaten opgeleverd:

(1) Verbetering van de slot-aanvraagprocedure voor binnenvaartschepen die containers komen brengen of halen bij de terminals. Tevens worden voortaan alle opeenvolgende wijzigingen in de oorspronkelijke slot-aanvraag, bijvoorbeeld veranderingen in call sizes, opgeslagen in het Port Community systeem Portbase. Dit alles leidt ertoe dat terminal én barge operators beter kunnen plannen en beter inzicht hebben in de actuele status van de afhandeling.

(2) Het Havenbedrijf heeft in de afgelopen maanden twee initiatieven beloond waarin deepsea terminals, binnenvaartrederijen en inland terminals samenwerken om containervracht te bundelen en volgens een vast vaarschema te vervoeren op belangrijke vaarroutes tussen Rotterdam en het achterland. Eerder deze week heeft het Havenbedrijf bekendgemaakt dat het de samenwerking ondersteunt tussen HTS Intermodaal, deepsea terminal RWG en inland terminal D3T in Duisburg voor een nieuw vast vaarschema tussen Duisburg, Gorinchem en Rotterdam. Eerder dit jaar kondigde het Havenbedrijf ondersteuning van een vergelijkbaar project aan op de zogeheten West-Brabant Corridor (Rotterdam-Moerdijk-Tilburg). Door bundeling van lading zijn er minder schepen nodig, hetgeen filevorming vermindert in de haven. In de eerste maanden heeft dit vaste vaarschema geresulteerd in grotere calls per terminal, meer containervervoer per binnenvaart en minder gebruik van vervoer via de weg.

(3) Ontwikkelen van een ketenperformance dashboard door het Havenbedrijf Rotterdam met commitment van individuele ketenpartijen om een eenduidig en feitelijk beeld te krijgen van de prestatie-indicatoren op cruciale overdracht momenten tussen opeenvolgende schakels in de containerbinnenvaartketen. Het verbeterde inzicht in de performance van de keten dat dit dashboard oplevert, moet partijen in staat stellen om de bron van de congestieproblemen sneller te identificeren en gezamenlijk op te lossen.

(4) Er is een analyse uitgevoerd naar de oorzaken van congestie in de containerbinnenvaartketen. Een van de uitkomsten van die analyse is een groot aantal oplossingsrichtingen waar onder leiding van het Havenbedrijf de ketenpartijen op basis van een verdiepingsslag prioriteiten zullen stellen voor lange termijn oplossingen. Deze prioriteiten zullen in de komende tijd uitgewerkt worden.

(5) Een merkbare toename in de bilaterale afspraken tussen ketenpartijen om beschikbare capaciteit in te zetten en de betrouwbaarheid in de keten te verbeteren. Dit gebeurt onder andere door het reduceren van zogenaamde “no shows” en het invullen van vrijgevallen afhandelcapaciteit.

Additionele investeringen
Parallel aan de geboekte resultaten van het Sectoroverleg Containerbinnenvaart blijven het Havenbedrijf Rotterdam en het bedrijfsleven investeren in verbetering van de doorstroming van containers via de haven van Rotterdam.

Zo heeft het Havenbedrijf in maart 2018 het startschot gegeven voor de aanleg van de Container Exchange Route. In diezelfde maand heeft de Kramer Group het aantal dedicated binnenvaartshuttles tussen haar terminal in de Eemhaven en de deepsea containerterminals van APMT en RWG op de Maasvlakte flink uitgebreid.
ECT werkt sinds begin dit jaar samen met een drietal binnenvaartcombinaties in een pilot met zogenaamde ‘fixed windows’ voor binnenvaartschepen met grote call sizes. Ook heeft ECT aangekondigd dat het extra operationele medewerkers werft, net als APMT.
Het Havenbedrijf blijft investeren in Nextlogic, de digitale tool waarmee barge operators en terminalbedrijven informatie kunnen uitwisselen voor de afhandeling van containers. We verwachten dat meer partijen zich de komende aansluiten op dit informatieplatform. BREIN, de centrale planningstool van Nextlogic wordt naar verwachting eind 2018 opgeleverd.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid.

Volg ons op Twitter en Facebook

Luchtkwaliteit Nijmeegse Waalkade live te volgen

NIJMEGEN De luchtkwaliteit aan de Nijmeegse Waalkade is sinds kort live te volgen op internet. Op de website van Luchtmeetnet is onder meer de uitstoot van fijnstof (PM 10 en PM 2.5) te volgen.

Om de luchtkwaliteit te kunnen meten, heeft de gemeente Nijmegen acht zogenoemde snuffelpalen langs de Waalkade geplaatst. Het moet de gemeente onder meer inzicht geven in de uitstoot van emissies door de binnenvaart.

Milieuzone
In december vorig jaar kwam de gemeente Nijmegen met het nieuws dat het onderzoek heeft gedaan naar het instellen van een milieuzone voor het wegverkeer in de hele gemeente. In de meeste steden geldt een dergelijke milieuzone alleen in het centrum. Maar zelfs een gemeentebrede milieuzone bleek niet voldoende. Ook de scheepvaart op de Waal moest schoner om de luchtkwaliteit in de stad te verbeteren en aan de doelstellingen te kunnen voldoen om de hoeveelheid roet in de lucht te verminderen. Want de Waal bij Nijmegen levert als een van de drukst bevaren stukken rivier van Europa volgens de gemeente Nijmegen veel luchtverontreiniging op.
Uit het onderzoek bleek dat de uitstoot van roet in het wegverkeer de komende vijf jaar met zo’n 60% daalt, maar de verwachting is dat de uitstoot in de binnenvaart amper vermindert. En qua uitstoot van roet is de binnenvaart inmiddels verantwoordelijk voor een hoeveelheid die vergelijkbaar is met de totale uitstoot van het wegverkeer in heel Nijmegen. De gemeente concludeerde dan ook dat alle vervuilende bronnen, dus ook de scheepvaart, moeten worden aangepakt.

Verborgen vervuiler
In de keizerstad langs de Waal woedde al menig discussie over de vervuilende scheepvaart op de rivier. De uitstoot van roet zou de luchtkwaliteit in de stad geen goed doen. Eind september stond de binnenvaart in het Duurzaamheidscafé zelfs als een van de ‘verborgen vervuilers’ als thema op de agenda. Maar op de bijeenkomsten werden appels met peren vergeleken. De op gasolie varende binnenvaart, werd vergeleken met de op zware stookolie varende zeevaart. Voorzitter Rob van Reem van de afdeling ZON van Koninklijke BLN-Schuttevaer trad uiteindelijk ten strijde en schoof aan om ‘het gegoochel met cijfers’ te ontkrachten.

Kijk live mee op de website

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid.

Volg ons op Twitter en Facebook

Dagelijkse afvaart voor Container Terminal Doesburg

DOESBURG Container Terminal Doesburg (CTD) gaat een tweede containerschip inzetten. Met het nieuwe schip gaat de containerterminal van twee tot drie afvaarten per week naar een dagelijkse afvaart vanuit Doesburg naar Rotterdam .

CTD zet het tweede schip in vanwege van een substantiële, continue volumetoename van het aantal containers voor een sterk groeiend aantal verladers. In haar eerste operationele jaar zijn 8400 TEU verscheept via de terminal in Doesburg.

Met een dagelijkse afvaart is CTD in staat nog efficiënter te plannen en transittijden te verkorten. Daarbij kunnen voortaan extra containers verscheept worden die een kortere demurrage/detentievrije periode kennen. Het tweede schip beschikt ook over reefer aansluitingen zodat reefercontainers tijdens het varen aangesloten kunnen worden. Met de inzet van het nieuwe schip varen voortaan een klasse III en klasse IV schip dedicated voor Container Terminal Doesburg.

Aviko
De logistieke samenwerking tussen Aviko en Container Terminal Doesburg ten behoeve van het containertransport voor zowel de import als export heeft een nadrukkelijke bijdrage geleverd aan de stijging van het aantal TEU verscheept via CTD. Met dit partnership en de verplaatsing van transport per truck naar transport per water zetten beide bedrijven, naast gezamenlijke groei, in op verduurzaming van transport. Per transport van twee containers, verladen bij de Aviko vestiging in Steenderen, worden twee vrachtwagenbewegingen naar Rotterdam geëlimineerd. Met het koppelen van in- en uitgaande stromen wordt efficiency verder geoptimaliseerd. Een zelfde container wordt met deze planningsmethodiek en synergie van activiteiten voor zowel de import- als exportstroom ingezet. Met name een goede interne afstemming tussen productie en logistiek bleken bij Aviko van groot belang.
De inzet van binnenvaart levert een jaarlijkse besparing op de CO2 footprint en ontlast de steeds drukker wordende wegen waardoor het bijdraagt aan het oplossen van het steeds groter wordende congestieprobleem.

CTD
Container Terminal Doesburg verzorgt vanuit Oost Nederland containertransport van en naar de zeehavens van Rotterdam en Antwerpen en staat in directe verbinding met het Europese achterland. De inland terminal met op- en overslagterrein biedt verladers en expediteurs de mogelijkheid containers efficiënter en duurzamer te vervoeren en vormt een milieuvriendelijk alternatief voor het steeds meer vastlopende containervervoer over de weg.
CTD voorziet in een dagelijkse afvaart en waarborgt met visual gate, kentekenregistratie, cameratoezicht en een eigen AEO-gecertificeerde douaneafdeling een veilig en voorspoedig transport en afhandeling van containers en reefers. Met eigen vestigingen in de havens van Rotterdam en Antwerpen binnen de Rotra-holding is er de beschikking over een accuraat wereldwijd partnernetwerk.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid.

Volg ons op Twitter en Facebook

 

Binnenvaart sluit akkoord voor minder CO2 uitstoot

NIJMEGEN De binnenvaartsector heeft samen met minister Cora van Nieuwenhuizen van Infrastructuur en Waterstaat donderdag 12 april tijdens het internationale congres Ports & the City in Nijmegen de Declaration of Nijmegen ondertekend. Hiermee verklaart de sector de komende jaren alles uit de kast te halen om sneller te vergroenen. Het doel is concurrerend blijven met weg- en spoorvervoer, en 20 procent minder CO2-uitstoot in 2030.

De binnenvaart heeft een fikse voorsprong als je hun CO2-uitstoot vergelijkt met die van vrachtwagens en treinen. Om deze voorsprong te behouden moeten binnenvaartschepen omschakelen naar nog schonere motoren en brandstoffen,’ aldus minister Van Nieuwenhuizen. ‘Een schip gaat ’40 jaar mee, een vrachtwagen wordt na 6 of 7 jaar al vervangen door een nieuwe. De sector heeft dus geen tijd te verliezen om de omslag naar nieuwe schonere technologie te maken. De Declaration of Nijmegen is daarvoor een mooi startpunt.’

In de Declaration of Nijmegen, een initiatief van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat in nauwe samenwerking met European Green Capital Nijmegen, spreken overheden, havens, logistieke bedrijven en verladers af dat zij versneld het scheepsvervoer verduurzamen. Op dit moment stoot de binnenvaart jaarlijks zo’n 2,1 Megaton uit, in 2030 moet dat teruggebracht zijn tot maximaal 1,7 Megaton. Dat is een besparing van 20 procent, wat gelijkstaat aan de uitstoot van bijna 50.000 huishoudens. Deze doelstelling wordt ook in het nog te sluiten Klimaat- en Energieakkoord opgenomen. In 2050 moet de binnenvaartsector klimaatneutraal zijn.

Driestappenplan
De Declaration legt vast dat de deelnemende partijen werken volgens een driestappenplan: via haalbaarheidsonderzoek en demonstraties naar praktijkpilots, en als stap drie opschaling. Tot eind 2020 vindt de grensoverschrijdende verkenning plaats naar duurzame binnenvaartoplossingen. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar emissies, maar ook naar de aandrijflijn en alternatieve en hernieuwbare brandstoffen. Uit de voorgestelde oplossingen gaat de sector een aantal commercieel haalbare ideeën uitwerken in publiek-private pilots. Succesvolle pilots zullen op grote schaal worden ingezet. Afhankelijk van de gekozen oplossing kan de datum van opschaling eerder of later zijn.

Nu al
Doordat juist nu al grote logistieke bedrijven zich aansluiten bij de Declaration kan al op korte termijn een flinke reductie in CO2-uitstoot worden gehaald. De deelnemende verladers wegen vanaf nu deze uitstoot mee bij hun keuze voor transportmiddelen en kiezen zo eerder voor het minst vervuilende alternatief. Dit geeft een extra impuls aan de vervoerders in de binnenvaartsector om duurzame investeringen te doen om zo een interessanter alternatief voor de verladers te worden. (Foto Erik van Huizen)

Bijeenkomsten subsidie duurzame scheepsbouw

ROTTERDAM Netherlands Maritime Technology (NMT) en de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) houden op 18 en 23 april twee informatiebijeenkomsten over de Subsidieregeling Duurzame Scheepsbouw (SDS).

De SDS-regeling voor dit jaar wordt naar verwachting op 4 juni opengesteld. Eind 2017 is per amendement op de begroting van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) van 2018 zes miljoen euro gereserveerd voor continuering van de subsidieregeling. De regeling is bedoeld om de introductie van vernieuwende duurzame technologieën in de scheepsnieuwbouw en -ombouw mogelijk te maken. Hierbij gaat het onder meer om technologieën die bedoeld zijn voor de structurele verlaging van CO2-uitstoot en andere schadelijke emissies aan boord van verschillende scheepstypen voor zee en binnenwateren. Andere oplossingen, die bijdragen aan de duurzame inzet van het schip gedurende de levensduur, vallen ook onder de regeling.

Tijdens de bijeenkomsten van NMT en RVO wordt de regeling verder toegelicht en is er gelegenheid tot het stellen van vragen. Deelname aan de bijeenkomst is gratis, aanmelden is wel nodig.
De bijeenkomst van 18 april wordt van 12.00 tot 13.30 uur gehouden in het Provinciehuis Groningen, St. Jansstraat 4, 9712 JN Groningen. Voor de toegang is het nodig een geldig identificatiebewijs te tonen. De bijeenkomst op 23 april wordt gehouden van 14.00 tot 15.30 uur bij NMT, Boompjes 40, 3011 XB Rotterdam. 

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid.

Volg ons op Twitter en Facebook

Groei binnenvaart vlakt komende vijf jaar af

ZOETERMEER De groei in de Nederlandse binnenvaart vlakt de komende vijf jaar af. Oorzaak voor de beperkte groei is de Duitse energietransitie. Hierdoor daalt het vervoer van kolen en motorbrandstoffen.

In het rapport ‘Middellange Termijn Prognoses voor de Binnenvaart: 2018 – 2022’ geeft onderzoeksbureau Panteia inzicht in de ontwikkeling van de binnenvaart voor de komende vijf jaar. Voor dit jaar verwacht Panteia nog een groei van 0,5%, in de jaren daarna bedraagt de groei gemiddeld 0,35% per jaar. Het totale vervoersvolume van de binnenvaart groeit in 2022 naar 323 miljoen ton, 1,9% meer dan in 2017.
Panteia verwacht onder andere een stijging van 6 miljoen ton in het vervoersvolume voor de droge ladingschepen tot 2022. De tankvaart gaat 2 miljoen ton extra lading vervoeren, voor de duwvaart wordt een beperkte daling voorzien van 3 miljoen ton.

Droge lading
Droge ladingschepen vervoerden in 2017 in totaal 178 miljoen ton lading. Hiervan was 71 miljoen bestemd voor de binnenlandse markt, 66 miljoen werd geëxporteerd naar met name Duitsland en België en vanuit die landen vond 41 miljoen aan invoer plaats.
Komend jaar verwacht Panteia een volume van 181 miljoen ton. In 2022 moet dit 184 miljoen ton zijn, een stijging van 3,4% ten opzichte van 2017. De groei vindt vooral plaats bij de grote motorvrachtschepen van 110 meter en langer (+8 miljoen ton) en de koppelverbanden (+3 miljoen ton). Bij de kleine schepen daalt het volume met 5 miljoen ton.
Het belangrijkste groeisegment tot 2022 is het vervoer van containers. Door groei in de woningbouw neemt ook de hoeveelheid aangevoerde bouwmaterialen per schip toe. Anderzijds wordt de groei gedrukt door de energietransitie in met name Duitsland. De aanvoer van kolen naar Duitse energiecentrales neemt daardoor verder af. Zo sluit komend jaar de energiecentrale bij Ensdorf (Saar) en dat kost de binnenvaart een volume van 400.000 ton.

Tankvaart
De tankvaart vervoerde in 2017 in totaal voor 98 miljoen ton aan natte lading. Hiervan was 35 miljoen bestemd voor de binnenlandse markt, 36 miljoen werd geëxporteerd naar met name Duitsland en België en vanuit die landen vond 27 miljoen aan invoer plaats.
Voor komend jaar wordt een daling van het binnenlandse vervoer verwacht met één miljoen ton, terwijl de export juist met één miljoen toeneemt. Het totaal vervoerde volume blijft hiermee stabiel. Naar 2022 stijgt het volume tot 100 miljoen ton, een stijging van 2,0% ten opzichte van 2017. Er wordt vooral groei gezien bij het vervoer van chemicaliën, een stijging van 2 miljoen ton. De energietransitie laat zich echter ook gelden bij de tankvaart. Zo neemt de uitvoer van aardolieproducten, zoals motorbrandstoffen (diesel en benzine) af.

Duwvaart
Duwstellen vervoerden in 2017 in totaal 41 miljoen ton aan lading. Hiervan was 9,5 miljoen bestemd voor de binnenlandse markt, 29,5 miljoen werd geëxporteerd naar met name Duitsland en België en vanuit die landen vond slechts 2 miljoen ton aan invoer plaats.

Panteia verwacht de komende jaren een daling in het vervoerde volume. In 2018 wordt naar verwachting 40 miljoen ton worden getransporteerd. Voor 2022 verwacht Panteia een vervoerd volume van 38 miljoen ton, een daling van 7,3% ten opzichte van 2017. In het binnenlands vervoer voorziet Panteia een toenemende inzet van duwbakken, met name bij het transport van veevoeders met duwbakken. Het internationaal transport met duwbakken neemt echter af met 2,3% per jaar. Dit is het gevolg van de verplaatsing van kolen- en ertstransport van duwstellen naar koppelverbanden met één tot drie duwbakken.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid.

Volg ons op Twitter en Facebook

Subsidie voor slimme en duurzame ideeën

ARNHEM OP Oost stelt dit jaar 28,5 miljoen euro beschikbaar voor innovatieve en samenwerkende ondernemers in Overijssel en Gelderland. Het beschikbare budget wordt verdeeld over drie subsidieregelingen die mkb-bedrijven stimuleren om meer omzet te halen uit nieuwe en duurzame producten.

Het Operationeel Programma van het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling in Oost-Nederland (OP Oost) is een gezamenlijk subsidieprogramma van de provincies Overijssel en Gelderland.

Projecten
Voor grote R&D-samenwerkingsprojecten is 20 miljoen euro beschikbaar. In aanmerking komen projecten waarbij twee of meer onafhankelijke organisaties samenwerken. Hierbij is minimaal één mkb-onderneming betrokken. Per aanvraag geldt een minimumsubsidie van € 350.000 en een maximum van € 2.000.000.

Voor het stimuleren van proeftuinen waarbij producten, procedés, of diensten worden getest in een realistische omgeving is 4,6 miljoen euro beschikbaar. Aan de proeftuin doen minimaal twee zelfstandige mkb-ers mee en er worden minimaal twee experimenten verricht, waarbij eindgebruikers worden betrokken. De subsidiemogelijkheden liggen tussen € 200.000 en € 600.000.

Voor het stimuleren van cluster- en netwerkactiviteiten is 3,6 miljoen euro beschikbaar. Hierbij kunnen twee of meer samenwerkende instanties subsidie aanvragen voor het tot stand brengen of uitbreiden van samenwerking gericht op mkb-ondernemingen en het stimuleren van mkb-ondernemingen tot valorisatie. De subsidiemogelijkheden liggen tussen € 200.000 en € 500.000.

Procedure
Voor de regelingen die nu zijn opengesteld, kunnen het hele jaar aanvragen ingediend worden. Een regeling sluit echter op het moment dat het beschikbare budget op is. De subsidieaanvragen worden op volgorde van binnenkomst beoordeeld. Een projectvoorstel moet wel een minimaal aantal punten van de deskundigencommissie krijgen om voor subsidie in aanmerking te komen.

Wie geïnteresseerd is kan een projectvoorstel indienen. De adviseurs van Oost NL helpen om het idee uit te werken tot een passend projectplan.

Aqualink is dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Meld u nu aan als lid.

Volg ons op Twitter en Facebook

 

Dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland.